Winterswijk, Hulzer Willem

Deze ochtend was ik ‘Met Dialect op de Koffie’ bij Erve Kots, georganiseerd door Dialectkring Achterhook en Liemers. Vandaag stond geheel in het teken van Hulzer Willem, Willem Wilterdink uit Kotten. Ik moer eerlijk bekennen dat ik voor deze ochtend niets wist over deze lokale beroemdheid (sorry). Dat heb je als geïmporteerde Achterhoekse, dan moet je nog zo onmeunig veel leren! De dialectochtenden ervaar ik dan ook als zéér leerzaam.

Het was volle bak bij Erve Kots, 252 bezoekers op de koffie. Na een welkomstwoordje van Diana Abbink, voorzitter van de dialectkring, hebben we gekeken naar een film van Ben Tragter over Hulzer Willem. Hij werd geboren in Kotten op 19 maart 1926 in boerderij Het Hulzen, vandaar dus Hulzer Willem. Het huis Hulzen ligt pal tegen het mooie natuurgebied van de Borkense baan in Winterswijk, tegenwoordig heet het Nieuw-Hulzen. Schrijven en zingen was altijd al een grote passie van Willem. Tot zijn grote vreugde werd dit gedeeld door de meester op school, de juf begeleidde hen op piano, de postbode speelde soms mee op klarinet. De ouders van Willem vonden het hartstikke mooi dat hij, als toekomstig boer, goed kon zingen en toneel spelen. Om serieus iets met toneel te gaan doen was destijds helemaal niet aan de orde, Willem werd gewoon boer en veehandelaar.

Gelukkig dat mijn grootouders lange tijd in de Achterhoekse streek hebben gewoond, het dialect versta ik meestal moeiteloos. De bezoekers in de zaal genoten zichtbaar van deze film, regelmatig werd er gelachen om de anekdotes en nuchterheid van Hulzer Willem. Wat een leuk en prettig gezelschap moet deze man geweest zijn! Geen wonder dat mensen het leuk vonden om hun verhalen met hem te delen. Als veehandelaar kwam hij natuurlijk nog al eens rond in de Achterhoek. Sommige van deze verhalen heeft hij verwerkt in zijn toneelstukken en het boek ‘Verhalen van de Grens’. Kotten ligt tenslotte vlak bij de Duitse grens, Willem had bovendien veel contacten en familie aan de Duitse zijde. Volgens Willem was er vroeger veel meer grensoverschrijdend contact, terwijl die zichtbare grens nu eigenlijk verdwenen is. Vroeger ging je over de grens naar de kermis vertelt hij, en werd er veel meer ‘over de grens’ getrouwd. Natuurlijk leverde het smokkelen ook prachtige spectaculaire verhalen op.

Jarenlang schreef Hulzer Willem dialect-columns voor de zaterdag editie van De Gelderlander Achterhoek. Op zondagochtend kon je zijn verhalen beluisteren in het radioprogramma ‘De Klepschuuten’. In maart 1989 won Willem de K. Kraaijenbrink Cultuurprijs omdat hij zich met hart en ziel inzette voor het streekeigene en de verbreiding van de Achterhoekse cultuur. Na een beetje speuren op Google vond ik op YouTube nog een mooie filmopname met Hulzer Willem van zijn boekpresentatie ‘Brinker Jan’ (verhalen en versjes). Hij vertelt over dit boek, zingt een versje en leest een verhaal voor. Al met al krijg ik zo een steeds beter beeld van Willem Wilterdink. Hij sluit af met de prachtige woorden dat hij nooit ‘schatrieke’ is geworden noch failliet is gegaan, hij had gewoon een mooi leven met een mooie vrouw, mooie kinderen en mooie verhalen.

In het tweede gedeelte van deze ‘Met Dialect op de Koffie’ komt Raymond Ubbink aan het woord, muzikant uit het Woold (drummer bij Toe Maar). Behalve muzikant is Raymond ook verpleegkundige bij Pronsweide in Winterswijk. Hij werkt, net als ikzelf, op de woonvorm ‘kleinschalig wonen’ waar we zorgen voor zes cliënten met een vorm van dementie. Het belang van belevingsgerichte zorg wordt steeds duidelijker, iemand toespreken in zijn of haar dialect is hier beslist onderdeel van. Het is herkenbaar voor de cliënten, het stelt hen op hun gemak. Nu versta ik het Achterhoeks dialect prima, het spreken heb ik nog lang niet onder de knie. Ik val al snel door de mand met mijn stads accent, soms tot hilariteit van de cliënten! Gelukkig is humor in de zorg ook erg belangrijk.. Volgens Raymond Ubbink was Willem de uitvinder van Belevingsgerichte Zorg, eigenlijk zou het ‘Hulzer Gerichte Zorg’ moeten heten.

Elke week kwam Willem op bezoek bij Pronsweide, bezocht daar onder andere wekelijks één van de mannen. Willem zette dan een dambord op tafel, legde de stenen erop en begon er wat mee te schuiven. De man volgde zijn voorbeeld. Willem sloeg wat met de stenen op het bord en maakte stapeltjes. De man volgde zijn voorbeeld. Nou, zei Willem dan, je hebt weer gewonnen, tot volgende week! Hij speelde het spel zoals het in de beleving van de man moest gaan. Niet aangeleerd of bestudeerd, zo was Willem gewoon. Eén van de vrouwen op de afdeling van Raymond was eigenlijk altijd heel verdrietig. Op een dag zette hij muziek en verhalen van Hulzer Willem aan, het bracht de vrouw direct tot rust. Een gevoel van herkenning, van ‘thuiskomen’. Sindsdien krijgt ze elke dag een portie Willem Wilterdink, altijd beter dan een greep in de medicijnkast! Het dialect speelde hier een belangrijke rol. Net als in een ander verhaal van Raymond, waar de (niet Achterhoekse) dokter aan een cliënt vroeg of hij erg benauwd was (Raymond imiteert de cliënt: moeizame piepende ademhaling). De cliënt vertelde dat het wel meeviel, toen er gevraagd werd of hij soms ook poesterig was zei de man ‘joa, da wal!’

Ik blijf dus maar gewoon mijn best doen om een ‘betjen plat te proaten’. Ik ga op zoek naar de muziek van Hulzer Willem en Ziene Leu, wie weet kan ik binnenkort ook iemand blij maken met een dagelijks portie Willem Wilterdink. Bedankt Dialectkring, Ben Tragter en Raymond Ubbink voor een prachtige morgen, ik ben blij dat ik nu weet wie Hulzer Willem was, wat köttelpeerkes zijn en waarom ze köttelpeerkes heten.

Winterswijk, Onderduikers in het Veen.

Zondag 26 november was ik voor het eerst in de Winterswijkse synagoge. Deze werd in 1889 geopend, het was het begin van de Joodse gemeenschap in Winterswijk. In 1905 werd er een woonhuis bij gebouwd voor de priester, in 2011 volgt het schooltje. Dat geeft aan hoe groot de gemeenschap was, gezien er voldoende geld was om een onderwijzer aan te stellen. Voor aanvang van de Tweede Wereldoorlog telde Winterswijk ongeveer 400 Joodse inwoners.

Deze zondagmiddag wordt er stilgestaan bij het verraad van 23 Joodse onderduikers uit Winterswijk. Astrid Dekkers deed verder onderzoek naar deze gebeurtenis, zij is vandaag te gast in de synagoge om het verhaal met ons te delen. In haar woonplaats Den Haag kwam Astrid in contact met een joodse man uit Winterswijk. Toen zij zelf in Winterswijk op vakantie was, ontdekte zij het herdenkingsmonument voor de Joodse onderduikers aan de Korenburgerveenweg. Als kunstenares en historica wilde zij graag het verhaal weten dat bij dit gedenkteken hoort. Astrid las het boek van Henk Vis en Mirjam Schwarz: ‘We hebben ze allemaal gekend’, ze kreeg veel informatie van oud buurtbewoner Jan ten Dolle en ze sprak met meer buurtbewoners en betrokkenen. In Den Haag las ze dossiers uit het archief voor Bijzondere Rechtspleging. Dit grote archief van maar liefst vier strekkende kilometers bevat dossiers van iedereen die na de Tweede Wereldoorlog beschuldigd werd van samenwerking met de Duitse bezetter, het in dienst treden bij de vijandelijke krijgsmacht, verraad of NSB-lidmaatschap, wat het uiteindelijke vonnis ook was.

De Joodse inwoners van Winterswijk waren goed op de hoogte van de gruwelijke gebeurtenissen in Duitsland. Er waren gemengde huwelijken met Duitse Joden en vanuit Duitsland vluchtten ook velen van hen de grens over naar Winterswijk. Op 8 oktober 1941 vond de eerste razzia in Winterswijk plaats. Men had een lijst met 33 joden (waaronder een aantal van de onderduikers), allen werden gewaarschuwd waardoor de Winterswijkse politie geen enkele arrestatie uitvoerde.  De volgende dag arresteerde de Sicherheitsdienst alsnog 6 joodse burgers. Vanaf 29 april 1942 moesten ook de joden in Winterswijk de gele Jodenster goed zichtbaar dragen. In juli 1942 werden er 100 rijwielen in beslag genomen, enkele weken later begon de inventarisatie hoeveel joden er tewerkgesteld waren bij landbouwers in de gemeente. De druk nam toe, wanneer de joden de verduisteringsvoorschriften negeerden werden zij direct gearresteerd. Een groep van 23 joden besloot toen om in het Korenburgerveen onder te duiken. Dit was allesbehalve een eenvoudige klus! Helpers moesten betaald worden, drie keten moesten ongezien worden gedemonteerd, vervoerd en weer opgebouwd, en worden voorzien van de hoogstnodige huisraad. Dat laatste gebeurde ’s nachts, het paard kreeg jutezakken om zijn voeten en het tuig van de kar om het geluid te dempen. Op 26 augustus 1942 vertrokken de eerste onderduikers naar het veen. De jongste een meisje van zes maanden, de oudste was haar 62 jaar oude oma.

De onderduikers waren afhankelijk van de hulp van omwonenden en kregen dit vooral van de families Vreeman, Elburg en Grevink. Hun boerderijen lagen op zo’n 500m van de schuilplaats. Zij brachten melk en vlees in melkbussen en water werd in kruiwagens vervoerd. Bakker te Bokkel uit het dorp zorgde voor het brood. Op een klein fornuis kon er gekookt worden, uit angst dat de rook hen zou verraden gebeurde dit zo min mogelijk. Veel mensen wisten van de onderduikers, er waren teveel betrokkenen. De buurtbewoners maakten zich zorgen over de strenge winters, zouden de onderduikers dat wel overleven? In februari 1942 was het namelijk -20 graden! Die vraag is uiteindelijk nooit beantwoord. Veel keus hadden de onderduikers niet, het waren voornamelijk gehele gezinnen voor wie een onderduikplaats erg moeilijk te vinden was. Men dacht dat de bevrijding snel komen zou, voor een korte periode leek het Korenburgerveen ideaal. De Duitsers durfden dit natuurreservaat niet zomaar te betreden, bovendien was het gebied niet vrij toegankelijk.

In de ochtenduren van 27 november 1942 was de opzichter van het Korenburgerveen, dhr. Uwland (destijds woonachtig in de boerderij Den Oppas), samen met twee opzichters van de ‘Vereniging tot behoud van Natuurmonumenten’ het veen ingetrokken. Men wilde de houtstand bekijken omdat er hout aan de Duitsers geleverd moest worden. Aan de zuidwestzijde van het Korenburgerveen ontdekten zij een pad dat erg veel belopen was. Uwland, normaal gesproken zeer nauwkeurig in zijn rapporten over het veen aan de opzichters, beweerde dit pad nooit eerder te hebben gezien. Op dat moment hoorde men lawaai en gingen de opzichters op onderzoek. Ze ontdekten toen de schamele houten barakken waar de Joodse mensen zich verborgen hielden. Ze schrokken van de grootte van deze groep en gaven de onderduikers de opdracht onmiddellijk te vertrekken, zij smeekten om hen niet te verraden, zij beloofden vervolgens niet direct in actie te komen. Toen Uwland de twee mannen van Natuurmonumenten terug naar de trein bracht, hebben ze hem het vuur aan de schenen gelegd, hij moest er maar voor zorgen dat die Joden de volgende ochtend echt weg waren. Uwland wist zich geen raad met de situatie, besloot raad te vragen bij dokter Jagerink. Deze had vanwege een spoedgeval geen tijd voor hem, waarop Uwland zich tot wachtmeester Aalders van de marechaussee wendde. Zo bereikte het verhaal uiteindelijk opperwachter Slotboom, Winterswijkse politie-inspecteur Feberwee en NSB burgermeester Bos.  Nog diezelfde avond werden de onderduikers gearresteerd. De onderduikers hadden intussen overlegd met boer Vreeman, wie het advies gaf even af te wachten gezien de belofte dat ze niet direct in actie zouden komen.

Hartog Meijler wist bij de arrestatie te ontsnappen, hij vluchtte het veen in. De 22 overige gevangenen werden in een veewagen naar het feestgebouw in Winterswijk gebracht (huidige schouwburg) waar ook de zussen van Hartog: Lenie en Emmy Meijler, wisten te ontkomen. Voor deze drie jongeren was dit gemakkelijker omdat zij alleen waren, zonder kinderen. De volgende dag om 05.30 uur bracht de Sicherheitsdienst de overige arrestanten naar het NS station voor transport naar Westerbork, tijdens het inladen van de koffers wist de 29-jarige Paul Romann ook te ontsnappen (hij werd echter al snel opnieuw gearresteerd). Een week later al werd de groep vanuit Westerbork naar Auschwitz getransporteerd, waar de meesten van hen op 11 december 1942 omkwamen in de gaskamers. Van de groep van 23 onderduikers overleefden uiteindelijk alleen Hartog, Lenie en Emmy  Meijler. Zij waren door meester Stroes (Wilhelminaschool) naar een onderduikadres in Vlaardingen gebracht. In totaal werden er 326 Joodse bewoners van Winterswijk vermoord.

Natuurlijk maakten de helpers zich ook zeer grote zorgen. Op 30 november en 1 december 1942 werden boer Elburg en Vreeman gearresteerd. Er was namelijk een melkbus in het veen gevonden. De verhoren en verslagen werden dusdanig afgezwakt dat de Sicherheitsdienst het hierbij heeft gelaten. Op 6 december kwamen beide mannen vrij. Het wrange van deze geschiedenis is misschien wel dat er geen nazi aan te pas is gekomen.. Dorpsbewoners die elkaar goed kenden voerden de arrestaties uit. Van Feberwee was bekend dat hij erg actief was, er zijn veel getuigenissen tegen hem. Na de oorlog werden opperwachter Slotboom, wachtmeester Aalders en Uwland in staat van beschuldiging gesteld. In de dossiers uit het archief voor Bijzondere Rechtspleging heeft Astrid kunnen vinden dat alleen Slotboom uiteindelijk is veroordeeld (voor meerdere zaken).

Na de lezing worden de namen van de verraden en vermoorde Joodse onderduikers opgelezen en is er een minuut stilte. Zondagmorgen is Astrid met belangstellenden bij het monument aan de Korenburgerveenweg geweest. De inscriptie eindigt met de woorden: ‘Moge deze boom (een Beuk) ons blijven herinneren en ons hoeden voor rassenwaan’. Hoe triest om te beseffen dat er helemaal niets is veranderd.. 24 november 2017: ruim 300 doden bij een aanslag op een moskee in Egypte. Gehaat en vermoord om wie je bent.

Winterswijk Openluchtspel: Dwarsliggers

Een week voor de aftrap van het Erfgoed Festival mocht ik mee met de BlogBus, een unieke previewtour langs diverse bijzondere locaties. Zo kwam ik op het spoor van ‘Theater over Grenzen’, een serie van tien theatervoorstellingen allemaal op hun eigen bijzondere en historische locatie. Eén ervan op een mij bekende plek, aan de Borkense Baan. En openluchtvoorstelling aan de grens, over grenzen. Na de ontdekkingsreis door het oude hertogdom Gelre schreef ik mijn eerste blog over deze theatervoorstelling. Donderdag 7 juni mocht ik vervolgens de première bijwonen van Dwarsliggers.

Even voor half negen nam ik plaats, een heerlijk zwoele avond. De tribune staat prachtig opgesteld aan de Kuipersweg, alsof je zelf midden op het spoor van de oude Borkense Baan bent gaan zitten! In de verte kwam een draisine langzaam op gang, de tribune tegemoet. Het geluid van de schitterende muziek kwam daarmee ook naderbij. Willem te Voortwis en Yolanda Tangelder zorgen vanaf deze oude spoorfiets voor prachtig gecomponeerde en gezongen ‘filmmuziek’. Ik vond de overgang van muziek naar dialoog, de draisine langzaam in zijn achteruit naar het verdwijnpunt van de Borkense Baan, de ruige natuur tegemoet en de klanken verliezend in de wind, zo ongelooflijk mooi!

Toneelvereniging T.O.E.P uit Kotten heeft weer hard gewerkt om ook van deze voorstelling een waar spektakel te maken. In Dwarsliggers doen leden van allerlei leeftijden mee, aan de hand van hun leeftijd, rol en tegenspeler praten zij Achterhoeks of Nederlands. Gelukkig dat mijn eigen opa en oma lange tijd in de Achterhoek hebben gewoond en ik zoveel mogelijk tijd bij hen doorbracht! Het dialect versta ik gelukkig prima. Loet had direct de lachers op haar hand, wat speelt deze vrouw fantastisch! In plat Achterhoeks liet ze flink van zich horen en nam ze het publiek mee in absurdistische situaties. Mijn buurvrouw op de tribune fluisterde mij trots toe dat Bark, de seinwachter, en zijn vrouw Nans in het dagelijks leven vader en dochter zijn. Er wordt prachtig gebruik gemaakt van de wandelpaden langs de Borkense Baan, postbode Ravel die vanuit de verte aan komt fietsen of juist weer vertrekt (niet alleen maar om de post te bezorgen overigens) en marskramer Sjoks die met zijn rugkorf komt aangewandeld om te venten, beiden gaven het geheel een nostalgische sfeer. Rond half tien was het tijd voor een pauze. Inmiddels begon de zon langzaam te dalen, vanaf het parkeerterrein (van alle gemakken voorzien) genoot ik even van de mooie kleuren in de lucht.

Na de pauze ben ik blijven staan, zo kon ik mooi achter de tribune langs lopen om vanuit verschillende ooghoeken mijn foto’s te maken. Voor de pauze kwamen Harry, Vonne, Kessi en Joost het toneel opgereden in hun camper, de stadsen. De clichés over en weer deden mij grijnzen, ik kreeg ze in het begin ook naar mijn hoofd  😉 en nu, na jaren woonachtig in de Achterhoek betrap ik mezelf er wel eens op dat ik sommige van die stadse gewoonten helemaal niet meer zo gewoon vind.. Achter de camper ligt inmiddels in de schemering de oude brandkolk, tegenwoordig kikkerpoel. In het mysterieuze blauwe schijnsel zorgen de kwakende diertjes voor extra sfeer bij dit openluchtspel. Zegge en Wieger hadden hun grootste ontdekking inmiddels gedaan, rijp om de Achterhoek te verlaten. Rak en Mus beleefden zo hun eigen avonturen met Kessi. Kleine Pork ging buiten de baan en verliet daarmee als één van de laatste kinderen het ouderlijk huis, op de voet gevolgd door haar oudste zus Efi, of moet ik zeggen Atalanta?

Een welverdiende staande ovatie en luid applaus klonk tot slot door het schemerdonker. Wat heb ik van deze avond genoten! Genoten van de komische scenes, de melancholie die we ongetwijfeld allemaal zullen voelen als we het absurdisme onder de loep nemen. Vooral de hele setting van Dwarsliggers, deze bijzondere historische plek in een al net zo speciaal stukje natuur, maakte deze avond voor mij een fantastisch avondje uit. De liedjes zijn klein en integer wat ze juist op deze plaats en manier van uitvoeren weer groots maakt. Ik ben zelf ‘vriend(in)’ van Theater de Storm en bezoek minstens 5 keer per seizoen een voorstelling in de schouwburg (stadse gewoonte?). Na vanavond heb ik mijzelf plechtig beloofd wat vaker naar uitvoeringen van plaatselijke toneelverenigingen in de Achterhoek te gaan, want ik kan nu met recht zeggen dat zij absoluut niet onder doen voor grote landelijke producties. Ik zou zeggen, koop snel een kaartje voor één van de nog komende drie voorstellingen!

Klik hier voor mijn eerdere column over Dwarsliggers

 

 

IMG_8016
Willem te Voortwis, Yolanda Tangelder, Karin Sikkink en Yvonnde de Wit
DSC_0640
Marskramer Sjoks
DSC_0654
Bark en Nans
IMG_8019
Tijdens de pauze geniet ik van de prachtige lucht.
DSC_0657
Postbode Rafel
DSC_0740
Rak en Mus

Het geheim van de Ravenhorst

Onlangs is het nieuwe boek van Christine Linneweever – Auteur verschenen met de titel ‘Het geheim van de Ravenhorst’. Zaterdag 10 februari wordt het allereerste exemplaar van deze historische jeugdroman uitgereikt bij Boekhandel Kramer te Winterswijk. Niet zonder reden, want de Ravenhorst stond ooit aan de rand van het dorp. Hans Tenbergen mag dit bijzondere exemplaar in ontvangst nemen. Hij is beheerder van de website Oud-Winterswijk en weet enorm veel over deze plaats.

Ik was vroeger verzot op historische jeugdboeken, en lees nog graag literatuur met een stukje geschiedenis erin verweven. Zo las ik bijna alle boeken van Thea Beckman, waarvan Stad in de storm mijn favoriet was. Momenteel lees ik de trilogie van Hilary Mantel, ‘Een Veiliger Oord’, over de Franse Revolutie. Ik zag bij Achterhoek Nieuws Winterswijk het persbericht voorbijkomen over de boekpresentatie Het geheim van de Ravenhorst boekpresentatie, en las zo dus voor het eerst over De Ravenhorst.

De Ravenhorst is een voormalige (niet erkende) havezate en kasteel in het noorden van Winterswijk (gemeente). Deze havezate was sinds de twaalfde eeuw het bezit van Godeschalc van Rhemen en zijn vrouw Jutte. Ondanks dat latere nazaat Gert van Rhemen als bezitter van het stamhuis werd gezien, noemde zijn broer Evert van Rhemen zich sinds 1375 Heer van Ravenhorst. Het aanzienlijke slot dat hier dus in de middeleeuwen stond, brandde rond 1500 volledig af tijdens toen plaatsvindende opstanden in de Nederlanden. Omstreeks 1750 werd het inmiddels herbouwde huis en de 14 bijbehorende boerderijen gekocht door Lubbert Hesselink en zijn vrouw Martha Laerberg (Scholte Hesselink), van de laatste heer van Ravenhorst, Joost Hendrik van Asbeck. Het kasteel werd waarschijnlijk niet lang daarna afgebroken. Op het erf heeft aan de linkerkant een watermolen gestaan, dit is te zien op een kaart uit 1654 van het Graafschap Zutphen. In 1847 wordt de molen beschreven door Winand Staring (geoloog, zoon van de beroemde dichter) naar aanleiding van klachten over overstromingen. Hierin is te lezen dat Staring na onderzoek adviseerde de molen een diameter van 4,4 meter en 42 schoepen geheel weg te ruimen. In 1870 heeft men hier gehoor aan gegeven en de molen afgebroken. Tot eind 1920 was er nog een stuw, nu is er niets meer te zien.

Bernard Stegeman schrijft in zijn ‘Het oude kerspel Winterswijk’ uitvoerig over de Havezate Ravenhorst en diens eigenaren.
Rondom de Ravenhorst waren er regelmatig gevechten tussen verschillende edellieden die dachten aanspraak te kunnen maken op deze oorspronkelijke roofridderburcht. Roofridders misbruikten hun macht om er zelf financieel beter van te worden, zoals bijvoorbeeld de leenheren die langs de Rijn woonden deden door koopvaardijschepen tegen te houden en tolgeld te eisen zonder daarvoor gemachtigd te zijn. De roofridders van de Ravenhorst waren hierom berucht in de hele streek vanwege hun plunderingen. De echte reden om de burcht in bezit te willen krijgen was waarschijnlijk toch de legendarische schat van de Ravenhorst! Tot op heden die die schat nooit gevonden, dat hij bestaat wordt niet aan getwijfeld aangezien deze beschreven wordt in een bundel procesakten uit het jaar 1700.

In ‘Het Geldersch Sagenboek’ van J.R.W. Sinninghes staat een prachtige sage over de Ravenhorst en deze geheimzinnige schat. Gery Groot Zwaaftink vertelde de sage voor het tv-programma Een wagen vol verhalen. Nu is er dus een prachtig nieuw verhaal bijgekomen! Het boek van Christine Linneweever – Auteur, ‘Het geheim van de Ravenhorst’.

Is dan echt alles verdwenen van de Ravenhorst? Nee, er is nog één rijksmonument in Winterswijk dat onderdeel was van de oude havenzate, namelijk de Korenspieker aan de Ravenhorsterweg. Deze korenspieker is één van de laatste twee vakwerk korenspiekers van Nederland en heeft dus een grote cultuurhistorische waarde. Na een jarenlange intensieve en liefdevolle restauratie is het omgetoverd tot een modern comfortabel vakantiehuis. Ik ben heel benieuwd naar het leesboek van Christine! Het wordt gepubliceerd door Uitgeverij Kluitman, bekend van heel veel geweldige boeken. Zo was ik vroeger verzot op de verhalen van de Kameleon waarvan ik 66 delen in de boekenkast heb staan. Zelf moet ik helaas werken, anders was ik zeker even naar de boekpresentatie gegaan. Ik weet in elk geval alweer een beetje meer over het verhaal van de Ravenhorst. De Achterhoekse streek staat bol van de prachtige sagen en legendes!

korenspieker

Achterhoekse Troubadour op Zomertour

Woensdagavond 2 augustus beloofde een bijzondere avond te worden bij Terras Zonder Naam, het boerderijterras van Leoni Haeke in Winterswijk. Troubadour Gery Groot Zwaaftink is op tour door de Achterhoek, en deze avond gaf hij hier een voorstelling. Het weer is deze week niet bepaald zomers te noemen. Gelukkig is dat bij Terras Zonder Naam geen enkel probleem, want binnen in de verbouwde schoppe is het gezellig vertoeven. Toen ik het pad naar de boerderij opreed, zag ik de authentieke woonwagen van Gery al staan. Met deze wagen vol verhalen trekt hij in de zomermaanden dus door de Achterhoek, langs campings en boerderijterrassen om de mensen te vermaken. Ik vond dit een mooie gelegenheid voor een nieuwe Janette’s Nabeschouwing column op de website Trikker.

Gery Groot Zwaaftink is in 1987 voorzichtig begonnen als troubadour. Het vertellen van langere verhalen is daar later bijgekomen, nadat hij geïnspireerd was geraakt door twee mannen die hij ontmoette in Lochem. Gait Postel uit Zwiep vertelde fantastische verhalen over de Witte Wieven, en Tob de Bordes gaf geweldige solo theatervoorstellingen in zijn huis De Witte Veer in Epse. Eind jaren ’80 trok Gery heel Nederland rond met Pieter Baalbergen in diens woonwagen, getrokken door twee fjorden. Pieter had een straat-theateract, en Gery verzorgde de muzikale omlijsting met zijn gitaar. Samen met zijn vrouw kocht hij later een eigen paard en huifkar. Sinds drie jaar toert hij rond met deze woonwagen, getrokken door een kleine rode tractor. Vanaf 1994 is het zijn beroep, eigen liedjes zingen en verhalen vertellen. Inmiddels zijn er drie cd’s verschenen, vier stripboeken, zoals ‘De Legende van de Witte Wieven’, en ‘De draak van Gelderland’. Van deze twee strips is inmiddels zelfs een luister cd gemaakt. In opdracht van Stichting Welzijn Brummen zijn er op 12 oktober 2016 opnames gemaakt van een hoorspel. Ik weet nog goed hoe ik zelf ik mijn jeugd elke zondagochtend om 08.00 uur luisterde naar Radio Heksennest van de KRO. Daar was ook een wekelijks hoorspel over Wim en Hollie uit Heksennest en hun zoon Dirk-Hendrik. Geweldig vond ik dat! Volgens mij houdt iedereen van verhalen luisteren.. Hopelijk wordt het hoorspel ooit weer hartstikke hip! Gelukkig hebben we veel mooie sagen en legendes in de Achterhoekse streek. Ik was dan ook erg benieuwd naar de voorstelling van deze avond.

Ik heb werkelijk van iedere minuut genoten! Het was een afwisselende avond met liedjes en verhalen. Mooie liedjes, begeleid op gitaar en soms ook mondharmonica. Het deed me denken aan Bob Dylan. Eigen teksten die me ontroerde en aan het lachen maakte. Zo hebben we een nieuw Achterhoeks woord geleerd: roezel’n! Gery kan ook prachtig vertellen, en alle gasten luisterden dan ook zeer aandachtig. Niet voor niets heeft Gery de Sagensafari Winterswijk ingesproken, een spannende autorit met streekverhalen en muziek. Deze voorstelling duurde een kleine twee uur, inclusief een korte pauze. Na het laatste liedje kwam er nog een verzoek voor een laatste verhaal voor het slapen gaan en we krijgen een mooie toegift. Na afloop kwam Gery er gezellig bij zitten en ontstond er een gezellig gesprek, natuurlijk in dialect. Na de zomermaanden treed hij vooral op voor groepen mensen en kinderen. Voor de klas, in verpleeghuizen, op bruiloften en tijdens evenementen. Gery vertelt ons over de tijd dat zijn kinderen nog kleiner waren en hoe ze toen als gezin schimmenvoorstellingen gaven. Gery vertelde het verhaal, en de kinderen beelden het uit vanachter een laken in de verduisterde wagen met papieren poppen.

Wil jij weten wat ‘roezel’n’ betekent? Ga dan vooral eens naar een voorstelling van Gery Groot Zwaaftink. Daar zul je zeker geen spijt van krijgen. Op zijn eigen website kun je een aantal prachtige liedjes downloaden en delen.

DSC_1450