Ontmoet de Achterhoek, etappe Haarlo – Eibergen.

Een zonnige lentedag met een vrije middag. Daar paste 22 april deze ruim tien kilometer lange wandeling prima in, zeker gezien ik een lift kreeg naar het beginpunt in Haarlo. Een dorpje dat ik oppervlakkig kende van het televisieprogramma Zomer in Gelderland. Ik was aangenaam verrast toen bleek dat dit zelfde dorpje ooit landelijk nieuws was vanwege de muntschat.

Op het erf van boer Memelink werden in 1980 maar liefst 1100 munten gevonden uit de dertiende eeuw! Een deel van de munten ligt tentoongesteld bij Museum de Scheper in Eibergen. Rondom een berg ingekuild veevoer moest een geul worden gegraven, zoon Jan (22 jaar) ging hier mee aan de slag. Hij vond tijdens het graven ronde groene schijfjes? Na wat krabben en poetsen bleken het zilveren munten te zijn. Herman Schepers, oprichter van Museum de Scheper, werd uitgenodigd om te komen kijken. Voorzichtig verder graven resulteerde in de vondst van ruim 1100 munten die verpakt moeten zijn geweest in wat ooit een stenen kruik was. Men vond hiervan de scherven, en het hooi waarmee de kruik vermoedelijk gevuld was. De groene aanslag kwam omdat het zilver vermengd was met koper, wat wijst op vervalsingen. De munten werden vermoedelijk rond het jaar 1280 begraven.

In de Middeleeuwen was het niet ongewoon dat de Gelderse heren op eigen kosten Engelse munten nabootsten. Zij voorzagen de munten van buitenlandse afbeeldingen en teksten en brachten zo niet te traceren zwart geld in omloop. De winst van deze valsmunterij staken zij uiteraard in eigen zak. De muntenvondst (een groot aantal vervalsingen) betrof Engelse en Schotse penny’s, Franse, Brabantse en Gelderse munten en een groot aantal penningen o.a. uit Münster en Recklinghausen. Bij gebrek aan banken verstopten de meeste mensen destijds hun kostbare bezittingen onder de grond. Het grootste gedeelte van de munten werd geveild. Een selectie van 60 munten en de gerestaureerde kruik gingen naar Museum de Scheper. De vondst haalde zelfs het NOS journaal. Het was dan ook één van de grootste vondsten ooit in Nederland. Boer Jan begon van de opbrengst een bedrijf in Denemarken.

Vanuit Haarlo wandelde ik al snel via de Avinkstuw langs de Berkel. Een groepje kanovaarders gingen juist het water op. Aan de zijkant van de stuw ligt een mooie vispassage. De meeste boeren hebben de akkers geploegd wat een strak lijnenspel oplevert. Aangekomen bij de Eibergseweg, ging ik eerst even een klein stukje ‘de verkeerde kant’ op. Ik was benieuwd naar nummer 58. Zowel de boerderij als vrijstaande schuur zijn geregistreerd als Rijksmonument. De schoppe is inderdaad prachtig! Even verderop staat in het land nog een fantastische oude schuur, deze is echter overgeleverd aan Moeder Natuur. De zaterdagweg is een dromerig en opvallend stoffig zandweggetje. Het deed me denken aan de fietstochtjes met mijn opa naar zijn gehuurde weiland in het Korenburgerveen. Sommige zomers was het zand zo mul dat we amper vooruit kwamen.

Na het oversteken van de Twenteroute via twee trappen, liep ik al snel weer in landelijk gebied. Het buitengebied van Eibergen, en even later door de bebouwde kom. Er was veel te zien onderweg. Zo passeerde ik botenhuis ’t Vonder. Eigenhandig gebouwd door de (vrijwillige) schippers van de berkelzomp. Het lag er helaas verlaten bij. Aan de Haaksberseweg, bij hotel de Kastanjefabriek was het een heel stuk drukker! In 1834 bouwde de Belgische industrieel Bouquié deze fabriek. Die staat ook nu nog in de volksmond bekend als de kastanjefabriek. Hij zou er een weverij in vestigen, waar rond de 150 weefgetouwen stonden. Op een gegeven moment werd er werk geboden aan 300 mensen. Rond deze fabriek aan de Haaksbergseweg stonden kastanjebomen, vandaar de naam. Later was het van de familie Prakke. Over hen vond ik een prachtig artikel, te lezen via de link onderaan mijn fotovertelsel.

Even later wandelde ik weer langs de Berkel. De dikke dame staat klaar in haar badpak, de wapperende Achterhoekse vlag een paar meter verder. Wandelpark de Maat is het laatste groene stuk van deze etappe. Daar trof ik een laatste interessant object, een standbeeld geplaatst in 1983. Het toont twee figuren die ergens onder schuilen. Schuilen voor een atoomaanval. In 1983 was dit een reële angst, het was tenslotte het hoogtepunt van de Koude Oorlog. Toen de gemeente Eibergen destijds de ondergrondse parkeergarage aan de Grotestraat wilden bouwen, konden zij subsidie krijgen om deze als atoomschuilkelder te bouwen. Al snel werd hier tegen geprotesteerd. Het Energie Komitee Oost Gelderland (EKOG) wist tientallen burgers en zelfs de  anti-kern-energiebeweging uit Nijmegen achter zich te krijgen. Het bouwterrein werd bezet, en de landelijke media kwam verslag doen. Ondanks alles wordt de parkeergarage toch gebouwd en gaat men weer over tot de orde van de dag. Het actiecentrum van het EKOG op de hoek Kerkstraat/De Hagen kreeg er als nevenactiviteit een kringloopwinkel bij. Daaruit ontstond het tegenwoordige Kringloopcentrum Aktief. Mooi, al deze stukjes tastbare geschiedenis in de Achterhoekse streek!

http://www.historischekringeibergen.nl/het-huis-van-mevrouw-betsie/

Ontmoet de Achterhoek, etappe Rietmolen naar Rekken.

Voordat ik van start ging in Rietmolen, maakte ik eerst een korte tussenstop in Neede. Ik wilde graag eens kijken bij Natuurpark Kronenkamp. In 2019 stond dit project in de top 3 van genomineerden voor de Gouden Gelderse Roos. De voormalige rioolwaterzuivering van Neede was al sinds 2003 niet meer in gebruik. Een aantal Needenaren zagen kansen in het overwoekerde terrein met de vervallen gebouwen. Samen met de omwonenden maakten zij een plan voor een natuurpark. Zo is de voorgistingstank een winterverblijf voor vleermuizen geworden en een filter van 300 m² functioneert nu als bezoekerscentrum waar de geschiedenis van Neede op 24 panelen wordt weergegeven. Hier is tevens de grootste vleermuizenexpositie van Nederland!

Er is op het veilig gemaakte terrein een heuvel gevormd met daarin een klein openluchttheater wat ook als klaslokaal kan worden gebruikt. Een stuk natuurvriendelijke spouwmuur bied een beschutte plek aan insecten, vogels en ook vleermuizen. Vanaf de uitkijkheuvel zie je meteen de prachtige vleermuis in het metselwerk. Sinds 2018 is dit alles een gemeentelijk monument, daarmee is de toekomst van dit project gewaarborgd. Mijn vader werkte een groot deel van zijn leven bij rioolwaterzuivering De Bilt. Als kind heb ik heel wat uren op dat terrein doorgebracht. Erg leuk om te zien hoe Neede dit stukje industrie heeft omgezet in een prachtig en functioneel natuurpark.

De bushaltes van Rietmolen zijn voorlopig niet bereikbaar. Ik stapte uit bij Brammelo Roerink aan de Eibergsestraat. Een klein stukje verderop, bij de Assinkweg, pakte ik de route op. De vorige keer liep ik namelijk al het beginstukje vanuit Rietmolen in tegengestelde richting. Toen ik van huis wegfietste was het precies 0°C! Inmiddels stond de zon fier aan de hemel en kleurde de lucht helblauw. Op een doordeweekse dag kom je meestal niet heel veel andere wandelaars tegen. Dat vind ik eerlijk gezegd wel prettig. Dan kan ik me ongestoord helemaal onderdompelen in de natuur.

Al snel liep ik over prachtige kleine wandelpaadjes, al slingerend over Landgoed Het Lankheet. Het gebied is zo’n 500 ha groot. Het bestaat voornamelijk uit naaldbos, heide, hoogveen en vennen. Het (provincie) grensoverschrijdende landgoed tussen Haaksbergen en Eibergen heeft een geschiedenis die teruggaat tot het jaar 1188. Anderzijds zie je hier ook de meest moderne technieken op het gebied van waterzuivering, energiewinning, multifunctionele klimaatbossen, houtteelt, jeugdeducatie en jeugdzorg, kunst en theater. Ik zie inderdaad veel nieuwe aanplant in het bos. Ik was wederom aangenaam verrast door de mooie omgeving. Deze ‘achterhoek’ van de Achterhoek kende ik nog niet zo goed. Ergens in de verte hoorde ik twee vrouwen praten en lachen. Ze zaten op een prachtig plekje te lunchen, onder een grote boom aan de rand van de heide. Een eindje verderop volgde ik hun voorbeeld. Ik kan mezelf dan zo ontzettend bevoorrecht voelen.. Om zomaar op een doordeweekse dag op zo’n fantastische plek in het zonnetje mijn verse boterhammen te kunnen eten. Wat hebben we het goed!

In Het Lankheet is in 1999 weer begonnen met ‘het op traditionele wijze bevloeien van graslanden’. Zogeheten vloeimessen (halfronde ijzeren plaat aan een steel) worden gebruikt om het water in de vloeigoot te stuwen en zo geleidelijk over de graslanden te laten stromen. Het betreft een middeleeuws watersysteem waarbij lokale kwel -rijk aan kalk en mineralen- werd gebruikt om graslanden te bevloeien bij wijze van natuurlijke bemesting. Het opstuwen van water activeert het ‘verborgen’ ondergrondse watersysteem. Bronnen ‘ontwaken’, bodems van ooit drooggevallen beekjes vullen zich. Er zijn nog maar twee locaties in Nederland waar deze oude techniek wordt toegepast, op Het Lankheet en De Pelterheggen in Noord-Brabant. De techniek maakt dan ook officieel onderdeel uit van de nationale Inventaris Immaterieel Erfgoed. Met de komst van de kunstmest in de 20e eeuw is deze historische wijze van bemesten verdwenen. Het water moest nu juist van het grasland af om te voorkomen dat de dure kunstmest zou wegspoelen. Het grondwaterpeil daalde sindsdien enorm. Ik ga zeker nog eens kijken in het Twentse Waterpark. Vooralsnog is het Achterhoekse deel enorm genieten. Ik hoor allerlei vogels kwetteren en fluiten en zie de mooiste mossen en planten. Na even speuren heb ik de kloppende Bonte Specht gevonden.

Naarmate de wandeling volgde, werd het landschap meer open. Ik kwam langs boerderijen, ontdekte twee oude schuurtjes en liep een eindje langs de Koffiegoot. Officieel heet het beekje dat naar de Berkel stroomt de Middelhuisgoot. In de volksmond wordt het stroompje echter de “Koffiegötte” genoemd vanwege het bruine water, dat vanuit het Haaksbergseveen werd aangevoerd. Toch is het water niet vies. Waterschap Rijn en IJssel heeft in de Koffiegoot de zeldzame modderkruiper, bittervoorntjes, beekdonderpad en de beekprik gevonden. Mooi bewijs dat het water in de goot steeds zuiverder wordt!

Tot slot doemde in de verte de Piepermolen en kerktoren van Rekken op. De Piepermolen is vernoemd naar de familie Pieper die de molen van 1907 tot 1965 in bezit had. Nog een laatste foto van het prachtig nostalgisch bushokje gemaakt, inmiddels bekend als ‘Rekken Centraal’. Het bushokje zoals dat eerder bij tbs-kliniek Oldenkotte stond, is helemaal in de oude GTW-kleuren teruggebracht. Het gietijzeren haltebord is een schenking van het ov-museum in Doetinchem. De Rekkense smid Tim Vos heeft er een passende paal voor gemaakt. Die is zwart gelakt, zoals ooit standaard was bij de GTW-bushaltes.