Winterswijk Openluchtspel: Dwarsliggers

Een week voor de aftrap van het Erfgoed Festival mocht ik mee met de BlogBus, een unieke previewtour langs diverse bijzondere locaties. Zo kwam ik op het spoor van ‘Theater over Grenzen’, een serie van tien theatervoorstellingen allemaal op hun eigen bijzondere en historische locatie. Een ervan op een mij bekende plek, aan de Borkense Baan. En openluchtvoorstelling aan de grens, over grenzen. Na de ontdekkingsreis door het oude hertogdom Gelre schreef ik mijn eerste blog over deze theatervoorstelling. Donderdag 7 juni 2018 mocht ik vervolgens de première bijwonen van Dwarsliggers.

Even voor half negen nam ik plaats, een heerlijk zwoele avond. De tribune stond prachtig opgesteld aan de Kuipersweg, alsof je zelf midden op het spoor van de oude Borkense Baan zat! In de verte kwam een draisine langzaam op gang, de tribune tegemoet, het geluid van schitterende muziek naderbij brengend. Willem te Voortwis en Yolanda Tangelder zorgden vanaf deze oude spoorfiets voor prachtig gecomponeerde en gezongen ‘filmmuziek’. Ik vond de overgang van muziek naar dialoog, de draisine langzaam in zijn achteruit naar het verdwijnpunt van de Borkense Baan, de ruige natuur tegemoet en de klanken verliezend in de wind, zo ongelooflijk mooi!

Toneelvereniging T.O.E.P uit Kotten had hard gewerkt om van deze voorstelling een waar spektakel te maken. In Dwarsliggers deden leden van allerlei leeftijden mee, aan de hand van hun leeftijd, rol en tegenspeler praten zij Achterhoeks of Nederlands. Gelukkig dat mijn eigen opa en oma lange tijd in de Achterhoek hebben gewoond en ik zoveel mogelijk tijd bij hen doorbracht! Het dialect versta ik gelukkig prima. Loet had direct de lachers op haar hand, wat speelde deze vrouw fantastisch! In plat Achterhoeks liet ze flink van zich horen en nam ze het publiek mee in absurdistische situaties. Mijn buurvrouw op de tribune fluisterde mij trots toe dat Bark, de seinwachter, en zijn vrouw Nans in het dagelijks leven vader en dochter zijn. Er werd ook prachtig gebruik gemaakt van de wandelpaden langs de Borkense Baan, postbode Ravel die vanuit de verte aan kwam fietsen of juist weer vertrok (niet alleen maar om de post te bezorgen overigens) en marskramer Sjoks die met zijn rugkorf kwam aangewandeld om te venten, beiden gaven het geheel een nostalgische sfeer. Inmiddels begon de zon langzaam te dalen, en genoot ik extra door alle mooie kleuren in de lucht.

Na de pauze ben ik blijven staan, zo kon ik mooi achter de tribune langs lopen om vanuit verschillende ooghoeken mijn foto’s te maken. Voor de pauze kwamen Harry, Vonne, Kessi en Joost het toneel opgereden in hun camper, de stadsen. De clichés over en weer deden mij grijnzen, ik kreeg ze in het begin ook naar mijn hoofd  😉 en nu, na jaren woonachtig in de Achterhoek betrap ik mezelf er wel eens op dat ik sommige van die stadse gewoonten helemaal niet meer zo gewoon vind.. Achter de camper lag inmiddels in de schemering de oude brandkolk, tegenwoordig kikkerpoel. In het mysterieuze blauwe schijnsel zorgen de kwakende diertjes voor extra sfeer bij dit openluchtspel. Zegge en Wieger hadden hun grootste ontdekking inmiddels gedaan, rijp om de Achterhoek te verlaten. Rak en Mus beleefden zo hun eigen avonturen met Kessi. Kleine Pork ging buiten de baan en verliet daarmee als één van de laatste kinderen het ouderlijk huis, op de voet gevolgd door haar oudste zus Efi, of moet ik zeggen Atalanta?

Een welverdiende staande ovatie en luid applaus klonk tot slot door het schemerdonker. Wat heb ik van deze avond genoten! Genoten van de komische scenes, de melancholie die we ongetwijfeld allemaal zullen voelen als we het absurdisme onder de loep nemen. Vooral de hele setting van Dwarsliggers, deze bijzondere historische plek in een al net zo speciaal stukje natuur, maakte deze avond voor mij een fantastisch avondje uit. De liedjes waren klein en integer wat ze juist op deze plaats en manier van uitvoeren weer groots maakte. Ik ben zelf ‘vriend(in)’ van Theater de Storm en bezoek minstens 5 keer per seizoen een voorstelling in de schouwburg (stadse gewoonte?). Na vanavond heb ik mijzelf plechtig beloofd wat vaker naar uitvoeringen van plaatselijke toneelverenigingen in de Achterhoek te gaan, want ik kan nu met recht zeggen dat zij absoluut niet onder doen voor grote landelijke producties.

Klik hier voor mijn eerdere column over Dwarsliggers

 

IMG_8016
Willem te Voortwis, Yolanda Tangelder, Karin Sikkink en Yvonnde de Wit
DSC_0657
Postbode Rafel

Bronckhorst, Applaus voor Doctor. J.H.TH de Jong

Tijdens een bezoek aan het Charles Dickensmuseum jaren geleden, was ik zelf getuige van de metamorfose die eigenaar Sjef de Jong regelmatig onderging. Een dikke laag make-up was absoluut niet nodig, de imposante man trok een lange zwarte jas aan, zette een hoge zwarte hoed op, pakte zijn houten wandelstok en Ebenezer Scrooge was geboren! Het was rond de kerstperiode, en Sjef alias Scrooge vertelde vol passie het kerstverhaal in het sfeervolle kleine theaterzaaltje van het Dickens Museum. Met name deze voordrachten waren zijn grote passie. Deze vonden het hele jaar door plaats, soms wel voor drie groepen per dag.

Charles Dickens werd geboren in 1812, en tijdens zijn 200e geboortejaar in 2012 vierden Sjef de Jong en zijn vrouw Alie het 25-jarig jubileum van hun museum. In 1987 kwamen zij in deze authentieke stadsboerderij te Bronckhorst wonen. Hier besloten zij hun lang gekoesterde droom te verwezenlijken: het inrichten en exploiteren van een museum geheel gewijd aan de Engelse schrijver Charles Dickens. In 1988 was de opening, beperkt tot de ruimte waar nu het winkeltje is. Uitbreiding volgde al snel en was mede mogelijk door de Londense Pickwick Bicycle Club (oudste Dickens vereniging ter wereld), die in 1988 een groot geldbedrag aan het museum schonken. In 2007 verhuisden Sjef en Alie drie huizen verderop, en kon het gehele boerderijtje als museum worden ingericht. Eigenlijk is het één grote Dickens-kijkdoos! Een rariteitenwinkel met in elk vertrek taferelen uit een bepaald Dickens boek. In 2004 werd het theaterzaaltje met zijn 50 zitplaatsen gerealiseerd, waar langs de wanden, achter glas, prachtige porseleinen tafereeltjes uit diverse Dickens verhalen staan. Deze zijn gemaakt door de Engelse kunstenares Eva Poray.

Na 30 jaar is op zondag 15 oktober 2017 het doek definitief gevallen voor het Dickens museum, vanwege leeftijd en bijkomende gezondheidsklachten van de nu 86-jarige Sjef. Sinds 2015 hebben zij intensief gezocht naar een opvolger voor het museum, eerst regionaal en later zelfs over de hele wereld. Dit is helaas niet gelukt. Het pand is verkocht, en voor de prachtige collectie, waaronder ook de originele handgesneden wandelstok ooit van Dickens zelf (gekocht bij Sotheby’s voor €25.000) , wordt nog een ander onderkomen gezocht. Zoon Dirk kan en wil het museum niet voortzetten. Hij is wel degelijk besmet geraakt met het Dickens-virus en de sluiting gaat hem natuurlijk aan het hart. Het is echter het levenswerk van zijn vader op zijn eigen specifieke manier, en is niet door iemand anders te evenaren. Het museum werd de laatste jaren draaiende gehouden door zeven vrijwilligers. Deze zondag heb ik voor de allerlaatste keer een bezoek gebracht aan Bronckhorst en dit bijzondere museum.

Op de zolder van het museum staan prachtige levensgrote beelden van karakters uit de verhalen van Charles Dickens, zoals de zakkenroller Fagin uit het verhaal Oliver Twist en Miss Havisham in haar door muizen aangevreten trouwjapon uit Great Expectations. Ze zijn door Sjef overgenomen van het Dickens Centre in het Engelse Rochester dat na 25 jaar hun deuren sloot. Rochester ligt in het graafschap Kent, en speelde een belangrijke rol in het leven van Charles Dickens. Hij bracht er zijn jeugd en tevens zijn laatste jaren door in het huis Gads Hill Place. Deze aankoop was erg belangrijk voor het museum in Bronckhorst, op het Europese vasteland is er geen uitgebreidere collectie te vinden. In Bronkhorst denken ze ook een nauwe band te hebben met Dickens. In The Pickwick Papers komt een koster Gabriël Grub voor (inspiratie voor het latere karakter Scrooge), die op dat moment ook in Bronkhorst te vinden is. Gabriël de Graaf was een doodgraver. Brompot, dronkaard en zo geobsedeerd door geld dat hij zelfs op kerstavond nog graven delfde! Op een kerstavond verdween hij spoorloos, om jaren later ineens weer op te duiken als een hervormd persoon.

De in Den Haag geboren Sjef de Jong richtte niet alleen het Dickens Museum op. In 1979 richtte hij de Kamer voor Consumenten-, en Burgerbelang op, naar aanleiding van zijn proefschrift waar hij als ziekenhuiseconoom op promoveerde tot doctor. Zelfs in dit werk ‘De maatschappelijke waarde van de onderneming’ verwerkte hij de ideeën van Charles Dickens. Tevens was hij directeur van het Slingeland ziekenhuis in Doetinchem. Door allerlei perikelen kwam hij aan de kant te staan. In deze periode groeide zijn waardering voor het werk van Charles Dickens uit tot een ware passie. Evenals de grote schrijver zette de Jong zich in voor de minderbedeelden door boeken te publiceren over economie en in Den Haag tegen allerlei dingen te protesteren, natuurlijk in 19e eeuws tenue. Zo was hij bijvoorbeeld in 2011 ook te vinden in Amsterdam op het Beursplein om de Occupiers een hart onder de riem te steken.

Het was een uitdrukkelijke wens van Sjef dat de collectie bij elkaar blijft, het liefst op Nederlandse bodem. Dat is gelukt, Het Land van Jan Klaassen in Braamt nam haast alles over. Echtgenote Alie de Jong- Krabbenbos ontving in september 2017 tijdens een vergadering over het Dickens evenement in Bronkhorst twee prachtige schilderijen als dank voor alles wat zij en Sjef gedaan hebben voor het Ondernemersgilde Bronkhorst. Met pijn in het hart moest de Achterhoek afscheid nemen van een heel bijzonder museum. Anderzijds kan Bronkhorst trots zijn dat het 30 jaar de thuishaven was van Ebenezer Scrooge!

DSC_0621

DSC_0607-2

Zutphen: De jonkvrouw in de toren

Open Monumentendag in 2017 had als thema ‘Boeren, Burgers en Buitenlui. Dat sprak mij wel aan uiteraard! Van oudsher was dit de slogan waarmee de stadsomroeper de aandacht van het publiek trok. Thonis van Grol was stadstrompetter van Zutphen, en wist ook de aandacht van het publiek te trekken. Die zaterdag bezocht ik de plaats waar hij ooit woonde. Thonis van Grol had de bijnaam ‘Drogenap’. Nu wordt het monument dat ik heb bezocht wellicht al herkenbaarder? Inderdaad! De Drogenapstoren.

Tijdens zijn dagen als stadstrompetter en stadsmuzikant woonde hij in de stadstoren ‘de Saltpoort’. Hij woonde ter hoogte van de trans zodat hij als trompetter alarm kon slaan als de vijand in aantocht was. In de volksmond kreeg de Saltpoort toen de bijnaam Drogenapstoren. Maar hoe kwam Thonis van Grol aan die bijnaam Drogenap? Die kan hij gekregen hebben omdat hij graag een borrel lustte, een nap was namelijk een drinkbeker. Echter noemde men een portemonnee destijds ook een nap, dus kan het ook zo zijn dat hij arm was. Waarschijnlijk was door zijn passie voor de fles, zijn portemonnee dus meestal leeg. Thonis woonde in de toren rond 1555 en had een prominente plaats in de geschiedenis. De Saltpoort is gebouwd in 1444- 1446. Grenzend aan de Berkel had deze poort een verbinding met de Markt. Dat was nuttig omdat er vlakbij de poort koggeschepen met zout aanlegden. Dit kostbare conserveringsmiddel werd verhandeld op de ‘Saltmarkt’ (de huidige zaadmarkt). De originele torenspits was bij de bouw wat mager uitgevallen, en daarom werd er in 1465 een hoge met leien gedekte spits geplaatst. Hij heeft maar kort als stadspoort dienstgedaan. Ten opzichte van de Spittaalspoort werd deze toren te weinig gebruikt, om het salaris van de poortwachter te besparen werd de Saltpoort dichtgemetseld. Hij bleef wel als uitkijktoren dienst doen. De torenspits die in 1465 was geplaatst had een windvaan met de beeltenis van een engel en een trompet. Heel even genoot de toren toen de bijnaam ‘Engelenburg’. In 1555 kwam Thonis van Grol in de toren wonen, en kreeg de toren al snel zijn nieuwe bijnaam, die eeuwenlang zou overleven.

Thonis woonde er als ambtenaar gratis, dat was toen de gewoonte. Maar hij woonde er niet alleen want in de toren werden ook mensen gevangen gezet. De tralies zijn nog altijd voor de ramen aanwezig. In 1887 begon men in Zutphen met de aanleg van een waterleidingnetwerk, en werd de Drogenapstoren ingericht als watertoren. Op het bestaande metselwerk werd een nieuw gedeelte opgetrokken, hierop kwam een ijzeren torenspits met houten betimmering en leibedekking. In de toren kwamen uiteindelijk 3 reservoirs. In 1928 werd de rol als watertoren overgenomen door de huidige watertoren aan de Warnsveldseweg. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de toren gedeeltelijk opgeblazen. De Duitsers hadden er geen enkele weet van dat toen de wapenvoorraad van het verzet werd vernietigd! In de jaren ’60 kreeg de toren een nieuwe spits die in de originele stijl werd gebouwd. De karakteristieke dakkapelletjes werden uit kostenbesparing achterwege gelaten. In 1983 heeft men de toren tot woning omgebouwd en werd deze jarenlang bewoond door de gemeentevoorlichter.

Sinds een aantal jaren wonen Laura en haar dochter in de Drogenapstoren, en die Open Monumentendag zette zij de voordeur van hun bijzondere woonhuis open. De broer van Laura had de functie van poortwachter op zich genomen, liet de vele belangstellenden in kleine groepjes van 20 mensen naar binnen. Via een houten trap kwamen we in de huiskamer van Laura, waar eerst even een formuliertje voor de gemeente moest worden ingevuld. Meteen werd duidelijk wat een bijzonder plekje dit is! Hoe bijzonder moet het zijn om hier zomers in het open raam te zitten en uit te kijken over Zutphen! Laura neemt ons omhoog de toren in, over een smal stenen trappetje met ongelijke treden. Hier was een dichtgemetseld poortje te zien, waardoor je vroeger op de stadsmuur kon stappen. We bereikten het slaapvertrek, waar een smalle steile houten trap verder omhoog voerde naar de zolder van het huis. Laura gaf aan dat ze daar eigenlijk nauwelijks komt. Vanaf hier kijk je nog verder uit over de stad! Je kon nog een verdieping hoger, over een nog steilere smallere houten trap. Dat liet ik graag aan Marc over, natuurlijk wel met de opdracht om foto’s te maken. Wat een leuke en spontane gastvrouw! Zij en dit speciale woonhuis passen perfect bij elkaar. Ik begrijp nu waarom de vorige bezoekers de poortwachter een hand gaven om hem te bedanken voor deze bijzondere rondleiding. Na een vrijwillige bijdrage bedankte ook ik Laura uitgebreid voor haar interessante verhaal en de mogelijkheid om haar woonhuis te mogen bezichtigen. Bijzonder detail: speciaal voor vandaag had Laura de vlag uitgehangen. En geloof me, dat is geen kwestie van minuten! Eerder van kwartieren, bovendien heb je er een flinke dosis lef voor nodig.

IMG_3366
Drogenapstoren Zutphen, Open Monumentendag 2017.
DSC_0620
De Jonkvrouw van de Drogenapstoren -The Lady of the tower in Zutphen.
DSC_0622-2
Op zolder van de Drogenapstoren -At the attic of the tower in Zutphen.
IMG_3357
Via vele rappetjes omhoog om de vlaggenstok te bereiken.