Achterhoekers naar Amerika

In 2016 bezocht ik de expositie ‘Vluchtelingen’ van Aafke Steenhuis in de Walburgiskerk te Zutphen. In 2013 heeft zij het UWV-kunstcongres gewonnen met dit werk. Ik had toen zelf recent het boek gelezen van Tommy Wieringa, ‘Dit zijn de namen’, waardoor Aafke geïnspireerd was geraakt. Toen zij in de krant een foto zag van een groep bootvluchtelingen met de zin eronder: ‘vreemdelingen op zoek naar asiel hebben meestal niets anders bij zich dan hun verhaal’, wist Aafke hoe zij dit kunstwerk vorm zou gaan geven.

Migranten die in het zicht van het beloofde land verdrinken was de afgelopen jaren regelmatig een verdrietig onderwerp in de media. Het blijkt dat ook Nederland zo’n drama heeft gekend, in het jaar 1847 in de Amerikaanse staat Wisconsin. Deze migranten kwamen overwegend uit de Achterhoek, en zo’n 150 van hen hebben deze scheepsramp niet overleefd. Zij waren meestal pachters van kleine boerderijen in de Achterhoekse streek. Tussen 1845- 1847 mislukten in heel Europa de meeste aardappel,- en roggeoogsten, waardoor de voedselprijzen enorm stegen. Behalve dat de boeren nu zelf ook niets te eten hadden, konden zij de pacht aan de adellijke grondbezitters niet betalen. Sommige familieleden waren al eerder geëmigreerd vanwege de godsdienstige hervormingen, en overgehaald door de brieven waarin zij schreven om niet langer in ‘dat verdrukte land’ te blijven wonen, begon de groep Achterhoekers in augustus 1847 aan hun uittocht.

Aan boord waren iets meer dan 200 personen (inclusief 23 man bemanning) en na een reis van ruim twee maanden kwamen zij op 26 oktober aan in New York. De omstandigheden aan boord waren verschrikkelijk. Tussendeks was er maar weinig ruimte, en veel mensen waren zeeziek. Elk gezin kreeg een beperkt rantsoen, en er was een schema zodat de moeders om beurt hun eten klaar konden maken. Er werd gevochten om het weinige voedsel, en wie niet goed oplette werd ervan bestolen. De meeste migranten trokken verder over land naar Buffalo, aan het Eriemeer, ruim 600 kilometer verder landinwaarts. Op 11 november 1847 gingen zij aan boord van ‘The Phoenix’. Deze stoomboot verzorgde het lucratieve transport van emigranten over de Grote Meren naar het Midwesten van Amerika. Wie geen geld meer had, bleef achter in New York.

De Phoenix zou hen via het Erie-, Huron-, en Michiganmeer naar de plaats Sheboygan brengen in de staat Wisconsin. Na 10 dagen varen in zware stormen ging het mis. Op 8 kilometer van de kust brak brand uit in de machinekamer. De enige twee aanwezige reddingsboten konden slechts een kleine dertig passagiers in veiligheid brengen. In de haven van Sheboygan werd een andere boot voor hulp ingezet, maar die kon pas na ruim een uur de toen al grotendeels afgebrande Phoenix bereiken. Het totale aantal slachtoffers bleef lang onduidelijk. Passagierslijsten waren onvolledig ingevuld of vergaan, en onderweg waren er ook passagiers in-, en uitgestapt. Volgens onderzoeken zijn er slechts 24 van de 174 Nederlandse emigranten (de meesten uit Winterswijk) gered.  De laatste overlevende stierf in 1918. In Sheboygan werd in 1999 een gedenkplaat onthuld ter nagedachtenis aan deze ramp.

Tussen 1840 en 1920 emigreerden ruim 6000 Achterhoekers, verreweg de meesten naar Wisconsin. In Amerikaanse bronnen heeft men er ongeveer 4000 teruggevonden. Een hoop families ondergingen een naamsverandering, zo werd Legters ‘Lictus’, Oberink werd ‘O’brink, Fukkink werd ‘Fern’ en Kortschot werd ‘Crosscut’. Zij hadden in tegenstelling tot de vluchtelingen van nu, vaak nog wel wat bezittingen bij zich, zoals foto’s en een kleine koffer met persoonlijke spullen. De afgelopen jaren is het vluchtelingenprobleem steeds groter geworden, en dringt de vraag zich op of wij de mens achter het verhaal niet vergeten?

Aafke maakte voor haar kunstwerk als eerste figuren van klei. Deze kregen allemaal verschillende houdingen, en werden bedekt met verbandgaas gedrenkt in acrylic one (harssysteem). Na het uitdrogen haalde Aafke ‘de mens’ er uit, en bleef de buitenkant achter. De vluchteling zoals hij meestal wordt gezien.. slechts de buitenkant, zonder eigen ik. Ik vond de expositie erg pakkend, mede door het grote aantal verschillende figuurtjes. Als ik kijk naar de Achterhoek, naar mijn eigen woonplaats Lichtenvoorde, kan ik alleen maar trots zijn op de positieve houding van de meeste inwoners. In mijn eigen straat kwam tijdens de zomermaanden een man uit Syrië wonen, te voet gevlucht uit zijn eigen land, vrouw en kinderen voor hun eigen veiligheid daar achter moeten laten. Wij wonen met 12 andere families in een soort hofje, 6 huizen aan weerskanten. Nog dezelfde avond belde onze nieuwe buurman aan om zichzelf voor te stellen, en aan te wijzen waar hij kwam te wonen. Natuurlijk waren we allemaal best nieuwsgierig, en tot onze grote verbazing (en schok!) bleek hij niet anders te hebben voor de eerste nacht dan een tros bananen om de trek te stillen?! Op een grote in plastic gesealde koelkast na was het huis leeg.

De volgende dag zou een vrijwilliger hem komen ondersteunen bij het aanschaffen van de meest noodzakelijke spullen. Vol ongeloof liepen we achter hem aan door het huis, zelf geweldig trots op zijn nieuwe veilige onderkomen.. Wij als buren vonden dit niet kunnen, en boden aan wat spullen te brengen. Hij knikte dankbaar ja, en binnen 20 minuten was er door iedereen van alles aangedragen. Wij hadden op zolder nog een oude eetkamertafel met 4 stoelen, wat glaswerk, en een 1-persoons dekbed met kussen en beddengoed. Andere buren kwamen met een Aerobed, (schemer)lampen, tweezitsbankje, serviesgoed, en niet onbelangrijk toiletpapier. Uit dankbaarheid wilde de man zijn bananen met ons delen. De andere ochtend heeft de buurt buiten aan de picknicktafel gezorgd voor koffie en broodjes en werd er verder kennisgemaakt. Ons mooie Achterhoekse naoberschap!

Inmiddels is er in winterswijk een monument geplaatst ter nagedachtenis aan de slachtoffers van The Phoenix. Bert Wagendorp werkt aan een boek over de scheepsramp.

Winterswijk, Onderduikers in het Veen.

Zondag 26 november was ik voor het eerst in de Winterswijkse synagoge. Deze werd in 1889 geopend, het was het begin van de Joodse gemeenschap in Winterswijk. In 1905 werd er een woonhuis bij gebouwd voor de priester, in 2011 volgt het schooltje. Dat geeft aan hoe groot de gemeenschap was, gezien er voldoende geld was om een onderwijzer aan te stellen. Voor aanvang van de Tweede Wereldoorlog telde Winterswijk ongeveer 400 Joodse inwoners.

Deze zondagmiddag wordt er stilgestaan bij het verraad van 23 Joodse onderduikers uit Winterswijk. Astrid Dekkers deed verder onderzoek naar deze gebeurtenis, zij is vandaag te gast in de synagoge om het verhaal met ons te delen. In haar woonplaats Den Haag kwam Astrid in contact met een joodse man uit Winterswijk. Toen zij zelf in Winterswijk op vakantie was, ontdekte zij het herdenkingsmonument voor de Joodse onderduikers aan de Korenburgerveenweg. Als kunstenares en historica wilde zij graag het verhaal weten dat bij dit gedenkteken hoort. Astrid las het boek van Henk Vis en Mirjam Schwarz: ‘We hebben ze allemaal gekend’, ze kreeg veel informatie van oud buurtbewoner Jan ten Dolle en ze sprak met meer buurtbewoners en betrokkenen. In Den Haag las ze dossiers uit het archief voor Bijzondere Rechtspleging. Dit grote archief van maar liefst vier strekkende kilometers bevat dossiers van iedereen die na de Tweede Wereldoorlog beschuldigd werd van samenwerking met de Duitse bezetter, het in dienst treden bij de vijandelijke krijgsmacht, verraad of NSB-lidmaatschap, wat het uiteindelijke vonnis ook was.

De Joodse inwoners van Winterswijk waren goed op de hoogte van de gruwelijke gebeurtenissen in Duitsland. Er waren gemengde huwelijken met Duitse Joden en vanuit Duitsland vluchtten ook velen van hen de grens over naar Winterswijk. Op 8 oktober 1941 vond de eerste razzia in Winterswijk plaats. Men had een lijst met 33 joden (waaronder een aantal van de onderduikers), allen werden gewaarschuwd waardoor de Winterswijkse politie geen enkele arrestatie uitvoerde.  De volgende dag arresteerde de Sicherheitsdienst alsnog 6 joodse burgers. Vanaf 29 april 1942 moesten ook de joden in Winterswijk de gele Jodenster goed zichtbaar dragen. In juli 1942 werden er 100 rijwielen in beslag genomen, enkele weken later begon de inventarisatie hoeveel joden er tewerkgesteld waren bij landbouwers in de gemeente. De druk nam toe, wanneer de joden de verduisteringsvoorschriften negeerden werden zij direct gearresteerd. Een groep van 23 joden besloot toen om in het Korenburgerveen onder te duiken. Dit was allesbehalve een eenvoudige klus! Helpers moesten betaald worden, drie keten moesten ongezien worden gedemonteerd, vervoerd en weer opgebouwd, en worden voorzien van de hoogstnodige huisraad. Dat laatste gebeurde ’s nachts, het paard kreeg jutezakken om zijn voeten en het tuig van de kar om het geluid te dempen. Op 26 augustus 1942 vertrokken de eerste onderduikers naar het veen. De jongste een meisje van zes maanden, de oudste was haar 62 jaar oude oma.

De onderduikers waren afhankelijk van de hulp van omwonenden en kregen dit vooral van de families Vreeman, Elburg en Grevink. Hun boerderijen lagen op zo’n 500m van de schuilplaats. Zij brachten melk en vlees in melkbussen en water werd in kruiwagens vervoerd. Bakker te Bokkel uit het dorp zorgde voor het brood. Op een klein fornuis kon er gekookt worden, uit angst dat de rook hen zou verraden gebeurde dit zo min mogelijk. Veel mensen wisten van de onderduikers, er waren teveel betrokkenen. De buurtbewoners maakten zich zorgen over de strenge winters, zouden de onderduikers dat wel overleven? In februari 1942 was het namelijk -20 graden! Die vraag is uiteindelijk nooit beantwoord. Veel keus hadden de onderduikers niet, het waren voornamelijk gehele gezinnen voor wie een onderduikplaats erg moeilijk te vinden was. Men dacht dat de bevrijding snel komen zou, voor een korte periode leek het Korenburgerveen ideaal. De Duitsers durfden dit natuurreservaat niet zomaar te betreden, bovendien was het gebied niet vrij toegankelijk.

In de ochtenduren van 27 november 1942 was de opzichter van het Korenburgerveen, dhr. Uwland (destijds woonachtig in de boerderij Den Oppas), samen met twee opzichters van de ‘Vereniging tot behoud van Natuurmonumenten’ het veen ingetrokken. Men wilde de houtstand bekijken omdat er hout aan de Duitsers geleverd moest worden. Aan de zuidwestzijde van het Korenburgerveen ontdekten zij een pad dat erg veel belopen was. Uwland, normaal gesproken zeer nauwkeurig in zijn rapporten over het veen aan de opzichters, beweerde dit pad nooit eerder te hebben gezien. Op dat moment hoorde men lawaai en gingen de opzichters op onderzoek. Ze ontdekten toen de schamele houten barakken waar de Joodse mensen zich verborgen hielden. Ze schrokken van de grootte van deze groep en gaven de onderduikers de opdracht onmiddellijk te vertrekken, zij smeekten om hen niet te verraden, zij beloofden vervolgens niet direct in actie te komen. Toen Uwland de twee mannen van Natuurmonumenten terug naar de trein bracht, hebben ze hem het vuur aan de schenen gelegd, hij moest er maar voor zorgen dat die Joden de volgende ochtend echt weg waren. Uwland wist zich geen raad met de situatie, besloot raad te vragen bij dokter Jagerink. Deze had vanwege een spoedgeval geen tijd voor hem, waarop Uwland zich tot wachtmeester Aalders van de marechaussee wendde. Zo bereikte het verhaal uiteindelijk opperwachter Slotboom, Winterswijkse politie-inspecteur Feberwee en NSB burgermeester Bos.  Nog diezelfde avond werden de onderduikers gearresteerd. De onderduikers hadden intussen overlegd met boer Vreeman, wie het advies gaf even af te wachten gezien de belofte dat ze niet direct in actie zouden komen.

Hartog Meijler wist bij de arrestatie te ontsnappen, hij vluchtte het veen in. De 22 overige gevangenen werden in een veewagen naar het feestgebouw in Winterswijk gebracht (huidige schouwburg) waar ook de zussen van Hartog: Lenie en Emmy Meijler, wisten te ontkomen. Voor deze drie jongeren was dit gemakkelijker omdat zij alleen waren, zonder kinderen. De volgende dag om 05.30 uur bracht de Sicherheitsdienst de overige arrestanten naar het NS station voor transport naar Westerbork, tijdens het inladen van de koffers wist de 29-jarige Paul Romann ook te ontsnappen (hij werd echter al snel opnieuw gearresteerd). Een week later al werd de groep vanuit Westerbork naar Auschwitz getransporteerd, waar de meesten van hen op 11 december 1942 omkwamen in de gaskamers. Van de groep van 23 onderduikers overleefden uiteindelijk alleen Hartog, Lenie en Emmy  Meijler. Zij waren door meester Stroes (Wilhelminaschool) naar een onderduikadres in Vlaardingen gebracht. In totaal werden er 326 Joodse bewoners van Winterswijk vermoord.

Natuurlijk maakten de helpers zich ook zeer grote zorgen. Op 30 november en 1 december 1942 werden boer Elburg en Vreeman gearresteerd. Er was namelijk een melkbus in het veen gevonden. De verhoren en verslagen werden dusdanig afgezwakt dat de Sicherheitsdienst het hierbij heeft gelaten. Op 6 december kwamen beide mannen vrij. Het wrange van deze geschiedenis is misschien wel dat er geen nazi aan te pas is gekomen.. Dorpsbewoners die elkaar goed kenden voerden de arrestaties uit. Van Feberwee was bekend dat hij erg actief was, er zijn veel getuigenissen tegen hem. Na de oorlog werden opperwachter Slotboom, wachtmeester Aalders en Uwland in staat van beschuldiging gesteld. In de dossiers uit het archief voor Bijzondere Rechtspleging heeft Astrid kunnen vinden dat alleen Slotboom uiteindelijk is veroordeeld (voor meerdere zaken).

Na de lezing worden de namen van de verraden en vermoorde Joodse onderduikers opgelezen en is er een minuut stilte. Zondagmorgen is Astrid met belangstellenden bij het monument aan de Korenburgerveenweg geweest. De inscriptie eindigt met de woorden: ‘Moge deze boom (een Beuk) ons blijven herinneren en ons hoeden voor rassenwaan’. Hoe triest om te beseffen dat er helemaal niets is veranderd.. 24 november 2017: ruim 300 doden bij een aanslag op een moskee in Egypte. Gehaat en vermoord om wie je bent.

Winterswijk Openluchtspel: Dwarsliggers

Een week voor de aftrap van het Erfgoed Festival mocht ik mee met de BlogBus, een unieke previewtour langs diverse bijzondere locaties. Zo kwam ik op het spoor van ‘Theater over Grenzen’, een serie van tien theatervoorstellingen allemaal op hun eigen bijzondere en historische locatie. Eén ervan op een mij bekende plek, aan de Borkense Baan. En openluchtvoorstelling aan de grens, over grenzen. Na de ontdekkingsreis door het oude hertogdom Gelre schreef ik mijn eerste blog over deze theatervoorstelling. Donderdag 7 juni mocht ik vervolgens de première bijwonen van Dwarsliggers.

Even voor half negen nam ik plaats, een heerlijk zwoele avond. De tribune staat prachtig opgesteld aan de Kuipersweg, alsof je zelf midden op het spoor van de oude Borkense Baan bent gaan zitten! In de verte kwam een draisine langzaam op gang, de tribune tegemoet. Het geluid van de schitterende muziek kwam daarmee ook naderbij. Willem te Voortwis en Yolanda Tangelder zorgen vanaf deze oude spoorfiets voor prachtig gecomponeerde en gezongen ‘filmmuziek’. Ik vond de overgang van muziek naar dialoog, de draisine langzaam in zijn achteruit naar het verdwijnpunt van de Borkense Baan, de ruige natuur tegemoet en de klanken verliezend in de wind, zo ongelooflijk mooi!

Toneelvereniging T.O.E.P uit Kotten heeft weer hard gewerkt om ook van deze voorstelling een waar spektakel te maken. In Dwarsliggers doen leden van allerlei leeftijden mee, aan de hand van hun leeftijd, rol en tegenspeler praten zij Achterhoeks of Nederlands. Gelukkig dat mijn eigen opa en oma lange tijd in de Achterhoek hebben gewoond en ik zoveel mogelijk tijd bij hen doorbracht! Het dialect versta ik gelukkig prima. Loet had direct de lachers op haar hand, wat speelt deze vrouw fantastisch! In plat Achterhoeks liet ze flink van zich horen en nam ze het publiek mee in absurdistische situaties. Mijn buurvrouw op de tribune fluisterde mij trots toe dat Bark, de seinwachter, en zijn vrouw Nans in het dagelijks leven vader en dochter zijn. Er wordt prachtig gebruik gemaakt van de wandelpaden langs de Borkense Baan, postbode Ravel die vanuit de verte aan komt fietsen of juist weer vertrekt (niet alleen maar om de post te bezorgen overigens) en marskramer Sjoks die met zijn rugkorf komt aangewandeld om te venten, beiden gaven het geheel een nostalgische sfeer. Rond half tien was het tijd voor een pauze. Inmiddels begon de zon langzaam te dalen, vanaf het parkeerterrein (van alle gemakken voorzien) genoot ik even van de mooie kleuren in de lucht.

Na de pauze ben ik blijven staan, zo kon ik mooi achter de tribune langs lopen om vanuit verschillende ooghoeken mijn foto’s te maken. Voor de pauze kwamen Harry, Vonne, Kessi en Joost het toneel opgereden in hun camper, de stadsen. De clichés over en weer deden mij grijnzen, ik kreeg ze in het begin ook naar mijn hoofd  😉 en nu, na jaren woonachtig in de Achterhoek betrap ik mezelf er wel eens op dat ik sommige van die stadse gewoonten helemaal niet meer zo gewoon vind.. Achter de camper ligt inmiddels in de schemering de oude brandkolk, tegenwoordig kikkerpoel. In het mysterieuze blauwe schijnsel zorgen de kwakende diertjes voor extra sfeer bij dit openluchtspel. Zegge en Wieger hadden hun grootste ontdekking inmiddels gedaan, rijp om de Achterhoek te verlaten. Rak en Mus beleefden zo hun eigen avonturen met Kessi. Kleine Pork ging buiten de baan en verliet daarmee als één van de laatste kinderen het ouderlijk huis, op de voet gevolgd door haar oudste zus Efi, of moet ik zeggen Atalanta?

Een welverdiende staande ovatie en luid applaus klonk tot slot door het schemerdonker. Wat heb ik van deze avond genoten! Genoten van de komische scenes, de melancholie die we ongetwijfeld allemaal zullen voelen als we het absurdisme onder de loep nemen. Vooral de hele setting van Dwarsliggers, deze bijzondere historische plek in een al net zo speciaal stukje natuur, maakte deze avond voor mij een fantastisch avondje uit. De liedjes zijn klein en integer wat ze juist op deze plaats en manier van uitvoeren weer groots maakt. Ik ben zelf ‘vriend(in)’ van Theater de Storm en bezoek minstens 5 keer per seizoen een voorstelling in de schouwburg (stadse gewoonte?). Na vanavond heb ik mijzelf plechtig beloofd wat vaker naar uitvoeringen van plaatselijke toneelverenigingen in de Achterhoek te gaan, want ik kan nu met recht zeggen dat zij absoluut niet onder doen voor grote landelijke producties. Ik zou zeggen, koop snel een kaartje voor één van de nog komende drie voorstellingen!

Klik hier voor mijn eerdere column over Dwarsliggers

 

 

IMG_8016
Willem te Voortwis, Yolanda Tangelder, Karin Sikkink en Yvonnde de Wit
DSC_0640
Marskramer Sjoks
DSC_0654
Bark en Nans
IMG_8019
Tijdens de pauze geniet ik van de prachtige lucht.
DSC_0657
Postbode Rafel
DSC_0740
Rak en Mus

Koud Hè!

Wat een prachtige beelden zag ik de afgelopen twee dagen voorbijkomen! Heel veel schaatsplezier, en dat heel dicht bij huis. De temperatuur van de afgelopen week kwam overdag nauwelijks boven het vriespunt. Gezien de statistieken hadden we slechts te maken met ‘matige vorst’, de wind gaf je echter het gevoel dat je in Siberië was beland! Zijn we niet meer gewend aan Nederlandse strenge winters? Is de aarde echt aan het opwarmen? Ook in mijn beleving viel er vroeger veel meer sneeuw en vroor het elke winter dat het kraakte, weken achtereen! Het hoorde erbij, men noemde het ‘gezond’. Goed voor de ziektekiemen en het ongedierte. Wat extra levertraan naast de boterhammen met kinnebakspek, veel volle melk drinken en gewoon doorgaan.

Mijn broer werd geboren op 23 december 1963. De winter daarvoor,  ‘62/63, staat geboekt als koudste winter van de eeuw met maar liefst 81 vorstdagen en 70 dagen aan één stuk was Nederland bedekt met sneeuw! Ook in de decembermaand van ‘63/’64 daalde de temperatuur regelmatig tot -15°C. Mijn ouders woonden destijds in Vollenhove, in de Noordoostpolder, op een woonboot. Deze moest verwarmd worden door slechts één kachel, in de huiskamer. Mijn moeder vertelde nog wel eens over die winter, dat mijn broer ’s nachts washandjes om zijn handen kreeg, met postelastieken op zijn plaats gehouden, om bevroren vingertjes tegen te gaan. Natuurlijk was er in januari 1963 die barre Elfstedentocht, slechts 1% van alle deelnemers bereikte de finish in Leeuwarden (57 van de 568) bij een temperatuur van -21°C. Dat is allemaal aan mij voorbij gegaan, ik werd pas 12 jaar later geboren. De film ‘De Hel van ’63’ geeft me wel een aardig beeld van de omstandigheden destijds.

Mijn eerste barre winter, 1978/1979, herinner ik me weinig van. Op 30 december 1978 woedde de eerste verschrikkelijke sneeuwstorm die winter. Sneeuw drong tussen de vensters en kozijnen door, zodat er zelfs binnen in huis en in auto’s sneeuw lag! Op 2 januari 1979 volgde de tweede sneeuwstorm, en de derde was tevens de zwaarste van de 20e eeuw, 14 februari 1979. De aanhoudende stormachtige wind zorgde voor zware stuifsneeuw. Deze sneeuwstorm duurde bijna 90 uur, met vlagen van 100 km/uur! De ontstane sneeuwduinen waren tussen de 3 en 6 meter hoog, het leger moest er aan te pas komen om wegen vrij te maken. Bussen en treinen reden niet meer, ziekenhuizen waren onbereikbaar en brood en melk was niet meer verkrijgbaar.

De winters van de jaren ‘80 kan ik me wel uitstekend herinneren. Eén van de koudste was die van 1985/1986. Maar ook de winter van 1984 zorgde voor extreem veel sneeuw, op 23 januari 1984 viel er (met name in Noord-Holland) tussen de 20-30 cm sneeuw! 21 februari 1985 kon er na 22 jaar weer een Elfstedentocht worden georganiseerd, voor de eerste keer mochten nu ook vrouwen aan de wedstrijd deelnemen. De hele dag hebben we voor de televisie gezeten, wat ik normaal gesproken overdag absoluut niet mocht! De winter van 1985/1986 begon al vroeg, in november 1985 viel er wederom een gigantisch pak sneeuw. Mijn moeder bracht mij, net als vele anderen dat deden, dagenlang op de slee naar school. Sneeuwvrij van school kreeg je toen niet, het was tenslotte ‘gewoon’ winter? Ter bescherming een laag Nivea crème op mijn gezicht en om lichamelijk warm te blijven droeg ik door mijn oma gebreide sokken en truien. Ik weet nog goed hoe wij met de buurtkinderen een heuse iglo hadden gebouwd, zoveel sneeuw lag er toen. Bijzonder om te ervaren hoe ‘warm’ het binnen in zo’n ijshuisje nog is! Op 26 februari 1986 kon er weer een Elfstedentocht worden gereden. Dit jaar deed ook Koning Willen-Alexander (toen 18 jaar) stiekem mee, onder de schuilnaam W.A. van Buren. In de flat hadden wij geen centrale verwarming, in de huiskamer stond de enige gaskachel. Het liefst zat ik op mijn houten melkkrukje met mijn rug tegen de mantel aan. Mijn moeder maakte regelmatig warme chocolademelk, met van Houten cacao. Zelf maak ik warme chocolademelk toch ook nog steeds het liefst met cacao, en alleen in de winter.

Als ik logeerde in Winterswijk bij mijn opa en oma, sliep ik altijd in het kleine opkamertje, boven de kelder. In de kerstvakantie zorgde oma voor een warme kruik en minstens twee wollen dekens, want ’s morgens stonden er steevast ijsbloemen op de ruiten. Op 2 maart 1987 wordt Nederland getroffen door ijzel van ongekende omvang, miljoenen guldens schade! Bomen en elektriciteitsmasten breken als luciferhoutjes doormidden, in de bossen is het levensgevaarlijk. Reden voor Harry Vermegen en Henk Spaan om een single uit te brengen met de titel ‘Koud Hè!’. Ook de afgelopen week hoorde je deze kreet overal om je heen, hilarisch! Mensen groeten elkaar, en steevast volgen dan de woorden ‘koud hè’!.

Op 4 januari 1997 werd de 15e en laatste Elfstedentocht gereden. De periode van kerstmis 1996 tot halverwege januari 1997 was wederom één van de koudste van de afgelopen eeuw. De jaarwisseling vond plaats bij -17°C en er stond regelmatig een ijzig koude wind. De laagste temperatuur van de 20e eeuw werd gemeten in Winterswijk, op 27 januari 1942 daalde het kwik hier tot -27,4°C! De koudste winter van de 21e eeuw tot nu toe was die van 2009/2010. Afgelopen weekend stonden er weer heel veel kinderen voor de allereerste keer op de schaats, schitterend om te zien. Mijn ouders heb ik nooit zien schaatsen, mijn broer wel. Zelf heb ik tijdens de strenge winters eind jaren ’80 ook wel eens op de schaats gestaan. Mijn vader werkte op een rioolwaterzuivering, waar buiten een aantal grote rechthoekige betonnen bakken waren met slib. Tijdens vorstperioden bevroor de bovenlaag en ontstond er een uitstekende schaatsbaan. Aangezien mijn vader gewoon aan het werk ging, en ik dan alleen op mijn schaatsjes achter een bureaustoel stond was de lol er al snel vanaf. Nu durf ik het eerlijk gezegd niet meer. Volgens een Amerikaanse journalist van de NBC is het heel logisch dat Nederland zoveel medailles won op de Olympische Winterspelen.. Zij vertelde (live op tv) dat de schaats ’s winters in bijvoorbeeld een stad als Amsterdam een belangrijk vervoersmiddel is?! Geniaal, op schaatsen naar je werk of boodschappen doen!

Ik heb geen problemen met een flinke vorstperiode zoals deze. Het levert voor mij als hobbyfotograaf schitterende beelden op! Ik maak net zo graag wandelingen als in elk ander seizoen,  gewoon goed aankleden en een thermosfles met warm drinken mee. Thuis is het aanleiding voor lekkere stamppotten, warme chocolademelk en samen met Marc onder een warm dekentje op de bank. Ik ben een echte Hollander, dus ondanks bovengenoemde betrap ook ik mezelf regelmatig op de woorden ‘koud hè’!

De foto’s die ik maakte staan in mijn portfolio in het album  -Schaatsen, maart 2018-.

dezewinterlekkerwarm-756914

Het geheim van de Ravenhorst

Onlangs is het nieuwe boek van Christine Linneweever – Auteur verschenen met de titel ‘Het geheim van de Ravenhorst’. Zaterdag 10 februari wordt het allereerste exemplaar van deze historische jeugdroman uitgereikt bij Boekhandel Kramer te Winterswijk. Niet zonder reden, want de Ravenhorst stond ooit aan de rand van het dorp. Hans Tenbergen mag dit bijzondere exemplaar in ontvangst nemen. Hij is beheerder van de website Oud-Winterswijk en weet enorm veel over deze plaats.

Ik was vroeger verzot op historische jeugdboeken, en lees nog graag literatuur met een stukje geschiedenis erin verweven. Zo las ik bijna alle boeken van Thea Beckman, waarvan Stad in de storm mijn favoriet was. Momenteel lees ik de trilogie van Hilary Mantel, ‘Een Veiliger Oord’, over de Franse Revolutie. Ik zag bij Achterhoek Nieuws Winterswijk het persbericht voorbijkomen over de boekpresentatie Het geheim van de Ravenhorst boekpresentatie, en las zo dus voor het eerst over De Ravenhorst.

De Ravenhorst is een voormalige (niet erkende) havezate en kasteel in het noorden van Winterswijk (gemeente). Deze havezate was sinds de twaalfde eeuw het bezit van Godeschalc van Rhemen en zijn vrouw Jutte. Ondanks dat latere nazaat Gert van Rhemen als bezitter van het stamhuis werd gezien, noemde zijn broer Evert van Rhemen zich sinds 1375 Heer van Ravenhorst. Het aanzienlijke slot dat hier dus in de middeleeuwen stond, brandde rond 1500 volledig af tijdens toen plaatsvindende opstanden in de Nederlanden. Omstreeks 1750 werd het inmiddels herbouwde huis en de 14 bijbehorende boerderijen gekocht door Lubbert Hesselink en zijn vrouw Martha Laerberg (Scholte Hesselink), van de laatste heer van Ravenhorst, Joost Hendrik van Asbeck. Het kasteel werd waarschijnlijk niet lang daarna afgebroken. Op het erf heeft aan de linkerkant een watermolen gestaan, dit is te zien op een kaart uit 1654 van het Graafschap Zutphen. In 1847 wordt de molen beschreven door Winand Staring (geoloog, zoon van de beroemde dichter) naar aanleiding van klachten over overstromingen. Hierin is te lezen dat Staring na onderzoek adviseerde de molen een diameter van 4,4 meter en 42 schoepen geheel weg te ruimen. In 1870 heeft men hier gehoor aan gegeven en de molen afgebroken. Tot eind 1920 was er nog een stuw, nu is er niets meer te zien.

Bernard Stegeman schrijft in zijn ‘Het oude kerspel Winterswijk’ uitvoerig over de Havezate Ravenhorst en diens eigenaren.
Rondom de Ravenhorst waren er regelmatig gevechten tussen verschillende edellieden die dachten aanspraak te kunnen maken op deze oorspronkelijke roofridderburcht. Roofridders misbruikten hun macht om er zelf financieel beter van te worden, zoals bijvoorbeeld de leenheren die langs de Rijn woonden deden door koopvaardijschepen tegen te houden en tolgeld te eisen zonder daarvoor gemachtigd te zijn. De roofridders van de Ravenhorst waren hierom berucht in de hele streek vanwege hun plunderingen. De echte reden om de burcht in bezit te willen krijgen was waarschijnlijk toch de legendarische schat van de Ravenhorst! Tot op heden die die schat nooit gevonden, dat hij bestaat wordt niet aan getwijfeld aangezien deze beschreven wordt in een bundel procesakten uit het jaar 1700.

In ‘Het Geldersch Sagenboek’ van J.R.W. Sinninghes staat een prachtige sage over de Ravenhorst en deze geheimzinnige schat. Gery Groot Zwaaftink vertelde de sage voor het tv-programma Een wagen vol verhalen. Nu is er dus een prachtig nieuw verhaal bijgekomen! Het boek van Christine Linneweever – Auteur, ‘Het geheim van de Ravenhorst’.

Is dan echt alles verdwenen van de Ravenhorst? Nee, er is nog één rijksmonument in Winterswijk dat onderdeel was van de oude havenzate, namelijk de Korenspieker aan de Ravenhorsterweg. Deze korenspieker is één van de laatste twee vakwerk korenspiekers van Nederland en heeft dus een grote cultuurhistorische waarde. Na een jarenlange intensieve en liefdevolle restauratie is het omgetoverd tot een modern comfortabel vakantiehuis. Ik ben heel benieuwd naar het leesboek van Christine! Het wordt gepubliceerd door Uitgeverij Kluitman, bekend van heel veel geweldige boeken. Zo was ik vroeger verzot op de verhalen van de Kameleon waarvan ik 66 delen in de boekenkast heb staan. Zelf moet ik helaas werken, anders was ik zeker even naar de boekpresentatie gegaan. Ik weet in elk geval alweer een beetje meer over het verhaal van de Ravenhorst. De Achterhoekse streek staat bol van de prachtige sagen en legendes!

korenspieker

Bronckhorst, Applaus voor Doctor. J.H.TH de Jong

Tijdens een bezoek aan het Charles Dickensmuseum jaren geleden, was ik zelf getuige van de metamorfose die eigenaar Sjef de Jong regelmatig onderging. Een dikke laag make-up was absoluut niet nodig, de imposante man trok een lange zwarte jas aan, zette een hoge zwarte hoed op, pakte zijn houten wandelstok en Ebenezer Scrooge was geboren! Het was rond de kerstperiode, en Sjef alias Scrooge vertelde vol passie het kerstverhaal in het sfeervolle kleine theaterzaaltje van het Dickens Museum. Met name deze voordrachten waren zijn grote passie. Deze vonden het hele jaar door plaats, soms wel voor drie groepen per dag.

Charles Dickens werd geboren in 1812, en tijdens zijn 200e geboortejaar in 2012 vierden Sjef de Jong en zijn vrouw Alie het 25-jarig jubileum van hun museum. In 1987 kwamen zij in deze authentieke stadsboerderij te Bronckhorst wonen. Hier besloten zij hun lang gekoesterde droom te verwezenlijken: het inrichten en exploiteren van een museum geheel gewijd aan de Engelse schrijver Charles Dickens. In 1988 was de opening, beperkt tot de ruimte waar nu het winkeltje is. Uitbreiding volgde al snel en was mede mogelijk door de Londense Pickwick Bicycle Club (oudste Dickens vereniging ter wereld), die in 1988 een groot geldbedrag aan het museum schonken. In 2007 verhuisden Sjef en Alie drie huizen verderop, en kon het gehele boerderijtje als museum worden ingericht. Eigenlijk is het één grote Dickens-kijkdoos! Een rariteitenwinkel met in elk vertrek taferelen uit een bepaald Dickens boek. In 2004 werd het theaterzaaltje met zijn 50 zitplaatsen gerealiseerd, waar langs de wanden, achter glas, prachtige porseleinen tafereeltjes uit diverse Dickens verhalen staan. Deze zijn gemaakt door de Engelse kunstenares Eva Poray.

Na 30 jaar is op zondag15 oktober 2017 het doek definitief gevallen voor het Dickens museum, vanwege leeftijd en bijkomende gezondheidsklachten van de nu 86-jarige Sjef. Sinds 2015 hebben zij intensief gezocht naar een opvolger voor het museum, eerst regionaal en later zelfs over de hele wereld. Dit is helaas niet gelukt. Het pand is verkocht, en voor de prachtige collectie, waaronder ook de originele handgesneden wandelstok ooit van Dickens zelf (gekocht bij Sotheby’s voor €25.000) , wordt nog een ander onderkomen gezocht. Zoon Dirk kan en wil het museum niet voortzetten. Hij is wel degelijk besmet geraakt met het Dickens-virus en de sluiting gaat hem natuurlijk aan het hart. Het is echter het levenswerk van zijn vader op zijn eigen specifieke manier, en is niet door iemand anders te evenaren. Het museum werd de laatste jaren draaiende gehouden door zeven vrijwilligers. Deze zondag heb ik voor de allerlaatste keer een bezoek gebracht aan Bronckhorst en dit bijzondere museum.

Op de zolder van het museum staan prachtige levensgrote beelden van karakters uit de verhalen van Charles Dickens, zoals de zakkenroller Fagin uit het verhaal Oliver Twist en Miss Havisham in haar door muizen aangevreten trouwjapon uit Great Expectations. Ze zijn door Sjef overgenomen van het Dickens Centre in het Engelse Rochester dat na 25 jaar hun deuren sloot. Rochester ligt in het graafschap Kent, en speelde een belangrijke rol in het leven van Charles Dickens. Hij bracht er zijn jeugd en tevens zijn laatste jaren door in het huis Gads Hill Place. Deze aankoop was erg belangrijk voor het museum in Bronckhorst, op het Europese vasteland is er geen uitgebreidere collectie te vinden. In Bronkhorst denken ze ook een nauwe band te hebben met Dickens. In The Pickwick Papers komt een koster Gabriël Grub voor (inspiratie voor het latere karakter Scrooge), die op dat moment ook in Bronkhorst te vinden is. Gabriël de Graaf was een doodgraver. Brompot, dronkaard en zo geobsedeerd door geld dat hij zelfs op kerstavond nog graven delfde! Op een kerstavond verdween hij spoorloos, om jaren later ineens weer op te duiken als een hervormd persoon.

De in Den Haag geboren Sjef de Jong richtte niet alleen het Dickens Museum op. In 1979 richtte hij de Kamer voor Consumenten-, en Burgerbelang op, naar aanleiding van zijn proefschrift waar hij als ziekenhuiseconoom op promoveerde tot doctor. Zelfs in dit werk ‘De maatschappelijke waarde van de onderneming’ verwerkte hij de ideeën van Charles Dickens. Tevens was hij directeur van het Slingeland ziekenhuis in Doetinchem. Door allerlei perikelen kwam hij aan de kant te staan. In deze periode groeide zijn waardering voor het werk van Charles Dickens uit tot een ware passie. Evenals de grote schrijver zette de Jong zich in voor de minderbedeelden door boeken te publiceren over economie en in Den Haag tegen allerlei dingen te protesteren, natuurlijk in 19e eeuws tenue. Zo was hij bijvoorbeeld in 2011 ook te vinden in Amsterdam op het Beursplein om de Occupiers een hart onder de riem te steken.

Het is een uitdrukkelijke wens van Sjef dat de collectie bij elkaar blijft, het liefst op Nederlandse bodem. Dirk heeft als zoon beloofd dat ze dat voor hem gaan regelen, als het echt niet anders kan toch naar Engeland. InChatham (Kent) is een groot Dickens museum en zij hebben al eerder aangegeven interesse te hebben in de collectie. Echtgenote Alie de Jong- Krabbenbos ontving in september jl. tijdens een vergadering over het Dickens evenement in Bronkhorst twee prachtige schilderijen als dank voor alles wat zij en Sjef gedaan hebben voor het Ondernemersgilde Bronkhorst. Met pijn in het hart moet de Achterhoek afscheid nemen van een heel bijzonder museum. Anderzijds kan Bronkhorst trots zijn dat het 30 jaar de thuishaven was van Ebenezer Scrooge!

DSC_0621

Zutphen: De jonkvrouw in de toren

Zaterdag 10 en zondag 11 september was er op meer dan 4000 locaties door het hele land een Open Monumentendag. Dit jaar als thema ‘Boeren, Burgers en Buitenlui. Dat spreekt mij wel aan uiteraard! Van oudsher was dit de slogan waarmee de stadsomroeper de aandacht van het publiek trok. Thonis van Grol was stadstrompetter van Zutphen, en wist ook de aandacht van het publiek te trekken. Zaterdag 10 september bezoek ik de plaats waar hij ooit woonde. 

Thonis van Grol had de bijnaam ‘Drogenap’. Nu wordt het monument dat ik heb bezocht wellicht al herkenbaarder? Inderdaad! De Drogenapstoren. Tijdens zijn dagen als stadstrompetter en stadsmuzikant woonde hij in de stadstoren ‘de Saltpoort’. Hij woonde ter hoogte van de trans zodat hij als trompetter alarm kon slaan als de vijand in aantocht was. In de volksmond kreeg de Saltpoort toen de bijnaam Drogenapstoren. Maar hoe kwam Thonis van Grol aan die bijnaam Drogenap? Die kan hij gekregen hebben omdat hij graag een borrel lustte, een nap was namelijk een drinkbeker. Echter noemde men een portemonnee destijds ook een nap, dus kan het ook zo zijn dat hij arm was. Waarschijnlijk was door zijn passie voor de fles, zijn portemonnee meestal leeg.

Thonis woonde in de toren rond 1555 en had een prominente plaats in de geschiedenis. De Saltpoort is gebouwd in 1444- 1446. Grenzend aan de Berkel had deze poort een verbinding met de Markt. Dat was nuttig omdat er vlakbij de poort koggeschepen met zout aanlegden. Dit kostbare conserveringsmiddel werd verhandeld op de ‘Saltmarkt’ (de huidige zaadmarkt). De originele torenspits was bij de bouw wat mager uitgevallen, en daarom werd er in 1465 een hoge met leien gedekte spits geplaatst. Hij heeft maar kort als stadspoort dienstgedaan. Ten opzichte van de Spittaalspoort werd deze toren te weinig gebruikt, om het salaris van de poortwachter te besparen werd de Saltpoort dichtgemetseld. Hij bleef wel als uitkijktoren dienst doen. De torenspits die in 1465 was geplaatst had een windvaan met de beeltenis van een engel en een trompet. Heel even genoot de toren toen de bijnaam ‘Engelenburg’. In 1555 kwam Thonis van Grol in de toren wonen, en kreeg de toren al snel zijn nieuwe bijnaam, die eeuwenlang zou overleven. 

Thonis woonde er als ambtenaar gratis, dat was toen de gewoonte. Maar hij woonde er niet alleen want in de toren werden ook mensen gevangen gezet. De tralies zijn nog altijd voor de ramen aanwezig. In 1887 begint men in Zutphen met de aanleg van een waterleidingnetwerk, en wordt de Drogenapstoren ingericht als watertoren. Op het bestaande metselwerk werd een nieuw gedeelte opgetrokken, hierop kwam een ijzeren torenspits met houten betimmering en leibedekking. In de toren kwamen uiteindelijk 3 reservoirs. In 1928 werd de rol als watertoren overgenomen door de huidige watertoren aan de Warnsveldseweg. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de toren gedeeltelijk opgeblazen. De Duitsers hadden er geen enkele weet van dat toen de wapenvoorraad van het verzet werd vernietigd! In de jaren ’60 kreeg de toren een nieuwe spits die in de originele stijl werd gebouwd. De karakteristieke dakkapelletjes werden uit kostenbesparing achterwege gelaten. In 1983 heeft men de toren tot woning omgebouwd en is jarenlang bewoond door de gemeentevoorlichter. 

Sinds een aantal jaren wonen Laura en haar dochter in de Drogenapstoren, en op deze Open Monumentendag zetten zij de voordeur van hun bijzondere woonhuis open. De broer van Laura heeft de functie van poortwachter op zich genomen, en laat de vele belangstellenden in kleine groepjes van 20 mensen naar binnen. Wij kunnen mee met de rondleiding van 15.00 uur. Via een houten trap komen we in de huiskamer van Laura, waar eerst even een formuliertje voor de gemeente moet worden ingevuld. Meteen wordt duidelijk wat een bijzonder plekje dit is! Hoe bijzonder moet het zijn om hier zomers met je smoothie in het open raam te zitten! Heel veel mooie authentieke details, zoals de tralies voor de ramen, en een waanzinnig uitzicht over meerdere zijden van de stad Zutphen. Laura neemt ons omhoog de toren in, over een smal stenen trappetje met ongelijke treden. Hier is een dichtgemetseld poortje te zien, waardoor je vroeger op de stadsmuur kon stappen. We bereiken het slaapvertrek, waar een smalle steile houten trap verder omhoog voert naar de zolder van het huis. Laura geeft aan dat ze daar eigenlijk nauwelijks komt. Vanaf hier kijk je nog verder uit over de stad! Je kunt nog een verdieping hoger, over een nog steilere smallere houten trap. Dat laat ik graag aan Marc over, natuurlijk wel met de opdracht om foto’s te maken. 

Wat een leuke en spontane gastvrouw! Zij en dit speciale woonhuis passen perfect bij elkaar. Ik begrijp nu waarom de vorige bezoekers de poortwachter een hand gaven om hem te bedanken voor deze bijzondere rondleiding. Na een vrijwillige bijdrage bedanken ook wij Laura voor haar interessante verhaal en de mogelijkheid om haar woonhuis te mogen bezichtigen. Bijzonder detail: speciaal voor vandaag had Laura de vlag uitgehangen. En geloof me, dat is geen kwestie van minuten! Eerder van kwartieren, kijk maar eens op de foto’s van binnen en buitenzijde waar die vlaggenstok zich bevind.. 

IMG_3366
Drogenapstoren Zutphen, Open Monumentendag 2017.