Winterswijk, Hulzer Willem

Deze ochtend was ik ‘Met Dialect op de Koffie’ bij Erve Kots, georganiseerd door Dialectkring Achterhook en Liemers. Vandaag stond geheel in het teken van Hulzer Willem, Willem Wilterdink uit Kotten. Ik moer eerlijk bekennen dat ik voor deze ochtend niets wist over deze lokale beroemdheid (sorry). Dat heb je als geïmporteerde Achterhoekse, dan moet je nog zo onmeunig veel leren! De dialectochtenden ervaar ik dan ook als zéér leerzaam.

Het was volle bak bij Erve Kots, 252 bezoekers op de koffie. Na een welkomstwoordje van Diana Abbink, voorzitter van de dialectkring, hebben we gekeken naar een film van Ben Tragter over Hulzer Willem. Hij werd geboren in Kotten op 19 maart 1926 in boerderij Het Hulzen, vandaar dus Hulzer Willem. Het huis Hulzen ligt pal tegen het mooie natuurgebied van de Borkense baan in Winterswijk, tegenwoordig heet het Nieuw-Hulzen. Schrijven en zingen was altijd al een grote passie van Willem. Tot zijn grote vreugde werd dit gedeeld door de meester op school, de juf begeleidde hen op piano, de postbode speelde soms mee op klarinet. De ouders van Willem vonden het hartstikke mooi dat hij, als toekomstig boer, goed kon zingen en toneel spelen. Om serieus iets met toneel te gaan doen was destijds helemaal niet aan de orde, Willem werd gewoon boer en veehandelaar.

Gelukkig dat mijn grootouders lange tijd in de Achterhoekse streek hebben gewoond, het dialect versta ik meestal moeiteloos. De bezoekers in de zaal genoten zichtbaar van deze film, regelmatig werd er gelachen om de anekdotes en nuchterheid van Hulzer Willem. Wat een leuk en prettig gezelschap moet deze man geweest zijn! Geen wonder dat mensen het leuk vonden om hun verhalen met hem te delen. Als veehandelaar kwam hij natuurlijk nog al eens rond in de Achterhoek. Sommige van deze verhalen heeft hij verwerkt in zijn toneelstukken en het boek ‘Verhalen van de Grens’. Kotten ligt tenslotte vlak bij de Duitse grens, Willem had bovendien veel contacten en familie aan de Duitse zijde. Volgens Willem was er vroeger veel meer grensoverschrijdend contact, terwijl die zichtbare grens nu eigenlijk verdwenen is. Vroeger ging je over de grens naar de kermis vertelt hij, en werd er veel meer ‘over de grens’ getrouwd. Natuurlijk leverde het smokkelen ook prachtige spectaculaire verhalen op.

Jarenlang schreef Hulzer Willem dialect-columns voor de zaterdag editie van De Gelderlander Achterhoek. Op zondagochtend kon je zijn verhalen beluisteren in het radioprogramma ‘De Klepschuuten’. In maart 1989 won Willem de K. Kraaijenbrink Cultuurprijs omdat hij zich met hart en ziel inzette voor het streekeigene en de verbreiding van de Achterhoekse cultuur. Na een beetje speuren op Google vond ik op YouTube nog een mooie filmopname met Hulzer Willem van zijn boekpresentatie ‘Brinker Jan’ (verhalen en versjes). Hij vertelt over dit boek, zingt een versje en leest een verhaal voor. Al met al krijg ik zo een steeds beter beeld van Willem Wilterdink. Hij sluit af met de prachtige woorden dat hij nooit ‘schatrieke’ is geworden noch failliet is gegaan, hij had gewoon een mooi leven met een mooie vrouw, mooie kinderen en mooie verhalen.

In het tweede gedeelte van deze ‘Met Dialect op de Koffie’ komt Raymond Ubbink aan het woord, muzikant uit het Woold (drummer bij Toe Maar). Behalve muzikant is Raymond ook verpleegkundige bij Pronsweide in Winterswijk. Hij werkt, net als ikzelf, op de woonvorm ‘kleinschalig wonen’ waar we zorgen voor zes cliënten met een vorm van dementie. Het belang van belevingsgerichte zorg wordt steeds duidelijker, iemand toespreken in zijn of haar dialect is hier beslist onderdeel van. Het is herkenbaar voor de cliënten, het stelt hen op hun gemak. Nu versta ik het Achterhoeks dialect prima, het spreken heb ik nog lang niet onder de knie. Ik val al snel door de mand met mijn stads accent, soms tot hilariteit van de cliënten! Gelukkig is humor in de zorg ook erg belangrijk.. Volgens Raymond Ubbink was Willem de uitvinder van Belevingsgerichte Zorg, eigenlijk zou het ‘Hulzer Gerichte Zorg’ moeten heten.

Elke week kwam Willem op bezoek bij Pronsweide, bezocht daar onder andere wekelijks één van de mannen. Willem zette dan een dambord op tafel, legde de stenen erop en begon er wat mee te schuiven. De man volgde zijn voorbeeld. Willem sloeg wat met de stenen op het bord en maakte stapeltjes. De man volgde zijn voorbeeld. Nou, zei Willem dan, je hebt weer gewonnen, tot volgende week! Hij speelde het spel zoals het in de beleving van de man moest gaan. Niet aangeleerd of bestudeerd, zo was Willem gewoon. Eén van de vrouwen op de afdeling van Raymond was eigenlijk altijd heel verdrietig. Op een dag zette hij muziek en verhalen van Hulzer Willem aan, het bracht de vrouw direct tot rust. Een gevoel van herkenning, van ‘thuiskomen’. Sindsdien krijgt ze elke dag een portie Willem Wilterdink, altijd beter dan een greep in de medicijnkast! Het dialect speelde hier een belangrijke rol. Net als in een ander verhaal van Raymond, waar de (niet Achterhoekse) dokter aan een cliënt vroeg of hij erg benauwd was (Raymond imiteert de cliënt: moeizame piepende ademhaling). De cliënt vertelde dat het wel meeviel, toen er gevraagd werd of hij soms ook poesterig was zei de man ‘joa, da wal!’

Ik blijf dus maar gewoon mijn best doen om een ‘betjen plat te proaten’. Ik ga op zoek naar de muziek van Hulzer Willem en Ziene Leu, wie weet kan ik binnenkort ook iemand blij maken met een dagelijks portie Willem Wilterdink. Bedankt Dialectkring, Ben Tragter en Raymond Ubbink voor een prachtige morgen, ik ben blij dat ik nu weet wie Hulzer Willem was, wat köttelpeerkes zijn en waarom ze köttelpeerkes heten.