Kasteel Slangenburg.

Sinds de veertiende eeuw was het kasteel in handen van een hele reeks kasteelheren uit het geslacht Van Baer (ruim tweeΓ«nhalve eeuw). De eerste vermelding hiervan was in het jaar 1354 (Maes Thomas Van Baer). De laatste bewoner uit die familie was generaal Frederik Johan Van Baer. Daarna is de Slangenburg vaak van eigenaar veranderd. Meestal door vererving, maar ook tweemaal door verkoop. De laatste verkoop vond plaats in 1895 toen de Duitse houthandelaar en grootindustrieel Arnold Passmann uit Duisburg (vestingstadje Ruhrort) het kasteel en aangrenzend landgoed kocht van de familie Van der Goltz. Eigenlijk alleen maar vanwege de hoeveelheid hout die er te kappen was. Bij het eerste bezoek aan zijn kasteel was hij echter meteen zo enorm verknocht aan het huis en de omgeving dat het de bestemming van buitenhuis kreeg. Na de oorlog werd Slangenburg als “vijandelijk vermogen” van de Passmann familie ontnomen en verbeurd verklaard. Het kasteel kwam onder beheer van het Nederlands Beheersinstituut voor vijandelijke en foute vermogens. Al snel gaven zij het landgoed in handen gaf van Staatsbosbeheer. Sinds de jaren vijftig is Rijksgebouwendienst verantwoordelijk voor het onderhoud van het kasteel en beheert Staatsbosbeheer het landgoed.

Frederik Johan Van Baer verloor zijn vrouw Dorothea Petronella na een ernstige ziekte toen ze pas anderhalf jaar getrouwd waren. Frederik is nooit hertrouwd en verrijkte de Slangenburg met schilderingen op muren en plafonds die hem constant herinnerden aan zijn geliefde vrouw. Daarbij werden de toepasselijke Romeinse/ Griekse mythologische voorstellingen toch wel iets aangepast: veel schilderingen bevatten elementen die te maken hebben met de liefde van Fredrik voor zijn vrouw of met het alleen achterblijven van hemzelf. Je zou hiermee kunnen zeggen dat kasteel Slangenburg wel iets weg heeft van Paleis Huis ten Bosch in Den Haag. In de Oranjezaal liet Amalia van Solms schilderingen en schilderijen aanbrengen om haar overleden man Frederik Hendrik van Oranje te eren. In kasteel Slangenburg deed Frederik Johan van Baer in deze zelfde eeuw dus iets soortgelijks.

Van Baer was behalve officier en kunstliefhebber ook een uitstekend landbouwkundig econoom. In die tijd lag het kasteel in een eenzame streek omgeven door heidevlaktes en vochtige bossen. Hij kocht van de stad Doetinchem een groot stuk van die heide. Dwars over het terrein legde hij een uitgebreid lanenstelsel aan (in de vorm van een trapezium) dat nog steeds in zijn originele vorm aanwezig is en daardoor uniek in Nederland en Europa. Een groot deel van de heide werd ontgonnen en bebost met eiken, beuken en dennen. In 1679 legde hij ook het park rondom het kasteel aan in de toen geliefde formele parkstijl. Hiervan is weinig bewaard gebleven. Frederik bouwde het kasteel zoals hij die erfde (die toen alleen bestond uit de westelijke toren met aangrenzend bouwwerk) uit tot het huidige kasteel in U-vorm. Toch zijn vooral in het kasteel zelf de sporen van Frederik nog zichtbaar. Zijn liefde voor de natuur en de landbouw zie je terug in de vele schilderijen en prachtige uitgesneden vruchten en akkerproducten in lambriseringen en houten lijsten.

Het kasteel wordt gebruikt als zelfstandig gastenhuis. Het enige dat voor publiek toegankelijk is, is de kapel van het klooster. Tenminste tot begin van dit jaar, want tijdelijk zijn er exclusieve rondleidingen door het kasteel. Dat wilde ik als Gastvrouw van het Landschap Gemeente Oost Gelre uiteraard niet missen! Dat het kasteel tegenwoordig de functie van luxe pension heeft (18 gastenkamers) is niet zomaar. Dat komt omdat het kasteel ooit het thuis was van de benedictijner orde. In 1945, na de confiscatie door de Nederlandse staat stond het klooster leeg, te huur. De monniken wilden zich ook graag vestigen in het oosten van Nederland. Zij konden het kasteel toen huren. Vanuit de Slangenburg hebben zij toen de nog steeds bestaande Sint Willibrordsabdij gebouwd, iets verderop gelegen. De benedictijnen hadden als regel dat een men passanten (pelgrims) een onderdak moest kunnen bieden. Dat is de reden dat er nu nog steeds geslapen kan worden in het kasteel. De rondleiding begint met een stukje historie (en een kop thee) in het koetshuis door de gids. Ik had me thuis alvast een beetje ingelezen. De rondleiding begint in het oudste gedeelte van het kasteel, de toren en drie aangrenzende vertrekken. Het was gelukkig heerlijk behaaglijk in de oude waterburcht. Iedere gids heeft zo zijn eigen favoriete verhaal, de onze kon zeer veel vertellen over de schilderingen op muren en plafonds. Welke mythen en sagen bij welke schildering horen. In de grote zaal bleek hij ook nog eens uitstekend piano te kunnen spelen. Al luisterend en bewonderend wandelden we ruim een uur door het kasteel. Het nieuwe gedeelte is duidelijk veel eenvoudiger als het oude oorspronkelijke deel. Dat maakte de rondleiding niet minder bijzonder! Ik vond het geweldig om nu eens de binnenkant van de kasteelmuren te kunnen bekijken, ik kan het iedereen van harte aanbevelen. Na de rondleiding stond er nog een drankje klaar in het gezellige koetshuis.

Meer foto’s onder Portfolio -Kasteel Slangenburg-

DSC_2645-2