π‘Άπ’π’•π’Žπ’π’†π’• 𝒅𝒆 π‘¨π’„π’‰π’•π’†π’“π’‰π’π’†π’Œ, π‘Ήπ’†π’Œπ’Œπ’†π’ – π‘¬π’Šπ’ƒπ’†π’“π’ˆπ’†π’.

De laatste grote verbouwing thuis zit erop, de uitbouw aan de voorzijde is zo goed als klaar. Hoog tijd voor een nieuwe etappe van Mooi Achterhoek. Om klokslag 08.00 uur stond ik voor cafΓ© Kerkemeijer in Rekken. Het is een frisse lentedag, echter eenmaal onderweg voelt het prima. Bij de nostalgische bushalte in Rekken (zie vorige column) staat de weekmarkt van Rekken. Drie kramen sterk!

Achter de Antoniuskerk ligt een klein verscholen paadje. De toren van de kerk is overigens een stuk ouder dan de kapel zelf. De laatste werd namelijk door bliksem verwoest (en ook weer herbouwd) in 1889. De toren stamt uit 1655. Het wandelpad slingert zich al snel links en rechts langs de Berkel, een prachtig natuurgebied! Er grazen schapen, ik hoor talloze vogels en vlak voor me kiezen twee hazen het hazenpad. Het is er behalve de natuurgeluiden totaal verlaten, wat een genot om dit alles voor mijzelf te hebben. Via een trekpontje steek ik het riviertje over.

Een boer is druk bezig met het ploegen van de enorme akker waar ik langs loop. Hij wordt achtervolgt door een flinke stofwolk en een troep meeuwen. Tussen de boerderijen door wandelend over geasfalteerde binnenwegen kom ik al snel weer bij kleine bospaadjes. Prachtig, die frisgroene lentekleuren! Bij de verschillende boerenerven is altijd wat te zien. Van nieuwsgierige koeien tot een verzameling oude nostalgische caravans waar de natuur inmiddels zijn intrek heeft genomen.

De Brekenweg bij Rekken is een prachtig zandpaadje dat zich door natuurgebied den Breken heen slingert. Hier ligt het enige hoogveentje van Berkelland. De zeldzame plant Rijsbes schijnt hier te groeien. Dat staat hoog op mijn wensenlijst, om ooit nog eens een IVN plantencursus te volgen. Natuurlijk maakt ik hier een foto-stop. Ik neem ook meteen even de tijd om een boterham te eten. Ondertussen wint de zon ook al steeds meer terrein.

Het Kerkloo-bos heeft Eibergen te danken aan een oud-burgemeester. Na zijn overlijden in 1924 liet Smits zijn Kerkloo-bos na aan de Eibergse gemeenschap. Hij liet de toekomst van het bos nauwkeurig vastleggen zodat het altijd een wandelbos blijft. De Ramsbeek schittert hier in het zonlicht. Langzaamaan wandel ik richting de Mallumse molen. Eerst passeer ik nog het labyrint van Mallum. Het werd in 2003 aangelegd door de Schotse landkunstenaar Jim Buchanan. Zijn inspiratie haalde hij uit een Griekse munt, het vierkante Knossos-model. Het labyrint is ongeveer 270m lang. Rond 1750 werd de Havezate Mallum gesloopt. De Heer van Mallum nam zijn intrek in het Muldershuis naast de molen. Die gracht van de voormalige havezate is het enige bewijs dat het gebouw er ooit stond. Het bordje bij de toegangspoort is verdwenen, in de toren lijkt nu en dan geslapen te worden? Het geheel doet een beetje treurig aan eerlijk gezegd.

Ook het Muldershuis ligt er wat somber bij. Op een mooie dag als deze zat normaal gesproken het terras al aardig vol. Vlak voor het hele Corona gebeuren, had ik er een geweldig leuke foto-opdracht voor een buitenbord op het terras, tevens een stukje reclame voor het varen met de Berkelzomp. Het beeld was die dag heel wat vrolijker dan vandaag… De dichter Gerrit Achterberg woonde een kleine twee jaar in Eibergen. Hij schreef toen een gedicht over de Mallumse molen:

Uit de middeleeuwen van Arij Prins

is deze molen overgebleven.

Hout, water en leven

hielden dezelfde, eensgezinde kracht.

Samen verheffen zij zich boven hun macht

en dalen in elkanders zegevieren af.

Rustpunten, op en af,

voltooien de inwendige beweging,

O balkenhart, dat in de bossen klopt.

Via onderstaande link kun je alles lezen over de molen zelf.

http://www.waterradmolens.nl/Gelderland/Eibergen.htm

Over de Joodse begraafplaats had ik al eens wat beknopte informatie gekregen tijdens een IVN Heksentocht over het Wievenveld. Voor ik deze etappe ging wandelen heb ik me er nog wat meer in verdiept. Vanaf 1643 hebben zich met enige regelmaat joden in Eibergen gevestigd. De gunstige ligging vlakbij de grens maakte de plaats voor Duitse joden gemakkelijk bereikbaar. In 1786 betaalden zeven gezinnen een jaarlijkse stadsbelasting: het Jodentribuut. Al vΓ³Γ³r 1756 was er een joodse begraafplaats, bijgenaamd De Jodenbelt. Deze lag even buiten Eibergen aan de Berkel (huidige Rekkense Binnenweg). Op de joodse begraafplaats staat een herinneringssteen ter nagedachtenis aan de dertien familieleden die niet in Eibergen hun laatste rustplaats vonden maar in de oorlog zijn weggevoerd en vermoord. Hier liggen drie generaties Zion begraven. De familie Zion stamt origineel uit Augustowa, Polen. De eerste Zion in Eibergen was David Zion, die in 1852 38 jarige leeftijd naar Eibergen was gekomen. Hij zou er gedurende 25 jaar als Joodse leraar fungeren. Zijn zoon en twee kleinzoons liggen net als David begraven op de Joodse begraafplaats in Eibergen.

Kleinzoon Migels Zion (1868-1937) kocht in 1909 het pand van barbier Wilhelmus Antonius te Nijenhuis en begon er een manufacturenwinkel. Dat was het begin van modezaak en warenhuis Gebr. Zion, dat er op deze locatie tot 1973 gevestigd zou blijven, in deΒ  Achterhoek bekend als de grootste kledingwinkel in de regio, β€˜met de zeven etalages’. De drie broers Julius, Salomon en Zadok Zion (zonen van Migels) wisten door onder te duiken de oorlog te overleven. Omdat zij kleding en stoffen hadden verborgen, konden ze na de oorlog de zaak heropenen. Op deze locatie bevindt zich nu Harry’s Snackcounter. In 2020 kwam de kleinkinderen van David Zion, Hona en Esther, in het nieuws vanwege het terug geschonken kristallenΒ  familieservies. https://www.destentor.nl/enschede/verborgen-joods-servies-na-78-jaar-terug-bij-de-familie-zion-in-enschede~a2f7bb02/

Over deze Joodse begraafplaats in Eibergen verscheen in 2017 het boek JΓΆddenbulten. Op het Wievenveld vind je ook het huis van Aaltjen Brouwers. Door de omgeving beschuldigd van hekserij en toverij. Om dit ongedaan te maken liet ze zich in 1694 wegen op de heksenwaag in Oudewater. Het getuigenschrift dat haar een vermogen had gekost, heeft haar echter nooit verlost van deze beschuldiging!

http://www.facebook.com/klomptgoed

Ontmoet de Achterhoek, etappe Rietmolen naar Rekken.

Voordat ik van start ging in Rietmolen, maakte ik eerst een korte tussenstop in Neede. Ik wilde graag eens kijken bij Natuurpark Kronenkamp. In 2019 stond dit project in de top 3 van genomineerden voor de Gouden Gelderse Roos. De voormalige rioolwaterzuivering van Neede was al sinds 2003 niet meer in gebruik. Een aantal Needenaren zagen kansen in het overwoekerde terrein met de vervallen gebouwen. Samen met de omwonenden maakten zij een plan voor een natuurpark. Zo is de voorgistingstank een winterverblijf voor vleermuizen geworden en een filter van 300 mΒ² functioneert nu als bezoekerscentrum waar de geschiedenis van Neede op 24 panelen wordt weergegeven. Hier is tevens de grootste vleermuizenexpositie van Nederland!

Er is op het veilig gemaakte terrein een heuvel gevormd met daarin een klein openluchttheater wat ook als klaslokaal kan worden gebruikt. Een stuk natuurvriendelijke spouwmuur bied een beschutte plek aan insecten, vogels en ook vleermuizen. Vanaf de uitkijkheuvel zie je meteen de prachtige vleermuis in het metselwerk. Sinds 2018 is dit alles een gemeentelijk monument, daarmee is de toekomst van dit project gewaarborgd. Mijn vader werkte een groot deel van zijn leven bij rioolwaterzuivering De Bilt. Als kind heb ik heel wat uren op dat terrein doorgebracht. Erg leuk om te zien hoe Neede dit stukje industrie heeft omgezet in een prachtig en functioneel natuurpark.

De bushaltes van Rietmolen zijn voorlopig niet bereikbaar. Ik stapte uit bij Brammelo Roerink aan de Eibergsestraat. Een klein stukje verderop, bij de Assinkweg, pakte ik de route op. De vorige keer liep ik namelijk al het beginstukje vanuit Rietmolen in tegengestelde richting. Toen ik van huis wegfietste was het precies 0Β°C! Inmiddels stond de zon fier aan de hemel en kleurde de lucht helblauw. Op een doordeweekse dag kom je meestal niet heel veel andere wandelaars tegen. Dat vind ik eerlijk gezegd wel prettig. Dan kan ik me ongestoord helemaal onderdompelen in de natuur.

Al snel liep ik over prachtige kleine wandelpaadjes, al slingerend over Landgoed Het Lankheet. Het gebied is zo’n 500 ha groot. Het bestaat voornamelijk uit naaldbos, heide, hoogveen en vennen. Het (provincie) grensoverschrijdende landgoed tussen Haaksbergen en Eibergen heeft een geschiedenis die teruggaat tot het jaar 1188. Anderzijds zie je hier ook de meest moderne technieken op het gebied van waterzuivering, energiewinning, multifunctionele klimaatbossen, houtteelt, jeugdeducatie en jeugdzorg, kunst en theater. Ik zie inderdaad veel nieuwe aanplant in het bos. Ik was wederom aangenaam verrast door de mooie omgeving. Deze β€˜achterhoek’ van de Achterhoek kende ik nog niet zo goed. Ergens in de verte hoorde ik twee vrouwen praten en lachen. Ze zaten op een prachtig plekje te lunchen, onder een grote boom aan de rand van de heide. Een eindje verderop volgde ik hun voorbeeld. Ik kan mezelf dan zo ontzettend bevoorrecht voelen.. Om zomaar op een doordeweekse dag op zo’n fantastische plek in het zonnetje mijn verse boterhammen te kunnen eten. Wat hebben we het goed!

In Het Lankheet is in 1999 weer begonnen met ‘het op traditionele wijze bevloeien van graslanden’. Zogeheten vloeimessen (halfronde ijzeren plaat aan een steel) worden gebruikt om het water in de vloeigoot te stuwen en zo geleidelijk over de graslanden te laten stromen. Het betreft een middeleeuws watersysteem waarbij lokale kwel -rijk aan kalk en mineralen- werd gebruikt om graslanden te bevloeien bij wijze van natuurlijke bemesting. Het opstuwen van water activeert het ‘verborgen’ ondergrondse watersysteem. Bronnen ‘ontwaken’, bodems van ooit drooggevallen beekjes vullen zich. Er zijn nog maar twee locaties in Nederland waar deze oude techniek wordt toegepast, op Het Lankheet en De Pelterheggen in Noord-Brabant. De techniek maakt dan ook officieel onderdeel uit van de nationale Inventaris Immaterieel Erfgoed. Met de komst van de kunstmest in de 20e eeuw is deze historische wijze van bemesten verdwenen. Het water moest nu juist van het grasland af om te voorkomen dat de dure kunstmest zou wegspoelen. Het grondwaterpeil daalde sindsdien enorm. Ik ga zeker nog eens kijken in het Twentse Waterpark. Vooralsnog is het Achterhoekse deel enorm genieten. Ik hoor allerlei vogels kwetteren en fluiten en zie de mooiste mossen en planten. Na even speuren heb ik de kloppende Bonte Specht gevonden.

Naarmate de wandeling volgde, werd het landschap meer open. Ik kwam langs boerderijen, ontdekte twee oude schuurtjes en liep een eindje langs de Koffiegoot. Officieel heet het beekje dat naar de Berkel stroomt de Middelhuisgoot. In de volksmond wordt het stroompje echter de β€œKoffiegΓΆtte” genoemd vanwege het bruine water, dat vanuit het Haaksbergseveen werd aangevoerd. Toch is het water niet vies. Waterschap Rijn en IJssel heeft in de Koffiegoot de zeldzame modderkruiper, bittervoorntjes, beekdonderpad en de beekprik gevonden. Mooi bewijs dat het water in de goot steeds zuiverder wordt!

Tot slot doemde in de verte de Piepermolen en kerktoren van Rekken op. De Piepermolen is vernoemd naar de familie Pieper die de molen van 1907 tot 1965 in bezit had. Nog een laatste foto van het prachtig nostalgisch bushokje gemaakt, inmiddels bekend als β€˜Rekken Centraal’. Het bushokje zoals dat eerder bij tbs-kliniek Oldenkotte stond, is helemaal in de oude GTW-kleuren teruggebracht. Het gietijzeren haltebord is een schenking van het ov-museum in Doetinchem. De Rekkense smid Tim Vos heeft er een passende paal voor gemaakt. Die is zwart gelakt, zoals ooit standaard was bij de GTW-bushaltes.