Razzia in Aalten.

30 januari 2019 was het 75 jaar geleden dat er in Aalten een razzia plaatsvond. Op zondag 30 januari 1944 werden de Westerkerk (Hogestraat) en  de Christelijk Gereformeerde kerk (Berkenhovestraat) overvallen. De Duitsers wilden de mannen arresteren (tussen 19-23 jaar) die de tewerkstelling ontdoken. Het is één van de grootste oorlogsdrama’s in de Achterhoek. Achtenveertig mannen werden opgepakt, waarna men hen eerst naar de Koepel in Arnhem bracht en later naar het doorgangskamp Amersfoort. Sommige mannen verbleven hier slechts enkele weken, anderen maanden achtereen. Het grootste gedeelte van de arrestanten werd tewerkgesteld, bij boeren vlak over de Duitse grens of in fabrieken in het Ruhrgebied. Na een poosje doken de meesten van hen opnieuw onder. Niet alle mannen hadden zoveel geluk, een aantal belandde in de concentratiekampen Neuengamme en Ravensbrück.

De Duitsers die de Aaltense kerken niet precies wisten te vinden, vroegen iemand op straat de weg vroegen naar de Oosterkerk. Deze persoon kreeg een angstig voorgevoel en stuurde de Duitse soldaten naar de kleinere Christelijk Gereformeerde kerk. Het aantal arrestanten hier viel ‘gelukkig’ mee, zes mannen werden opgepakt. Dhr. H.J. Papiermole heeft nog één van hen weten te redden. In een uniformjasje van de Luchtbeschermingsdienst hield hij de Duitse overvalwagen staande en bulderde luid: ‘Ausweisse sofort!’ De Duitsers gaven hem het stapeltje persoonsbewijzen en Papiermole pikte er één uit. Hij zei dat de bewuste man voor hem werkte en verbood de Duitsers hem af te voeren. Eenmaal in de achtertuin van dhr. Papiermole gaf hij de jongeman zijn persoonsbewijs terug en gebood hem zich onmiddellijk uit de voeten te maken.

De Westerkerk in Aalten zat die zondagmorgen op de 30e januari 1944 overvol. Dit had onder andere te maken met de voorganger die ochtend, Jan Ridderbos uit Kampen. Ridderbos was behalve predikant ook hoogleraar Oude Testament aan de Theologische Hogeschool in Kampen en werkte mee aan de Christelijke Encyclopedie, een voorname bekendheid binnen de Nederlandse geloofsgemeenschap. Veel Scheveningse evacuees die normaal thuisbleven, waren deze zondag ook mee naar de kerkdienst. Tom Visser die boven op de galerij zat, zag door de ramen dat de Duitsers de kerk omsingelden en waarschuwde de mensen. Er werd extra veel gezongen die ochtend, zoals de langste Psalm 119, zodat een grote groep mannen de kans kregen zich te verstoppen. Via de consistoriekamer en een luik op de galerij klommen zij naar zolder. De Duitsers verstoorden de kerkdienst niet, zij wachtten buiten totdat deze afgelopen was. Bij alle vier de uitgangen werd gepost, de kerkgangers mochten alleen door de hoofdingang vertrekken waar alle persoonsbewijzen werden gecontroleerd. Iedereen die geen papieren bij zich had en niet tot de ‘gezochten’ behoorde kon zichzelf vrijkopen door een boete van twee gulden te betalen. Mannen probeerden zich te verstoppen in de klokkentoren, op de orgelzolder en boven de consistorie. Het plafond bestond hier slechts uit gestuukt gaas, het gewicht van de mannen die naast de balken stapten was te veel en veroorzaakte een gat en scheuren in het plafond dat meteen gezien werd door de Duitsers. Zij haalden iedereen weer naar beneden en arresteerden velen van hen.

In die tijd verbleven er veel Scheveningse evacuees in Aalten, voornamelijk ouderen, vrouwen en kinderen. In december 1942 en januari 1943 werden zij door de Duitsers gedwongen hun huizen te verlaten voor de aanleg van de Atlantikwall. In totaal verbleven er zo’n 500 Scheveningse evacuees bij Aaltense gastgezinnen.  Eén van hen, Barendina Visser werd met haar drie kinderen ondergebracht bij de familie Hoopman in het buurtschap Dale en was ook aanwezig bij de razzia. Gerrit Hoopman, één van de drie zonen van het gastgezin kon aan de razzia ontsnappen dankzij Barendina. De Scheveningse vrouw die altijd haar klederdracht aanhad, gaf Gerrit haar hoofdijzer, schoudermantel en rok. Vermomd als Scheveningse wist hij de kerk te ontvluchten. Simon Visser, destijds 10 jaar oud weet het nog goed, vooral de opvallende witte sportsokken van Gerrit die onder de rok van zijn moeder uitkwamen! Hij vertelt erover in de door Linda Brummelman gemaakte documentaire ‘Door het ijzer gespaard’ die in 2014 tijdens de 70-jarige herdenking werd uitgezonden. Ook Cor Buijs had geluk. Hij zat ondergedoken in Lintelo en ging naar de kerk om illegale verzetskranten van Trouw te verspreiden. Een Scheveningse was bereid deze onder haar mantel en rokken te verbergen om ze zo de kerk uit te smokkelen. Als de Duitsers dit hadden ontdekt, was het leed niet te overzien geweest! De werkelijke naam van Cor Buijs was namelijk typerend Joods: Moshe Boas Berg.

Alle gearresteerde mannen werden naar de consistorie in de Westerkerk gebracht. Ter bemoediging las dominee Gerritsma Psalm 121 voor. Deze psalm heeft vele van de mannen hun leven lang troost geboden. Voordat de mannen werden overgebracht naar Arnhem zagen verschillende mensen kans om de gevangenen nog wat te overhandigen. Spulletjes als een stukje zeep, een klein geschreven briefje of een bijbeltje. Soms ook wat te eten, zoals een plak roggebrood of een paar boterhammen. Vijf van hen hebben de oorlog niet overleefd. De mannen die wel terugkeerden waren voor het leven getekend. Zo ook Gerrit Hendrik Nobel, organist in de Westerkerk tijdens die verschrikkelijke ochtend. Zijn zoon Erik was aanwezig bij de herdenkingsdienst en vertelde dat hij veel heeft meegekregen van de diepe littekens die het bij zijn vader heeft achtergelaten. De kinderen kregen het met de paplepel ingegoten: alles wat Duits is, is slecht! De oorlog was nooit ver weg, die invloed draagt Erik de rest van zijn leven mee. Want ook was de oorlog afgelopen, voor zijn vader hield hij nimmer op.

Het Nationaal Onderduikmuseum begon enkele jaren geleden met het achterhalen van de namen van de destijds gearresteerde mannen. Aan de hand van diverse oproepen hebben zij van 42 mannen gegevens weten te achterhalen. Het onderzoek leverde veel persoonlijke verhalen op, en diverse mensen schonken oude bewaarde dagboeken, notities en andere documentatie aan het museum. Zes september 2019 werd er een expositie geopend waarin er aandacht is voor die voorwerpen en verhalen. Men vind het belangrijk om ook de link naar het heden onder de aandacht te brengen. Vrede is voor ons net zo vanzelfsprekend geworden als snel internet. Maar vrede vraagt om onderhoud, discriminatie is opnieuw in opkomst. Het kwetsen van mensen wordt gedoogd onder de noemer ‘vrijheid van meningsuiting’. Vrijheid is niet vanzelfsprekend. In deze herdenkingsdienst werd stilgestaan bij hen die geen keuze hadden zoals wij. Nog altijd zijn er over de hele wereld velen die geen keuze hebben, die worden onderdrukt en opgejaagd.

Anja Tolkamp klom op de ochtend van de herdenkingsdienst, voor de eerste keer via een steile ladder naar de zolder van de Westerkerk. Haar vader, Jan Tolkamp, was één van de 42 mannen die zich daar hadden verstopt. Hij belandde in een concentratiekamp, waar hij wist te overleven. Anja groeide op in Aalten, zij heeft altijd geweten wat haar vader meemaakte, erover vertellen deed hij echter zelden. Op verzoek van zijn kleindochters schreef hij in 2005 zijn verhalen op papier. In 2009 ontmoette Jan Marijke van Dijk tijdens één van haar exposities (Een diepe voor in de aarde). Jan vroeg Marijke of zij wellicht iets kon met zijn verhaal. Vele intensieve gesprekken volgde, Jan en Marijke ontwikkelden een unieke vriendschap. De memoires van Jan zijn door Marijke verwerkt in het boek ‘Over Leven’. Zijn fragmenten en haar afbeeldingen zijn samengebracht in zes handgedrukte en –gebonden edities, waarvan 4 in bezit van de familie Tolkamp.  Eén exemplaar ligt permanent tentoongesteld in het herdenkingscentrum Nationaal Monument Kamp Amersfoort, en het zesde exemplaar is beschikbaar voor exposities.

In de Oosterkerk bevind zich een prachtig gedenkraam, maar liefst acht meter hoog. Het werd geschonken door de overlevenden ter nagedachtenis aan de hulp die de Aaltense inwoners boden aan kinderen, joden, onderduikers, evacuees en mensen die honger leden. Ontwerper Marius Richters heeft in het glas-in-loodraam verschillende dingen uitgebeeld. Centraal staan een boer en boerin, omgeven door hongerende kinderen en een onderduiker. Aan beide kanten zijn marcherende Duitse soldaten afgebeeld. Links onderin staan vrouwen en kinderen om hulp en voedsel te bedelen, aan de rechterkant keren zij bevoorraad huiswaarts. De metselaar en ploegende boer bovenin staan symbool voor de wederopbouw. In 1946, op 13 juli, werd het raam onthuld.

Van 6 september 2019 t/m 23 februari 2020 kun je de expositie over deze razzia bezichtigen in het Nationaal Onderduikmuseum.
DSC_2281
Gedenkraam in de Oosterkerk -Memorial window in the Oosterkerk of Aalten

Moedige Verzetsvrouwen van de Achterhoek

De vierde lezing van het Achterhoek College 2019 bracht ons naar het Onderduikmuseum in Aalten. Dat dit bijzondere museum, zonder tekstbordjes en vitrines, juist in Aalten is gevestigd is niet heel verwonderlijk. Aalten heeft veel onderduikers in het dorp opgenomen, maar liefst één op de vijf was gevlucht voor de oorlog. De achtergebleven vrouwen kregen veel voor hun kiezen, de man was vaak of langdurig van huis. De vrouwen werden daardoor de managers van het verzet, ook al was dat vrijwel altijd in de schaduw van de mannen. Hun verhalen en daden bleven eigenlijk altijd onbekend. 2018 is door het platform WOII uitgeroepen tot ‘het Jaar van Verzet’. Met de tentoonstelling ‘De Vrouw als spil van het verzet’, wil het Nationaal Onderduikmuseum het aandeel van de vrouwen in het verzet tijdens WOII belichten, het is van groot belang geweest.

Ik was nog niet eerder in het museum aan de Markt in Aalten geweest, en was aangenaam verrast door het authentieke binnenplaatsje aan de achterzijde waar ook de ingang van het museum is gevestigd. Het grote huis, een rijksmonument overigens, is ingericht zoals het er 1940- 1945 uit moet hebben gezien. De originele onderduikplek en schuilkelder zijn beide intact gebleven en toegankelijk. Ik moet dus beslist nog eens terug om alles te bekijken! In de educatieve kamer vertelde Dineke Stam ons meer over de expositie die zij samenstelde. Door middel van brieven, dagboeken, foto’s en voorwerpen worden deze moedige verzetsvrouwen uit de schaduw gehaald. Het is eigenlijk niet eens een gangbaar woord. In de Dikke van Dale vind wordt alleen de verzetsman genoemd. Dat terwijl Tante Riek uit Winterswijk, Helena Theodora Kuipers- Rietberg, het georganiseerde landelijke netwerk ‘Hulp aan Onderduikers’ (LO) opzette. Als bestuurslid (en medeoprichter) van de Gereformeerde Vrouwenvereniging in Nederland, beschikte zij over een groot netwerk. Veel Achterhoekse vrouwen hebben geholpen met kleine en grote verzetsdaden. Ze brachten bijvoorbeeld geheime boodschappen en pamfletten rond, vervoerden wapens en hielpen met het verplaatsen van de onderduikers naar een nieuw adres als er gevaar dreigde. Tante Riek overleefde de oorlog niet. Eind december 1944 stierf zij in het concentratiekamp Ravensbrück.

Stichting Aletta (Aletta Jacobs, een Joodse feministe die als eerste een universitaire studie succesvol afrondde, waarmee ze de eerste Nederlandse vrouwelijke arts werd) initieerde de reizende tentoonstelling ‘Palet van Verzet’. Deze expositie kijkt vooral naar de overeenkomsten in drijfkracht, relevantie van keuzes en dilemma’s over loyaliteit tussen de verzetsvrouwen van toen en de vrouwen die zich de laatste 75 jaar ook hebben ingezet voor een betere wereld. Dat zijn tenslotte aspecten van alle tijden. Onder hen is ook de Achterhoekse Mia Lelivelt, geboren in 1925 te Lichtenvoorde. Mia woont nog altijd in haar geboortehuis, de oorspronkelijke onderduikruimte is zelfs nog aanwezig. Dineke Stam vroeg ons op een papiertje de naam op te schrijven van een vrouw die je zelf heel moedig vind, die ook in verzet kwam of komt. Dat zijn er zoveel! Wat te denken van Malala Yousafzai, de Pakistaanse kinderrechtenactiviste die in 2014 de Nobelprijs voor de Vrede ontving. Ook niet onvermeld blijven Gerdi Verbeet en Khadija Arib, Nederlandse politica. Zelf denk ik al snel aan Sabine Dardenne, die een ontvoering door Marc Dutroux van 80 dagen overleefde. Ik las haar boek en was diep onder de indruk van de moed van het toen twaalfjarige meisje. Een ander (Engels) boek dat ik las, The Book of Negroes van Lawrence Hill, vertelt het verhaal van veel moedige Afrikaans Amerikaanse vrouwen. In de 18e eeuw werden zij ontvoerd vanuit Afrika, sommigen nog geen tien jaar oud, om in Amerika als slaaf te worden verkocht. In de lezing vertelde Dineke Stam ook over het kolonialisme, Nederland speelde tenslotte een dominante rol in de slavenhandel. Er zijn zo’n 500 koloniale oorlogen geweest, allemaal vormen van verzet. Bovendien hebben de nazi’s er veel van afgekeken. Uitbreiding van macht buiten de eigen grenzen werd als essentieel beschouwd.

Zo kent iedereen kent wel zijn eigen moedige vrouw. Misschien liep je in de jaren ’80 zelf wel mee in één van de massale demonstraties tegen de kruisraketten! Ik ga zeker terug om de tentoonstelling ‘De Vrouw als spil van het verzet’ uitgebreid te bekijken en ook de rest van het Nationaal Onderduikmuseum. Dat is wel het mooie van het Achterhoek College 2019, we komen op plekken waar ik en ook sommige anderen nog niet eerder waren, en zo dicht bij huis! Deze lezing en bijbehorende expositie geven een krachtig beeld van Achterhoekse vrouwen in oorlogstijd.

DSC_3914
Boeiende lezing door Dineke Stam
DSC_3920
Expositie De Vrouw als spil van het verzet, met prachtige portretten door Thea Zweerink.