Hummelo, Vive la France!

Het enige stukje Frankrijk dat ik ken is de hoofdstad Parijs. Tijdens een stedentrip van zeven dagen had ik ruimschoots de tijd om de stad een beetje te leren kennen. Andere delen van Frankrijk zijn mij onbekend. Desondanks voelt het in Hummelo ieder jaar weer alsof ik werkelijk de grens van Frankrijk ben gepasseerd! Vive La France Hummelo, een Frans evenement in Nederland of een Nederlands festival in Frankrijk? Gezien de warme zomerse weersomstandigheden bij enkele bezoeken en het complete Franse sfeertje zou je bijna in de war raken..

Bij het binnenrijden van Hummelo wapperen de Franse vlaggen sierlijk in de wind. Verkeersregelaars en parkeerwachters leiden alles weer vlot in goede banen. Voor mijn gevoel neemt de belangstelling ieder jaar weer toe, voor de middag is het vaak al een gezellige drukte. Franse chansons bereiken mijn oren, heerlijke etensgeuren mijn neus. De Dorpsstraat is feestelijk versierd en hier en daar zie ik al mensen sjouwen met hun zojuist bemachtigde brocante spulletjes. Er zijn meestal maar liefst negentig professionele brocanteurs met uiteenlopende specialisaties aanwezig! Ik hou ervan, de oude Louvre deuren, verweerde spiegels en grote zinken teilen. Behalve gebruiksvoorwerpen zijn er ook kramen vol prachtige en romantische dameskleding en allerlei streekproducten. Bij Hotel Cafe Restaurant de Gouden Karper probeer ik weer een plaatsje op het terras onder de eeuwenoude kastanjebomen te scoren. Dat is nog makkelijker gezegd dan gedaan! Logisch, want wie wil hier nou niet van een drankje genieten, heerlijk in de schaduw omringd door Franse vlaggetjes en vazen vol zonnebloemen. Genietend van de verse appeltaart met slagroom hoor ik om me heen veel verschillende talen. Vlaams, Duits, Frans en natuurlijk dialect. Het maakt dat je bijna zou vergeten dat je in Achterhoekse streek bent. Heel veel bezoekers daarentegen weten maar al te goed dat ze in het dorp zijn waar dat beroemde standbeeld is onthuld, er worden dan ook massaal foto’s gemaakt met de mannen van Normaal.

In en rondom de dorpskerk van Hummelo (Neo-gotische zaalkerk uit 1838) is  altijd de kunstfair, het Montmartre van Hummelo. Ook hier worden vrolijke Franse chansons gezongen. Achter de kerk, onder de Lindebomen, is het heerlijk vertoeven op een ander Frans uitziend terrasje. Her en der staan mooie oude Citroën 2CV’s geparkeerd. Mijn vader had vroeger ook zo’n ‘lelijke eend’, een rode. Het roept nog altijd herinneringen op naar vervlogen tijden, ongetwijfeld bij zovelen. Er is echt enorm veel te zien en te bewonderen! Al wandelend kom ik verschillende straatartiesten tegen, van rondlopende goochelaars tot ganzenhoeders. Orgue de barbarie heeft inmiddels een schare vaste fans (ik ben er één van), sommigen zitten dan ook al reikhalzend op haar meezing-uurtje te wachten. Met haar kleine draaiorgel speelt en zingt Xandra Storm bekende Franse chansons. Het was ruim na 16.00 uur voor ik het terrein verliet, vele momenten vastgelegd op camera. Ik heb weer enorm genoten van dit unieke evenement. Hummelo, het was weer magnifique!

 

DSC_1656
Vive la France Markt in Hummelo -French Market in Hummelo.
DSC_1197
Xandra Storm met haar Orque de Barbarie.
DSC_1668
Franse brocante & chansons tijdens Vive la France -Yearly French Market in Hummelo.

Zelhem, Oogst,- en folkloredag

Grote goudgele roggevelden is geen alledaags gezicht meer. Als er al flink rogge wordt verbouwd, wordt dat gemaaid met een grote combine die het hele verwerkingsproces van rogge in één keer voltooid. Daar is maar weinig mankracht voor nodig. Dat was vroeger wel anders! In Zelhem viert de nostalgie jaarlijks nog hoogtij, en wordt het rogge van het land gehaald met een oude tractor en antieke roggemaaier. Het is vandaag de dag bijna een toeristische attractie! Ik had het in elk geval nog nooit gezien, dus dit evenement wilde ik graag eens meemaken.

Aan de overkant van Museum Smedekinck lag het roggeveld er prachtig goudgeel bij. Vroeger moest de rogge eigenlijk voor Sint Jaopik, de patroonheilige van de roggeoogst (25 juli) al van het land zijn. De rogge was dus aan de hoge kant en ook de vele regen die afgelopen dagen maakte het er niet gemakkelijker op, maar ik kreeg toch een goed beeld hoe het vroeger in zijn werk ging. De gemaaide rogge werd gebonden met stengels van het graan zelf, en de bossen rogge (schoven of garve) werden in zogeheten ‘hokken’ gezet. Het lijkt een beetje op een wigwam. Een toeschouwer vertelde mij dat het een precies karweitje betrof want de schoven moesten goed blijven staan, en bovendien moest de wind er doorheen kunnen zodat de schoven goed droogden. Het roggeveld ligt aan een landelijk weggetje in Zelhem, en fietsers die toevallig passeren sprongen enthousiast van hun fiets bij het zien van deze bijna vergeten werkzaamheden. Vroeger nam de roggeoogst zo’n twee tot drie weken in beslag, en was het roggemaaien keihard werken van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat, vaak op warme zomerdagen. Tussen de middag werd er meestal gegeten op het land, een lekkere dikke spekpannenkoek uit het vuistje met een dampende kom koffie. Ook nu lieten de roggemaaiers en bindsters zich de pannenkoeken goed smaken. Het was een prachtige voorstelling! Ik heb op de boerderij van mijn grotouders nog wel het ouderwetse hooien meegemaakt. Dan stonden er soortgelijke ‘wigwammen’ op het land (ruiters).

Veel tijd om te ‘chillen’ was er niet, want ‘het olde wief moest nog gemaakt en versierd worden! Hiervoor gebruikte men de laatste halmen van het roggeveld, waar een extra grote garve van werd gemaakt. Het olde wief werd vervolgens versierd met groene lijsterbestakken en bloemen. De lijsterbes staat symbool voor wijsheid, kracht en bescherming tegen het kwaad. Het olde wief werd vroeger aangeboden aan de boerin, die vervolgens een dronk uitbracht op de oogst. Bovenop een boerenwagen werd de versierde schoof naar het erf van Museum Smedekinck gereden, gevolgd door twee folkloristische dansgroepen waarna er net als vroeger een eet,- en drinkfestijn ontstond en gedanst werd met het olde wief als middelpunt.

Voordat we de karakteristieke oogstdansen te zien kregen, ging eerst de fles rond, een borrel voor de harde werkers. De dansers van Wi’j eren ’t Olde gaven een schitterende voorstelling. Ik was duidelijk niet de enige die dit met plezier aanschouwde, het was een levendige drukte op het erf en zag vooral veel oudere mensen enorm genieten. Na het dansen werd getoond hoe men vroeger dorste. Het dorsen gebeurde in werkelijkheid nooit op dezelfde dag als het maaien, voor een colplete demonstratie maakt men bij Smedekinck een uitzondering. Op het erf was te zien hoe men dit vroeger handmatig deed, het vlegelen. Het graan lag uitgespreid op een harde ondergrond (de dorsvloer) waarna de mannen vervolgens met de dorsvlegel op het graan sloegen. Dit moest in het juiste ritme gebeuren (om beurten), om te voorkomen dat de dorsvlegels elkaar zouden raken. De steel van de dorsvlegel moest precies passen onder de oksel van de dorser en varieerde dus in lengte, afhankelijk van de grootte van de eigenaar. Door het slaan werden de korrels uit de aren verwijderd. De graankorrels, nog met het kaf, werden in een platte gevlochten mand (wan) omhoog gegooid zodat de wind het stof en de kaf wegblaast. Daar komt ook ons spreekwoord vandaan, het goede van het slechte scheiden (kaf van het koren scheiden).

Iets verderop stond de grote oude dorsmolen, aangedreven door een tractor. Een platte wagen was volgepakt met de gebonden schoven van het land. Deze werden door een boerenknecht met een vork bovenop de dorsmachine gegooid, door anderen van het bindsel ontdaan en in de dorsmachine geduwd. Het graan werd hier in drie delen gescheiden: zaad, kaf en stro. Een toeschouwer begon me te vertellen dat vroeger alles werd gebruikt. Het stro werd gebruikt in de stal en het kaf deed men in legnesten van kippen of er werden kussens mee opgevuld. Ik genoot van de verhalen van weleer. De man vertelt me dat het dorsen vroeger nooit in de zomer gebeurde. Dan was het te druk op de boerderij, dus gebeurde het in de winterdag. Het was behalve hard werken ook een gezellige gebeurtenis waarbij het samenzijn een belangrijk aspect was. De dorsmachine ging van boerderij naar boerderij en iedereen hielp elkaar. ‘Zulke saamhorigheid is er tegenwoordig niet meer bij’, zegt de man spijtig. Iedereen heeft een zo groot mogelijke veestapel en haast alles gebeurt machinaal met meestal eigen machines. Deze manier van dorsen is duidelijk zwaar en stoffig werk, en ik heb diepe bewondering voor alle vrijwilligers waarvan de meesten toch niet meer zo piepjong zijn.. Ik vond het geweldig om te zien, en hoop dat deze traditie nog lang van generatie op generatie wordt doorgegeven. Zulk mooi erfgoed mag de Achterhoek trots op zijn!

 

DSC_1496