Aalten, Farm & Country Fair

Na bijna tien jaar woonachtig in Lichtenvoorde werd het wel echt héél hoog tijd voor een bezoek aan de Farm en Country fair Aalten. Vandaag dus mijn officiële vuurdoop. Vanaf station Aalten reed ik mee met de pendeldienst. Een tractor met overkapte aanhanger, dat was direct al een leuk ritje (Voor de mevrouw tegenover mij met chique (dunne) designkleding en strak gekapte coupe iets minder  ;-)). Door het schrijven van mijn vorige column was ik al het één en ander te weten gekomen over de countryfair, georganiseerd door de familie Ruesink. Mijn eerste gang vanmorgen was naar de informatiebalie, even mijn collega Gerdien Ruesink gedag zeggen.

Aan het einde van mijn eerste dag Farm & Country Fair kan ik met recht zeggen dat ik superblij ben om morgen weer terug te gaan! Wat een geweldig leuk festival, ik snap werkelijk niet waarom ik dat al die jaren aan mijn neus voorbij heb laten gaan?! Ik ben dol op dieren, en heb dan ook mijn hart op kunnen halen. Niet alleen om te fotograferen, vooral ook om eens van dichtbij te bekijken en sommigen die dat waarderen te mogen aaien. Jong en oud genoot en werd blij van al die liefkozingen  :-). Kalf Suus is inmiddels pink Suus geworden. Geheel ontspannen lag ze lekker te herkauwen in de grote tent, onverschillig voor alle aandacht, als een ware diva op een bed van stro.

Gerdien tipte mij om even achter in de gele straat te gaan kijken, 24KitchenFood Truck Challenge is neergestreken op de countryfair. Elke aflevering vind plaats op een ander zomers festival, met onder andere Lange Frans. Vandaag kookte hij met Pip Pellens, beter bekend als Wiet in GTST. Er liepen blijkbaar nog twee BN-ers, gevolgd door heel veel nieuwsgierige kinderen. Zij vertelden mij heel enthousiast dat het Jasper en Marius Gottliebwaren (??). U weet wel, van Spangas. In de gele straat was ook het Vintage Festival themaplein en de Sheep Factor Show. Bij de laatste maakte ik kennis met Erik en Joyce Ruesink, vader en dochter. Joyce vertelde mij vol passie over haar zeer bijzondere schapen. De hele Sheep Factor Show is sowieso al iets heel bijzonders, echt uniek in Nederland. Ik heb werkelijk in mijn leven nog nooit zulke mooie schapen gezien, laat staan dat ik wist dat er zoveel verschillende rassen bestonden. Ik weet nu wel de uiterlijke verschillen tussen een schaap en een geit (schrijf ik met lichte trots). De staart van een geit staat overeind en hij heeft een sik, beide in tegenstelling tot een schaap.

Nog steeds in de gele straat, bij het Vintage Festival Themaplein, ontmoet ik per toeval mijn oud-collega Ursula. Ze was aan het helpen in de stand van Hanny Kwekkeboom. Van oorsprong is Hanny Aaltense, 20 jaar geleden emigreerde zij naar Oslo in Noorwegen. Met haar bedrijfje genaamd In Between Wearing richt zij zich op re-design van Scandinavische vintage kleding. Op haar eigen unieke manier pimpt zij ‘oude’ kledingstukken tot fantastische nieuwe creaties. In de gele straat spot ik ook houten klompen! Dat wil zeggen een heuse klomp-fietsbel, ingenieus gemaakt door een (vierde generatie) klompenmaker. Of er een vijfde generatie zou komen was even spannend, de zoons waren weinig klomps  ;-). Gelukkig is er ook een dochter, en deze heeft het klompen maken in het bloed. Met de zesde generatie zit het ook wel goed, aldus opa (generatie vier).

Joke Ruesink is net als een groep andere vrouwen uit de regio lid van tuinclub De Bonte Tuinvlo uit Varsseveld. De stand van deze dames heeft ieder jaar een ander thema, dit jaar is dat ‘de spijkerbroek’. Alle leden zijn verzot op tuinieren, de uitdaging is dit te combineren met het huidige thema. Het resultaat is superleuk! Vooral die met de houten klompen natuurlijk  :-D.

Het weer werkt gelukkig goed mee, de zon breekt steeds vaker en langer door, geholpen door de wind die de regenbuien verjaagd. Voor wie even schuilen wil is er (in de bruine straat) het Zonnehuisje van timmervakvrouw Monie van Paassen. Begin juli stond er een mooi artikel van Monie, over deze zonnehuisjes, in het blad Landleven. Het ontwerp van het zonnehuisje is gebaseerd op de vroegere TBC-huisjes. De opbouw van het Zonnehuisje is als het ontwerp van vroeger, ramen in beide zijgevels om goed te kunnen luchten en een draaischijf met massieve wielen onder het huisje. Ook het ouderwetse hang- en sluitwerk is in het huisje verwerkt zodat oude tijden herleven. Samen met Monie heb ik het huisje naar de zon gedraaid zodat ik er wat foto’s van kon maken. Ondertussen slijpt Monie voor mij een origineel Zonnehuisje Timmermanspotlood.

Mijn eerste dag Farm & Country Fair is voorbij gevlógen! Voor ik naar huis ga, trakteer ik mezelf op een zalige warme stroopwafel van foodtruckStroopwafels XXL uit Enschede. Wat een leuke dag, wat een leuk festival. Ik kijk uit naar morgen, dan is het Nederlands kampioenschap wolspinnen en de kalveropfokwedstrijden voor kinderen. Nieuwe dag, nieuwe verhalen!

Hummelo, Vive la France!

Het enige stukje Frankrijk dat ik ken is de hoofdstad Parijs. Tijdens een stedentrip van zeven dagen had ik ruimschoots de tijd om de stad een beetje te leren kennen. Andere delen van Frankrijk zijn mij onbekend. Desondanks voelde het afgelopen zaterdag in Hummelo alsof ik werkelijk de grens van Frankrijk was gepasseerd! Vive La France Hummelo, een Frans evenement in Nederland of een Nederlands festival in Frankrijk? Gezien de warme zomerse weersomstandigheden en het complete Franse sfeertje zou je bijna in de war raken..

Bij het binnenrijden van Hummelo wapperen de Franse vlaggen sierlijk in de wind. Verkeersregelaars en parkeerwachters leiden alles vlot in goede banen. Voor mijn gevoel is de belangstelling dit jaar wederom toegenomen, het is om 11.30 uur al een gezellige drukte. Franse chansons bereiken mijn oren, heerlijke etensgeuren mijn neus. de Dorpsstraat is feestelijk versierd en hier en daar zie ik al mensen sjouwen met hun zojuist bemachtigde brocante spulletjes. Er zijn maar liefst negentig professionele brocanteurs met uiteenlopende specialisaties aanwezig! Ik hou ervan, de oude Louvre deuren, verweerde spiegels en grote zinken teilen. Behalve gebruiksvoorwerpen zijn er ook kramen vol prachtige en romantische dameskleding en allerlei streekproducten.

Bij Hotel Cafe Restaurant de Gouden Karper scoren we een plaatsje op het terras onder de eeuwenoude kastanjebomen. Dat is nog makkelijker gezegd dan gedaan! Logisch, want wie wil hier nou niet van een drankje genieten, heerlijk in de schaduw omringd door Franse vlaggetjes en vazen vol zonnebloemen. Genietend van de verse appeltaart met slagroom hoor ik om me heen veel verschillende talen. Vlaams, Duits, Frans en natuurlijk dialect. Het maakt dat je bijna zou vergeten dat je in Achterhoekse streek bent. Heel veel bezoekers daarentegen weten maar al te goed dat ze in het dorp zijn waar dat beroemde standbeeld nog niet zo lang geleden is onthuld, er worden dan ook massaal foto’s gemaakt met de mannen van Normaal.

In en rondom de dorpskerk van Hummelo (Neo-gotische zaalkerk uit 1838) is de kunstfair, de Montmartre van Hummelo. Ook hier worden vrolijke Franse chansons gezongen door het duo Pierre et Gerdy. Achter de kerk, onder de Lindebomen, is het heerlijk vertoeven. Voor de kerk dit jaar een (opgeblazen) eerbetoon aan Normaal: Bertus op zien Norton en Tinus op de BSA. Behalve deze twee motoren staan er ook her en der mooie oude Citroën 2CV’s geparkeerd. Mijn vader had vroeger ook zo’n ‘lelijke eend’, een rode. Het roept nog altijd herinneringen op naar vervlogen tijden, net als bij zovelen. Er is echt enorm veel te zien en te bewonderen! Al wandelend kom ik verschillende straatartiesten tegen, De rondlopende goochelaar John Negenkerken en ganzenhoeder Jurgen Baan zorgen voor veel bekijks.

Orgue de barbarie heeft inmiddels een schare vaste fans, sommigen zitten dan ook al reikhalzend op haar meezinguurtje te wachten. Met haar kleine draaiorgel speelt en zingt Xandra Storm bekende Franse chansons. Ik behoor ook tot die schare fans, en geniet dan ook van het optreden. Op dat moment zingt ze toevallig even samen met Yolanda Tangelder, zij zong ook tijdens het openluchtspel ‘Dwarsliggers’ aan de Borkense Baan dat ik eerder dit jaar bezocht. Dit jaar wordt ze ook nog eens vergezeld door Parijse vrienden, zangeres Malene Lamarque en accordeonist Fanchon. Het is ruim na 16.00 uur als ik het terrein verlaat, vele momenten vastgelegd op camera. Ik heb weer enorm genoten van dit unieke evenement. Hummelo, het was weer magnifique!

Zelhem, Oogst,- en folkloredag

Grote goudgele roggevelden is geen alledaags gezicht meer. Als er al flink rogge wordt verbouwd, wordt dat gemaaid met een grote combine die het hele verwerkingsproces van rogge in één keer voltooid. Daar is maar weinig mankracht voor nodig. Dat was vroeger wel anders! Vandaag in Zelhem viert de nostalgie hoogtij, en wordt het rogge van het land gehaald met een oude tractor en antieke roggemaaier. Het is vandaag de dag bijna een toeristische attractie! Ik heb het in elk geval nog nooit gezien, dus dit evenement wil ik graag eens meemaken.

Aan de overkant van Museum Smedekinck ligt het roggeveld dat gemaaid gaat worden. Vroeger moest de rogge eigenlijk voor Sint Jaopik, de patroonheilige van de roggeoogst (25 juli) al van het land zijn. De rogge is nu dus aan de hoge kant en ook de vele regen van de afgelopen dagen maakt het er niet gemakkelijker op, maar ik krijg toch een goed beeld hoe het vroeger in zijn werk ging. De gemaaide rogge wordt gebonden met stengels van het graan zelf, en de bossen rogge (schoven of garve) worden in zogeheten ‘hokken’ gezet. Het lijkt een beetje op een wigwam. Een toeschouwer vertelt mij dat het een precies karweitje betrof want de schoven moesten goed blijven staan, en bovendien moest de wind er doorheen kunnen zodat de schoven goed droogden. Het roggeveld ligt aan een landelijk weggetje in Zelhem, en fietsers die toevallig passeren springen enthousiast van hun fiets bij het zien van deze bijna vergeten werkzaamheden. Vroeger nam de roggeoogst zo’n twee tot drie weken in beslag, en was het roggemaaien keihard werken van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat, vaak op warme zomerdagen. Tussen de middag werd er meestal gegeten op het land, een lekkere dikke spekpannenkoek uit het vuistje met een dampende kom koffie. Ook nu laten de roggemaaiers en bindsters zich de pannenkoeken goed smaken. Het is een prachtige voorstelling! Ik heb op de boerderij van mijn grotouders nog wel het ouderwetse hooien meegemaakt. Dan stonden er soortgelijke ‘wigwammen’ op het land (ruiters).

Veel tijd om te ‘chillen’ 😉 is er niet, want ‘het olde wief moet nog gemaakt en versierd worden! Hiervoor gebruikt men de laatste halmen van het roggeveld, waar een extra grote garve van wordt gemaakt. Het olde wief wordt versierd met groene lijsterbestakken en bloemen. De lijsterbes staat symbool voor wijsheid, kracht en bescherming tegen het kwaad. Het olde wief werd vroeger aangeboden aan de boerin, die vervolgens een dronk uitbracht op de oogst. Vandaag wordt de versierde schoof bovenop een boerenwagen naar het erf van Museum Smedekinck gereden, en volgt er net als vroeger een eet,- en drinkfestijn waarbij er ook gedanst wordt met het olde wief als middelpunt. De boerenwagen wordt gevolgd door twee folkloristische dansgroepen. Ik vind de Oogst- en Folkloredag tot nu toe al een enorm geslaagde middag! De hele optocht wordt flink gefilmd en gefotografeerd en velen sluiten zich aan bij de nostalgische stoet.

Voordat we de karakteristieke oogstdansen te zien krijgen, gaat men eerst met de fles rond en krijgen de harde werkers een borrel. De dansers van Wi’j eren ’t Olde geven een schitterende voorstelling. Ik ben duidelijk niet de enige die dit met plezier aanschouwd, het is een drukbezocht evenement en zie vooral veel oudere mensen enorm genieten. Ik maak een paar filmpjes voor op mijn werk in het verpleeghuis. De meeste cliënten komen zelf ook uit de Achterhoek, en dit vinden ze vast leuk om te bekijken. Een mooie manier om verhalen van vroeger naar boven te halen. Na het dansen wordt getoond hoe men vroeger dorste. Het dorsen gebeurde in werkelijkheid nooit op dezelfde dag als het maaien, maar gelukkig maakt men vandaag een uitzondering. Op het erf is ook te zien hoe men dit vroeger handmatig deed, het vlegelen. Het graan ligt uitgespreid op een harde ondergrond (de dorsvloer) en de mannen slaan met de dorsvlegel op het graan. Dit moest in het juiste ritme gebeuren (om beurten), om te voorkomen dat de dorsvlegels elkaar zouden raken. De steel van de dorsvlegel moest precies passen onder de oksel van de dorser en varieerde dus in lengte, afhankelijk van de grootte van de eigenaar. Door het slaan werden de korrels uit de aren verwijderd. De graankorrels, nog met het kaf, werden in een platte gevlochten mand (wan) omhoog gegooid zodat de wind het stof en de kaf wegblaast. Daar komt ook ons spreekwoord vandaan, het goede van het slechte scheiden (kaf van het koren scheiden).

Iets verderop staat een grote oude dorsmolen, aangedreven door een tractor. Een platte wagen is volgepakt met de gebonden schoven van het land. Deze worden door een boerenknecht met een vork bovenop de dorsmachine gegooid. Daar worden ze door anderen van het bindsel ontdaan en in de dorsmachine geduwd. Het graan wordt nu in drie delen gescheiden: zaad, kaf en stro. Een toeschouwer begint me te vertellen dat vroeger alles werd gebruikt. Het stro werd gebruikt in de stal en het kaf deed men in legnesten van kippen of er werden kussens mee opgevuld. Wat een gemoedelijke sfeer heerst er toch! Ik luister dan ook aandachtig en geniet van de verhalen van weleer. De man vertelt me dat het dorsen vroeger nooit in de zomer gebeurde. Dan was het te druk op de boerderij, dus gebeurde het in de winterdag. Het was behalve hard werken ook een gezellige gebeurtenis waarbij het samenzijn een belangrijk aspect was. De dorsmachine ging van boerderij naar boerderij en iedereen hielp elkaar. ‘Zulke saamhorigheid is er tegenwoordig niet meer bij’, zegt de man spijtig. Iedereen heeft een zo groot mogelijke veestapel en haast alles gebeurt machinaal met meestal eigen machines. Deze manier van dorsen is duidelijk zwaar en stoffig werk, en ik heb diepe bewondering voor alle vrijwilligers waarvan de meesten toch niet meer zo piepjong zijn..

Op het erf zijn ook nog tal van oude ambachten te bewonderen, en er worden streekproducten verkocht waaronder verse broodjes en broden uit een hout gestookte oven. Voor de kinderen is er een kleindierenshow van de VPKV Varsseveld. Ik ben op slag verliefd op de Serama kipjes! Het zijn de kleinste kipjes ter wereld met een zeer lief karakter en super tam te maken. Ze zijn heel geschikt als huiskip. In de toekomst zou ik heel graag een kippenhok met buitenren in de tuin willen hebben. Ik vind kippen geweldig! Ik heb eerlijk gezegd niet zoveel met konijnen en cavia’s. Toen ik een huisdier mocht als kind, was dat een vogel. De Oogst- en Folkloredag loopt op zijn eind. Ik vind het bijna jammer! Gelukkig hebben ze het roggemaaien nog een keer hervat, dus voor ik huiswaarts keer neem ik daar nogmaals een kijkje. De zon heeft goed zijn werk gedaan, en de rogge is nu minder vochtig waardoor het maaien beter gaat. Bij Museum Smedekinck houden ze al jaren een oogst,- en folkoredag in augustus, echter dit jaar voor het eerst met een demonstratie van het maaien zelf en de bijbehorende gebruiken op het land. Ik vond het geweldig, en hoop dat deze traditie nog lang van generatie op generatie wordt doorgegeven. Zulk mooi erfgoed mag de Achterhoek trots op zijn!

DSC_1496

Meer foto’s zijn te vinden in mijn portfolio, onder ‘Streekevenementen’.

Gelselaar, Ganzenmarkt

Dit weekend is mijn werkweekend. Beide dagen heb ik avonddienst, dus in de ochtend kan ik er nog even op uit. Vandaag ben ik naar Gelselaar, Gelderland, Netherlands geweest, naar de Ganzenmarkt Gelselaar. Dat stond namelijk al een aantal jaren op mijn lijstje, maar telkens was er iets anders.

Gelselaar, Gelderland, Netherlands is als tweede in de gemeente Berkelland aangewezen als beschermd dorpsgezicht. In 1972 werd de De Mallumsche Molen en naaste omgeving (in Eibergen) ook al aangewezen als beschermd gezicht. En terecht! Ik heb een beetje rondgeneusd in het dorpje, en ben al zoveel leuks tegengekomen. Ik moet toch echt eens van de Klompenpaden het Boereneschpad gaan wandelen. Dat loopt behalve door Gelselaar ook door Geesteren, Gelderland, Netherlands en Noordijk, Gelderland, Netherlands. Het iets kortere Ommetje Gelselaar is ook een optie. Onderweg naar Gelselaar kwam ik namelijk door Geesteren, en dat zag er ook al zo leuk uit!

De naam Gelselaar duikt in 1326 voor het eerst op als ‘hus te Geldesler. Gelselaar als buurschap wordt pas in 1399 vermeld, toen nog als ‘Gelleslare’. Kerkelijk behoorde Gelselaar toen tot Neede. Een deel van de Needse kerk stond dan ook bekend als ‘de Gelselaarse hoek’. Het Gelselaarse Broek is een drassig gebied ten noordwesten van Gelselaar. In de natte jaargetijden werden vroeger op het laaggelegen broek ganzen gehouden. Het dons werd bijvoorbeeld gebruikt voor dekbedden. De Ganzenmarkt Gelselaar is een vaste traditie die herinnert aan dit verleden van ganzenhoederij. Tegenover de van der Lugt school staat een beeld van drie ganzen. Deze heb ik niet zelf gezien overigens. Leuk om te weten dat Wim Bosboom ook in Gelselaar is geboren! En ook leuk is de bijnaam van Gelselaar, het Gaanzegat! Er bestaat zelfs een rijmpje over: Borculo is een stad, Geesteren is nog wat, Gelselaar is een Gaanzegat!

De jaarlijkse Ganzenmarkt Gelselaar met verkiezing van de beste ganzenhoedster, op de 1e zondag in juli is één van de erfgoedprojecten in Gelselaar. Andere erfgoedprojecten zijn bijvoorbeeld een permanente ganzenweide en groot ganzenbordspel, een 13 km lange fietsroute, genaamd Ganzenrondje Gelselaar en het kunstwerk van Anton ter Braak, het ‘Schrijverskunstwerk’. Ter ere van de drie schrijvende Gelselaarse meesters Heuvel, Krebbers en van der Lugt. ik vond de kinderen in Oudhollandse kleding, de kleine ganzenhoeders en hoedsters, fantastisch om te zien! De ganzen blijven steevast dicht bij elkaar lopen. Dat schijnen ze altijd te doen in nieuwe omgevingen en in vreemde situaties. Ik had geen uren de tijd, omdat ik naar mijn werk moest, dus ik ga beslist nog eens terug.

DSC_1167