Komt voor de Bakker.

Maar liefst 156 mensen kwamen ‘Met Dialect op de Koffie’ op zondagmorgen 3 februari bij Erve Kots. Er stonden dan ook twee mooie vertellers op het programma. Joop Lammers uit Breedenbroek nam als eerste plaats op het podium om de prachtige Achterhoekse sage Duvelheurntjes op brandewien aan ons te vertellen, geschreven door Bert Scheuter uit Varsseveld.

Met een prachtige vertel-stem nam Joop ons mee naar het jaar 1660 in Sinderen, waar we kennis maken met Jannes van Nibbelink, een boer uit Varsseveld. Hij werd door de jonker ontboden zich te melden op Kasteel Sinderen. Ondanks het nare gure weer ging Jannes op pad, zich verheugend op het warme vuur in het kasteel en ’t kruikje brandewijn en schinke (ham) dat de jonker ongetwijfeld op tafel zou zetten. “Met de mage zwaor en kop lech löt ‘t zich makkelijker praoten”, zei hij namelijk altijd.

Maar alles liep totaal anders dan Jannes had gedacht. Vreemde en duistere gebeurtenissen volgden elkaar op. Joop vertelde over het vurige vonkende paard en de tuinman met zijn Duitse tongval (de geluidsman in de zaal maakte het compleet met bijpassende geluidseffecten). Verderop in het verhaal werd duidelijk dat de jonkheer eigenlijk de jonkheer helemaal niet was! (of d’r ‘m een vrömde luuze aover de leaver ‘elopen was). Het bleek de duivel in hoogsteigen persoon, hij kwam Jannes halen omdat hij er zelf om gevraagd zou hebben tijdens het volksfeest van Varsseveld. Jannes en zijn buurman bespraken daar wat toch de mooiste dood zou wezen. Verzuipen in het grote brandewijnvat in de stokerij van Kasteel Sinderen, dat leek de beide mannen de mooiste manier om heen te gaan.

Gelukkig had de moeder van Jannes gelijk, ze zei altijd: wat waor is, is waor, maor onzen Jannes hef een helderen kop. En da’s waor!”. Jannes bedacht dan ook een list om te ontsnappen aan de duivel, en slaagde hierin. Ook de jonkheer van Kasteel Sinderen overleefde de duivels-kunsten. Als dank liet hij de kapel herbouwen die in 1660 door de bliksem werd getroffen. In 1662 stond er een nieuwe, dit keer stenen kapel. Helaas is de duivel zelf ook ontsnapt. Men heeft hem daarna nog vaak gezien over de gehele wereld. Ik kende deze legende nog niet, wat een prachtig verhaal! Helemaal met al die prachtige dialect-gezegden en uitdrukkingen, zoals ‘hie had de hande en vuute in ieder geval hups knobbelig ‘ekregen’.

Na de pauze was het woord aan Jan te Brinke uit Winterswijk, bijnaam ‘de turbobakker’ of bakker Dieselbrink, naar de naam van de boerderij waar vader te Brinke werd geboren. Jan vertelde dat hij 50 jaar bakker was geweest in Miste, wat bij mij meteen allerlei belletjes doet rinkelen! Het zal toch niet waar zijn?! Het moet haast wel, want hoeveel bakkers waren er nou begin jaren ’80 in Miste?! Vlak bij het podium stond de tafel voor genodigden, waar even daarvoor bakker Jan ook nog had gezeten. De vrouw die aandachtig zit te luisteren naar de verhalen (van haar vader?) had wel iets bekends.. Nadien heb ik haar aangesproken en gevraagd of de bakkerij zich toevallig bevond vlakbij Obelink? Toen de vrouw dit beaamde wist ik het zeker en durfde ik te zeggen: “Dan ben jij Daniëlle!”. Hoe leuk was dat!

Mijn grootouders hebben jarenlang in Miste gewoond, vlakbij bakker te Brinke! Ik ben heel wat keertjes in het winkeltje geweest en herinner mij deze nog goed. Toen opa en oma 45 jaar getrouwd waren kwam de buurt een boog zetten, waaronder ook de familie te Brinke. Hoe leuk zou opa dat gevonden hebben.. Dat ik nu daadwerkelijk in de Achterhoek woon, met een rooie kater en zelfs af en toe mensen tref van vroeger.

Bakker Jan had een map vol schitterende anekdotes meegebracht waar hij er enkele uit heeft voorgedragen. Verhalen die maar eens weer laten zien hoe mooi de Achterhoekse streek toch is. Sleutel onder de mat, portemonnee in het nachtkastje zodat Jan gewoon zijn bestelling kon afgeven en het benodigde geld zelf kon pakken. Daniëlle vertelde me dat haar vader behalve bakker ook een soort sociaal werker was. Een aantal mensen had bijvoorbeeld nogal moeite met het begrijpen en invullen van formulieren. Dan werd er gewacht tot bakker Jan weer kwam, die kon daar wel bij helpen. Op die manier heeft Jan heel wat documenten onder ogen gekregen, altijd met het diepste respect en vertrouwen naar zijn klanten toe.

Natuurlijk waren er ook klanten die liever niet wilden betalen en een fantastisch repertoire aan smoesjes achter de hand hadden. Altijd als bakker Jan aan de deur kwam, was deze op slot. Soms zag hij vanuit de verte de man lopen, maar eenmaal bij het huis stond hij wederom voor de dichte deur. De buurman verklapte aan Jan dat de man altijd in de boom klom als de bakker eraan kwam?! De bakker gooide toen Lukas 19, vers 4 in de strijd: Zacheüs! haast u, en kom af; want Ik moet heden in uw huis blijven. De man kwam schoorvoetend uit de kastanjeboom (of was het nu een vijgenboom?) naar beneden en voldeed de gehele openstaande rekening.

Het invoeren van de U.V.D. en T.H.T.- data in de jaren ’70 maakte dat één van de klanten alles aan een strenge controle onderwierp, tot aan het toiletpapier aan toe! Sindsdien had Jan een viltstift in de auto om ook deze verpakking keurig netjes van een datum te voorzien, zoals T.H.T 46 december. Dat is nog eens degelijk closetpapier! Er volgen nog een aantal prachtige verhalen. Over opa en oma Dieselbrink en hun opmerkelijke manier van fietsen, over de witte onderbroek van de man van Truida. Die had zulke lange benen, voor één zo’n witte onderbokse moesten er wel 3 schapen worden geschoren! Het verhaal van Maria, Martha en Lazarus zorgde voor veel gelach in de zaal. Het mooiste verhaal vond ik toch wel dat van Oma Rotmans.

Jan kwam er drie keer in de week bezorgen, op de bakfiets. Samen dronken ze dan een kop thee (zo’n grote zompe) met een Javawafel, want die vond Jan het lekkerst. Op een dag kondigde oma Rotmans aan dat ze de keer erop afwezig was. Het enige dat ze nodig had was een roggebrood. Ze zou het slaapkamerraam openlaten voor Jan, dan kon hij dat roggebrood ‘op bedde gooi’n. Zo gezegd zo gedaan, turbobakker Jan smeet het roggebrood door het raam! Tot zijn schrik hoorde hij een luide schreeuw?! Oma Rotmans was ziek geworden.. En tja, 4 pond roggebrood ‘op de kop kriegn’ is geen kleinigheid!

Wat was het weer een leuke ochtend! Hopelijk verschijnen al die mooie en ook ontroerende verhalen en gedichten van Jan te Brinke (want die schrijft hij ook) ooit nog eens in een boek. Ze zijn veel te mooi om te worden vergeten.

DSC_2322
Joop Lammers vertelt Duvelheurntjes op brandewien.