Sassafras op Kasteel De Wildenborch

Tijdens het zesde en tevens (helaas!) laatste Achterhoek College bezochten we Kasteel De Wildenborch in Vorden, of beter gezegd landgoed De Wildenborch. Al was het in tijden van weleer wel degelijk een kasteel, men heeft namelijk resten hiervan teruggevonden. Ooit was het kasteel in handen van de (roof) Ridders van Wish (1371). Zij werden erg vaak belegerd, alleen het poortgebouw is overeind gebleven. Het landgoed wordt sinds 2005 bewoond door Jennine de Plassche-Staring en haar echtgenoot Evert-Kees van de Plassche. Dinsdag 21 mei waren wij bij hen te gast.

Landgoed De Wildenborch, zoals dat er nu uitziet, lijkt amper nog op de middeleeuwse vesting zoals wij konden zien op oude tekeningen die het prachtige landhuis sieren. De Wildenborch lag in een verwilderd moerasgebied, wat het overigens een bijna onneembare vesting maakte. Men gaat ervan uit dat het huis oorspronkelijk uit een sterke vierkante woontoren bestond. De huidige toren bevat nog resten van het middeleeuwse poortgebouw. In de loop der eeuwen werd De Wildenborch meerdere keren verbouwd. Na 1650 raakte het kasteel snel in verval, toen het in 1700 werd verkocht was alleen de bewoonbare poorttoren nog over. Nadat het kasteel in verschillende handen was geweest, werd het in 1780 gekocht door V.O.C. kapitein Damiaan Hugo Staring en zijn echtgenote Sophia Wynanda Verhuell de Wildenborch. Het kasteel ging toen weer betere tijden tegemoet, Damiaan bouwde aan beide zijden van de toren een woonvleugel. Na het overlijden van Damiaan (1783) hertrouwde Sophia met W.C. Boers, samen kregen zij een zoon: Antoni Christiaan Winand Staring. Tot zijn overlijden in 1840 heeft Antoni op De Wildenborch gewoond. A.C.W. Staring is vooral als dichter bekend geworden, daarnaast hield hij zich bezig met bebossing, ontwatering en grondverbetering van het landgoed.

In 1907 werd het landgoed verkaveld en in verschillende percelen verkocht. Boeren uit de omgeving die aan het landgoed gehecht waren, kochten veel van die percelen op. In 1931 kocht de oudoom van Jennine Staring De Wildenborch terug. Zijn belangrijkste bijdrage aan het landgoed zijn de talloze prachtige beelden. In 1976 is De Wildenborch ondergebracht in een familiestichting voor het behoud van het landgoed, vererving is op deze wijze geen punt meer. Dat het landgoed nog steeds familiebezit is wordt soms best vreemd gevonden. Vaak worden landgoederen als deze geschonken aan bijvoorbeeld Gelders Landschap & Kastelen. In Nederland waren er ooit meer dan 6000 buitenplaatsen. De kleine 600 die daarvan zijn overgebleven zijn voor de helft in handen van Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer of één van de 12 Landschappen. Vaak in gebruik als musea, hotels of conferentieoorden. Er zijn dus nog zo’n 300 buitenplaatsen in particulier bezit. Meestal hebben families er een stichting zoals ook bij De Wildenborch van gemaakt. Hierdoor hebben het huis en omliggende gronden vaak nog hun oorspronkelijke functie. Het huis leeft, bijzondere verhalen komen uit de eerste hand en niets wordt echt zo goed beheert als door de eigenaar zelf! Het is onvervangbaar cultureel erfgoed, waar we trots op moeten zijn.

Waar het landgoed vroeger zo’n 1000 ha groot was, beslaat het nu nog zo’n 40 ha. Het merendeel hiervan, 30 ha, is parkbos wat vrij toegankelijk is. De 10 ha in Engelse landschapsstijl aangelegde tuinen zijn zo’n drie keer per jaar te bezichtigen op de Open Tuin Dagen. Zelf had ik de tuinen ook al eens eerder bezocht, een echte aanrader! Al was deze rondleiding door de bewoonster zelf natuurlijk extra bijzonder! Jennine wees ons bijzondere bomen als de Anna Paulownaboom, ook wel de Keizersboom genoemd, met zijn schitterende lilakleurige bloesem. Een andere bijzondere boom die ik heb onthouden is de Sassafras. Jennine vertelde dat de Sassafrasolie uit deze boom in de 17e eeuw na tabak, het belangrijkste exportproduct was vanuit Noord-Amerika naar Europa. Het was een belangrijk geneesmiddel en zat in diverse voedingsproducten. Omdat men ontdekte dat het in te hoge doseringen kankerverwekkend is, werd het gebruik ervan in 1960 verboden (tegenwoordig gebruikt men ethanol, 14 keer meer kankerverwekkend is als sassafras..). Alle kinderen, en ook kleinkinderen, kregen bij geboorte een eigen boom op het landgoed. Het behoud en onderhoud van het landgoed vraagt een enorme toewijding! Tuinman Bart van der Schoot is dan ook (samen met een stagiair) fulltime in dienst, net als zijn echtgenote Alma. Zij wonen ook op het landgoed. Jennine en Evert-Kees hebben drie kinderen, en kleinkinderen, die van jongs af allemaal al zijn betrokken bij de toekomst van De Wildenborch. Zo wordt het koetshuis verhuurd en verkoopt het landgoed openhaardhout. De komende jaren worden er plannen gemaakt om meer energie te besparen, bijvoorbeeld door het plaatsen van zonnepanelen. Stichting de Wildenborch werkt tevens nauw samen met Waterschap Rijn & IJssel om te onderzoeken hoe men ervoor kan zorgen om de (lage) waterstand op het landgoed te verbeteren. Landgoed de Wiersse in Vorden heeft hier minder last van omdat het aan de Baakse Beek ligt.

Ik vond het heel bijzonder dat we via de ronde toren aan de voorzijde het huis mochten betreden om een kijkje te nemen in de ontvangsthal en de tuinkamer. Zoals in de meeste landhuizen en kastelen, hangen ook hier prachtige schilderijen van (verre) voorouders en liggen er schitterende handgeknoopte tapijten op de vloer voorzien van het familiewapen. Vanuit de tuinkamer hadden we een prachtig uitzicht over het gazon, de vijver en achterliggende tuinen, hier en daar een statige pauw. Het mooist vind ik zelf toch wel de beuken loofgang (beukenberceau) op het landgoed, een van de langste van Nederland. In Arnhem op landgoed Mariëndaal vind je ook een beukenberceau, beter bekend als de Groene Bedstee. De loofgang op Wildenborch is echter wat hoger, en oogt wellicht daardoor nog imposanter. Op deze manier konden de dames van adel ook op zonnige warme dagen een wandeling door de tuin maken. Het schoonheidsideaal was in die tijden toch echt een zo wit mogelijke huid, een zongebruinde teint was iets voor landarbeiders en sloebers!

Gelukkig zijn er uit het Achterhoek College 2019 hele mooie nieuwe dingen voortgekomen! Zo mag ik onder andere mijn steentje bijdragen aan het project Een Nieuwe Tijd Achterhoek en ga ik met Stichting Achterhoek weer Mooi mee op veldexcursie in Barlo.

IMG_9026

Kasteel Wisch Terborg

Na 5 jaar staat het boek van Aggie Daniëls dan echt op de plank. 330 bladzijden vol interessante gegevens en smeuïge verhalen, zoals Aggie ze zelf lachend omschreef tijdens de lezing die zij dinsdag 16 april gaf. De lezing vond plaats bij het Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers in Doetinchem, waar Aggie al eerder in de archieven dook om meer te weten te komen over de familie van Schuylenburch. Ik had al wel eens gehoord van Kasteel Schuilenburg nabij Silvolde, waar Aggie overigens ook over verteld in haar boek, over Kasteel Wisch wist ik nog niet zo veel. De familienaam Schuylenburch en de naam van het kasteel Schuilenburg blijken overigens niets met elkaar te maken te hebben. De naam van het kasteel betekent niets meer dan de functie die het destijds had: schuilen bij de burcht.

De belangstelling voor de lezing over Kasteel Wisch en zijn bewoners was enorm! Niet zo verwonderlijk, want de familiegeschiedenis blijkt behoorlijk interessant. Ter ere van de Open Monumentendag 2013 leek het de Terborgse Aggie een leuk idee om de tuinen van Kasteel Wisch open te stellen voor het publiek. Het prachtige park met vijvers en bomen ligt namelijk aan de achterzijde van het kasteel, aan het oog onttrokken. Zo staat hier een hele oude zwarte walnoot van 21 meter hoog en een omtrek van 4,70 meter. Deze boom van 200 tot 250 jaar oud is de dikste walnotenboom van Nederland! Kasteelheer Philippe Vegelin van Claerbergen wilde hier graag aan meewerken (jongste zoon van Olga). Niet veel later ontmoette Aggie toen ook de inmiddels ruim 90-jarige moeder van Philippe, jonkvrouw Olga van Schuylenburch. Zij bleek een geweldige verteller en is dan ook één van de belangrijkste bronnen van Aggie voor de verhalen in het boek. De meeste kastelen-boeken gaan voornamelijk over de bouwgeschiedenis, dit boek onderscheidt zich daar duidelijk van. Aggie houdt vooral van mensen, van de verhalen die zij te vertellen hebben.

De familie van Schuylenburg beland in de 17e eeuw in Den Haag  waar zij hoge functies bekleedden in de politiek, zoals zitting in de Tweede Kamer. In het jaar 1715 was Huis Schuylenburch gereed, aan de Lange Vijverberg (huidige Duitse Ambassade). Het Kabinet van de Koning (werkpaleis aan de Korte Vijverberg) is ook door de familie Schuylenburch gebouwd. In 1812 kocht de familie Kasteel Schuilenburg in Silvolde, met de bijbehorende acht pachtboerderijen. Dit is ook het jaar waarin het boek van Aggie begint (1812). Later dit jaar verschijnt er een ander boek, ter ere van 600 jaar stad Terborg, dat het ontstaan van de stad en de eerste vier eeuwen zal beschrijven. In 1839 koopt de familie Kasteel Ulenpas in Hoog-Keppel en in 1851 komt daar Kasteel Wisch bij. Tenminste, kasteel Oud-Wisch, dit lag in buurtschap De Heuven bij Etten wat nog te zien is aan een verhoging in het landschap. Het nieuwe Kasteel Wisch (huidige) bouwde men aan de andere kant van de Oude IJssel. De van Schuylenburgs bezitten zo’n 50 kastelen, de meeste foto’s in het boek maakte Aggie zelf. Dat bracht haar op diverse plekken in Nederland. Onder andere in Maartensdijk, bij Huize Eyckenstein?! Dat was een verassing voor mij, helemaal toen Aggie de naam ‘Baron van Boetzelaer’ liet vallen (aangetrouwd). Zelf ben ik geboren en getogen in Bilthoven (steenworp afstand van Maartensdijk) en heb ik heel wat wandelingen door het van Boetzelaer Park gemaakt!

Zoals ik al schreef komt Kasteel Wisch in 1851 in bezit van de familie van Schuylenburch, door middel van een veiling. Het bijbehorende veilingdossier stond vol waardevolle details voor Aggie, want alle eigendommen worden hierin beschreven. Zoals de 1100 ha land, 39 boerderijen, twee molens en nog veel meer. De oudste delen van Kasteel Wisch zijn de ronde toren (15e eeuw) en de zeskantige traptoren (16e eeuw). De langgerekte 90 meter lange dienstvleugel stamt uit de 17e eeuw. De unieke L-vorm ontstaat een eeuw later. De ronde toren werd overigens gebouwd met oude stenen. Deze zijn aangesmeerd en voorzien van een geschilderd blokmotief. Bij de meest recente restauratie, in 2012, is dit bijzondere patroon weer zichtbaar gemaakt. In 1878 koopt Willem van Schuylenburg het Kasteel Sinderen, toen al een ruïne. Met de stenen wilde Willem boerderijen bouwen. Sommige boerderijen in Sinderen hebben dan ook enkele van deze oude kasteel elementen, zoals de muurankers. In 1944 wordt Kasteel Wisch gebombardeerd en flink beschadigd. Begin jaren ’50 wordt dit gedeeltelijk gerestaureerd, waarna het gebouw vervolgens jarenlang leeg staat. Om de hele restauratie te kunnen bekostigen, wordt het kasteel in eeuwigdurende erfpacht aan Stichting Vrienden der Geldersche Kastelen geschonken. De familie was zeer belangrijk voor de Achterhoekse streek, zij gaven bijvoorbeeld gratis stukken grond voor een publiek zwembad, een school en de stoomtram. De huidige kasteelheer Philippe is beschermheer van Terborgs mannenkoor Arti Sacrum.

De vader van Olga kwam om bij dat bombardement in 1944. Zij was toen pas 17 jaar oud. Een jaar later stierf haar opa, men zegt van verdriet. Haar enige zus Elisabeth is ook geen lang leven beschoren, zij komt om bij een vliegtuigcrash. Zelf kreeg Olga vier kinderen, die zij bewust naar reguliere scholen in Terborg laat gaan. De kinderen speelden ook graag met de kinderen van tuinman Johan Jonker, die overigens ook veel verhalen en foto’s met Aggie heeft gedeeld over zijn diensttijd op het kasteel. Eén van de foto’s uit het boek waarop de kinderen samen spelen, vond ik erg grappig: De kinderen Jonker op de klompen, de kleine van Schuylenburchs droegen leren schoenen. Aggie interviewde ook garagehouder Boer uit Terborg (overgrootvader was namelijk in dienst als privéchauffeur), de rentmeester en een oud kamermeisje.

Het boek bevat werkelijk prachtige foto’s en leuke feitjes! Over de reizen naar Wiesbaden, de zoutmijn in Rusland, de schapenfarm in Chili, de goudmijn in Canada, en niet te vergeten al die smeuïge verhalen. Tijdens de Open Monumentendag dit jaar kunt u de contouren van Kasteel Oud-Wisch zelf gaan waarnemen, deze worden speciaal daarvoor nog eens uitgezet. Het boek van Aggie Daniëls is onder andere te koop via www.achterhoekseboeken.nl

IMAG1375

Zutphen: De jonkvrouw in de toren

Open Monumentendag in 2017 had als thema ‘Boeren, Burgers en Buitenlui. Dat sprak mij wel aan uiteraard! Van oudsher was dit de slogan waarmee de stadsomroeper de aandacht van het publiek trok. Thonis van Grol was stadstrompetter van Zutphen, en wist ook de aandacht van het publiek te trekken. Die zaterdag bezocht ik de plaats waar hij ooit woonde. Thonis van Grol had de bijnaam ‘Drogenap’. Nu wordt het monument dat ik heb bezocht wellicht al herkenbaarder? Inderdaad! De Drogenapstoren.

Tijdens zijn dagen als stadstrompetter en stadsmuzikant woonde hij in de stadstoren ‘de Saltpoort’. Hij woonde ter hoogte van de trans zodat hij als trompetter alarm kon slaan als de vijand in aantocht was. In de volksmond kreeg de Saltpoort toen de bijnaam Drogenapstoren. Maar hoe kwam Thonis van Grol aan die bijnaam Drogenap? Die kan hij gekregen hebben omdat hij graag een borrel lustte, een nap was namelijk een drinkbeker. Echter noemde men een portemonnee destijds ook een nap, dus kan het ook zo zijn dat hij arm was. Waarschijnlijk was door zijn passie voor de fles, zijn portemonnee dus meestal leeg. Thonis woonde in de toren rond 1555 en had een prominente plaats in de geschiedenis. De Saltpoort is gebouwd in 1444- 1446. Grenzend aan de Berkel had deze poort een verbinding met de Markt. Dat was nuttig omdat er vlakbij de poort koggeschepen met zout aanlegden. Dit kostbare conserveringsmiddel werd verhandeld op de ‘Saltmarkt’ (de huidige zaadmarkt). De originele torenspits was bij de bouw wat mager uitgevallen, en daarom werd er in 1465 een hoge met leien gedekte spits geplaatst. Hij heeft maar kort als stadspoort dienstgedaan. Ten opzichte van de Spittaalspoort werd deze toren te weinig gebruikt, om het salaris van de poortwachter te besparen werd de Saltpoort dichtgemetseld. Hij bleef wel als uitkijktoren dienst doen. De torenspits die in 1465 was geplaatst had een windvaan met de beeltenis van een engel en een trompet. Heel even genoot de toren toen de bijnaam ‘Engelenburg’. In 1555 kwam Thonis van Grol in de toren wonen, en kreeg de toren al snel zijn nieuwe bijnaam, die eeuwenlang zou overleven.

Thonis woonde er als ambtenaar gratis, dat was toen de gewoonte. Maar hij woonde er niet alleen want in de toren werden ook mensen gevangen gezet. De tralies zijn nog altijd voor de ramen aanwezig. In 1887 begon men in Zutphen met de aanleg van een waterleidingnetwerk, en werd de Drogenapstoren ingericht als watertoren. Op het bestaande metselwerk werd een nieuw gedeelte opgetrokken, hierop kwam een ijzeren torenspits met houten betimmering en leibedekking. In de toren kwamen uiteindelijk 3 reservoirs. In 1928 werd de rol als watertoren overgenomen door de huidige watertoren aan de Warnsveldseweg. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de toren gedeeltelijk opgeblazen. De Duitsers hadden er geen enkele weet van dat toen de wapenvoorraad van het verzet werd vernietigd! In de jaren ’60 kreeg de toren een nieuwe spits die in de originele stijl werd gebouwd. De karakteristieke dakkapelletjes werden uit kostenbesparing achterwege gelaten. In 1983 heeft men de toren tot woning omgebouwd en werd deze jarenlang bewoond door de gemeentevoorlichter.

Sinds een aantal jaren wonen Laura en haar dochter in de Drogenapstoren, en die Open Monumentendag zette zij de voordeur van hun bijzondere woonhuis open. De broer van Laura had de functie van poortwachter op zich genomen, liet de vele belangstellenden in kleine groepjes van 20 mensen naar binnen. Via een houten trap kwamen we in de huiskamer van Laura, waar eerst even een formuliertje voor de gemeente moest worden ingevuld. Meteen werd duidelijk wat een bijzonder plekje dit is! Hoe bijzonder moet het zijn om hier zomers in het open raam te zitten en uit te kijken over Zutphen! Laura neemt ons omhoog de toren in, over een smal stenen trappetje met ongelijke treden. Hier was een dichtgemetseld poortje te zien, waardoor je vroeger op de stadsmuur kon stappen. We bereikten het slaapvertrek, waar een smalle steile houten trap verder omhoog voerde naar de zolder van het huis. Laura gaf aan dat ze daar eigenlijk nauwelijks komt. Vanaf hier kijk je nog verder uit over de stad! Je kon nog een verdieping hoger, over een nog steilere smallere houten trap. Dat liet ik graag aan Marc over, natuurlijk wel met de opdracht om foto’s te maken. Wat een leuke en spontane gastvrouw! Zij en dit speciale woonhuis passen perfect bij elkaar. Ik begrijp nu waarom de vorige bezoekers de poortwachter een hand gaven om hem te bedanken voor deze bijzondere rondleiding. Na een vrijwillige bijdrage bedankte ook ik Laura uitgebreid voor haar interessante verhaal en de mogelijkheid om haar woonhuis te mogen bezichtigen. Bijzonder detail: speciaal voor vandaag had Laura de vlag uitgehangen. En geloof me, dat is geen kwestie van minuten! Eerder van kwartieren, bovendien heb je er een flinke dosis lef voor nodig.

IMG_3366
Drogenapstoren Zutphen, Open Monumentendag 2017.
DSC_0620
De Jonkvrouw van de Drogenapstoren -The Lady of the tower in Zutphen.
DSC_0622-2
Op zolder van de Drogenapstoren -At the attic of the tower in Zutphen.
IMG_3357
Via vele rappetjes omhoog om de vlaggenstok te bereiken.