Design door andere ogen.

Donderdag 30 januari had ik een plekje gereserveerd voor de veelbesproken tentoonstelling in het Design Museum Den Bosch. De tentoonstelling ‘Design van het Derde Rijk’. Het museum exposeert allerhande design en kijkt daarbij verder dan het ontwerp. Welke invloed had en heeft het op ons dagelijks leven? De nazi’s waren meesters in het gebruik van design om hun doel te bereiken en massa’s mensen geloofden daarin. De museumdirecteur sprak de woorden: “Als je volmondig ‘dit nooit weer’ wilt kunnen zeggen, moet je de moeite nemen te onderzoeken hoe de processen van beïnvloeding destijds werkten. Dat is wat deze tentoonstelling doet.” Iets wat mij nog altijd verbaasd, hoe kon Hitler zoveel zieltjes winnen? Daarom wilde ik de tentoonstelling met eigen ogen bekijken.

Thuis had ik me al een beetje ingelezen, de zaalteksten staan namelijk ook op de website. Ieder ticket heeft een vaste starttijd. Zo kan het aantal bezoekers ineens gereguleerd worden en kan de aanwezige bewaking (verassend veel) zich concentreren op het alom geldende fotoverbod. Geen selfies met de nazivlag. Wat me direct opviel bij binnenkomst is de afwezigheid van kleur, grijs en wit zijn overheersend. De tentoonstelling begon met een korte film in een aparte zaal. Het aanwezige publiek was zeer divers. Tieners en pubers, vrouwen met hoofddoek en enkele ouderen die zich moeizaam voortbewogen met rollator (hoogstwaarschijnlijk de naziperiode heel bewust meegemaakt).

In de tentoonstellingsruimten was een passende ingetogen sfeer. Geen muziek of video’s. Ook hier weinig kleur, het weinige wat aan de muren hing spatte er beslist niet vanaf. Ook de bezoekers liepen allemaal heel bescheiden rond, bijna in stilte. Wat mij vooral opviel in de ontwerpen is dat de nazi’s enorm veel gekopieerd hebben van de klassieke vormgeving als machtsvertoon en dit net even anders toepasten als symbool voor het Derde Rijk. Hoe treurig dat de swastika (het hakenkruis) in de Romeinse oudheid en het Hindoeïsme juist symbool stond voor levenskracht en geluk. Het aantal tijdschriften was enorm, voor iedere doelgroep werd er een gemaakt. Mannen en vaders, vrouwen en moeders, jongens en meisjes, soldaten en buitenlandse bezoekers. Het beleid hierachter was dat iedereen op een specifieke manier moest worden aangesproken, zelfs met eigen lettertypen. Een sterk staaltje nieuwe techniek destijds was de ‘volksempfänger’ (radio) waarmee alleen Duitse zenders beluisterd konden worden, met wederom voor iedere doelgroep een programma. Mensen konden door middel van spaarzegels voor hun eigen Kdf-wagen (kraft durch freude, voorloper VW Kever) sparen. Geen van hen zou ooit een auto ontvangen. Kort nadat het Duitse leger in september 1939 Polen binnenviel, schakelde de Volkswagenfabriek over op militaire productie met een flink startkapitaal in de pocket. Niets was aan het toeval overgelaten. Het concept voor de auto werd overigens afgekeken van de joodse ingenieur Josef Ganz. Terwijl Hitler aan Porsche een mythische status toebedeelde, werd Ganz door de nazi’s uit de geschiedenis gewist.

De Duitse bevolking destijds was gefrustreerd en vooral bang voor het opkomende communisme. Daar werd handig op in gespeeld met de zogeheten ‘Blut und Boden-vormgeving’, romantiseren van oude tijden in de negentiende eeuw. Niemand kende eigenlijk het volledige partijprogramma van de NSDAP, het vleugje hoop en de beloftes waren al genoeg. Dat brengt het ineens wel akelig dichtbij. Ik durf te wedden dat dit heel vaak het geval is bij aanhangers van extreem rechtse partijen? Ook nu heerst er regelmatig grote ontevredenheid, de boosheid en verwensingen op social media zijn geen uitzondering meer. Wat dat betreft zou het in onze westerse wereld zo weer kunnen gebeuren…

Zouden de nazi’s ook zo succesvol zijn geweest zonder het zorgvuldig uitgedachte design? Mag je een ontwerp mooi vinden, het ontwerp zelf is immers niet schuldig? Als we aan design denken, denken we aan iets moois. Iets moois is goed, toch? Vormgeving beïnvloed ons denken. Design kan ook gevaarlijk zijn. Het kan verleiden om over te gaan tot het kwaad, soms zonder dat je het in de gaten hebt. Dat is het doel van deze tentoonstelling aldus het Design Museum: het publiek laten zien en begrijpen welke rol vormgeving speelde in het Derde Rijk. Zodat we er hopelijk voor de toekomst van kunnen leren.

Ik vond het een interessante tentoonstelling. Opvallend om te zien hoe ‘oud design’ dat eens mooi werd gevonden eenvoudig door de nazi’s werd gekopieerd. Net even anders vormgegeven werd het door hen hergebruikt. Design dat daarna nooit meer als ‘mooi’ zou worden beschouwd.

Meer over de tentoonstelling:

Design van het Derde Rijk

Project Autobahn, vijf gigantische foto's.
Foto: Design Museum Den Bosch.

Kern met Pit 2020.

Een idee dat al twee jaar ronddoolt in mijn hoofd, een idee om het straatbeeld van Lichtenvoorde meer kleur te geven. Samen met mediaplatform Trikker diende ik het project in bij Kern met Pit regio Gelderland, en eind 2019 kregen we te horen dat we definitief zijn geselecteerd! Dat betekent natuurlijk wel werk aan de winkel.

Hoe is dat idee voor de Trikker Tegel nou ontstaan? Hoe was onze startbijeenkomst en hoe luidde onze pitch? Hoe nu verder?! Lees er alles over op Trikker:

Kern met Pit 2020 – Trikker Tegel

DSC_2485-2

Zelhem, Slachtvisite.

November staat van oudsher bekend als de slachtmaand, hoewel het weer eigenlijk meer van invloed was als de maand zelf. Mensen ging slachten als het kouder werd want de voorraad vlees was bedoeld voor de winter, om het vlees goed te kunnen drogen, moest het huis bovendien flink warm worden gestookt. Helder weer was ook belangrijk, mist en nevel zorgden voor een te hoge luchtvochtigheid waardoor het vlees zou kunnen bederven. Tijdens mijn jeugd werd er door mijn grootouders allang niet meer aan huis geslacht. Er werd wel eigen vee geslacht en gegeten, het uitslachten en verder verwerken gebeurde elders. Ik ben, net als velen waarschijnlijk, grootgebracht met elke dag een goed stuk vlees op tafel.

Iedereen is weer welkom op de slachtvisite bij Museum Smedekinck, voor mij de eerste keer. Zoals vroeger gebruikelijk was begint het ook hier met een borrel, een glaasje vlierbessenjenever. Alhoewel ik hem zou kunnen gebruiken om mezelf moed in te drinken, sla ik hem toch maar af. Je kon er eigenlijk niet omheen, het gehalveerde varken aan het hankholt op de ladder. Sowieso niet te vermijden voor iedereen die van het toilet gebruik wilde maken, het gigantische beest hing pal naast de wc’s! Ik moet direct denken aan de anekdote van Anjo die zij op Facebook met mij deelde, over het varken dat op de deel aan de ladder hing: “Dan hing dat beest daar, onder een wit laken. En dan moest jij als kind natuurlijk prompt plassen, midden in de nacht en aardedonker. Ik vond het vreselijk eng, de andere dag stonden we natuurlijk vooraan. Of ik er nu wat van zei of niet; niet zeuren, onmiddellijk plassen en je bed weer in!”.

Het vetgemeste varken (92,75kg) werd trots getoond aan alle belangstellenden die komen ‘vetpriezen’. Ik vond vooral de anatomie en uitleg welk stuk vlees waar zit erg interessant. Een vader nam zijn drie jonge kinderen ook mee naar het varken, alle vier luisterden net als ik geboeid naar de uitleg. Mooi om te zien, mooi dat het te zien is bij Smedekinck. Het museum is de enige waar tijdens de slachtvisite niet alleen het varken aan het hankholt op de ladder hangt en je gerelateerde streekproducten kunt kopen, hier wordt juist ook een groot gedeelte van het proces daartussen in gedemonstreerd. Het uitslachten van de andere helft van het varken, en verwerken tot eindproduct gebeurde in de museumschuur door de aanwezige (gepensioneerde) slagers. Tegenwoordig wordt er gewerkt op werkbanken van kunststof omdat dit hygiënischer zou zijn. Tijdens een huisslachting werd er meestal een deur uit zijn hengels getild, sopje erover en klaar was de werkbank. Eén van de slagers vertelde me dat het houten hakblok eigenlijk veel schoner was. Zelf heb ik, toen ik in de horeca werkte, ook nog op een houten werkbank gewerkt. Elke dag moesten we hem grondig boenen met gekookt water en afwasmiddel, elke zaterdag met chloor.

De slagers laten ook hier zien waar welk stuk vlees vandaan komt, langzamerhand herkende ik de karbonades, speklappen en ribbetjes. De volwassen dochter van één van de slagers staat met een nostalgisch gevoel en brede glimlach aan de zijkant haar vader gade te slaan. Ze vertelt me dat ze vroeger in de slagerij altijd achter de streep moest blijven staan, vanwege de scherpe messen. Toen ze wat ouder was mocht ze helpen. Mijn grootouders gebruikten het vrieshuis met klein abattoir in Corle, naast de smederij van te Welle. Ik mocht nooit mee naar binnen tijdens het uitslachten en verwerken, des te interessanter is deze slachtvisite. Even verderop in de museumschuur staan in klederdracht gehulde dames verse worst te maken, worststoppen zoals dat officieel heet. Twee vrouwen gebruiken de handgehaktmolen met vulpijpje, de andere vrouw duwt met haar duim het vlees door een worsthoorntje. Een precies werkje, want luchtbellen zijn niet gewenst. De vrouwen gebruiken hiervoor de darmen van het varken, de dunne darm. Een bezoekster vertelde me dat ze vroeger altijd moest helpen met het schoonmaken van de darmen (desalniettemin vond ze het altijd een ontzettend gezellige tijd). Eerst moest het plukvet er voorzichtig vanaf worden gehaald, op de mestvaalt kneep je vervolgens de darmen leeg. Daarna moest deze ‘krange getrokken’ (binnenste buiten gekeerd) met warm water en met een lepel moest het darmslijm ervan af geschraapt worden. Tot slot nog even opblazen om op gaatjes te controleren, en stoppen maar. Eén varken is goed voor dertig meter darm. Ik denk dat de verse worst wel mijn favoriete stukje vlees was. En gezouten kinnebakspek (varkenswang) als broodbeleg, ik was er dol op! Inmiddels ben ik eigenlijk al jaren een vleesverminderaar.

In de museumschuur werd behalve gezaagd, gehakt, gesneden en gestopt ook gebakken. De dames in klederdracht bereidden bakbloedworst, balkenbrij, kaantjes en smaltappels. De kinderen konden achter in de schuur hun eigen verse sappige hamburger bakken die met heel veel smaak werd opgepeuzeld. Ik vroeg aan twee meisjes of ze het varken aan de ladder toevallig ook al hadden gezien? Moeder moest lachen en zei dat ze dat ná het eten van de hamburger gingen doen, verstandige volgorde waarschijnlijk. WEET WAT JE EET is tegenwoordig van groot belang voor de gemiddelde consument, daarentegen ben ik benieuwd hoeveel volwassenen en kinderen het slachten, uitslachten en verwerken tot eindproduct daadwerkelijk al eens hebben gezien?  Ik zou zeggen: de slachtvisite bij Museum Smedekinck is een prima veldexcursie voor jong en oud!

Als je meer wilt lezen over een traditionele huisslacht, volg de veilige link hieronder

https://www.vers-inspiratie.nl/historie-van-de-huisslacht/de-huisslachting

klomptgoed_601
92 kilo en 750 gram schoon aan de ladder tijdens de Slachtvisite bij Museum Smedekinck