𝑯𝒆𝒕 𝒊𝒔 𝒘𝒆𝒆𝒓 𝒃𝒂𝒍.

Rebellen en dwarsdenkers, het thema van de 85e Boekenweek in 2020. Het doet me denken aan een boek uit mijn jeugd dat ik meerdere keren las: Doldwazen en Druiloren door Ulf Stark (1984). Bekroond met de zilveren griffel in 1986. Simone, een stil meisje met weinig zelfvertrouwen, verhuisd naar een nieuwe stad. Vanwege haar korte haren en jongensachtige kleding ziet de nieuwe juf haar aan voor ‘Simon’. Simone besluit het zo te laten, gaat voortaan met een prop watten in haar onderbroek naar school en beland in ongemakkelijke en ook hilarische situaties. Het boek past prima bij het thema van deze Boekenweek. Sommige boeken zijn nu eenmaal tijdloos.

Zo lang ik mij kan herinneren waren er boeken en tijdschriften in mijn leven. Iedere avond las mijn moeder mij voor, al voor mijn eerste verjaardag begon ze hiermee. Op mijn kamer stond de lange boekenplank vol kinderboeken. Series als ‘Tup en Joep’ en Oki en Doki’. In 1957 verscheen de titel ‘Oki en Doki bij de Nikkers’, dat in 1971 veranderde in ‘Oki en Doki bij de negers’. In 1982 onderging de titel opnieuw een verandering: ‘Oki en Doki op het eiland’. Een discussie van destijds die ook nu steeds vaker in alle hevigheid lijkt terug te komen. Mijn meeste favoriete serie was toch wel ‘De Kameleon’, spannende avonturen op het Friese platteland. Mijn lievelingsboek kwam uit de pen van Johannes Mario Simmel, “Een Autobus zo groot als de hele wereld’. Wellicht dat ik daarom meteen weg was van het schilderij met de autobus van Evelien Hengeveld. Een dwarsdenker om te bewonderen!

Op school oefenden we klassikaal met lezen. Om beurten moest er worden voorgelezen. Ik wist nooit waar we gebleven waren. De eerste paar keer ging men uit van onoplettendheid. Gelukkig ontdekte de juf al snel dat ik in mijn eigen tempo las, en het boekje al bijna uit had. Vanaf toen kreeg ik moeilijkere boeken aangereikt en mocht ik voorlezen uit ‘eigen werk’. Hoe fantastisch toen we een meester kregen die graag voorlas uit de boeken van Jan Terlouw! Het met een Gouden Griffel bekroonde Koning van Katoren (1971) is al een even tijdloos boek als eerdergenoemde. De zeven opdrachten die Stach moet uitvoeren staan eigenlijk centraal voor allerlei maatschappelijke problemen zoals milieuvervuiling, wapens en strijd tussen religies.

Het thema doet me ook meteen denken aan Maarten ’t Hart. Over een dwarsdenker gesproken! Het Boekenbal van 1991 werd er één om nooit te vergeten omdat Maarten ‘uit de kast kwam’ als Maartje. Na een aantal publieke travestie optredens verdween Maartje voorgoed van het toneel. Hoe dan ook, Maarten had openlijk een groot taboe doorbroken. Het eerste Boekenbal vond plaats in 1947, in het Koninklijk Concertgebouw. Ondertussen is het traditionele openingsbal op de vooravond van de Boekenweek een prestigieus feestje geworden dat veel media-aandacht trekt.

Lezen is nog steeds onlosmakelijk aan mijn leven verbonden. Wat dat betreft ben ik meer de dromerige dwarsdenker die veilig vanuit mijn eigen huis afreist naar andere vreemde werelden. Mijn voorkeur gaat uit naar de wat onbekendere literaire werken zoals het fantastische boek ‘De Duivenhoudsters’ van Alice Hoffman. Het historische verhaal voerde mij mee naar het jaar 70 na Christus, de belegering van Masada. Het vertelt het verhaal van vier vrouwen, vier dwarsdenkers en rebellen. Weer wat geleerd over de geschiedenis, zoals vroeger met de boeken van Thea Beckman.

Schrijven is wellicht nog meer aanwezig dan lezen in mijn leven. Gestaag vordert het manuscript over mijn eigen jeugd. Waarin ik rebelleerde om te vergeten… Waarvan ik nu weet dat ik het nooit zal vergeten. De pen is nu mijn wapen tegen het verleden. Wie weet wordt het ooit nog eens uitgebracht bezorgd het me een toegangskaartje tot dat prominente Boekenbal!

Maartje
Maartje ’t Hart, Boekenbal 1991.

Consumentisme

Toen ik onlangs naar mijn werk liep, stapte ik tijdens mijn wandeling op twee smetteloze postelastieken. Het was een grijze druilerige dag, ik had een beetje haast en nam niet de moeite om ze op te rapen. Bijna onmiddellijk klonk de stem van mijn moeder in mijn achterhoofd: ‘meenemen, je weet nooit wanneer ze nog eens van pas komen!’ Ik voelde me bijna schuldig dat ik ze als ‘rommel’ op de stoep had achtergelaten.

In de jaren ’70 en ’80 was ook in Nederland sprake van economische groei. Er werd weer meer geproduceerd. Al die producten moeten natuurlijk wel geconsumeerd worden. De meeste mensen hadden in het algemeen voldoende geld te besteden, er was ruimte voor luxeproducten en de consumptiemaatschappij was een feit. Zelf ben ik geboren in 1975, dus de komst van de eerste televisie in ons huis lag voor mijn tijd. Wat ik me nog wel heel goed kan herinneren is de aanschaf van een Betamax videorecorder. In Bilthoven was begin jaren ‘80 de eerste videotheek geopend, en in de weekenden mocht ik met mijn moeder mee om een videoband met een kinderfilm erop uit te zoeken. Heel erg spannend!

Wat speelgoed betreft (materialisme) ben ik allesbehalve tekort gekomen. Misschien zelfs wel enigszins verwend.. Als iets een rage was, dan had ik het ook (behalve Barbie, haar vond ik afschuwelijk. Ik was meer van de Playmobil). De Monchichi aapjes en My Little Pony, de eerste walkman en Atari spelcomputer, de jojo en de klik-klak en ook de BMX crossfiets ontbrak niet. Ben ik daar een gelukkiger kind van geworden? Natuurlijk niet. Als ik bij mijn grootouders in de Achterhoek ging logeren, was het enige dat meeging mijn knuffelbeer, meer speelgoed had ik niet nodig op de boerderij. Liever had ik meer warmte, geborgenheid en veiligheid gekregen. Dáár was ik een gelukkiger kind van geworden.

Wat kleding betreft ben ik wel opgevoed met de Zeeuwse zuinige inslag van mijn grootouders. Schoenen moesten goed en degelijk zijn, werden aan het einde van de winter nog eens extra gepoetst en netjes in de originele doos weggezet voor de volgende winterperiode. Toen ik na de basisschool naar het lyceum ging, kreeg ik mijn allereerste gympen. Peperdure Nike Air gympen, ik was de koning(in) te rijk! Daarvoor moest ik namelijk altijd (vanwege een afwijkende stand van mijn voet) altijd van die vreselijke poepkleurbruine Piedro of Bunny schoenen dragen! Op het Bilthovense Lyceum was het enorm belangrijk hoe je eruit zag, en of je wel de juiste merkkleding droeg.. De meeste meisjes in mijn klas droegen kleding van Oilily of Naf Naf. Vooral de overdaad aan bloemetjes van Oilily vond ik verschrikkelijk! Ik droeg liever iets van Cool Cat, dat we kochten in de stad (Utrecht) of een lekkere slobbertrui van het merk Privata (belachelijk duur). Eén van die T-shirts (lange mouwen) van Cool Cat ligt nog steeds in mijn kast. Hij is nu uitermate geschikt voor de landelijke Lelijke Truien-dag, dit jaar op 22 januari.

Die zuinigheid wat kleding betreft is mij dus met de paplepel ingegoten, en zo ook mijn eigen karakter ingeslopen. Als ik schoenen koop, let ik vooral op de duurzaamheid. In het verpleeghuis loop ik heel wat meters tijdens een dienst, dan zijn goede schoenen een must. De winterschoenen gaan na het seizoen nog altijd netjes gepoetst (op de ‘ouderwetse’ manier) onderin de kast, inderdaad bijna altijd in de originele doos. Ik heb een duidelijke scheiding tussen boven-, en onderkleding voor mijn werk en privé, anders is het zonde.. Ik heb allesbehalve een fan van kleding-winkelen in welke stad dan ook, en ben dan ook erg blij met de online mogelijkheid! Meestal wacht ik tot de grote sale begint zoals begin januari, anders vind ik iets al snel te duur. Als ik dan al besluit om tot aankoop over te gaan gaat daar meestal een aantal weken wikken en wegen aan vooraf.

Eén van mijn ooms was in de jaren ’70/ begin jaren ’80 werkzaam als vuilnisman. Toen lagen de vuilniszakken nog op vaste dagen op een hoop bij elkaar op de stoep. Vreemd uitziende zakken en losse dozen werden regelmatig losgetrokken en bekeken alvorens de kraakwagen in te gaan. Ongelooflijk wat mijn oom in de loop der jaren allemaal is tegengekomen! Mensen gooiden zonder schroom de mooiste dingen bij het oud vuil. Apparatuur waar nauwelijks, of zelfs helemaal niets, aan mankeerde. Als kind profiteerde ik daar ook van mee, naast het vele gratis speelgoed had ik bijvoorbeeld ook héél veel Robijn beertjes! Het Robijn waspoeder zat toen nog in grote kartonnen dozen die bij heel vaak bij het gewone huisvuil op straat stonden. Tijdens zo’n spaaractie scheurde mijn oom de zegels van de dozen en binnen een mum van tijd had ik dan vellen vol met zegels. De vele kleding (en schoenen) die toen werden weggegooid, soms met de kaartjes er nog aan, leverde een fantastische foto op. Mijn oom, de vuilnisman, in een peperdure bontjas achter op de vuilniswagen!

Kleding zomaar weggooien doe ik eerlijk gezegd zelden. Het gaat naar een tweedehands winkel, in de zak voor een goed doel of in een verzamelbak. Sowieso ben ik niet zo van het weggooien, ik kan met gepaste trots zeggen dat mijn voedselverspilling minimaal is. Meubels moeten duurzaam zijn, heb inmiddels ‘al’ tien jaar hetzelfde. Als ik al een accessoire in mijn huis zat ben, geef ik het liever weg dan het zomaar in de afvalbak te gooien. Niets mis met bepaalde tweedehands producten, zoals diezelfde accessoires of boeken. Mooi juist, een schilderij met een verhaal!

Inmiddels is iedereen nu meer in de ban van ‘ontspullen’ en Tiny Houses. Ik moet eerlijk zeggen, zo nu en dan ontspullen is zo gek nog niet. Ook ik heb een verzameling dingen en kleding waar ik eigenlijk niets of nauwelijks meer iets mee doe. Slechts herinneringen aan een andere tijd (zoals die lelijke Cool Cat trui). Zolang het bij enkele herinneringen blijft en niemand nog op het idee komt om mij eens op te gaan geven voor het tv-programma ‘Mijn Leven in Puin’ zal het wel door de beugel kunnen!

Ik beloof bij deze dat ik de volgende keer alle postelastieken netjes zal oprapen (heb ze op de terugweg vastgelegd en geadopteerd), al is het alleen maar zodat de stoep weer een beetje schoner is. En wie weet komen ze toch echt nog eens van pas.

img_20190111_133144_794