In ’t Harz van Duitsland.

Vorige week bracht ik een aantal dagen door in het dorp Quedlinburg aan de rand van het Nationaal Natuurpark Harz in Duitsland, van oudsher een belangrijk mijngebied. Een schitterend natuurgebied van zo’n 100 km lang. De breedte varieert tussen de 30 en 40 km. De bergen zijn van gemiddelde hoogte, met de Brocken als hoogste punt (1142m). Al in het jaar 968 schreef men over mijnbouw in de Harz. In het gebergte werd eerst voornamelijk zilver gewonnen. Later ook koper, zink en lood. Rond 1800 waren dit de diepste mijnen ter wereld, ruim 500 meter!

Tot en met 1989 was het Harzgebergte in tweeën gekliefd, het IJzeren gordijn liep dwars door de bossen en verdeelde dit schitterende stukje Duitsland in de DDR en BRD. De Brocken die op grondgebied van de DDR lag werd verboden gebied. Vanaf 1991 werd het IJzeren gordijn gesloopt. De grenscontroles werden het jaar daarvoor al gestopt op 1 juli 1990. In de Harz is rond de 100 km van de voormalige grens bewaard gebleven, te bewandelen als de Harzer Grenzweg. In de periode van de tweedeling was dit stuk natuur (ongeveer 500m breed) verboden gebied voor iedereen behalve de grenssoldaten. Zij reden patrouilles over aangebrachte betonplaten, de zogeheten ‘Kolonnenweg’. Omdat er verder niemand kwam die de rust en bodem verstoorde, groeiden er na verloop van tijd unieke planten en leven er nu al even bijzondere dieren.

Van dat onmenselijke IJzeren gordijn zijn alleen in het dorpje Sorge nog een paar meter blijven staan, als onderdeel van het Freiland-Grenzmuseum dat daar is gevestigd. Omdat het dorpje direct aan de grens tussen beide staten was het niet toegankelijk zonder een officiële ontheffing. Pas na de Duitse hereniging in 1993 kon iedereen het dorpje zonder toestemming vooraf bezoeken. Hoe klein het plaatsje ook is, al in 1224 werd er een eerste gieterij geopend. Het kleine museum dat in de herfst van 2009 werd geopend in het voormalig stationsgebouw was al gesloten vanwege de winterstop.

Niet ver daarvandaan vind je dus nog de originele prikkeldraadversperring met een stukje van de hondenpatrouillebaan. Na een poosje gewandeld te hebben over de Kolonnenweg doemde de oude originele wachttoren boven de bomen uit. Ook hier stonden nog enkele stukken overeind van het IJzeren gordijn, op een paar meter afstand van de wachttoren. Verscholen tussen de bomen zag ik de bekende zwart, rood en gele grenspaal staan. Het voelde best gek om zo in alle vrijheid over de 500m brede grensstrook te wandelen naar het hek en de grenspaal. In mijn achterhoofd de slachtoffers die probeerden te vluchten, gedood door een kogel of een landmijn. Bizar om hier te staan, in zo’n schitterend natuurgebied achter een hoog hek met prikkeldraad en de afschrikwekkende wachttoren. Kan ik me nu voorstellen hoe dat geweest moest zijn? Nee, dat denk ik niet. Ik kan tenslotte weglopen wanneer ik dat zelf wil, in iedere gewenste richting. Nog altijd vind ik het onbegrijpelijk hoe het kwam tot het plaatsen van het IJzeren gordijn en de Berlijnse muur zo kort na de Tweede Wereldoorlog. Had men daar dan echt niets van opgestoken? Opnieuw beroofde men onschuldige burgers van hun vrijheid, opnieuw vielen er vele dodelijke slachtoffers.

Over de hele wereld verschijnen er alleen maar meer grensbarrières. Elisabeth Vallet, onderzoeker aan de Universiteit van Quebec in Canada, telde er in 2016 vijfenzestig, verspreid over de hele wereld. En dan te bedenken dat zij de zwaarbewaakte zeestraten niet eens heeft meegeteld.

Meer foto’s in Portfolio – Harz-

DSC_1989