Ontmoet de Achterhoek, etappe Haarlo – Beltrum.

Mijn laatste doordeweekse vakantiedag kon ik nog mooi een etappe van ‘Ontmoet de Achterhoek’ wandelen. Wederom startte ik in Haarlo, en begaf mezelf richting Beltrum. Zo aan het einde van deze vrijdagochtend vochten de warme zon en de witte wolken om het beste plekje aan de hemel. Het leverde spectaculaire mooie luchten op!

Al snel wandelde ik in Haarlo langs de koepelkerk die ook wel om z’n achtkantige vorm “de Kluntjespot” (dialect voor suikerpot) wordt genoemd. De kerk is op een terp gebouwd (1858) en ligt verscholen achter het groen van statige eiken. Voor de kerk staat een beeld van een boer op klompen. Handen op de rug, pet op. De rustende landbouwer heet het. Ik dacht meteen aan mijn opa. Altijd op klompen, blauwe overal aan en pet op. Hij was het die mij de liefde voor de Achterhoekse streek met de paplepel ingoot.

Via het kerkpad liet ik de Kluntjespot achter me, Landgoed Wolink tegemoet. Die gave boomhut langs het pad viel mij meteen op. Even later kwam de monumentale boerderij ook in zicht. Het bleek onderdeel van Erve Veldink. Even later wandelde ik Landgoed Wolink binnen, een en al genieten! Schitterende frisgroene bospaadjes en lange statig bomenrijen. Ook mijn ogen vielen op het Mariabeeldje in de holle boom. Terwijl ik een foto maakte wandelde een vrouw met haar hond mij tegemoet. Ze lachte en vertelde dat vele wandelaars hier een foto van maken. Ik had hem inderdaad ook al eens voorbij zien komen, zonder de exacte locatie op te zoeken overigens. Ze vertelde dat het beeldje sowieso in 2011, toen zij hier kwam wonen, al in de boom stond. De geschiedenis of betekenis erachter kon ze mij niet vertellen. Het landgoed is een mooi voorbeeld van een typisch Achterhoeks kampenlandschap. Deze ‘kampen’ rond de oude hoeve bestaan uit een kleinschalig mozaïek van hoge akkers, bossen en hoogstamboomgaarden. Op het landgoed Wolink heb je telkens mooie doorkijkjes naar de monumentale boerderij zelf. Er komen meer dan zestig soorten vogels voor, een hoog aantal voor zo’n klein gebied. De oude bomen zijn ideaal om in te nestelen voor de zwarte specht, bosuil en boomklever. Erve Wolink is een karakteristieke boerenhoeve uit 1770. Deze boerderij is een beschermd monument en in bezit van het Gelders Landschap. De boerderij bevat twee zogenaamde endskamers. Iets bijzonders bij sommige Achterhoekse en Twentse boerderijen. Het is een uitgebouwde kamer tegen de voorgevel. Mogelijk werden deze endskamers bij een los hoes gebouwd om althans over één rookvrije kamer te kunnen beschikken. Meestal diende de endskamer als woonruimte voor de ouders die zich uit het boerenbedrijf hadden teruggetrokken, zoals ook bij Erve Wolink het geval is.

Rondom Haarlo staan tal van de door mij zo geliefde oude schuren. Aan oude monumentale boerderijen ook geen gebrek! Sommigen staan leeg, zijn verlaten. Ik passeer zelfs een kanon??, het is er blijkbaar geplaatst door Haarlo’s Belang als boodschap. Welke dat is heb ik nog niet kunnen achterhalen. Dan ineens staat er een nieuwsgierige koe midden op mijn wandelpad, al snel volgen er meer. Heel vermakelijk, ik ben verzot op koeien en meestal net zo nieuwsgierig naar hen als andersom. De ‘Stille weg’ deed zijn naam eer aan, ik kwam niemand tegen.

Langzamerhand wandel ik Beltrum binnen. De voormalige boerderij van de familie Nahuis is mij welbekend. Het werd omgebouwd tot het huidige cultuurhuis Het Noasman. Ik ben fan van hun georganiseerde wandeltochten. De interesse in natuur en het feit hun grond te kunnen behouden heeft de familie Nahuis doen besluiten om de landbouwgrond om te zetten in natuur. Zo is landgoed Het Noasman ontstaan in 2005. De natuur bestaat uit een goed ontwikkeld  en afwisselend loofbos, gedeeltelijk moerasgebied, een vijver, een eiland,  met gras en rondom een waterpartij. Aan de rand van het water is in 2011/2012 een vleermuiskelder met oeverzwaluwwand aangelegd, en je vind er zelfs een uitkijktoren. Even verderop ontmoet ik dan eindelijk het beroemde rustpunt Tokke Wekke. Het oorspronkelijke huisje stamt uit 1870 en was vermoedelijk een bakhuisje. Daarna diende het onder andere als garage , klushok en kippenhok. In de jaren 60 en 70 was het voornamelijk een ontmoetingsplek voor jongeren waar zelfs ooit een popconcert plaats vond op de platte wagen! De geschiedenis herhaalde zich in 2004 toen de volgende generatie wekelijks bij elkaar kwam om het huisje te renoveren. Vanaf mei 2011 werd het in gebruik genomen als rustpunt. Naar mijn idee het meest unieke rustpunt in de Achterhoek!

Al wandelend over de Beltrumse kerkepaden nader ik het eindpunt van deze etappe. De volgende etappe begint ook weer op deze kerkepaden. Ik kijk er nu al naar uit. Wat maakt Mooi Achterhoek toch schitterende routes! Het bronzen beeld Keer Omme had bekijks en werd gefotografeerd door passerende fietsers. Het toont schildpadden uit de hele wereld, op de borststukken van de schildpadden zijn kusten en eilandengroepen afgebeeld waar ze voorkomen. Dit beeld symboliseert het verglijden van de tijd. De kunstenaar gebruikte daarvoor de fabel van de haas en de schildpad, een van de fabels van Aesopus. Haas en schildpad houden een wedloop. Haas denkt makkelijk te zullen winnen en spant zich totaal niet in. Onderweg doet hij een zelfs een dutje. Als hij wakker wordt, heeft schildpad de finish echter al bereikt. Zo verliest haas de wedstrijd. De moraal van het verhaal is dat hardlopers doodlopers zijn en dat langzaam-maar-zeker-werk tot goede resultaten leidt.

Lievelde, ontmoet de rust en ruimte.

Vrijdag 12 februari een winterwandeling niet al te ver van huis. Het openbaar vervoer is nog niet helemaal op schema gezien de winterse omstandigheden. Vanaf huis wandel ik in een kwartiertje naar de bushalte, waar de bus mij naar het treinstation in Lievelde brengt. Niet om verder te reizen, vandaag wandel ik nog maar eens door Lievelde. Bedekt onder de witte laag sneeuw ziet alles er vast weer heel anders (mooi) uit (ondanks de straffe oosten wind).

Al snel stop ik om mijn spiegelreflexcamera tevoorschijn te halen. Het witte weidse landschap is prachtig, op de achtergrond het klooster. Huize Loreto is een voormalig klooster van de paters Maristen, die daar tot juli 2011 woonden. In 1951 werd het klooster gesticht door de paters Maristen als studiehuis van de congregatie. In 2015 werd het klooster gekocht door de Koptisch Orthodoxe Kerk Nederland. Ik kreeg er in 2019 een prachtige rondleiding, dit fotovertelsel vind je via deze link: https://klomptgoed.nl/2019/04/16/klooster-loreto-lievelde

Even verderop aan de brakerweg ligt de mij wel bekende onderduikershut. Daar hebben tijdens de oorlog diverse mensen ondergedoken gezeten: een Britse piloot, een deserteur uit het Duitse leger, een Poolse soldaat die deserteerde uit het Duitse leger en twee Nederlanders die weigerden voor de Arbeitseinsatz te werken. Zij werden van eten voorzien door mevrouw Weenink-Stoverink, die in een boerderij vlakbij woonde. Het leek erop alsof de berg sneeuw het dak van het schuurtje heeft doen bezwijken? De onderduikershut zelf ligt nog een eindje verder aan het pad. Aan de Bellenbroeksdijk was het een drukte van belang! Vanaf de ijsbaan Lievelde kwamen de vrolijke stemmen en muziek me al tegemoet. Het is een goed georganiseerde ijsbaan met veel voorzieningen. Om te kijken heb je eigenlijk ook een ticket nodig. Vanaf het weiland aan de achterzijde kon ik gelukkig (op gepaste afstand) toch even wat mooie winterse plaatjes schieten.

Ik wijk heel even van de route af om ook een kijkje te nemen bij de andere ‘onderduikplek’ in Lievelde, namelijk bij de bunker aan de Grensweg. Deze werd in de oorlog gebruikt door de Duitsers. Enige tijd na de bevrijding nam Aaltje Kraake stilzwijgend haar intrek in de bunker. In 1949 kwam zwerver Fokke Rotman ook in de bunker wonen, en zo had Lievelde er twee markante inwoners bij! Uiteindelijk komt er naast de bunker op kosten van de gemeente Lichtenvoorde een houten woninkje ad f 756,12. De St. Vincentiusvereniging Groenlo en het R.K. Armbestuur in Lievelde dragen in maart 1955 de kosten voor het beddengoed en de verdere inrichting. In 1958 overlijd Fokke en verlaat Aaltje het woninkje. In 2005 was de woonkeet verdwenen, van de bunker was slechts een zandkuil en enkele muurresten over. Vrijwilligers van de vereniging voor Agrarisch Natuurbeheer Groen Goed in Lievelde hebben in 2005 de bunker zoveel mogelijk in zijn oorspronkelijke staat teruggebracht. Op de site van de Vereniging Oudheidkunde Lichtenvoorde vind je het uitgebreide verhaal. In 1984 bouwde Corsogroep Teeuws zelfs een wagen ter ere van Aaltje en Fokke, zo bekend waren ze dus in de omgeving. Toen ik het verhaal voor het eerst las, was dat voor mij HET bewijs van het lange bestaan van het Achterhoekse naoberschap. Was dit in het westen gebeurt, dan was de kans wel erg groot geweest dat ze zonder enig schroom waren weggestuurd.. En wat doet men hier? Er werd gezorgd voor betere omstandigheden, geheel passend bij de leefwijze van Aaltje en Fokke.

Het natuurgebied Koolmansdijk heb ik leren kennen tijdens mijn training voor Gastvrouw van het Landschap Oost-Gelre. We kregen toen een uitgebreide en interessante rondleiding door het gebied van een gids van Staatsbosbeheer. Hij nam ons mee over het wandelpad (laarzenpad) dwars door de velden, normaal nat en drassig maar toen dus even niet. Het jaar 2018 waren immers dramatisch droog. De (normale) hoge waterstand van dit natuurgebied, aan de rand van het Oost-Nederlands Plateau, was altijd al ellende voor de boeren. De voormalige maisakkers en intensief gebruikt grasland zijn inmiddels veranderd in een zeer divers en gezond stuk natuur. In 2001 is de zwaar bemeste bodem afgegraven, in 2006 bloeiden de eerste orchideeën! De unieke ligging zorgde voor dit enorme zelf herstellend vermogen. De ondergrondse kleilaag zorgt voor een sterke opwaartse stuwing van kalkrijk grondwater in dit zogeheten blauwgrasland. Door wat ooit als ‘kwaliteitsverbetering’ gezien werd (gebruik van kunstmest, verlaging grondwaterstand, verzuring) is er nog maar heel weinig blauwgrasland in Nederland, slechts 30ha. De vele soorten orchideeën waren die herfst natuurlijk allang uitgebloeid.

En ook vandaag zal ik die zeker nog niet gaan spotten, maar wat heb ik genoten van dit gedeelte van mijn sneeuwwandeling! De gele paaltjesroute volgen was allesbehalve gemakkelijk. Er waren mij slechts enkele wandelaars voor gegaan de afgelopen dagen, ik zakte dan ook diep weg in de gigantische sneeuwlaag. Gelukkig dat ik wel iets van een spoor kon volgen, want nu en dan kraakte het kwelwater flink onder mijn voeten. Keurig vanaf het wandelpad heb ik immens genoten van de rust en de ruimte, de route doet zijn naam alle eer aan. Prachtig om alle wildsporen dwars door de velden en weilanden te zien gaan.

Zo langzaamaan brengt de rondwandeling mij terug naar het treinstation. Nog even een paar winterse foto’s maken bij Loco Lievelde. Jammer dat ik er nu niet even neer kan ploffen voor één van hun heerlijke (vega) burgers. Mijn meegebrachte boterham en warme thee smaken gelukkig ook prima. Al met al een kleine 20km gewandeld.

Over oude Hessenwegen.

Vrijdag 21 februari was de eerste bijeenkomst in 2020 van Stichting Achterhoek weer Mooi. Op het programma stond een bezoek aan Hanzestad Doesburg. Zo’n dertig deelnemers, waaronder ikzelf, verzamelden zich bij De Roode Tooren. Het museum, dat sinds eind jaren ’70 is gevestigd in het voormalig politiebureau van Doesburg, heeft naast de permanente tentoonstellingen ook wisselende exposities. De huidige expositie ‘Hessenwegen en Kiepkerels in de Achterhoek’ is voor Stichting Achterhoek weer Mooi (kortweg StAM) met name interessant vanwege de oude hessenwegen/ handelspaden die her en der nog in het Achterhoekse landschap te vinden zijn.

Hessenwegen in Nederland zijn wegen die werden gebruikt van eind 17e eeuw tot begin 19e eeuw door Duitse handelaren. Van oorsprong kwamen zij hoofdzakelijk uit het Duitse Hessen en trokken zij via de Achterhoekse streek naar het westen, veelal naar Amsterdam. Al snel werden handelaren uit andere Duitse regio’s, vanwege hun taal en beroep, ook Hessen genoemd. De IJssel vormde voor de voerlieden (handelaren) een barrière. Alleen bij Zwolle, Deventer, Zutphen, Doesburg of Arnhem konden zij de rivier oversteken. De meest gebruikte route (oudste, gemakkelijkste en veiligste) liep via Zwolle. Toen in 1643 de schipbrug bij Doesburg in gebruik werd genomen, was dat voor veel voerlieden een reden om hun route te verleggen en hier de rivier over te steken. Dat het al snel één van de belangrijkste Hessenroutes in ons land werd, kan worden vastgesteld aan de hand van snel stijgende opbrengsten van tol-, en bruggelden.

Doordat sommige Hessenwegen (zandwegen) veel gebruikt werden, ontstonden er soms diepe sporen op de route. Meestal losten de voerlieden dat op door naast het bestaande spoor een nieuw spoor te gaan maken (er bestonden toen nog geen standaard as-breedten voor de karren). In sommige gebieden hadden de Hessenwegen dan ook een breedte van een paar honderd meter! De Hessenkerels waren in de Achterhoek legendarische figuren. Een aantal gezegden herinneren hier nog aan zoals: hi-j vret as ’n Hesse! In de Achterhoek vind je ook nog vele herbergen die met het Hessenverkeer verbonden waren, zoals Het Wapen van Heeckeren in Hummelo. Niet alle Duitse handelaren trokken door naar Amsterdam. Sommigen trokken rond langs de dorpen en afgelegen boerderijen met een grote korf (kiep) op hun rug om hun koopwaar te verhandelen. Zo kregen deze marskramers al snel de bijnaam ‘kiepkearl’. Deze kiepkearls gebruikten meestal een netwerk van bestaande voetpaden (kerkepaden/ lijkwegen) in plaats van de voor hen moeilijk begaanbare Hessenwegen. Het Doesburgsepad (tussen Hummelo en Drempt) was zo’n handelspad.

Na het bezoek aan de expositie bij het museum kregen we een rondleiding door de Martinikerk in Doesburg. De kerk, gewijd aan Sint Maarten, werd in 1235 gebouwd als Romaanse kerk. De kerk en toren werden in de loop der jaren door vele rampen getroffen. Op verschillende panelen in de Martinikerk wordt deze hele geschiedenis weergegeven. In 2015 werd de kerk opnieuw ingericht voor multifunctioneel gebruik, zo vind je nu achter in de kerk een keuken, toiletten en een winkeltje. Een prima plek dus voor STaM om de laatste stand van zaken betreffende de landschapsmonumenten te bespreken. Van iedere deelnemer wordt namelijk gevraagd een door hem of haar gekozen landschapsmonument in eigen omgeving te gaan onderzoeken en beschrijven.

Eén van de deelnemers, Bernard Berendsen, vertelde vandaag wat meer over zijn modelbeschrijving van een landschapsmonument. Het Brook is een stuk bos in buurtschap het Woold in de gemeente Winterswijk. Het bosperceel is onderdeel van Scholtengoed Het Roerdink. Oude historische kaarten geven een goed beeld van de grens en de landweren. Zo ontdekte Bernard dat op sommige plekken de aarden wal wel twee meter hoog was. Op de Algemene Hoogtekaart Nederland was de oude gracht van Het Roerdink nog te zien. In de brochure ‘Winterswijk: een nieuwe kijk op oude bossen’ vond Bernard informatie over de verschillende boomsoorten in het stukje monumentale bos. Bernard is nu ongeveer halverwege de modelbeschrijving van Het Brook. De volgende stap is in gesprek gaan met verschillende eigenaren.

Tot slot kregen we nog een boeiende presentatie van Davy Kastelein (archeoloog voor de gemeente Zutphen en de regio Achterhoek) over de Gasthuiskerk in Doesburg. De protestantse kerk werd gebouwd in de 14e eeuw, waarschijnlijk als ziekenzaal. Van oorsprong was het kerkje namelijk een gasthuis met kapel. In 1354 werd de eerste priester aangesteld en in 1402 kwam het eerste altaar waardoor het gebouw een specifieke kerkfunctie kreeg. Davy deed met zijn team verschillende opgravingen in en rondom de kerk. Langs de buitenmuur vond men vele skeletten. Nader onderzoek liet zien dat bijvoorbeeld één van hen een soldaat moest zijn geweest (vele verwondingen aan schedel en lichaam). Twee bijzondere skeletvondsten zijn permanent te zien in het museum De Roode Tooren. De meest bijzondere vondst was wel een zilveren penning uit Lund (nu Zweden, toen Denemarken). De munt werd geslagen tussen 1286 en 1319 onder koning Erik Menved, en vrij zeldzaam (er zijn enkele vondsten bekend in Zutphen en Kampen). Het toont de vroege handelscontacten aan van Doesburgse handelaren met Denemarken. Daar hadden we natuurlijk al van alles over gezien bij de expositie.

Het was weer een waardevolle en leerzame middag door Stichting Achterhoek weer Mooi! Ik weet in ieder geval alweer veel meer over die mooie Hanzestad Doesburg. Het museum De Roode Tooren is gratis toegankelijk en de expositie is zeker een bezoekje waard.

roodetooren
Expositie over Hessenwegen en Kiepkearls in museum De Roode Tooren.

Martinikerk
Rondleiding door de Martinikerk te Doesburg.