Lievelde, ontmoet de rust en ruimte.

Vrijdag 12 februari een winterwandeling niet al te ver van huis. Het openbaar vervoer is nog niet helemaal op schema gezien de winterse omstandigheden. Vanaf huis wandel ik in een kwartiertje naar de bushalte, waar de bus mij naar het treinstation in Lievelde brengt. Niet om verder te reizen, vandaag wandel ik nog maar eens door Lievelde. Bedekt onder de witte laag sneeuw ziet alles er vast weer heel anders (mooi) uit (ondanks de straffe oosten wind).

Al snel stop ik om mijn spiegelreflexcamera tevoorschijn te halen. Het witte weidse landschap is prachtig, op de achtergrond het klooster. Huize Loreto is een voormalig klooster van de paters Maristen, die daar tot juli 2011 woonden. In 1951 werd het klooster gesticht door de paters Maristen als studiehuis van de congregatie. In 2015 werd het klooster gekocht door de Koptisch Orthodoxe Kerk Nederland. Ik kreeg er in 2019 een prachtige rondleiding, dit fotovertelsel vind je via deze link: https://klomptgoed.nl/2019/04/16/klooster-loreto-lievelde

Even verderop aan de brakerweg ligt de mij wel bekende onderduikershut. Daar hebben tijdens de oorlog diverse mensen ondergedoken gezeten: een Britse piloot, een deserteur uit het Duitse leger, een Poolse soldaat die deserteerde uit het Duitse leger en twee Nederlanders die weigerden voor de Arbeitseinsatz te werken. Zij werden van eten voorzien door mevrouw Weenink-Stoverink, die in een boerderij vlakbij woonde. Het leek erop alsof de berg sneeuw het dak van het schuurtje heeft doen bezwijken? De onderduikershut zelf ligt nog een eindje verder aan het pad. Aan de Bellenbroeksdijk was het een drukte van belang! Vanaf de ijsbaan Lievelde kwamen de vrolijke stemmen en muziek me al tegemoet. Het is een goed georganiseerde ijsbaan met veel voorzieningen. Om te kijken heb je eigenlijk ook een ticket nodig. Vanaf het weiland aan de achterzijde kon ik gelukkig (op gepaste afstand) toch even wat mooie winterse plaatjes schieten.

Ik wijk heel even van de route af om ook een kijkje te nemen bij de andere ‘onderduikplek’ in Lievelde, namelijk bij de bunker aan de Grensweg. Deze werd in de oorlog gebruikt door de Duitsers. Enige tijd na de bevrijding nam Aaltje Kraake stilzwijgend haar intrek in de bunker. In 1949 kwam zwerver Fokke Rotman ook in de bunker wonen, en zo had Lievelde er twee markante inwoners bij! Uiteindelijk komt er naast de bunker op kosten van de gemeente Lichtenvoorde een houten woninkje ad f 756,12. De St. Vincentiusvereniging Groenlo en het R.K. Armbestuur in Lievelde dragen in maart 1955 de kosten voor het beddengoed en de verdere inrichting. In 1958 overlijd Fokke en verlaat Aaltje het woninkje. In 2005 was de woonkeet verdwenen, van de bunker was slechts een zandkuil en enkele muurresten over. Vrijwilligers van de vereniging voor Agrarisch Natuurbeheer Groen Goed in Lievelde hebben in 2005 de bunker zoveel mogelijk in zijn oorspronkelijke staat teruggebracht. Op de site van de Vereniging Oudheidkunde Lichtenvoorde vind je het uitgebreide verhaal. In 1984 bouwde Corsogroep Teeuws zelfs een wagen ter ere van Aaltje en Fokke, zo bekend waren ze dus in de omgeving. Toen ik het verhaal voor het eerst las, was dat voor mij HET bewijs van het lange bestaan van het Achterhoekse naoberschap. Was dit in het westen gebeurt, dan was de kans wel erg groot geweest dat ze zonder enig schroom waren weggestuurd.. En wat doet men hier? Er werd gezorgd voor betere omstandigheden, geheel passend bij de leefwijze van Aaltje en Fokke.

Het natuurgebied Koolmansdijk heb ik leren kennen tijdens mijn training voor Gastvrouw van het Landschap Oost-Gelre. We kregen toen een uitgebreide en interessante rondleiding door het gebied van een gids van Staatsbosbeheer. Hij nam ons mee over het wandelpad (laarzenpad) dwars door de velden, normaal nat en drassig maar toen dus even niet. Het jaar 2018 waren immers dramatisch droog. De (normale) hoge waterstand van dit natuurgebied, aan de rand van het Oost-Nederlands Plateau, was altijd al ellende voor de boeren. De voormalige maisakkers en intensief gebruikt grasland zijn inmiddels veranderd in een zeer divers en gezond stuk natuur. In 2001 is de zwaar bemeste bodem afgegraven, in 2006 bloeiden de eerste orchideeën! De unieke ligging zorgde voor dit enorme zelf herstellend vermogen. De ondergrondse kleilaag zorgt voor een sterke opwaartse stuwing van kalkrijk grondwater in dit zogeheten blauwgrasland. Door wat ooit als ‘kwaliteitsverbetering’ gezien werd (gebruik van kunstmest, verlaging grondwaterstand, verzuring) is er nog maar heel weinig blauwgrasland in Nederland, slechts 30ha. De vele soorten orchideeën waren die herfst natuurlijk allang uitgebloeid.

En ook vandaag zal ik die zeker nog niet gaan spotten, maar wat heb ik genoten van dit gedeelte van mijn sneeuwwandeling! De gele paaltjesroute volgen was allesbehalve gemakkelijk. Er waren mij slechts enkele wandelaars voor gegaan de afgelopen dagen, ik zakte dan ook diep weg in de gigantische sneeuwlaag. Gelukkig dat ik wel iets van een spoor kon volgen, want nu en dan kraakte het kwelwater flink onder mijn voeten. Keurig vanaf het wandelpad heb ik immens genoten van de rust en de ruimte, de route doet zijn naam alle eer aan. Prachtig om alle wildsporen dwars door de velden en weilanden te zien gaan.

Zo langzaamaan brengt de rondwandeling mij terug naar het treinstation. Nog even een paar winterse foto’s maken bij Loco Lievelde. Jammer dat ik er nu niet even neer kan ploffen voor één van hun heerlijke (vega) burgers. Mijn meegebrachte boterham en warme thee smaken gelukkig ook prima. Al met al een kleine 20km gewandeld.

Over oude Hessenwegen.

Vrijdag 21 februari was de eerste bijeenkomst in 2020 van Stichting Achterhoek weer Mooi. Op het programma stond een bezoek aan Hanzestad Doesburg. Zo’n dertig deelnemers, waaronder ikzelf, verzamelden zich bij De Roode Tooren. Het museum, dat sinds eind jaren ’70 is gevestigd in het voormalig politiebureau van Doesburg, heeft naast de permanente tentoonstellingen ook wisselende exposities. De huidige expositie ‘Hessenwegen en Kiepkerels in de Achterhoek’ is voor Stichting Achterhoek weer Mooi (kortweg StAM) met name interessant vanwege de oude hessenwegen/ handelspaden die her en der nog in het Achterhoekse landschap te vinden zijn.

Hessenwegen in Nederland zijn wegen die werden gebruikt van eind 17e eeuw tot begin 19e eeuw door Duitse handelaren. Van oorsprong kwamen zij hoofdzakelijk uit het Duitse Hessen en trokken zij via de Achterhoekse streek naar het westen, veelal naar Amsterdam. Al snel werden handelaren uit andere Duitse regio’s, vanwege hun taal en beroep, ook Hessen genoemd. De IJssel vormde voor de voerlieden (handelaren) een barrière. Alleen bij Zwolle, Deventer, Zutphen, Doesburg of Arnhem konden zij de rivier oversteken. De meest gebruikte route (oudste, gemakkelijkste en veiligste) liep via Zwolle. Toen in 1643 de schipbrug bij Doesburg in gebruik werd genomen, was dat voor veel voerlieden een reden om hun route te verleggen en hier de rivier over te steken. Dat het al snel één van de belangrijkste Hessenroutes in ons land werd, kan worden vastgesteld aan de hand van snel stijgende opbrengsten van tol-, en bruggelden.

Doordat sommige Hessenwegen (zandwegen) veel gebruikt werden, ontstonden er soms diepe sporen op de route. Meestal losten de voerlieden dat op door naast het bestaande spoor een nieuw spoor te gaan maken (er bestonden toen nog geen standaard as-breedten voor de karren). In sommige gebieden hadden de Hessenwegen dan ook een breedte van een paar honderd meter! De Hessenkerels waren in de Achterhoek legendarische figuren. Een aantal gezegden herinneren hier nog aan zoals: hi-j vret as ’n Hesse! In de Achterhoek vind je ook nog vele herbergen die met het Hessenverkeer verbonden waren, zoals Het Wapen van Heeckeren in Hummelo. Niet alle Duitse handelaren trokken door naar Amsterdam. Sommigen trokken rond langs de dorpen en afgelegen boerderijen met een grote korf (kiep) op hun rug om hun koopwaar te verhandelen. Zo kregen deze marskramers al snel de bijnaam ‘kiepkearl’. Deze kiepkearls gebruikten meestal een netwerk van bestaande voetpaden (kerkepaden/ lijkwegen) in plaats van de voor hen moeilijk begaanbare Hessenwegen. Het Doesburgsepad (tussen Hummelo en Drempt) was zo’n handelspad.

Na het bezoek aan de expositie bij het museum kregen we een rondleiding door de Martinikerk in Doesburg. De kerk, gewijd aan Sint Maarten, werd in 1235 gebouwd als Romaanse kerk. De kerk en toren werden in de loop der jaren door vele rampen getroffen. Op verschillende panelen in de Martinikerk wordt deze hele geschiedenis weergegeven. In 2015 werd de kerk opnieuw ingericht voor multifunctioneel gebruik, zo vind je nu achter in de kerk een keuken, toiletten en een winkeltje. Een prima plek dus voor STaM om de laatste stand van zaken betreffende de landschapsmonumenten te bespreken. Van iedere deelnemer wordt namelijk gevraagd een door hem of haar gekozen landschapsmonument in eigen omgeving te gaan onderzoeken en beschrijven.

Eén van de deelnemers, Bernard Berendsen, vertelde vandaag wat meer over zijn modelbeschrijving van een landschapsmonument. Het Brook is een stuk bos in buurtschap het Woold in de gemeente Winterswijk. Het bosperceel is onderdeel van Scholtengoed Het Roerdink. Oude historische kaarten geven een goed beeld van de grens en de landweren. Zo ontdekte Bernard dat op sommige plekken de aarden wal wel twee meter hoog was. Op de Algemene Hoogtekaart Nederland was de oude gracht van Het Roerdink nog te zien. In de brochure ‘Winterswijk: een nieuwe kijk op oude bossen’ vond Bernard informatie over de verschillende boomsoorten in het stukje monumentale bos. Bernard is nu ongeveer halverwege de modelbeschrijving van Het Brook. De volgende stap is in gesprek gaan met verschillende eigenaren.

Tot slot kregen we nog een boeiende presentatie van Davy Kastelein (archeoloog voor de gemeente Zutphen en de regio Achterhoek) over de Gasthuiskerk in Doesburg. De protestantse kerk werd gebouwd in de 14e eeuw, waarschijnlijk als ziekenzaal. Van oorsprong was het kerkje namelijk een gasthuis met kapel. In 1354 werd de eerste priester aangesteld en in 1402 kwam het eerste altaar waardoor het gebouw een specifieke kerkfunctie kreeg. Davy deed met zijn team verschillende opgravingen in en rondom de kerk. Langs de buitenmuur vond men vele skeletten. Nader onderzoek liet zien dat bijvoorbeeld één van hen een soldaat moest zijn geweest (vele verwondingen aan schedel en lichaam). Twee bijzondere skeletvondsten zijn permanent te zien in het museum De Roode Tooren. De meest bijzondere vondst was wel een zilveren penning uit Lund (nu Zweden, toen Denemarken). De munt werd geslagen tussen 1286 en 1319 onder koning Erik Menved, en vrij zeldzaam (er zijn enkele vondsten bekend in Zutphen en Kampen). Het toont de vroege handelscontacten aan van Doesburgse handelaren met Denemarken. Daar hadden we natuurlijk al van alles over gezien bij de expositie.

Het was weer een waardevolle en leerzame middag door Stichting Achterhoek weer Mooi! Ik weet in ieder geval alweer veel meer over die mooie Hanzestad Doesburg. Het museum De Roode Tooren is gratis toegankelijk en de expositie is zeker een bezoekje waard.

roodetooren
Expositie over Hessenwegen en Kiepkearls in museum De Roode Tooren.

Martinikerk
Rondleiding door de Martinikerk te Doesburg.