Zelhem, Slachtvisite.

November staat van oudsher bekend als de slachtmaand, hoewel het weer eigenlijk meer van invloed was als de maand zelf. Mensen ging slachten als het kouder werd want de voorraad vlees was bedoeld voor de winter, om het vlees goed te kunnen drogen, moest het huis bovendien flink warm worden gestookt. Helder weer was ook belangrijk, mist en nevel zorgden voor een te hoge luchtvochtigheid waardoor het vlees zou kunnen bederven. Tijdens mijn jeugd werd er door mijn grootouders allang niet meer aan huis geslacht. Er werd wel eigen vee geslacht en gegeten, het uitslachten en verder verwerken gebeurde elders. Ik ben, net als velen waarschijnlijk, grootgebracht met elke dag een goed stuk vlees op tafel.

Iedereen is weer welkom op de slachtvisite bij Museum Smedekinck, voor mij de eerste keer. Zoals vroeger gebruikelijk was begint het ook hier met een borrel, een glaasje vlierbessenjenever. Alhoewel ik hem zou kunnen gebruiken om mezelf moed in te drinken, sla ik hem toch maar af. Je kon er eigenlijk niet omheen, het gehalveerde varken aan het hankholt op de ladder. Sowieso niet te vermijden voor iedereen die van het toilet gebruik wilde maken, het gigantische beest hing pal naast de wc’s! Ik moet direct denken aan de anekdote van Anjo die zij op Facebook met mij deelde, over het varken dat op de deel aan de ladder hing: “Dan hing dat beest daar, onder een wit laken. En dan moest jij als kind natuurlijk prompt plassen, midden in de nacht en aardedonker. Ik vond het vreselijk eng, de andere dag stonden we natuurlijk vooraan. Of ik er nu wat van zei of niet; niet zeuren, onmiddellijk plassen en je bed weer in!”.

Het vetgemeste varken (92,75kg) werd trots getoond aan alle belangstellenden die komen ‘vetpriezen’. Ik vond vooral de anatomie en uitleg welk stuk vlees waar zit erg interessant. Een vader nam zijn drie jonge kinderen ook mee naar het varken, alle vier luisterden net als ik geboeid naar de uitleg. Mooi om te zien, mooi dat het te zien is bij Smedekinck. Het museum is de enige waar tijdens de slachtvisite niet alleen het varken aan het hankholt op de ladder hangt en je gerelateerde streekproducten kunt kopen, hier wordt juist ook een groot gedeelte van het proces daartussen in gedemonstreerd. Het uitslachten van de andere helft van het varken, en verwerken tot eindproduct gebeurde in de museumschuur door de aanwezige (gepensioneerde) slagers. Tegenwoordig wordt er gewerkt op werkbanken van kunststof omdat dit hygiënischer zou zijn. Tijdens een huisslachting werd er meestal een deur uit zijn hengels getild, sopje erover en klaar was de werkbank. Eén van de slagers vertelde me dat het houten hakblok eigenlijk veel schoner was. Zelf heb ik, toen ik in de horeca werkte, ook nog op een houten werkbank gewerkt. Elke dag moesten we hem grondig boenen met gekookt water en afwasmiddel, elke zaterdag met chloor.

De slagers laten ook hier zien waar welk stuk vlees vandaan komt, langzamerhand herkende ik de karbonades, speklappen en ribbetjes. De volwassen dochter van één van de slagers staat met een nostalgisch gevoel en brede glimlach aan de zijkant haar vader gade te slaan. Ze vertelt me dat ze vroeger in de slagerij altijd achter de streep moest blijven staan, vanwege de scherpe messen. Toen ze wat ouder was mocht ze helpen. Mijn grootouders gebruikten het vrieshuis met klein abattoir in Corle, naast de smederij van te Welle. Ik mocht nooit mee naar binnen tijdens het uitslachten en verwerken, des te interessanter is deze slachtvisite. Even verderop in de museumschuur staan in klederdracht gehulde dames verse worst te maken, worststoppen zoals dat officieel heet. Twee vrouwen gebruiken de handgehaktmolen met vulpijpje, de andere vrouw duwt met haar duim het vlees door een worsthoorntje. Een precies werkje, want luchtbellen zijn niet gewenst. De vrouwen gebruiken hiervoor de darmen van het varken, de dunne darm. Een bezoekster vertelde me dat ze vroeger altijd moest helpen met het schoonmaken van de darmen (desalniettemin vond ze het altijd een ontzettend gezellige tijd). Eerst moest het plukvet er voorzichtig vanaf worden gehaald, op de mestvaalt kneep je vervolgens de darmen leeg. Daarna moest deze ‘krange getrokken’ (binnenste buiten gekeerd) met warm water en met een lepel moest het darmslijm ervan af geschraapt worden. Tot slot nog even opblazen om op gaatjes te controleren, en stoppen maar. Eén varken is goed voor dertig meter darm. Ik denk dat de verse worst wel mijn favoriete stukje vlees was. En gezouten kinnebakspek (varkenswang) als broodbeleg, ik was er dol op! Inmiddels ben ik eigenlijk al jaren een vleesverminderaar.

In de museumschuur werd behalve gezaagd, gehakt, gesneden en gestopt ook gebakken. De dames in klederdracht bereidden bakbloedworst, balkenbrij, kaantjes en smaltappels. De kinderen konden achter in de schuur hun eigen verse sappige hamburger bakken die met heel veel smaak werd opgepeuzeld. Ik vroeg aan twee meisjes of ze het varken aan de ladder toevallig ook al hadden gezien? Moeder moest lachen en zei dat ze dat ná het eten van de hamburger gingen doen, verstandige volgorde waarschijnlijk. WEET WAT JE EET is tegenwoordig van groot belang voor de gemiddelde consument, daarentegen ben ik benieuwd hoeveel volwassenen en kinderen het slachten, uitslachten en verwerken tot eindproduct daadwerkelijk al eens hebben gezien?  Ik zou zeggen: de slachtvisite bij Museum Smedekinck is een prima veldexcursie voor jong en oud!

 

Als je meer wilt lezen over een traditionele huisslacht, volg de veilige link hieronder

https://www.vers-inspiratie.nl/historie-van-de-huisslacht/de-huisslachting

Aalten, Farm & Country Fair

Na bijna tien jaar woonachtig in Lichtenvoorde werd het wel echt héél hoog tijd voor een bezoek aan de Farm en Country fair Aalten. Vandaag dus mijn officiële vuurdoop. Vanaf station Aalten reed ik mee met de pendeldienst. Een tractor met overkapte aanhanger, dat was direct al een leuk ritje (Voor de mevrouw tegenover mij met chique (dunne) designkleding en strak gekapte coupe iets minder  ;-)). Door het schrijven van mijn vorige column was ik al het één en ander te weten gekomen over de countryfair, georganiseerd door de familie Ruesink. Mijn eerste gang vanmorgen was naar de informatiebalie, even mijn collega Gerdien Ruesink gedag zeggen.

Aan het einde van mijn eerste dag Farm & Country Fair kan ik met recht zeggen dat ik superblij ben om morgen weer terug te gaan! Wat een geweldig leuk festival, ik snap werkelijk niet waarom ik dat al die jaren aan mijn neus voorbij heb laten gaan?! Ik ben dol op dieren, en heb dan ook mijn hart op kunnen halen. Niet alleen om te fotograferen, vooral ook om eens van dichtbij te bekijken en sommigen die dat waarderen te mogen aaien. Jong en oud genoot en werd blij van al die liefkozingen  :-). Kalf Suus is inmiddels pink Suus geworden. Geheel ontspannen lag ze lekker te herkauwen in de grote tent, onverschillig voor alle aandacht, als een ware diva op een bed van stro.

Gerdien tipte mij om even achter in de gele straat te gaan kijken, 24KitchenFood Truck Challenge is neergestreken op de countryfair. Elke aflevering vind plaats op een ander zomers festival, met onder andere Lange Frans. Vandaag kookte hij met Pip Pellens, beter bekend als Wiet in GTST. Er liepen blijkbaar nog twee BN-ers, gevolgd door heel veel nieuwsgierige kinderen. Zij vertelden mij heel enthousiast dat het Jasper en Marius Gottliebwaren (??). U weet wel, van Spangas. In de gele straat was ook het Vintage Festival themaplein en de Sheep Factor Show. Bij de laatste maakte ik kennis met Erik en Joyce Ruesink, vader en dochter. Joyce vertelde mij vol passie over haar zeer bijzondere schapen. De hele Sheep Factor Show is sowieso al iets heel bijzonders, echt uniek in Nederland. Ik heb werkelijk in mijn leven nog nooit zulke mooie schapen gezien, laat staan dat ik wist dat er zoveel verschillende rassen bestonden. Ik weet nu wel de uiterlijke verschillen tussen een schaap en een geit (schrijf ik met lichte trots). De staart van een geit staat overeind en hij heeft een sik, beide in tegenstelling tot een schaap.

Nog steeds in de gele straat, bij het Vintage Festival Themaplein, ontmoet ik per toeval mijn oud-collega Ursula. Ze was aan het helpen in de stand van Hanny Kwekkeboom. Van oorsprong is Hanny Aaltense, 20 jaar geleden emigreerde zij naar Oslo in Noorwegen. Met haar bedrijfje genaamd In Between Wearing richt zij zich op re-design van Scandinavische vintage kleding. Op haar eigen unieke manier pimpt zij ‘oude’ kledingstukken tot fantastische nieuwe creaties. In de gele straat spot ik ook houten klompen! Dat wil zeggen een heuse klomp-fietsbel, ingenieus gemaakt door een (vierde generatie) klompenmaker. Of er een vijfde generatie zou komen was even spannend, de zoons waren weinig klomps  ;-). Gelukkig is er ook een dochter, en deze heeft het klompen maken in het bloed. Met de zesde generatie zit het ook wel goed, aldus opa (generatie vier).

Joke Ruesink is net als een groep andere vrouwen uit de regio lid van tuinclub De Bonte Tuinvlo uit Varsseveld. De stand van deze dames heeft ieder jaar een ander thema, dit jaar is dat ‘de spijkerbroek’. Alle leden zijn verzot op tuinieren, de uitdaging is dit te combineren met het huidige thema. Het resultaat is superleuk! Vooral die met de houten klompen natuurlijk  :-D.

Het weer werkt gelukkig goed mee, de zon breekt steeds vaker en langer door, geholpen door de wind die de regenbuien verjaagd. Voor wie even schuilen wil is er (in de bruine straat) het Zonnehuisje van timmervakvrouw Monie van Paassen. Begin juli stond er een mooi artikel van Monie, over deze zonnehuisjes, in het blad Landleven. Het ontwerp van het zonnehuisje is gebaseerd op de vroegere TBC-huisjes. De opbouw van het Zonnehuisje is als het ontwerp van vroeger, ramen in beide zijgevels om goed te kunnen luchten en een draaischijf met massieve wielen onder het huisje. Ook het ouderwetse hang- en sluitwerk is in het huisje verwerkt zodat oude tijden herleven. Samen met Monie heb ik het huisje naar de zon gedraaid zodat ik er wat foto’s van kon maken. Ondertussen slijpt Monie voor mij een origineel Zonnehuisje Timmermanspotlood.

Mijn eerste dag Farm & Country Fair is voorbij gevlógen! Voor ik naar huis ga, trakteer ik mezelf op een zalige warme stroopwafel van foodtruckStroopwafels XXL uit Enschede. Wat een leuke dag, wat een leuk festival. Ik kijk uit naar morgen, dan is het Nederlands kampioenschap wolspinnen en de kalveropfokwedstrijden voor kinderen. Nieuwe dag, nieuwe verhalen!

Hummelo, Vive la France!

Het enige stukje Frankrijk dat ik ken is de hoofdstad Parijs. Tijdens een stedentrip van zeven dagen had ik ruimschoots de tijd om de stad een beetje te leren kennen. Andere delen van Frankrijk zijn mij onbekend. Desondanks voelde het afgelopen zaterdag in Hummelo alsof ik werkelijk de grens van Frankrijk was gepasseerd! Vive La France Hummelo, een Frans evenement in Nederland of een Nederlands festival in Frankrijk? Gezien de warme zomerse weersomstandigheden en het complete Franse sfeertje zou je bijna in de war raken..

Bij het binnenrijden van Hummelo wapperen de Franse vlaggen sierlijk in de wind. Verkeersregelaars en parkeerwachters leiden alles vlot in goede banen. Voor mijn gevoel is de belangstelling dit jaar wederom toegenomen, het is om 11.30 uur al een gezellige drukte. Franse chansons bereiken mijn oren, heerlijke etensgeuren mijn neus. de Dorpsstraat is feestelijk versierd en hier en daar zie ik al mensen sjouwen met hun zojuist bemachtigde brocante spulletjes. Er zijn maar liefst negentig professionele brocanteurs met uiteenlopende specialisaties aanwezig! Ik hou ervan, de oude Louvre deuren, verweerde spiegels en grote zinken teilen. Behalve gebruiksvoorwerpen zijn er ook kramen vol prachtige en romantische dameskleding en allerlei streekproducten.

Bij Hotel Cafe Restaurant de Gouden Karper scoren we een plaatsje op het terras onder de eeuwenoude kastanjebomen. Dat is nog makkelijker gezegd dan gedaan! Logisch, want wie wil hier nou niet van een drankje genieten, heerlijk in de schaduw omringd door Franse vlaggetjes en vazen vol zonnebloemen. Genietend van de verse appeltaart met slagroom hoor ik om me heen veel verschillende talen. Vlaams, Duits, Frans en natuurlijk dialect. Het maakt dat je bijna zou vergeten dat je in Achterhoekse streek bent. Heel veel bezoekers daarentegen weten maar al te goed dat ze in het dorp zijn waar dat beroemde standbeeld nog niet zo lang geleden is onthuld, er worden dan ook massaal foto’s gemaakt met de mannen van Normaal.

In en rondom de dorpskerk van Hummelo (Neo-gotische zaalkerk uit 1838) is de kunstfair, de Montmartre van Hummelo. Ook hier worden vrolijke Franse chansons gezongen door het duo Pierre et Gerdy. Achter de kerk, onder de Lindebomen, is het heerlijk vertoeven. Voor de kerk dit jaar een (opgeblazen) eerbetoon aan Normaal: Bertus op zien Norton en Tinus op de BSA. Behalve deze twee motoren staan er ook her en der mooie oude Citroën 2CV’s geparkeerd. Mijn vader had vroeger ook zo’n ‘lelijke eend’, een rode. Het roept nog altijd herinneringen op naar vervlogen tijden, net als bij zovelen. Er is echt enorm veel te zien en te bewonderen! Al wandelend kom ik verschillende straatartiesten tegen, De rondlopende goochelaar John Negenkerken en ganzenhoeder Jurgen Baan zorgen voor veel bekijks.

Orgue de barbarie heeft inmiddels een schare vaste fans, sommigen zitten dan ook al reikhalzend op haar meezinguurtje te wachten. Met haar kleine draaiorgel speelt en zingt Xandra Storm bekende Franse chansons. Ik behoor ook tot die schare fans, en geniet dan ook van het optreden. Op dat moment zingt ze toevallig even samen met Yolanda Tangelder, zij zong ook tijdens het openluchtspel ‘Dwarsliggers’ aan de Borkense Baan dat ik eerder dit jaar bezocht. Dit jaar wordt ze ook nog eens vergezeld door Parijse vrienden, zangeres Malene Lamarque en accordeonist Fanchon. Het is ruim na 16.00 uur als ik het terrein verlaat, vele momenten vastgelegd op camera. Ik heb weer enorm genoten van dit unieke evenement. Hummelo, het was weer magnifique!