Lichtenvoorde, Bonifatiusziekenhuis

De negentiende eeuw was er één van armoede, ziekten en epidemieën. Op het platteland waren zieken meestal aangewezen op huismiddeltjes (gebaseerd op wijsheden uit de Almanak), kwakzalvers en kruidendokters. Ze waren bovendien afhankelijk van barmhartigheid. Johan Rudolph Thorbecke voerde in 1865 het Artsexamen in, er zou voortaan nog maar één soort geneesheer zijn: de universitair geschoolde arts. Op 4 december 1872 werd de Wet tot voorziening tegen besmettelijke ziekten ingevoerd, het verplichtte alle gemeenten in geval van een besmettelijke ziekte een lokaal aan te wijzen waar patiënten in quarantaine konden worden geplaatst om epidemieën te voorkomen.  In Lichtenvoorde was de ziekenzorg in handen van een aantal (niet speciaal opgeleide) Katholieke vrouwen van de St. Elisabeth vereniging, zij verzorgden de zieken thuis.

In 1919 werd vanwege de behoefte aan meer deskundige verpleging het comité ‘Ziekenverpleging’ opgericht (met o.a. dokter Besslink en kapelaan Vitus Hentzen). Zij besloten dat er religieuze, tot een congregatie behorende, zusters moesten komen. Financieel werd dit mogelijk door een inzameling onder de bewoners datzelfde jaar ter ere van het zilveren priesterjubileum van pastoor Tiburtius de Graaf. Het bijeengebrachte bedrag, ƒl. 12.000, diende als startkapitaal voor de Stichting St. Bonifatius-ziekenhuis die in 1920 werd opgericht. Aan de Broekboomstraat in Lichtenvoorde werd in het herenhuis van de dames Groen (latere fratershuis St. Eloy) een aantal kamers ingericht voor opvang en verpleging van zo’n acht patiënten. De professionele verpleegzorg was in handen van drie zusters, ter beschikking gesteld door de congregatie van de Franciscanessen (moederhuis St. Mauritz) in Münster. Naast het verplegen van de opgenomen zieken waren Zr Gerina (overste), Zr Luzella en Zr Canisia vooral ook druk met de wijkverpleging (en laatste zorg voor overledenen) in de hele gemeente Lichtenvoorde. In 1925 kregen zij, bij hoge uitzondering en door bemiddeling van pastoor Dominicus van den Berk , toestemming hiervoor de fiets te gebruiken. Dat betekende overigens niet dat de werkdag korter werd, er konden zo meer zieken worden verpleegd..

Aan het eind van de jaren ’20 werd de behoefte aan betere verpleegruimten met meer mogelijkheden groter. Door een gebrek aan geld kon het bestuur echter niet veel beginnen. In 1930 schonk de familie Jaartsveld haar tuin aan de Dijkstraat aan de stichting. Met dit onderpand, het spaargeld van de zusters, leningen van particulieren en een voordelige lening van de Boerenleenbank kon op 11 juli 1932 de eerste steen worden gelegd door aannemer Post uit Lichtenvoorde. Op zaterdag één en zondag 2 april 1933 konden inwoners van Lichtenvoorde het nieuwe ziekenhuis voorzien van 40 bedden, een kapel en huisvesting voor de (inmiddels 8) zusters komen bezichtigen. De week erna, op 5 april 1933, werd het gebouw in gebruik werd genomen, de feestelijke opening vond plaats op 25 april 1933. Het spaarzame leven en werken van de zusters heeft er zeker aan bijgedragen dat de stichting de crisisjaren goed heeft doorstaan. Vaste huisknecht (1933- 1982) was Bernard Reuvekamp, beter bekend als Bernard van de dokter, daarvoor was hij namelijk koetsier van Dr. Besselink.

Het ziekenhuis bleek al snel te klein, het bestuur kocht daarom (met oog op de toekomst) in 1938 en 1940 een paar aangrenzende percelen waarop een groententuin en boomgaard werden aangelegd. In 1942 schonk de familie Poelhuis hun stuk aangrenzende grond, vanwege de Tweede Wereldoorlog liet eventuele uitbreiding echter op zich wachten. Tijdens die oorlogsjaren konden de Duitse zusters hun positie in het ziekenhuis behouden. Ze hebben zelfs veel onderduikers van een veilige schuilplaats kunnen voorzien omdat de Duitse soldaten dit blijkbaar niet verwachtten van de eveneens Duitse Rooms-katholieke verpleegsters. Na de oorlog begon men met de uitbreiding van het Bonifatiusziekenhuis, zoals spreekkamers, een laboratorium (onder leiding van Zr Vedesta) en röntgenkamer (onder leiding van Zr Navalina). De financiering slaagde door geld te lenen van de inwoners van Lichtenvoorde, waartoe de pastoor iedereen vanaf de preekstoel opriep.

Na 1950 werd de wijkverpleging, nog altijd in handen van de zusters, overgenomen door eigen leken-krachten van het Wit-Gele Kruis (het Groene Kruis was neutraal, het Wit- Gele Kruis katholiek> wit en geel verwijzen naar de pauselijke kleuren). Het bestuur wilde zo weinig mogelijk gebruik maken van die veel duurdere lekenverpleegsters. De zusters werkten tenslotte bijna de klok rond tegen een zeer lage vergoeding naast kost & inwoning. Daarom groeide hun aantal door naar 12. In 1959 werd er een grote, voor die tijd unieke, kinderafdeling bijgebouwd en een nieuwe wasserij. Twee maanden na de opening waren alle 40 kinderbedjes al bezet! In 1962 kreeg het St. Bonifatiusziekenhuis een eigen ambulance (de collecte voor deze wagen bracht ƒl 30.000,- op), de chauffeur Jan Nijhuis heeft de ziekenwagen bestuurd tot april 1984. In 1963 werd alweer het volgende uitbreidingsplan ingediend bij het ministerie van Volksgezondheid, bijna tegelijkertijd met een zelfde soort verzoek van ziekenhuis Winterswijk en Groenlo wat een aanleiding was tot de eerste gesprekken over een mogelijke fusie tot één groot streekziekenhuis. Met name tussen Groenlo en Lichtenvoorde zorgde dit voor veel tumult, de onderhandelingen tussen de vier Oost- Achterhoekse ziekenhuizen (Groenlo, Lichtenvoorde en 2 te Winterswijk) duurden uiteindelijk 20 jaar. Ondanks die onderhandelingen kreeg Lichtenvoorde in 1966 toestemming voor een flinke uitbreiding (vleugel met parkeerplaats aan Dr. Besselinkstraat) waardoor het aantal bedden op 115 kwam. In 1968 kwam er een flinke afdeling fysiotherapie (ingang Molendijk) en een mortuarium met sectiekamer. Er werkten toen rond de 75 mensen.

In de jaren ’70 was de congregatie van de Franciscanessen van Münster niet meer in staat om de ouder wordende zusters van het St. Bonifatiusziekenhuis te vervangen voor jongere aanwas. Op 29 januari 1978 werd in een officiële viering op indrukwekkende wijze afscheid genomen van de toen nog  tien (acht ouder dan 65 jaar) aanwezige zusters die gedurende 57 jaar van onschatbare waarde waren geweest voor de Lichtenvoordse gemeenschap. In 1984 werd het St. Bonifatiusziekenhuis opgeheven, het streekziekenhuis in Winterswijk was toen klaar. De gebouwen bleven in gebruik als diagnostisch centrum, school voor gezondheidszorgopleidingen in de Achterhoek en praktijkruimten voor fysiotherapie. Het oudste gedeelte, aan de Dijkstraat, werd omgebouwd tot tien appartementen voor particuliere bewoning. Het overige deel werd afgebroken om plaats te maken voor de Nieuwmarkt, winkelcentrum en appartementen.

Met dank aan de Vereniging voor Oudheidkunde Lichtenvoorde die mij het boek ‘Geschiedenis van de Oost-Achterhoekse Ziekenhuizen’ in bruikleen gaf.

klomptgoed_259
Het Herenhuis, destijds van de dames groen (later het Fratershuis St. Eloy) aan de Broekboomstraat, Lichtenvoorde.
klomptgoed_268
Achterzijde van het oude ziekenhuis (voorzijde Dijkstraat).
IMG_8008
Street art op de oude muur van het ziekenhuis aan De Leest, Lichtenvoorde.

 

BZL1

BZL2

BZL3

BZL4

BZL5

BZL6

BZL7

BZL8

BZL9

Winterswijk Openluchtspel: Dwarsliggers

Een week voor de aftrap van het Erfgoed Festival mocht ik mee met de BlogBus, een unieke previewtour langs diverse bijzondere locaties. Zo kwam ik op het spoor van ‘Theater over Grenzen’, een serie van tien theatervoorstellingen allemaal op hun eigen bijzondere en historische locatie. Eén ervan op een mij bekende plek, aan de Borkense Baan. En openluchtvoorstelling aan de grens, over grenzen. Na de ontdekkingsreis door het oude hertogdom Gelre schreef ik mijn eerste blog over deze theatervoorstelling. Donderdag 7 juni mocht ik vervolgens de première bijwonen van Dwarsliggers.

Even voor half negen nam ik plaats, een heerlijk zwoele avond. De tribune staat prachtig opgesteld aan de Kuipersweg, alsof je zelf midden op het spoor van de oude Borkense Baan bent gaan zitten! In de verte kwam een draisine langzaam op gang, de tribune tegemoet. Het geluid van de schitterende muziek kwam daarmee ook naderbij. Willem te Voortwis en Yolanda Tangelder zorgen vanaf deze oude spoorfiets voor prachtig gecomponeerde en gezongen ‘filmmuziek’. Ik vond de overgang van muziek naar dialoog, de draisine langzaam in zijn achteruit naar het verdwijnpunt van de Borkense Baan, de ruige natuur tegemoet en de klanken verliezend in de wind, zo ongelooflijk mooi!

Toneelvereniging T.O.E.P uit Kotten heeft weer hard gewerkt om ook van deze voorstelling een waar spektakel te maken. In Dwarsliggers doen leden van allerlei leeftijden mee, aan de hand van hun leeftijd, rol en tegenspeler praten zij Achterhoeks of Nederlands. Gelukkig dat mijn eigen opa en oma lange tijd in de Achterhoek hebben gewoond en ik zoveel mogelijk tijd bij hen doorbracht! Het dialect versta ik gelukkig prima. Loet had direct de lachers op haar hand, wat speelt deze vrouw fantastisch! In plat Achterhoeks liet ze flink van zich horen en nam ze het publiek mee in absurdistische situaties. Mijn buurvrouw op de tribune fluisterde mij trots toe dat Bark, de seinwachter, en zijn vrouw Nans in het dagelijks leven vader en dochter zijn. Er wordt prachtig gebruik gemaakt van de wandelpaden langs de Borkense Baan, postbode Ravel die vanuit de verte aan komt fietsen of juist weer vertrekt (niet alleen maar om de post te bezorgen overigens) en marskramer Sjoks die met zijn rugkorf komt aangewandeld om te venten, beiden gaven het geheel een nostalgische sfeer. Rond half tien was het tijd voor een pauze. Inmiddels begon de zon langzaam te dalen, vanaf het parkeerterrein (van alle gemakken voorzien) genoot ik even van de mooie kleuren in de lucht.

Na de pauze ben ik blijven staan, zo kon ik mooi achter de tribune langs lopen om vanuit verschillende ooghoeken mijn foto’s te maken. Voor de pauze kwamen Harry, Vonne, Kessi en Joost het toneel opgereden in hun camper, de stadsen. De clichés over en weer deden mij grijnzen, ik kreeg ze in het begin ook naar mijn hoofd  😉 en nu, na jaren woonachtig in de Achterhoek betrap ik mezelf er wel eens op dat ik sommige van die stadse gewoonten helemaal niet meer zo gewoon vind.. Achter de camper ligt inmiddels in de schemering de oude brandkolk, tegenwoordig kikkerpoel. In het mysterieuze blauwe schijnsel zorgen de kwakende diertjes voor extra sfeer bij dit openluchtspel. Zegge en Wieger hadden hun grootste ontdekking inmiddels gedaan, rijp om de Achterhoek te verlaten. Rak en Mus beleefden zo hun eigen avonturen met Kessi. Kleine Pork ging buiten de baan en verliet daarmee als één van de laatste kinderen het ouderlijk huis, op de voet gevolgd door haar oudste zus Efi, of moet ik zeggen Atalanta?

Een welverdiende staande ovatie en luid applaus klonk tot slot door het schemerdonker. Wat heb ik van deze avond genoten! Genoten van de komische scenes, de melancholie die we ongetwijfeld allemaal zullen voelen als we het absurdisme onder de loep nemen. Vooral de hele setting van Dwarsliggers, deze bijzondere historische plek in een al net zo speciaal stukje natuur, maakte deze avond voor mij een fantastisch avondje uit. De liedjes zijn klein en integer wat ze juist op deze plaats en manier van uitvoeren weer groots maakt. Ik ben zelf ‘vriend(in)’ van Theater de Storm en bezoek minstens 5 keer per seizoen een voorstelling in de schouwburg (stadse gewoonte?). Na vanavond heb ik mijzelf plechtig beloofd wat vaker naar uitvoeringen van plaatselijke toneelverenigingen in de Achterhoek te gaan, want ik kan nu met recht zeggen dat zij absoluut niet onder doen voor grote landelijke producties. Ik zou zeggen, koop snel een kaartje voor één van de nog komende drie voorstellingen!

Klik hier voor mijn eerdere column over Dwarsliggers

 

 

IMG_8016
Willem te Voortwis, Yolanda Tangelder, Karin Sikkink en Yvonnde de Wit
DSC_0640
Marskramer Sjoks
DSC_0654
Bark en Nans
IMG_8019
Tijdens de pauze geniet ik van de prachtige lucht.
DSC_0657
Postbode Rafel
DSC_0740
Rak en Mus

Het geheim van de Ravenhorst

Onlangs is het nieuwe boek van Christine Linneweever – Auteur verschenen met de titel ‘Het geheim van de Ravenhorst’. Zaterdag 10 februari wordt het allereerste exemplaar van deze historische jeugdroman uitgereikt bij Boekhandel Kramer te Winterswijk. Niet zonder reden, want de Ravenhorst stond ooit aan de rand van het dorp. Hans Tenbergen mag dit bijzondere exemplaar in ontvangst nemen. Hij is beheerder van de website Oud-Winterswijk en weet enorm veel over deze plaats.

Ik was vroeger verzot op historische jeugdboeken, en lees nog graag literatuur met een stukje geschiedenis erin verweven. Zo las ik bijna alle boeken van Thea Beckman, waarvan Stad in de storm mijn favoriet was. Momenteel lees ik de trilogie van Hilary Mantel, ‘Een Veiliger Oord’, over de Franse Revolutie. Ik zag bij Achterhoek Nieuws Winterswijk het persbericht voorbijkomen over de boekpresentatie Het geheim van de Ravenhorst boekpresentatie, en las zo dus voor het eerst over De Ravenhorst.

De Ravenhorst is een voormalige (niet erkende) havezate en kasteel in het noorden van Winterswijk (gemeente). Deze havezate was sinds de twaalfde eeuw het bezit van Godeschalc van Rhemen en zijn vrouw Jutte. Ondanks dat latere nazaat Gert van Rhemen als bezitter van het stamhuis werd gezien, noemde zijn broer Evert van Rhemen zich sinds 1375 Heer van Ravenhorst. Het aanzienlijke slot dat hier dus in de middeleeuwen stond, brandde rond 1500 volledig af tijdens toen plaatsvindende opstanden in de Nederlanden. Omstreeks 1750 werd het inmiddels herbouwde huis en de 14 bijbehorende boerderijen gekocht door Lubbert Hesselink en zijn vrouw Martha Laerberg (Scholte Hesselink), van de laatste heer van Ravenhorst, Joost Hendrik van Asbeck. Het kasteel werd waarschijnlijk niet lang daarna afgebroken. Op het erf heeft aan de linkerkant een watermolen gestaan, dit is te zien op een kaart uit 1654 van het Graafschap Zutphen. In 1847 wordt de molen beschreven door Winand Staring (geoloog, zoon van de beroemde dichter) naar aanleiding van klachten over overstromingen. Hierin is te lezen dat Staring na onderzoek adviseerde de molen een diameter van 4,4 meter en 42 schoepen geheel weg te ruimen. In 1870 heeft men hier gehoor aan gegeven en de molen afgebroken. Tot eind 1920 was er nog een stuw, nu is er niets meer te zien.

Bernard Stegeman schrijft in zijn ‘Het oude kerspel Winterswijk’ uitvoerig over de Havezate Ravenhorst en diens eigenaren.
Rondom de Ravenhorst waren er regelmatig gevechten tussen verschillende edellieden die dachten aanspraak te kunnen maken op deze oorspronkelijke roofridderburcht. Roofridders misbruikten hun macht om er zelf financieel beter van te worden, zoals bijvoorbeeld de leenheren die langs de Rijn woonden deden door koopvaardijschepen tegen te houden en tolgeld te eisen zonder daarvoor gemachtigd te zijn. De roofridders van de Ravenhorst waren hierom berucht in de hele streek vanwege hun plunderingen. De echte reden om de burcht in bezit te willen krijgen was waarschijnlijk toch de legendarische schat van de Ravenhorst! Tot op heden die die schat nooit gevonden, dat hij bestaat wordt niet aan getwijfeld aangezien deze beschreven wordt in een bundel procesakten uit het jaar 1700.

In ‘Het Geldersch Sagenboek’ van J.R.W. Sinninghes staat een prachtige sage over de Ravenhorst en deze geheimzinnige schat. Gery Groot Zwaaftink vertelde de sage voor het tv-programma Een wagen vol verhalen. Nu is er dus een prachtig nieuw verhaal bijgekomen! Het boek van Christine Linneweever – Auteur, ‘Het geheim van de Ravenhorst’.

Is dan echt alles verdwenen van de Ravenhorst? Nee, er is nog één rijksmonument in Winterswijk dat onderdeel was van de oude havenzate, namelijk de Korenspieker aan de Ravenhorsterweg. Deze korenspieker is één van de laatste twee vakwerk korenspiekers van Nederland en heeft dus een grote cultuurhistorische waarde. Na een jarenlange intensieve en liefdevolle restauratie is het omgetoverd tot een modern comfortabel vakantiehuis. Ik ben heel benieuwd naar het leesboek van Christine! Het wordt gepubliceerd door Uitgeverij Kluitman, bekend van heel veel geweldige boeken. Zo was ik vroeger verzot op de verhalen van de Kameleon waarvan ik 66 delen in de boekenkast heb staan. Zelf moet ik helaas werken, anders was ik zeker even naar de boekpresentatie gegaan. Ik weet in elk geval alweer een beetje meer over het verhaal van de Ravenhorst. De Achterhoekse streek staat bol van de prachtige sagen en legendes!

korenspieker

Lichtenvoorde, Chants de Noël

Gisterenavond was ik voor het eerst te gast in de Johanneskerk (Lichtenvoorde). Deze kerk stamt uit 1648, en is inmiddels een zogeheten ‘Groene Kerk’. Dit houd in dat de kerk een aantal belangrijke duurzame stappen heeft genomen, en samen ieder jaar 1 duurzame stap zal blijven zetten. Met de GroeneKerkenactie enthousiasmeren en motiveren zij de geloofsgemeenschap. De Johanneskerk (Lichtenvoorde) laat zien hoe je duurzaamheid vorm kan geven in jouw eigen omgeving, in het klein en in het groot. Mooi om te zien dat ook kerken zich inzetten voor een schonere wereld. Ondanks dat Marc lid is van deze kerk, was ik er zelf nog niet eerder geweest.

Een prachtige oude Engelse traditie is het samen zingen van kerstliederen, the Christmas carols. In 2010 was in de PKN Kerk Lichtenvoorde de eerste editie van Christmas Carols, een kerstsamenzang met muzikale klassieke liederen. Vanavond hebben de Christmas Carols in de Johanneskerk een Franse slag, letterlijk en figuurlijk. Zelf heb ik op een Protestants christelijke basisschool gezeten, de kerstpsalmen zijn mij dan ook niet onbekend. De Bijbelverhalen vind ik prachtig en ik koester nog steeds een kerst-cd uit mijn kindertijd: ‘Disney, the twelve days of Christmas’. Bij het versieren van de kerstboom luister ik nog altijd graag naar de stemmen van Mickey en Donald. Ook een kleine verlichte kerststal ontbreekt niet bij ons thuis, dat hoort er voor mij toch echt wel bij.

Johan Meerdink begeleid de liederen vanavond op klarinet. Xandra Storm is vanavond ook te gast met haar handdraaiorgel Orgue de barbarie. Dit is de Franse naam voor een draaiorgel en tevens haar artiestennaam. Zij speelt en zingt met dit orgel (het liefst op straat waar het draaiorgel thuishoort) in binnen-, en buitenland. In het dagelijks leven is Xandra lerares Frans op het Schaersvoorde. Xandra woonde en werkte 5 jaar lang in Frankrijk, zij is een Francofiel in hart en nieren! Behalve prachtige chansons van Edith Piaf, Charles Aznavour, Jacques Brel en Stromae speelt en zingt zij dus ook Franse kerstliederen. Op haar website zag ik de aankondiging voor deze activiteit in de Johanneskerk, en daar wilde ik graag bij zijn

Het lied ‘God Rest You Merry Gentleman’ dat we onder begeleiding van Xandra zingen, wordt in 1843 ook door Charles Dickens gebruikt in A Christmas Carol. Samen zingen we ook ‘Cantique de Noël’ (Heilige Nacht), Les Anges dans nos Campagnes (Gloria in Exelsis Deo), Minuit Crétiens en Il est ne le Divin Enfant. De avond is goed bezocht, het gezang klinkt prachtig. Op een groot scherm rollen de teksten voorbij, ik ken echter de meeste Nederlandse psalmen nog steeds uit mijn hoofd en geniet van deze bijzondere bijeenkomst. Na een aantal liederen wordt er een fragment vertoont van het kerstverhaal door De Zandtovenaar Gert van der Vijver.

Dominee Hans Hinkamp vertelt een mooi kerstverhaal met een Franse twist, op de achtergrond een schitterende afbeelding van de Cathédrale Notre-Dame de Paris. Ik bezocht tijdens een vakantie in Parijs ook deze kathedraal, een mooie rozenkrans als herinnering.

Behalve dit kerstverhaal draagt dominee Hans Hinkamp ook het gedicht ‘De hemel houd zijn adem in’ voor. Na ruim een uur zingen en luisteren komt er een einde aan deze bijzondere avond. Mijn eerste keer in de PKN Kerk Lichtenvoorde zal ik zeker niet vergeten. Marc is lid van deze kerk, dus wie weet blijft het niet bij dit bezoek. Terwijl de gasten zich naar de koffie begeven, speelt Xandra nog een paar mooie chansons op haar Orgue de barbarie. Jong en oud kwamen vanavond samen, op de voorste rij een aantal bewoners van Careaz Antoniushove uit Lichtenvoorde, die allemaal zichtbaar hebben genoten. Eén van de aanwezige kinderen komt naar voren gerend, direct door Xandra uitgenodigd om even zelf het kleine rode orgel te bespelen. Net als zij verlaat ook ik de Johanneskerk (Lichtenvoorde) met een glimlach, kerstliederen die naklinken in mijn gedachten. Dit is waar kerst voor mij om draait.. Hoop, een nieuwe dag, samenzijn en genieten van kleine mooie momenten.

DSC_2374

Gelselaar, Ganzenmarkt

Dit weekend is mijn werkweekend. Beide dagen heb ik avonddienst, dus in de ochtend kan ik er nog even op uit. Vandaag ben ik naar Gelselaar, Gelderland, Netherlands geweest, naar de Ganzenmarkt Gelselaar. Dat stond namelijk al een aantal jaren op mijn lijstje, maar telkens was er iets anders.

Gelselaar, Gelderland, Netherlands is als tweede in de gemeente Berkelland aangewezen als beschermd dorpsgezicht. In 1972 werd de De Mallumsche Molen en naaste omgeving (in Eibergen) ook al aangewezen als beschermd gezicht. En terecht! Ik heb een beetje rondgeneusd in het dorpje, en ben al zoveel leuks tegengekomen. Ik moet toch echt eens van de Klompenpaden het Boereneschpad gaan wandelen. Dat loopt behalve door Gelselaar ook door Geesteren, Gelderland, Netherlands en Noordijk, Gelderland, Netherlands. Het iets kortere Ommetje Gelselaar is ook een optie. Onderweg naar Gelselaar kwam ik namelijk door Geesteren, en dat zag er ook al zo leuk uit!

De naam Gelselaar duikt in 1326 voor het eerst op als ‘hus te Geldesler. Gelselaar als buurschap wordt pas in 1399 vermeld, toen nog als ‘Gelleslare’. Kerkelijk behoorde Gelselaar toen tot Neede. Een deel van de Needse kerk stond dan ook bekend als ‘de Gelselaarse hoek’. Het Gelselaarse Broek is een drassig gebied ten noordwesten van Gelselaar. In de natte jaargetijden werden vroeger op het laaggelegen broek ganzen gehouden. Het dons werd bijvoorbeeld gebruikt voor dekbedden. De Ganzenmarkt Gelselaar is een vaste traditie die herinnert aan dit verleden van ganzenhoederij. Tegenover de van der Lugt school staat een beeld van drie ganzen. Deze heb ik niet zelf gezien overigens. Leuk om te weten dat Wim Bosboom ook in Gelselaar is geboren! En ook leuk is de bijnaam van Gelselaar, het Gaanzegat! Er bestaat zelfs een rijmpje over: Borculo is een stad, Geesteren is nog wat, Gelselaar is een Gaanzegat!

De jaarlijkse Ganzenmarkt Gelselaar met verkiezing van de beste ganzenhoedster, op de 1e zondag in juli is één van de erfgoedprojecten in Gelselaar. Andere erfgoedprojecten zijn bijvoorbeeld een permanente ganzenweide en groot ganzenbordspel, een 13 km lange fietsroute, genaamd Ganzenrondje Gelselaar en het kunstwerk van Anton ter Braak, het ‘Schrijverskunstwerk’. Ter ere van de drie schrijvende Gelselaarse meesters Heuvel, Krebbers en van der Lugt. ik vond de kinderen in Oudhollandse kleding, de kleine ganzenhoeders en hoedsters, fantastisch om te zien! De ganzen blijven steevast dicht bij elkaar lopen. Dat schijnen ze altijd te doen in nieuwe omgevingen en in vreemde situaties. Ik had geen uren de tijd, omdat ik naar mijn werk moest, dus ik ga beslist nog eens terug.

DSC_1167