Ontmoet de Achterhoek. Etappe Gelselaar via Noordijk naar Neede.

Vrijdag 19 februari beloofde een mooie winterse dag te worden, perfect voor weer een etappe ‘Ontmoet de Achterhoek’. Vanaf het station in Lievelde is Gelselaar prima bereikbaar, het beginpunt van deze etappe. De zon komt al boven de horizon uit als ik op de fiets stap.

De wandelroute begon met een rondje door de straatjes van Gelselaar. Met het standbeeld van de drie schrijvende meesters van Gelselaar tegenover het café, waaronder meester Hendrik Willem Heuvel. Hij werd bekend door zijn boek Oud-Achterhoeksch Boerenleven (1927). In 1890 werd hij hoofd van de school in Gelselaar en begon toen ook met schrijven. De andere twee zijn meester Krebbers (als enige van de drie geboren in Gelselaar) en van der Lugt. Via nostalgische klompenpaadjes kwam ik langs het andere bekende standbeeld, van de drie ganzen. In mijn vorige column beschreef ik al waarom ganzen zo symbolisch zijn voor Gelselaar. De spotnaam ‘gaanzegat’ uit het aloude rijmpje ”Borculo is een stad, Geesteren is nog wat, Gelselaar is een gaanzegat” is niet voor niets omgebogen tot de erenaam ‘ganzendorp’.

Wie zeker geen standbeeld heeft gekregen is de wonderdokter van Gelselaar, Stephanus (Asteleiner) de Hongaar. Zowel meester Heuvel als meester Krebbers schreven over deze merkwaardige emigrant. Bij ziekte en tegenslag gingen de mensen destijds liever naar een man als Stephanus dan een echte arts. In de diaconierekeningen van die tijd kwam zijn naam dan ook vaker voor dan die van de echte dokters! Stephanus was volgens hemzelf gespecialiseerd in het uitbannen van duivels en heksen en het genezen van paarden. Onderaan mijn column vind je de link naar een krantenbericht.

Al snel liet ik Gelselaar achter me en wandelde ik richting Noordijk. Met een brede glimlach wel te verstaan, wat een mooie route! Zon op mijn snoet, volop fluitende vogeltjes en heel afwisselende wandelpaden. Ik werd aangenaam verrast door de natuur in het Noordijkerveld, hier had ik nog niet eerder gewandeld. Vroeger was dit een uitgebreid heidegebied. Hiervan is slechts een klein stukje over, wat nu natuurgebied De Bollert heet. Het Noordijkerveld is tevens een waterwingebied, waar per jaar 0,7 miljoen kubieke meter water wordt gewonnen. Vanwege de hoge waterstanden en de smeltende sneeuw, waren sommige wandelpaadjes een ware uitdaging!

Het buurtschap Noordijk is vooral bekend vanwege het jaarlijkse paardensport evenement Bollert Brons. De deelnemers komen uit het hele land voor wedstrijden dressuur, springen en cross. De hindernissen worden door een speciale aankleedcommissie fantastisch versierd. Weer iets om op mijn Achterhoekse ‘moet-ik-nog-eens-naartoe-lijstje’ toe te voegen. Helaas is ook de Oale Schole nog gesloten, thuisbasis van de Historische Vereniging Oud Noordijk. Door het archiveren en bewaren van allerlei oude voorwerpen, documenten, foto’s en gebruiken, wordt er aandacht geschonken aan de geschiedenis van Noordijk en zijn bewoners. Ook maar aan mijn lijstje toevoegen. Het oude stationsgebouw is herkenbaar aan de naam ‘Noordijk’ dat nog altijd fier op de gevel prijkt. Het was ruim 20 jaar een halte aan de spoorlijn Neede- Hellendoorn (geopend mei 1910). Een huis met een verhaal.

Na een aantal modderige en drassige (klompen) paden is het beklimmen van de Needse berg een laatste kuitenbijter(tje). Deze stuwwal uit de voorlaatste ijstijd (Saalien), is met zijn 34,6 meter hoog natuurlijk geen echte berg. Bovenop deze heuvel staat de uitkijktoren en de Hollandse molen. Aan de noordkant van de heuvel ligt het dal met de Buurserbeek, in het zuiden is dat de Bolksbeek. Het hoger gelegen deel van de Needse Berg was honderd jaar geleden een heideterrein. Tegenwoordig vindt je hier het grootste esgebied van de gemeente Berkelland. Natuurlijk klom ik even omhoog, ik was benieuwd hoe ver ik vandaag kon kijken. Tot in Duitsland!

Vanaf de heuvel daalde ik af naar het centrum van Neede. De geboorteplaats van Willem Sluyter, predikant en dichter. Beroemd zijn de door hem geschreven dichtregels ‘Waer iemand duisent vreugden soek Mijn vreugt is in dees’ achter-hoek’. Ik kan van alles over hem gaan vertellen, ik kan dat echter veel beter overlaten aan Arend Heideman. In Eibergen bezocht ik één van zijn lezingen over Willem Sluyter en heb daar veel van opgestoken. Arend kan prachtig en vol passie vertellen over deze Achterhoekse beroemdheid. Op Facebook heeft hij een leuke pagina: Willem Sluiter en zijn Achterhoek. Er komen tal van interessante en vermakelijke anekdotes voorbij. Hij schreef vanuit zijn passie voor cultuurhistorie en poëzie het boek ‘Willem Sluiter anno nu, de kleine leeuwerik. Via de link hieronder kom je op zijn zeer informatieve website, inclusief een prachtige Willem Sluiter auto,- of fietsroute. http://www.willemsluiter.nl

Voor de grote kerk in Neede staat een monument dat de Needenaren herinnert aan het eens zo prachtige postkantoor. Het was volgens de inwoners een statige architectonische villa, een ontmoetingsplek. Tot ieders teleurstelling werd het in 1978 gesloopt. Toen de Historische Kring Neede zijn 40e verjaardag vierde, gaven zij het monument cadeau aan de Needse gemeenschap. Het was namelijk de sloop van het postkantoor, die aanleiding vormde om de actiegroep Oud Neede (voorloper van de Historische Kring) op te richten. Leuk om zo ook als jonger persoon meer te ontdekken over het verleden van de Achterhoekse streek. En ook deze wandelingen brengen me op heel veel prachtige nieuwe plekjes! Ik kijk uit naar de volgende etappe van Mooi Achterhoek.

https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMSAEN01:000055124:mpeg21:a0070

Ontmoet de Achterhoek. Etappes Gelselaar via Geesteren naar Borculo.

De tweede wandeling uit de reeks Ontmoet de Achterhoek bracht mij van Gelselaar naar Geesteren Gld met als eindpunt Borculo (23km). Tegenwoordig is Geesteren in de winter goed bereikbaar. In heel, heel vroeger tijden was dat wel anders. Het dorp lag veel lager dan het omliggende moeras,- en veengebied waardoor het in de winter vaak overstroomde en vervolgens onbereikbaar was.

Gelselaar is mij zeker niet onbekend. Als het even kan bezoek ik iedere zomer de jaarlijkse ganzenmarkt. Men demonstreert oude ambachten, er zijn diverse kunstexposities en tal van kinderen (in historische klederdracht) doen mee aan de verkiezing beste ganzenhoed(st)er van het jaar. Vlak buiten het centrum bevind zich de permanente Gelselaarse ganzenweide en het levensgrote ganzenbordspel. Via een klompenpad vanuit het dorp brengt de wandelroute je naar deze plek. Op de graslanden rondom Gelselaar worden al eeuwen lang ganzen gehouden. Het laaggelegen gebied is erg nat, en daarom minder geschikt voor agrarische doeleinden. Bijna alle gezinnen hadden hun eigen koppel ganzen goed voor dons, vlees en eieren. In vroeger tijden was een ‘kiekevisite’ dan ook niet ongebruikelijk! Ging je in ondertrouw, dan toonde je het nieuwe donzen beddengoed aan de naobers en familie. Toen het Twentekanaal werd aangelegd in 1930 verbeterde de waterhuishouding enorm. Zo verdween langzaamaan de ganzenhouderij, ook mede de snelle ontwikkeling in landbouw. Gelukkig kun je tijdens die jaarlijkse ganzenmarkt nog even proeven van vervlogen tijden.

Net achter het levensgroot ganzenbord vind je de restanten van Havezate Bevervoorde. Veel is er niet bekend over dit versterkte huis dat in 1326 de naam ‘thus Geldesler’ droeg. De naam veranderde meerdere malen (Wiskinck, Mensinck, ’t Jonkeren). De laatste van Bevervoorde overleed kinderloos waarna de havezate sterk in verval raakte. Halverwege de 19e eeuw zijn er op kadastrale kaarten amper nog een spoor terug te vinden van Bevervoorde. Om het verdwenen kasteel weer zichtbaar te maken wordt de stichting ’t Jonkeren opgericht. In 2003 zijn de oude grachten weer uitgediept en met jonge aanplant worden de oude contouren van de havezate weer zichtbaar gemaakt. Het is leuk om er even een kijkje te nemen.

Nog meer klompenpaden en zandwegen brengen me op deze koude dag naar Geesteren. De eerste etappe zit erop. Hier was ik nog niet eerder dus neem ik even de tijd om het dorp te verkennen. De hervormde kerk op het marktpleintje valt meteen op door het bijzondere dak. Namelijk een zadeldaktoren met trapgevels, uniek voor onze streek. Diverse steegjes bieden uitzicht op de toren. Behalve een windhaan, heeft de kerk ook een windhen. Ook dat schijnt nogal bijzonder te zijn.

In het dorp staat (langs de wandelroute) een bronzen beeld van een vrouw met in haar hand een boodschappentas en aan haar voeten zit een hond. Het beeld verwijst naar de legende van de Sprakelberg, een kort verhaal dat in 1892 werd geschreven door Daniël  Martinus Maaldrink (predikant en schrijver uit Geesteren). Een inwoonster van Geesteren vatte het 160 pagina’s tellende verhaal kort samen. Onderaan deze blog vind je de link naar de legende.

Dat Borculo, mijn eindpunt van vandaag, in 1925 werd getroffen door een catastrofale stormramp wist ik wel. Massa’s ramptoeristen (in twee weken tijd een half miljoen mensen) kwamen naar de Achterhoek en veroorzaakten lange files, in die tijd een zeer bijzonder gebeuren omdat er toen nog helemaal niet zoveel auto’s waren! Er werden zelfs betaalde busreizen georganiseerd. In het Stormrampmuseum (Borculo) kun je meer te weten komen over deze natuurramp. Dat Geesteren in 1988 ook werd geteisterd door een gigantische windhoos, was mij niet bekend. Op de 25e juli dat jaar vierde Geesteren zijn 1000-jarig bestaan. Aan het feest kwam echter een abrupt einde door een verschrikkelijk noodweer. Een gigantische windhoos trok zelfs de grote feesttent van de grond!

Even buiten het dorp wandel ik langs korenmolen de Ster. Deze molen is niet dezelfde molen zoals hij werd gebouwd in 1859. De molen werd maar liefst drie maal door de bliksem getroffen en brandde drie maal geheel af (1866, 1900, 1902). Een houten lijst langs de weg geeft een mooi doorkijkje op de molen. Jammer dat het winkeltje gesloten is, niets is zo lekker als pannenkoekenmeel gekocht bij een Achterhoekse korenmolen! Via een paadje dwars door de weilanden verlaat ik de omgeving van Geesteren.

Na een prachtig wandelpad langs de Berkel kom ik uit bij Villa Beekvliet. Het statige huis ligt er idyllisch bij, zo aan de Slinge. Het in neo-renaissancistische stijl gebouwde zomerverblijf is behoorlijk zeldzaam in deze regio. In 1902 lieten twee zussen de villa bouwen. De wandelroute loopt door het mooie natuurgebied rondom de villa. Even verderop wandel ik door Buurtschap de Heure, Borculo. Een prachtige wandeling langs boerenerven en de allerdikste fladderiep van Nederland! Rond 1835 werd de boom hier geplant en heeft inmiddels een omtrek van ruim 6 meter. De bloesems hangen aan lange stelen in bundeltjes bij elkaar waardoor ze soms fladderen in de wind. Vandaar de naam.

Vlak voor het einde van deze route loop ik langs het boothuis van Stichting de Berkelzomp, in 1987 opgericht door een aantal vrijwilligers. Zij wilden graag de authentieke Berkelzomp herbouwen en er ook weer mee gaan varen zodat toeristen de aloude berkelvaart opnieuw kunnen beleven. Het Waterschap had nog een oude bouwtekening van de Berkelzomp in bezit. De Technische school van Borculo was nauw betrokken bij de bouw van de nieuwe Berkelzomp die op 27 april 1989 in Borculo te water werd gelaten. De zomp werd vernoemd naar één van de laatste Berkelschippers, Gerard Wolfs, bijnaam de Jappe. Wil je meer lezen over het leven van deze laatste Eibergse Berkelschipper klik dan op de link onderaan mijn blog.

Zijn boerderijtje (uit 1850) dat zich bevond in Holterhoek is overigens afgebroken en herbouwd op camping De Vlierhof in Eibergen waar het nu wordt verhuurd als groepsaccommodatie. De oorspronkelijke materialen zijn zoveel mogelijk hergebruikt en binnen heerst nog de authentieke sfeer van weleer. Mocht ik de buurt zijn, ga er zeker even langs.

Legende van de Sprakelberg

Laatste Berkelschipper de Jappe