Achterhoekers naar Amerika

In 2016 bezocht ik de expositie ‘Vluchtelingen’ van Aafke Steenhuis in de Walburgiskerk te Zutphen. In 2013 heeft zij het UWV-kunstcongres gewonnen met dit werk. Ik had toen zelf recent het boek gelezen van Tommy Wieringa, ‘Dit zijn de namen’, waardoor Aafke geïnspireerd was geraakt. Toen zij in de krant een foto zag van een groep bootvluchtelingen met de zin eronder: ‘vreemdelingen op zoek naar asiel hebben meestal niets anders bij zich dan hun verhaal’, wist Aafke hoe zij dit kunstwerk vorm zou gaan geven.

Migranten die in het zicht van het beloofde land verdrinken was de afgelopen jaren regelmatig een verdrietig onderwerp in de media. Het blijkt dat ook Nederland zo’n drama heeft gekend, in het jaar 1847 in de Amerikaanse staat Wisconsin. Deze migranten kwamen overwegend uit de Achterhoek, en zo’n 150 van hen hebben deze scheepsramp niet overleefd. Zij waren meestal pachters van kleine boerderijen in de Achterhoekse streek. Tussen 1845- 1847 mislukten in heel Europa de meeste aardappel,- en roggeoogsten, waardoor de voedselprijzen enorm stegen. Behalve dat de boeren nu zelf ook niets te eten hadden, konden zij de pacht aan de adellijke grondbezitters niet betalen. Sommige familieleden waren al eerder geëmigreerd vanwege de godsdienstige hervormingen, en overgehaald door de brieven waarin zij schreven om niet langer in ‘dat verdrukte land’ te blijven wonen, begon de groep Achterhoekers in augustus 1847 aan hun uittocht.

Aan boord waren iets meer dan 200 personen (inclusief 23 man bemanning) en na een reis van ruim twee maanden kwamen zij op 26 oktober aan in New York. De omstandigheden aan boord waren verschrikkelijk. Tussendeks was er maar weinig ruimte, en veel mensen waren zeeziek. Elk gezin kreeg een beperkt rantsoen, en er was een schema zodat de moeders om beurt hun eten klaar konden maken. Er werd gevochten om het weinige voedsel, en wie niet goed oplette werd ervan bestolen. De meeste migranten trokken verder over land naar Buffalo, aan het Eriemeer, ruim 600 kilometer verder landinwaarts. Op 11 november 1847 gingen zij aan boord van ‘The Phoenix’. Deze stoomboot verzorgde het lucratieve transport van emigranten over de Grote Meren naar het Midwesten van Amerika. Wie geen geld meer had, bleef achter in New York.

De Phoenix zou hen via het Erie-, Huron-, en Michiganmeer naar de plaats Sheboygan brengen in de staat Wisconsin. Na 10 dagen varen in zware stormen ging het mis. Op 8 kilometer van de kust brak brand uit in de machinekamer. De enige twee aanwezige reddingsboten konden slechts een kleine dertig passagiers in veiligheid brengen. In de haven van Sheboygan werd een andere boot voor hulp ingezet, maar die kon pas na ruim een uur de toen al grotendeels afgebrande Phoenix bereiken. Het totale aantal slachtoffers bleef lang onduidelijk. Passagierslijsten waren onvolledig ingevuld of vergaan, en onderweg waren er ook passagiers in-, en uitgestapt. Volgens onderzoeken zijn er slechts 24 van de 174 Nederlandse emigranten (de meesten uit Winterswijk) gered.  De laatste overlevende stierf in 1918. In Sheboygan werd in 1999 een gedenkplaat onthuld ter nagedachtenis aan deze ramp.

Tussen 1840 en 1920 emigreerden ruim 6000 Achterhoekers, verreweg de meesten naar Wisconsin. In Amerikaanse bronnen heeft men er ongeveer 4000 teruggevonden. Een hoop families ondergingen een naamsverandering, zo werd Legters ‘Lictus’, Oberink werd ‘O’brink, Fukkink werd ‘Fern’ en Kortschot werd ‘Crosscut’. Zij hadden in tegenstelling tot de vluchtelingen van nu, vaak nog wel wat bezittingen bij zich, zoals foto’s en een kleine koffer met persoonlijke spullen. De afgelopen jaren is het vluchtelingenprobleem steeds groter geworden, en dringt de vraag zich op of wij de mens achter het verhaal niet vergeten?

Aafke maakte voor haar kunstwerk als eerste figuren van klei. Deze kregen allemaal verschillende houdingen, en werden bedekt met verbandgaas gedrenkt in acrylic one (harssysteem). Na het uitdrogen haalde Aafke ‘de mens’ er uit, en bleef de buitenkant achter. De vluchteling zoals hij meestal wordt gezien.. slechts de buitenkant, zonder eigen ik. Ik vond de expositie erg pakkend, mede door het grote aantal verschillende figuurtjes. Als ik kijk naar de Achterhoek, naar mijn eigen woonplaats Lichtenvoorde, kan ik alleen maar trots zijn op de positieve houding van de meeste inwoners. In mijn eigen straat kwam tijdens de zomermaanden een man uit Syrië wonen, te voet gevlucht uit zijn eigen land, vrouw en kinderen voor hun eigen veiligheid daar achter moeten laten. Wij wonen met 12 andere families in een soort hofje, 6 huizen aan weerskanten. Nog dezelfde avond belde onze nieuwe buurman aan om zichzelf voor te stellen, en aan te wijzen waar hij kwam te wonen. Natuurlijk waren we allemaal best nieuwsgierig, en tot onze grote verbazing (en schok!) bleek hij niet anders te hebben voor de eerste nacht dan een tros bananen om de trek te stillen?! Op een grote in plastic gesealde koelkast na was het huis leeg.

De volgende dag zou een vrijwilliger hem komen ondersteunen bij het aanschaffen van de meest noodzakelijke spullen. Vol ongeloof liepen we achter hem aan door het huis, zelf geweldig trots op zijn nieuwe veilige onderkomen.. Wij als buren vonden dit niet kunnen, en boden aan wat spullen te brengen. Hij knikte dankbaar ja, en binnen 20 minuten was er door iedereen van alles aangedragen. Wij hadden op zolder nog een oude eetkamertafel met 4 stoelen, wat glaswerk, en een 1-persoons dekbed met kussen en beddengoed. Andere buren kwamen met een Aerobed, (schemer)lampen, tweezitsbankje, serviesgoed, en niet onbelangrijk toiletpapier. Uit dankbaarheid wilde de man zijn bananen met ons delen. De andere ochtend heeft de buurt buiten aan de picknicktafel gezorgd voor koffie en broodjes en werd er verder kennisgemaakt. Ons mooie Achterhoekse naoberschap!

Inmiddels is er in winterswijk een monument geplaatst ter nagedachtenis aan de slachtoffers van The Phoenix. Bert Wagendorp werkt aan een boek over de scheepsramp.

Zutphen, Vertelfestival

RaJa, Achterhoek Anders

Zondag 20 augustus ben ik samen met Barbara Pavinati, Alias Rabarbara, afgereisd naar Zutphen. In de Houthaven vond voor de 8e maal het tweejaarlijks Vertelfestival plaats. Vanaf het station was de route naar de Museumhaven perfect aangegeven. Ik moet eerlijk bekennen dat ik daar nog niet eerder was geweest. Wat een bijzondere plek! Op zeven verschillende historische schepen werden verhalen verteld en muziek gespeeld. Gratis entree voor iedereen, na elke voorstelling ging de schipper rond met zijn pet voor een vrijwillige gift. Na het voorstellen van alle artiesten aan wal betraden we de steigers op weg naar de eerste voorstelling.

Via een smal en steil trappetje komen we aan boord van historisch schip de Allegonda. Jan Alfrink(Pedagogisch Adviesburo Tsjai) vertelde twee verhalen van Godfried Bomans met muzikale ondersteuning van zijn echtgenote Gemma. Het mooiste verhaal vond ik ‘De Koning die niet dood wilde’. Op YouTube is een mooi filmpje te vinden waarin Bomans zijn sprookje voorleest in eigen tuin! De Allegonda is een steilsteven schip uit 1923 van 25m lengte. De steilsteven is oorspronkelijk een typisch Groninger zeilschip voor de kleine kanalen. Ze vervoerden veelal aardappelen, bieten en turf. Het heeft iets heel bijzonders om aan boord van een schip te luisteren naar een verhaal. Jan Alfrink is een bescheiden doch boeiende ietwat klassieke verteller. Precies passend bij de stijl van Bomans.

Voor de pauze konden we naar nog een verhaal gaan luisteren. Dus trotseren we het steile smalle trappetje om aan en van boord te gaan nog een keer, en lopen we naar het volgende schip, de Walravina. Dit is een typisch Gelders rivierschip, een kleine 23m lang. De Walravina vervoerde graan, hout en stenen. Eenmaal aan boord, wederom via een piepklein trappetje, ben ik zeer aangenaam verrast! Nog even niet door de verteller Gery Groot Zwaaftink, maar door de prachtige inrichting! Het houten interieur met panelen, kleine kastjes en kolenfornuisje is gerestaureerd zoals het was rond 1900. Als iedereen in de roef heeft plaatsgenomen, begint Gery met zijn verhaal over ‘Walravina’. Het is een vermakelijk verhaal over liefde, bedrog, berouw en doorzettingsvermogen. Natuurlijk eindigt Gery met een liedje op zijn gitaar. Hij is werkelijk een fantastische verteller! Door het gebruik van zijn hele lichaam naast de krachtige expressie wordt ik het verhaal ingetrokken en geniet met volle teugen. Eerder deze maand was ik bij een ander optreden van hem bij Terras Zonder Naam in Winterswijk.

Het Dagelijks Bestaan uit Zutphen zorgt voor koffie met een kuukske. Mooi even tijd om te netwerken, en wat visitekaartjes uit de delen. Daarna door naar ons derde verhaal. Hiervoor moeten we aan boord van een authentiek Brugschip uit 1896! Het was het eerste machine-brugschip in Nederland. Marjo Damen van Sterk-Verhaal (verhalenvertelster.nl) en Chris Champion -Englishman Abroad vertellen ons een schitterend Iers volksverhaal. Tussendoor zingen ze bijpassende liedjes, zoals I’m a Believer van The Monkeys. De voorstellingen duren allemaal ongeveer 30 minuten, maar ik heb het gevoel alsof ik naar complete theatervoorstelling ben geweest! Wat een ontzettend leuk festival is dit!

Tot slot gaan we aan boord van de Vleermoes. Dit is een zogeheten dektjalk uit 1905, iets meer dan 22m lang. De schippers hebben de Vleermoes vandaag ter beschikking gesteld aan Mirjam Wagter Smit. Zij geeft vandaag voor jong en oud een verhalenschrijfworkshop. Met slechts een aantal steekwoorden mag er een verhaal worden geschreven. Mijn verhaal gaat over een vegetarische vleermoes die uiteindelijk een appel deelt met mijn kleine vriend de appelmoes. Want als een vleermoes een vleermuis is, dan is appelmoes een appelmuis toch? Rabarbara schudt ook weer een schitterend verhaal uit haar groene Rabarbara pen. Op de afsluiting van het vertelfestival leest zij op verzoek van Mirjam haar eigen verhaal voor.

Wat een heerlijk begin van mijn vakantie! Op zeer aangename wijze heb ik kennis gemaakt met de Museumhaven in Zutphen en met het vertelfestival ‘Verhalen aan boord’. Ik zal proberen te onthouden dat een schip iets anders is als een boot.. Op Trikker.nl zal er nog een mooie blog volgen van mij en Rabarbara samen, oftewel een blog van RaJa!

DSC_1659
Museumhaven Zutphen
DSC_1669
Gery Groot Zwaaftink
DSC_1699
Luisteren naar verhalen
DSC_1686
Rabarbara aan het werk

Zelhem, Oogst,- en folkloredag

Grote goudgele roggevelden is geen alledaags gezicht meer. Als er al flink rogge wordt verbouwd, wordt dat gemaaid met een grote combine die het hele verwerkingsproces van rogge in één keer voltooid. Daar is maar weinig mankracht voor nodig. Dat was vroeger wel anders! Vandaag in Zelhem viert de nostalgie hoogtij, en wordt het rogge van het land gehaald met een oude tractor en antieke roggemaaier. Het is vandaag de dag bijna een toeristische attractie! Ik heb het in elk geval nog nooit gezien, dus dit evenement wil ik graag eens meemaken.

Aan de overkant van Museum Smedekinck ligt het roggeveld dat gemaaid gaat worden. Vroeger moest de rogge eigenlijk voor Sint Jaopik, de patroonheilige van de roggeoogst (25 juli) al van het land zijn. De rogge is nu dus aan de hoge kant en ook de vele regen van de afgelopen dagen maakt het er niet gemakkelijker op, maar ik krijg toch een goed beeld hoe het vroeger in zijn werk ging. De gemaaide rogge wordt gebonden met stengels van het graan zelf, en de bossen rogge (schoven of garve) worden in zogeheten ‘hokken’ gezet. Het lijkt een beetje op een wigwam. Een toeschouwer vertelt mij dat het een precies karweitje betrof want de schoven moesten goed blijven staan, en bovendien moest de wind er doorheen kunnen zodat de schoven goed droogden. Het roggeveld ligt aan een landelijk weggetje in Zelhem, en fietsers die toevallig passeren springen enthousiast van hun fiets bij het zien van deze bijna vergeten werkzaamheden. Vroeger nam de roggeoogst zo’n twee tot drie weken in beslag, en was het roggemaaien keihard werken van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat, vaak op warme zomerdagen. Tussen de middag werd er meestal gegeten op het land, een lekkere dikke spekpannenkoek uit het vuistje met een dampende kom koffie. Ook nu laten de roggemaaiers en bindsters zich de pannenkoeken goed smaken. Het is een prachtige voorstelling! Ik heb op de boerderij van mijn grotouders nog wel het ouderwetse hooien meegemaakt. Dan stonden er soortgelijke ‘wigwammen’ op het land (ruiters).

Veel tijd om te ‘chillen’ 😉 is er niet, want ‘het olde wief moet nog gemaakt en versierd worden! Hiervoor gebruikt men de laatste halmen van het roggeveld, waar een extra grote garve van wordt gemaakt. Het olde wief wordt versierd met groene lijsterbestakken en bloemen. De lijsterbes staat symbool voor wijsheid, kracht en bescherming tegen het kwaad. Het olde wief werd vroeger aangeboden aan de boerin, die vervolgens een dronk uitbracht op de oogst. Vandaag wordt de versierde schoof bovenop een boerenwagen naar het erf van Museum Smedekinck gereden, en volgt er net als vroeger een eet,- en drinkfestijn waarbij er ook gedanst wordt met het olde wief als middelpunt. De boerenwagen wordt gevolgd door twee folkloristische dansgroepen. Ik vind de Oogst- en Folkloredag tot nu toe al een enorm geslaagde middag! De hele optocht wordt flink gefilmd en gefotografeerd en velen sluiten zich aan bij de nostalgische stoet.

Voordat we de karakteristieke oogstdansen te zien krijgen, gaat men eerst met de fles rond en krijgen de harde werkers een borrel. De dansers van Wi’j eren ’t Olde geven een schitterende voorstelling. Ik ben duidelijk niet de enige die dit met plezier aanschouwd, het is een drukbezocht evenement en zie vooral veel oudere mensen enorm genieten. Ik maak een paar filmpjes voor op mijn werk in het verpleeghuis. De meeste cliënten komen zelf ook uit de Achterhoek, en dit vinden ze vast leuk om te bekijken. Een mooie manier om verhalen van vroeger naar boven te halen. Na het dansen wordt getoond hoe men vroeger dorste. Het dorsen gebeurde in werkelijkheid nooit op dezelfde dag als het maaien, maar gelukkig maakt men vandaag een uitzondering. Op het erf is ook te zien hoe men dit vroeger handmatig deed, het vlegelen. Het graan ligt uitgespreid op een harde ondergrond (de dorsvloer) en de mannen slaan met de dorsvlegel op het graan. Dit moest in het juiste ritme gebeuren (om beurten), om te voorkomen dat de dorsvlegels elkaar zouden raken. De steel van de dorsvlegel moest precies passen onder de oksel van de dorser en varieerde dus in lengte, afhankelijk van de grootte van de eigenaar. Door het slaan werden de korrels uit de aren verwijderd. De graankorrels, nog met het kaf, werden in een platte gevlochten mand (wan) omhoog gegooid zodat de wind het stof en de kaf wegblaast. Daar komt ook ons spreekwoord vandaan, het goede van het slechte scheiden (kaf van het koren scheiden).

Iets verderop staat een grote oude dorsmolen, aangedreven door een tractor. Een platte wagen is volgepakt met de gebonden schoven van het land. Deze worden door een boerenknecht met een vork bovenop de dorsmachine gegooid. Daar worden ze door anderen van het bindsel ontdaan en in de dorsmachine geduwd. Het graan wordt nu in drie delen gescheiden: zaad, kaf en stro. Een toeschouwer begint me te vertellen dat vroeger alles werd gebruikt. Het stro werd gebruikt in de stal en het kaf deed men in legnesten van kippen of er werden kussens mee opgevuld. Wat een gemoedelijke sfeer heerst er toch! Ik luister dan ook aandachtig en geniet van de verhalen van weleer. De man vertelt me dat het dorsen vroeger nooit in de zomer gebeurde. Dan was het te druk op de boerderij, dus gebeurde het in de winterdag. Het was behalve hard werken ook een gezellige gebeurtenis waarbij het samenzijn een belangrijk aspect was. De dorsmachine ging van boerderij naar boerderij en iedereen hielp elkaar. ‘Zulke saamhorigheid is er tegenwoordig niet meer bij’, zegt de man spijtig. Iedereen heeft een zo groot mogelijke veestapel en haast alles gebeurt machinaal met meestal eigen machines. Deze manier van dorsen is duidelijk zwaar en stoffig werk, en ik heb diepe bewondering voor alle vrijwilligers waarvan de meesten toch niet meer zo piepjong zijn..

Op het erf zijn ook nog tal van oude ambachten te bewonderen, en er worden streekproducten verkocht waaronder verse broodjes en broden uit een hout gestookte oven. Voor de kinderen is er een kleindierenshow van de VPKV Varsseveld. Ik ben op slag verliefd op de Serama kipjes! Het zijn de kleinste kipjes ter wereld met een zeer lief karakter en super tam te maken. Ze zijn heel geschikt als huiskip. In de toekomst zou ik heel graag een kippenhok met buitenren in de tuin willen hebben. Ik vind kippen geweldig! Ik heb eerlijk gezegd niet zoveel met konijnen en cavia’s. Toen ik een huisdier mocht als kind, was dat een vogel. De Oogst- en Folkloredag loopt op zijn eind. Ik vind het bijna jammer! Gelukkig hebben ze het roggemaaien nog een keer hervat, dus voor ik huiswaarts keer neem ik daar nogmaals een kijkje. De zon heeft goed zijn werk gedaan, en de rogge is nu minder vochtig waardoor het maaien beter gaat. Bij Museum Smedekinck houden ze al jaren een oogst,- en folkoredag in augustus, echter dit jaar voor het eerst met een demonstratie van het maaien zelf en de bijbehorende gebruiken op het land. Ik vond het geweldig, en hoop dat deze traditie nog lang van generatie op generatie wordt doorgegeven. Zulk mooi erfgoed mag de Achterhoek trots op zijn!

DSC_1496

Meer foto’s zijn te vinden in mijn portfolio, onder ‘Streekevenementen’.

Gelselaar, Ganzenmarkt

Dit weekend is mijn werkweekend. Beide dagen heb ik avonddienst, dus in de ochtend kan ik er nog even op uit. Vandaag ben ik naar Gelselaar, Gelderland, Netherlands geweest, naar de Ganzenmarkt Gelselaar. Dat stond namelijk al een aantal jaren op mijn lijstje, maar telkens was er iets anders.

Gelselaar, Gelderland, Netherlands is als tweede in de gemeente Berkelland aangewezen als beschermd dorpsgezicht. In 1972 werd de De Mallumsche Molen en naaste omgeving (in Eibergen) ook al aangewezen als beschermd gezicht. En terecht! Ik heb een beetje rondgeneusd in het dorpje, en ben al zoveel leuks tegengekomen. Ik moet toch echt eens van de Klompenpaden het Boereneschpad gaan wandelen. Dat loopt behalve door Gelselaar ook door Geesteren, Gelderland, Netherlands en Noordijk, Gelderland, Netherlands. Het iets kortere Ommetje Gelselaar is ook een optie. Onderweg naar Gelselaar kwam ik namelijk door Geesteren, en dat zag er ook al zo leuk uit!

De naam Gelselaar duikt in 1326 voor het eerst op als ‘hus te Geldesler. Gelselaar als buurschap wordt pas in 1399 vermeld, toen nog als ‘Gelleslare’. Kerkelijk behoorde Gelselaar toen tot Neede. Een deel van de Needse kerk stond dan ook bekend als ‘de Gelselaarse hoek’. Het Gelselaarse Broek is een drassig gebied ten noordwesten van Gelselaar. In de natte jaargetijden werden vroeger op het laaggelegen broek ganzen gehouden. Het dons werd bijvoorbeeld gebruikt voor dekbedden. De Ganzenmarkt Gelselaar is een vaste traditie die herinnert aan dit verleden van ganzenhoederij. Tegenover de van der Lugt school staat een beeld van drie ganzen. Deze heb ik niet zelf gezien overigens. Leuk om te weten dat Wim Bosboom ook in Gelselaar is geboren! En ook leuk is de bijnaam van Gelselaar, het Gaanzegat! Er bestaat zelfs een rijmpje over: Borculo is een stad, Geesteren is nog wat, Gelselaar is een Gaanzegat!

De jaarlijkse Ganzenmarkt Gelselaar met verkiezing van de beste ganzenhoedster, op de 1e zondag in juli is één van de erfgoedprojecten in Gelselaar. Andere erfgoedprojecten zijn bijvoorbeeld een permanente ganzenweide en groot ganzenbordspel, een 13 km lange fietsroute, genaamd Ganzenrondje Gelselaar en het kunstwerk van Anton ter Braak, het ‘Schrijverskunstwerk’. Ter ere van de drie schrijvende Gelselaarse meesters Heuvel, Krebbers en van der Lugt. ik vond de kinderen in Oudhollandse kleding, de kleine ganzenhoeders en hoedsters, fantastisch om te zien! De ganzen blijven steevast dicht bij elkaar lopen. Dat schijnen ze altijd te doen in nieuwe omgevingen en in vreemde situaties. Ik had geen uren de tijd, omdat ik naar mijn werk moest, dus ik ga beslist nog eens terug.

DSC_1167