Moedige Verzetsvrouwen van de Achterhoek

De vierde lezing van het Achterhoek College 2019 bracht ons naar het Onderduikmuseum in Aalten. Dat dit bijzondere museum, zonder tekstbordjes en vitrines, juist in Aalten is gevestigd is niet heel verwonderlijk. Aalten heeft veel onderduikers in het dorp opgenomen, maar liefst één op de vijf was gevlucht voor de oorlog. De achtergebleven vrouwen kregen veel voor hun kiezen, de man was vaak of langdurig van huis. De vrouwen werden daardoor de managers van het verzet, ook al was dat vrijwel altijd in de schaduw van de mannen. Hun verhalen en daden bleven eigenlijk altijd onbekend. 2018 is door het platform WOII uitgeroepen tot ‘het Jaar van Verzet’. Met de tentoonstelling ‘De Vrouw als spil van het verzet’, wil het Nationaal Onderduikmuseum het aandeel van de vrouwen in het verzet tijdens WOII belichten, het is van groot belang geweest.

Ik was nog niet eerder in het museum aan de Markt in Aalten geweest, en was aangenaam verrast door het authentieke binnenplaatsje aan de achterzijde waar ook de ingang van het museum is gevestigd. Het grote huis, een rijksmonument overigens, is ingericht zoals het er 1940- 1945 uit moet hebben gezien. De originele onderduikplek en schuilkelder zijn beide intact gebleven en toegankelijk. Ik moet dus beslist nog eens terug om alles te bekijken! In de educatieve kamer vertelde Dineke Stam ons meer over de expositie die zij samenstelde. Door middel van brieven, dagboeken, foto’s en voorwerpen worden deze moedige verzetsvrouwen uit de schaduw gehaald. Het is eigenlijk niet eens een gangbaar woord. In de Dikke van Dale vind wordt alleen de verzetsman genoemd. Dat terwijl Tante Riek uit Winterswijk, Helena Theodora Kuipers- Rietberg, het georganiseerde landelijke netwerk ‘Hulp aan Onderduikers’ (LO) opzette. Als bestuurslid (en medeoprichter) van de Gereformeerde Vrouwenvereniging in Nederland, beschikte zij over een groot netwerk. Veel Achterhoekse vrouwen hebben geholpen met kleine en grote verzetsdaden. Ze brachten bijvoorbeeld geheime boodschappen en pamfletten rond, vervoerden wapens en hielpen met het verplaatsen van de onderduikers naar een nieuw adres als er gevaar dreigde. Tante Riek overleefde de oorlog niet. Eind december 1944 stierf zij in het concentratiekamp Ravensbrück.

Stichting Aletta (Aletta Jacobs, een Joodse feministe die als eerste een universitaire studie succesvol afrondde, waarmee ze de eerste Nederlandse vrouwelijke arts werd) initieerde de reizende tentoonstelling ‘Palet van Verzet’. Deze expositie kijkt vooral naar de overeenkomsten in drijfkracht, relevantie van keuzes en dilemma’s over loyaliteit tussen de verzetsvrouwen van toen en de vrouwen die zich de laatste 75 jaar ook hebben ingezet voor een betere wereld. Dat zijn tenslotte aspecten van alle tijden. Onder hen is ook de Achterhoekse Mia Lelivelt, geboren in 1925 te Lichtenvoorde. Mia woont nog altijd in haar geboortehuis, de oorspronkelijke onderduikruimte is zelfs nog aanwezig. Dineke Stam vroeg ons op een papiertje de naam op te schrijven van een vrouw die je zelf heel moedig vind, die ook in verzet kwam of komt. Dat zijn er zoveel! Wat te denken van Malala Yousafzai, de Pakistaanse kinderrechtenactiviste die in 2014 de Nobelprijs voor de Vrede ontving. Ook niet onvermeld blijven Gerdi Verbeet en Khadija Arib, Nederlandse politica. Zelf denk ik al snel aan Sabine Dardenne, die een ontvoering door Marc Dutroux van 80 dagen overleefde. Ik las haar boek en was diep onder de indruk van de moed van het toen twaalfjarige meisje. Een ander (Engels) boek dat ik las, The Book of Negroes van Lawrence Hill, vertelt het verhaal van veel moedige Afrikaans Amerikaanse vrouwen. In de 18e eeuw werden zij ontvoerd vanuit Afrika, sommigen nog geen tien jaar oud, om in Amerika als slaaf te worden verkocht. In de lezing vertelde Dineke Stam ook over het kolonialisme, Nederland speelde tenslotte een dominante rol in de slavenhandel. Er zijn zo’n 500 koloniale oorlogen geweest, allemaal vormen van verzet. Bovendien hebben de nazi’s er veel van afgekeken. Uitbreiding van macht buiten de eigen grenzen werd als essentieel beschouwd.

Zo kent iedereen kent wel zijn eigen moedige vrouw. Misschien liep je in de jaren ’80 zelf wel mee in één van de massale demonstraties tegen de kruisraketten! Ik ga zeker terug om de tentoonstelling ‘De Vrouw als spil van het verzet’ uitgebreid te bekijken en ook de rest van het Nationaal Onderduikmuseum. Dat is wel het mooie van het Achterhoek College 2019, we komen op plekken waar ik en ook sommige anderen nog niet eerder waren, en zo dicht bij huis! Deze lezing en bijbehorende expositie geven een krachtig beeld van Achterhoekse vrouwen in oorlogstijd.

DSC_3914
Boeiende lezing door Dineke Stam
DSC_3920
Expositie De Vrouw als spil van het verzet, met prachtige portretten door Thea Zweerink.

Ach Moedertje

Ach Moedertje.

Vrijdag 25 januari was journalist, schrijver en mantelzorger Hugo Borst te gast in de Oude Helenakerk in Aalten. Het betrof een lezing en signeersessie op uitnodiging van Werkgroep Dementievriendelijke Gemeente Aalten en stichting Restauratiefonds Oude St. Helenakerk. Aangezien ik zelf in de verpleegzorg werkzaam ben, was ik benieuwd naar de ervaring en beleving van Hugo zelf. In 2018 heb ik de vierdelige documentaireserie ‘In de Leeuwenhoek’ op NPO 2 gekeken, met Hugo Borst en Adelheid Roosen. Dat Rotterdamse verpleeghuis stond een tijd op de zwarte lijst van de Inspectie voor de Gezondheidszorg (inmiddels niet meer).

Bernadet van Lent, trajectbegeleider Helpdesk Dementie, en wethouder Joop Wikkering trapten de avond af. Beiden waren aangenaam verrast door het grote aantal belangstellenden, ruim 600 mensen meldden zich aan voor de lezing! Je zou bijna denken dat er popartiest betrof. Ook Joop Wikkering was mantelzorger, zijn moeder woonde een tijd in het Hoge Veld in Aalten. Eigenlijk heeft iedereen er wel op de één of andere manier mee te maken, iedereen kent wel iemand in de begin-, of eindfase van dementie. In de toekomst zal het aantal patiënten alleen maar toenemen, best belangrijk om jezelf hiervan bewust te zijn. Want hoe zou jij het zelf willen? Wat betekent de ziekte voor de cliënt en zijn omgeving?

In de Oude Helenakerk stond onder de kansel een tafel gereed voor Hugo. Toen men opperde dat hij ook wel op de kansel mocht plaatsnemen, liet hij zich dat geen tweede keer zeggen! Of ze daar halverwege de lezing nog zo blij mee waren valt te bezien, in zijn geestdrift liet Hugo een welbekende krachtterm vallen.. Gelukkig kon Hugo inmiddels wel een potje breken die avond. Hij vertelde als eerste over zijn speciale band met Aalten, hoe zijn ouders gedurende de hongerwinter in Aalten verbleven. Hugo zelf logeerde regelmatig, samen met broer Laurens, op de boerderij van de familie Somsen in Aalten, en ontwikkelde zo dierbare herinneringen aan de Achterhoek. In 2015 verscheen zijn boek ‘Ma’. Hugo verzorgde toen zo’n drie jaar zijn moeder en beschreef de gebeurtenissen in een wekelijkse column in het AD, uiteindelijk dus gepubliceerd als boek. op ontroerende en toch ook humoristische wijze vertelt hij zijn ervaringen. In 2017 verscheen het tweede boek ‘Ach Moedertje’, een openhartig vervolg. Op 17 augustus 2018 overleed Joke Borst op 89-jarige leeftijd.

Vasculaire dementie, en ook alzheimer, komt veelvuldig voor in de familie Borst vertelde Hugo. Hij grapte erachteraan dat zelfs de schoonfamilie er niet onderuit komt, met een knipoog naar schoonzus Jackie die ook in de kerk aanwezig is. Hugo schreef al jaren in de krant over zijn tante Lenie, de zus van zijn moeder die ook leed aan dementie (net als haar vader en in totaal vier van haar vijf zussen). Samen met zijn moeder bezocht Hugo haar zussen en spraken zij openhartig over deze rotziekte. Hij vertelde zijn moeder dat hij ook over haar zou gaan schrijven mocht zij ook te maken krijgen met dementie. Het enige dat zij hem verzocht was te schrijven ‘met genade’ en dat heeft Hugo altijd gedaan. Tijdens de lezing heeft Hugo een gedeelte voorgelezen uit zijn boek, over de laatste paar maanden uit het leven van zijn moeder in verpleeghuis De Hofstee. Ongetwijfeld voor veel van de aanwezigen erg herkenbaar, net als voor mijzelf. Hoe kort een cliënt ook bij ons op de afdeling woont, door het zoeken naar een passende en eigen manier van benaderen en verzorgen ontstaat er altijd een bepaalde band. Bij het overlijden van zijn moeder voelde Hugo vooral opluchting. Verdriet had hij vooral onderweg, niet zozeer aan het eind.

In het tweede gedeelte van de avond is er ruimte om vragen te stellen aan Hugo (behalve over Sparta voegde hij er aan toe, op dat moment voetballend tegen Telstar). Iemand vroeg hoe Hugo het zelf zou willen? De kans dat ook hij met vasculaire dementie te maken krijgt is groot. Die weg wil niemand gaan ook Hugo zelf niet, uiteindelijk gaan de meesten toch die weg.. Het moment bepalen, laat staan vastleggen, waarop je niet meer wilt leven is zo verschrikkelijk lastig. De film ‘Still Alice’ verwoord schitterend dit dilemma. Toen iemand vroeg naar de ‘mooiste herinnering’ uit het hele dementieproces van zijn moeder, gaf Hugo aan dat dementie vooral niet geromantiseerd moet worden. Alle dierbare herinneringen worden je afgenomen, berooid en leeg blijf je achter! Als een zwakke afspiegeling van de krachtige mens die je ooit was, gaan de dagen aan je voorbij. Dat herken ik wel. Er zijn inderdaad mensen die het werken op kleinschalig wonen binnen een gesloten afdeling als iets heel schattigs zien. Ze vergeten dat we ook te maken krijgen met fysieke en verbale dreiging. Dat de grens bij ouderen tussen geriatrie en psychiatrie soms flinterdun is en beide doelgroepen in het verpleeghuis wonen. Wat ik zelf erg belangrijk vind is een stukje humor. Niet alleen in de benadering naar cliënten, ook met collega’s onder elkaar. Om te kunnen doen wat we doen, omdat lachen goed is voor de longfunctie (diepere ademhaling als je lacht). Niet alle mantelzorgers kunnen dat echter waarderen, sommigen vinden het ongepast. Ik heb al eens een klinische les gegeven over dit onderwerp en ben van mening dat het nog te weinig wordt toegepast. Eigenlijk zouden we bij de intake al moeten vragen wat een cliënt grappig en lachwekkend vind, welke cabaretier of tv-programma. Ik zou het een geruststellende gedachte vinden, dat ik nog vaak mag lachen.

Met het manifest ‘Scherp op Ouderzorg’ dat Hugo Borst en onderzoeker Carin Gaemers opstelden hebben zij de Machiavelliprijs (jaarlijkse onderscheiding voor een opmerkelijke prestatie op gebied van publieke communicatie) gewonnen, vanwege de effectieve bijdrage aan de communicatie tussen politiek, overheid en burgers. Het manifest kreeg meer dan 100.000 steunbetuigingen en leidde ertoe dat het kabinet 2,1 miljard euro extra voor verpleeghuiszorg beschikbaar stelde. Het vinden van geschikt personeel is verschrikkelijk lastig. Hugo Borst vraagt zich af hoe het er over 15-20 jaar uit zal zien? Zal de overheid personeel uit het buitenland moeten aantrekken? Zullen wij zelf verzorgd worden door mensen uit andere landen? Hoe dan ook, de aandacht voor de verpleegzorg is er. Hugo en Carin Gaemers zien de thuiszorg als een volgend aandachtspunt, volgens hen valt ook hier nog veel te verbeteren. Natuurlijk legt de bekendheid van Hugo hen geen windeieren, hij bereikt meer dan menig fantastisch burgerinitiatief. Soms is dat ook best pijnlijk vertelde Hugo. Toen Joke Borst overleed, waren de warme woorden en condoleances aan het adres van Hugo overweldigend. Op teletekst stond zelfs ‘Moeder van Hugo Borst overleden’ (“Gelukkig”, had Hugo tegen zijn broer gezegd, “jouw moeder leeft nog!”). Het is voor Hugo Borst in ieder geval een troostrijke gedachte dat de ziekte van zijn ‘Ma’ tot een hoger doel heeft gereikt.

 

Hugo citeerde een prachtig gedicht van Guillaume van der Graft:

Zonder te weten waarheen

Waaien de dagen en slaat de tijd

Zonder te weten waarheen

Worden de mensen uitgeluid

Zonder te weten waarheen

 

img_8869

img_8881