𝑶𝒏𝒕𝒎𝒐𝒆𝒕 𝒅𝒆 𝑨𝒄𝒉𝒕𝒆𝒓𝒉𝒐𝒆𝒌, 𝒆𝒕𝒂𝒑𝒑𝒆 𝑹𝒊𝒆𝒕𝒎𝒐𝒍𝒆𝒏 𝒏𝒂𝒂𝒓 𝑵𝒆𝒆𝒅𝒆.

Woensdag 3 maart weer een kleine 20km door de Achterhoekse streek gestruind. De N315 tussen Neede en Rietmolen is tijdelijk geheel gesloten voor verkeer vanwege verbreding van deze provinciale weg, dus ook de bushalte nabij Rietmolen is onbereikbaar. Met wat extra kilometers kwam ik uiteindelijk toch bij de start van deze etappe

Neede kwam rond het jaar 1600 als gevolg van de ontwikkelingen in de Tachtigjarige Oorlog onder sterk calvinistische invloed. Na de verovering van de Heerlijkheid Borculo door Maurits van Oranje was in Neede alleen nog het Nederduitse gereformeerde geloof toegestaan. Volhardende katholieken verlieten Neede in eerste instantie voor verborgen missen, bij ’n Brook’n, ofwel Brammelerbroek, een buurtschap ten noorden van het toen nog niet bestaande Rietmolen. Uiteindelijk heeft dit wel geleid tot het ontstaan van het dorp Rietmolen. Op deze woensdag staat er een kleine warenmarkt voor de kerk. Aan de overzijde van de bijzonder ogende Sint-Caeciliakerk bezoek ik de oude begraafplaats. Hier bevind zich het monument voor de ongedoopte kinderen van Rietmolen.

Vroeger werden doodgeboren baby’s niet op de begraafplaats van de kerk begraven in gewijde grond. Omdat zij nog niet gedoopt waren, kregen zij een plek achter de Mariakapel onder de heg. In veel plaatsen moest men zelfs het eigen grafje graven. Tot ver in de jaren zestig waren dat de regels van de Katholieke kerk. Een gestorven ongedoopt kind was vroeger eigenlijk een taboe, hij of zij was namelijk niet verlost van de erfzonde. Er werd geen administratie bijgehouden, men weet dus niet precies hoeveel grafjes er zijn. Veel ouders weten niet eens meer precies waar hun baby is begraven. Met het monument is er nu eindelijk een plek gekomen die troost kan bieden. Het monument is gemaakt door kunstenares Anneke te Vregelaar uit Rietmolen. Hopelijk is ook het gevonden baby’tje uit ’s Heerenberg in Gods hand… 

Het dorp heeft overigens ook twee heuse beroemheden. – De broers Richard en Roeland Nales uit Rietmolen hebben een ‘ski-trekker’ uitgevonden waarmee ze sinds 2016 door de Buurserbeek kunnen waterskiën. Typisch iets van deze streek! Creativiteit, innovativiteit en handarbeid. Willen we iets, hebben we het niet, dan maken we het zelf!

Langzaamaan wandel ik het natuurgebied Het Needse Achterveld binnen. Het is één van de laatste natte heidegebieden in de Achterhoek. Het is geen groot gebied, zo’n 110 hectare. Er groeien hier echter wel heel veel verschillende bomen, struiken en bloemen. Dat maakt het een bijzonder, bijna niet-Nederlands gebied! Ik heb het gevoel ‘op safari’ en ver van de Achterhoek. Oude eiken, een verdronken Elzenbroekbos (‘broek’ komt waarschijnlijk van het Duitse “Bruch”, dat “Moeras” betekent), en niet te vergeten de heide met jeneverbesstruiken en wilde gagel. Deze struik vindt je alleen op natte zure heidegrond, wat op nog maar weinig plekken in Nederland het geval is. Op het Needse Achterveld kom je verschillende bollen tegen. De wilde gagel is op zijn mooist in april en mei, dan krijgt de struik zijn herkenbare oranje kleur. Vergeet vooral niet te ruiken aan deze plant (wrijven tussen je vingers), de citroenachtige zeepgeur zal je tegemoet komen. Vanwege deze geur werd de wilde gagel vroeger veel gebruikt voor in de bedstee (verdreef de vlooien). Ik geniet van iedere stap door dit prachtige stukje Achterhoek. Slechts een enkele keer kwam ik een andere wandelaar tegen. Ik hoorde vooral heel veel vrolijke vogeltjes.

Nabij het hoveniersbedrijf De Tuinen van Geerdink op de hoek van Waterleidingdijk – Visschemorsdijk, zag ik vanuit de verte de olifant al staan. Bijzondere creaties, zowel de olifant als het kantoor. Een stukje verderop staat daar, statig langs de buurserbeek, de nostalgische bushalte van de vroegere buurtbus lijn 192. Deze reed van Lichtenvoorde via Zieuwent en Mariënvelde naar Ruurlo. Halte Kerkplein was te vinden in Ruurlo. Hoe en waarom de bushalte hier is beland is mij tot op heden nog onbekend? Nog iets verderop aan de Waterleidingdijk nog meer nostalgie. Schuin tegenover Het Gedenkbos Neede ligt namelijk voormalig buitenbad Het Vleer dat op 2 juni 1934 officieel in gebruik werd genomen. De oude toegangshekken en duikplank zijn de laatste stille getuigen. Inmiddels is het een paradijsje voor de boomkikkers. Het was sowieso al een vaste verblijfplaats voor één van de grotere populaties boomkikkers in de Achterhoek.

Rondom Neede liggen prachtige kerkepaden. Via een aantal van deze paden bracht de wandelroute mij terug naar het busstation van Neede. Al wandelend moest ik denken aan de jaarlijkse jammarkt. Hopelijk kan hij deze zomer weer georganiseerd worden. Ieder jaar op de derde woensdag van augustus organiseert Neede deze Jammarkt. Begin 1900 stond in Neede namelijk de jamfabriek van Tuinbouwmaatschappij Gelderland. Het succes was groot, de jam ging de hele wereld over. Er werkten meer dan 100 mensen in de fabriek! Vooral in Nederlands-Indië werd er veel van de Achterhoekse jam gegeten. De economische crisis in de jaren ’30 maakten een einde aan het succes, de fabriek moest zijn deuren sluiten in 1931. Onderweg naar huis luister ik het tweede deel van de podcast ‘Het Onland’. Joost Engelberts ontrafelt stukje bij beetje de raadsels rondom de onopgeloste moord op de 12-jarige Rinie Wielheesen. De vijf afleveringen zijn een absolute aanrader! Net als de etappes van Mooi Achterhoek. Ik kijk ernaar uit om het volgende stukje Achterhoek te ontmoeten.

https://www.nporadio1.nl/podcasts/onland

Ontmoet de Achterhoek. Etappe Gelselaar via Noordijk naar Neede.

Vrijdag 19 februari beloofde een mooie winterse dag te worden, perfect voor weer een etappe ‘Ontmoet de Achterhoek’. Vanaf het station in Lievelde is Gelselaar prima bereikbaar, het beginpunt van deze etappe. De zon komt al boven de horizon uit als ik op de fiets stap.

De wandelroute begon met een rondje door de straatjes van Gelselaar. Met het standbeeld van de drie schrijvende meesters van Gelselaar tegenover het café, waaronder meester Hendrik Willem Heuvel. Hij werd bekend door zijn boek Oud-Achterhoeksch Boerenleven (1927). In 1890 werd hij hoofd van de school in Gelselaar en begon toen ook met schrijven. De andere twee zijn meester Krebbers (als enige van de drie geboren in Gelselaar) en van der Lugt. Via nostalgische klompenpaadjes kwam ik langs het andere bekende standbeeld, van de drie ganzen. In mijn vorige column beschreef ik al waarom ganzen zo symbolisch zijn voor Gelselaar. De spotnaam ‘gaanzegat’ uit het aloude rijmpje ”Borculo is een stad, Geesteren is nog wat, Gelselaar is een gaanzegat” is niet voor niets omgebogen tot de erenaam ‘ganzendorp’.

Wie zeker geen standbeeld heeft gekregen is de wonderdokter van Gelselaar, Stephanus (Asteleiner) de Hongaar. Zowel meester Heuvel als meester Krebbers schreven over deze merkwaardige emigrant. Bij ziekte en tegenslag gingen de mensen destijds liever naar een man als Stephanus dan een echte arts. In de diaconierekeningen van die tijd kwam zijn naam dan ook vaker voor dan die van de echte dokters! Stephanus was volgens hemzelf gespecialiseerd in het uitbannen van duivels en heksen en het genezen van paarden. Onderaan mijn column vind je de link naar een krantenbericht.

Al snel liet ik Gelselaar achter me en wandelde ik richting Noordijk. Met een brede glimlach wel te verstaan, wat een mooie route! Zon op mijn snoet, volop fluitende vogeltjes en heel afwisselende wandelpaden. Ik werd aangenaam verrast door de natuur in het Noordijkerveld, hier had ik nog niet eerder gewandeld. Vroeger was dit een uitgebreid heidegebied. Hiervan is slechts een klein stukje over, wat nu natuurgebied De Bollert heet. Het Noordijkerveld is tevens een waterwingebied, waar per jaar 0,7 miljoen kubieke meter water wordt gewonnen. Vanwege de hoge waterstanden en de smeltende sneeuw, waren sommige wandelpaadjes een ware uitdaging!

Het buurtschap Noordijk is vooral bekend vanwege het jaarlijkse paardensport evenement Bollert Brons. De deelnemers komen uit het hele land voor wedstrijden dressuur, springen en cross. De hindernissen worden door een speciale aankleedcommissie fantastisch versierd. Weer iets om op mijn Achterhoekse ‘moet-ik-nog-eens-naartoe-lijstje’ toe te voegen. Helaas is ook de Oale Schole nog gesloten, thuisbasis van de Historische Vereniging Oud Noordijk. Door het archiveren en bewaren van allerlei oude voorwerpen, documenten, foto’s en gebruiken, wordt er aandacht geschonken aan de geschiedenis van Noordijk en zijn bewoners. Ook maar aan mijn lijstje toevoegen. Het oude stationsgebouw is herkenbaar aan de naam ‘Noordijk’ dat nog altijd fier op de gevel prijkt. Het was ruim 20 jaar een halte aan de spoorlijn Neede- Hellendoorn (geopend mei 1910). Een huis met een verhaal.

Na een aantal modderige en drassige (klompen) paden is het beklimmen van de Needse berg een laatste kuitenbijter(tje). Deze stuwwal uit de voorlaatste ijstijd (Saalien), is met zijn 34,6 meter hoog natuurlijk geen echte berg. Bovenop deze heuvel staat de uitkijktoren en de Hollandse molen. Aan de noordkant van de heuvel ligt het dal met de Buurserbeek, in het zuiden is dat de Bolksbeek. Het hoger gelegen deel van de Needse Berg was honderd jaar geleden een heideterrein. Tegenwoordig vindt je hier het grootste esgebied van de gemeente Berkelland. Natuurlijk klom ik even omhoog, ik was benieuwd hoe ver ik vandaag kon kijken. Tot in Duitsland!

Vanaf de heuvel daalde ik af naar het centrum van Neede. De geboorteplaats van Willem Sluyter, predikant en dichter. Beroemd zijn de door hem geschreven dichtregels ‘Waer iemand duisent vreugden soek Mijn vreugt is in dees’ achter-hoek’. Ik kan van alles over hem gaan vertellen, ik kan dat echter veel beter overlaten aan Arend Heideman. In Eibergen bezocht ik één van zijn lezingen over Willem Sluyter en heb daar veel van opgestoken. Arend kan prachtig en vol passie vertellen over deze Achterhoekse beroemdheid. Op Facebook heeft hij een leuke pagina: Willem Sluiter en zijn Achterhoek. Er komen tal van interessante en vermakelijke anekdotes voorbij. Hij schreef vanuit zijn passie voor cultuurhistorie en poëzie het boek ‘Willem Sluiter anno nu, de kleine leeuwerik. Via de link hieronder kom je op zijn zeer informatieve website, inclusief een prachtige Willem Sluiter auto,- of fietsroute. http://www.willemsluiter.nl

Voor de grote kerk in Neede staat een monument dat de Needenaren herinnert aan het eens zo prachtige postkantoor. Het was volgens de inwoners een statige architectonische villa, een ontmoetingsplek. Tot ieders teleurstelling werd het in 1978 gesloopt. Toen de Historische Kring Neede zijn 40e verjaardag vierde, gaven zij het monument cadeau aan de Needse gemeenschap. Het was namelijk de sloop van het postkantoor, die aanleiding vormde om de actiegroep Oud Neede (voorloper van de Historische Kring) op te richten. Leuk om zo ook als jonger persoon meer te ontdekken over het verleden van de Achterhoekse streek. En ook deze wandelingen brengen me op heel veel prachtige nieuwe plekjes! Ik kijk uit naar de volgende etappe van Mooi Achterhoek.

https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMSAEN01:000055124:mpeg21:a0070

Lievelde, ontmoet de rust en ruimte.

Vrijdag 12 februari een winterwandeling niet al te ver van huis. Het openbaar vervoer is nog niet helemaal op schema gezien de winterse omstandigheden. Vanaf huis wandel ik in een kwartiertje naar de bushalte, waar de bus mij naar het treinstation in Lievelde brengt. Niet om verder te reizen, vandaag wandel ik nog maar eens door Lievelde. Bedekt onder de witte laag sneeuw ziet alles er vast weer heel anders (mooi) uit (ondanks de straffe oosten wind).

Al snel stop ik om mijn spiegelreflexcamera tevoorschijn te halen. Het witte weidse landschap is prachtig, op de achtergrond het klooster. Huize Loreto is een voormalig klooster van de paters Maristen, die daar tot juli 2011 woonden. In 1951 werd het klooster gesticht door de paters Maristen als studiehuis van de congregatie. In 2015 werd het klooster gekocht door de Koptisch Orthodoxe Kerk Nederland. Ik kreeg er in 2019 een prachtige rondleiding, dit fotovertelsel vind je via deze link: https://klomptgoed.nl/2019/04/16/klooster-loreto-lievelde

Even verderop aan de brakerweg ligt de mij wel bekende onderduikershut. Daar hebben tijdens de oorlog diverse mensen ondergedoken gezeten: een Britse piloot, een deserteur uit het Duitse leger, een Poolse soldaat die deserteerde uit het Duitse leger en twee Nederlanders die weigerden voor de Arbeitseinsatz te werken. Zij werden van eten voorzien door mevrouw Weenink-Stoverink, die in een boerderij vlakbij woonde. Het leek erop alsof de berg sneeuw het dak van het schuurtje heeft doen bezwijken? De onderduikershut zelf ligt nog een eindje verder aan het pad. Aan de Bellenbroeksdijk was het een drukte van belang! Vanaf de ijsbaan Lievelde kwamen de vrolijke stemmen en muziek me al tegemoet. Het is een goed georganiseerde ijsbaan met veel voorzieningen. Om te kijken heb je eigenlijk ook een ticket nodig. Vanaf het weiland aan de achterzijde kon ik gelukkig (op gepaste afstand) toch even wat mooie winterse plaatjes schieten.

Ik wijk heel even van de route af om ook een kijkje te nemen bij de andere ‘onderduikplek’ in Lievelde, namelijk bij de bunker aan de Grensweg. Deze werd in de oorlog gebruikt door de Duitsers. Enige tijd na de bevrijding nam Aaltje Kraake stilzwijgend haar intrek in de bunker. In 1949 kwam zwerver Fokke Rotman ook in de bunker wonen, en zo had Lievelde er twee markante inwoners bij! Uiteindelijk komt er naast de bunker op kosten van de gemeente Lichtenvoorde een houten woninkje ad f 756,12. De St. Vincentiusvereniging Groenlo en het R.K. Armbestuur in Lievelde dragen in maart 1955 de kosten voor het beddengoed en de verdere inrichting. In 1958 overlijd Fokke en verlaat Aaltje het woninkje. In 2005 was de woonkeet verdwenen, van de bunker was slechts een zandkuil en enkele muurresten over. Vrijwilligers van de vereniging voor Agrarisch Natuurbeheer Groen Goed in Lievelde hebben in 2005 de bunker zoveel mogelijk in zijn oorspronkelijke staat teruggebracht. Op de site van de Vereniging Oudheidkunde Lichtenvoorde vind je het uitgebreide verhaal. In 1984 bouwde Corsogroep Teeuws zelfs een wagen ter ere van Aaltje en Fokke, zo bekend waren ze dus in de omgeving. Toen ik het verhaal voor het eerst las, was dat voor mij HET bewijs van het lange bestaan van het Achterhoekse naoberschap. Was dit in het westen gebeurt, dan was de kans wel erg groot geweest dat ze zonder enig schroom waren weggestuurd.. En wat doet men hier? Er werd gezorgd voor betere omstandigheden, geheel passend bij de leefwijze van Aaltje en Fokke.

Het natuurgebied Koolmansdijk heb ik leren kennen tijdens mijn training voor Gastvrouw van het Landschap Oost-Gelre. We kregen toen een uitgebreide en interessante rondleiding door het gebied van een gids van Staatsbosbeheer. Hij nam ons mee over het wandelpad (laarzenpad) dwars door de velden, normaal nat en drassig maar toen dus even niet. Het jaar 2018 waren immers dramatisch droog. De (normale) hoge waterstand van dit natuurgebied, aan de rand van het Oost-Nederlands Plateau, was altijd al ellende voor de boeren. De voormalige maisakkers en intensief gebruikt grasland zijn inmiddels veranderd in een zeer divers en gezond stuk natuur. In 2001 is de zwaar bemeste bodem afgegraven, in 2006 bloeiden de eerste orchideeën! De unieke ligging zorgde voor dit enorme zelf herstellend vermogen. De ondergrondse kleilaag zorgt voor een sterke opwaartse stuwing van kalkrijk grondwater in dit zogeheten blauwgrasland. Door wat ooit als ‘kwaliteitsverbetering’ gezien werd (gebruik van kunstmest, verlaging grondwaterstand, verzuring) is er nog maar heel weinig blauwgrasland in Nederland, slechts 30ha. De vele soorten orchideeën waren die herfst natuurlijk allang uitgebloeid.

En ook vandaag zal ik die zeker nog niet gaan spotten, maar wat heb ik genoten van dit gedeelte van mijn sneeuwwandeling! De gele paaltjesroute volgen was allesbehalve gemakkelijk. Er waren mij slechts enkele wandelaars voor gegaan de afgelopen dagen, ik zakte dan ook diep weg in de gigantische sneeuwlaag. Gelukkig dat ik wel iets van een spoor kon volgen, want nu en dan kraakte het kwelwater flink onder mijn voeten. Keurig vanaf het wandelpad heb ik immens genoten van de rust en de ruimte, de route doet zijn naam alle eer aan. Prachtig om alle wildsporen dwars door de velden en weilanden te zien gaan.

Zo langzaamaan brengt de rondwandeling mij terug naar het treinstation. Nog even een paar winterse foto’s maken bij Loco Lievelde. Jammer dat ik er nu niet even neer kan ploffen voor één van hun heerlijke (vega) burgers. Mijn meegebrachte boterham en warme thee smaken gelukkig ook prima. Al met al een kleine 20km gewandeld.

Ontmoet de Achterhoek. Etappes Gelselaar via Geesteren naar Borculo.

De tweede wandeling uit de reeks Ontmoet de Achterhoek bracht mij van Gelselaar naar Geesteren Gld met als eindpunt Borculo (23km). Tegenwoordig is Geesteren in de winter goed bereikbaar. In heel, heel vroeger tijden was dat wel anders. Het dorp lag veel lager dan het omliggende moeras,- en veengebied waardoor het in de winter vaak overstroomde en vervolgens onbereikbaar was.

Gelselaar is mij zeker niet onbekend. Als het even kan bezoek ik iedere zomer de jaarlijkse ganzenmarkt. Men demonstreert oude ambachten, er zijn diverse kunstexposities en tal van kinderen (in historische klederdracht) doen mee aan de verkiezing beste ganzenhoed(st)er van het jaar. Vlak buiten het centrum bevind zich de permanente Gelselaarse ganzenweide en het levensgrote ganzenbordspel. Via een klompenpad vanuit het dorp brengt de wandelroute je naar deze plek. Op de graslanden rondom Gelselaar worden al eeuwen lang ganzen gehouden. Het laaggelegen gebied is erg nat, en daarom minder geschikt voor agrarische doeleinden. Bijna alle gezinnen hadden hun eigen koppel ganzen goed voor dons, vlees en eieren. In vroeger tijden was een ‘kiekevisite’ dan ook niet ongebruikelijk! Ging je in ondertrouw, dan toonde je het nieuwe donzen beddengoed aan de naobers en familie. Toen het Twentekanaal werd aangelegd in 1930 verbeterde de waterhuishouding enorm. Zo verdween langzaamaan de ganzenhouderij, ook mede de snelle ontwikkeling in landbouw. Gelukkig kun je tijdens die jaarlijkse ganzenmarkt nog even proeven van vervlogen tijden.

Net achter het levensgroot ganzenbord vind je de restanten van Havezate Bevervoorde. Veel is er niet bekend over dit versterkte huis dat in 1326 de naam ‘thus Geldesler’ droeg. De naam veranderde meerdere malen (Wiskinck, Mensinck, ’t Jonkeren). De laatste van Bevervoorde overleed kinderloos waarna de havezate sterk in verval raakte. Halverwege de 19e eeuw zijn er op kadastrale kaarten amper nog een spoor terug te vinden van Bevervoorde. Om het verdwenen kasteel weer zichtbaar te maken wordt de stichting ’t Jonkeren opgericht. In 2003 zijn de oude grachten weer uitgediept en met jonge aanplant worden de oude contouren van de havezate weer zichtbaar gemaakt. Het is leuk om er even een kijkje te nemen.

Nog meer klompenpaden en zandwegen brengen me op deze koude dag naar Geesteren. De eerste etappe zit erop. Hier was ik nog niet eerder dus neem ik even de tijd om het dorp te verkennen. De hervormde kerk op het marktpleintje valt meteen op door het bijzondere dak. Namelijk een zadeldaktoren met trapgevels, uniek voor onze streek. Diverse steegjes bieden uitzicht op de toren. Behalve een windhaan, heeft de kerk ook een windhen. Ook dat schijnt nogal bijzonder te zijn.

In het dorp staat (langs de wandelroute) een bronzen beeld van een vrouw met in haar hand een boodschappentas en aan haar voeten zit een hond. Het beeld verwijst naar de legende van de Sprakelberg, een kort verhaal dat in 1892 werd geschreven door Daniël  Martinus Maaldrink (predikant en schrijver uit Geesteren). Een inwoonster van Geesteren vatte het 160 pagina’s tellende verhaal kort samen. Onderaan deze blog vind je de link naar de legende.

Dat Borculo, mijn eindpunt van vandaag, in 1925 werd getroffen door een catastrofale stormramp wist ik wel. Massa’s ramptoeristen (in twee weken tijd een half miljoen mensen) kwamen naar de Achterhoek en veroorzaakten lange files, in die tijd een zeer bijzonder gebeuren omdat er toen nog helemaal niet zoveel auto’s waren! Er werden zelfs betaalde busreizen georganiseerd. In het Stormrampmuseum (Borculo) kun je meer te weten komen over deze natuurramp. Dat Geesteren in 1988 ook werd geteisterd door een gigantische windhoos, was mij niet bekend. Op de 25e juli dat jaar vierde Geesteren zijn 1000-jarig bestaan. Aan het feest kwam echter een abrupt einde door een verschrikkelijk noodweer. Een gigantische windhoos trok zelfs de grote feesttent van de grond!

Even buiten het dorp wandel ik langs korenmolen de Ster. Deze molen is niet dezelfde molen zoals hij werd gebouwd in 1859. De molen werd maar liefst drie maal door de bliksem getroffen en brandde drie maal geheel af (1866, 1900, 1902). Een houten lijst langs de weg geeft een mooi doorkijkje op de molen. Jammer dat het winkeltje gesloten is, niets is zo lekker als pannenkoekenmeel gekocht bij een Achterhoekse korenmolen! Via een paadje dwars door de weilanden verlaat ik de omgeving van Geesteren.

Na een prachtig wandelpad langs de Berkel kom ik uit bij Villa Beekvliet. Het statige huis ligt er idyllisch bij, zo aan de Slinge. Het in neo-renaissancistische stijl gebouwde zomerverblijf is behoorlijk zeldzaam in deze regio. In 1902 lieten twee zussen de villa bouwen. De wandelroute loopt door het mooie natuurgebied rondom de villa. Even verderop wandel ik door Buurtschap de Heure, Borculo. Een prachtige wandeling langs boerenerven en de allerdikste fladderiep van Nederland! Rond 1835 werd de boom hier geplant en heeft inmiddels een omtrek van ruim 6 meter. De bloesems hangen aan lange stelen in bundeltjes bij elkaar waardoor ze soms fladderen in de wind. Vandaar de naam.

Vlak voor het einde van deze route loop ik langs het boothuis van Stichting de Berkelzomp, in 1987 opgericht door een aantal vrijwilligers. Zij wilden graag de authentieke Berkelzomp herbouwen en er ook weer mee gaan varen zodat toeristen de aloude berkelvaart opnieuw kunnen beleven. Het Waterschap had nog een oude bouwtekening van de Berkelzomp in bezit. De Technische school van Borculo was nauw betrokken bij de bouw van de nieuwe Berkelzomp die op 27 april 1989 in Borculo te water werd gelaten. De zomp werd vernoemd naar één van de laatste Berkelschippers, Gerard Wolfs, bijnaam de Jappe. Wil je meer lezen over het leven van deze laatste Eibergse Berkelschipper klik dan op de link onderaan mijn blog.

Zijn boerderijtje (uit 1850) dat zich bevond in Holterhoek is overigens afgebroken en herbouwd op camping De Vlierhof in Eibergen waar het nu wordt verhuurd als groepsaccommodatie. De oorspronkelijke materialen zijn zoveel mogelijk hergebruikt en binnen heerst nog de authentieke sfeer van weleer. Mocht ik de buurt zijn, ga er zeker even langs.

Legende van de Sprakelberg

Laatste Berkelschipper de Jappe

𝑶𝒏𝒕𝒎𝒐𝒆𝒕 𝒅𝒆 𝑨𝒄𝒉𝒕𝒆𝒓𝒉𝒐𝒆𝒌. 𝑬𝒕𝒂𝒑𝒑𝒆 𝑩𝒐𝒓𝒄𝒖𝒍𝒐 – 𝑹𝒖𝒖𝒓𝒍𝒐.

Omdat ik heel graag ieder hoekje van de Achterhoekse streek goed wil leren kennen, heb ik me voorgenomen in 2021 de wandeletappes van Ontmoet de Achterhoek te volgen. Zaterdag 9 januari lip ik de etappe Borculo – Ruurlo. Het beloofde een mooie dag te worden, dus vroeg uit de veren. Om 08.30 uur stapte ik in de trein naar Ruurlo om vandaaruit de bus naar Borculo te nemen. Tussentijds had ik voldoende ruimte om even naar Kasteel Ruurlo te wandelen. Het kasteelpark is altijd vrij toegankelijk en had vandaag een magische wintersfeer door het witte laagje rijp.

Eenmaal in Borculo wilde ik graag iets meer zien dan de plekken die de route aandoet. Flink doorstappen was er niet bij, het dorp was één grote ijsbaan! Op 19 december 2015 werden er door de Ridders van Gelre (Omroep Gelderland) ter ere van het 400-jarig bestaan van Heerlijkheid Borculo vier muurgedichten onthuld, waaronder die van Erika Löwenberg. Haar gedicht is te zien op de muur van de synagoge. De familie van Erika had een winkel aan de Steenstraat, zij gingen de boer op om textiel te verhandelen. De roodharige Erika raakte bevriend met Hennie, dochtertje van bakker Veldink. Erika schreef een gedichtje in het poesiealbum van Hennie dat altijd bewaard is gebleven. Dit gedichtje prijkt nu dus op de muur van de synagoge. Erika werd geboren in Ochtrup op 12 mei 1928. In 1936 vluchtte zij met haar ouders naar Nederland. Op 18 november 1942 werd zij weggevoerd. Zij overleed op 10 september 1943 in kamp Auschwitz. Er is ook nog een ander gedicht met betrekking tot Erika aan de synagoge verbonden, namelijk over kabouter Erika. In 2020 werd door de Stichting Borculo ‘Beleef de Berkelstad’ een kabouterroute gemaakt. De route brengt kinderen langs bijzondere plekken uit het verleden, waar zich de door Joske Elsinghorst (Overal Kansen) ontworpen kabouterdeurtjes bevinden. In het routeboekje staat het gedichtje over kabouter Erika:

Hier bij de synagoge woont kabouter Erica
Hier voelt zij zich vrolijk en fijn
Samen met andere Joodse kabouters Rita en Sallo
en ook Saartje en Hein
In het Joodse geloof en de gebruiken
Voelt Erika zich helemaal thuis
Ze begrijpt niet, dat er ooit mensen waren
Die Joden verjoegen uit hun huis
In die oorlog werd je gestraft
als je anders was dan de rest
Terwijl verschillend zijn zo prachtig is
Als we dat blijven vieren is dat toch het best

Het is prachtig wandelweer. Deze etappe brengt me onder andere langs het Galgenveld, een gebied van ongeveer acht hectare even buiten Borculo. Volgens de verhalen verwijst de naam terug naar de periode rond 1600. De Bisschop van Münster zou een gedeelte ervan hebben gebruikt om de ter dood veroordeelden te verhangen. Rond 1930 begon me met het uitgraven van een waterplas, natuurlijke bronnen zorgden voor schoon water. Op 1 juni 1935 werd het natuurbad feestelijk geopend. De regionale functie was uniek voor die tijd. Op 29 mei 1992 werd ‘Zwembad annex Openluchttheater ’t Galgenveld’ wederom officieel geopend. In mei 2015 werd een replica van de grote houten toegangspoort geplaatst zoals die er stond in 1935.

Museum de Lebbenbrugge is helaas gesloten. Blijft dus op mijn lijstje van nog te bezoeken Achterhoekse musea staan. Het oudste gedeelte (achterhuis) van dit Nedersaksisch boerenhuis is waarschijnlijk rond 1400 gebouwd. Het voorhuis is waarschijnlijk halverwege de 16e eeuw gebouwd, toen de Lebbenbrugge tevens jachthuis van de Heer van Borculo werd. Het museum ligt aan een oude Hessenweg (handelsweg). Het was hier in de 17e eeuw zo druk met zogeheten kiepkearls dat de Staten van Gelderland in 1679 besloot dat de Heer van Borculo tol mocht vragen bij de boerderij. Zo kreeg het dus de functie van tolhuis. Op de voorgevel staan de toltarieven zelfs nog vermeld. Niet veel later konden de reizigers en handelaren er ook wat drinken en zelfs overnachten, het tolhuis werd toen tevens herberg. Tijdens de vredesonderhandelingen in Münster kreeg de boerderij tijdelijk de functie van postkantoor, één van de eerste postkantoren van ons land! Sinds 1934 is het als museum in gebruik.

Het kleine trekpontje brengt me naar de overzijde van de Slinge. Langs de oever wandel ik verder langs wat ook wel de ‘ijsvogelroute’ wordt genoemd. En waarachtig, binnen enkele minuten zie ik het kleine blauwe vogeltje langs het riet fladderen! Op landgoed Beekvliet is het volop genieten van de schitterende natuur. Ik loop langs akkers, weilanden, oude houtwallen en singels. In het bos staan talloze oude zomereiken van bijna 200 jaar oud. Op de heide heerst nog steeds die magische sfeer door het witte laagje rijp.

Bij Schaapskooi Beekvliet houd ik even rust. De achtkantige schaapskooi is behoorlijk uniek, namelijk één van de allerlaatste van dit soort in Nederland. De wandelpaden rondom Ruurlo zijn mij niet onbekend, hier wandelde ik al vele malen eerder. Niettemin is het altijd weer genieten, want wat is de natuur hier mooi! Natuurlijk neem ik weer even een foto van de beroemde handwijzer uit de televisieserie ‘De Zevensprong’ uit 1982. Joost Prinsen was één van de acteurs. Vroeger vond ik dat een serieus enge man.. Terug op station Ruurlo geeft mijn wandelnavigatie aan dat ik ruim 20 kilometer heb afgelegd. Mijn nieuwe wandelschoenen zijn meer dan goedgekeurd.

Als je meer wilt lezen over de familie van Erika:

https://hisvebo.nl/emma-lowenberg/

Holle wegen van Barlo

Tijdens het Achterhoek College 2019 leerde ik heel wat nieuwe mensen kennen, zo ook André Kaminski van Stichting Achterhoek weer Mooi (StAM). Hij vertelde ons over de cursus ‘Lezen van Historisch Kaartmateriaal’, en dat het voor de deelnemers aan het Achterhoek College wellicht leuk zou zijn om de bijeenkomst in Barlo bij te wonen. Ik heb dat aanbod van harte aangenomen! Als Gastvrouw van het Landschap Oost Gelre vind ik het altijd leuk om een kijkje bij de buren te nemen.

Stichting StAM vraagt aandacht voor bijzondere gebieden in het gewone boerenland, zoals landschapsmonument De Meuhoek, met de bedoeling deze gebieden toekomstbestendig te maken. De omschrijving ‘landschapsmonument’ heeft niets te maken met een monumentenstatus. Het is eigenlijk een soort cadeautje aan de eigenaar, een buurtschap of de gemeente. Een stukje identiteit waar we met zijn allen zuinig op moeten zijn. Van alle gebieden worden de gegevens vastgelegd in een modelbeschrijving, een soort gereedschapskist waar alle basisinformatie in opgeborgen ligt. De doelstelling is om elkaar te vinden, te ontmoeten. Om samen te werken aan de landschapsmonumenten, want uiteindelijk wordt er wel een stukje inzet van iedereen verwacht. Het leukst is dan natuurlijk om in jouw eigen favoriete gebied aan de slag te gaan, daar waar jouw eigen interesse ligt.

René Luijmes liet ons zijn modelbeschrijving zien van de Ziegenbeek. De naam is afgeleid van de Siegenbok in het wapen van Sinderen. De Ziegenbeek is een oude grensscheiding richting Gendringen en mond uit in de Keizersbeek bij de Klompsbrug. Rond 1600 was de Ziegenbeek zo’n vier à vijf meter breed en mondde toen uit in de Aa-Strang. De originele loop werd grotendeels gewijzigd doordat men de beek rechttrok. Slechts enkele stukjes van de 15 km lange beek heeft nog zijn originele loop. Het was een typisch ‘slagenlandschap’, een lappendeken van lange smalle percelen en slootjes die haaks op de beek lagen. Voor de ruilverkaveling waren er zo’n veertig eigenaren, na 1970 nog maar zes! Belangrijke historische kaarten van dit gebied werden vervaardigd door Johan Heinrich Merner. Eén van de deelnemers vroeg René waar hij bij het invullen van de modelbeschrijving zoal tegenaan liep? Bij dit landschapsmonument liep hij vooral tegen de geschiedenis aan. Sommige archieven bevinden zich namelijk net over de grens in Duitsland. Aangezien de Ziegenbeek 15 km lang is, heb je ook te maken met veel grondeigenaren. Iedereen gaat weer anders met zijn stukje om, zo is het vegetatieverschil bijvoorbeeld heel groot. De Dotterbloem vind je sowieso volop langs de beek! De smalle stukjes zijn meestal eigen beheer, sommige stukken echter vallen onder het Waterschap. Gelukkig hebben zij veel oude archieven.

De bijeenkomst werd gehouden bij boerderij De Neeth in Barlo. Bij velen wellicht bekend door de speeltuin, het pannenkoekenhuis en boerderijmuseum. Zelf was ik er nog niet eerder geweest, terwijl het nog geen vijf kilometer van mijn huis af ligt! Melkveehouder Theo Sonderlo was aanwezig om meer te vertellen over zijn boerderij De Neeth, in Achterhoeks dialect uiteraard. De eeuwenoude boerderijnaam De Neeth is behoorlijk raadselachtig, net als het verhaal dat er niet ver van de boerderij een kasteel of havezate zou hebben gestaan uit de tijd van Karel de Grote! In de wei bevinden zich een beschermd stuk bodemarchief waar de vroegere grachten hebben gelegen, door de opa van Theo gedempt. In 1899 kocht de grootvader van Theo de hoeve (Dorus Lammers, Sonderlo ‘hef de konte er bie in gedraait’, aldus Theo…) Deze sloopte hij en bouwde in 1914 de huidige boerderij, met hergebruik van de gebinten. De oude put bleef staan waar hij stond. Een vroegere archivaris schreef dat De Neeth één van de oudste boerderijen van Barlo is, waarschijnlijk gesticht als hofboerderij van Karel de Grote. Het wegennet op historische kaarten laat zien dat De Neeth in het oude Barlo een centrale rol speelde, veel wegen kwamen daar namelijk samen.

Theo was altijd al gek van ‘old spul’, paarden en ook koetsen. De spullen moeten wel functioneel zijn en ook echt uit de Achterhoek komen. Vandaag hef ze niks meer verstand als vrogger, merkt Theo op. Mensen waren vindingrijk, alles werd met de handen gemaakt. Die oude trekkers, die kon je nog repareren met een hamer en nijptang! Hij laat ons een melkzeef zien, gemaakt van eikenhout en paardenhaar, onverwoestbaar. Gaandeweg kwamen Theo en zijn vrouw Truus erachter dat het oude boerenspul (met name bij bezoekers uit het westen) niet zo interessant wordt gevonden. Vooral oude keuken-, en slaapkamerspullen en gebruiksvoorwerpen voor de was trekt veel publiek. Een rondleiding duurt al snel anderhalf uur, koffiedrinken gebeurt in de museumboerderij. Dan krijg je de mensen aan het vertellen, glimlachte Theo. In 1950 bouwden de ouders van Theo een kar loods op De Neeth, voor de trekkers en koetsen. Deze loods werd omgebouwd, in 2016 opende hier de pannenkoekenboerderij die wordt gerund door Patrick. Theo sloot af met de opmerking dat je wel een beetje ‘een tik moet hebben’ voor je zoiets begint! Het is vooral een hobby die voornamelijk uit de eigen portemonnee komt. Samen met dochter Christel runt Theo het 120 koeien tellende melkveebedrijf dat sinds 2017 ook de officiële status van zorgboerderij heeft.

Die Holle Wegen van Barlo, die wilden we natuurlijk wel even in het echt zien! Gelukkig was dat ook onderdeel van het programma, een heuse veldexcursie. Vlak bij De Neeth ligt het Nijhofslaantje (door de Nijhof bewoners ’t Neeths-laantje genoemd),  hier stond het vroeger tot aan Lichtenvoorde vol met eikenbomen bestemd voor de leerindustrie in die plaats. De bast van de eik (eek) bevat namelijk looizuur. Door de hoge essen rondom De Neeth ligt er een schitterende holle weg, uitgesleten door smeltwater en later door de karrensporen. Het hoogteverschil tussen de hoogste es en De Neeth is ongeveer 15 meter! Bij een prachtige bloemenakker hielden we stil, onderdeel van het project ‘Samen voor de Patrijs’. Omdat de Patrijs langzaamaan lijkt te verdwijnen uit het landschap, is sinds 2013, het ‘jaar van de Patrijs’, een speciale werkgroep bezig om het tij te keren en de vogel terug te brengen. Als de Patrijs terugkomt, komen de andere vogels vanzelf, legde de gids ons uit. Met dit project gingen vijf partijen de samenwerking aan: Agrarische Natuurvereniging PAN, Vogelwerkgroep Zuidoost Achterhoek, Wildbeheereenheid Aalten e.o., Vogelbescherming Nederland en de gemeente Aalten. In de afgelopen vijf jaar is het aantal paartjes toegenomen van 3 naar 42! Mooi om te zien dat door samenwerking zoiets moois kan ontstaan. Als kroon op het werk heeft het project ‘Samen voor de patrijs’ de Gouden Mispel gewonnen (natuurbeschermingsprijs). Ieder van de bovengenoemde partijen zaait zijn eigen bloemenmengsel voor eigen doel. Bijvoorbeeld om natuurlijke vijanden te bestrijden zoals bladluizen, of zoals de gemeente Aalten voor het toerisme dat de afgelopen jaren een flinke groei doormaakt. Het project akkerrandenbeheer telt momenteel een kleine 200 deelnemers. Een kilo bloemrijk zaaimengsel (€25) wordt hen samen met de kennis van de vijf partijen beschikbaar gesteld, voor de machines zorgen de deelnemer zelf. De gidsen wezen ons de kruidige en geurige planten aan zoals Boekweit en Kaasjeskruid.

Een stukje verderop kwamen we bij het openluchttheater Markelink van Barlo. Toen het feestgebouw in Barlo te klein bleek voor het toneel, werd (vlak na de Tweede Wereldoorlog) achter boerderij Markerink een openluchttheater gemaakt voor zo’n 1500 toeschouwers. Hier zijn volgens zeggen heel wat relaties ontstaan, verliefde stelletjes verdwenen dan stilletjes achter de dichte coniferen die eromheen stonden! De zandweg liep tussen toneel en de tribune door. Onze gids vertelde nog een leuke anekdote: als de melkboer voorbij kwam, moest er even gestopt worden met het toneelspel. Rekwisieten, toeschouwers en toneelspelers gingen aan de kant zodat de melkboer kon passeren, daarna werd de uitvoering weer hervat. De wandeling ging via een stukje eigen erf (de eigenaar die buiten de krant zat te lezen grapte vrolijk: zovölle visite hebben wi-j niet op gerekend!) terug naar De Neeth. Ondanks de zinderende hitte was het beslist een boeiende wandeling.

Paul Heutinck, ontwerper van de Achterhoekse vlag, sloot de middag af. Dat was niet zomaar, want het ontwerp van deze vlag is terug te vinden in het Achterhoekse landschap. Sterker nog, het zou maar zo eens een luchtfoto van Barlo kunnen zijn! Paul haalde zijn inspiratie daadwerkelijk uit een luchtfoto die hij ooit zag. Een lappendeken met de felgroene kleuren van vers gras, de onregelmatige vormen van percelen en kromme weggetjes. Waren de lijnen in de vlag recht geweest, dan had het ook een polderlandschap kunnen zijn. Paul is er best trots op dat hij als Achterhoeker (geboren en getogen te Lintvelde, Beltrum) als winnaar is verkozen. Inmiddels zijn er vele duizenden exemplaren van de vlag verkocht, ook bij mij ligt hij natuurlijk op de plank.

IMG_9081
Holle weg vanaf De Neeth. 

 

 

Struinen langs de Berkel

Dinsdag 7 mei was de vijfde lezing van het Achterhoek College door het Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers, in Almen deze keer. Een Achterhoeks dorp waar ik eerlijk gezegd nog nooit eerder in of rondom was geweest. De autorit ernaartoe was al een beleving op zich! Prachtige landelijke en verlaten weggetjes, met overigens heel veel schitterende oude schuurtjes en kippenhokken. Vanaf Stichting Ons Huis Almen, het dorpshuis en letterlijk middelpunt van Almen, zijn we onder leiding van Jaco van Langen die dit vijfde college verzorgd naar de oever van de Berkel gewandeld. Binnen enkele minuten stonden we in een schitterend stukje natuur!

Jaco van Langen studeerde cultuurtechniek, en kan ons enorm veel vertellen over water-, en natuurbeheer. Als projectmanager bij Waterschap Rijn en IJssel werkt hij onder andere aan de inmiddels vierde Berkelverbetering. De eerste Berkelverbetering was al in 1882, het jaar dat ook in het oosten van Nederland het Waterschap werd opgericht (in het westen gebeurde dit al enkele eeuwen daarvoor). Met name bij Eibergen vonden enorme wijzigingen plaats, waardoor de Berkel steeds verder van het dorp kwam te liggen. De werkzaamheden van 1882- 1899 bestonden vooral uit het afsnijden van de bochten, en het breder maken van de Berkel. Tijdens de tweede Berkelverbetering (1921- 1945) werd o.a. het Twentekanaal aangelegd en bouwde men stuwen in de rivier. Tegenwoordig liggen er nog 22 stuwen in de Berkel. De derde naoorlogse Berkelverbetering vond plaats van 1963- 1977. Bij Borculo, dat in 1960 nog helemaal blank had gestaan, kwam een omleiding en het aquaduct. Bij Lochem kwam een aflaat, in Zutphen het gemaal Helbergen en bij Rekken de zandvang. Gedurende al die jaren veranderde de Berkel in een rechte saaie rivier, was eigenlijk meer een kanaal geworden. De laatste jaren werd er gelukkig een hermeandering tot stand gebracht. Door het terugbrengen van bochten in de rivier zijn er verloren gegane stukken natuur opnieuw toegevoegd waardoor er in totaal nu 2500 meter meer Berkel is ontstaan. Op deze manier kunnen er weer veel meer plant-, en diersoorten in en bij de Berkel leven en het water is er bovendien ook veel schoner van geworden. Eigenlijk wordt er al vanaf de middeleeuwen aan de Berkel gewerkt, met name de Berkelcompagnieën speelden hierbij een belangrijke rol. Het voornaamste doel was om hem beter bevaarbaar te maken.

De Berkel is een 110km lange rivier, die zijn oorsprong heeft in het Duitse Billerbeck aan de voet van de Baumberge. Meerdere bronnen voegen zich onderweg bij het riviertje. Bij buurtschap Oldenkotte (vlakbij het Gelderse Rekken) komt de rivier de Achterhoek binnen, om vervolgens bij Zutphen uit te monden in de IJssel. Heel vroeger stroomde de Berkel van oost naar zuid waar hij in de Rijn uitmondde! In Duitsland stroomt de Berkel onder andere door Coesfeld, Stadtlohn en Vreden. Het hoogteverschil is enorm, ruim 100 meter! De Berkel ontspringt zoals gezegd in het Duitse Billerbeck op 125 meter boven N.A.P. Bij de uitstroom in de IJssel is de bodemhoogte nog maar 4 meter boven N.A.P. De Berkel werd door watermolens dankbaar gebruikt als energieleverancier. Watermolens waren het centrum van ambacht, hier ontstond handel (handel in de landbouw was toen nog erg kleinschalig). De oudste watermolen op de Berkel is die van de hof te Vaarwerk in Olden Eibergen (buurtschap in gemeente Berkelland), die al in 1188 genoemd wordt. Slechts twee overleefden de tand des tijds, de De Mallumsche Molen en de Oliemölle in Borculo. Vanaf het jaar 1670 waren de Berkelzompen (een kleiner model zomp) een belangrijk vervoermiddel op de Berkel, die overigens pas sinds 1600 enigszins bevaarbaar was. De zomp ontstond uit de vraag naar een vervoermiddel dat meer kracht en laadvermogen had dan paard en wagen, en waarmee men minder hinder zou ondervinden van de vaak slecht begaanbare zandpaden in de Achterhoek. Het platbodem scheepje dat zo’n 40 cm diep in het water lag was heel erg geschikt voor de toen smalle, bochtige en ondiepe Berkel. De Berkelscheepvaart kwam eind 1700 goed op gang. Hout en katoen was het belangrijkste product dat door zo’n 80 schepen werd vervoerd tussen Zutphen en het Duitse Vreden. Een aantal natuurgetrouwe replica’s van de Berkelzomp varen nu de Berkel op en neer als toeristische attractie.

Van Almen tot Warnsveld mag de Berkel dus weer slingeren. De oevers wisselen elkaar af van steil en kaal tot slechts heel licht hellend en moerasachtig. Dood hout wordt niet meer verwijderd, in sommige gevallen zelfs expres aangebracht. Op deze manier ontstaat er meer verschil in waterdiepte en stroomsnelheid. De Besselinkstuw bij Almen en de Warkenstuw bij Warnsveld zijn zo gemaakt dat ze passeerbaar zijn voor vissen. Heel belangrijk omdat vissen zich van nature door beken en rivieren heen en weer bewegen, ook tegen de stroming in. In de stuw zorgt een kunstmatig opgewekte waterstroom ervoor dat de vissen naar de vispassage worden gelokt, deze nagemaakte stroming is iets sterker dan de natuurlijke stroming vanuit de stuw, wat de voorkeur van de vissen heeft. Inmiddels is zelfs de in Nederland zeldzame waterspreeuw (vogel) in de Berkel waargenomen. Waterspreeuwen gebruiken hun vleugels om onder water te zwemmen en kunnen over de bodem lopen om daar naar voedsel te zoeken. In de toekomst zullen de Berkelverbeteringen zich vooral richten op het op orde krijgen van de natuur zonder dat de landbouw hierbij in het geding komt. Er wordt nagedacht over de vraag hoe we het neerslagoverschot beter vast kunnen houden voor tijden van droogte en hoe het water beter gezuiverd kan worden van medicijnresten.

Zo aan de oever van de Berkel begrijp je meteen waarom het een favoriete en veelbeschreven plaats is van de Achterhoekse dichter en landbouwkundige Anthony Staring. Het is er werkelijk schitterend! In Almen kun je bij Zwembad en kanocentrum De Berkel o.a. kano’s en waterfietsen huren. Aan de oever staan bovendien sinds 2017 drie prachtige lichtblauwe trekkershutten. Ik zie meteen een prachtige schrijfplek! Hier kom ik zeker nog eens terug.

DSC_4563-HDR