Ontmoet de Achterhoek, etappe Haarlo – Beltrum.

Mijn laatste doordeweekse vakantiedag kon ik nog mooi een etappe van ‘Ontmoet de Achterhoek’ wandelen. Wederom startte ik in Haarlo, en begaf mezelf richting Beltrum. Zo aan het einde van deze vrijdagochtend vochten de warme zon en de witte wolken om het beste plekje aan de hemel. Het leverde spectaculaire mooie luchten op!

Al snel wandelde ik in Haarlo langs de koepelkerk die ook wel om z’n achtkantige vorm “de Kluntjespot” (dialect voor suikerpot) wordt genoemd. De kerk is op een terp gebouwd (1858) en ligt verscholen achter het groen van statige eiken. Voor de kerk staat een beeld van een boer op klompen. Handen op de rug, pet op. De rustende landbouwer heet het. Ik dacht meteen aan mijn opa. Altijd op klompen, blauwe overal aan en pet op. Hij was het die mij de liefde voor de Achterhoekse streek met de paplepel ingoot.

Via het kerkpad liet ik de Kluntjespot achter me, Landgoed Wolink tegemoet. Die gave boomhut langs het pad viel mij meteen op. Even later kwam de monumentale boerderij ook in zicht. Het bleek onderdeel van Erve Veldink. Even later wandelde ik Landgoed Wolink binnen, een en al genieten! Schitterende frisgroene bospaadjes en lange statig bomenrijen. Ook mijn ogen vielen op het Mariabeeldje in de holle boom. Terwijl ik een foto maakte wandelde een vrouw met haar hond mij tegemoet. Ze lachte en vertelde dat vele wandelaars hier een foto van maken. Ik had hem inderdaad ook al eens voorbij zien komen, zonder de exacte locatie op te zoeken overigens. Ze vertelde dat het beeldje sowieso in 2011, toen zij hier kwam wonen, al in de boom stond. De geschiedenis of betekenis erachter kon ze mij niet vertellen. Het landgoed is een mooi voorbeeld van een typisch Achterhoeks kampenlandschap. Deze ‘kampen’ rond de oude hoeve bestaan uit een kleinschalig mozaïek van hoge akkers, bossen en hoogstamboomgaarden. Op het landgoed Wolink heb je telkens mooie doorkijkjes naar de monumentale boerderij zelf. Er komen meer dan zestig soorten vogels voor, een hoog aantal voor zo’n klein gebied. De oude bomen zijn ideaal om in te nestelen voor de zwarte specht, bosuil en boomklever. Erve Wolink is een karakteristieke boerenhoeve uit 1770. Deze boerderij is een beschermd monument en in bezit van het Gelders Landschap. De boerderij bevat twee zogenaamde endskamers. Iets bijzonders bij sommige Achterhoekse en Twentse boerderijen. Het is een uitgebouwde kamer tegen de voorgevel. Mogelijk werden deze endskamers bij een los hoes gebouwd om althans over één rookvrije kamer te kunnen beschikken. Meestal diende de endskamer als woonruimte voor de ouders die zich uit het boerenbedrijf hadden teruggetrokken, zoals ook bij Erve Wolink het geval is.

Rondom Haarlo staan tal van de door mij zo geliefde oude schuren. Aan oude monumentale boerderijen ook geen gebrek! Sommigen staan leeg, zijn verlaten. Ik passeer zelfs een kanon??, het is er blijkbaar geplaatst door Haarlo’s Belang als boodschap. Welke dat is heb ik nog niet kunnen achterhalen. Dan ineens staat er een nieuwsgierige koe midden op mijn wandelpad, al snel volgen er meer. Heel vermakelijk, ik ben verzot op koeien en meestal net zo nieuwsgierig naar hen als andersom. De ‘Stille weg’ deed zijn naam eer aan, ik kwam niemand tegen.

Langzamerhand wandel ik Beltrum binnen. De voormalige boerderij van de familie Nahuis is mij welbekend. Het werd omgebouwd tot het huidige cultuurhuis Het Noasman. Ik ben fan van hun georganiseerde wandeltochten. De interesse in natuur en het feit hun grond te kunnen behouden heeft de familie Nahuis doen besluiten om de landbouwgrond om te zetten in natuur. Zo is landgoed Het Noasman ontstaan in 2005. De natuur bestaat uit een goed ontwikkeld  en afwisselend loofbos, gedeeltelijk moerasgebied, een vijver, een eiland,  met gras en rondom een waterpartij. Aan de rand van het water is in 2011/2012 een vleermuiskelder met oeverzwaluwwand aangelegd, en je vind er zelfs een uitkijktoren. Even verderop ontmoet ik dan eindelijk het beroemde rustpunt Tokke Wekke. Het oorspronkelijke huisje stamt uit 1870 en was vermoedelijk een bakhuisje. Daarna diende het onder andere als garage , klushok en kippenhok. In de jaren 60 en 70 was het voornamelijk een ontmoetingsplek voor jongeren waar zelfs ooit een popconcert plaats vond op de platte wagen! De geschiedenis herhaalde zich in 2004 toen de volgende generatie wekelijks bij elkaar kwam om het huisje te renoveren. Vanaf mei 2011 werd het in gebruik genomen als rustpunt. Naar mijn idee het meest unieke rustpunt in de Achterhoek!

Al wandelend over de Beltrumse kerkepaden nader ik het eindpunt van deze etappe. De volgende etappe begint ook weer op deze kerkepaden. Ik kijk er nu al naar uit. Wat maakt Mooi Achterhoek toch schitterende routes! Het bronzen beeld Keer Omme had bekijks en werd gefotografeerd door passerende fietsers. Het toont schildpadden uit de hele wereld, op de borststukken van de schildpadden zijn kusten en eilandengroepen afgebeeld waar ze voorkomen. Dit beeld symboliseert het verglijden van de tijd. De kunstenaar gebruikte daarvoor de fabel van de haas en de schildpad, een van de fabels van Aesopus. Haas en schildpad houden een wedloop. Haas denkt makkelijk te zullen winnen en spant zich totaal niet in. Onderweg doet hij een zelfs een dutje. Als hij wakker wordt, heeft schildpad de finish echter al bereikt. Zo verliest haas de wedstrijd. De moraal van het verhaal is dat hardlopers doodlopers zijn en dat langzaam-maar-zeker-werk tot goede resultaten leidt.

Ontmoet de Achterhoek, etappe Haarlo – Eibergen.

Een zonnige lentedag met een vrije middag. Daar paste 22 april deze ruim tien kilometer lange wandeling prima in, zeker gezien ik een lift kreeg naar het beginpunt in Haarlo. Een dorpje dat ik oppervlakkig kende van het televisieprogramma Zomer in Gelderland. Ik was aangenaam verrast toen bleek dat dit zelfde dorpje ooit landelijk nieuws was vanwege de muntschat.

Op het erf van boer Memelink werden in 1980 maar liefst 1100 munten gevonden uit de dertiende eeuw! Een deel van de munten ligt tentoongesteld bij Museum de Scheper in Eibergen. Rondom een berg ingekuild veevoer moest een geul worden gegraven, zoon Jan (22 jaar) ging hier mee aan de slag. Hij vond tijdens het graven ronde groene schijfjes? Na wat krabben en poetsen bleken het zilveren munten te zijn. Herman Schepers, oprichter van Museum de Scheper, werd uitgenodigd om te komen kijken. Voorzichtig verder graven resulteerde in de vondst van ruim 1100 munten die verpakt moeten zijn geweest in wat ooit een stenen kruik was. Men vond hiervan de scherven, en het hooi waarmee de kruik vermoedelijk gevuld was. De groene aanslag kwam omdat het zilver vermengd was met koper, wat wijst op vervalsingen. De munten werden vermoedelijk rond het jaar 1280 begraven.

In de Middeleeuwen was het niet ongewoon dat de Gelderse heren op eigen kosten Engelse munten nabootsten. Zij voorzagen de munten van buitenlandse afbeeldingen en teksten en brachten zo niet te traceren zwart geld in omloop. De winst van deze valsmunterij staken zij uiteraard in eigen zak. De muntenvondst (een groot aantal vervalsingen) betrof Engelse en Schotse penny’s, Franse, Brabantse en Gelderse munten en een groot aantal penningen o.a. uit Münster en Recklinghausen. Bij gebrek aan banken verstopten de meeste mensen destijds hun kostbare bezittingen onder de grond. Het grootste gedeelte van de munten werd geveild. Een selectie van 60 munten en de gerestaureerde kruik gingen naar Museum de Scheper. De vondst haalde zelfs het NOS journaal. Het was dan ook één van de grootste vondsten ooit in Nederland. Boer Jan begon van de opbrengst een bedrijf in Denemarken.

Vanuit Haarlo wandelde ik al snel via de Avinkstuw langs de Berkel. Een groepje kanovaarders gingen juist het water op. Aan de zijkant van de stuw ligt een mooie vispassage. De meeste boeren hebben de akkers geploegd wat een strak lijnenspel oplevert. Aangekomen bij de Eibergseweg, ging ik eerst even een klein stukje ‘de verkeerde kant’ op. Ik was benieuwd naar nummer 58. Zowel de boerderij als vrijstaande schuur zijn geregistreerd als Rijksmonument. De schoppe is inderdaad prachtig! Even verderop staat in het land nog een fantastische oude schuur, deze is echter overgeleverd aan Moeder Natuur. De zaterdagweg is een dromerig en opvallend stoffig zandweggetje. Het deed me denken aan de fietstochtjes met mijn opa naar zijn gehuurde weiland in het Korenburgerveen. Sommige zomers was het zand zo mul dat we amper vooruit kwamen.

Na het oversteken van de Twenteroute via twee trappen, liep ik al snel weer in landelijk gebied. Het buitengebied van Eibergen, en even later door de bebouwde kom. Er was veel te zien onderweg. Zo passeerde ik botenhuis ’t Vonder. Eigenhandig gebouwd door de (vrijwillige) schippers van de berkelzomp. Het lag er helaas verlaten bij. Aan de Haaksberseweg, bij hotel de Kastanjefabriek was het een heel stuk drukker! In 1834 bouwde de Belgische industrieel Bouquié deze fabriek. Die staat ook nu nog in de volksmond bekend als de kastanjefabriek. Hij zou er een weverij in vestigen, waar rond de 150 weefgetouwen stonden. Op een gegeven moment werd er werk geboden aan 300 mensen. Rond deze fabriek aan de Haaksbergseweg stonden kastanjebomen, vandaar de naam. Later was het van de familie Prakke. Over hen vond ik een prachtig artikel, te lezen via de link onderaan mijn fotovertelsel.

Even later wandelde ik weer langs de Berkel. De dikke dame staat klaar in haar badpak, de wapperende Achterhoekse vlag een paar meter verder. Wandelpark de Maat is het laatste groene stuk van deze etappe. Daar trof ik een laatste interessant object, een standbeeld geplaatst in 1983. Het toont twee figuren die ergens onder schuilen. Schuilen voor een atoomaanval. In 1983 was dit een reële angst, het was tenslotte het hoogtepunt van de Koude Oorlog. Toen de gemeente Eibergen destijds de ondergrondse parkeergarage aan de Grotestraat wilden bouwen, konden zij subsidie krijgen om deze als atoomschuilkelder te bouwen. Al snel werd hier tegen geprotesteerd. Het Energie Komitee Oost Gelderland (EKOG) wist tientallen burgers en zelfs de  anti-kern-energiebeweging uit Nijmegen achter zich te krijgen. Het bouwterrein werd bezet, en de landelijke media kwam verslag doen. Ondanks alles wordt de parkeergarage toch gebouwd en gaat men weer over tot de orde van de dag. Het actiecentrum van het EKOG op de hoek Kerkstraat/De Hagen kreeg er als nevenactiviteit een kringloopwinkel bij. Daaruit ontstond het tegenwoordige Kringloopcentrum Aktief. Mooi, al deze stukjes tastbare geschiedenis in de Achterhoekse streek!

http://www.historischekringeibergen.nl/het-huis-van-mevrouw-betsie/

𝑶𝒏𝒕𝒎𝒐𝒆𝒕 𝒅𝒆 𝑨𝒄𝒉𝒕𝒆𝒓𝒉𝒐𝒆𝒌, 𝑹𝒆𝒌𝒌𝒆𝒏 – 𝑬𝒊𝒃𝒆𝒓𝒈𝒆𝒏.

De laatste grote verbouwing thuis zit erop, de uitbouw aan de voorzijde is zo goed als klaar. Hoog tijd voor een nieuwe etappe van Mooi Achterhoek. Om klokslag 08.00 uur stond ik voor café Kerkemeijer in Rekken. Het is een frisse lentedag, echter eenmaal onderweg voelt het prima. Bij de nostalgische bushalte in Rekken (zie vorige column) staat de weekmarkt van Rekken. Drie kramen sterk!

Achter de Antoniuskerk ligt een klein verscholen paadje. De toren van de kerk is overigens een stuk ouder dan de kapel zelf. De laatste werd namelijk door bliksem verwoest (en ook weer herbouwd) in 1889. De toren stamt uit 1655. Het wandelpad slingert zich al snel links en rechts langs de Berkel, een prachtig natuurgebied! Er grazen schapen, ik hoor talloze vogels en vlak voor me kiezen twee hazen het hazenpad. Het is er behalve de natuurgeluiden totaal verlaten, wat een genot om dit alles voor mijzelf te hebben. Via een trekpontje steek ik het riviertje over.

Een boer is druk bezig met het ploegen van de enorme akker waar ik langs loop. Hij wordt achtervolgt door een flinke stofwolk en een troep meeuwen. Tussen de boerderijen door wandelend over geasfalteerde binnenwegen kom ik al snel weer bij kleine bospaadjes. Prachtig, die frisgroene lentekleuren! Bij de verschillende boerenerven is altijd wat te zien. Van nieuwsgierige koeien tot een verzameling oude nostalgische caravans waar de natuur inmiddels zijn intrek heeft genomen.

De Brekenweg bij Rekken is een prachtig zandpaadje dat zich door natuurgebied den Breken heen slingert. Hier ligt het enige hoogveentje van Berkelland. De zeldzame plant Rijsbes schijnt hier te groeien. Dat staat hoog op mijn wensenlijst, om ooit nog eens een IVN plantencursus te volgen. Natuurlijk maakt ik hier een foto-stop. Ik neem ook meteen even de tijd om een boterham te eten. Ondertussen wint de zon ook al steeds meer terrein.

Het Kerkloo-bos heeft Eibergen te danken aan een oud-burgemeester. Na zijn overlijden in 1924 liet Smits zijn Kerkloo-bos na aan de Eibergse gemeenschap. Hij liet de toekomst van het bos nauwkeurig vastleggen zodat het altijd een wandelbos blijft. De Ramsbeek schittert hier in het zonlicht. Langzaamaan wandel ik richting de Mallumse molen. Eerst passeer ik nog het labyrint van Mallum. Het werd in 2003 aangelegd door de Schotse landkunstenaar Jim Buchanan. Zijn inspiratie haalde hij uit een Griekse munt, het vierkante Knossos-model. Het labyrint is ongeveer 270m lang. Rond 1750 werd de Havezate Mallum gesloopt. De Heer van Mallum nam zijn intrek in het Muldershuis naast de molen. Die gracht van de voormalige havezate is het enige bewijs dat het gebouw er ooit stond. Het bordje bij de toegangspoort is verdwenen, in de toren lijkt nu en dan geslapen te worden? Het geheel doet een beetje treurig aan eerlijk gezegd.

Ook het Muldershuis ligt er wat somber bij. Op een mooie dag als deze zat normaal gesproken het terras al aardig vol. Vlak voor het hele Corona gebeuren, had ik er een geweldig leuke foto-opdracht voor een buitenbord op het terras, tevens een stukje reclame voor het varen met de Berkelzomp. Het beeld was die dag heel wat vrolijker dan vandaag… De dichter Gerrit Achterberg woonde een kleine twee jaar in Eibergen. Hij schreef toen een gedicht over de Mallumse molen:

Uit de middeleeuwen van Arij Prins

is deze molen overgebleven.

Hout, water en leven

hielden dezelfde, eensgezinde kracht.

Samen verheffen zij zich boven hun macht

en dalen in elkanders zegevieren af.

Rustpunten, op en af,

voltooien de inwendige beweging,

O balkenhart, dat in de bossen klopt.

Via onderstaande link kun je alles lezen over de molen zelf.

http://www.waterradmolens.nl/Gelderland/Eibergen.htm

Over de Joodse begraafplaats had ik al eens wat beknopte informatie gekregen tijdens een IVN Heksentocht over het Wievenveld. Voor ik deze etappe ging wandelen heb ik me er nog wat meer in verdiept. Vanaf 1643 hebben zich met enige regelmaat joden in Eibergen gevestigd. De gunstige ligging vlakbij de grens maakte de plaats voor Duitse joden gemakkelijk bereikbaar. In 1786 betaalden zeven gezinnen een jaarlijkse stadsbelasting: het Jodentribuut. Al vóór 1756 was er een joodse begraafplaats, bijgenaamd De Jodenbelt. Deze lag even buiten Eibergen aan de Berkel (huidige Rekkense Binnenweg). Op de joodse begraafplaats staat een herinneringssteen ter nagedachtenis aan de dertien familieleden die niet in Eibergen hun laatste rustplaats vonden maar in de oorlog zijn weggevoerd en vermoord. Hier liggen drie generaties Zion begraven. De familie Zion stamt origineel uit Augustowa, Polen. De eerste Zion in Eibergen was David Zion, die in 1852 38 jarige leeftijd naar Eibergen was gekomen. Hij zou er gedurende 25 jaar als Joodse leraar fungeren. Zijn zoon en twee kleinzoons liggen net als David begraven op de Joodse begraafplaats in Eibergen.

Kleinzoon Migels Zion (1868-1937) kocht in 1909 het pand van barbier Wilhelmus Antonius te Nijenhuis en begon er een manufacturenwinkel. Dat was het begin van modezaak en warenhuis Gebr. Zion, dat er op deze locatie tot 1973 gevestigd zou blijven, in de  Achterhoek bekend als de grootste kledingwinkel in de regio, ‘met de zeven etalages’. De drie broers Julius, Salomon en Zadok Zion (zonen van Migels) wisten door onder te duiken de oorlog te overleven. Omdat zij kleding en stoffen hadden verborgen, konden ze na de oorlog de zaak heropenen. Op deze locatie bevindt zich nu Harry’s Snackcounter. In 2020 kwam de kleinkinderen van David Zion, Hona en Esther, in het nieuws vanwege het terug geschonken kristallen  familieservies. https://www.destentor.nl/enschede/verborgen-joods-servies-na-78-jaar-terug-bij-de-familie-zion-in-enschede~a2f7bb02/

Over deze Joodse begraafplaats in Eibergen verscheen in 2017 het boek Jöddenbulten. Op het Wievenveld vind je ook het huis van Aaltjen Brouwers. Door de omgeving beschuldigd van hekserij en toverij. Om dit ongedaan te maken liet ze zich in 1694 wegen op de heksenwaag in Oudewater. Het getuigenschrift dat haar een vermogen had gekost, heeft haar echter nooit verlost van deze beschuldiging!

http://www.facebook.com/klomptgoed

Ontmoet de Achterhoek, etappe Rietmolen naar Rekken.

Voordat ik van start ging in Rietmolen, maakte ik eerst een korte tussenstop in Neede. Ik wilde graag eens kijken bij Natuurpark Kronenkamp. In 2019 stond dit project in de top 3 van genomineerden voor de Gouden Gelderse Roos. De voormalige rioolwaterzuivering van Neede was al sinds 2003 niet meer in gebruik. Een aantal Needenaren zagen kansen in het overwoekerde terrein met de vervallen gebouwen. Samen met de omwonenden maakten zij een plan voor een natuurpark. Zo is de voorgistingstank een winterverblijf voor vleermuizen geworden en een filter van 300 m² functioneert nu als bezoekerscentrum waar de geschiedenis van Neede op 24 panelen wordt weergegeven. Hier is tevens de grootste vleermuizenexpositie van Nederland!

Er is op het veilig gemaakte terrein een heuvel gevormd met daarin een klein openluchttheater wat ook als klaslokaal kan worden gebruikt. Een stuk natuurvriendelijke spouwmuur bied een beschutte plek aan insecten, vogels en ook vleermuizen. Vanaf de uitkijkheuvel zie je meteen de prachtige vleermuis in het metselwerk. Sinds 2018 is dit alles een gemeentelijk monument, daarmee is de toekomst van dit project gewaarborgd. Mijn vader werkte een groot deel van zijn leven bij rioolwaterzuivering De Bilt. Als kind heb ik heel wat uren op dat terrein doorgebracht. Erg leuk om te zien hoe Neede dit stukje industrie heeft omgezet in een prachtig en functioneel natuurpark.

De bushaltes van Rietmolen zijn voorlopig niet bereikbaar. Ik stapte uit bij Brammelo Roerink aan de Eibergsestraat. Een klein stukje verderop, bij de Assinkweg, pakte ik de route op. De vorige keer liep ik namelijk al het beginstukje vanuit Rietmolen in tegengestelde richting. Toen ik van huis wegfietste was het precies 0°C! Inmiddels stond de zon fier aan de hemel en kleurde de lucht helblauw. Op een doordeweekse dag kom je meestal niet heel veel andere wandelaars tegen. Dat vind ik eerlijk gezegd wel prettig. Dan kan ik me ongestoord helemaal onderdompelen in de natuur.

Al snel liep ik over prachtige kleine wandelpaadjes, al slingerend over Landgoed Het Lankheet. Het gebied is zo’n 500 ha groot. Het bestaat voornamelijk uit naaldbos, heide, hoogveen en vennen. Het (provincie) grensoverschrijdende landgoed tussen Haaksbergen en Eibergen heeft een geschiedenis die teruggaat tot het jaar 1188. Anderzijds zie je hier ook de meest moderne technieken op het gebied van waterzuivering, energiewinning, multifunctionele klimaatbossen, houtteelt, jeugdeducatie en jeugdzorg, kunst en theater. Ik zie inderdaad veel nieuwe aanplant in het bos. Ik was wederom aangenaam verrast door de mooie omgeving. Deze ‘achterhoek’ van de Achterhoek kende ik nog niet zo goed. Ergens in de verte hoorde ik twee vrouwen praten en lachen. Ze zaten op een prachtig plekje te lunchen, onder een grote boom aan de rand van de heide. Een eindje verderop volgde ik hun voorbeeld. Ik kan mezelf dan zo ontzettend bevoorrecht voelen.. Om zomaar op een doordeweekse dag op zo’n fantastische plek in het zonnetje mijn verse boterhammen te kunnen eten. Wat hebben we het goed!

In Het Lankheet is in 1999 weer begonnen met ‘het op traditionele wijze bevloeien van graslanden’. Zogeheten vloeimessen (halfronde ijzeren plaat aan een steel) worden gebruikt om het water in de vloeigoot te stuwen en zo geleidelijk over de graslanden te laten stromen. Het betreft een middeleeuws watersysteem waarbij lokale kwel -rijk aan kalk en mineralen- werd gebruikt om graslanden te bevloeien bij wijze van natuurlijke bemesting. Het opstuwen van water activeert het ‘verborgen’ ondergrondse watersysteem. Bronnen ‘ontwaken’, bodems van ooit drooggevallen beekjes vullen zich. Er zijn nog maar twee locaties in Nederland waar deze oude techniek wordt toegepast, op Het Lankheet en De Pelterheggen in Noord-Brabant. De techniek maakt dan ook officieel onderdeel uit van de nationale Inventaris Immaterieel Erfgoed. Met de komst van de kunstmest in de 20e eeuw is deze historische wijze van bemesten verdwenen. Het water moest nu juist van het grasland af om te voorkomen dat de dure kunstmest zou wegspoelen. Het grondwaterpeil daalde sindsdien enorm. Ik ga zeker nog eens kijken in het Twentse Waterpark. Vooralsnog is het Achterhoekse deel enorm genieten. Ik hoor allerlei vogels kwetteren en fluiten en zie de mooiste mossen en planten. Na even speuren heb ik de kloppende Bonte Specht gevonden.

Naarmate de wandeling volgde, werd het landschap meer open. Ik kwam langs boerderijen, ontdekte twee oude schuurtjes en liep een eindje langs de Koffiegoot. Officieel heet het beekje dat naar de Berkel stroomt de Middelhuisgoot. In de volksmond wordt het stroompje echter de “Koffiegötte” genoemd vanwege het bruine water, dat vanuit het Haaksbergseveen werd aangevoerd. Toch is het water niet vies. Waterschap Rijn en IJssel heeft in de Koffiegoot de zeldzame modderkruiper, bittervoorntjes, beekdonderpad en de beekprik gevonden. Mooi bewijs dat het water in de goot steeds zuiverder wordt!

Tot slot doemde in de verte de Piepermolen en kerktoren van Rekken op. De Piepermolen is vernoemd naar de familie Pieper die de molen van 1907 tot 1965 in bezit had. Nog een laatste foto van het prachtig nostalgisch bushokje gemaakt, inmiddels bekend als ‘Rekken Centraal’. Het bushokje zoals dat eerder bij tbs-kliniek Oldenkotte stond, is helemaal in de oude GTW-kleuren teruggebracht. Het gietijzeren haltebord is een schenking van het ov-museum in Doetinchem. De Rekkense smid Tim Vos heeft er een passende paal voor gemaakt. Die is zwart gelakt, zoals ooit standaard was bij de GTW-bushaltes.

𝑶𝒏𝒕𝒎𝒐𝒆𝒕 𝒅𝒆 𝑨𝒄𝒉𝒕𝒆𝒓𝒉𝒐𝒆𝒌, 𝒆𝒕𝒂𝒑𝒑𝒆 𝑹𝒊𝒆𝒕𝒎𝒐𝒍𝒆𝒏 𝒏𝒂𝒂𝒓 𝑵𝒆𝒆𝒅𝒆.

Woensdag 3 maart weer een kleine 20km door de Achterhoekse streek gestruind. De N315 tussen Neede en Rietmolen is tijdelijk geheel gesloten voor verkeer vanwege verbreding van deze provinciale weg, dus ook de bushalte nabij Rietmolen is onbereikbaar. Met wat extra kilometers kwam ik uiteindelijk toch bij de start van deze etappe

Neede kwam rond het jaar 1600 als gevolg van de ontwikkelingen in de Tachtigjarige Oorlog onder sterk calvinistische invloed. Na de verovering van de Heerlijkheid Borculo door Maurits van Oranje was in Neede alleen nog het Nederduitse gereformeerde geloof toegestaan. Volhardende katholieken verlieten Neede in eerste instantie voor verborgen missen, bij ’n Brook’n, ofwel Brammelerbroek, een buurtschap ten noorden van het toen nog niet bestaande Rietmolen. Uiteindelijk heeft dit wel geleid tot het ontstaan van het dorp Rietmolen. Op deze woensdag staat er een kleine warenmarkt voor de kerk. Aan de overzijde van de bijzonder ogende Sint-Caeciliakerk bezoek ik de oude begraafplaats. Hier bevind zich het monument voor de ongedoopte kinderen van Rietmolen.

Vroeger werden doodgeboren baby’s niet op de begraafplaats van de kerk begraven in gewijde grond. Omdat zij nog niet gedoopt waren, kregen zij een plek achter de Mariakapel onder de heg. In veel plaatsen moest men zelfs het eigen grafje graven. Tot ver in de jaren zestig waren dat de regels van de Katholieke kerk. Een gestorven ongedoopt kind was vroeger eigenlijk een taboe, hij of zij was namelijk niet verlost van de erfzonde. Er werd geen administratie bijgehouden, men weet dus niet precies hoeveel grafjes er zijn. Veel ouders weten niet eens meer precies waar hun baby is begraven. Met het monument is er nu eindelijk een plek gekomen die troost kan bieden. Het monument is gemaakt door kunstenares Anneke te Vregelaar uit Rietmolen. Hopelijk is ook het gevonden baby’tje uit ’s Heerenberg in Gods hand… 

Het dorp heeft overigens ook twee heuse beroemheden. – De broers Richard en Roeland Nales uit Rietmolen hebben een ‘ski-trekker’ uitgevonden waarmee ze sinds 2016 door de Buurserbeek kunnen waterskiën. Typisch iets van deze streek! Creativiteit, innovativiteit en handarbeid. Willen we iets, hebben we het niet, dan maken we het zelf!

Langzaamaan wandel ik het natuurgebied Het Needse Achterveld binnen. Het is één van de laatste natte heidegebieden in de Achterhoek. Het is geen groot gebied, zo’n 110 hectare. Er groeien hier echter wel heel veel verschillende bomen, struiken en bloemen. Dat maakt het een bijzonder, bijna niet-Nederlands gebied! Ik heb het gevoel ‘op safari’ en ver van de Achterhoek. Oude eiken, een verdronken Elzenbroekbos (‘broek’ komt waarschijnlijk van het Duitse “Bruch”, dat “Moeras” betekent), en niet te vergeten de heide met jeneverbesstruiken en wilde gagel. Deze struik vindt je alleen op natte zure heidegrond, wat op nog maar weinig plekken in Nederland het geval is. Op het Needse Achterveld kom je verschillende bollen tegen. De wilde gagel is op zijn mooist in april en mei, dan krijgt de struik zijn herkenbare oranje kleur. Vergeet vooral niet te ruiken aan deze plant (wrijven tussen je vingers), de citroenachtige zeepgeur zal je tegemoet komen. Vanwege deze geur werd de wilde gagel vroeger veel gebruikt voor in de bedstee (verdreef de vlooien). Ik geniet van iedere stap door dit prachtige stukje Achterhoek. Slechts een enkele keer kwam ik een andere wandelaar tegen. Ik hoorde vooral heel veel vrolijke vogeltjes.

Nabij het hoveniersbedrijf De Tuinen van Geerdink op de hoek van Waterleidingdijk – Visschemorsdijk, zag ik vanuit de verte de olifant al staan. Bijzondere creaties, zowel de olifant als het kantoor. Een stukje verderop staat daar, statig langs de buurserbeek, de nostalgische bushalte van de vroegere buurtbus lijn 192. Deze reed van Lichtenvoorde via Zieuwent en Mariënvelde naar Ruurlo. Halte Kerkplein was te vinden in Ruurlo. Hoe en waarom de bushalte hier is beland is mij tot op heden nog onbekend? Nog iets verderop aan de Waterleidingdijk nog meer nostalgie. Schuin tegenover Het Gedenkbos Neede ligt namelijk voormalig buitenbad Het Vleer dat op 2 juni 1934 officieel in gebruik werd genomen. De oude toegangshekken en duikplank zijn de laatste stille getuigen. Inmiddels is het een paradijsje voor de boomkikkers. Het was sowieso al een vaste verblijfplaats voor één van de grotere populaties boomkikkers in de Achterhoek.

Rondom Neede liggen prachtige kerkepaden. Via een aantal van deze paden bracht de wandelroute mij terug naar het busstation van Neede. Al wandelend moest ik denken aan de jaarlijkse jammarkt. Hopelijk kan hij deze zomer weer georganiseerd worden. Ieder jaar op de derde woensdag van augustus organiseert Neede deze Jammarkt. Begin 1900 stond in Neede namelijk de jamfabriek van Tuinbouwmaatschappij Gelderland. Het succes was groot, de jam ging de hele wereld over. Er werkten meer dan 100 mensen in de fabriek! Vooral in Nederlands-Indië werd er veel van de Achterhoekse jam gegeten. De economische crisis in de jaren ’30 maakten een einde aan het succes, de fabriek moest zijn deuren sluiten in 1931. Onderweg naar huis luister ik het tweede deel van de podcast ‘Het Onland’. Joost Engelberts ontrafelt stukje bij beetje de raadsels rondom de onopgeloste moord op de 12-jarige Rinie Wielheesen. De vijf afleveringen zijn een absolute aanrader! Net als de etappes van Mooi Achterhoek. Ik kijk ernaar uit om het volgende stukje Achterhoek te ontmoeten.

https://www.nporadio1.nl/podcasts/onland

Ontmoet de Achterhoek. Etappe Gelselaar via Noordijk naar Neede.

Vrijdag 19 februari beloofde een mooie winterse dag te worden, perfect voor weer een etappe ‘Ontmoet de Achterhoek’. Vanaf het station in Lievelde is Gelselaar prima bereikbaar, het beginpunt van deze etappe. De zon komt al boven de horizon uit als ik op de fiets stap.

De wandelroute begon met een rondje door de straatjes van Gelselaar. Met het standbeeld van de drie schrijvende meesters van Gelselaar tegenover het café, waaronder meester Hendrik Willem Heuvel. Hij werd bekend door zijn boek Oud-Achterhoeksch Boerenleven (1927). In 1890 werd hij hoofd van de school in Gelselaar en begon toen ook met schrijven. De andere twee zijn meester Krebbers (als enige van de drie geboren in Gelselaar) en van der Lugt. Via nostalgische klompenpaadjes kwam ik langs het andere bekende standbeeld, van de drie ganzen. In mijn vorige column beschreef ik al waarom ganzen zo symbolisch zijn voor Gelselaar. De spotnaam ‘gaanzegat’ uit het aloude rijmpje ”Borculo is een stad, Geesteren is nog wat, Gelselaar is een gaanzegat” is niet voor niets omgebogen tot de erenaam ‘ganzendorp’.

Wie zeker geen standbeeld heeft gekregen is de wonderdokter van Gelselaar, Stephanus (Asteleiner) de Hongaar. Zowel meester Heuvel als meester Krebbers schreven over deze merkwaardige emigrant. Bij ziekte en tegenslag gingen de mensen destijds liever naar een man als Stephanus dan een echte arts. In de diaconierekeningen van die tijd kwam zijn naam dan ook vaker voor dan die van de echte dokters! Stephanus was volgens hemzelf gespecialiseerd in het uitbannen van duivels en heksen en het genezen van paarden. Onderaan mijn column vind je de link naar een krantenbericht.

Al snel liet ik Gelselaar achter me en wandelde ik richting Noordijk. Met een brede glimlach wel te verstaan, wat een mooie route! Zon op mijn snoet, volop fluitende vogeltjes en heel afwisselende wandelpaden. Ik werd aangenaam verrast door de natuur in het Noordijkerveld, hier had ik nog niet eerder gewandeld. Vroeger was dit een uitgebreid heidegebied. Hiervan is slechts een klein stukje over, wat nu natuurgebied De Bollert heet. Het Noordijkerveld is tevens een waterwingebied, waar per jaar 0,7 miljoen kubieke meter water wordt gewonnen. Vanwege de hoge waterstanden en de smeltende sneeuw, waren sommige wandelpaadjes een ware uitdaging!

Het buurtschap Noordijk is vooral bekend vanwege het jaarlijkse paardensport evenement Bollert Brons. De deelnemers komen uit het hele land voor wedstrijden dressuur, springen en cross. De hindernissen worden door een speciale aankleedcommissie fantastisch versierd. Weer iets om op mijn Achterhoekse ‘moet-ik-nog-eens-naartoe-lijstje’ toe te voegen. Helaas is ook de Oale Schole nog gesloten, thuisbasis van de Historische Vereniging Oud Noordijk. Door het archiveren en bewaren van allerlei oude voorwerpen, documenten, foto’s en gebruiken, wordt er aandacht geschonken aan de geschiedenis van Noordijk en zijn bewoners. Ook maar aan mijn lijstje toevoegen. Het oude stationsgebouw is herkenbaar aan de naam ‘Noordijk’ dat nog altijd fier op de gevel prijkt. Het was ruim 20 jaar een halte aan de spoorlijn Neede- Hellendoorn (geopend mei 1910). Een huis met een verhaal.

Na een aantal modderige en drassige (klompen) paden is het beklimmen van de Needse berg een laatste kuitenbijter(tje). Deze stuwwal uit de voorlaatste ijstijd (Saalien), is met zijn 34,6 meter hoog natuurlijk geen echte berg. Bovenop deze heuvel staat de uitkijktoren en de Hollandse molen. Aan de noordkant van de heuvel ligt het dal met de Buurserbeek, in het zuiden is dat de Bolksbeek. Het hoger gelegen deel van de Needse Berg was honderd jaar geleden een heideterrein. Tegenwoordig vindt je hier het grootste esgebied van de gemeente Berkelland. Natuurlijk klom ik even omhoog, ik was benieuwd hoe ver ik vandaag kon kijken. Tot in Duitsland!

Vanaf de heuvel daalde ik af naar het centrum van Neede. De geboorteplaats van Willem Sluyter, predikant en dichter. Beroemd zijn de door hem geschreven dichtregels ‘Waer iemand duisent vreugden soek Mijn vreugt is in dees’ achter-hoek’. Ik kan van alles over hem gaan vertellen, ik kan dat echter veel beter overlaten aan Arend Heideman. In Eibergen bezocht ik één van zijn lezingen over Willem Sluyter en heb daar veel van opgestoken. Arend kan prachtig en vol passie vertellen over deze Achterhoekse beroemdheid. Op Facebook heeft hij een leuke pagina: Willem Sluiter en zijn Achterhoek. Er komen tal van interessante en vermakelijke anekdotes voorbij. Hij schreef vanuit zijn passie voor cultuurhistorie en poëzie het boek ‘Willem Sluiter anno nu, de kleine leeuwerik. Via de link hieronder kom je op zijn zeer informatieve website, inclusief een prachtige Willem Sluiter auto,- of fietsroute. http://www.willemsluiter.nl

Voor de grote kerk in Neede staat een monument dat de Needenaren herinnert aan het eens zo prachtige postkantoor. Het was volgens de inwoners een statige architectonische villa, een ontmoetingsplek. Tot ieders teleurstelling werd het in 1978 gesloopt. Toen de Historische Kring Neede zijn 40e verjaardag vierde, gaven zij het monument cadeau aan de Needse gemeenschap. Het was namelijk de sloop van het postkantoor, die aanleiding vormde om de actiegroep Oud Neede (voorloper van de Historische Kring) op te richten. Leuk om zo ook als jonger persoon meer te ontdekken over het verleden van de Achterhoekse streek. En ook deze wandelingen brengen me op heel veel prachtige nieuwe plekjes! Ik kijk uit naar de volgende etappe van Mooi Achterhoek.

https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMSAEN01:000055124:mpeg21:a0070

Lievelde, ontmoet de rust en ruimte.

Vrijdag 12 februari een winterwandeling niet al te ver van huis. Het openbaar vervoer is nog niet helemaal op schema gezien de winterse omstandigheden. Vanaf huis wandel ik in een kwartiertje naar de bushalte, waar de bus mij naar het treinstation in Lievelde brengt. Niet om verder te reizen, vandaag wandel ik nog maar eens door Lievelde. Bedekt onder de witte laag sneeuw ziet alles er vast weer heel anders (mooi) uit (ondanks de straffe oosten wind).

Al snel stop ik om mijn spiegelreflexcamera tevoorschijn te halen. Het witte weidse landschap is prachtig, op de achtergrond het klooster. Huize Loreto is een voormalig klooster van de paters Maristen, die daar tot juli 2011 woonden. In 1951 werd het klooster gesticht door de paters Maristen als studiehuis van de congregatie. In 2015 werd het klooster gekocht door de Koptisch Orthodoxe Kerk Nederland. Ik kreeg er in 2019 een prachtige rondleiding, dit fotovertelsel vind je via deze link: https://klomptgoed.nl/2019/04/16/klooster-loreto-lievelde

Even verderop aan de brakerweg ligt de mij wel bekende onderduikershut. Daar hebben tijdens de oorlog diverse mensen ondergedoken gezeten: een Britse piloot, een deserteur uit het Duitse leger, een Poolse soldaat die deserteerde uit het Duitse leger en twee Nederlanders die weigerden voor de Arbeitseinsatz te werken. Zij werden van eten voorzien door mevrouw Weenink-Stoverink, die in een boerderij vlakbij woonde. Het leek erop alsof de berg sneeuw het dak van het schuurtje heeft doen bezwijken? De onderduikershut zelf ligt nog een eindje verder aan het pad. Aan de Bellenbroeksdijk was het een drukte van belang! Vanaf de ijsbaan Lievelde kwamen de vrolijke stemmen en muziek me al tegemoet. Het is een goed georganiseerde ijsbaan met veel voorzieningen. Om te kijken heb je eigenlijk ook een ticket nodig. Vanaf het weiland aan de achterzijde kon ik gelukkig (op gepaste afstand) toch even wat mooie winterse plaatjes schieten.

Ik wijk heel even van de route af om ook een kijkje te nemen bij de andere ‘onderduikplek’ in Lievelde, namelijk bij de bunker aan de Grensweg. Deze werd in de oorlog gebruikt door de Duitsers. Enige tijd na de bevrijding nam Aaltje Kraake stilzwijgend haar intrek in de bunker. In 1949 kwam zwerver Fokke Rotman ook in de bunker wonen, en zo had Lievelde er twee markante inwoners bij! Uiteindelijk komt er naast de bunker op kosten van de gemeente Lichtenvoorde een houten woninkje ad f 756,12. De St. Vincentiusvereniging Groenlo en het R.K. Armbestuur in Lievelde dragen in maart 1955 de kosten voor het beddengoed en de verdere inrichting. In 1958 overlijd Fokke en verlaat Aaltje het woninkje. In 2005 was de woonkeet verdwenen, van de bunker was slechts een zandkuil en enkele muurresten over. Vrijwilligers van de vereniging voor Agrarisch Natuurbeheer Groen Goed in Lievelde hebben in 2005 de bunker zoveel mogelijk in zijn oorspronkelijke staat teruggebracht. Op de site van de Vereniging Oudheidkunde Lichtenvoorde vind je het uitgebreide verhaal. In 1984 bouwde Corsogroep Teeuws zelfs een wagen ter ere van Aaltje en Fokke, zo bekend waren ze dus in de omgeving. Toen ik het verhaal voor het eerst las, was dat voor mij HET bewijs van het lange bestaan van het Achterhoekse naoberschap. Was dit in het westen gebeurt, dan was de kans wel erg groot geweest dat ze zonder enig schroom waren weggestuurd.. En wat doet men hier? Er werd gezorgd voor betere omstandigheden, geheel passend bij de leefwijze van Aaltje en Fokke.

Het natuurgebied Koolmansdijk heb ik leren kennen tijdens mijn training voor Gastvrouw van het Landschap Oost-Gelre. We kregen toen een uitgebreide en interessante rondleiding door het gebied van een gids van Staatsbosbeheer. Hij nam ons mee over het wandelpad (laarzenpad) dwars door de velden, normaal nat en drassig maar toen dus even niet. Het jaar 2018 waren immers dramatisch droog. De (normale) hoge waterstand van dit natuurgebied, aan de rand van het Oost-Nederlands Plateau, was altijd al ellende voor de boeren. De voormalige maisakkers en intensief gebruikt grasland zijn inmiddels veranderd in een zeer divers en gezond stuk natuur. In 2001 is de zwaar bemeste bodem afgegraven, in 2006 bloeiden de eerste orchideeën! De unieke ligging zorgde voor dit enorme zelf herstellend vermogen. De ondergrondse kleilaag zorgt voor een sterke opwaartse stuwing van kalkrijk grondwater in dit zogeheten blauwgrasland. Door wat ooit als ‘kwaliteitsverbetering’ gezien werd (gebruik van kunstmest, verlaging grondwaterstand, verzuring) is er nog maar heel weinig blauwgrasland in Nederland, slechts 30ha. De vele soorten orchideeën waren die herfst natuurlijk allang uitgebloeid.

En ook vandaag zal ik die zeker nog niet gaan spotten, maar wat heb ik genoten van dit gedeelte van mijn sneeuwwandeling! De gele paaltjesroute volgen was allesbehalve gemakkelijk. Er waren mij slechts enkele wandelaars voor gegaan de afgelopen dagen, ik zakte dan ook diep weg in de gigantische sneeuwlaag. Gelukkig dat ik wel iets van een spoor kon volgen, want nu en dan kraakte het kwelwater flink onder mijn voeten. Keurig vanaf het wandelpad heb ik immens genoten van de rust en de ruimte, de route doet zijn naam alle eer aan. Prachtig om alle wildsporen dwars door de velden en weilanden te zien gaan.

Zo langzaamaan brengt de rondwandeling mij terug naar het treinstation. Nog even een paar winterse foto’s maken bij Loco Lievelde. Jammer dat ik er nu niet even neer kan ploffen voor één van hun heerlijke (vega) burgers. Mijn meegebrachte boterham en warme thee smaken gelukkig ook prima. Al met al een kleine 20km gewandeld.

Ontmoet de Achterhoek. Etappes Gelselaar via Geesteren naar Borculo.

De tweede wandeling uit de reeks Ontmoet de Achterhoek bracht mij van Gelselaar naar Geesteren Gld met als eindpunt Borculo (23km). Tegenwoordig is Geesteren in de winter goed bereikbaar. In heel, heel vroeger tijden was dat wel anders. Het dorp lag veel lager dan het omliggende moeras,- en veengebied waardoor het in de winter vaak overstroomde en vervolgens onbereikbaar was.

Gelselaar is mij zeker niet onbekend. Als het even kan bezoek ik iedere zomer de jaarlijkse ganzenmarkt. Men demonstreert oude ambachten, er zijn diverse kunstexposities en tal van kinderen (in historische klederdracht) doen mee aan de verkiezing beste ganzenhoed(st)er van het jaar. Vlak buiten het centrum bevind zich de permanente Gelselaarse ganzenweide en het levensgrote ganzenbordspel. Via een klompenpad vanuit het dorp brengt de wandelroute je naar deze plek. Op de graslanden rondom Gelselaar worden al eeuwen lang ganzen gehouden. Het laaggelegen gebied is erg nat, en daarom minder geschikt voor agrarische doeleinden. Bijna alle gezinnen hadden hun eigen koppel ganzen goed voor dons, vlees en eieren. In vroeger tijden was een ‘kiekevisite’ dan ook niet ongebruikelijk! Ging je in ondertrouw, dan toonde je het nieuwe donzen beddengoed aan de naobers en familie. Toen het Twentekanaal werd aangelegd in 1930 verbeterde de waterhuishouding enorm. Zo verdween langzaamaan de ganzenhouderij, ook mede de snelle ontwikkeling in landbouw. Gelukkig kun je tijdens die jaarlijkse ganzenmarkt nog even proeven van vervlogen tijden.

Net achter het levensgroot ganzenbord vind je de restanten van Havezate Bevervoorde. Veel is er niet bekend over dit versterkte huis dat in 1326 de naam ‘thus Geldesler’ droeg. De naam veranderde meerdere malen (Wiskinck, Mensinck, ’t Jonkeren). De laatste van Bevervoorde overleed kinderloos waarna de havezate sterk in verval raakte. Halverwege de 19e eeuw zijn er op kadastrale kaarten amper nog een spoor terug te vinden van Bevervoorde. Om het verdwenen kasteel weer zichtbaar te maken wordt de stichting ’t Jonkeren opgericht. In 2003 zijn de oude grachten weer uitgediept en met jonge aanplant worden de oude contouren van de havezate weer zichtbaar gemaakt. Het is leuk om er even een kijkje te nemen.

Nog meer klompenpaden en zandwegen brengen me op deze koude dag naar Geesteren. De eerste etappe zit erop. Hier was ik nog niet eerder dus neem ik even de tijd om het dorp te verkennen. De hervormde kerk op het marktpleintje valt meteen op door het bijzondere dak. Namelijk een zadeldaktoren met trapgevels, uniek voor onze streek. Diverse steegjes bieden uitzicht op de toren. Behalve een windhaan, heeft de kerk ook een windhen. Ook dat schijnt nogal bijzonder te zijn.

In het dorp staat (langs de wandelroute) een bronzen beeld van een vrouw met in haar hand een boodschappentas en aan haar voeten zit een hond. Het beeld verwijst naar de legende van de Sprakelberg, een kort verhaal dat in 1892 werd geschreven door Daniël  Martinus Maaldrink (predikant en schrijver uit Geesteren). Een inwoonster van Geesteren vatte het 160 pagina’s tellende verhaal kort samen. Onderaan deze blog vind je de link naar de legende.

Dat Borculo, mijn eindpunt van vandaag, in 1925 werd getroffen door een catastrofale stormramp wist ik wel. Massa’s ramptoeristen (in twee weken tijd een half miljoen mensen) kwamen naar de Achterhoek en veroorzaakten lange files, in die tijd een zeer bijzonder gebeuren omdat er toen nog helemaal niet zoveel auto’s waren! Er werden zelfs betaalde busreizen georganiseerd. In het Stormrampmuseum (Borculo) kun je meer te weten komen over deze natuurramp. Dat Geesteren in 1988 ook werd geteisterd door een gigantische windhoos, was mij niet bekend. Op de 25e juli dat jaar vierde Geesteren zijn 1000-jarig bestaan. Aan het feest kwam echter een abrupt einde door een verschrikkelijk noodweer. Een gigantische windhoos trok zelfs de grote feesttent van de grond!

Even buiten het dorp wandel ik langs korenmolen de Ster. Deze molen is niet dezelfde molen zoals hij werd gebouwd in 1859. De molen werd maar liefst drie maal door de bliksem getroffen en brandde drie maal geheel af (1866, 1900, 1902). Een houten lijst langs de weg geeft een mooi doorkijkje op de molen. Jammer dat het winkeltje gesloten is, niets is zo lekker als pannenkoekenmeel gekocht bij een Achterhoekse korenmolen! Via een paadje dwars door de weilanden verlaat ik de omgeving van Geesteren.

Na een prachtig wandelpad langs de Berkel kom ik uit bij Villa Beekvliet. Het statige huis ligt er idyllisch bij, zo aan de Slinge. Het in neo-renaissancistische stijl gebouwde zomerverblijf is behoorlijk zeldzaam in deze regio. In 1902 lieten twee zussen de villa bouwen. De wandelroute loopt door het mooie natuurgebied rondom de villa. Even verderop wandel ik door Buurtschap de Heure, Borculo. Een prachtige wandeling langs boerenerven en de allerdikste fladderiep van Nederland! Rond 1835 werd de boom hier geplant en heeft inmiddels een omtrek van ruim 6 meter. De bloesems hangen aan lange stelen in bundeltjes bij elkaar waardoor ze soms fladderen in de wind. Vandaar de naam.

Vlak voor het einde van deze route loop ik langs het boothuis van Stichting de Berkelzomp, in 1987 opgericht door een aantal vrijwilligers. Zij wilden graag de authentieke Berkelzomp herbouwen en er ook weer mee gaan varen zodat toeristen de aloude berkelvaart opnieuw kunnen beleven. Het Waterschap had nog een oude bouwtekening van de Berkelzomp in bezit. De Technische school van Borculo was nauw betrokken bij de bouw van de nieuwe Berkelzomp die op 27 april 1989 in Borculo te water werd gelaten. De zomp werd vernoemd naar één van de laatste Berkelschippers, Gerard Wolfs, bijnaam de Jappe. Wil je meer lezen over het leven van deze laatste Eibergse Berkelschipper klik dan op de link onderaan mijn blog.

Zijn boerderijtje (uit 1850) dat zich bevond in Holterhoek is overigens afgebroken en herbouwd op camping De Vlierhof in Eibergen waar het nu wordt verhuurd als groepsaccommodatie. De oorspronkelijke materialen zijn zoveel mogelijk hergebruikt en binnen heerst nog de authentieke sfeer van weleer. Mocht ik de buurt zijn, ga er zeker even langs.

Legende van de Sprakelberg

Laatste Berkelschipper de Jappe

𝑶𝒏𝒕𝒎𝒐𝒆𝒕 𝒅𝒆 𝑨𝒄𝒉𝒕𝒆𝒓𝒉𝒐𝒆𝒌. 𝑬𝒕𝒂𝒑𝒑𝒆 𝑩𝒐𝒓𝒄𝒖𝒍𝒐 – 𝑹𝒖𝒖𝒓𝒍𝒐.

Omdat ik heel graag ieder hoekje van de Achterhoekse streek goed wil leren kennen, heb ik me voorgenomen in 2021 de wandeletappes van Ontmoet de Achterhoek te volgen. Zaterdag 9 januari lip ik de etappe Borculo – Ruurlo. Het beloofde een mooie dag te worden, dus vroeg uit de veren. Om 08.30 uur stapte ik in de trein naar Ruurlo om vandaaruit de bus naar Borculo te nemen. Tussentijds had ik voldoende ruimte om even naar Kasteel Ruurlo te wandelen. Het kasteelpark is altijd vrij toegankelijk en had vandaag een magische wintersfeer door het witte laagje rijp.

Eenmaal in Borculo wilde ik graag iets meer zien dan de plekken die de route aandoet. Flink doorstappen was er niet bij, het dorp was één grote ijsbaan! Op 19 december 2015 werden er door de Ridders van Gelre (Omroep Gelderland) ter ere van het 400-jarig bestaan van Heerlijkheid Borculo vier muurgedichten onthuld, waaronder die van Erika Löwenberg. Haar gedicht is te zien op de muur van de synagoge. De familie van Erika had een winkel aan de Steenstraat, zij gingen de boer op om textiel te verhandelen. De roodharige Erika raakte bevriend met Hennie, dochtertje van bakker Veldink. Erika schreef een gedichtje in het poesiealbum van Hennie dat altijd bewaard is gebleven. Dit gedichtje prijkt nu dus op de muur van de synagoge. Erika werd geboren in Ochtrup op 12 mei 1928. In 1936 vluchtte zij met haar ouders naar Nederland. Op 18 november 1942 werd zij weggevoerd. Zij overleed op 10 september 1943 in kamp Auschwitz. Er is ook nog een ander gedicht met betrekking tot Erika aan de synagoge verbonden, namelijk over kabouter Erika. In 2020 werd door de Stichting Borculo ‘Beleef de Berkelstad’ een kabouterroute gemaakt. De route brengt kinderen langs bijzondere plekken uit het verleden, waar zich de door Joske Elsinghorst (Overal Kansen) ontworpen kabouterdeurtjes bevinden. In het routeboekje staat het gedichtje over kabouter Erika:

Hier bij de synagoge woont kabouter Erica
Hier voelt zij zich vrolijk en fijn
Samen met andere Joodse kabouters Rita en Sallo
en ook Saartje en Hein
In het Joodse geloof en de gebruiken
Voelt Erika zich helemaal thuis
Ze begrijpt niet, dat er ooit mensen waren
Die Joden verjoegen uit hun huis
In die oorlog werd je gestraft
als je anders was dan de rest
Terwijl verschillend zijn zo prachtig is
Als we dat blijven vieren is dat toch het best

Het is prachtig wandelweer. Deze etappe brengt me onder andere langs het Galgenveld, een gebied van ongeveer acht hectare even buiten Borculo. Volgens de verhalen verwijst de naam terug naar de periode rond 1600. De Bisschop van Münster zou een gedeelte ervan hebben gebruikt om de ter dood veroordeelden te verhangen. Rond 1930 begon me met het uitgraven van een waterplas, natuurlijke bronnen zorgden voor schoon water. Op 1 juni 1935 werd het natuurbad feestelijk geopend. De regionale functie was uniek voor die tijd. Op 29 mei 1992 werd ‘Zwembad annex Openluchttheater ’t Galgenveld’ wederom officieel geopend. In mei 2015 werd een replica van de grote houten toegangspoort geplaatst zoals die er stond in 1935.

Museum de Lebbenbrugge is helaas gesloten. Blijft dus op mijn lijstje van nog te bezoeken Achterhoekse musea staan. Het oudste gedeelte (achterhuis) van dit Nedersaksisch boerenhuis is waarschijnlijk rond 1400 gebouwd. Het voorhuis is waarschijnlijk halverwege de 16e eeuw gebouwd, toen de Lebbenbrugge tevens jachthuis van de Heer van Borculo werd. Het museum ligt aan een oude Hessenweg (handelsweg). Het was hier in de 17e eeuw zo druk met zogeheten kiepkearls dat de Staten van Gelderland in 1679 besloot dat de Heer van Borculo tol mocht vragen bij de boerderij. Zo kreeg het dus de functie van tolhuis. Op de voorgevel staan de toltarieven zelfs nog vermeld. Niet veel later konden de reizigers en handelaren er ook wat drinken en zelfs overnachten, het tolhuis werd toen tevens herberg. Tijdens de vredesonderhandelingen in Münster kreeg de boerderij tijdelijk de functie van postkantoor, één van de eerste postkantoren van ons land! Sinds 1934 is het als museum in gebruik.

Het kleine trekpontje brengt me naar de overzijde van de Slinge. Langs de oever wandel ik verder langs wat ook wel de ‘ijsvogelroute’ wordt genoemd. En waarachtig, binnen enkele minuten zie ik het kleine blauwe vogeltje langs het riet fladderen! Op landgoed Beekvliet is het volop genieten van de schitterende natuur. Ik loop langs akkers, weilanden, oude houtwallen en singels. In het bos staan talloze oude zomereiken van bijna 200 jaar oud. Op de heide heerst nog steeds die magische sfeer door het witte laagje rijp.

Bij Schaapskooi Beekvliet houd ik even rust. De achtkantige schaapskooi is behoorlijk uniek, namelijk één van de allerlaatste van dit soort in Nederland. De wandelpaden rondom Ruurlo zijn mij niet onbekend, hier wandelde ik al vele malen eerder. Niettemin is het altijd weer genieten, want wat is de natuur hier mooi! Natuurlijk neem ik weer even een foto van de beroemde handwijzer uit de televisieserie ‘De Zevensprong’ uit 1982. Joost Prinsen was één van de acteurs. Vroeger vond ik dat een serieus enge man.. Terug op station Ruurlo geeft mijn wandelnavigatie aan dat ik ruim 20 kilometer heb afgelegd. Mijn nieuwe wandelschoenen zijn meer dan goedgekeurd.

Als je meer wilt lezen over de familie van Erika:

https://hisvebo.nl/emma-lowenberg/

Holle wegen van Barlo

Tijdens het Achterhoek College 2019 leerde ik heel wat nieuwe mensen kennen, zo ook André Kaminski van Stichting Achterhoek weer Mooi (StAM). Hij vertelde ons over de cursus ‘Lezen van Historisch Kaartmateriaal’, en dat het voor de deelnemers aan het Achterhoek College wellicht leuk zou zijn om de bijeenkomst in Barlo bij te wonen. Ik heb dat aanbod van harte aangenomen! Als Gastvrouw van het Landschap Oost Gelre vind ik het altijd leuk om een kijkje bij de buren te nemen.

Stichting StAM vraagt aandacht voor bijzondere gebieden in het gewone boerenland, zoals landschapsmonument De Meuhoek, met de bedoeling deze gebieden toekomstbestendig te maken. De omschrijving ‘landschapsmonument’ heeft niets te maken met een monumentenstatus. Het is eigenlijk een soort cadeautje aan de eigenaar, een buurtschap of de gemeente. Een stukje identiteit waar we met zijn allen zuinig op moeten zijn. Van alle gebieden worden de gegevens vastgelegd in een modelbeschrijving, een soort gereedschapskist waar alle basisinformatie in opgeborgen ligt. De doelstelling is om elkaar te vinden, te ontmoeten. Om samen te werken aan de landschapsmonumenten, want uiteindelijk wordt er wel een stukje inzet van iedereen verwacht. Het leukst is dan natuurlijk om in jouw eigen favoriete gebied aan de slag te gaan, daar waar jouw eigen interesse ligt.

René Luijmes liet ons zijn modelbeschrijving zien van de Ziegenbeek. De naam is afgeleid van de Siegenbok in het wapen van Sinderen. De Ziegenbeek is een oude grensscheiding richting Gendringen en mond uit in de Keizersbeek bij de Klompsbrug. Rond 1600 was de Ziegenbeek zo’n vier à vijf meter breed en mondde toen uit in de Aa-Strang. De originele loop werd grotendeels gewijzigd doordat men de beek rechttrok. Slechts enkele stukjes van de 15 km lange beek heeft nog zijn originele loop. Het was een typisch ‘slagenlandschap’, een lappendeken van lange smalle percelen en slootjes die haaks op de beek lagen. Voor de ruilverkaveling waren er zo’n veertig eigenaren, na 1970 nog maar zes! Belangrijke historische kaarten van dit gebied werden vervaardigd door Johan Heinrich Merner. Eén van de deelnemers vroeg René waar hij bij het invullen van de modelbeschrijving zoal tegenaan liep? Bij dit landschapsmonument liep hij vooral tegen de geschiedenis aan. Sommige archieven bevinden zich namelijk net over de grens in Duitsland. Aangezien de Ziegenbeek 15 km lang is, heb je ook te maken met veel grondeigenaren. Iedereen gaat weer anders met zijn stukje om, zo is het vegetatieverschil bijvoorbeeld heel groot. De Dotterbloem vind je sowieso volop langs de beek! De smalle stukjes zijn meestal eigen beheer, sommige stukken echter vallen onder het Waterschap. Gelukkig hebben zij veel oude archieven.

De bijeenkomst werd gehouden bij boerderij De Neeth in Barlo. Bij velen wellicht bekend door de speeltuin, het pannenkoekenhuis en boerderijmuseum. Zelf was ik er nog niet eerder geweest, terwijl het nog geen vijf kilometer van mijn huis af ligt! Melkveehouder Theo Sonderlo was aanwezig om meer te vertellen over zijn boerderij De Neeth, in Achterhoeks dialect uiteraard. De eeuwenoude boerderijnaam De Neeth is behoorlijk raadselachtig, net als het verhaal dat er niet ver van de boerderij een kasteel of havezate zou hebben gestaan uit de tijd van Karel de Grote! In de wei bevinden zich een beschermd stuk bodemarchief waar de vroegere grachten hebben gelegen, door de opa van Theo gedempt. In 1899 kocht de grootvader van Theo de hoeve (Dorus Lammers, Sonderlo ‘hef de konte er bie in gedraait’, aldus Theo…) Deze sloopte hij en bouwde in 1914 de huidige boerderij, met hergebruik van de gebinten. De oude put bleef staan waar hij stond. Een vroegere archivaris schreef dat De Neeth één van de oudste boerderijen van Barlo is, waarschijnlijk gesticht als hofboerderij van Karel de Grote. Het wegennet op historische kaarten laat zien dat De Neeth in het oude Barlo een centrale rol speelde, veel wegen kwamen daar namelijk samen.

Theo was altijd al gek van ‘old spul’, paarden en ook koetsen. De spullen moeten wel functioneel zijn en ook echt uit de Achterhoek komen. Vandaag hef ze niks meer verstand als vrogger, merkt Theo op. Mensen waren vindingrijk, alles werd met de handen gemaakt. Die oude trekkers, die kon je nog repareren met een hamer en nijptang! Hij laat ons een melkzeef zien, gemaakt van eikenhout en paardenhaar, onverwoestbaar. Gaandeweg kwamen Theo en zijn vrouw Truus erachter dat het oude boerenspul (met name bij bezoekers uit het westen) niet zo interessant wordt gevonden. Vooral oude keuken-, en slaapkamerspullen en gebruiksvoorwerpen voor de was trekt veel publiek. Een rondleiding duurt al snel anderhalf uur, koffiedrinken gebeurt in de museumboerderij. Dan krijg je de mensen aan het vertellen, glimlachte Theo. In 1950 bouwden de ouders van Theo een kar loods op De Neeth, voor de trekkers en koetsen. Deze loods werd omgebouwd, in 2016 opende hier de pannenkoekenboerderij die wordt gerund door Patrick. Theo sloot af met de opmerking dat je wel een beetje ‘een tik moet hebben’ voor je zoiets begint! Het is vooral een hobby die voornamelijk uit de eigen portemonnee komt. Samen met dochter Christel runt Theo het 120 koeien tellende melkveebedrijf dat sinds 2017 ook de officiële status van zorgboerderij heeft.

Die Holle Wegen van Barlo, die wilden we natuurlijk wel even in het echt zien! Gelukkig was dat ook onderdeel van het programma, een heuse veldexcursie. Vlak bij De Neeth ligt het Nijhofslaantje (door de Nijhof bewoners ’t Neeths-laantje genoemd),  hier stond het vroeger tot aan Lichtenvoorde vol met eikenbomen bestemd voor de leerindustrie in die plaats. De bast van de eik (eek) bevat namelijk looizuur. Door de hoge essen rondom De Neeth ligt er een schitterende holle weg, uitgesleten door smeltwater en later door de karrensporen. Het hoogteverschil tussen de hoogste es en De Neeth is ongeveer 15 meter! Bij een prachtige bloemenakker hielden we stil, onderdeel van het project ‘Samen voor de Patrijs’. Omdat de Patrijs langzaamaan lijkt te verdwijnen uit het landschap, is sinds 2013, het ‘jaar van de Patrijs’, een speciale werkgroep bezig om het tij te keren en de vogel terug te brengen. Als de Patrijs terugkomt, komen de andere vogels vanzelf, legde de gids ons uit. Met dit project gingen vijf partijen de samenwerking aan: Agrarische Natuurvereniging PAN, Vogelwerkgroep Zuidoost Achterhoek, Wildbeheereenheid Aalten e.o., Vogelbescherming Nederland en de gemeente Aalten. In de afgelopen vijf jaar is het aantal paartjes toegenomen van 3 naar 42! Mooi om te zien dat door samenwerking zoiets moois kan ontstaan. Als kroon op het werk heeft het project ‘Samen voor de patrijs’ de Gouden Mispel gewonnen (natuurbeschermingsprijs). Ieder van de bovengenoemde partijen zaait zijn eigen bloemenmengsel voor eigen doel. Bijvoorbeeld om natuurlijke vijanden te bestrijden zoals bladluizen, of zoals de gemeente Aalten voor het toerisme dat de afgelopen jaren een flinke groei doormaakt. Het project akkerrandenbeheer telt momenteel een kleine 200 deelnemers. Een kilo bloemrijk zaaimengsel (€25) wordt hen samen met de kennis van de vijf partijen beschikbaar gesteld, voor de machines zorgen de deelnemer zelf. De gidsen wezen ons de kruidige en geurige planten aan zoals Boekweit en Kaasjeskruid.

Een stukje verderop kwamen we bij het openluchttheater Markelink van Barlo. Toen het feestgebouw in Barlo te klein bleek voor het toneel, werd (vlak na de Tweede Wereldoorlog) achter boerderij Markerink een openluchttheater gemaakt voor zo’n 1500 toeschouwers. Hier zijn volgens zeggen heel wat relaties ontstaan, verliefde stelletjes verdwenen dan stilletjes achter de dichte coniferen die eromheen stonden! De zandweg liep tussen toneel en de tribune door. Onze gids vertelde nog een leuke anekdote: als de melkboer voorbij kwam, moest er even gestopt worden met het toneelspel. Rekwisieten, toeschouwers en toneelspelers gingen aan de kant zodat de melkboer kon passeren, daarna werd de uitvoering weer hervat. De wandeling ging via een stukje eigen erf (de eigenaar die buiten de krant zat te lezen grapte vrolijk: zovölle visite hebben wi-j niet op gerekend!) terug naar De Neeth. Ondanks de zinderende hitte was het beslist een boeiende wandeling.

Paul Heutinck, ontwerper van de Achterhoekse vlag, sloot de middag af. Dat was niet zomaar, want het ontwerp van deze vlag is terug te vinden in het Achterhoekse landschap. Sterker nog, het zou maar zo eens een luchtfoto van Barlo kunnen zijn! Paul haalde zijn inspiratie daadwerkelijk uit een luchtfoto die hij ooit zag. Een lappendeken met de felgroene kleuren van vers gras, de onregelmatige vormen van percelen en kromme weggetjes. Waren de lijnen in de vlag recht geweest, dan had het ook een polderlandschap kunnen zijn. Paul is er best trots op dat hij als Achterhoeker (geboren en getogen te Lintvelde, Beltrum) als winnaar is verkozen. Inmiddels zijn er vele duizenden exemplaren van de vlag verkocht, ook bij mij ligt hij natuurlijk op de plank.

IMG_9081
Holle weg vanaf De Neeth.