De Ploegende Boer

Zaterdag 6 april 2019 hielden de Koetsiers Aalten- Dinxperlo hun jaarlijkse ploegwedstrijd. Ze hadden geen mooiere lentedag kunnen uitzoeken! Er zijn dan ook flink wat belangstellenden op afgekomen, inclusief mijzelf, gewapend met mijn fotocamera. Het ploegen met paarden is een zo goed als verdwenen bezigheid. Vroeger trokken boeren(knechten) en hun paarden uur na uur over de stille akkers. Het was rustgevend werk, er zat geen enkele haast achter. Dat is tegenwoordig niet meer denkbaar, tijd kost geld. Er moet zoveel mogelijk rendement worden behaald om het hoofd boven water te kunnen houden. Dat is op het Griekse eiland Karpathos wel anders! Ik ben negen maal geweest en ook afgereisd naar het geïsoleerde, zeer afgelegen dorpje Avlona. Het leek wel alsof ik naar een oude documentaire keek, oude vrouwen en mannen in de traditionele klederdracht druk in de weer. Het land werd bewerkt met oude houten gereedschappen, voortgetrokken door ezels. De geur van vers brood steeg op uit zelfgebouwde ovens, gestookt op takken die ook per ezel werden aangeleverd. Hier is in de verste verte geen grote grommende tractor te bekennen..

Het boerenbedrijf heeft rond 1950 een enorme ontwikkeling doorgemaakt, in een razend tempo veranderde er van alles. Om op grotere schaal te gaan werken, werden er allerlei machines aangeschaft. Denk aan melkmachines, mechanisatie van mestverwerking en de belangrijkste ontwikkeling van allemaal: de komst van de tractor. Het ploegen met paarden was toen eigenlijk niet meer nodig en verdween stilletjes uit beeld. De kennis werd niet meer als vanzelfsprekend van vader op zoon doorgegeven. Gelukkig zijn er een aantal verenigingen die met veel passie en plezier het nostalgische ploegen demonstreren. Eén van de ploegers vertelde mij dat zijn houten ploeg al 150 jaar oud is, waarvan 80 jaar lang ongebruikt opgeborgen in de schuur. Op zijn 20e had hij zelf nog met de ploeg gewerkt. De grotendeels verroeste ploeg heeft hij met veel passie opgeknapt om op dit soort dagen het oude ambachtelijk werk te demonsteren. Ik heb mijn opa op de boerderij nooit zien ploegen met een paard, die stond alleen nu en dan voor de kar om een gezellig ritje mee te maken.

In de Achterhoek waren de boerenbedrijven halverwege de vorige eeuw over het algemeen kleinschalig en grotendeels zelfvoorzienend. Elke boer had wel ergens een stukje land waar voer voor het vee werd verbouwd, bewerkte dat dan meestal met een ploeg, een eg en een cultivator. In het najaar zaaide men bijvoorbeeld winterrogge, in het voorjaar haver, gerst, aardappelen en suikerbieten. Ploegen was dus nodig, afhankelijk van de grootte van het boerenbedrijf en de grondsoort met één of twee paarden. Op zandgrond liep een paard meestal alleen voor een zogeheten stofploegje of kleine rondgaande ploeg. Had een boer twee of meer paarden in zijn bezit, wat bovendien wel nodig was op zware kleigrond, dan gebruikte men meestal een wentelploeg. Voor het ploegwerk was het belangrijk sterke en rustige paarden te hebben, die in staat waren om een hele dag hard werken vol te houden. Behalve bij heel slecht weer dan, vertelt een toeschouwer mij, dan mocht het paard terug naar stal en kon de knecht nog wel even knollen rapen op een ander stuk land..

Goed ploegwerk hangt grotendeels af van gelijkmatigheid, het paard moet bereid zijn in hetzelfde tempo de hele dag de ploeg voort te trekken. Het type paard dat toen dit werk verrichte had meestal wat meer volume dan de huidige (sport) paarden. Het regelmatig lopen voor een ploeg zorgde voor een betere conditie (ook bij de boer zelf), meer kracht en een gelijkmatige tred. Tegenwoordig is bij de meeste paarden een wedstrijdmentaliteit aangefokt, waardoor zij niet meer de rust en gelijkmatigheid kunnen opbrengen die voor het ploegen zo belangrijk was. Volgens één van de vier deelnemers is het een kunst om de eerste voor (strook omgeploegde grond) recht te trekken, die dan vervolgens door één van de wielen van de ploeg langs die laatst getrokken voor te laten lopen, ook recht te houden. Loopt men met twee paarden, dan is het belangrijk dat het ene paard precies in de bouwvoor loopt, het andere paard er precies naast, de ploeg op de juiste hoogte af te stellen en de grondrug ook nog op de juiste manier te laten vallen. Met een paardenploeg kun je maar één voor tegelijk maken, waar een tractor er meestal vier tegelijk maakt. Ook dan is gelijkmatigheid belangrijk.

De diepgang van de ploeg is afhankelijk van het gewas. Voor aardappelen moest er bijvoorbeeld dieper geploegd worden dan voor tarwe, gemiddeld ploegde men rond de 20- 25cm diepte. Nu het ploegen met paarden zo zeldzaam is geworden, is het ook een stuk lastiger om kapotte onderdelen te vervangen, met name de draaiende delen zoals een wiel. Daarvoor is een smid nodig die deze onderdelen zelf kan maken. Ook voor het scherp maken van de scharen heb je de smid nodig, als je het namelijk zelf doet met een slijptol dan worden je scharen steeds kleiner! Afhankelijk van de grondsoort is het na ongeveer 10 ha ploegen nodig om je scharen weer te scherpen (in droge harde grond worden ze sneller bot). 1 hectare is overigens een oppervlakte van 100 meter bij 100 meter. In Corle zat vroeger ook een smederij, met opa ben ik daar meerdere malen geweest. De schuur staat er nog altijd, de gele klompen sierlijk achter de kleine raampjes.

Aan verschillende boeren heb ik dezelfde vraag gesteld, namelijk of het ploegen met paarden beter is voor de grond dan machinaal ploegen. Volgens de meesten is het machinaal ploegen al flink verbeterd. Tractoren hebben tegenwoordig veel bredere banden waardoor ze minder vaak heen en weer hoeven te rijden, en men gebruikt na het ploegen een cultivator en/ of diepwoeler om de ontstane ploegzool (een ondoordringbare laag die ontstaat door het regelmatig ploegen op vaste diepte) te doorbreken. Zo wordt de waterdoorlatendheid en structuur van de grond weer verbeterd. Ploegzolen kunnen dus ontstaan door het berijden van de grond met zware (oogst) machines. Een ploegzool ontstaat uit hele compacte grond, vaak zo hard als steen waar plantenwortels, regenwormen en pissebedden niet doorheen komen. Door een tekort aan wroetende regenwormen zijn er onvoldoende luchtkanalen waardoor de bodem dus verslijt en uitgeput raakt. De bovenste 20cm grond (bovenlaag) droogt uit, er komt minder stikstof in de bodem. Zuurstof en regenwater worden namelijk de grond ingeleid door drainagekanalen, die ontstaan door de plantenwortels en gangen van regenwormen die hun hele leventje verticaal door de grond bewegen. Voor een optimale en gezonde bodemstructuur moet de grond soms jaren met rust worden gelaten. Op dit moment heeft slechts 5% van de Nederlandse boeren ervoor gekozen om het ploegen achterwege te laten, uit angst om de eerste jaren minder inkomsten te genereren. Omschakelen van ploegen naar niet-ploegen is bovendien best lastig, het is een andere manier van telen. De boer krijgt te maken met andere onkruiden, ziekten en plagen (muizen-, en slakkenschade) die moeilijker te bestrijden zijn dan met mechanische methoden. Boeren worden zich gelukkig wel steeds bewuster van het feit dat verdichting van de grond moet worden weggenomen willen we op de langere termijn een gezonde bodemstructuur waarborgen.

 

DSC_3523-2
Ploegwedstrijd, Ploughing competition. 06-04-2019

Attamottamotta!

Een Achterhoek College over topsport kan natuurlijk maar op één plaats gegeven worden: bij de Vijverberg, thuisbasis van voetbalclub De Graafschap. Het mag dan wel niet de rijkste voetbalclub zijn en ook niet de allerbeste voetbalclub, het is wel de mooiste en boegbeeld van de Achterhoek! Hans Martijn Ostendorp, algemeen directeur van De Graafschap, was aangenaam verrast door het verzoek om deel te nemen aan het Achterhoek College 2019. Hij hoefde er echter geen moment over na te denken, De Graafschap is zoveel meer dan voetbal alleen en daar valt heel veel over te vertellen. In iedere Achterhoeker schuilt wel een blauwwit hart volgens Hans Martijn, want de Graafschap is een Volksclub. Superboer ben je bij winst en verlies, bij promotie en degradatie, en in voor-, en tegenspoed. De gedrevenheid van Hans Martijn begreep ik pas echt goed toen hij ons zijn verhaal vertelde.

Hans Martijn Ostendorp heeft zijn roots in Dinxperlo. Het voetbalstadion van De Graafschap betrad hij al op jonge leeftijd, aan de hand van zijn vader. Sindsdien kleurde ook zijn hart blauw-wit. Hij verkoos werken boven studeren en vond een baan als junior-vertegenwoordiger (het ganse land door om naar eigen zeggen spuuglelijke kleding te verkopen aan marktkooplui). Daar leerde hij de fijne kneepjes van zaken doen en wist al snel op te klimmen. Zijn politieke carrière begon met een ingezonden brief naar de  plaatselijke gemeente, een keer spreken op een raadsvergadering, zitting in een commissie en uiteindelijk wethouder van de gemeente Aalten. De politiek ging hem goed af, Hans Martijn werd zelfs burgermeester van Bunnik. Desondanks is hij altijd trouw gebleven aan De Graafschap, juichen voor een andere club is best mogelijk, maar niet vanuit het (blauw-wit) hart. Iedereen in Bunnik wist dan ook: onze burgermeester is een Superboer! Na acht jaar was het tijd voor een beslissing, burgermeester worden van een grotere gemeente of toch iets heel anders? Een langgekoesterde wens van Hans Martijn was om ooit nog eens iets voor de Achterhoek te doen. Die kans kreeg hij toen De Graafschap hem aanbood om algemeen directeur van de voetbalclub te worden. Het was niet een beslissing die over één nacht ijs ging.. Een zeker bestaan als burgermeester opgeven voor een onzeker voorzitterschap? Na het zien van een YouTube filmpje werd de knoop doorgehakt: we gaan de uitdaging aan, op naar de Achterhoek!

Hans Martijn wilde graag een blanco agenda wat betreft sociaal maatschappelijke verankering, het verduurzamen van de voetbalclub. De club was niet gewend om zo te denken, het ging eigenlijk om maar één ding: hoe verkopen we zoveel mogelijk stoelen. Dat Hans Martijn de taal van ondernemers sprak kwam goed van pas, net als zijn ervaring als bestuurder. Dat hij dialect verstaat en ook spreekt heeft zeker voordelen, het ‘houwtje touwtje’ stadion, zoals Hans Martijn de Vijverberg wel eens omschrijft, kent niet voor niets dat gemuudelijke sfeertje. Spelers die niet begrijpen hoe we leven in de Achterhoek passen hier niet vind hij, we zoeken echt naar het Graafschap DNA. En ja wat dat dan precies is? Nou gewoon: DRAN! Volgens Hans Martijn laat het zich nog het beste omschrijven in drie woorden: onverzettelijkheid, passie en strijdlustig. Zelfs bij de spelers met Afrikaans bloed, zie je iets gebeuren in de Vijverberg, ook in hen zie je al snel dat DRAN-DNA. Die sociale maatschappelijke betrokkenheid van De Graafschap uit zich door bijdragen te leveren waar de gemeente niet kan geven. Hans Martijn verwacht dan ook van de spelers dat ze drie dagdelen per maand inzetbaar zijn, dat maakt dat De Graafschap overal zichtbaar is en die rol kan vervullen. Zo is er het talentenpodium waar jongeren zich kunnen presenteren aan sponsors uit het bedrijfsleven. Hoe mooi zou het zijn, vertelt Hans Martijn, als we met onze Graafschap bus naar Groningen of Eindhoven zouden rijden om daar jongeren op te halen, zodat ook zij zich hier kunnen presenteren aan de Achterhoek! Zo hebben die sponsors en ook de businessleden de kans om de beste talenten binnen te halen. De Graafschap legt ook verbindingen tussen de leden en mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, zo proberen we hen weer betekenis in het leven te geven.

Na een grondig onderzoek op alle mogelijke fronten is gebleken dat de voetbalclub in de basis prima op orde is, het negatieve eigen vermogen is gelukkig al flink terug gebracht. De Graafschap staat statistisch gezien op de 16e plaats van Nederland, eigenlijk net in een té kwetsbare positie. Het streven voor de toekomst is dan ook om met hele kleine stapjes nog iets verder te stijgen. Het stadion stamt uit hetzelfde jaar als de oprichting van De Graafschap, 1954. De ligging van de Vijverberg, midden in een woonwijk, maakt uitbreiding best lastig, vanuit zijn supportershart gezien wil Hans Martijn dit liever ook niet. Hoe mooi is het dat we nu met regelmaat kunnen roepen “het is kats uutverkocht!” Het contact met de buurt is erg goed, het grootste gedeelte is hartstochtelijk supporter of zelfs werkzaam bij de club, zoals Hans Martijn zelf. Zolang je maar in gesprek blijft met elkaar, en bruggen bouwt in tijd van vrede, komt het wel goed volgens Hans Martijn. Wat een geweldige verteller! Onverzettelijkheid, passie en strijdlustig, een man met het Dran-Dna in heel zijn lijf! Een Achterhoeker die niets liever doet dan zo nu en dan, wanneer de Vijverberg leeg en verlaten in het schemerdonker nagalmt van emotie, de grasmat oplopen om zijn blauw-wit hart opnieuw te vullen met trots.

Ik vond het in elk geval een onmundig mooie avond! Een mooie rondleiding door De Vijverberg en via de schitterende spelerstunnel naar het veld. Attamottamotta spat daar van de muur! Geniaal, die spreuk vergeet ik niet meer (bijna net zo leuk als Klomptgoed). Zou er dan toch ook een beetje blauw-wit in mijn hart schuilen? In ieder geval blauw-wit genoeg om nu ook de expositie ‘Superboeren 65 jaar de Graafschap’ in het Stadsmuseum van Doetinchem te willen zien.

DSC_3176-3

God is a DJ

De Top2000 op Radio 2 bestaat al sinds 1999. Het idee was toen om éénmalig het jaar 2000 in te luiden met de beste 2000 liedjes die ooit zijn gemaakt. Inmiddels is het een immens populair tv-, radio-, en internetprogramma. De Top2000-Kerkdienst bestaat sinds 2013, toen werden de eerste zeven Top 2000 Kerkdiensten gehouden. In 2018 deden er al 128 gemeenten mee! Tja, Faithless zong het al in 1998: God is a DJ.

Zondag 20 januari stond deze bijzondere dienst ook op de agenda van de PKN Kerk Lichtenvoorde. Een enorm koor met een 14 instrumenten tellende live band bracht de popmuziek ten gehore. Dit was mede mogelijk door de krachten te bundelen, deze dienst reisde namelijk van Aalten naar Lichtenvoorde Gemeente Oost Gelre en vervolgens door naar Winterswijk. De Johanneskerk barstte zowat uit zijn voegen, wat een belangstelling! Gelukkig konden zij die niet meer in de kerk pasten de dienst volgen op een scherm in de Johanneshof. Het thema van 2019 was ‘Vertrouwen’, een begrip van alle tijden. Centraal stond het verhaal van Ruth, net als alle verhalen uit de Bijbel eigenlijk ook van alle tijden. Als je de vertaalslag naar jezelf maar weet te vinden.. Ruth reisde naar een ver land, met een vreemde taal en andere gewoonten. De cultuur was vreemd voor haar, net als de mensen om haar heen. Dit is niet alleen een eeuwenoud Bijbelverhaal, het is het hedendaagse levensverhaal van velen. Ds. Hinkamp vertelde vandaag dit verhaal en wist op zijn eigen prachtige manier de vertaalslag naar de Achterhoekse streek te maken.

De gekozen popliedjes leken als vanzelfsprekend bij het verhaal te horen. Het ging over vertrouwen, ‘Have a Little Faith in Me’. Ds. Hinkamp vertelde over de grens-overschrijdende reis van Ruth, gevolgd door het nummer ‘Try’ van één van mijn favoriete zangeressen, Alecia Beth Moore, beter bekend als Pink. Haar teksten vind ik prachtig! Het verhaal gaat verder, de wegen van Orpa en Ruth scheiden zich. Je eigen weg gaan vraagt kracht en respect voor de ander, prachtig verwoord in het lied ‘Don’t Worry About Me’. Ruth had een miljoen reden om niét met Naomi mee te gaan, net als de vele migranten van nu. Een vreemd land, een vreemde taal en zonder familie. In het lied ‘Million Reasons’ van Lady Gaga komen twee zinnen voor die Ds. Hinkamp prachtig vertaalt naar het nu: ‘I’ve got a hundred million reasons to walk away’, er zijn genoeg redenen om de kerk los te laten. ‘But baby, I just need one good reason to stay’, je hebt maar één goede reden nodig om te blijven.

Het tegenovergestelde van vertrouwen is wantrouwen. Wantrouwen in hen die niet van hier zijn, zoals men Ruth wantrouwde. Roddel en achterklap is vaak het gevolg, in al die duizenden jaren heeft de mens dat nooit afgeleerd. Misschien goed om eerst eens in de spiegel te kijken? If you wanna make the world a better place, take a look at yourself and make a change. Geschreven door Michael Jackson, vandaag gezongen door het Top 2000 kerkkoor. Ds. Hinkamp vertelde verder over Ruth en haar ontmoeting met Boaz op zijn akker, eigenlijk een oeroude versie van Boer zoekt Vrouw, opperde de dominee! Zonder speeddate, dat deden ze toen natuurlijk nog niet. Gewoon meteen doorpakken naar de logeernacht en volgens oud Israëlisch gebruik de man een huwelijksaanzoek te doen door aan zijn voeteneind gaan liggen. Werkte prima voor Ruth en Boaz. Tenminste, nadat Boaz zijn schoen aan de man had gegeven die eigenlijk het eerste recht op Ruth had gehad. Want zo werden er vroeger in Israël stukken land verkocht of geruild, door één van beide schoenen aan de ander te geven. Samen kregen zij zoon Obed, de opa van de toekomstige Koning David.

Het laatste gedeelte van het verhaal werd afgewisseld met popliedjes als ‘Geef mij nu je Angst’ (André Hazes), ‘Can’t Stop the Feeling’ (Justin Timberlake), en het swingende nummer R.E.S.P.E.C.T. van Aretha Franklin. Na het gebed en de collecte mocht de bassist van het Top 2000 kerkkoor eindelijk los gaan op het nummer ‘The Pretender’ van de Foo Fighters. Met het lied ‘Open je Ogen’ van BLØF was er dan echt een eind gekomen aan deze fantastische kerkdienst, en mocht er eindelijk geapplaudisseerd worden! Tijdens de koffie in de Johanneshof werd er nog lang vol lof nagepraat over deze Anders Kerk Zijn dienst.

De boodschap over vertrouwen was prachtig verpakt en weer geweldig mooi gebracht door dominee Hinkamp. Natuurlijk in een smetteloos wit Top 2000-kerkdienst shirt.

Artikel Elna

dsc_2082-3
Een immens zangkoor en maar liefst 14 muzikanten verzorgende de Top2000-Kerkdienst.
dsc_2056-2
Ds. Hinkamp vertelde het prachtige verhaal van Ruth.

Zelhem, Slachtvisite.

November staat van oudsher bekend als de slachtmaand, hoewel het weer eigenlijk meer van invloed was als de maand zelf. Mensen ging slachten als het kouder werd want de voorraad vlees was bedoeld voor de winter, om het vlees goed te kunnen drogen, moest het huis bovendien flink warm worden gestookt. Helder weer was ook belangrijk, mist en nevel zorgden voor een te hoge luchtvochtigheid waardoor het vlees zou kunnen bederven. Tijdens mijn jeugd werd er door mijn grootouders allang niet meer aan huis geslacht. Er werd wel eigen vee geslacht en gegeten, het uitslachten en verder verwerken gebeurde elders. Ik ben, net als velen waarschijnlijk, grootgebracht met elke dag een goed stuk vlees op tafel.

Iedereen is weer welkom op de slachtvisite bij Museum Smedekinck, voor mij de eerste keer. Zoals vroeger gebruikelijk was begint het ook hier met een borrel, een glaasje vlierbessenjenever. Alhoewel ik hem zou kunnen gebruiken om mezelf moed in te drinken, sla ik hem toch maar af. Je kon er eigenlijk niet omheen, het gehalveerde varken aan het hankholt op de ladder. Sowieso niet te vermijden voor iedereen die van het toilet gebruik wilde maken, het gigantische beest hing pal naast de wc’s! Ik moet direct denken aan de anekdote van Anjo die zij op Facebook met mij deelde, over het varken dat op de deel aan de ladder hing: “Dan hing dat beest daar, onder een wit laken. En dan moest jij als kind natuurlijk prompt plassen, midden in de nacht en aardedonker. Ik vond het vreselijk eng, de andere dag stonden we natuurlijk vooraan. Of ik er nu wat van zei of niet; niet zeuren, onmiddellijk plassen en je bed weer in!”.

Het vetgemeste varken (92,75kg) werd trots getoond aan alle belangstellenden die komen ‘vetpriezen’. Ik vond vooral de anatomie en uitleg welk stuk vlees waar zit erg interessant. Een vader nam zijn drie jonge kinderen ook mee naar het varken, alle vier luisterden net als ik geboeid naar de uitleg. Mooi om te zien, mooi dat het te zien is bij Smedekinck. Het museum is de enige waar tijdens de slachtvisite niet alleen het varken aan het hankholt op de ladder hangt en je gerelateerde streekproducten kunt kopen, hier wordt juist ook een groot gedeelte van het proces daartussen in gedemonstreerd. Het uitslachten van de andere helft van het varken, en verwerken tot eindproduct gebeurde in de museumschuur door de aanwezige (gepensioneerde) slagers. Tegenwoordig wordt er gewerkt op werkbanken van kunststof omdat dit hygiënischer zou zijn. Tijdens een huisslachting werd er meestal een deur uit zijn hengels getild, sopje erover en klaar was de werkbank. Eén van de slagers vertelde me dat het houten hakblok eigenlijk veel schoner was. Zelf heb ik, toen ik in de horeca werkte, ook nog op een houten werkbank gewerkt. Elke dag moesten we hem grondig boenen met gekookt water en afwasmiddel, elke zaterdag met chloor.

De slagers laten ook hier zien waar welk stuk vlees vandaan komt, langzamerhand herkende ik de karbonades, speklappen en ribbetjes. De volwassen dochter van één van de slagers staat met een nostalgisch gevoel en brede glimlach aan de zijkant haar vader gade te slaan. Ze vertelt me dat ze vroeger in de slagerij altijd achter de streep moest blijven staan, vanwege de scherpe messen. Toen ze wat ouder was mocht ze helpen. Mijn grootouders gebruikten het vrieshuis met klein abattoir in Corle, naast de smederij van te Welle. Ik mocht nooit mee naar binnen tijdens het uitslachten en verwerken, des te interessanter is deze slachtvisite. Even verderop in de museumschuur staan in klederdracht gehulde dames verse worst te maken, worststoppen zoals dat officieel heet. Twee vrouwen gebruiken de handgehaktmolen met vulpijpje, de andere vrouw duwt met haar duim het vlees door een worsthoorntje. Een precies werkje, want luchtbellen zijn niet gewenst. De vrouwen gebruiken hiervoor de darmen van het varken, de dunne darm. Een bezoekster vertelde me dat ze vroeger altijd moest helpen met het schoonmaken van de darmen (desalniettemin vond ze het altijd een ontzettend gezellige tijd). Eerst moest het plukvet er voorzichtig vanaf worden gehaald, op de mestvaalt kneep je vervolgens de darmen leeg. Daarna moest deze ‘krange getrokken’ (binnenste buiten gekeerd) met warm water en met een lepel moest het darmslijm ervan af geschraapt worden. Tot slot nog even opblazen om op gaatjes te controleren, en stoppen maar. Eén varken is goed voor dertig meter darm. Ik denk dat de verse worst wel mijn favoriete stukje vlees was. En gezouten kinnebakspek (varkenswang) als broodbeleg, ik was er dol op! Inmiddels ben ik eigenlijk al jaren een vleesverminderaar.

In de museumschuur werd behalve gezaagd, gehakt, gesneden en gestopt ook gebakken. De dames in klederdracht bereidden bakbloedworst, balkenbrij, kaantjes en smaltappels. De kinderen konden achter in de schuur hun eigen verse sappige hamburger bakken die met heel veel smaak werd opgepeuzeld. Ik vroeg aan twee meisjes of ze het varken aan de ladder toevallig ook al hadden gezien? Moeder moest lachen en zei dat ze dat ná het eten van de hamburger gingen doen, verstandige volgorde waarschijnlijk. WEET WAT JE EET is tegenwoordig van groot belang voor de gemiddelde consument, daarentegen ben ik benieuwd hoeveel volwassenen en kinderen het slachten, uitslachten en verwerken tot eindproduct daadwerkelijk al eens hebben gezien?  Ik zou zeggen: de slachtvisite bij Museum Smedekinck is een prima veldexcursie voor jong en oud!

Als je meer wilt lezen over een traditionele huisslacht, volg de veilige link hieronder

https://www.vers-inspiratie.nl/historie-van-de-huisslacht/de-huisslachting

klomptgoed_601
92 kilo en 750 gram schoon aan de ladder tijdens de Slachtvisite bij Museum Smedekinck

Hummelo, Vive la France!

Het enige stukje Frankrijk dat ik ken is de hoofdstad Parijs. Tijdens een stedentrip van zeven dagen had ik ruimschoots de tijd om de stad een beetje te leren kennen. Andere delen van Frankrijk zijn mij onbekend. Desondanks voelt het in Hummelo ieder jaar weer alsof ik werkelijk de grens van Frankrijk ben gepasseerd! Vive La France Hummelo, een Frans evenement in Nederland of een Nederlands festival in Frankrijk? Gezien de warme zomerse weersomstandigheden bij enkele bezoeken en het complete Franse sfeertje zou je bijna in de war raken..

Bij het binnenrijden van Hummelo wapperen de Franse vlaggen sierlijk in de wind. Verkeersregelaars en parkeerwachters leiden alles weer vlot in goede banen. Voor mijn gevoel neemt de belangstelling ieder jaar weer toe, voor de middag is het vaak al een gezellige drukte. Franse chansons bereiken mijn oren, heerlijke etensgeuren mijn neus. De Dorpsstraat is feestelijk versierd en hier en daar zie ik al mensen sjouwen met hun zojuist bemachtigde brocante spulletjes. Er zijn meestal maar liefst negentig professionele brocanteurs met uiteenlopende specialisaties aanwezig! Ik hou ervan, de oude Louvre deuren, verweerde spiegels en grote zinken teilen. Behalve gebruiksvoorwerpen zijn er ook kramen vol prachtige en romantische dameskleding en allerlei streekproducten. Bij Hotel Cafe Restaurant de Gouden Karper probeer ik weer een plaatsje op het terras onder de eeuwenoude kastanjebomen te scoren. Dat is nog makkelijker gezegd dan gedaan! Logisch, want wie wil hier nou niet van een drankje genieten, heerlijk in de schaduw omringd door Franse vlaggetjes en vazen vol zonnebloemen. Genietend van de verse appeltaart met slagroom hoor ik om me heen veel verschillende talen. Vlaams, Duits, Frans en natuurlijk dialect. Het maakt dat je bijna zou vergeten dat je in Achterhoekse streek bent. Heel veel bezoekers daarentegen weten maar al te goed dat ze in het dorp zijn waar dat beroemde standbeeld is onthuld, er worden dan ook massaal foto’s gemaakt met de mannen van Normaal.

In en rondom de dorpskerk van Hummelo (Neo-gotische zaalkerk uit 1838) is  altijd de kunstfair, het Montmartre van Hummelo. Ook hier worden vrolijke Franse chansons gezongen. Achter de kerk, onder de Lindebomen, is het heerlijk vertoeven op een ander Frans uitziend terrasje. Her en der staan mooie oude Citroën 2CV’s geparkeerd. Mijn vader had vroeger ook zo’n ‘lelijke eend’, een rode. Het roept nog altijd herinneringen op naar vervlogen tijden, ongetwijfeld bij zovelen. Er is echt enorm veel te zien en te bewonderen! Al wandelend kom ik verschillende straatartiesten tegen, van rondlopende goochelaars tot ganzenhoeders. Orgue de barbarie heeft inmiddels een schare vaste fans (ik ben er één van), sommigen zitten dan ook al reikhalzend op haar meezing-uurtje te wachten. Met haar kleine draaiorgel speelt en zingt Xandra Storm bekende Franse chansons. Het was ruim na 16.00 uur voor ik het terrein verliet, vele momenten vastgelegd op camera. Ik heb weer enorm genoten van dit unieke evenement. Hummelo, het was weer magnifique!

 

DSC_1656
Vive la France Markt in Hummelo -French Market in Hummelo.
DSC_1197
Xandra Storm met haar Orque de Barbarie.
DSC_1668
Franse brocante & chansons tijdens Vive la France -Yearly French Market in Hummelo.

Bronckhorst, Applaus voor Doctor. J.H.TH de Jong

Tijdens een bezoek aan het Charles Dickensmuseum jaren geleden, was ik zelf getuige van de metamorfose die eigenaar Sjef de Jong regelmatig onderging. Een dikke laag make-up was absoluut niet nodig, de imposante man trok een lange zwarte jas aan, zette een hoge zwarte hoed op, pakte zijn houten wandelstok en Ebenezer Scrooge was geboren! Het was rond de kerstperiode, en Sjef alias Scrooge vertelde vol passie het kerstverhaal in het sfeervolle kleine theaterzaaltje van het Dickens Museum. Met name deze voordrachten waren zijn grote passie. Deze vonden het hele jaar door plaats, soms wel voor drie groepen per dag.

Charles Dickens werd geboren in 1812, en tijdens zijn 200e geboortejaar in 2012 vierden Sjef de Jong en zijn vrouw Alie het 25-jarig jubileum van hun museum. In 1987 kwamen zij in deze authentieke stadsboerderij te Bronckhorst wonen. Hier besloten zij hun lang gekoesterde droom te verwezenlijken: het inrichten en exploiteren van een museum geheel gewijd aan de Engelse schrijver Charles Dickens. In 1988 was de opening, beperkt tot de ruimte waar nu het winkeltje is. Uitbreiding volgde al snel en was mede mogelijk door de Londense Pickwick Bicycle Club (oudste Dickens vereniging ter wereld), die in 1988 een groot geldbedrag aan het museum schonken. In 2007 verhuisden Sjef en Alie drie huizen verderop, en kon het gehele boerderijtje als museum worden ingericht. Eigenlijk is het één grote Dickens-kijkdoos! Een rariteitenwinkel met in elk vertrek taferelen uit een bepaald Dickens boek. In 2004 werd het theaterzaaltje met zijn 50 zitplaatsen gerealiseerd, waar langs de wanden, achter glas, prachtige porseleinen tafereeltjes uit diverse Dickens verhalen staan. Deze zijn gemaakt door de Engelse kunstenares Eva Poray.

Na 30 jaar is op zondag 15 oktober 2017 het doek definitief gevallen voor het Dickens museum, vanwege leeftijd en bijkomende gezondheidsklachten van de nu 86-jarige Sjef. Sinds 2015 hebben zij intensief gezocht naar een opvolger voor het museum, eerst regionaal en later zelfs over de hele wereld. Dit is helaas niet gelukt. Het pand is verkocht, en voor de prachtige collectie, waaronder ook de originele handgesneden wandelstok ooit van Dickens zelf (gekocht bij Sotheby’s voor €25.000) , wordt nog een ander onderkomen gezocht. Zoon Dirk kan en wil het museum niet voortzetten. Hij is wel degelijk besmet geraakt met het Dickens-virus en de sluiting gaat hem natuurlijk aan het hart. Het is echter het levenswerk van zijn vader op zijn eigen specifieke manier, en is niet door iemand anders te evenaren. Het museum werd de laatste jaren draaiende gehouden door zeven vrijwilligers. Deze zondag heb ik voor de allerlaatste keer een bezoek gebracht aan Bronckhorst en dit bijzondere museum.

Op de zolder van het museum staan prachtige levensgrote beelden van karakters uit de verhalen van Charles Dickens, zoals de zakkenroller Fagin uit het verhaal Oliver Twist en Miss Havisham in haar door muizen aangevreten trouwjapon uit Great Expectations. Ze zijn door Sjef overgenomen van het Dickens Centre in het Engelse Rochester dat na 25 jaar hun deuren sloot. Rochester ligt in het graafschap Kent, en speelde een belangrijke rol in het leven van Charles Dickens. Hij bracht er zijn jeugd en tevens zijn laatste jaren door in het huis Gads Hill Place. Deze aankoop was erg belangrijk voor het museum in Bronckhorst, op het Europese vasteland is er geen uitgebreidere collectie te vinden. In Bronkhorst denken ze ook een nauwe band te hebben met Dickens. In The Pickwick Papers komt een koster Gabriël Grub voor (inspiratie voor het latere karakter Scrooge), die op dat moment ook in Bronkhorst te vinden is. Gabriël de Graaf was een doodgraver. Brompot, dronkaard en zo geobsedeerd door geld dat hij zelfs op kerstavond nog graven delfde! Op een kerstavond verdween hij spoorloos, om jaren later ineens weer op te duiken als een hervormd persoon.

De in Den Haag geboren Sjef de Jong richtte niet alleen het Dickens Museum op. In 1979 richtte hij de Kamer voor Consumenten-, en Burgerbelang op, naar aanleiding van zijn proefschrift waar hij als ziekenhuiseconoom op promoveerde tot doctor. Zelfs in dit werk ‘De maatschappelijke waarde van de onderneming’ verwerkte hij de ideeën van Charles Dickens. Tevens was hij directeur van het Slingeland ziekenhuis in Doetinchem. Door allerlei perikelen kwam hij aan de kant te staan. In deze periode groeide zijn waardering voor het werk van Charles Dickens uit tot een ware passie. Evenals de grote schrijver zette de Jong zich in voor de minderbedeelden door boeken te publiceren over economie en in Den Haag tegen allerlei dingen te protesteren, natuurlijk in 19e eeuws tenue. Zo was hij bijvoorbeeld in 2011 ook te vinden in Amsterdam op het Beursplein om de Occupiers een hart onder de riem te steken.

Het was een uitdrukkelijke wens van Sjef dat de collectie bij elkaar blijft, het liefst op Nederlandse bodem. Dat is gelukt, Het Land van Jan Klaassen in Braamt nam haast alles over. Echtgenote Alie de Jong- Krabbenbos ontving in september 2017 tijdens een vergadering over het Dickens evenement in Bronkhorst twee prachtige schilderijen als dank voor alles wat zij en Sjef gedaan hebben voor het Ondernemersgilde Bronkhorst. Met pijn in het hart moest de Achterhoek afscheid nemen van een heel bijzonder museum. Anderzijds kan Bronkhorst trots zijn dat het 30 jaar de thuishaven was van Ebenezer Scrooge!

DSC_0621

DSC_0607-2