Zelhem, Slachtvisite.

November staat van oudsher bekend als de slachtmaand, hoewel het weer eigenlijk meer van invloed was als de maand zelf. Mensen ging slachten als het kouder werd want de voorraad vlees was bedoeld voor de winter, om het vlees goed te kunnen drogen, moest het huis bovendien flink warm worden gestookt. Helder weer was ook belangrijk, mist en nevel zorgden voor een te hoge luchtvochtigheid waardoor het vlees zou kunnen bederven. Tijdens mijn jeugd werd er door mijn grootouders allang niet meer aan huis geslacht. Er werd wel eigen vee geslacht en gegeten, het uitslachten en verder verwerken gebeurde elders. Ik ben, net als velen waarschijnlijk, grootgebracht met elke dag een goed stuk vlees op tafel.

Iedereen is weer welkom op de slachtvisite bij Museum Smedekinck, voor mij de eerste keer. Zoals vroeger gebruikelijk was begint het ook hier met een borrel, een glaasje vlierbessenjenever. Alhoewel ik hem zou kunnen gebruiken om mezelf moed in te drinken, sla ik hem toch maar af. Je kon er eigenlijk niet omheen, het gehalveerde varken aan het hankholt op de ladder. Sowieso niet te vermijden voor iedereen die van het toilet gebruik wilde maken, het gigantische beest hing pal naast de wc’s! Ik moet direct denken aan de anekdote van Anjo die zij op Facebook met mij deelde, over het varken dat op de deel aan de ladder hing: “Dan hing dat beest daar, onder een wit laken. En dan moest jij als kind natuurlijk prompt plassen, midden in de nacht en aardedonker. Ik vond het vreselijk eng, de andere dag stonden we natuurlijk vooraan. Of ik er nu wat van zei of niet; niet zeuren, onmiddellijk plassen en je bed weer in!”.

Het vetgemeste varken (92,75kg) werd trots getoond aan alle belangstellenden die komen ‘vetpriezen’. Ik vond vooral de anatomie en uitleg welk stuk vlees waar zit erg interessant. Een vader nam zijn drie jonge kinderen ook mee naar het varken, alle vier luisterden net als ik geboeid naar de uitleg. Mooi om te zien, mooi dat het te zien is bij Smedekinck. Het museum is de enige waar tijdens de slachtvisite niet alleen het varken aan het hankholt op de ladder hangt en je gerelateerde streekproducten kunt kopen, hier wordt juist ook een groot gedeelte van het proces daartussen in gedemonstreerd. Het uitslachten van de andere helft van het varken, en verwerken tot eindproduct gebeurde in de museumschuur door de aanwezige (gepensioneerde) slagers. Tegenwoordig wordt er gewerkt op werkbanken van kunststof omdat dit hygiënischer zou zijn. Tijdens een huisslachting werd er meestal een deur uit zijn hengels getild, sopje erover en klaar was de werkbank. Eén van de slagers vertelde me dat het houten hakblok eigenlijk veel schoner was. Zelf heb ik, toen ik in de horeca werkte, ook nog op een houten werkbank gewerkt. Elke dag moesten we hem grondig boenen met gekookt water en afwasmiddel, elke zaterdag met chloor.

De slagers laten ook hier zien waar welk stuk vlees vandaan komt, langzamerhand herkende ik de karbonades, speklappen en ribbetjes. De volwassen dochter van één van de slagers staat met een nostalgisch gevoel en brede glimlach aan de zijkant haar vader gade te slaan. Ze vertelt me dat ze vroeger in de slagerij altijd achter de streep moest blijven staan, vanwege de scherpe messen. Toen ze wat ouder was mocht ze helpen. Mijn grootouders gebruikten het vrieshuis met klein abattoir in Corle, naast de smederij van te Welle. Ik mocht nooit mee naar binnen tijdens het uitslachten en verwerken, des te interessanter is deze slachtvisite. Even verderop in de museumschuur staan in klederdracht gehulde dames verse worst te maken, worststoppen zoals dat officieel heet. Twee vrouwen gebruiken de handgehaktmolen met vulpijpje, de andere vrouw duwt met haar duim het vlees door een worsthoorntje. Een precies werkje, want luchtbellen zijn niet gewenst. De vrouwen gebruiken hiervoor de darmen van het varken, de dunne darm. Een bezoekster vertelde me dat ze vroeger altijd moest helpen met het schoonmaken van de darmen (desalniettemin vond ze het altijd een ontzettend gezellige tijd). Eerst moest het plukvet er voorzichtig vanaf worden gehaald, op de mestvaalt kneep je vervolgens de darmen leeg. Daarna moest deze ‘krange getrokken’ (binnenste buiten gekeerd) met warm water en met een lepel moest het darmslijm ervan af geschraapt worden. Tot slot nog even opblazen om op gaatjes te controleren, en stoppen maar. Eén varken is goed voor dertig meter darm. Ik denk dat de verse worst wel mijn favoriete stukje vlees was. En gezouten kinnebakspek (varkenswang) als broodbeleg, ik was er dol op! Inmiddels ben ik eigenlijk al jaren een vleesverminderaar.

In de museumschuur werd behalve gezaagd, gehakt, gesneden en gestopt ook gebakken. De dames in klederdracht bereidden bakbloedworst, balkenbrij, kaantjes en smaltappels. De kinderen konden achter in de schuur hun eigen verse sappige hamburger bakken die met heel veel smaak werd opgepeuzeld. Ik vroeg aan twee meisjes of ze het varken aan de ladder toevallig ook al hadden gezien? Moeder moest lachen en zei dat ze dat ná het eten van de hamburger gingen doen, verstandige volgorde waarschijnlijk. WEET WAT JE EET is tegenwoordig van groot belang voor de gemiddelde consument, daarentegen ben ik benieuwd hoeveel volwassenen en kinderen het slachten, uitslachten en verwerken tot eindproduct daadwerkelijk al eens hebben gezien?  Ik zou zeggen: de slachtvisite bij Museum Smedekinck is een prima veldexcursie voor jong en oud!

 

Als je meer wilt lezen over een traditionele huisslacht, volg de veilige link hieronder

https://www.vers-inspiratie.nl/historie-van-de-huisslacht/de-huisslachting

Sinderen, Oldtimer Treffen

Zondag 3 juni 2018 was de negentiende Oldtimer Treffen Sinderen. Rond 11.15 uur had ik afgesproken met Theo Kock, fotograaf van dagblad de Gelderlander. Eerder die week had ik een interview met Gerard Menting over mijn fotoproject (fotograferen van oude verlaten/ vervallen Achterhoekse schuren), daar moest nu alleen nog een leuke actiefoto bij. Het was een grappig tafereel, ik fotografeerde de oldtimers (een stel mannen en wat auto’s) en Theo fotografeerde mij. Al snel bleven mensen staan en vroegen of we nu elkaar aan het fotograferen waren?! Na het zien van de schitterende (Achterhoekse) persfoto’s van Theo, heb ik het volste vertrouwen in een leuk resultaat (ja, zelfs met mij erbij in beeld). Wat een vakman!

Tegen de middag vroeg Jan Breukalaar, presentator van “Effen tied veur ’n präötjen” bij AladnaFM, vanaf het demoveld de aandacht van het publiek. Een jongen op een John Deere  tuintrekker rijd de akker op, gevolgd door een gigantisch groen brullend monster, eveneens een John Deere. Het blijken vader en zoon, Arjan en Yannick. Yannick is erg behendig met zijn mini-John, werd zelfs Nederlands kampioen zitmaaiertrek! Indrukwekkend. Maar het meest indrukwekkende moest nog komen.. Het blijkt namelijk dat de enorme tractor waar vader mee rijd eigenlijk ook van Yannick is?! Met toestemming van zijn zoon mag  Arjan hem de komende jaren indien nodig gebruiken. Yannick, nu twaalf jaar, kreeg deze John Deere 4240s van zijn oma. Wat een bijzonder cadeau! Daar moest dan ook wel een bijzonder (mooi) verhaal achter zitten. Ik wilde er graag het fijne van weten.

Moeder Birgit vertelde mij het hele verhaal. In 2007, toen Yannick twee jaar oud was, verhuisde hij met zijn moeder vanuit Limburg naar de Achterhoek, waar ze in Sinderen op de boerderij bij Arjan gingen wonen. Arjan scheurde toen rond op, je raad het al, een groene glimmende John Deere 4240s. Hoe stoer is dat voor een peuter! Toen Yannick de kleuterleeftijd had bereikt praatte hij dan ook honderduit over de trekker van papa Arjan. Er kwam een nieuwe trekker, maar de John Deere vergeten deed de kleine Yannick niet. Zodra hij het internetten onder de knie had, speurde hij het hele web af op zoek naar een John Deere 4240s. Zo nu en dan vond hij er één, meestal te ver weg (Amerika), te duur of beiden. De meeste kinderen zouden hun pijlen dan maar ergens anders op richten, dat gold dus niet voor Yannick. Na een logeerpartijtje bij oma Hennie in Duitsland kregen Arjan en Birgit een telefoontje van haar met een belangrijke vraag: of zij ‘zo’n trekker’ konden bestellen?

Oma Hennie is nu 78 en lijd aan de verschrikkelijke longziekte COPD. Elke dag is er één voor haar. Wachten tot Yannick zestien is, hem dan de trekker schenken is misschien helemaal niet mogelijk.. Dus oma Hennie besloot dat het nu moest gebeuren. Dat ‘nu’ duurde uiteindelijk nog twee jaar! Vlak voor de elfde verjaardag van Yannick vond hij zijn zo geliefde John Deere 4240s. Toen oma Hennie de prijs hoorde, was het wel even slikken.. Na de reactie van Yannick was het haar de aankoop dubbel en dwars waard vertelt Birgit. Ze geniet volop mee met Yannick, niets is mooier voor haar dan haar kleinzoon te zien glunderen. En dat deed hij toen Jan Breukelaar het publiek uitlegde dat het zíjn trekker is! Vader en zoon kijken trots toe als presentator Jan naar het terras loopt waar oma Hennie al net zo zit te stralen. Nadat oma in het kort bovenstaand verhaal vertelde, lieten Arjan en Yannick nog even een klein ‘trekkerdansje’ zien. Ongelooflijk behendig stuurden ze om en langs elkaar heen! Het publiek genoot, moeder Birgit en oma Hennie in het bijzonder. Ik ben blij dat ik het verhaal mocht horen en met jullie delen, over een Achterhoekse jongen en zijn bijzondere oma.  Ik weet als geen ander hoe sterk de band met je opa en oma kan zijn, welke belangrijke plaats zij kunnen vervullen. Dat is echte rijkdom.

Natuurlijk heb ik nog veel meer foto’s gemaakt en verhalen gehoord op het Oldtimer Treffen, dit was gewoon verreweg de mooiste en niet meer te overtreffen.

Aalten, Farm & Country Fair

Na bijna tien jaar woonachtig in Lichtenvoorde werd het wel echt héél hoog tijd voor een bezoek aan de Farm en Country fair Aalten. Vandaag dus mijn officiële vuurdoop. Vanaf station Aalten reed ik mee met de pendeldienst. Een tractor met overkapte aanhanger, dat was direct al een leuk ritje (Voor de mevrouw tegenover mij met chique (dunne) designkleding en strak gekapte coupe iets minder  ;-)). Door het schrijven van mijn vorige column was ik al het één en ander te weten gekomen over de countryfair, georganiseerd door de familie Ruesink. Mijn eerste gang vanmorgen was naar de informatiebalie, even mijn collega Gerdien Ruesink gedag zeggen.

Aan het einde van mijn eerste dag Farm & Country Fair kan ik met recht zeggen dat ik superblij ben om morgen weer terug te gaan! Wat een geweldig leuk festival, ik snap werkelijk niet waarom ik dat al die jaren aan mijn neus voorbij heb laten gaan?! Ik ben dol op dieren, en heb dan ook mijn hart op kunnen halen. Niet alleen om te fotograferen, vooral ook om eens van dichtbij te bekijken en sommigen die dat waarderen te mogen aaien. Jong en oud genoot en werd blij van al die liefkozingen  :-). Kalf Suus is inmiddels pink Suus geworden. Geheel ontspannen lag ze lekker te herkauwen in de grote tent, onverschillig voor alle aandacht, als een ware diva op een bed van stro.

Gerdien tipte mij om even achter in de gele straat te gaan kijken, 24KitchenFood Truck Challenge is neergestreken op de countryfair. Elke aflevering vind plaats op een ander zomers festival, met onder andere Lange Frans. Vandaag kookte hij met Pip Pellens, beter bekend als Wiet in GTST. Er liepen blijkbaar nog twee BN-ers, gevolgd door heel veel nieuwsgierige kinderen. Zij vertelden mij heel enthousiast dat het Jasper en Marius Gottliebwaren (??). U weet wel, van Spangas. In de gele straat was ook het Vintage Festival themaplein en de Sheep Factor Show. Bij de laatste maakte ik kennis met Erik en Joyce Ruesink, vader en dochter. Joyce vertelde mij vol passie over haar zeer bijzondere schapen. De hele Sheep Factor Show is sowieso al iets heel bijzonders, echt uniek in Nederland. Ik heb werkelijk in mijn leven nog nooit zulke mooie schapen gezien, laat staan dat ik wist dat er zoveel verschillende rassen bestonden. Ik weet nu wel de uiterlijke verschillen tussen een schaap en een geit (schrijf ik met lichte trots). De staart van een geit staat overeind en hij heeft een sik, beide in tegenstelling tot een schaap.

Nog steeds in de gele straat, bij het Vintage Festival Themaplein, ontmoet ik per toeval mijn oud-collega Ursula. Ze was aan het helpen in de stand van Hanny Kwekkeboom. Van oorsprong is Hanny Aaltense, 20 jaar geleden emigreerde zij naar Oslo in Noorwegen. Met haar bedrijfje genaamd In Between Wearing richt zij zich op re-design van Scandinavische vintage kleding. Op haar eigen unieke manier pimpt zij ‘oude’ kledingstukken tot fantastische nieuwe creaties. In de gele straat spot ik ook houten klompen! Dat wil zeggen een heuse klomp-fietsbel, ingenieus gemaakt door een (vierde generatie) klompenmaker. Of er een vijfde generatie zou komen was even spannend, de zoons waren weinig klomps  ;-). Gelukkig is er ook een dochter, en deze heeft het klompen maken in het bloed. Met de zesde generatie zit het ook wel goed, aldus opa (generatie vier).

Joke Ruesink is net als een groep andere vrouwen uit de regio lid van tuinclub De Bonte Tuinvlo uit Varsseveld. De stand van deze dames heeft ieder jaar een ander thema, dit jaar is dat ‘de spijkerbroek’. Alle leden zijn verzot op tuinieren, de uitdaging is dit te combineren met het huidige thema. Het resultaat is superleuk! Vooral die met de houten klompen natuurlijk  :-D.

Het weer werkt gelukkig goed mee, de zon breekt steeds vaker en langer door, geholpen door de wind die de regenbuien verjaagd. Voor wie even schuilen wil is er (in de bruine straat) het Zonnehuisje van timmervakvrouw Monie van Paassen. Begin juli stond er een mooi artikel van Monie, over deze zonnehuisjes, in het blad Landleven. Het ontwerp van het zonnehuisje is gebaseerd op de vroegere TBC-huisjes. De opbouw van het Zonnehuisje is als het ontwerp van vroeger, ramen in beide zijgevels om goed te kunnen luchten en een draaischijf met massieve wielen onder het huisje. Ook het ouderwetse hang- en sluitwerk is in het huisje verwerkt zodat oude tijden herleven. Samen met Monie heb ik het huisje naar de zon gedraaid zodat ik er wat foto’s van kon maken. Ondertussen slijpt Monie voor mij een origineel Zonnehuisje Timmermanspotlood.

Mijn eerste dag Farm & Country Fair is voorbij gevlógen! Voor ik naar huis ga, trakteer ik mezelf op een zalige warme stroopwafel van foodtruckStroopwafels XXL uit Enschede. Wat een leuke dag, wat een leuk festival. Ik kijk uit naar morgen, dan is het Nederlands kampioenschap wolspinnen en de kalveropfokwedstrijden voor kinderen. Nieuwe dag, nieuwe verhalen!

Hummelo, Vive la France!

Het enige stukje Frankrijk dat ik ken is de hoofdstad Parijs. Tijdens een stedentrip van zeven dagen had ik ruimschoots de tijd om de stad een beetje te leren kennen. Andere delen van Frankrijk zijn mij onbekend. Desondanks voelde het afgelopen zaterdag in Hummelo alsof ik werkelijk de grens van Frankrijk was gepasseerd! Vive La France Hummelo, een Frans evenement in Nederland of een Nederlands festival in Frankrijk? Gezien de warme zomerse weersomstandigheden en het complete Franse sfeertje zou je bijna in de war raken..

Bij het binnenrijden van Hummelo wapperen de Franse vlaggen sierlijk in de wind. Verkeersregelaars en parkeerwachters leiden alles vlot in goede banen. Voor mijn gevoel is de belangstelling dit jaar wederom toegenomen, het is om 11.30 uur al een gezellige drukte. Franse chansons bereiken mijn oren, heerlijke etensgeuren mijn neus. de Dorpsstraat is feestelijk versierd en hier en daar zie ik al mensen sjouwen met hun zojuist bemachtigde brocante spulletjes. Er zijn maar liefst negentig professionele brocanteurs met uiteenlopende specialisaties aanwezig! Ik hou ervan, de oude Louvre deuren, verweerde spiegels en grote zinken teilen. Behalve gebruiksvoorwerpen zijn er ook kramen vol prachtige en romantische dameskleding en allerlei streekproducten.

Bij Hotel Cafe Restaurant de Gouden Karper scoren we een plaatsje op het terras onder de eeuwenoude kastanjebomen. Dat is nog makkelijker gezegd dan gedaan! Logisch, want wie wil hier nou niet van een drankje genieten, heerlijk in de schaduw omringd door Franse vlaggetjes en vazen vol zonnebloemen. Genietend van de verse appeltaart met slagroom hoor ik om me heen veel verschillende talen. Vlaams, Duits, Frans en natuurlijk dialect. Het maakt dat je bijna zou vergeten dat je in Achterhoekse streek bent. Heel veel bezoekers daarentegen weten maar al te goed dat ze in het dorp zijn waar dat beroemde standbeeld nog niet zo lang geleden is onthuld, er worden dan ook massaal foto’s gemaakt met de mannen van Normaal.

In en rondom de dorpskerk van Hummelo (Neo-gotische zaalkerk uit 1838) is de kunstfair, de Montmartre van Hummelo. Ook hier worden vrolijke Franse chansons gezongen door het duo Pierre et Gerdy. Achter de kerk, onder de Lindebomen, is het heerlijk vertoeven. Voor de kerk dit jaar een (opgeblazen) eerbetoon aan Normaal: Bertus op zien Norton en Tinus op de BSA. Behalve deze twee motoren staan er ook her en der mooie oude Citroën 2CV’s geparkeerd. Mijn vader had vroeger ook zo’n ‘lelijke eend’, een rode. Het roept nog altijd herinneringen op naar vervlogen tijden, net als bij zovelen. Er is echt enorm veel te zien en te bewonderen! Al wandelend kom ik verschillende straatartiesten tegen, De rondlopende goochelaar John Negenkerken en ganzenhoeder Jurgen Baan zorgen voor veel bekijks.

Orgue de barbarie heeft inmiddels een schare vaste fans, sommigen zitten dan ook al reikhalzend op haar meezinguurtje te wachten. Met haar kleine draaiorgel speelt en zingt Xandra Storm bekende Franse chansons. Ik behoor ook tot die schare fans, en geniet dan ook van het optreden. Op dat moment zingt ze toevallig even samen met Yolanda Tangelder, zij zong ook tijdens het openluchtspel ‘Dwarsliggers’ aan de Borkense Baan dat ik eerder dit jaar bezocht. Dit jaar wordt ze ook nog eens vergezeld door Parijse vrienden, zangeres Malene Lamarque en accordeonist Fanchon. Het is ruim na 16.00 uur als ik het terrein verlaat, vele momenten vastgelegd op camera. Ik heb weer enorm genoten van dit unieke evenement. Hummelo, het was weer magnifique!

Lichtenvoorde, Chants de Noël

Gisterenavond was ik voor het eerst te gast in de Johanneskerk (Lichtenvoorde). Deze kerk stamt uit 1648, en is inmiddels een zogeheten ‘Groene Kerk’. Dit houd in dat de kerk een aantal belangrijke duurzame stappen heeft genomen, en samen ieder jaar 1 duurzame stap zal blijven zetten. Met de GroeneKerkenactie enthousiasmeren en motiveren zij de geloofsgemeenschap. De Johanneskerk (Lichtenvoorde) laat zien hoe je duurzaamheid vorm kan geven in jouw eigen omgeving, in het klein en in het groot. Mooi om te zien dat ook kerken zich inzetten voor een schonere wereld. Ondanks dat Marc lid is van deze kerk, was ik er zelf nog niet eerder geweest.

Een prachtige oude Engelse traditie is het samen zingen van kerstliederen, the Christmas carols. In 2010 was in de PKN Kerk Lichtenvoorde de eerste editie van Christmas Carols, een kerstsamenzang met muzikale klassieke liederen. Vanavond hebben de Christmas Carols in de Johanneskerk een Franse slag, letterlijk en figuurlijk. Zelf heb ik op een Protestants christelijke basisschool gezeten, de kerstpsalmen zijn mij dan ook niet onbekend. De Bijbelverhalen vind ik prachtig en ik koester nog steeds een kerst-cd uit mijn kindertijd: ‘Disney, the twelve days of Christmas’. Bij het versieren van de kerstboom luister ik nog altijd graag naar de stemmen van Mickey en Donald. Ook een kleine verlichte kerststal ontbreekt niet bij ons thuis, dat hoort er voor mij toch echt wel bij.

Johan Meerdink begeleid de liederen vanavond op klarinet. Xandra Storm is vanavond ook te gast met haar handdraaiorgel Orgue de barbarie. Dit is de Franse naam voor een draaiorgel en tevens haar artiestennaam. Zij speelt en zingt met dit orgel (het liefst op straat waar het draaiorgel thuishoort) in binnen-, en buitenland. In het dagelijks leven is Xandra lerares Frans op het Schaersvoorde. Xandra woonde en werkte 5 jaar lang in Frankrijk, zij is een Francofiel in hart en nieren! Behalve prachtige chansons van Edith Piaf, Charles Aznavour, Jacques Brel en Stromae speelt en zingt zij dus ook Franse kerstliederen. Op haar website zag ik de aankondiging voor deze activiteit in de Johanneskerk, en daar wilde ik graag bij zijn

Het lied ‘God Rest You Merry Gentleman’ dat we onder begeleiding van Xandra zingen, wordt in 1843 ook door Charles Dickens gebruikt in A Christmas Carol. Samen zingen we ook ‘Cantique de Noël’ (Heilige Nacht), Les Anges dans nos Campagnes (Gloria in Exelsis Deo), Minuit Crétiens en Il est ne le Divin Enfant. De avond is goed bezocht, het gezang klinkt prachtig. Op een groot scherm rollen de teksten voorbij, ik ken echter de meeste Nederlandse psalmen nog steeds uit mijn hoofd en geniet van deze bijzondere bijeenkomst. Na een aantal liederen wordt er een fragment vertoont van het kerstverhaal door De Zandtovenaar Gert van der Vijver.

Dominee Hans Hinkamp vertelt een mooi kerstverhaal met een Franse twist, op de achtergrond een schitterende afbeelding van de Cathédrale Notre-Dame de Paris. Ik bezocht tijdens een vakantie in Parijs ook deze kathedraal, een mooie rozenkrans als herinnering.

Behalve dit kerstverhaal draagt dominee Hans Hinkamp ook het gedicht ‘De hemel houd zijn adem in’ voor. Na ruim een uur zingen en luisteren komt er een einde aan deze bijzondere avond. Mijn eerste keer in de PKN Kerk Lichtenvoorde zal ik zeker niet vergeten. Marc is lid van deze kerk, dus wie weet blijft het niet bij dit bezoek. Terwijl de gasten zich naar de koffie begeven, speelt Xandra nog een paar mooie chansons op haar Orgue de barbarie. Jong en oud kwamen vanavond samen, op de voorste rij een aantal bewoners van Careaz Antoniushove uit Lichtenvoorde, die allemaal zichtbaar hebben genoten. Eén van de aanwezige kinderen komt naar voren gerend, direct door Xandra uitgenodigd om even zelf het kleine rode orgel te bespelen. Net als zij verlaat ook ik de Johanneskerk (Lichtenvoorde) met een glimlach, kerstliederen die naklinken in mijn gedachten. Dit is waar kerst voor mij om draait.. Hoop, een nieuwe dag, samenzijn en genieten van kleine mooie momenten.

DSC_2374

Bronckhorst, Applaus voor Doctor. J.H.TH de Jong

Tijdens een bezoek aan het Charles Dickensmuseum jaren geleden, was ik zelf getuige van de metamorfose die eigenaar Sjef de Jong regelmatig onderging. Een dikke laag make-up was absoluut niet nodig, de imposante man trok een lange zwarte jas aan, zette een hoge zwarte hoed op, pakte zijn houten wandelstok en Ebenezer Scrooge was geboren! Het was rond de kerstperiode, en Sjef alias Scrooge vertelde vol passie het kerstverhaal in het sfeervolle kleine theaterzaaltje van het Dickens Museum. Met name deze voordrachten waren zijn grote passie. Deze vonden het hele jaar door plaats, soms wel voor drie groepen per dag.

Charles Dickens werd geboren in 1812, en tijdens zijn 200e geboortejaar in 2012 vierden Sjef de Jong en zijn vrouw Alie het 25-jarig jubileum van hun museum. In 1987 kwamen zij in deze authentieke stadsboerderij te Bronckhorst wonen. Hier besloten zij hun lang gekoesterde droom te verwezenlijken: het inrichten en exploiteren van een museum geheel gewijd aan de Engelse schrijver Charles Dickens. In 1988 was de opening, beperkt tot de ruimte waar nu het winkeltje is. Uitbreiding volgde al snel en was mede mogelijk door de Londense Pickwick Bicycle Club (oudste Dickens vereniging ter wereld), die in 1988 een groot geldbedrag aan het museum schonken. In 2007 verhuisden Sjef en Alie drie huizen verderop, en kon het gehele boerderijtje als museum worden ingericht. Eigenlijk is het één grote Dickens-kijkdoos! Een rariteitenwinkel met in elk vertrek taferelen uit een bepaald Dickens boek. In 2004 werd het theaterzaaltje met zijn 50 zitplaatsen gerealiseerd, waar langs de wanden, achter glas, prachtige porseleinen tafereeltjes uit diverse Dickens verhalen staan. Deze zijn gemaakt door de Engelse kunstenares Eva Poray.

Na 30 jaar is op zondag15 oktober 2017 het doek definitief gevallen voor het Dickens museum, vanwege leeftijd en bijkomende gezondheidsklachten van de nu 86-jarige Sjef. Sinds 2015 hebben zij intensief gezocht naar een opvolger voor het museum, eerst regionaal en later zelfs over de hele wereld. Dit is helaas niet gelukt. Het pand is verkocht, en voor de prachtige collectie, waaronder ook de originele handgesneden wandelstok ooit van Dickens zelf (gekocht bij Sotheby’s voor €25.000) , wordt nog een ander onderkomen gezocht. Zoon Dirk kan en wil het museum niet voortzetten. Hij is wel degelijk besmet geraakt met het Dickens-virus en de sluiting gaat hem natuurlijk aan het hart. Het is echter het levenswerk van zijn vader op zijn eigen specifieke manier, en is niet door iemand anders te evenaren. Het museum werd de laatste jaren draaiende gehouden door zeven vrijwilligers. Deze zondag heb ik voor de allerlaatste keer een bezoek gebracht aan Bronckhorst en dit bijzondere museum.

Op de zolder van het museum staan prachtige levensgrote beelden van karakters uit de verhalen van Charles Dickens, zoals de zakkenroller Fagin uit het verhaal Oliver Twist en Miss Havisham in haar door muizen aangevreten trouwjapon uit Great Expectations. Ze zijn door Sjef overgenomen van het Dickens Centre in het Engelse Rochester dat na 25 jaar hun deuren sloot. Rochester ligt in het graafschap Kent, en speelde een belangrijke rol in het leven van Charles Dickens. Hij bracht er zijn jeugd en tevens zijn laatste jaren door in het huis Gads Hill Place. Deze aankoop was erg belangrijk voor het museum in Bronckhorst, op het Europese vasteland is er geen uitgebreidere collectie te vinden. In Bronkhorst denken ze ook een nauwe band te hebben met Dickens. In The Pickwick Papers komt een koster Gabriël Grub voor (inspiratie voor het latere karakter Scrooge), die op dat moment ook in Bronkhorst te vinden is. Gabriël de Graaf was een doodgraver. Brompot, dronkaard en zo geobsedeerd door geld dat hij zelfs op kerstavond nog graven delfde! Op een kerstavond verdween hij spoorloos, om jaren later ineens weer op te duiken als een hervormd persoon.

De in Den Haag geboren Sjef de Jong richtte niet alleen het Dickens Museum op. In 1979 richtte hij de Kamer voor Consumenten-, en Burgerbelang op, naar aanleiding van zijn proefschrift waar hij als ziekenhuiseconoom op promoveerde tot doctor. Zelfs in dit werk ‘De maatschappelijke waarde van de onderneming’ verwerkte hij de ideeën van Charles Dickens. Tevens was hij directeur van het Slingeland ziekenhuis in Doetinchem. Door allerlei perikelen kwam hij aan de kant te staan. In deze periode groeide zijn waardering voor het werk van Charles Dickens uit tot een ware passie. Evenals de grote schrijver zette de Jong zich in voor de minderbedeelden door boeken te publiceren over economie en in Den Haag tegen allerlei dingen te protesteren, natuurlijk in 19e eeuws tenue. Zo was hij bijvoorbeeld in 2011 ook te vinden in Amsterdam op het Beursplein om de Occupiers een hart onder de riem te steken.

Het is een uitdrukkelijke wens van Sjef dat de collectie bij elkaar blijft, het liefst op Nederlandse bodem. Dirk heeft als zoon beloofd dat ze dat voor hem gaan regelen, als het echt niet anders kan toch naar Engeland. InChatham (Kent) is een groot Dickens museum en zij hebben al eerder aangegeven interesse te hebben in de collectie. Echtgenote Alie de Jong- Krabbenbos ontving in september jl. tijdens een vergadering over het Dickens evenement in Bronkhorst twee prachtige schilderijen als dank voor alles wat zij en Sjef gedaan hebben voor het Ondernemersgilde Bronkhorst. Met pijn in het hart moet de Achterhoek afscheid nemen van een heel bijzonder museum. Anderzijds kan Bronkhorst trots zijn dat het 30 jaar de thuishaven was van Ebenezer Scrooge!

DSC_0621

Zutphen, Vertelfestival

RaJa, Achterhoek Anders

Zondag 20 augustus ben ik samen met Barbara Pavinati, Alias Rabarbara, afgereisd naar Zutphen. In de Houthaven vond voor de 8e maal het tweejaarlijks Vertelfestival plaats. Vanaf het station was de route naar de Museumhaven perfect aangegeven. Ik moet eerlijk bekennen dat ik daar nog niet eerder was geweest. Wat een bijzondere plek! Op zeven verschillende historische schepen werden verhalen verteld en muziek gespeeld. Gratis entree voor iedereen, na elke voorstelling ging de schipper rond met zijn pet voor een vrijwillige gift. Na het voorstellen van alle artiesten aan wal betraden we de steigers op weg naar de eerste voorstelling.

Via een smal en steil trappetje komen we aan boord van historisch schip de Allegonda. Jan Alfrink(Pedagogisch Adviesburo Tsjai) vertelde twee verhalen van Godfried Bomans met muzikale ondersteuning van zijn echtgenote Gemma. Het mooiste verhaal vond ik ‘De Koning die niet dood wilde’. Op YouTube is een mooi filmpje te vinden waarin Bomans zijn sprookje voorleest in eigen tuin! De Allegonda is een steilsteven schip uit 1923 van 25m lengte. De steilsteven is oorspronkelijk een typisch Groninger zeilschip voor de kleine kanalen. Ze vervoerden veelal aardappelen, bieten en turf. Het heeft iets heel bijzonders om aan boord van een schip te luisteren naar een verhaal. Jan Alfrink is een bescheiden doch boeiende ietwat klassieke verteller. Precies passend bij de stijl van Bomans.

Voor de pauze konden we naar nog een verhaal gaan luisteren. Dus trotseren we het steile smalle trappetje om aan en van boord te gaan nog een keer, en lopen we naar het volgende schip, de Walravina. Dit is een typisch Gelders rivierschip, een kleine 23m lang. De Walravina vervoerde graan, hout en stenen. Eenmaal aan boord, wederom via een piepklein trappetje, ben ik zeer aangenaam verrast! Nog even niet door de verteller Gery Groot Zwaaftink, maar door de prachtige inrichting! Het houten interieur met panelen, kleine kastjes en kolenfornuisje is gerestaureerd zoals het was rond 1900. Als iedereen in de roef heeft plaatsgenomen, begint Gery met zijn verhaal over ‘Walravina’. Het is een vermakelijk verhaal over liefde, bedrog, berouw en doorzettingsvermogen. Natuurlijk eindigt Gery met een liedje op zijn gitaar. Hij is werkelijk een fantastische verteller! Door het gebruik van zijn hele lichaam naast de krachtige expressie wordt ik het verhaal ingetrokken en geniet met volle teugen. Eerder deze maand was ik bij een ander optreden van hem bij Terras Zonder Naam in Winterswijk.

Het Dagelijks Bestaan uit Zutphen zorgt voor koffie met een kuukske. Mooi even tijd om te netwerken, en wat visitekaartjes uit de delen. Daarna door naar ons derde verhaal. Hiervoor moeten we aan boord van een authentiek Brugschip uit 1896! Het was het eerste machine-brugschip in Nederland. Marjo Damen van Sterk-Verhaal (verhalenvertelster.nl) en Chris Champion -Englishman Abroad vertellen ons een schitterend Iers volksverhaal. Tussendoor zingen ze bijpassende liedjes, zoals I’m a Believer van The Monkeys. De voorstellingen duren allemaal ongeveer 30 minuten, maar ik heb het gevoel alsof ik naar complete theatervoorstelling ben geweest! Wat een ontzettend leuk festival is dit!

Tot slot gaan we aan boord van de Vleermoes. Dit is een zogeheten dektjalk uit 1905, iets meer dan 22m lang. De schippers hebben de Vleermoes vandaag ter beschikking gesteld aan Mirjam Wagter Smit. Zij geeft vandaag voor jong en oud een verhalenschrijfworkshop. Met slechts een aantal steekwoorden mag er een verhaal worden geschreven. Mijn verhaal gaat over een vegetarische vleermoes die uiteindelijk een appel deelt met mijn kleine vriend de appelmoes. Want als een vleermoes een vleermuis is, dan is appelmoes een appelmuis toch? Rabarbara schudt ook weer een schitterend verhaal uit haar groene Rabarbara pen. Op de afsluiting van het vertelfestival leest zij op verzoek van Mirjam haar eigen verhaal voor.

Wat een heerlijk begin van mijn vakantie! Op zeer aangename wijze heb ik kennis gemaakt met de Museumhaven in Zutphen en met het vertelfestival ‘Verhalen aan boord’. Ik zal proberen te onthouden dat een schip iets anders is als een boot.. Op Trikker.nl zal er nog een mooie blog volgen van mij en Rabarbara samen, oftewel een blog van RaJa!

DSC_1659
Museumhaven Zutphen
DSC_1669
Gery Groot Zwaaftink
DSC_1699
Luisteren naar verhalen
DSC_1686
Rabarbara aan het werk