God is a DJ

De Top2000 op Radio 2 bestaat al sinds 1999. Het idee was toen om éénmalig het jaar 2000 in te luiden met de beste 2000 liedjes die ooit zijn gemaakt. Inmiddels is het een immens populair tv-, radio-, en internetprogramma. De Top2000-Kerkdienst bestaat sinds 2013, toen werden de eerste zeven Top 2000 Kerkdiensten gehouden. In 2018 deden er al 128 gemeenten mee! Tja, Faithless zong het al in 1998: God is a DJ.

Zondag 20 januari stond deze bijzondere dienst ook op de agenda van de PKN Kerk Lichtenvoorde. Een enorm koor met een 14 instrumenten tellende live band bracht de popmuziek ten gehore. Dit was mede mogelijk door de krachten te bundelen, deze dienst reisde namelijk van Aalten naar Lichtenvoorde Gemeente Oost Gelre en vervolgens door naar Winterswijk. De Johanneskerk barstte zowat uit zijn voegen, wat een belangstelling! Gelukkig konden zij die niet meer in de kerk pasten de dienst volgen op een scherm in de Johanneshof. Het thema van 2019 was ‘Vertrouwen’, een begrip van alle tijden. Centraal stond het verhaal van Ruth, net als alle verhalen uit de Bijbel eigenlijk ook van alle tijden. Als je de vertaalslag naar jezelf maar weet te vinden.. Ruth reisde naar een ver land, met een vreemde taal en andere gewoonten. De cultuur was vreemd voor haar, net als de mensen om haar heen. Dit is niet alleen een eeuwenoud Bijbelverhaal, het is het hedendaagse levensverhaal van velen. Ds. Hinkamp vertelde vandaag dit verhaal en wist op zijn eigen prachtige manier de vertaalslag naar de Achterhoekse streek te maken.

De gekozen popliedjes leken als vanzelfsprekend bij het verhaal te horen. Het ging over vertrouwen, ‘Have a Little Faith in Me’. Ds. Hinkamp vertelde over de grens-overschrijdende reis van Ruth, gevolgd door het nummer ‘Try’ van één van mijn favoriete zangeressen, Alecia Beth Moore, beter bekend als Pink. Haar teksten vind ik prachtig! Het verhaal gaat verder, de wegen van Orpa en Ruth scheiden zich. Je eigen weg gaan vraagt kracht en respect voor de ander, prachtig verwoord in het lied ‘Don’t Worry About Me’. Ruth had een miljoen reden om niét met Naomi mee te gaan, net als de vele migranten van nu. Een vreemd land, een vreemde taal en zonder familie. In het lied ‘Million Reasons’ van Lady Gaga komen twee zinnen voor die Ds. Hinkamp prachtig vertaalt naar het nu: ‘I’ve got a hundred million reasons to walk away’, er zijn genoeg redenen om de kerk los te laten. ‘But baby, I just need one good reason to stay’, je hebt maar één goede reden nodig om te blijven.

Het tegenovergestelde van vertrouwen is wantrouwen. Wantrouwen in hen die niet van hier zijn, zoals men Ruth wantrouwde. Roddel en achterklap is vaak het gevolg, in al die duizenden jaren heeft de mens dat nooit afgeleerd. Misschien goed om eerst eens in de spiegel te kijken? If you wanna make the world a better place, take a look at yourself and make a change. Geschreven door Michael Jackson, vandaag gezongen door het Top 2000 kerkkoor. Ds. Hinkamp vertelde verder over Ruth en haar ontmoeting met Boaz op zijn akker, eigenlijk een oeroude versie van Boer zoekt Vrouw, opperde de dominee! Zonder speeddate, dat deden ze toen natuurlijk nog niet. Gewoon meteen doorpakken naar de logeernacht en volgens oud Israëlisch gebruik de man een huwelijksaanzoek te doen door aan zijn voeteneind gaan liggen. Werkte prima voor Ruth en Boaz. Tenminste, nadat Boaz zijn schoen aan de man had gegeven die eigenlijk het eerste recht op Ruth had gehad. Want zo werden er vroeger in Israël stukken land verkocht of geruild, door één van beide schoenen aan de ander te geven. Samen kregen zij zoon Obed, de opa van de toekomstige Koning David.

Het laatste gedeelte van het verhaal werd afgewisseld met popliedjes als ‘Geef mij nu je Angst’ (André Hazes), ‘Can’t Stop the Feeling’ (Justin Timberlake), en het swingende nummer R.E.S.P.E.C.T. van Aretha Franklin. Na het gebed en de collecte mocht de bassist van het Top 2000 kerkkoor eindelijk los gaan op het nummer ‘The Pretender’ van de Foo Fighters. Met het lied ‘Open je Ogen’ van BLØF was er dan echt een eind gekomen aan deze fantastische kerkdienst, en mocht er eindelijk geapplaudisseerd worden! Tijdens de koffie in de Johanneshof werd er nog lang vol lof nagepraat over deze Anders Kerk Zijn dienst.

De boodschap over vertrouwen was prachtig verpakt en weer geweldig mooi gebracht door dominee Hinkamp. Natuurlijk in een smetteloos wit Top 2000-kerkdienst shirt.

Artikel Elna

dsc_2082-3
Een immens zangkoor en maar liefst 14 muzikanten verzorgende de Top2000-Kerkdienst.
dsc_2056-2
Ds. Hinkamp vertelde het prachtige verhaal van Ruth.

Zelhem, Slachtvisite.

November staat van oudsher bekend als de slachtmaand, hoewel het weer eigenlijk meer van invloed was als de maand zelf. Mensen ging slachten als het kouder werd want de voorraad vlees was bedoeld voor de winter, om het vlees goed te kunnen drogen, moest het huis bovendien flink warm worden gestookt. Helder weer was ook belangrijk, mist en nevel zorgden voor een te hoge luchtvochtigheid waardoor het vlees zou kunnen bederven. Tijdens mijn jeugd werd er door mijn grootouders allang niet meer aan huis geslacht. Er werd wel eigen vee geslacht en gegeten, het uitslachten en verder verwerken gebeurde elders. Ik ben, net als velen waarschijnlijk, grootgebracht met elke dag een goed stuk vlees op tafel.

Iedereen is weer welkom op de slachtvisite bij Museum Smedekinck, voor mij de eerste keer. Zoals vroeger gebruikelijk was begint het ook hier met een borrel, een glaasje vlierbessenjenever. Alhoewel ik hem zou kunnen gebruiken om mezelf moed in te drinken, sla ik hem toch maar af. Je kon er eigenlijk niet omheen, het gehalveerde varken aan het hankholt op de ladder. Sowieso niet te vermijden voor iedereen die van het toilet gebruik wilde maken, het gigantische beest hing pal naast de wc’s! Ik moet direct denken aan de anekdote van Anjo die zij op Facebook met mij deelde, over het varken dat op de deel aan de ladder hing: “Dan hing dat beest daar, onder een wit laken. En dan moest jij als kind natuurlijk prompt plassen, midden in de nacht en aardedonker. Ik vond het vreselijk eng, de andere dag stonden we natuurlijk vooraan. Of ik er nu wat van zei of niet; niet zeuren, onmiddellijk plassen en je bed weer in!”.

Het vetgemeste varken (92,75kg) werd trots getoond aan alle belangstellenden die komen ‘vetpriezen’. Ik vond vooral de anatomie en uitleg welk stuk vlees waar zit erg interessant. Een vader nam zijn drie jonge kinderen ook mee naar het varken, alle vier luisterden net als ik geboeid naar de uitleg. Mooi om te zien, mooi dat het te zien is bij Smedekinck. Het museum is de enige waar tijdens de slachtvisite niet alleen het varken aan het hankholt op de ladder hangt en je gerelateerde streekproducten kunt kopen, hier wordt juist ook een groot gedeelte van het proces daartussen in gedemonstreerd. Het uitslachten van de andere helft van het varken, en verwerken tot eindproduct gebeurde in de museumschuur door de aanwezige (gepensioneerde) slagers. Tegenwoordig wordt er gewerkt op werkbanken van kunststof omdat dit hygiënischer zou zijn. Tijdens een huisslachting werd er meestal een deur uit zijn hengels getild, sopje erover en klaar was de werkbank. Eén van de slagers vertelde me dat het houten hakblok eigenlijk veel schoner was. Zelf heb ik, toen ik in de horeca werkte, ook nog op een houten werkbank gewerkt. Elke dag moesten we hem grondig boenen met gekookt water en afwasmiddel, elke zaterdag met chloor.

De slagers laten ook hier zien waar welk stuk vlees vandaan komt, langzamerhand herkende ik de karbonades, speklappen en ribbetjes. De volwassen dochter van één van de slagers staat met een nostalgisch gevoel en brede glimlach aan de zijkant haar vader gade te slaan. Ze vertelt me dat ze vroeger in de slagerij altijd achter de streep moest blijven staan, vanwege de scherpe messen. Toen ze wat ouder was mocht ze helpen. Mijn grootouders gebruikten het vrieshuis met klein abattoir in Corle, naast de smederij van te Welle. Ik mocht nooit mee naar binnen tijdens het uitslachten en verwerken, des te interessanter is deze slachtvisite. Even verderop in de museumschuur staan in klederdracht gehulde dames verse worst te maken, worststoppen zoals dat officieel heet. Twee vrouwen gebruiken de handgehaktmolen met vulpijpje, de andere vrouw duwt met haar duim het vlees door een worsthoorntje. Een precies werkje, want luchtbellen zijn niet gewenst. De vrouwen gebruiken hiervoor de darmen van het varken, de dunne darm. Een bezoekster vertelde me dat ze vroeger altijd moest helpen met het schoonmaken van de darmen (desalniettemin vond ze het altijd een ontzettend gezellige tijd). Eerst moest het plukvet er voorzichtig vanaf worden gehaald, op de mestvaalt kneep je vervolgens de darmen leeg. Daarna moest deze ‘krange getrokken’ (binnenste buiten gekeerd) met warm water en met een lepel moest het darmslijm ervan af geschraapt worden. Tot slot nog even opblazen om op gaatjes te controleren, en stoppen maar. Eén varken is goed voor dertig meter darm. Ik denk dat de verse worst wel mijn favoriete stukje vlees was. En gezouten kinnebakspek (varkenswang) als broodbeleg, ik was er dol op! Inmiddels ben ik eigenlijk al jaren een vleesverminderaar.

In de museumschuur werd behalve gezaagd, gehakt, gesneden en gestopt ook gebakken. De dames in klederdracht bereidden bakbloedworst, balkenbrij, kaantjes en smaltappels. De kinderen konden achter in de schuur hun eigen verse sappige hamburger bakken die met heel veel smaak werd opgepeuzeld. Ik vroeg aan twee meisjes of ze het varken aan de ladder toevallig ook al hadden gezien? Moeder moest lachen en zei dat ze dat ná het eten van de hamburger gingen doen, verstandige volgorde waarschijnlijk. WEET WAT JE EET is tegenwoordig van groot belang voor de gemiddelde consument, daarentegen ben ik benieuwd hoeveel volwassenen en kinderen het slachten, uitslachten en verwerken tot eindproduct daadwerkelijk al eens hebben gezien?  Ik zou zeggen: de slachtvisite bij Museum Smedekinck is een prima veldexcursie voor jong en oud!

Als je meer wilt lezen over een traditionele huisslacht, volg de veilige link hieronder

https://www.vers-inspiratie.nl/historie-van-de-huisslacht/de-huisslachting

klomptgoed_601
92 kilo en 750 gram schoon aan de ladder tijdens de Slachtvisite bij Museum Smedekinck

Hummelo, Vive la France!

Het enige stukje Frankrijk dat ik ken is de hoofdstad Parijs. Tijdens een stedentrip van zeven dagen had ik ruimschoots de tijd om de stad een beetje te leren kennen. Andere delen van Frankrijk zijn mij onbekend. Desondanks voelt het in Hummelo ieder jaar weer alsof ik werkelijk de grens van Frankrijk ben gepasseerd! Vive La France Hummelo, een Frans evenement in Nederland of een Nederlands festival in Frankrijk? Gezien de warme zomerse weersomstandigheden bij enkele bezoeken en het complete Franse sfeertje zou je bijna in de war raken..

Bij het binnenrijden van Hummelo wapperen de Franse vlaggen sierlijk in de wind. Verkeersregelaars en parkeerwachters leiden alles weer vlot in goede banen. Voor mijn gevoel neemt de belangstelling ieder jaar weer toe, voor de middag is het vaak al een gezellige drukte. Franse chansons bereiken mijn oren, heerlijke etensgeuren mijn neus. De Dorpsstraat is feestelijk versierd en hier en daar zie ik al mensen sjouwen met hun zojuist bemachtigde brocante spulletjes. Er zijn meestal maar liefst negentig professionele brocanteurs met uiteenlopende specialisaties aanwezig! Ik hou ervan, de oude Louvre deuren, verweerde spiegels en grote zinken teilen. Behalve gebruiksvoorwerpen zijn er ook kramen vol prachtige en romantische dameskleding en allerlei streekproducten. Bij Hotel Cafe Restaurant de Gouden Karper probeer ik weer een plaatsje op het terras onder de eeuwenoude kastanjebomen te scoren. Dat is nog makkelijker gezegd dan gedaan! Logisch, want wie wil hier nou niet van een drankje genieten, heerlijk in de schaduw omringd door Franse vlaggetjes en vazen vol zonnebloemen. Genietend van de verse appeltaart met slagroom hoor ik om me heen veel verschillende talen. Vlaams, Duits, Frans en natuurlijk dialect. Het maakt dat je bijna zou vergeten dat je in Achterhoekse streek bent. Heel veel bezoekers daarentegen weten maar al te goed dat ze in het dorp zijn waar dat beroemde standbeeld is onthuld, er worden dan ook massaal foto’s gemaakt met de mannen van Normaal.

In en rondom de dorpskerk van Hummelo (Neo-gotische zaalkerk uit 1838) is  altijd de kunstfair, het Montmartre van Hummelo. Ook hier worden vrolijke Franse chansons gezongen. Achter de kerk, onder de Lindebomen, is het heerlijk vertoeven op een ander Frans uitziend terrasje. Her en der staan mooie oude Citroën 2CV’s geparkeerd. Mijn vader had vroeger ook zo’n ‘lelijke eend’, een rode. Het roept nog altijd herinneringen op naar vervlogen tijden, ongetwijfeld bij zovelen. Er is echt enorm veel te zien en te bewonderen! Al wandelend kom ik verschillende straatartiesten tegen, van rondlopende goochelaars tot ganzenhoeders. Orgue de barbarie heeft inmiddels een schare vaste fans (ik ben er één van), sommigen zitten dan ook al reikhalzend op haar meezing-uurtje te wachten. Met haar kleine draaiorgel speelt en zingt Xandra Storm bekende Franse chansons. Het was ruim na 16.00 uur voor ik het terrein verliet, vele momenten vastgelegd op camera. Ik heb weer enorm genoten van dit unieke evenement. Hummelo, het was weer magnifique!

 

DSC_1656
Vive la France Markt in Hummelo -French Market in Hummelo.
DSC_1197
Xandra Storm met haar Orque de Barbarie.
DSC_1668
Franse brocante & chansons tijdens Vive la France -Yearly French Market in Hummelo.

Bronckhorst, Applaus voor Doctor. J.H.TH de Jong

Tijdens een bezoek aan het Charles Dickensmuseum jaren geleden, was ik zelf getuige van de metamorfose die eigenaar Sjef de Jong regelmatig onderging. Een dikke laag make-up was absoluut niet nodig, de imposante man trok een lange zwarte jas aan, zette een hoge zwarte hoed op, pakte zijn houten wandelstok en Ebenezer Scrooge was geboren! Het was rond de kerstperiode, en Sjef alias Scrooge vertelde vol passie het kerstverhaal in het sfeervolle kleine theaterzaaltje van het Dickens Museum. Met name deze voordrachten waren zijn grote passie. Deze vonden het hele jaar door plaats, soms wel voor drie groepen per dag.

Charles Dickens werd geboren in 1812, en tijdens zijn 200e geboortejaar in 2012 vierden Sjef de Jong en zijn vrouw Alie het 25-jarig jubileum van hun museum. In 1987 kwamen zij in deze authentieke stadsboerderij te Bronckhorst wonen. Hier besloten zij hun lang gekoesterde droom te verwezenlijken: het inrichten en exploiteren van een museum geheel gewijd aan de Engelse schrijver Charles Dickens. In 1988 was de opening, beperkt tot de ruimte waar nu het winkeltje is. Uitbreiding volgde al snel en was mede mogelijk door de Londense Pickwick Bicycle Club (oudste Dickens vereniging ter wereld), die in 1988 een groot geldbedrag aan het museum schonken. In 2007 verhuisden Sjef en Alie drie huizen verderop, en kon het gehele boerderijtje als museum worden ingericht. Eigenlijk is het één grote Dickens-kijkdoos! Een rariteitenwinkel met in elk vertrek taferelen uit een bepaald Dickens boek. In 2004 werd het theaterzaaltje met zijn 50 zitplaatsen gerealiseerd, waar langs de wanden, achter glas, prachtige porseleinen tafereeltjes uit diverse Dickens verhalen staan. Deze zijn gemaakt door de Engelse kunstenares Eva Poray.

Na 30 jaar is op zondag 15 oktober 2017 het doek definitief gevallen voor het Dickens museum, vanwege leeftijd en bijkomende gezondheidsklachten van de nu 86-jarige Sjef. Sinds 2015 hebben zij intensief gezocht naar een opvolger voor het museum, eerst regionaal en later zelfs over de hele wereld. Dit is helaas niet gelukt. Het pand is verkocht, en voor de prachtige collectie, waaronder ook de originele handgesneden wandelstok ooit van Dickens zelf (gekocht bij Sotheby’s voor €25.000) , wordt nog een ander onderkomen gezocht. Zoon Dirk kan en wil het museum niet voortzetten. Hij is wel degelijk besmet geraakt met het Dickens-virus en de sluiting gaat hem natuurlijk aan het hart. Het is echter het levenswerk van zijn vader op zijn eigen specifieke manier, en is niet door iemand anders te evenaren. Het museum werd de laatste jaren draaiende gehouden door zeven vrijwilligers. Deze zondag heb ik voor de allerlaatste keer een bezoek gebracht aan Bronckhorst en dit bijzondere museum.

Op de zolder van het museum staan prachtige levensgrote beelden van karakters uit de verhalen van Charles Dickens, zoals de zakkenroller Fagin uit het verhaal Oliver Twist en Miss Havisham in haar door muizen aangevreten trouwjapon uit Great Expectations. Ze zijn door Sjef overgenomen van het Dickens Centre in het Engelse Rochester dat na 25 jaar hun deuren sloot. Rochester ligt in het graafschap Kent, en speelde een belangrijke rol in het leven van Charles Dickens. Hij bracht er zijn jeugd en tevens zijn laatste jaren door in het huis Gads Hill Place. Deze aankoop was erg belangrijk voor het museum in Bronckhorst, op het Europese vasteland is er geen uitgebreidere collectie te vinden. In Bronkhorst denken ze ook een nauwe band te hebben met Dickens. In The Pickwick Papers komt een koster Gabriël Grub voor (inspiratie voor het latere karakter Scrooge), die op dat moment ook in Bronkhorst te vinden is. Gabriël de Graaf was een doodgraver. Brompot, dronkaard en zo geobsedeerd door geld dat hij zelfs op kerstavond nog graven delfde! Op een kerstavond verdween hij spoorloos, om jaren later ineens weer op te duiken als een hervormd persoon.

De in Den Haag geboren Sjef de Jong richtte niet alleen het Dickens Museum op. In 1979 richtte hij de Kamer voor Consumenten-, en Burgerbelang op, naar aanleiding van zijn proefschrift waar hij als ziekenhuiseconoom op promoveerde tot doctor. Zelfs in dit werk ‘De maatschappelijke waarde van de onderneming’ verwerkte hij de ideeën van Charles Dickens. Tevens was hij directeur van het Slingeland ziekenhuis in Doetinchem. Door allerlei perikelen kwam hij aan de kant te staan. In deze periode groeide zijn waardering voor het werk van Charles Dickens uit tot een ware passie. Evenals de grote schrijver zette de Jong zich in voor de minderbedeelden door boeken te publiceren over economie en in Den Haag tegen allerlei dingen te protesteren, natuurlijk in 19e eeuws tenue. Zo was hij bijvoorbeeld in 2011 ook te vinden in Amsterdam op het Beursplein om de Occupiers een hart onder de riem te steken.

Het was een uitdrukkelijke wens van Sjef dat de collectie bij elkaar blijft, het liefst op Nederlandse bodem. Dat is gelukt, Het Land van Jan Klaassen in Braamt nam haast alles over. Echtgenote Alie de Jong- Krabbenbos ontving in september 2017 tijdens een vergadering over het Dickens evenement in Bronkhorst twee prachtige schilderijen als dank voor alles wat zij en Sjef gedaan hebben voor het Ondernemersgilde Bronkhorst. Met pijn in het hart moest de Achterhoek afscheid nemen van een heel bijzonder museum. Anderzijds kan Bronkhorst trots zijn dat het 30 jaar de thuishaven was van Ebenezer Scrooge!

DSC_0621

DSC_0607-2

Zelhem, Oogst,- en folkloredag

Grote goudgele roggevelden is geen alledaags gezicht meer. Als er al flink rogge wordt verbouwd, wordt dat gemaaid met een grote combine die het hele verwerkingsproces van rogge in één keer voltooid. Daar is maar weinig mankracht voor nodig. Dat was vroeger wel anders! In Zelhem viert de nostalgie jaarlijks nog hoogtij, en wordt het rogge van het land gehaald met een oude tractor en antieke roggemaaier. Het is vandaag de dag bijna een toeristische attractie! Ik had het in elk geval nog nooit gezien, dus dit evenement wilde ik graag eens meemaken.

Aan de overkant van Museum Smedekinck lag het roggeveld er prachtig goudgeel bij. Vroeger moest de rogge eigenlijk voor Sint Jaopik, de patroonheilige van de roggeoogst (25 juli) al van het land zijn. De rogge was dus aan de hoge kant en ook de vele regen die afgelopen dagen maakte het er niet gemakkelijker op, maar ik kreeg toch een goed beeld hoe het vroeger in zijn werk ging. De gemaaide rogge werd gebonden met stengels van het graan zelf, en de bossen rogge (schoven of garve) werden in zogeheten ‘hokken’ gezet. Het lijkt een beetje op een wigwam. Een toeschouwer vertelde mij dat het een precies karweitje betrof want de schoven moesten goed blijven staan, en bovendien moest de wind er doorheen kunnen zodat de schoven goed droogden. Het roggeveld ligt aan een landelijk weggetje in Zelhem, en fietsers die toevallig passeren sprongen enthousiast van hun fiets bij het zien van deze bijna vergeten werkzaamheden. Vroeger nam de roggeoogst zo’n twee tot drie weken in beslag, en was het roggemaaien keihard werken van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat, vaak op warme zomerdagen. Tussen de middag werd er meestal gegeten op het land, een lekkere dikke spekpannenkoek uit het vuistje met een dampende kom koffie. Ook nu lieten de roggemaaiers en bindsters zich de pannenkoeken goed smaken. Het was een prachtige voorstelling! Ik heb op de boerderij van mijn grotouders nog wel het ouderwetse hooien meegemaakt. Dan stonden er soortgelijke ‘wigwammen’ op het land (ruiters).

Veel tijd om te ‘chillen’ was er niet, want ‘het olde wief moest nog gemaakt en versierd worden! Hiervoor gebruikte men de laatste halmen van het roggeveld, waar een extra grote garve van werd gemaakt. Het olde wief werd vervolgens versierd met groene lijsterbestakken en bloemen. De lijsterbes staat symbool voor wijsheid, kracht en bescherming tegen het kwaad. Het olde wief werd vroeger aangeboden aan de boerin, die vervolgens een dronk uitbracht op de oogst. Bovenop een boerenwagen werd de versierde schoof naar het erf van Museum Smedekinck gereden, gevolgd door twee folkloristische dansgroepen waarna er net als vroeger een eet,- en drinkfestijn ontstond en gedanst werd met het olde wief als middelpunt.

Voordat we de karakteristieke oogstdansen te zien kregen, ging eerst de fles rond, een borrel voor de harde werkers. De dansers van Wi’j eren ’t Olde gaven een schitterende voorstelling. Ik was duidelijk niet de enige die dit met plezier aanschouwde, het was een levendige drukte op het erf en zag vooral veel oudere mensen enorm genieten. Na het dansen werd getoond hoe men vroeger dorste. Het dorsen gebeurde in werkelijkheid nooit op dezelfde dag als het maaien, voor een colplete demonstratie maakt men bij Smedekinck een uitzondering. Op het erf was te zien hoe men dit vroeger handmatig deed, het vlegelen. Het graan lag uitgespreid op een harde ondergrond (de dorsvloer) waarna de mannen vervolgens met de dorsvlegel op het graan sloegen. Dit moest in het juiste ritme gebeuren (om beurten), om te voorkomen dat de dorsvlegels elkaar zouden raken. De steel van de dorsvlegel moest precies passen onder de oksel van de dorser en varieerde dus in lengte, afhankelijk van de grootte van de eigenaar. Door het slaan werden de korrels uit de aren verwijderd. De graankorrels, nog met het kaf, werden in een platte gevlochten mand (wan) omhoog gegooid zodat de wind het stof en de kaf wegblaast. Daar komt ook ons spreekwoord vandaan, het goede van het slechte scheiden (kaf van het koren scheiden).

Iets verderop stond de grote oude dorsmolen, aangedreven door een tractor. Een platte wagen was volgepakt met de gebonden schoven van het land. Deze werden door een boerenknecht met een vork bovenop de dorsmachine gegooid, door anderen van het bindsel ontdaan en in de dorsmachine geduwd. Het graan werd hier in drie delen gescheiden: zaad, kaf en stro. Een toeschouwer begon me te vertellen dat vroeger alles werd gebruikt. Het stro werd gebruikt in de stal en het kaf deed men in legnesten van kippen of er werden kussens mee opgevuld. Ik genoot van de verhalen van weleer. De man vertelt me dat het dorsen vroeger nooit in de zomer gebeurde. Dan was het te druk op de boerderij, dus gebeurde het in de winterdag. Het was behalve hard werken ook een gezellige gebeurtenis waarbij het samenzijn een belangrijk aspect was. De dorsmachine ging van boerderij naar boerderij en iedereen hielp elkaar. ‘Zulke saamhorigheid is er tegenwoordig niet meer bij’, zegt de man spijtig. Iedereen heeft een zo groot mogelijke veestapel en haast alles gebeurt machinaal met meestal eigen machines. Deze manier van dorsen is duidelijk zwaar en stoffig werk, en ik heb diepe bewondering voor alle vrijwilligers waarvan de meesten toch niet meer zo piepjong zijn.. Ik vond het geweldig om te zien, en hoop dat deze traditie nog lang van generatie op generatie wordt doorgegeven. Zulk mooi erfgoed mag de Achterhoek trots op zijn!

 

DSC_1496