Buffelboerderij Arns

Na het bezoeken van een geiten-, schapen-, en koeienboerderij in verband met de Week van de Achterhoekse en Liemerse kazen georganiseerd door Slow Food Achterhoek ging ik zaterdagmiddag een kijkje nemen bij de boerderij van Anita Arns in Zevenaar waar zo’n 300 waterbuffels worden gehouden. Ik kende het dier alleen uit natuurfilms, dat wil zeggen de wilde waterbuffel die voornamelijk in Azië voorkomt. In safaripark de Beekse Bergen vind je de Kaapse Buffel, één van de Big Five en ook één van de gevaarlijkste dieren van Afrika. De huisdierwaterbuffels in Zevenaar zijn zo gefokt dat hun eigenschappen zijn aangepast op een leven in dienst en de nabijheid van mensen.

In 2003 kocht familie Arns de eerste 53 waterbuffels. Hiervoor hadden zij een melkveebedrijf. Inmiddels is de kudde van Waterbuffelboerderij Arns zevenaar gegroeid tot zo’n 300 waterbuffels waarvan er 180 melkgevend zijn, goed voor 1800 liter melk. De waterbuffels worden twee keer per dag gemolken. Net als schapen zijn ook waterbuffels lastiger te melken. Ook zij houden hun melk soms op en moeten de uiers eerst een beetje opgeklopt worden. Op het erf ging ik natuurlijk een kijkje nemen bij de stro-potstal waar een nieuwsgierige waterbuffel mij al stond op te wachten. Wat een imposant dier! De meesten lagen heerlijk rustig in het stro. Bijna allemaal hadden ze ook een laagje stro op hun rug? Het blijkt dat de dieren een erg gevoelige huid hebben die nagenoeg kaal is of bedekt met maar een dun laagje haar. Een laagje modder of stro geeft het dier een beschermend en daardoor rustgevend gevoel. In de stal wordt daarom tweemaal daags (na het melken) van bovenaf vers stro gestrooid. De hoorns van de waterbuffel groeien hun hele leven door. Hoe meer deukjes in de hoorn, hoe ouder ze zijn.

In de buffelshop vertelde Anita Arns mij meer over de producten die zij verkoopt, waaronder natuurlijk de geliefde mozzarella kaas. Er wordt ook feta van buffelmelk verkocht: buffaletta. Behalve kaas verkoopt Anita ook buffelboter, vanille-, en chocoladevla met buffelmelk, yoghurt en natuurlijk verse buffelmelk. Met name de laatste twee producten zijn erg geliefd bij mensen met Turkse roots. Buffelmelk heeft namelijk een heel hoog vetpercentage waardoor het erg lijkt op Turkse yoghurt (8% vet waar koemelk meestal rond de 4% vet bevat). Terwijl ik in het winkeltje rondkeek was het inderdaad een komen en gaan van klanten die een meegebrachte jerrycan met buffelmelk lieten vullen! De zuivel wordt verwerkt in de kaasmakerij van Anita’s zwager die 1 boerderij verder woont. Behalve de zuivelproducten worden er in de boerderijwinkel ook vleesproducten van eigen waterbuffels verkocht. Wat na het slachten niet direct vers wordt verkocht wordt ingevroren. Pas als dat grotendeels is verkocht wordt er weer geslacht. Arns beschikt over een eigen ruimte om het vlees te verwerken. Over de bedrijfsvoering vertelde Anita mij dat zij “niet bio is maar wel ‘logisch’”. De dieren krijgen hier geen standaard medicijnen vanaf hun geboorte. Als ze ziek zijn en daarvoor een kuurtje nodig hebben, dan doet Arns dat net zoals je zelf en ieder ander met zijn huisdieren zou doen. In de boerderijwinkel worden ook streekproducten en verse groenten van collega boeren verkocht en je vind er zelfs een apart winkeltje in de winkel! Namelijk Tante Yo Personal Dogtraining & Dogfood. Hier worden o.a. zelfgemaakte snacks van buffelvlees verkocht en ook buffelbotten. Op deze manier wordt dus echt de hele waterbuffel benut.

Ik vond het een weer een prachtig bezoek! Thuis heb ik werkelijk gesmuld van de vanillevla. Het deed me meteen denken aan de dikke romige vla die mijn oma op de boerderij ook zelf maakte.

DSC_1118
De Buffels in de stro-potstal.
DSC_1199
Jao jao, ook de buffels weten alles van de AVG!
DSC_1160
De buffelkalfjes.

Schapenkaasboerderij.

Dinsdag 8 oktober bezocht ik in het kader van de Week van de Achterhoekse & Liemerse kazen wederom een kaasboerderij. Deze keer melkschapenbedrijf De Kooihoek in het Gelderse Laren. Nog niet zo lang geleden maakte ik een boeiende wandeling door deze prachtige omgeving, georganiseerd door de Agrarische natuurvereniging ’t Onderholt. Ook de schapenboerderij is omgeven door een schitterend stuk natuur! Eigenaren Freek Atema en Ellen Stam stonden ons al op te wachten voor een rondleiding. Slow Food Achterhoek organiseert deze week om te laten zien welke heerlijke kazen er worden gemaakt in de Achterhoek en Liemers. Vandaag dus aandacht voor schapenkaas.

Freek houdt zich sinds de jaren ’70 al bezig met schapen melken en schapenkaas maken. Tot 1988 had hij een boerderij aan de Waal in het Gelderse Brakel. Na een aantal jaren waarin hij te maken kreeg met flinke hoogwaterstanden en overstromingen besloot Freek zijn bedrijf te verplaatsen naar Laren. Op de boerderij zorgen momenteel 75 Friese Melkschapen voor melk. In de jaren ’70 en ’80 was het melkschaap bijna geheel verdwenen in Nederland, daarom is het officieel een ‘zeldzaam huisdier’. Ondertussen zijn er al weer wat meer melkschaapbedrijven, echter nog steeds minimaal vergeleken bij ander melkvee. Freek legde mij uit dat het melken van schapen ook best heel arbeidsintensief is. Het neemt ongeveer twee keer zoveel tijd in beslag als het melken van koeien of geiten en bovendien produceren ze maar de helft van de melk in vergelijking met een geit. Een schaap produceert ongeveer 500 liter melk per jaar, een geit daarentegen dus zo’n 1000 liter. Er wordt op De Kooihoek twee keer per dag gemolken in een melkstal met 12 melkplekken. In totaal kunnen er zo’n 40 schapen tegelijk in de melkstal. Via een gangetje komen ze de stal binnen en ja, dan ontstaat er wel eens file! Alle schapenmelk van De Kooihoek wordt in hun eigen kaasmakerij verwerkt tot rauwmelkse kaas. Zo ontstaat er een zeer smaakvolle schapenkaas met eigen unieke Kooihoek-smaak. Ellen legde uit dat er zelfs nog smaakverschil ontstaat wanneer je schapenkaas maakt van eerst gekoelde of juist ongekoelde schapenmelk! Dan is het nóg romiger. Er wordt voornamelijk biologische harde schapenkaas gemaakt, van jong tot overjarig. Daarnaast maakt Ellen ook feta, kwark en ricotta. Ik ben verzot op fetakaas! Dat heb ik echt pas leren eten in Griekenland, bestrooid met olijfolie en oregano. Vandaag zag ik dus gewoon grote verse blokken in een toepasselijke Grieks-blauwe emmer drijven.

Per week wordt er twee keer kaas gemaakt. Behalve door Ellen en Freek gebeurt dat één van beide keren door een vaste medewerker die wekelijks 5 uur op De Kooihoek helpt. Ongeveer de helft van de schapenkazen wordt verkocht op diverse biologische markten. Zelf staat Freek iedere vrijdag op de biologische markt op het Vredenburg in Utrecht. Dat vond ik wel weer toevallig om te horen aangezien ik in Bilthoven ben geboren en ontelbare keren over de (zaterdag) markt in Utrecht heb gestruind en soms ook werkte (in een kruidenkraam). De overige kaas van De Kooihoek gaat naar biologische kaaswinkels en verschillende groothandels in Nederland en ook België. De oudere schapen die nauwelijks of geen melk meer produceren worden door een kleine lokale slager geslacht. Het vlees wordt verwerkt tot schapenworst en deels teruggekocht door Freek die het dan weer op de markt verkoopt. Ook kan er lamsvlees worden gekocht op De Kooihoek. Op de vraag of er verschil is in het maken van schapenkaas en geitenkaas antwoordde Ellen bevestigend. De rijping van de wrongel gaat sneller omdat er meer vet en eiwitten in schapenmelk zit. Het is volgens haar zoeken naar de juiste balans. Roer je te kort, dan heb je een natte kaas. Bij teveel roeren wordt de schapenkaas juist droog en hard. “Het is een stukje beleving dat je na jaren pas echt goed in de vingers krijgt.”

Tijdens de rondleiding over het bedrijf zagen we in de weide ook een Blauwe Texelaar lopen. Dat viel wel op natuurlijk tussen al die witte wollige lijfjes! We vroegen ons af of de witte Friezen dat niet raar vonden zo’n donkere snoet in hun midden? Ellen schoot meteen in de lach. “Jazeker zei ze. Het leek wel alsof ze door een wolf op hun hielen werden gezeten! De eerste paar uur deden ze niets anders als wegrennen voor de Texelaar. Aangezien een schaap een kuddedier is, bleef de Texelaar juist instinctief achter de Friezen aanrennen!” Het is blijkbaar toch goed gekomen, want alle schapen lagen gemuudelijk bi’j mekare.

De hele manier van werken op de Kooihoek is biologisch. In het weideland worden bijvoorbeeld klavers en cichorei gezaaid. Er wordt geen gif gebruikt waardoor er ook veel andere kruiden groeien. Het graanland (dat voor een deel voorziet in het krachtvoer voor de schapen) voldoet aan de voorwaarden van agrarisch natuurbeheer als kruidenrijk akkerland. Naast dit perceel ligt ook nog eens een twaalf meter brede bloemenstrook. Op het dak van de grote stal liggen zonnepanelen, goed voor een derde van het elektriciteitsverbruik. Op de melkstal liggen zonnecollectoren die voor het warme water zorgen. Aan de achterzijde van de boerderij hadden we een schitterend uitzicht over de houtsingel die Freek in de jaren ’90 eigenhandig heeft aangelegd. Het hout wat hieruit komt wordt weer gebruikt in de houtgestookte cv-ketel die  het woonhuis en de kaasmakerij verwarmd. Best veel werk beaamde Freek maar het snoeiwerk vind hij mooi om te doen. Zo heeft hij ook een heel stuk houtwal zelf gevlochten. Het afvalwater van het woonhuis en de kaasmakerij wordt gezuiverd in een rietveldzuivering? Weer iets nieuws geleerd in mijn leven.

We verlieten de Kooihoek niet zonder een heerlijke kom thee (André had geluk, het was geen badwatersmaakje) met iets lekkers erbij. Vanaf de keukentafel hadden we een geweldig mooi uitzicht op de omliggende natuur. Binnen was er overigens ook genoeg te zien! Heel veel trofeeën en bokalen bovenop de schouw waaronder op een schitterend crèmekleurig Aga fornuis de koffie warm werd gehouden. Ik vind deze week van Slow Food Achterhoek nu al geslaagd! Mooi om op deze manier kennis te maken met een aantal bijzondere bedrijven in de Achterhoekse streek en mij bewust te worden van de prachtige streekproducten die zij maken.

 

DSC_1030
Kaasmakerij.
DSC_1024
Als hobby worden er soms ook huiden gelooid.
DSC_1045
Schitterende houtsingel achter de boerderij.

Geitenkaasboerderij.

Geitenkaasboerderij De Brömmels.

Camping en geitenkaasboerderij De Brömmels is gevestigd in het prachtige Winterswijkse Woold. De week van 6 t/m 13 oktober zet Slow Food Achterhoek alle Achterhoekse en Liemerse kazen in de spotlight. Ik ga diverse locaties bezoeken om foto’s te maken en te schrijven over het bedrijf en hun streekproduct. Zo mocht ik maandag 7 oktober meekijken bij het maken van geitenkaas in de kaasmakerij van De Brömmels. De kaasmakerij is spiksplinternieuw, dus had ik ook nog eens de primeur om hier de eerste reportage foto’s te mogen maken! Nu was ik nog niet eerder op deze boerderij geweest dus voor mij was het sowieso al heel bijzonder.

Bert Kots, de eigenaar van het bedrijf, maakt ondertussen al 41 jaar kaas. Als kind had hij al iets met kaas vertelde hij. Zo fietste hij toen al graag naar de nabij gelegen Harmienehoeve waar het heerlijk geurde naar verse kaas. De eerste geit op De Brömmels was Mieke (1995). Inmiddels worden er 130 geiten gemolken. Van die melk wordt voornamelijk kaas gemaakt. Geitenmelk wordt eigenlijk alleen op bestelling verkocht. In de kaasmakerij stond de grote tank al vol met geitenmelk, 1500 liter om precies te zijn. Twee keer week wordt hier kaas gemaakt van eigen melk en één keer per week door een buurman-boer uit het Duitse Bocholt. Hij is eigenaar van Büffelhof Kragemann en maakt zijn eigen buffelkaas in de kaasmakerij van Bert. Aan de melk wordt vloeibare stremsel toegevoegd en daarna in zijn geheel opgewarmd. De melk gaat vervolgens ‘stremmen’, de vaste stoffen (eiwitten) in de melk klonteren samen. Gestremde melk wordt wrongel genoemd. Terwijl Bert de messen bevestigde die de wrongel gaan breken (snijden) vertelde hij enthousiast verder over zijn bedrijf.

Zijn geiten hebben het goed. De laag stro in de stal moet zo dik zijn dat je er zelf ook lekker op kunt liggen. Als dat zo is heeft de geit het volgens hem ook naar zijn zin. Openheid is voor Bert heel belangrijk. “Ik heb een open bedrijf en een open boekhouding. Iedereen mag komen kijken wat ik doe en welke grondstoffen ik gebruik.” Geiten eten voornamelijk gras maar het zijn geen grazers zoals koeien. De meeste geiten bij De Brömmels vind je dan ook in de grote stal, waar ze zelf het allerliefste zijn. Op wat jongvee na, die kunnen naar hartenlust buiten rennen en gekke bokkensprongen maken. De geiten op stal voert Bert voornamelijk hooi van eigen land en een heel klein beetje brokken. Hij vind dat je streekproducten zoals de kazen van De Brömmels ook moet maken grondstoffen uit de streek. Dus wordt er zo min mogelijk hooi aangekocht. Het afvalwater van de kaas wordt ook weer verspreid over het weiland. Dit bevorderd de vertering van het stro, hierdoor valt het sneller uit elkaar legde Bert me uit. Het restproduct van kaas, de (kaas)wei, zou volgens hem nog veel beter benut kunnen worden. Het is bijvoorbeeld zeer geschikt om aan de varkens te geven.

Het kaasmaken doet Bert niet alleen. Meestal wordt hij geholpen door Iris. Toen zij een jaar of dertien was kwam zij als campinggast op De Brömmels. Op het gevarieerde bedrijf van Bert en Ellen is natuurlijk altijd wat te doen, zodoende begon Iris in 2012 met werken op de boerderij. Toen twee dagen per week en inmiddels werkt ze er fulltime. Er worden meerdere keren per week rondleidingen gegeven aan scholen en bedrijven. Wanneer Bert hier geen tijd voor heeft neemt Iris het over. Inmiddels weet ook zij heel wat over het kaasmaken te vertellen. Tijdens de koffie mochten we ook proeven van de diverse geitenkaasjes die hier worden gemaakt. De zachte geitenkaas met mierikswortel waar we volgens Bert mee moesten beginnen smaakte heerlijk. Daarna proefden we nog wat van de harde geitenkaas. Jong naturel, oud en gekruid. Het smaakte allemaal even lekker. De geitenkwark van de Brömmels wordt ook steeds populairder, met name in de horeca.

Deze ochtend werden er 50 pondjes gemaakt, kleine geitenkaasjes van 500 gram. Nu de kerstdagen in zicht komen worden deze weer meer geproduceerd omdat ze met name populair zijn als relatiegeschenk. Het meest gangbaar op De Brömmels zijn echter toch de 5 kilograms kazen, deze gaan naar de winkeliers. Toen de wrongel naar beneden was gezakt werd er 500 ml weivocht uit de tank gepompt. Zo ontstaat er ruimte om warm water toe te voegen wat nodig is om de juiste temperatuur te krijgen. Terwijl Bert de kaasnetten in de wrongel stopte vertelde hij meer over het pekelen van de kaas nadat ze uit de vormen zijn gehaald. De pondjes kaas hebben genoeg aan zo’n zes uur in het pekelbad. Dan is het zout doorgedrongen tot het binnenste van de kaas. De tonnetjes kaas van 5 kilogram gaan 2 dagen in het pekelbad. Zout is niet onderdeel van de smaak, het dient ook als conserveringsmiddel. Minder of geen zout gebruiken betekent dat er meer chemicaliën moeten worden gebruikt. Mooi om te zien hoe Bert en Iris met hun handen werken. Hoe Bert de kaasnetten vult boven de tank en deze vervolgens doorgeeft aan Iris die ze in de kaasvaten (vormen) doet en onder de pers legt om het laatste restje vocht eruit te persen. Om een mooie ronde vorm te krijgen werden de pondjes kaas al vrij snel gekeerd. Nee, dat was geen kwestie van gewoon even ‘op zijn kop leggen’! Eerst moesten alle kaasnetten weer uit de vorm worden gehaald, waarna het kaasje omgekeerd (deze keer zonder kaasnet) terug in het kaasvat gaat en ook weer opnieuw onder de kaaspers. Tijdens dit keren werden de kazen ook voorzien van hun eigen label met uniek serienummer. “Een track & trace code”, zei Bert lachend toen ik vroeg wat hij nu op de kaas plakte.

Tot slot mocht ik nog een kijkje nemen in de pekelruimte waar ook de koelcel en de kaasopslag zich bevind. Het rook er inderdaad heerlijk! Ik moet bekennen dat ik al heel erg lang niet meer in een kaaswinkel of bij een kaasboerderij ben geweest. Meestal ligt er een pakje uit de supermarkt met gesneden plakken kaas in de koelkast. Na deze ochtend vind ik eigenlijk dat daar nodig verandering in moet komen! Zeker nu ik gezien heb dat er bij De Brömmels Pistschekaas ligt te rijpen op de plank.

DSC_0945
Campinggasten kunnen altijd meekijken bij het kaasmaken.
DSC_0993
Keren van de geitenkaasjes.
DSC_1002
Het ruikt zalig in de kaasopslag!

AKW- dienst ‘met een luchtje’

Zondag 18 augustus was er een toch wel heel bijzondere kerkdienst. Ds. Hinkamp noemde het toepasselijk ‘Anders Karke Waen’, deze hele dienst werd er namelijk gesproken in Achterhoeks dialect. De bedoeling was een buitendienst, met de veute in het gres. De Johanneskerk had al laten weten dat we bij een soeze regen in elk geval droog zouden zitten. En droog was het in de koeienstal! Hoe dan ook, de kerkdienst was ‘Krange’! Want normaal zitten we binnen in de kerk, vandaag toch een soort van buiten.

Een zondagsdienst op de daele was eigenlijk helemaal zo gek nog niet. Het verhaal van Jezus begon tenslotte ook in een stal in plaats van in de kerk. De setting past ook uitstekend bij de woorden van Psalm 84: “Uw woning is mij zo lief, Heer”, in de Beschutting van Uw huis, zijn zelfs mus en zwaluw thuis”. Wie weet hebben die zwaluwen in de stal wel net zo aandachtig naar het gedicht van dominee Hinkamp geluisterd als de 150 belangstellenden. Ook dat gedicht ‘Holle Vaten’ werd natuurlijk voorgedragen in dialect. Sloa-j op een vat evuld met water, heur i-j niet meer dan wat getik. Nae een hol vat, dát göf gebater! Niks van binnen, at ’t maor wat liek. Zo gaat het langzamerhand in onze wereld, de mond vol van niks zeggen. De waarheid van het eigen gelijk. Jezus had niets met al dat gebater. De bron van levend water, zo omschreef Hij zichzelf. Het ging Hem juist om heel wat meer dan wat het lijkt. Ook hier is het woord ‘Krange’ weer van toepassing, wat aan de binnenkant zit mag je aan de buitenkant laten zien! En dat doet de Johanneskerk eigenlijk best heel goed, de deuren van de kerk wagenwijd open voor iedereen. Of zoals Jezus zijn leerlingen adviseerde ‘um der op uut te gaon de wiede welt an in”, met een kerkdienst in Egmond aan zee of in Zieuwent bij Boerencamping Woltas.

Behalve binnenstebuiten kent ‘krange’ nog een andere betekenis. Toen dominee Hinkamp het antwoord vroeg aan de toehoorders, kwam dit al snel. Zo zie je maar, interactief is niet alleen iets van internet, het kan ook gewoon in de koeienstal! Bij die tweede betekenis van het woord ‘krange’, dwars of tegendraads, werd verwezen (en geciteerd in dialect) naar het Bijbelverhaal Mattheüs 20:1 -16: De arbeiders in de wijngaard. Krange waen hef vake te maken met iets dat ow neet lekker zit, aldus de dominee. Dat begint meestal met onbegrip of ontevredenheid. In het Bijbelverhaal betaald de landeigenaar alle arbeiders aan het einde van de dag één zilverstuk als beloning. Iedereen krijgt hetzelfde loon, zij die in alle vroegte zijn begonnen en ook zij die zich aan het eind van de middag naar de wijngaard begaven. Dát is toch krange, dat die arbeiders die den helen dag hebt lopen pokkel’n krek ’t zelfde kriegt as leu dee- t maor een uurken heb e-arbeid?! Het Bijbelverhaal spiegelt ons het verschil tussen de wereld van God en die van de mens nog eens glashelder voor. Wij verwachten loon naar werken, en ook ná werken. Ik een beetje meer als jij, vinden de meeste mensen heel gewoon. God rekent echter anders, de één is niks meer of minder dan de ander. Iedereen is welkom, de eerste net zo goed als de laatste. Metdoon is waor God wille an hef, zo eindigde dominee Hinkamp dit mooie symbolische verhaal. De muzikanten van NooTzaak zongen hierna een ook wel heel erg toepasselijk lied: Aardeg doon tegen leu dee neet aardeg doot.

Behalve de muzikale omlijsting door NooTzaak uit Aalten, was ook organist Johan Meerdink aanwezig met zijn keyboard. De samenzang op melodie ‘Een rijk schat van wijsheid’ moest even opnieuw worden ingezet… Blijkbaar heeft Johan zo zijn favoriete knop op het keyboard. Als hij deze indrukt, geet hi-j helemaole lös! Zo verklaarde dominee Hinkamp. Vrolijkheid alom natuurlijk, net als bij de woorden van de ‘köttelpeerkes-blues’ door NooTzaak. De klanken van de mondharmonica klonken prachtig in de grote open stal! Daar hebben de twee koeien die zich een heerlijk plekje binnen zochten vast ook van genoten. Na de dienst was er zoals altijd een kopje koffie of thee, en voor de kinderen limonade. Het was al met al een onmundig mooie hagepreek. Ik zou zeggen Go(e)d gaon!

DSC_8141

Rise Up!

Tijdens zijn woord van welkom benoemde Sjors Tamminga het nog eens extra: ‘Voel u welkom in deze open kerk!’. En zo is het, iedereen is welkom in de Johanneskerk te Lichtenvoorde. Aan het begin van de dienst lichtte ds. Hinkamp alvast een tipje van de sluier op: het wordt een muzikale reis,  waarbij we uit een heel ander vaatje gaan tappen… Hij droeg dan ook niet voor niets het speciale AKZ T-shirt. Al weken kon men op de website en Facebook pagina van de Johanneskerk tegen de foto van Jeannine la Rose aankijken. Vandaag was ze er echt! Als speciale gast tijdens deze bijzondere Pinksterdienst. Mooi om te zien dat de kerkbanken vol zaten.

“Eens gaf de heilige geest aan vele helden moed. Bid dat hij ons vandaag verlicht met Pinkstergloed”. Na het samen zingen van deze woorden, was het tijd om Jeannine te introduceren. Hoe kwam de Johanneskerk er eigenlijk op om haar vanuit Amsterdam naar Lichtenvoorde toe te halen? De uitnodiging is voortgekomen uit een inspiratiedag voor de Kerkproeverij. Bert Baarsma en Willie Geesink gingen dit jaar wederom op pad. Vorig jaar kwamen zij terug met de Oud-Katholieke pastoor Rudolf Scheltinga, die op zondag 24 februari 2019 samen met dominee Hinkamp een bijzondere oecumenische kerkdienst in Lichtenvoorde heeft verzorgd. Dat is niet zonder gevolg gebleven! Zondag 30 juni gaan leden van de Johanneskerk met een bus vol leden naar Egmond aan Zee om daar de zondagsdienst van de Oud-Katholieke kerk te bezoeken. Dit jaar kwamen zij vol enthousiasme terug met Jeannine la Rose. Enthousiasme, het woord dat afkomstig is van ‘entheos’, wat wil zeggen ‘vervuld van God’. Dat gold zeker voor de Johanneskerk deze zondag, het was een bruisende dienst!

Het lied ‘Rise Up’ dat Jeannine voor ons zong bevatte prachtige zinnen als ‘the silence isn’t quiet’. De stilte is niet stil..  Hoe waar is dat! Hoe verbaasd was het volk destijds tijdens het Pinksterfeest toen zij allen de Galileeërs hoorde spreken in zijn of haar eigen moedertaal?! Ds. Hinkamp las ons voor uit het boek Handelingen met betrekking tot het Pinksterfeest. Deze zondag spraken vier kerkleden het woord uit de bijbel ook in hun eigen moedertaal. Carine, Geeske, Christina en Ester spraken tot ons in het Portugees, Fries, Frans en Cebuano (Filipijnen). Ook al begrijp je de woorden niet, iedereen voelt het: God is aan het woord. In welke taal het ook wordt gebracht, want taal is als muziek. Je voelt emotie, verbondenheid met elkaar. Met taal kun je elkaar omarmen. Of gewoon zoals Jeannine dat doet: met een dikke brasa, that’s the spirit!

Na deze inspirerende woorden had Jeannine alweer veel te lang stilgezeten en gezwegen. Daar is ze niet zo heel erg goed in, vertelde ze ons al. Ds. Hinkamp had het gelukkig al aangekondigd: het wordt een swingende kerkdienst die de tongen los zal maken! Het bleek al snel dat niet alleen de tongen werden losgemaakt. Ook nek, schouders, heupen en knieën werden soepel gemaakt. En dat met een beetje hulp van de buurman of buurvrouw! Even leek het of Jeannine wel héél pikante foto’s had meegenomen?! Een zucht van verlichting toen bleek dat het de stembanden waren die werden afgebeeld. Er volgde een korte workshop over het gebruik van onze stembanden, tenslotte is Jeannine zangpedagoog. Ds. Hinkamp zag het al helemaal voor zich. Voorbijgangers die elkaar aanstoten en opmerken: “Nou nou nou, wat is dat dan toch in die Johanneskerk? Ze zullen wel dronken zijn!”. Want ja, de Achterhoek en evenementen.. Zou het, in kerkelijk verband, een verwijt zijn? Of een belediging? Misschien is het wel een compliment.. De grens tussen een geest die bruist van God en te diep in het glaasje kijken is eigenlijk flinterdun. En wat is er mis met bruisen van enthousiasme, om naar buiten toe te treden en te spreken over het geloof. Dat is zo’n bezopen idee nog niet.

Jeannine sloot daarom af met het prachtige nummer ‘Go tell it on the Mountain’. Als geen ander liet zij vandaag zien dat positiviteit besmettelijk is. Het enige dat daarvoor nodig is, aldus Jeannine, is een glimlach en een knuffel. Haar enthousiasme was in ieder geval aanstekelijk, binnen enkele ogenblikken had zij een koor gevormd. Er was aandacht, er was respect. Precies dat wat niet alleen de kerk, echter ook de wereld om ons heen zo nodig heeft.

That’s the spirit!

DSC_5984

Sassafras op Kasteel De Wildenborch

Tijdens het zesde en tevens (helaas!) laatste Achterhoek College bezochten we Kasteel De Wildenborch in Vorden, of beter gezegd landgoed De Wildenborch. Al was het in tijden van weleer wel degelijk een kasteel, men heeft namelijk resten hiervan teruggevonden. Ooit was het kasteel in handen van de (roof) Ridders van Wish (1371). Zij werden erg vaak belegerd, alleen het poortgebouw is overeind gebleven. Het landgoed wordt sinds 2005 bewoond door Jennine de Plassche-Staring en haar echtgenoot Evert-Kees van de Plassche. Dinsdag 21 mei waren wij bij hen te gast.

Landgoed De Wildenborch, zoals dat er nu uitziet, lijkt amper nog op de middeleeuwse vesting zoals wij konden zien op oude tekeningen die het prachtige landhuis sieren. De Wildenborch lag in een verwilderd moerasgebied, wat het overigens een bijna onneembare vesting maakte. Men gaat ervan uit dat het huis oorspronkelijk uit een sterke vierkante woontoren bestond. De huidige toren bevat nog resten van het middeleeuwse poortgebouw. In de loop der eeuwen werd De Wildenborch meerdere keren verbouwd. Na 1650 raakte het kasteel snel in verval, toen het in 1700 werd verkocht was alleen de bewoonbare poorttoren nog over. Nadat het kasteel in verschillende handen was geweest, werd het in 1780 gekocht door V.O.C. kapitein Damiaan Hugo Staring en zijn echtgenote Sophia Wynanda Verhuell de Wildenborch. Het kasteel ging toen weer betere tijden tegemoet, Damiaan bouwde aan beide zijden van de toren een woonvleugel. Na het overlijden van Damiaan (1783) hertrouwde Sophia met W.C. Boers, samen kregen zij een zoon: Antoni Christiaan Winand Staring. Tot zijn overlijden in 1840 heeft Antoni op De Wildenborch gewoond. A.C.W. Staring is vooral als dichter bekend geworden, daarnaast hield hij zich bezig met bebossing, ontwatering en grondverbetering van het landgoed.

In 1907 werd het landgoed verkaveld en in verschillende percelen verkocht. Boeren uit de omgeving die aan het landgoed gehecht waren, kochten veel van die percelen op. In 1931 kocht de oudoom van Jennine Staring De Wildenborch terug. Zijn belangrijkste bijdrage aan het landgoed zijn de talloze prachtige beelden. In 1976 is De Wildenborch ondergebracht in een familiestichting voor het behoud van het landgoed, vererving is op deze wijze geen punt meer. Dat het landgoed nog steeds familiebezit is wordt soms best vreemd gevonden. Vaak worden landgoederen als deze geschonken aan bijvoorbeeld Gelders Landschap & Kastelen. In Nederland waren er ooit meer dan 6000 buitenplaatsen. De kleine 600 die daarvan zijn overgebleven zijn voor de helft in handen van Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer of één van de 12 Landschappen. Vaak in gebruik als musea, hotels of conferentieoorden. Er zijn dus nog zo’n 300 buitenplaatsen in particulier bezit. Meestal hebben families er een stichting zoals ook bij De Wildenborch van gemaakt. Hierdoor hebben het huis en omliggende gronden vaak nog hun oorspronkelijke functie. Het huis leeft, bijzondere verhalen komen uit de eerste hand en niets wordt echt zo goed beheert als door de eigenaar zelf! Het is onvervangbaar cultureel erfgoed, waar we trots op moeten zijn.

Waar het landgoed vroeger zo’n 1000 ha groot was, beslaat het nu nog zo’n 40 ha. Het merendeel hiervan, 30 ha, is parkbos wat vrij toegankelijk is. De 10 ha in Engelse landschapsstijl aangelegde tuinen zijn zo’n drie keer per jaar te bezichtigen op de Open Tuin Dagen. Zelf had ik de tuinen ook al eens eerder bezocht, een echte aanrader! Al was deze rondleiding door de bewoonster zelf natuurlijk extra bijzonder! Jennine wees ons bijzondere bomen als de Anna Paulownaboom, ook wel de Keizersboom genoemd, met zijn schitterende lilakleurige bloesem. Een andere bijzondere boom die ik heb onthouden is de Sassafras. Jennine vertelde dat de Sassafrasolie uit deze boom in de 17e eeuw na tabak, het belangrijkste exportproduct was vanuit Noord-Amerika naar Europa. Het was een belangrijk geneesmiddel en zat in diverse voedingsproducten. Omdat men ontdekte dat het in te hoge doseringen kankerverwekkend is, werd het gebruik ervan in 1960 verboden (tegenwoordig gebruikt men ethanol, 14 keer meer kankerverwekkend is als sassafras..). Alle kinderen, en ook kleinkinderen, kregen bij geboorte een eigen boom op het landgoed. Het behoud en onderhoud van het landgoed vraagt een enorme toewijding! Tuinman Bart van der Schoot is dan ook (samen met een stagiair) fulltime in dienst, net als zijn echtgenote Alma. Zij wonen ook op het landgoed. Jennine en Evert-Kees hebben drie kinderen, en kleinkinderen, die van jongs af allemaal al zijn betrokken bij de toekomst van De Wildenborch. Zo wordt het koetshuis verhuurd en verkoopt het landgoed openhaardhout. De komende jaren worden er plannen gemaakt om meer energie te besparen, bijvoorbeeld door het plaatsen van zonnepanelen. Stichting de Wildenborch werkt tevens nauw samen met Waterschap Rijn & IJssel om te onderzoeken hoe men ervoor kan zorgen om de (lage) waterstand op het landgoed te verbeteren. Landgoed de Wiersse in Vorden heeft hier minder last van omdat het aan de Baakse Beek ligt.

Ik vond het heel bijzonder dat we via de ronde toren aan de voorzijde het huis mochten betreden om een kijkje te nemen in de ontvangsthal en de tuinkamer. Zoals in de meeste landhuizen en kastelen, hangen ook hier prachtige schilderijen van (verre) voorouders en liggen er schitterende handgeknoopte tapijten op de vloer voorzien van het familiewapen. Vanuit de tuinkamer hadden we een prachtig uitzicht over het gazon, de vijver en achterliggende tuinen, hier en daar een statige pauw. Het mooist vind ik zelf toch wel de beuken loofgang (beukenberceau) op het landgoed, een van de langste van Nederland. In Arnhem op landgoed Mariëndaal vind je ook een beukenberceau, beter bekend als de Groene Bedstee. De loofgang op Wildenborch is echter wat hoger, en oogt wellicht daardoor nog imposanter. Op deze manier konden de dames van adel ook op zonnige warme dagen een wandeling door de tuin maken. Het schoonheidsideaal was in die tijden toch echt een zo wit mogelijke huid, een zongebruinde teint was iets voor landarbeiders en sloebers!

Gelukkig zijn er uit het Achterhoek College 2019 hele mooie nieuwe dingen voortgekomen! Zo mag ik onder andere mijn steentje bijdragen aan het project Een Nieuwe Tijd Achterhoek en ga ik met Stichting Achterhoek weer Mooi mee op veldexcursie in Barlo.

IMG_9026

Attamottamotta!

Een Achterhoek College over topsport kan natuurlijk maar op één plaats gegeven worden: bij de Vijverberg, thuisbasis van voetbalclub De Graafschap. Het mag dan wel niet de rijkste voetbalclub zijn en ook niet de allerbeste voetbalclub, het is wel de mooiste en boegbeeld van de Achterhoek! Hans Martijn Ostendorp, algemeen directeur van De Graafschap, was aangenaam verrast door het verzoek om deel te nemen aan het Achterhoek College 2019. Hij hoefde er echter geen moment over na te denken, De Graafschap is zoveel meer dan voetbal alleen en daar valt heel veel over te vertellen. In iedere Achterhoeker schuilt wel een blauwwit hart volgens Hans Martijn, want de Graafschap is een Volksclub. Superboer ben je bij winst en verlies, bij promotie en degradatie, en in voor-, en tegenspoed. De gedrevenheid van Hans Martijn begreep ik pas echt goed toen hij ons zijn verhaal vertelde.

Hans Martijn Ostendorp heeft zijn roots in Dinxperlo. Het voetbalstadion van De Graafschap betrad hij al op jonge leeftijd, aan de hand van zijn vader. Sindsdien kleurde ook zijn hart blauw-wit. Hij verkoos werken boven studeren en vond een baan als junior-vertegenwoordiger (het ganse land door om naar eigen zeggen spuuglelijke kleding te verkopen aan marktkooplui). Daar leerde hij de fijne kneepjes van zaken doen en wist al snel op te klimmen. Zijn politieke carrière begon met een ingezonden brief naar de  plaatselijke gemeente, een keer spreken op een raadsvergadering, zitting in een commissie en uiteindelijk wethouder van de gemeente Aalten. De politiek ging hem goed af, Hans Martijn werd zelfs burgermeester van Bunnik. Desondanks is hij altijd trouw gebleven aan De Graafschap, juichen voor een andere club is best mogelijk, maar niet vanuit het (blauw-wit) hart. Iedereen in Bunnik wist dan ook: onze burgermeester is een Superboer! Na acht jaar was het tijd voor een beslissing, burgermeester worden van een grotere gemeente of toch iets heel anders? Een langgekoesterde wens van Hans Martijn was om ooit nog eens iets voor de Achterhoek te doen. Die kans kreeg hij toen De Graafschap hem aanbood om algemeen directeur van de voetbalclub te worden. Het was niet een beslissing die over één nacht ijs ging.. Een zeker bestaan als burgermeester opgeven voor een onzeker voorzitterschap? Na het zien van een YouTube filmpje werd de knoop doorgehakt: we gaan de uitdaging aan, op naar de Achterhoek!

Hans Martijn wilde graag een blanco agenda wat betreft sociaal maatschappelijke verankering, het verduurzamen van de voetbalclub. De club was niet gewend om zo te denken, het ging eigenlijk om maar één ding: hoe verkopen we zoveel mogelijk stoelen. Dat Hans Martijn de taal van ondernemers sprak kwam goed van pas, net als zijn ervaring als bestuurder. Dat hij dialect verstaat en ook spreekt heeft zeker voordelen, het ‘houwtje touwtje’ stadion, zoals Hans Martijn de Vijverberg wel eens omschrijft, kent niet voor niets dat gemuudelijke sfeertje. Spelers die niet begrijpen hoe we leven in de Achterhoek passen hier niet vind hij, we zoeken echt naar het Graafschap DNA. En ja wat dat dan precies is? Nou gewoon: DRAN! Volgens Hans Martijn laat het zich nog het beste omschrijven in drie woorden: onverzettelijkheid, passie en strijdlustig. Zelfs bij de spelers met Afrikaans bloed, zie je iets gebeuren in de Vijverberg, ook in hen zie je al snel dat DRAN-DNA. Die sociale maatschappelijke betrokkenheid van De Graafschap uit zich door bijdragen te leveren waar de gemeente niet kan geven. Hans Martijn verwacht dan ook van de spelers dat ze drie dagdelen per maand inzetbaar zijn, dat maakt dat De Graafschap overal zichtbaar is en die rol kan vervullen. Zo is er het talentenpodium waar jongeren zich kunnen presenteren aan sponsors uit het bedrijfsleven. Hoe mooi zou het zijn, vertelt Hans Martijn, als we met onze Graafschap bus naar Groningen of Eindhoven zouden rijden om daar jongeren op te halen, zodat ook zij zich hier kunnen presenteren aan de Achterhoek! Zo hebben die sponsors en ook de businessleden de kans om de beste talenten binnen te halen. De Graafschap legt ook verbindingen tussen de leden en mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, zo proberen we hen weer betekenis in het leven te geven.

Na een grondig onderzoek op alle mogelijke fronten is gebleken dat de voetbalclub in de basis prima op orde is, het negatieve eigen vermogen is gelukkig al flink terug gebracht. De Graafschap staat statistisch gezien op de 16e plaats van Nederland, eigenlijk net in een té kwetsbare positie. Het streven voor de toekomst is dan ook om met hele kleine stapjes nog iets verder te stijgen. Het stadion stamt uit hetzelfde jaar als de oprichting van De Graafschap, 1954. De ligging van de Vijverberg, midden in een woonwijk, maakt uitbreiding best lastig, vanuit zijn supportershart gezien wil Hans Martijn dit liever ook niet. Hoe mooi is het dat we nu met regelmaat kunnen roepen “het is kats uutverkocht!” Het contact met de buurt is erg goed, het grootste gedeelte is hartstochtelijk supporter of zelfs werkzaam bij de club, zoals Hans Martijn zelf. Zolang je maar in gesprek blijft met elkaar, en bruggen bouwt in tijd van vrede, komt het wel goed volgens Hans Martijn. Wat een geweldige verteller! Onverzettelijkheid, passie en strijdlustig, een man met het Dran-Dna in heel zijn lijf! Een Achterhoeker die niets liever doet dan zo nu en dan, wanneer de Vijverberg leeg en verlaten in het schemerdonker nagalmt van emotie, de grasmat oplopen om zijn blauw-wit hart opnieuw te vullen met trots.

Ik vond het in elk geval een onmundig mooie avond! Een mooie rondleiding door De Vijverberg en via de schitterende spelerstunnel naar het veld. Attamottamotta spat daar van de muur! Geniaal, die spreuk vergeet ik niet meer (bijna net zo leuk als Klomptgoed). Zou er dan toch ook een beetje blauw-wit in mijn hart schuilen? In ieder geval blauw-wit genoeg om nu ook de expositie ‘Superboeren 65 jaar de Graafschap’ in het Stadsmuseum van Doetinchem te willen zien.

DSC_3176-3