𝑶𝒏𝒕𝒎𝒐𝒆𝒕 𝒅𝒆 𝑨𝒄𝒉𝒕𝒆𝒓𝒉𝒐𝒆𝒌. 𝑬𝒕𝒂𝒑𝒑𝒆 𝑩𝒐𝒓𝒄𝒖𝒍𝒐 – 𝑹𝒖𝒖𝒓𝒍𝒐.

Omdat ik heel graag ieder hoekje van de Achterhoekse streek goed wil leren kennen, heb ik me voorgenomen in 2021 de wandeletappes van Ontmoet de Achterhoek te volgen. Zaterdag 9 januari lip ik de etappe Borculo – Ruurlo. Het beloofde een mooie dag te worden, dus vroeg uit de veren. Om 08.30 uur stapte ik in de trein naar Ruurlo om vandaaruit de bus naar Borculo te nemen. Tussentijds had ik voldoende ruimte om even naar Kasteel Ruurlo te wandelen. Het kasteelpark is altijd vrij toegankelijk en had vandaag een magische wintersfeer door het witte laagje rijp.

Eenmaal in Borculo wilde ik graag iets meer zien dan de plekken die de route aandoet. Flink doorstappen was er niet bij, het dorp was één grote ijsbaan! Op 19 december 2015 werden er door de Ridders van Gelre (Omroep Gelderland) ter ere van het 400-jarig bestaan van Heerlijkheid Borculo vier muurgedichten onthuld, waaronder die van Erika Löwenberg. Haar gedicht is te zien op de muur van de synagoge. De familie van Erika had een winkel aan de Steenstraat, zij gingen de boer op om textiel te verhandelen. De roodharige Erika raakte bevriend met Hennie, dochtertje van bakker Veldink. Erika schreef een gedichtje in het poesiealbum van Hennie dat altijd bewaard is gebleven. Dit gedichtje prijkt nu dus op de muur van de synagoge. Erika werd geboren in Ochtrup op 12 mei 1928. In 1936 vluchtte zij met haar ouders naar Nederland. Op 18 november 1942 werd zij weggevoerd. Zij overleed op 10 september 1943 in kamp Auschwitz. Er is ook nog een ander gedicht met betrekking tot Erika aan de synagoge verbonden, namelijk over kabouter Erika. In 2020 werd door de Stichting Borculo ‘Beleef de Berkelstad’ een kabouterroute gemaakt. De route brengt kinderen langs bijzondere plekken uit het verleden, waar zich de door Joske Elsinghorst (Overal Kansen) ontworpen kabouterdeurtjes bevinden. In het routeboekje staat het gedichtje over kabouter Erika:

Hier bij de synagoge woont kabouter Erica
Hier voelt zij zich vrolijk en fijn
Samen met andere Joodse kabouters Rita en Sallo
en ook Saartje en Hein
In het Joodse geloof en de gebruiken
Voelt Erika zich helemaal thuis
Ze begrijpt niet, dat er ooit mensen waren
Die Joden verjoegen uit hun huis
In die oorlog werd je gestraft
als je anders was dan de rest
Terwijl verschillend zijn zo prachtig is
Als we dat blijven vieren is dat toch het best

Het is prachtig wandelweer. Deze etappe brengt me onder andere langs het Galgenveld, een gebied van ongeveer acht hectare even buiten Borculo. Volgens de verhalen verwijst de naam terug naar de periode rond 1600. De Bisschop van Münster zou een gedeelte ervan hebben gebruikt om de ter dood veroordeelden te verhangen. Rond 1930 begon me met het uitgraven van een waterplas, natuurlijke bronnen zorgden voor schoon water. Op 1 juni 1935 werd het natuurbad feestelijk geopend. De regionale functie was uniek voor die tijd. Op 29 mei 1992 werd ‘Zwembad annex Openluchttheater ’t Galgenveld’ wederom officieel geopend. In mei 2015 werd een replica van de grote houten toegangspoort geplaatst zoals die er stond in 1935.

Museum de Lebbenbrugge is helaas gesloten. Blijft dus op mijn lijstje van nog te bezoeken Achterhoekse musea staan. Het oudste gedeelte (achterhuis) van dit Nedersaksisch boerenhuis is waarschijnlijk rond 1400 gebouwd. Het voorhuis is waarschijnlijk halverwege de 16e eeuw gebouwd, toen de Lebbenbrugge tevens jachthuis van de Heer van Borculo werd. Het museum ligt aan een oude Hessenweg (handelsweg). Het was hier in de 17e eeuw zo druk met zogeheten kiepkearls dat de Staten van Gelderland in 1679 besloot dat de Heer van Borculo tol mocht vragen bij de boerderij. Zo kreeg het dus de functie van tolhuis. Op de voorgevel staan de toltarieven zelfs nog vermeld. Niet veel later konden de reizigers en handelaren er ook wat drinken en zelfs overnachten, het tolhuis werd toen tevens herberg. Tijdens de vredesonderhandelingen in Münster kreeg de boerderij tijdelijk de functie van postkantoor, één van de eerste postkantoren van ons land! Sinds 1934 is het als museum in gebruik.

Het kleine trekpontje brengt me naar de overzijde van de Slinge. Langs de oever wandel ik verder langs wat ook wel de ‘ijsvogelroute’ wordt genoemd. En waarachtig, binnen enkele minuten zie ik het kleine blauwe vogeltje langs het riet fladderen! Op landgoed Beekvliet is het volop genieten van de schitterende natuur. Ik loop langs akkers, weilanden, oude houtwallen en singels. In het bos staan talloze oude zomereiken van bijna 200 jaar oud. Op de heide heerst nog steeds die magische sfeer door het witte laagje rijp.

Bij Schaapskooi Beekvliet houd ik even rust. De achtkantige schaapskooi is behoorlijk uniek, namelijk één van de allerlaatste van dit soort in Nederland. De wandelpaden rondom Ruurlo zijn mij niet onbekend, hier wandelde ik al vele malen eerder. Niettemin is het altijd weer genieten, want wat is de natuur hier mooi! Natuurlijk neem ik weer even een foto van de beroemde handwijzer uit de televisieserie ‘De Zevensprong’ uit 1982. Joost Prinsen was één van de acteurs. Vroeger vond ik dat een serieus enge man.. Terug op station Ruurlo geeft mijn wandelnavigatie aan dat ik ruim 20 kilometer heb afgelegd. Mijn nieuwe wandelschoenen zijn meer dan goedgekeurd.

Als je meer wilt lezen over de familie van Erika:

https://hisvebo.nl/emma-lowenberg/

Over oude Hessenwegen.

Vrijdag 21 februari was de eerste bijeenkomst in 2020 van Stichting Achterhoek weer Mooi. Op het programma stond een bezoek aan Hanzestad Doesburg. Zo’n dertig deelnemers, waaronder ikzelf, verzamelden zich bij De Roode Tooren. Het museum, dat sinds eind jaren ’70 is gevestigd in het voormalig politiebureau van Doesburg, heeft naast de permanente tentoonstellingen ook wisselende exposities. De huidige expositie ‘Hessenwegen en Kiepkerels in de Achterhoek’ is voor Stichting Achterhoek weer Mooi (kortweg StAM) met name interessant vanwege de oude hessenwegen/ handelspaden die her en der nog in het Achterhoekse landschap te vinden zijn.

Hessenwegen in Nederland zijn wegen die werden gebruikt van eind 17e eeuw tot begin 19e eeuw door Duitse handelaren. Van oorsprong kwamen zij hoofdzakelijk uit het Duitse Hessen en trokken zij via de Achterhoekse streek naar het westen, veelal naar Amsterdam. Al snel werden handelaren uit andere Duitse regio’s, vanwege hun taal en beroep, ook Hessen genoemd. De IJssel vormde voor de voerlieden (handelaren) een barrière. Alleen bij Zwolle, Deventer, Zutphen, Doesburg of Arnhem konden zij de rivier oversteken. De meest gebruikte route (oudste, gemakkelijkste en veiligste) liep via Zwolle. Toen in 1643 de schipbrug bij Doesburg in gebruik werd genomen, was dat voor veel voerlieden een reden om hun route te verleggen en hier de rivier over te steken. Dat het al snel één van de belangrijkste Hessenroutes in ons land werd, kan worden vastgesteld aan de hand van snel stijgende opbrengsten van tol-, en bruggelden.

Doordat sommige Hessenwegen (zandwegen) veel gebruikt werden, ontstonden er soms diepe sporen op de route. Meestal losten de voerlieden dat op door naast het bestaande spoor een nieuw spoor te gaan maken (er bestonden toen nog geen standaard as-breedten voor de karren). In sommige gebieden hadden de Hessenwegen dan ook een breedte van een paar honderd meter! De Hessenkerels waren in de Achterhoek legendarische figuren. Een aantal gezegden herinneren hier nog aan zoals: hi-j vret as ’n Hesse! In de Achterhoek vind je ook nog vele herbergen die met het Hessenverkeer verbonden waren, zoals Het Wapen van Heeckeren in Hummelo. Niet alle Duitse handelaren trokken door naar Amsterdam. Sommigen trokken rond langs de dorpen en afgelegen boerderijen met een grote korf (kiep) op hun rug om hun koopwaar te verhandelen. Zo kregen deze marskramers al snel de bijnaam ‘kiepkearl’. Deze kiepkearls gebruikten meestal een netwerk van bestaande voetpaden (kerkepaden/ lijkwegen) in plaats van de voor hen moeilijk begaanbare Hessenwegen. Het Doesburgsepad (tussen Hummelo en Drempt) was zo’n handelspad.

Na het bezoek aan de expositie bij het museum kregen we een rondleiding door de Martinikerk in Doesburg. De kerk, gewijd aan Sint Maarten, werd in 1235 gebouwd als Romaanse kerk. De kerk en toren werden in de loop der jaren door vele rampen getroffen. Op verschillende panelen in de Martinikerk wordt deze hele geschiedenis weergegeven. In 2015 werd de kerk opnieuw ingericht voor multifunctioneel gebruik, zo vind je nu achter in de kerk een keuken, toiletten en een winkeltje. Een prima plek dus voor STaM om de laatste stand van zaken betreffende de landschapsmonumenten te bespreken. Van iedere deelnemer wordt namelijk gevraagd een door hem of haar gekozen landschapsmonument in eigen omgeving te gaan onderzoeken en beschrijven.

Eén van de deelnemers, Bernard Berendsen, vertelde vandaag wat meer over zijn modelbeschrijving van een landschapsmonument. Het Brook is een stuk bos in buurtschap het Woold in de gemeente Winterswijk. Het bosperceel is onderdeel van Scholtengoed Het Roerdink. Oude historische kaarten geven een goed beeld van de grens en de landweren. Zo ontdekte Bernard dat op sommige plekken de aarden wal wel twee meter hoog was. Op de Algemene Hoogtekaart Nederland was de oude gracht van Het Roerdink nog te zien. In de brochure ‘Winterswijk: een nieuwe kijk op oude bossen’ vond Bernard informatie over de verschillende boomsoorten in het stukje monumentale bos. Bernard is nu ongeveer halverwege de modelbeschrijving van Het Brook. De volgende stap is in gesprek gaan met verschillende eigenaren.

Tot slot kregen we nog een boeiende presentatie van Davy Kastelein (archeoloog voor de gemeente Zutphen en de regio Achterhoek) over de Gasthuiskerk in Doesburg. De protestantse kerk werd gebouwd in de 14e eeuw, waarschijnlijk als ziekenzaal. Van oorsprong was het kerkje namelijk een gasthuis met kapel. In 1354 werd de eerste priester aangesteld en in 1402 kwam het eerste altaar waardoor het gebouw een specifieke kerkfunctie kreeg. Davy deed met zijn team verschillende opgravingen in en rondom de kerk. Langs de buitenmuur vond men vele skeletten. Nader onderzoek liet zien dat bijvoorbeeld één van hen een soldaat moest zijn geweest (vele verwondingen aan schedel en lichaam). Twee bijzondere skeletvondsten zijn permanent te zien in het museum De Roode Tooren. De meest bijzondere vondst was wel een zilveren penning uit Lund (nu Zweden, toen Denemarken). De munt werd geslagen tussen 1286 en 1319 onder koning Erik Menved, en vrij zeldzaam (er zijn enkele vondsten bekend in Zutphen en Kampen). Het toont de vroege handelscontacten aan van Doesburgse handelaren met Denemarken. Daar hadden we natuurlijk al van alles over gezien bij de expositie.

Het was weer een waardevolle en leerzame middag door Stichting Achterhoek weer Mooi! Ik weet in ieder geval alweer veel meer over die mooie Hanzestad Doesburg. Het museum De Roode Tooren is gratis toegankelijk en de expositie is zeker een bezoekje waard.

roodetooren
Expositie over Hessenwegen en Kiepkearls in museum De Roode Tooren.

Martinikerk
Rondleiding door de Martinikerk te Doesburg.

Razzia in Aalten.

30 januari 2019 was het 75 jaar geleden dat er in Aalten een razzia plaatsvond. Op zondag 30 januari 1944 werden de Westerkerk (Hogestraat) en  de Christelijk Gereformeerde kerk (Berkenhovestraat) overvallen. De Duitsers wilden de mannen arresteren (tussen 19-23 jaar) die de tewerkstelling ontdoken. Het is één van de grootste oorlogsdrama’s in de Achterhoek. Achtenveertig mannen werden opgepakt, waarna men hen eerst naar de Koepel in Arnhem bracht en later naar het doorgangskamp Amersfoort. Sommige mannen verbleven hier slechts enkele weken, anderen maanden achtereen. Het grootste gedeelte van de arrestanten werd tewerkgesteld, bij boeren vlak over de Duitse grens of in fabrieken in het Ruhrgebied. Na een poosje doken de meesten van hen opnieuw onder. Niet alle mannen hadden zoveel geluk, een aantal belandde in de concentratiekampen Neuengamme en Ravensbrück.

De Duitsers die de Aaltense kerken niet precies wisten te vinden, vroegen iemand op straat de weg vroegen naar de Oosterkerk. Deze persoon kreeg een angstig voorgevoel en stuurde de Duitse soldaten naar de kleinere Christelijk Gereformeerde kerk. Het aantal arrestanten hier viel ‘gelukkig’ mee, zes mannen werden opgepakt. Dhr. H.J. Papiermole heeft nog één van hen weten te redden. In een uniformjasje van de Luchtbeschermingsdienst hield hij de Duitse overvalwagen staande en bulderde luid: ‘Ausweisse sofort!’ De Duitsers gaven hem het stapeltje persoonsbewijzen en Papiermole pikte er één uit. Hij zei dat de bewuste man voor hem werkte en verbood de Duitsers hem af te voeren. Eenmaal in de achtertuin van dhr. Papiermole gaf hij de jongeman zijn persoonsbewijs terug en gebood hem zich onmiddellijk uit de voeten te maken.

De Westerkerk in Aalten zat die zondagmorgen op de 30e januari 1944 overvol. Dit had onder andere te maken met de voorganger die ochtend, Jan Ridderbos uit Kampen. Ridderbos was behalve predikant ook hoogleraar Oude Testament aan de Theologische Hogeschool in Kampen en werkte mee aan de Christelijke Encyclopedie, een voorname bekendheid binnen de Nederlandse geloofsgemeenschap. Veel Scheveningse evacuees die normaal thuisbleven, waren deze zondag ook mee naar de kerkdienst. Tom Visser die boven op de galerij zat, zag door de ramen dat de Duitsers de kerk omsingelden en waarschuwde de mensen. Er werd extra veel gezongen die ochtend, zoals de langste Psalm 119, zodat een grote groep mannen de kans kregen zich te verstoppen. Via de consistoriekamer en een luik op de galerij klommen zij naar zolder. De Duitsers verstoorden de kerkdienst niet, zij wachtten buiten totdat deze afgelopen was. Bij alle vier de uitgangen werd gepost, de kerkgangers mochten alleen door de hoofdingang vertrekken waar alle persoonsbewijzen werden gecontroleerd. Iedereen die geen papieren bij zich had en niet tot de ‘gezochten’ behoorde kon zichzelf vrijkopen door een boete van twee gulden te betalen. Mannen probeerden zich te verstoppen in de klokkentoren, op de orgelzolder en boven de consistorie. Het plafond bestond hier slechts uit gestuukt gaas, het gewicht van de mannen die naast de balken stapten was te veel en veroorzaakte een gat en scheuren in het plafond dat meteen gezien werd door de Duitsers. Zij haalden iedereen weer naar beneden en arresteerden velen van hen.

In die tijd verbleven er veel Scheveningse evacuees in Aalten, voornamelijk ouderen, vrouwen en kinderen. In december 1942 en januari 1943 werden zij door de Duitsers gedwongen hun huizen te verlaten voor de aanleg van de Atlantikwall. In totaal verbleven er zo’n 500 Scheveningse evacuees bij Aaltense gastgezinnen.  Eén van hen, Barendina Visser werd met haar drie kinderen ondergebracht bij de familie Hoopman in het buurtschap Dale en was ook aanwezig bij de razzia. Gerrit Hoopman, één van de drie zonen van het gastgezin kon aan de razzia ontsnappen dankzij Barendina. De Scheveningse vrouw die altijd haar klederdracht aanhad, gaf Gerrit haar hoofdijzer, schoudermantel en rok. Vermomd als Scheveningse wist hij de kerk te ontvluchten. Simon Visser, destijds 10 jaar oud weet het nog goed, vooral de opvallende witte sportsokken van Gerrit die onder de rok van zijn moeder uitkwamen! Hij vertelt erover in de door Linda Brummelman gemaakte documentaire ‘Door het ijzer gespaard’ die in 2014 tijdens de 70-jarige herdenking werd uitgezonden. Ook Cor Buijs had geluk. Hij zat ondergedoken in Lintelo en ging naar de kerk om illegale verzetskranten van Trouw te verspreiden. Een Scheveningse was bereid deze onder haar mantel en rokken te verbergen om ze zo de kerk uit te smokkelen. Als de Duitsers dit hadden ontdekt, was het leed niet te overzien geweest! De werkelijke naam van Cor Buijs was namelijk typerend Joods: Moshe Boas Berg.

Alle gearresteerde mannen werden naar de consistorie in de Westerkerk gebracht. Ter bemoediging las dominee Gerritsma Psalm 121 voor. Deze psalm heeft vele van de mannen hun leven lang troost geboden. Voordat de mannen werden overgebracht naar Arnhem zagen verschillende mensen kans om de gevangenen nog wat te overhandigen. Spulletjes als een stukje zeep, een klein geschreven briefje of een bijbeltje. Soms ook wat te eten, zoals een plak roggebrood of een paar boterhammen. Vijf van hen hebben de oorlog niet overleefd. De mannen die wel terugkeerden waren voor het leven getekend. Zo ook Gerrit Hendrik Nobel, organist in de Westerkerk tijdens die verschrikkelijke ochtend. Zijn zoon Erik was aanwezig bij de herdenkingsdienst en vertelde dat hij veel heeft meegekregen van de diepe littekens die het bij zijn vader heeft achtergelaten. De kinderen kregen het met de paplepel ingegoten: alles wat Duits is, is slecht! De oorlog was nooit ver weg, die invloed draagt Erik de rest van zijn leven mee. Want ook was de oorlog afgelopen, voor zijn vader hield hij nimmer op.

Het Nationaal Onderduikmuseum begon enkele jaren geleden met het achterhalen van de namen van de destijds gearresteerde mannen. Aan de hand van diverse oproepen hebben zij van 42 mannen gegevens weten te achterhalen. Het onderzoek leverde veel persoonlijke verhalen op, en diverse mensen schonken oude bewaarde dagboeken, notities en andere documentatie aan het museum. Zes september 2019 werd er een expositie geopend waarin er aandacht is voor die voorwerpen en verhalen. Men vind het belangrijk om ook de link naar het heden onder de aandacht te brengen. Vrede is voor ons net zo vanzelfsprekend geworden als snel internet. Maar vrede vraagt om onderhoud, discriminatie is opnieuw in opkomst. Het kwetsen van mensen wordt gedoogd onder de noemer ‘vrijheid van meningsuiting’. Vrijheid is niet vanzelfsprekend. In deze herdenkingsdienst werd stilgestaan bij hen die geen keuze hadden zoals wij. Nog altijd zijn er over de hele wereld velen die geen keuze hebben, die worden onderdrukt en opgejaagd.

Anja Tolkamp klom op de ochtend van de herdenkingsdienst, voor de eerste keer via een steile ladder naar de zolder van de Westerkerk. Haar vader, Jan Tolkamp, was één van de 42 mannen die zich daar hadden verstopt. Hij belandde in een concentratiekamp, waar hij wist te overleven. Anja groeide op in Aalten, zij heeft altijd geweten wat haar vader meemaakte, erover vertellen deed hij echter zelden. Op verzoek van zijn kleindochters schreef hij in 2005 zijn verhalen op papier. In 2009 ontmoette Jan Marijke van Dijk tijdens één van haar exposities (Een diepe voor in de aarde). Jan vroeg Marijke of zij wellicht iets kon met zijn verhaal. Vele intensieve gesprekken volgde, Jan en Marijke ontwikkelden een unieke vriendschap. De memoires van Jan zijn door Marijke verwerkt in het boek ‘Over Leven’. Zijn fragmenten en haar afbeeldingen zijn samengebracht in zes handgedrukte en –gebonden edities, waarvan 4 in bezit van de familie Tolkamp.  Eén exemplaar ligt permanent tentoongesteld in het herdenkingscentrum Nationaal Monument Kamp Amersfoort, en het zesde exemplaar is beschikbaar voor exposities.

In de Oosterkerk bevind zich een prachtig gedenkraam, maar liefst acht meter hoog. Het werd geschonken door de overlevenden ter nagedachtenis aan de hulp die de Aaltense inwoners boden aan kinderen, joden, onderduikers, evacuees en mensen die honger leden. Ontwerper Marius Richters heeft in het glas-in-loodraam verschillende dingen uitgebeeld. Centraal staan een boer en boerin, omgeven door hongerende kinderen en een onderduiker. Aan beide kanten zijn marcherende Duitse soldaten afgebeeld. Links onderin staan vrouwen en kinderen om hulp en voedsel te bedelen, aan de rechterkant keren zij bevoorraad huiswaarts. De metselaar en ploegende boer bovenin staan symbool voor de wederopbouw. In 1946, op 13 juli, werd het raam onthuld.

Van 6 september 2019 t/m 23 februari 2020 kun je de expositie over deze razzia bezichtigen in het Nationaal Onderduikmuseum.

DSC_2281
Gedenkraam in de Oosterkerk -Memorial window in the Oosterkerk of Aalten