Razzia in Aalten.

30 januari 2019 was het 75 jaar geleden dat er in Aalten een razzia plaatsvond. Op zondag 30 januari 1944 werden de Westerkerk (Hogestraat) en  de Christelijk Gereformeerde kerk (Berkenhovestraat) overvallen. De Duitsers wilden de mannen arresteren (tussen 19-23 jaar) die de tewerkstelling ontdoken. Het is één van de grootste oorlogsdrama’s in de Achterhoek. Achtenveertig mannen werden opgepakt, waarna men hen eerst naar de Koepel in Arnhem bracht en later naar het doorgangskamp Amersfoort. Sommige mannen verbleven hier slechts enkele weken, anderen maanden achtereen. Het grootste gedeelte van de arrestanten werd tewerkgesteld, bij boeren vlak over de Duitse grens of in fabrieken in het Ruhrgebied. Na een poosje doken de meesten van hen opnieuw onder. Niet alle mannen hadden zoveel geluk, een aantal belandde in de concentratiekampen Neuengamme en Ravensbrück.

De Duitsers die de Aaltense kerken niet precies wisten te vinden, vroegen iemand op straat de weg vroegen naar de Oosterkerk. Deze persoon kreeg een angstig voorgevoel en stuurde de Duitse soldaten naar de kleinere Christelijk Gereformeerde kerk. Het aantal arrestanten hier viel ‘gelukkig’ mee, zes mannen werden opgepakt. Dhr. H.J. Papiermole heeft nog één van hen weten te redden. In een uniformjasje van de Luchtbeschermingsdienst hield hij de Duitse overvalwagen staande en bulderde luid: ‘Ausweisse sofort!’ De Duitsers gaven hem het stapeltje persoonsbewijzen en Papiermole pikte er één uit. Hij zei dat de bewuste man voor hem werkte en verbood de Duitsers hem af te voeren. Eenmaal in de achtertuin van dhr. Papiermole gaf hij de jongeman zijn persoonsbewijs terug en gebood hem zich onmiddellijk uit de voeten te maken.

De Westerkerk in Aalten zat die zondagmorgen op de 30e januari 1944 overvol. Dit had onder andere te maken met de voorganger die ochtend, Jan Ridderbos uit Kampen. Ridderbos was behalve predikant ook hoogleraar Oude Testament aan de Theologische Hogeschool in Kampen en werkte mee aan de Christelijke Encyclopedie, een voorname bekendheid binnen de Nederlandse geloofsgemeenschap. Veel Scheveningse evacuees die normaal thuisbleven, waren deze zondag ook mee naar de kerkdienst. Tom Visser die boven op de galerij zat, zag door de ramen dat de Duitsers de kerk omsingelden en waarschuwde de mensen. Er werd extra veel gezongen die ochtend, zoals de langste Psalm 119, zodat een grote groep mannen de kans kregen zich te verstoppen. Via de consistoriekamer en een luik op de galerij klommen zij naar zolder. De Duitsers verstoorden de kerkdienst niet, zij wachtten buiten totdat deze afgelopen was. Bij alle vier de uitgangen werd gepost, de kerkgangers mochten alleen door de hoofdingang vertrekken waar alle persoonsbewijzen werden gecontroleerd. Iedereen die geen papieren bij zich had en niet tot de ‘gezochten’ behoorde kon zichzelf vrijkopen door een boete van twee gulden te betalen. Mannen probeerden zich te verstoppen in de klokkentoren, op de orgelzolder en boven de consistorie. Het plafond bestond hier slechts uit gestuukt gaas, het gewicht van de mannen die naast de balken stapten was te veel en veroorzaakte een gat en scheuren in het plafond dat meteen gezien werd door de Duitsers. Zij haalden iedereen weer naar beneden en arresteerden velen van hen.

In die tijd verbleven er veel Scheveningse evacuees in Aalten, voornamelijk ouderen, vrouwen en kinderen. In december 1942 en januari 1943 werden zij door de Duitsers gedwongen hun huizen te verlaten voor de aanleg van de Atlantikwall. In totaal verbleven er zo’n 500 Scheveningse evacuees bij Aaltense gastgezinnen.  Eén van hen, Barendina Visser werd met haar drie kinderen ondergebracht bij de familie Hoopman in het buurtschap Dale en was ook aanwezig bij de razzia. Gerrit Hoopman, één van de drie zonen van het gastgezin kon aan de razzia ontsnappen dankzij Barendina. De Scheveningse vrouw die altijd haar klederdracht aanhad, gaf Gerrit haar hoofdijzer, schoudermantel en rok. Vermomd als Scheveningse wist hij de kerk te ontvluchten. Simon Visser, destijds 10 jaar oud weet het nog goed, vooral de opvallende witte sportsokken van Gerrit die onder de rok van zijn moeder uitkwamen! Hij vertelt erover in de door Linda Brummelman gemaakte documentaire ‘Door het ijzer gespaard’ die in 2014 tijdens de 70-jarige herdenking werd uitgezonden. Ook Cor Buijs had geluk. Hij zat ondergedoken in Lintelo en ging naar de kerk om illegale verzetskranten van Trouw te verspreiden. Een Scheveningse was bereid deze onder haar mantel en rokken te verbergen om ze zo de kerk uit te smokkelen. Als de Duitsers dit hadden ontdekt, was het leed niet te overzien geweest! De werkelijke naam van Cor Buijs was namelijk typerend Joods: Moshe Boas Berg.

Alle gearresteerde mannen werden naar de consistorie in de Westerkerk gebracht. Ter bemoediging las dominee Gerritsma Psalm 121 voor. Deze psalm heeft vele van de mannen hun leven lang troost geboden. Voordat de mannen werden overgebracht naar Arnhem zagen verschillende mensen kans om de gevangenen nog wat te overhandigen. Spulletjes als een stukje zeep, een klein geschreven briefje of een bijbeltje. Soms ook wat te eten, zoals een plak roggebrood of een paar boterhammen. Vijf van hen hebben de oorlog niet overleefd. De mannen die wel terugkeerden waren voor het leven getekend. Zo ook Gerrit Hendrik Nobel, organist in de Westerkerk tijdens die verschrikkelijke ochtend. Zijn zoon Erik was aanwezig bij de herdenkingsdienst en vertelde dat hij veel heeft meegekregen van de diepe littekens die het bij zijn vader heeft achtergelaten. De kinderen kregen het met de paplepel ingegoten: alles wat Duits is, is slecht! De oorlog was nooit ver weg, die invloed draagt Erik de rest van zijn leven mee. Want ook was de oorlog afgelopen, voor zijn vader hield hij nimmer op.

Het Nationaal Onderduikmuseum begon enkele jaren geleden met het achterhalen van de namen van de destijds gearresteerde mannen. Aan de hand van diverse oproepen hebben zij van 42 mannen gegevens weten te achterhalen. Het onderzoek leverde veel persoonlijke verhalen op, en diverse mensen schonken oude bewaarde dagboeken, notities en andere documentatie aan het museum. Zes september 2019 werd er een expositie geopend waarin er aandacht is voor die voorwerpen en verhalen. Men vind het belangrijk om ook de link naar het heden onder de aandacht te brengen. Vrede is voor ons net zo vanzelfsprekend geworden als snel internet. Maar vrede vraagt om onderhoud, discriminatie is opnieuw in opkomst. Het kwetsen van mensen wordt gedoogd onder de noemer ‘vrijheid van meningsuiting’. Vrijheid is niet vanzelfsprekend. In deze herdenkingsdienst werd stilgestaan bij hen die geen keuze hadden zoals wij. Nog altijd zijn er over de hele wereld velen die geen keuze hebben, die worden onderdrukt en opgejaagd.

Anja Tolkamp klom op de ochtend van de herdenkingsdienst, voor de eerste keer via een steile ladder naar de zolder van de Westerkerk. Haar vader, Jan Tolkamp, was één van de 42 mannen die zich daar hadden verstopt. Hij belandde in een concentratiekamp, waar hij wist te overleven. Anja groeide op in Aalten, zij heeft altijd geweten wat haar vader meemaakte, erover vertellen deed hij echter zelden. Op verzoek van zijn kleindochters schreef hij in 2005 zijn verhalen op papier. In 2009 ontmoette Jan Marijke van Dijk tijdens één van haar exposities (Een diepe voor in de aarde). Jan vroeg Marijke of zij wellicht iets kon met zijn verhaal. Vele intensieve gesprekken volgde, Jan en Marijke ontwikkelden een unieke vriendschap. De memoires van Jan zijn door Marijke verwerkt in het boek ‘Over Leven’. Zijn fragmenten en haar afbeeldingen zijn samengebracht in zes handgedrukte en –gebonden edities, waarvan 4 in bezit van de familie Tolkamp.  Eén exemplaar ligt permanent tentoongesteld in het herdenkingscentrum Nationaal Monument Kamp Amersfoort, en het zesde exemplaar is beschikbaar voor exposities.

In de Oosterkerk bevind zich een prachtig gedenkraam, maar liefst acht meter hoog. Het werd geschonken door de overlevenden ter nagedachtenis aan de hulp die de Aaltense inwoners boden aan kinderen, joden, onderduikers, evacuees en mensen die honger leden. Ontwerper Marius Richters heeft in het glas-in-loodraam verschillende dingen uitgebeeld. Centraal staan een boer en boerin, omgeven door hongerende kinderen en een onderduiker. Aan beide kanten zijn marcherende Duitse soldaten afgebeeld. Links onderin staan vrouwen en kinderen om hulp en voedsel te bedelen, aan de rechterkant keren zij bevoorraad huiswaarts. De metselaar en ploegende boer bovenin staan symbool voor de wederopbouw. In 1946, op 13 juli, werd het raam onthuld.

Van 6 september 2019 t/m 23 februari 2020 kun je de expositie over deze razzia bezichtigen in het Nationaal Onderduikmuseum.
DSC_2281
Gedenkraam in de Oosterkerk -Memorial window in the Oosterkerk of Aalten

Holle wegen van Barlo

Tijdens het Achterhoek College 2019 leerde ik heel wat nieuwe mensen kennen, zo ook André Kaminski van Stichting Achterhoek weer Mooi (StAM). Hij vertelde ons over de cursus ‘Lezen van Historisch Kaartmateriaal’, en dat het voor de deelnemers aan het Achterhoek College wellicht leuk zou zijn om de bijeenkomst in Barlo bij te wonen. Ik heb dat aanbod van harte aangenomen! Als Gastvrouw van het Landschap Oost Gelre vind ik het altijd leuk om een kijkje bij de buren te nemen.

Stichting StAM vraagt aandacht voor bijzondere gebieden in het gewone boerenland, zoals landschapsmonument De Meuhoek, met de bedoeling deze gebieden toekomstbestendig te maken. De omschrijving ‘landschapsmonument’ heeft niets te maken met een monumentenstatus. Het is eigenlijk een soort cadeautje aan de eigenaar, een buurtschap of de gemeente. Een stukje identiteit waar we met zijn allen zuinig op moeten zijn. Van alle gebieden worden de gegevens vastgelegd in een modelbeschrijving, een soort gereedschapskist waar alle basisinformatie in opgeborgen ligt. De doelstelling is om elkaar te vinden, te ontmoeten. Om samen te werken aan de landschapsmonumenten, want uiteindelijk wordt er wel een stukje inzet van iedereen verwacht. Het leukst is dan natuurlijk om in jouw eigen favoriete gebied aan de slag te gaan, daar waar jouw eigen interesse ligt.

René Luijmes liet ons zijn modelbeschrijving zien van de Ziegenbeek. De naam is afgeleid van de Siegenbok in het wapen van Sinderen. De Ziegenbeek is een oude grensscheiding richting Gendringen en mond uit in de Keizersbeek bij de Klompsbrug. Rond 1600 was de Ziegenbeek zo’n vier à vijf meter breed en mondde toen uit in de Aa-Strang. De originele loop werd grotendeels gewijzigd doordat men de beek rechttrok. Slechts enkele stukjes van de 15 km lange beek heeft nog zijn originele loop. Het was een typisch ‘slagenlandschap’, een lappendeken van lange smalle percelen en slootjes die haaks op de beek lagen. Voor de ruilverkaveling waren er zo’n veertig eigenaren, na 1970 nog maar zes! Belangrijke historische kaarten van dit gebied werden vervaardigd door Johan Heinrich Merner. Eén van de deelnemers vroeg René waar hij bij het invullen van de modelbeschrijving zoal tegenaan liep? Bij dit landschapsmonument liep hij vooral tegen de geschiedenis aan. Sommige archieven bevinden zich namelijk net over de grens in Duitsland. Aangezien de Ziegenbeek 15 km lang is, heb je ook te maken met veel grondeigenaren. Iedereen gaat weer anders met zijn stukje om, zo is het vegetatieverschil bijvoorbeeld heel groot. De Dotterbloem vind je sowieso volop langs de beek! De smalle stukjes zijn meestal eigen beheer, sommige stukken echter vallen onder het Waterschap. Gelukkig hebben zij veel oude archieven.

De bijeenkomst werd gehouden bij boerderij De Neeth in Barlo. Bij velen wellicht bekend door de speeltuin, het pannenkoekenhuis en boerderijmuseum. Zelf was ik er nog niet eerder geweest, terwijl het nog geen vijf kilometer van mijn huis af ligt! Melkveehouder Theo Sonderlo was aanwezig om meer te vertellen over zijn boerderij De Neeth, in Achterhoeks dialect uiteraard. De eeuwenoude boerderijnaam De Neeth is behoorlijk raadselachtig, net als het verhaal dat er niet ver van de boerderij een kasteel of havezate zou hebben gestaan uit de tijd van Karel de Grote! In de wei bevinden zich een beschermd stuk bodemarchief waar de vroegere grachten hebben gelegen, door de opa van Theo gedempt. In 1899 kocht de grootvader van Theo de hoeve (Dorus Lammers, Sonderlo ‘hef de konte er bie in gedraait’, aldus Theo…) Deze sloopte hij en bouwde in 1914 de huidige boerderij, met hergebruik van de gebinten. De oude put bleef staan waar hij stond. Een vroegere archivaris schreef dat De Neeth één van de oudste boerderijen van Barlo is, waarschijnlijk gesticht als hofboerderij van Karel de Grote. Het wegennet op historische kaarten laat zien dat De Neeth in het oude Barlo een centrale rol speelde, veel wegen kwamen daar namelijk samen.

Theo was altijd al gek van ‘old spul’, paarden en ook koetsen. De spullen moeten wel functioneel zijn en ook echt uit de Achterhoek komen. Vandaag hef ze niks meer verstand als vrogger, merkt Theo op. Mensen waren vindingrijk, alles werd met de handen gemaakt. Die oude trekkers, die kon je nog repareren met een hamer en nijptang! Hij laat ons een melkzeef zien, gemaakt van eikenhout en paardenhaar, onverwoestbaar. Gaandeweg kwamen Theo en zijn vrouw Truus erachter dat het oude boerenspul (met name bij bezoekers uit het westen) niet zo interessant wordt gevonden. Vooral oude keuken-, en slaapkamerspullen en gebruiksvoorwerpen voor de was trekt veel publiek. Een rondleiding duurt al snel anderhalf uur, koffiedrinken gebeurt in de museumboerderij. Dan krijg je de mensen aan het vertellen, glimlachte Theo. In 1950 bouwden de ouders van Theo een kar loods op De Neeth, voor de trekkers en koetsen. Deze loods werd omgebouwd, in 2016 opende hier de pannenkoekenboerderij die wordt gerund door Patrick. Theo sloot af met de opmerking dat je wel een beetje ‘een tik moet hebben’ voor je zoiets begint! Het is vooral een hobby die voornamelijk uit de eigen portemonnee komt. Samen met dochter Christel runt Theo het 120 koeien tellende melkveebedrijf dat sinds 2017 ook de officiële status van zorgboerderij heeft.

Die Holle Wegen van Barlo, die wilden we natuurlijk wel even in het echt zien! Gelukkig was dat ook onderdeel van het programma, een heuse veldexcursie. Vlak bij De Neeth ligt het Nijhofslaantje (door de Nijhof bewoners ’t Neeths-laantje genoemd),  hier stond het vroeger tot aan Lichtenvoorde vol met eikenbomen bestemd voor de leerindustrie in die plaats. De bast van de eik (eek) bevat namelijk looizuur. Door de hoge essen rondom De Neeth ligt er een schitterende holle weg, uitgesleten door smeltwater en later door de karrensporen. Het hoogteverschil tussen de hoogste es en De Neeth is ongeveer 15 meter! Bij een prachtige bloemenakker hielden we stil, onderdeel van het project ‘Samen voor de Patrijs’. Omdat de Patrijs langzaamaan lijkt te verdwijnen uit het landschap, is sinds 2013, het ‘jaar van de Patrijs’, een speciale werkgroep bezig om het tij te keren en de vogel terug te brengen. Als de Patrijs terugkomt, komen de andere vogels vanzelf, legde de gids ons uit. Met dit project gingen vijf partijen de samenwerking aan: Agrarische Natuurvereniging PAN, Vogelwerkgroep Zuidoost Achterhoek, Wildbeheereenheid Aalten e.o., Vogelbescherming Nederland en de gemeente Aalten. In de afgelopen vijf jaar is het aantal paartjes toegenomen van 3 naar 42! Mooi om te zien dat door samenwerking zoiets moois kan ontstaan. Als kroon op het werk heeft het project ‘Samen voor de patrijs’ de Gouden Mispel gewonnen (natuurbeschermingsprijs). Ieder van de bovengenoemde partijen zaait zijn eigen bloemenmengsel voor eigen doel. Bijvoorbeeld om natuurlijke vijanden te bestrijden zoals bladluizen, of zoals de gemeente Aalten voor het toerisme dat de afgelopen jaren een flinke groei doormaakt. Het project akkerrandenbeheer telt momenteel een kleine 200 deelnemers. Een kilo bloemrijk zaaimengsel (€25) wordt hen samen met de kennis van de vijf partijen beschikbaar gesteld, voor de machines zorgen de deelnemer zelf. De gidsen wezen ons de kruidige en geurige planten aan zoals Boekweit en Kaasjeskruid.

Een stukje verderop kwamen we bij het openluchttheater Markelink van Barlo. Toen het feestgebouw in Barlo te klein bleek voor het toneel, werd (vlak na de Tweede Wereldoorlog) achter boerderij Markerink een openluchttheater gemaakt voor zo’n 1500 toeschouwers. Hier zijn volgens zeggen heel wat relaties ontstaan, verliefde stelletjes verdwenen dan stilletjes achter de dichte coniferen die eromheen stonden! De zandweg liep tussen toneel en de tribune door. Onze gids vertelde nog een leuke anekdote: als de melkboer voorbij kwam, moest er even gestopt worden met het toneelspel. Rekwisieten, toeschouwers en toneelspelers gingen aan de kant zodat de melkboer kon passeren, daarna werd de uitvoering weer hervat. De wandeling ging via een stukje eigen erf (de eigenaar die buiten de krant zat te lezen grapte vrolijk: zovölle visite hebben wi-j niet op gerekend!) terug naar De Neeth. Ondanks de zinderende hitte was het beslist een boeiende wandeling.

Paul Heutinck, ontwerper van de Achterhoekse vlag, sloot de middag af. Dat was niet zomaar, want het ontwerp van deze vlag is terug te vinden in het Achterhoekse landschap. Sterker nog, het zou maar zo eens een luchtfoto van Barlo kunnen zijn! Paul haalde zijn inspiratie daadwerkelijk uit een luchtfoto die hij ooit zag. Een lappendeken met de felgroene kleuren van vers gras, de onregelmatige vormen van percelen en kromme weggetjes. Waren de lijnen in de vlag recht geweest, dan had het ook een polderlandschap kunnen zijn. Paul is er best trots op dat hij als Achterhoeker (geboren en getogen te Lintvelde, Beltrum) als winnaar is verkozen. Inmiddels zijn er vele duizenden exemplaren van de vlag verkocht, ook bij mij ligt hij natuurlijk op de plank.

IMG_9081
Holle weg vanaf De Neeth. 

 

 

Sassafras op Kasteel De Wildenborch

Tijdens het zesde en tevens (helaas!) laatste Achterhoek College bezochten we Kasteel De Wildenborch in Vorden, of beter gezegd landgoed De Wildenborch. Al was het in tijden van weleer wel degelijk een kasteel, men heeft namelijk resten hiervan teruggevonden. Ooit was het kasteel in handen van de (roof) Ridders van Wish (1371). Zij werden erg vaak belegerd, alleen het poortgebouw is overeind gebleven. Het landgoed wordt sinds 2005 bewoond door Jennine de Plassche-Staring en haar echtgenoot Evert-Kees van de Plassche. Dinsdag 21 mei waren wij bij hen te gast.

Landgoed De Wildenborch, zoals dat er nu uitziet, lijkt amper nog op de middeleeuwse vesting zoals wij konden zien op oude tekeningen die het prachtige landhuis sieren. De Wildenborch lag in een verwilderd moerasgebied, wat het overigens een bijna onneembare vesting maakte. Men gaat ervan uit dat het huis oorspronkelijk uit een sterke vierkante woontoren bestond. De huidige toren bevat nog resten van het middeleeuwse poortgebouw. In de loop der eeuwen werd De Wildenborch meerdere keren verbouwd. Na 1650 raakte het kasteel snel in verval, toen het in 1700 werd verkocht was alleen de bewoonbare poorttoren nog over. Nadat het kasteel in verschillende handen was geweest, werd het in 1780 gekocht door V.O.C. kapitein Damiaan Hugo Staring en zijn echtgenote Sophia Wynanda Verhuell de Wildenborch. Het kasteel ging toen weer betere tijden tegemoet, Damiaan bouwde aan beide zijden van de toren een woonvleugel. Na het overlijden van Damiaan (1783) hertrouwde Sophia met W.C. Boers, samen kregen zij een zoon: Antoni Christiaan Winand Staring. Tot zijn overlijden in 1840 heeft Antoni op De Wildenborch gewoond. A.C.W. Staring is vooral als dichter bekend geworden, daarnaast hield hij zich bezig met bebossing, ontwatering en grondverbetering van het landgoed.

In 1907 werd het landgoed verkaveld en in verschillende percelen verkocht. Boeren uit de omgeving die aan het landgoed gehecht waren, kochten veel van die percelen op. In 1931 kocht de oudoom van Jennine Staring De Wildenborch terug. Zijn belangrijkste bijdrage aan het landgoed zijn de talloze prachtige beelden. In 1976 is De Wildenborch ondergebracht in een familiestichting voor het behoud van het landgoed, vererving is op deze wijze geen punt meer. Dat het landgoed nog steeds familiebezit is wordt soms best vreemd gevonden. Vaak worden landgoederen als deze geschonken aan bijvoorbeeld Gelders Landschap & Kastelen. In Nederland waren er ooit meer dan 6000 buitenplaatsen. De kleine 600 die daarvan zijn overgebleven zijn voor de helft in handen van Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer of één van de 12 Landschappen. Vaak in gebruik als musea, hotels of conferentieoorden. Er zijn dus nog zo’n 300 buitenplaatsen in particulier bezit. Meestal hebben families er een stichting zoals ook bij De Wildenborch van gemaakt. Hierdoor hebben het huis en omliggende gronden vaak nog hun oorspronkelijke functie. Het huis leeft, bijzondere verhalen komen uit de eerste hand en niets wordt echt zo goed beheert als door de eigenaar zelf! Het is onvervangbaar cultureel erfgoed, waar we trots op moeten zijn.

Waar het landgoed vroeger zo’n 1000 ha groot was, beslaat het nu nog zo’n 40 ha. Het merendeel hiervan, 30 ha, is parkbos wat vrij toegankelijk is. De 10 ha in Engelse landschapsstijl aangelegde tuinen zijn zo’n drie keer per jaar te bezichtigen op de Open Tuin Dagen. Zelf had ik de tuinen ook al eens eerder bezocht, een echte aanrader! Al was deze rondleiding door de bewoonster zelf natuurlijk extra bijzonder! Jennine wees ons bijzondere bomen als de Anna Paulownaboom, ook wel de Keizersboom genoemd, met zijn schitterende lilakleurige bloesem. Een andere bijzondere boom die ik heb onthouden is de Sassafras. Jennine vertelde dat de Sassafrasolie uit deze boom in de 17e eeuw na tabak, het belangrijkste exportproduct was vanuit Noord-Amerika naar Europa. Het was een belangrijk geneesmiddel en zat in diverse voedingsproducten. Omdat men ontdekte dat het in te hoge doseringen kankerverwekkend is, werd het gebruik ervan in 1960 verboden (tegenwoordig gebruikt men ethanol, 14 keer meer kankerverwekkend is als sassafras..). Alle kinderen, en ook kleinkinderen, kregen bij geboorte een eigen boom op het landgoed. Het behoud en onderhoud van het landgoed vraagt een enorme toewijding! Tuinman Bart van der Schoot is dan ook (samen met een stagiair) fulltime in dienst, net als zijn echtgenote Alma. Zij wonen ook op het landgoed. Jennine en Evert-Kees hebben drie kinderen, en kleinkinderen, die van jongs af allemaal al zijn betrokken bij de toekomst van De Wildenborch. Zo wordt het koetshuis verhuurd en verkoopt het landgoed openhaardhout. De komende jaren worden er plannen gemaakt om meer energie te besparen, bijvoorbeeld door het plaatsen van zonnepanelen. Stichting de Wildenborch werkt tevens nauw samen met Waterschap Rijn & IJssel om te onderzoeken hoe men ervoor kan zorgen om de (lage) waterstand op het landgoed te verbeteren. Landgoed de Wiersse in Vorden heeft hier minder last van omdat het aan de Baakse Beek ligt.

Ik vond het heel bijzonder dat we via de ronde toren aan de voorzijde het huis mochten betreden om een kijkje te nemen in de ontvangsthal en de tuinkamer. Zoals in de meeste landhuizen en kastelen, hangen ook hier prachtige schilderijen van (verre) voorouders en liggen er schitterende handgeknoopte tapijten op de vloer voorzien van het familiewapen. Vanuit de tuinkamer hadden we een prachtig uitzicht over het gazon, de vijver en achterliggende tuinen, hier en daar een statige pauw. Het mooist vind ik zelf toch wel de beuken loofgang (beukenberceau) op het landgoed, een van de langste van Nederland. In Arnhem op landgoed Mariëndaal vind je ook een beukenberceau, beter bekend als de Groene Bedstee. De loofgang op Wildenborch is echter wat hoger, en oogt wellicht daardoor nog imposanter. Op deze manier konden de dames van adel ook op zonnige warme dagen een wandeling door de tuin maken. Het schoonheidsideaal was in die tijden toch echt een zo wit mogelijke huid, een zongebruinde teint was iets voor landarbeiders en sloebers!

Gelukkig zijn er uit het Achterhoek College 2019 hele mooie nieuwe dingen voortgekomen! Zo mag ik onder andere mijn steentje bijdragen aan het project Een Nieuwe Tijd Achterhoek en ga ik met Stichting Achterhoek weer Mooi mee op veldexcursie in Barlo.

IMG_9026

Struinen langs de Berkel

Dinsdag 7 mei was de vijfde lezing van het Achterhoek College door het Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers, in Almen deze keer. Een Achterhoeks dorp waar ik eerlijk gezegd nog nooit eerder in of rondom was geweest. De autorit ernaartoe was al een beleving op zich! Prachtige landelijke en verlaten weggetjes, met overigens heel veel schitterende oude schuurtjes en kippenhokken. Vanaf Stichting Ons Huis Almen, het dorpshuis en letterlijk middelpunt van Almen, zijn we onder leiding van Jaco van Langen die dit vijfde college verzorgd naar de oever van de Berkel gewandeld. Binnen enkele minuten stonden we in een schitterend stukje natuur!

Jaco van Langen studeerde cultuurtechniek, en kan ons enorm veel vertellen over water-, en natuurbeheer. Als projectmanager bij Waterschap Rijn en IJssel werkt hij onder andere aan de inmiddels vierde Berkelverbetering. De eerste Berkelverbetering was al in 1882, het jaar dat ook in het oosten van Nederland het Waterschap werd opgericht (in het westen gebeurde dit al enkele eeuwen daarvoor). Met name bij Eibergen vonden enorme wijzigingen plaats, waardoor de Berkel steeds verder van het dorp kwam te liggen. De werkzaamheden van 1882- 1899 bestonden vooral uit het afsnijden van de bochten, en het breder maken van de Berkel. Tijdens de tweede Berkelverbetering (1921- 1945) werd o.a. het Twentekanaal aangelegd en bouwde men stuwen in de rivier. Tegenwoordig liggen er nog 22 stuwen in de Berkel. De derde naoorlogse Berkelverbetering vond plaats van 1963- 1977. Bij Borculo, dat in 1960 nog helemaal blank had gestaan, kwam een omleiding en het aquaduct. Bij Lochem kwam een aflaat, in Zutphen het gemaal Helbergen en bij Rekken de zandvang. Gedurende al die jaren veranderde de Berkel in een rechte saaie rivier, was eigenlijk meer een kanaal geworden. De laatste jaren werd er gelukkig een hermeandering tot stand gebracht. Door het terugbrengen van bochten in de rivier zijn er verloren gegane stukken natuur opnieuw toegevoegd waardoor er in totaal nu 2500 meter meer Berkel is ontstaan. Op deze manier kunnen er weer veel meer plant-, en diersoorten in en bij de Berkel leven en het water is er bovendien ook veel schoner van geworden. Eigenlijk wordt er al vanaf de middeleeuwen aan de Berkel gewerkt, met name de Berkelcompagnieën speelden hierbij een belangrijke rol. Het voornaamste doel was om hem beter bevaarbaar te maken.

De Berkel is een 110km lange rivier, die zijn oorsprong heeft in het Duitse Billerbeck aan de voet van de Baumberge. Meerdere bronnen voegen zich onderweg bij het riviertje. Bij buurtschap Oldenkotte (vlakbij het Gelderse Rekken) komt de rivier de Achterhoek binnen, om vervolgens bij Zutphen uit te monden in de IJssel. Heel vroeger stroomde de Berkel van oost naar zuid waar hij in de Rijn uitmondde! In Duitsland stroomt de Berkel onder andere door Coesfeld, Stadtlohn en Vreden. Het hoogteverschil is enorm, ruim 100 meter! De Berkel ontspringt zoals gezegd in het Duitse Billerbeck op 125 meter boven N.A.P. Bij de uitstroom in de IJssel is de bodemhoogte nog maar 4 meter boven N.A.P. De Berkel werd door watermolens dankbaar gebruikt als energieleverancier. Watermolens waren het centrum van ambacht, hier ontstond handel (handel in de landbouw was toen nog erg kleinschalig). De oudste watermolen op de Berkel is die van de hof te Vaarwerk in Olden Eibergen (buurtschap in gemeente Berkelland), die al in 1188 genoemd wordt. Slechts twee overleefden de tand des tijds, de De Mallumsche Molen en de Oliemölle in Borculo. Vanaf het jaar 1670 waren de Berkelzompen (een kleiner model zomp) een belangrijk vervoermiddel op de Berkel, die overigens pas sinds 1600 enigszins bevaarbaar was. De zomp ontstond uit de vraag naar een vervoermiddel dat meer kracht en laadvermogen had dan paard en wagen, en waarmee men minder hinder zou ondervinden van de vaak slecht begaanbare zandpaden in de Achterhoek. Het platbodem scheepje dat zo’n 40 cm diep in het water lag was heel erg geschikt voor de toen smalle, bochtige en ondiepe Berkel. De Berkelscheepvaart kwam eind 1700 goed op gang. Hout en katoen was het belangrijkste product dat door zo’n 80 schepen werd vervoerd tussen Zutphen en het Duitse Vreden. Een aantal natuurgetrouwe replica’s van de Berkelzomp varen nu de Berkel op en neer als toeristische attractie.

Van Almen tot Warnsveld mag de Berkel dus weer slingeren. De oevers wisselen elkaar af van steil en kaal tot slechts heel licht hellend en moerasachtig. Dood hout wordt niet meer verwijderd, in sommige gevallen zelfs expres aangebracht. Op deze manier ontstaat er meer verschil in waterdiepte en stroomsnelheid. De Besselinkstuw bij Almen en de Warkenstuw bij Warnsveld zijn zo gemaakt dat ze passeerbaar zijn voor vissen. Heel belangrijk omdat vissen zich van nature door beken en rivieren heen en weer bewegen, ook tegen de stroming in. In de stuw zorgt een kunstmatig opgewekte waterstroom ervoor dat de vissen naar de vispassage worden gelokt, deze nagemaakte stroming is iets sterker dan de natuurlijke stroming vanuit de stuw, wat de voorkeur van de vissen heeft. Inmiddels is zelfs de in Nederland zeldzame waterspreeuw (vogel) in de Berkel waargenomen. Waterspreeuwen gebruiken hun vleugels om onder water te zwemmen en kunnen over de bodem lopen om daar naar voedsel te zoeken. In de toekomst zullen de Berkelverbeteringen zich vooral richten op het op orde krijgen van de natuur zonder dat de landbouw hierbij in het geding komt. Er wordt nagedacht over de vraag hoe we het neerslagoverschot beter vast kunnen houden voor tijden van droogte en hoe het water beter gezuiverd kan worden van medicijnresten.

Zo aan de oever van de Berkel begrijp je meteen waarom het een favoriete en veelbeschreven plaats is van de Achterhoekse dichter en landbouwkundige Anthony Staring. Het is er werkelijk schitterend! In Almen kun je bij Zwembad en kanocentrum De Berkel o.a. kano’s en waterfietsen huren. Aan de oever staan bovendien sinds 2017 drie prachtige lichtblauwe trekkershutten. Ik zie meteen een prachtige schrijfplek! Hier kom ik zeker nog eens terug.

DSC_4563-HDR

Moedige Verzetsvrouwen van de Achterhoek

De vierde lezing van het Achterhoek College 2019 bracht ons naar het Onderduikmuseum in Aalten. Dat dit bijzondere museum, zonder tekstbordjes en vitrines, juist in Aalten is gevestigd is niet heel verwonderlijk. Aalten heeft veel onderduikers in het dorp opgenomen, maar liefst één op de vijf was gevlucht voor de oorlog. De achtergebleven vrouwen kregen veel voor hun kiezen, de man was vaak of langdurig van huis. De vrouwen werden daardoor de managers van het verzet, ook al was dat vrijwel altijd in de schaduw van de mannen. Hun verhalen en daden bleven eigenlijk altijd onbekend. 2018 is door het platform WOII uitgeroepen tot ‘het Jaar van Verzet’. Met de tentoonstelling ‘De Vrouw als spil van het verzet’, wil het Nationaal Onderduikmuseum het aandeel van de vrouwen in het verzet tijdens WOII belichten, het is van groot belang geweest.

Ik was nog niet eerder in het museum aan de Markt in Aalten geweest, en was aangenaam verrast door het authentieke binnenplaatsje aan de achterzijde waar ook de ingang van het museum is gevestigd. Het grote huis, een rijksmonument overigens, is ingericht zoals het er 1940- 1945 uit moet hebben gezien. De originele onderduikplek en schuilkelder zijn beide intact gebleven en toegankelijk. Ik moet dus beslist nog eens terug om alles te bekijken! In de educatieve kamer vertelde Dineke Stam ons meer over de expositie die zij samenstelde. Door middel van brieven, dagboeken, foto’s en voorwerpen worden deze moedige verzetsvrouwen uit de schaduw gehaald. Het is eigenlijk niet eens een gangbaar woord. In de Dikke van Dale vind wordt alleen de verzetsman genoemd. Dat terwijl Tante Riek uit Winterswijk, Helena Theodora Kuipers- Rietberg, het georganiseerde landelijke netwerk ‘Hulp aan Onderduikers’ (LO) opzette. Als bestuurslid (en medeoprichter) van de Gereformeerde Vrouwenvereniging in Nederland, beschikte zij over een groot netwerk. Veel Achterhoekse vrouwen hebben geholpen met kleine en grote verzetsdaden. Ze brachten bijvoorbeeld geheime boodschappen en pamfletten rond, vervoerden wapens en hielpen met het verplaatsen van de onderduikers naar een nieuw adres als er gevaar dreigde. Tante Riek overleefde de oorlog niet. Eind december 1944 stierf zij in het concentratiekamp Ravensbrück.

Stichting Aletta (Aletta Jacobs, een Joodse feministe die als eerste een universitaire studie succesvol afrondde, waarmee ze de eerste Nederlandse vrouwelijke arts werd) initieerde de reizende tentoonstelling ‘Palet van Verzet’. Deze expositie kijkt vooral naar de overeenkomsten in drijfkracht, relevantie van keuzes en dilemma’s over loyaliteit tussen de verzetsvrouwen van toen en de vrouwen die zich de laatste 75 jaar ook hebben ingezet voor een betere wereld. Dat zijn tenslotte aspecten van alle tijden. Onder hen is ook de Achterhoekse Mia Lelivelt, geboren in 1925 te Lichtenvoorde. Mia woont nog altijd in haar geboortehuis, de oorspronkelijke onderduikruimte is zelfs nog aanwezig. Dineke Stam vroeg ons op een papiertje de naam op te schrijven van een vrouw die je zelf heel moedig vind, die ook in verzet kwam of komt. Dat zijn er zoveel! Wat te denken van Malala Yousafzai, de Pakistaanse kinderrechtenactiviste die in 2014 de Nobelprijs voor de Vrede ontving. Ook niet onvermeld blijven Gerdi Verbeet en Khadija Arib, Nederlandse politica. Zelf denk ik al snel aan Sabine Dardenne, die een ontvoering door Marc Dutroux van 80 dagen overleefde. Ik las haar boek en was diep onder de indruk van de moed van het toen twaalfjarige meisje. Een ander (Engels) boek dat ik las, The Book of Negroes van Lawrence Hill, vertelt het verhaal van veel moedige Afrikaans Amerikaanse vrouwen. In de 18e eeuw werden zij ontvoerd vanuit Afrika, sommigen nog geen tien jaar oud, om in Amerika als slaaf te worden verkocht. In de lezing vertelde Dineke Stam ook over het kolonialisme, Nederland speelde tenslotte een dominante rol in de slavenhandel. Er zijn zo’n 500 koloniale oorlogen geweest, allemaal vormen van verzet. Bovendien hebben de nazi’s er veel van afgekeken. Uitbreiding van macht buiten de eigen grenzen werd als essentieel beschouwd.

Zo kent iedereen kent wel zijn eigen moedige vrouw. Misschien liep je in de jaren ’80 zelf wel mee in één van de massale demonstraties tegen de kruisraketten! Ik ga zeker terug om de tentoonstelling ‘De Vrouw als spil van het verzet’ uitgebreid te bekijken en ook de rest van het Nationaal Onderduikmuseum. Dat is wel het mooie van het Achterhoek College 2019, we komen op plekken waar ik en ook sommige anderen nog niet eerder waren, en zo dicht bij huis! Deze lezing en bijbehorende expositie geven een krachtig beeld van Achterhoekse vrouwen in oorlogstijd.

DSC_3914
Boeiende lezing door Dineke Stam
DSC_3920
Expositie De Vrouw als spil van het verzet, met prachtige portretten door Thea Zweerink.

Kasteel Wisch Terborg

Na 5 jaar staat het boek van Aggie Daniëls dan echt op de plank. 330 bladzijden vol interessante gegevens en smeuïge verhalen, zoals Aggie ze zelf lachend omschreef tijdens de lezing die zij dinsdag 16 april gaf. De lezing vond plaats bij het Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers in Doetinchem, waar Aggie al eerder in de archieven dook om meer te weten te komen over de familie van Schuylenburch. Ik had al wel eens gehoord van Kasteel Schuilenburg nabij Silvolde, waar Aggie overigens ook over verteld in haar boek, over Kasteel Wisch wist ik nog niet zo veel. De familienaam Schuylenburch en de naam van het kasteel Schuilenburg blijken overigens niets met elkaar te maken te hebben. De naam van het kasteel betekent niets meer dan de functie die het destijds had: schuilen bij de burcht.

De belangstelling voor de lezing over Kasteel Wisch en zijn bewoners was enorm! Niet zo verwonderlijk, want de familiegeschiedenis blijkt behoorlijk interessant. Ter ere van de Open Monumentendag 2013 leek het de Terborgse Aggie een leuk idee om de tuinen van Kasteel Wisch open te stellen voor het publiek. Het prachtige park met vijvers en bomen ligt namelijk aan de achterzijde van het kasteel, aan het oog onttrokken. Zo staat hier een hele oude zwarte walnoot van 21 meter hoog en een omtrek van 4,70 meter. Deze boom van 200 tot 250 jaar oud is de dikste walnotenboom van Nederland! Kasteelheer Philippe Vegelin van Claerbergen wilde hier graag aan meewerken (jongste zoon van Olga). Niet veel later ontmoette Aggie toen ook de inmiddels ruim 90-jarige moeder van Philippe, jonkvrouw Olga van Schuylenburch. Zij bleek een geweldige verteller en is dan ook één van de belangrijkste bronnen van Aggie voor de verhalen in het boek. De meeste kastelen-boeken gaan voornamelijk over de bouwgeschiedenis, dit boek onderscheidt zich daar duidelijk van. Aggie houdt vooral van mensen, van de verhalen die zij te vertellen hebben.

De familie van Schuylenburg beland in de 17e eeuw in Den Haag  waar zij hoge functies bekleedden in de politiek, zoals zitting in de Tweede Kamer. In het jaar 1715 was Huis Schuylenburch gereed, aan de Lange Vijverberg (huidige Duitse Ambassade). Het Kabinet van de Koning (werkpaleis aan de Korte Vijverberg) is ook door de familie Schuylenburch gebouwd. In 1812 kocht de familie Kasteel Schuilenburg in Silvolde, met de bijbehorende acht pachtboerderijen. Dit is ook het jaar waarin het boek van Aggie begint (1812). Later dit jaar verschijnt er een ander boek, ter ere van 600 jaar stad Terborg, dat het ontstaan van de stad en de eerste vier eeuwen zal beschrijven. In 1839 koopt de familie Kasteel Ulenpas in Hoog-Keppel en in 1851 komt daar Kasteel Wisch bij. Tenminste, kasteel Oud-Wisch, dit lag in buurtschap De Heuven bij Etten wat nog te zien is aan een verhoging in het landschap. Het nieuwe Kasteel Wisch (huidige) bouwde men aan de andere kant van de Oude IJssel. De van Schuylenburgs bezitten zo’n 50 kastelen, de meeste foto’s in het boek maakte Aggie zelf. Dat bracht haar op diverse plekken in Nederland. Onder andere in Maartensdijk, bij Huize Eyckenstein?! Dat was een verassing voor mij, helemaal toen Aggie de naam ‘Baron van Boetzelaer’ liet vallen (aangetrouwd). Zelf ben ik geboren en getogen in Bilthoven (steenworp afstand van Maartensdijk) en heb ik heel wat wandelingen door het van Boetzelaer Park gemaakt!

Zoals ik al schreef komt Kasteel Wisch in 1851 in bezit van de familie van Schuylenburch, door middel van een veiling. Het bijbehorende veilingdossier stond vol waardevolle details voor Aggie, want alle eigendommen worden hierin beschreven. Zoals de 1100 ha land, 39 boerderijen, twee molens en nog veel meer. De oudste delen van Kasteel Wisch zijn de ronde toren (15e eeuw) en de zeskantige traptoren (16e eeuw). De langgerekte 90 meter lange dienstvleugel stamt uit de 17e eeuw. De unieke L-vorm ontstaat een eeuw later. De ronde toren werd overigens gebouwd met oude stenen. Deze zijn aangesmeerd en voorzien van een geschilderd blokmotief. Bij de meest recente restauratie, in 2012, is dit bijzondere patroon weer zichtbaar gemaakt. In 1878 koopt Willem van Schuylenburg het Kasteel Sinderen, toen al een ruïne. Met de stenen wilde Willem boerderijen bouwen. Sommige boerderijen in Sinderen hebben dan ook enkele van deze oude kasteel elementen, zoals de muurankers. In 1944 wordt Kasteel Wisch gebombardeerd en flink beschadigd. Begin jaren ’50 wordt dit gedeeltelijk gerestaureerd, waarna het gebouw vervolgens jarenlang leeg staat. Om de hele restauratie te kunnen bekostigen, wordt het kasteel in eeuwigdurende erfpacht aan Stichting Vrienden der Geldersche Kastelen geschonken. De familie was zeer belangrijk voor de Achterhoekse streek, zij gaven bijvoorbeeld gratis stukken grond voor een publiek zwembad, een school en de stoomtram. De huidige kasteelheer Philippe is beschermheer van Terborgs mannenkoor Arti Sacrum.

De vader van Olga kwam om bij dat bombardement in 1944. Zij was toen pas 17 jaar oud. Een jaar later stierf haar opa, men zegt van verdriet. Haar enige zus Elisabeth is ook geen lang leven beschoren, zij komt om bij een vliegtuigcrash. Zelf kreeg Olga vier kinderen, die zij bewust naar reguliere scholen in Terborg laat gaan. De kinderen speelden ook graag met de kinderen van tuinman Johan Jonker, die overigens ook veel verhalen en foto’s met Aggie heeft gedeeld over zijn diensttijd op het kasteel. Eén van de foto’s uit het boek waarop de kinderen samen spelen, vond ik erg grappig: De kinderen Jonker op de klompen, de kleine van Schuylenburchs droegen leren schoenen. Aggie interviewde ook garagehouder Boer uit Terborg (overgrootvader was namelijk in dienst als privéchauffeur), de rentmeester en een oud kamermeisje.

Het boek bevat werkelijk prachtige foto’s en leuke feitjes! Over de reizen naar Wiesbaden, de zoutmijn in Rusland, de schapenfarm in Chili, de goudmijn in Canada, en niet te vergeten al die smeuïge verhalen. Tijdens de Open Monumentendag dit jaar kunt u de contouren van Kasteel Oud-Wisch zelf gaan waarnemen, deze worden speciaal daarvoor nog eens uitgezet. Het boek van Aggie Daniëls is onder andere te koop via www.achterhoekseboeken.nl

IMAG1375

Klooster Loreto -Lievelde

Huize Loreto is een voormalig klooster van de paters Maristen, die daar tot juli 2011 woonden. De katholieke congregatie van de paters Maristen werd opgericht in 1816 in Lyon door de Fransman Jean-Claude Colin. Huize Loreto werd in 1951 door de paters Maristen gesticht als studiehuis van de congregatie. De naam is ontleend aan de Mariabedevaartplaats Loreto aan de oostkust van Italië.

Zondag 7 april konden leden van de PKN Kerk Lichtenvoorde een kijkje nemen in voormalig klooster Loreto in Lievelde, voor mij een eerste kennismaking met dit prachtige gebouw. In 2015 werd het klooster gekocht door de Koptisch Orthodoxe Kerk Nederland. De meeste leden van de Koptisch Orthodoxe kerk hebben Egyptische roots, ongeveer een tiende deel van de Egyptische bevolking is Koptisch Orthodox Christen. De taal werd verdrongen door het Arabisch, echter voor de liturgie gebruikt men nog wel steeds de Koptische taal. Het Koptisch is van essentieel belang geweest bij het ontcijferen van oude Egyptische teksten. Sint Marcus (evangelist) stichtte in Alexandrië de kerk van Alexandrië, de huidige Koptische Orthodoxe Kerk. We worden warm ontvangen door Suzanne en Marina, iedereen krijgt een handdruk en wordt persoonlijk welkom geheten. Samen vertelden zij ons het verhaal over het ontstaan van de Koptische kerk en de manier waarop zij het geloof beleven.

In de jaren ’60 kwamen de eerste Koptisch Orthodoxe christenen naar Nederland zoals ook de vader van Suzanne. In 1985 stichtte de eerste priester de eerste Koptische Kerk in Nederland, namelijk in Amsterdam. De Kopten zijn erg verbonden met hun kerk, vertelde Marina. Ook de jeugd is erg trouw aan het geloof. Dat heeft er wellicht mee te maken dat kinderen al op zeer jonge leeftijd diaken worden en bij veel taken mogen helpen. Suzanne vertelde dat er in Amsterdam zelfs 3 zondagsmissen zijn, waarvan één speciaal voor jongeren. Naast deze mis is er nog veel meer aanbod voor jongeren, zoals een vrijdagbijeenkomst waarbij er samen wordt gegeten. Ook is er een jongerenkoor, missiewerk voor jongeren, jongerenreizen, sportdagen en er worden zelfs Europese voetbalwedstrijden georganiseerd. Zoals de christenen uit diverse kerken ieder jaar de EO-jongerendag organiseren, organiseert ook de Koptische kerk dit jaarlijks voor hun eigen jeugd.

Aan het hoofd van de Koptische Kerk staat een eigen Egyptische paus, Tawadrous II. De Kopten hanteren een andere jaartelling (Alexandrijnse kalender) als de standaard Christelijke. Keizer Diocletianus trad wreed tegen de christenen op. Zijn eerste regeringsjaar kreeg de bijnaam ‘het jaar der martelaren’ (286 na Christus), dit is het begin van de Koptische jaartelling. De Koptische Orthodoxe kerk is de kerk van het monnikenwezen. De geschiedenis van de koptische kerk zit dan ook vol met namen van vooraanstaande monniken zoals Antonius de Grote. Hij wordt gezien als de vader van het kloosterleven. In de kerk hoorde Antonius een vers uit de bijbel: ‘Indien gij volmaakt wilt zijn, ga heen, verkoop uw bezit en geef het aan de armen, en gij zult een schat in de hemelen hebben, en kom hier, volg Mij’ (Matt. 19: 21). Hij verkocht alles wat hij van zijn zeer rijke ouders had geërfd, gaf dat geld aan de armen en ging in de woestijn wonen. In Egypte vond men vele kloosters en woestijnvaders (de eerste christelijke monniken). De Kopten zijn dan ook heel erg blij nu een klooster in Nederland te bezitten waar inmiddels twee monniken woonachtig zijn. Het klooster dient voornamelijk als opleidingshuis voor het priesterschap, daarnaast worden er bijvoorbeeld ook retraites gehouden.

Marina en Suzanne namen ons mee naar de kerk. Voor sommigen niet geheel onbekend, zelf was ik er nog nooit geweest. Inderdaad, veel overeenkomsten. Wat anders is zijn de struisvogeleieren die tussen de iconen hangen. Deze symboliseren in de oude kerk hoop en opstanding. De overlevering vertelt dat toen Pontius Pilatus aan Maria Magdalena vroeg hoe Jezus uit de dood is verrezen, zij een ei nam en hem vroeg of hij haar kon vertellen hoe een klein kuiken uit een ei kan komen. Suzanne vertelde dat een struisvogel bovendien na het leggen van haar ei, naar het ei blijft staren tot het uitgebroed is. Zo moet iedereen die naar deze kerk komt al zijn gedachten en aandacht vol vertrouwen concentreren op het geloof, zonder alle andere wereldlijke zorgen mee te nemen. Nog een verschil is dat de priester tijdens de dienst meestal met zijn gezicht naar het heiligdom achter het roodfluwelen gordijn gericht staat, en dus grotendeels met zijn rug naar de volgelingen toe. In Griekenland bezocht ik al best veel Orthodoxe kerken. Met name de iconen en schilderingen vind ik daar prachtig!

De monniken in het klooster zijn ongehuwd. De priesters daarentegen moeten zelfs gehuwd zijn, anders kunnen ze helemaal geen priester worden. Vrouwelijke priesters zijn er niet. In Nederland zijn er 10 Koptisch Orthodoxe kerken. In de beginjaren dienden zij vooral de eigen gemeenschap, nu is dat veel opener. Amerika en Australië, waar heel veel Koptisch Orthodoxe kerken te vinden zijn, is daarin al veel verder vertelde Suzanne. In Lievelde zijn er ook diensten het Nederlands, ondanks dat er eigenlijk geen Nederlanders komen. Wel Ethiopiërs en Eritreeërs, ook daar zijn veel mensen Koptisch Orthodox Christen. Het Koptisch geloof is vooral met het Katholieke geloof te vergelijken. De bijbel is hetzelfde (OT/ NT) en zijn er 7 sacramenten. Er wordt gedoopt, er is het avondgebed en ook het vasten is belangrijk (maar liefst 200 dagen per jaar in totaal). Op woensdag en vrijdag wordt er standaard veganistisch gegeten.

De Koptische Orthodoxe kerk kent een flinke opleving de afgelopen jaren. Dat heeft ongetwijfeld te maken met de Arabische lente en de overheersende dictatuur, denkt de vader van Suzanne die ook aanwezig was, want onder druk leert men bidden zegt het spreekwoord. Het klooster in Lievelde kent een groot aantal leden, mensen komen soms van ver (ook vanuit Duitsland) om een aantal uren of zelfs de hele dag in het klooster en de kapel door te brengen. Er zijn dan ook veel praktische voorzieningen zoals een grote keuken voor maaltijden, en een sportveld.

Ik vond het een bijzondere middag. We moeten niet ons niet zozeer focussen op de verschillen van andere religies, veel mooier is om te ontdekken wat ons onderling verbind. Ik denk dat we alleen maar van elkaar kunnen leren, ik ben zelf in ieder geval weer een mooie ervaring rijker!

DSC_3609
Kleine kapel.
DSC_3608
Icoon met struisvogelei.
DSC_3569-2
Prachtig glas-in-loodraam.