Holle wegen van Barlo

Tijdens het Achterhoek College 2019 leerde ik heel wat nieuwe mensen kennen, zo ook André Kaminski van Stichting Achterhoek weer Mooi (StAM). Hij vertelde ons over de cursus ‘Lezen van Historisch Kaartmateriaal’, en dat het voor de deelnemers aan het Achterhoek College wellicht leuk zou zijn om de bijeenkomst in Barlo bij te wonen. Ik heb dat aanbod van harte aangenomen! Als Gastvrouw van het Landschap Oost Gelre vind ik het altijd leuk om een kijkje bij de buren te nemen.

Stichting StAM vraagt aandacht voor bijzondere gebieden in het gewone boerenland, zoals landschapsmonument De Meuhoek, met de bedoeling deze gebieden toekomstbestendig te maken. De omschrijving ‘landschapsmonument’ heeft niets te maken met een monumentenstatus. Het is eigenlijk een soort cadeautje aan de eigenaar, een buurtschap of de gemeente. Een stukje identiteit waar we met zijn allen zuinig op moeten zijn. Van alle gebieden worden de gegevens vastgelegd in een modelbeschrijving, een soort gereedschapskist waar alle basisinformatie in opgeborgen ligt. De doelstelling is om elkaar te vinden, te ontmoeten. Om samen te werken aan de landschapsmonumenten, want uiteindelijk wordt er wel een stukje inzet van iedereen verwacht. Het leukst is dan natuurlijk om in jouw eigen favoriete gebied aan de slag te gaan, daar waar jouw eigen interesse ligt.

René Luijmes liet ons zijn modelbeschrijving zien van de Ziegenbeek. De naam is afgeleid van de Siegenbok in het wapen van Sinderen. De Ziegenbeek is een oude grensscheiding richting Gendringen en mond uit in de Keizersbeek bij de Klompsbrug. Rond 1600 was de Ziegenbeek zo’n vier à vijf meter breed en mondde toen uit in de Aa-Strang. De originele loop werd grotendeels gewijzigd doordat men de beek rechttrok. Slechts enkele stukjes van de 15 km lange beek heeft nog zijn originele loop. Het was een typisch ‘slagenlandschap’, een lappendeken van lange smalle percelen en slootjes die haaks op de beek lagen. Voor de ruilverkaveling waren er zo’n veertig eigenaren, na 1970 nog maar zes! Belangrijke historische kaarten van dit gebied werden vervaardigd door Johan Heinrich Merner. Eén van de deelnemers vroeg René waar hij bij het invullen van de modelbeschrijving zoal tegenaan liep? Bij dit landschapsmonument liep hij vooral tegen de geschiedenis aan. Sommige archieven bevinden zich namelijk net over de grens in Duitsland. Aangezien de Ziegenbeek 15 km lang is, heb je ook te maken met veel grondeigenaren. Iedereen gaat weer anders met zijn stukje om, zo is het vegetatieverschil bijvoorbeeld heel groot. De Dotterbloem vind je sowieso volop langs de beek! De smalle stukjes zijn meestal eigen beheer, sommige stukken echter vallen onder het Waterschap. Gelukkig hebben zij veel oude archieven.

De bijeenkomst werd gehouden bij boerderij De Neeth in Barlo. Bij velen wellicht bekend door de speeltuin, het pannenkoekenhuis en boerderijmuseum. Zelf was ik er nog niet eerder geweest, terwijl het nog geen vijf kilometer van mijn huis af ligt! Melkveehouder Theo Sonderlo was aanwezig om meer te vertellen over zijn boerderij De Neeth, in Achterhoeks dialect uiteraard. De eeuwenoude boerderijnaam De Neeth is behoorlijk raadselachtig, net als het verhaal dat er niet ver van de boerderij een kasteel of havezate zou hebben gestaan uit de tijd van Karel de Grote! In de wei bevinden zich een beschermd stuk bodemarchief waar de vroegere grachten hebben gelegen, door de opa van Theo gedempt. In 1899 kocht de grootvader van Theo de hoeve (Dorus Lammers, Sonderlo ‘hef de konte er bie in gedraait’, aldus Theo…) Deze sloopte hij en bouwde in 1914 de huidige boerderij, met hergebruik van de gebinten. De oude put bleef staan waar hij stond. Een vroegere archivaris schreef dat De Neeth één van de oudste boerderijen van Barlo is, waarschijnlijk gesticht als hofboerderij van Karel de Grote. Het wegennet op historische kaarten laat zien dat De Neeth in het oude Barlo een centrale rol speelde, veel wegen kwamen daar namelijk samen.

Theo was altijd al gek van ‘old spul’, paarden en ook koetsen. De spullen moeten wel functioneel zijn en ook echt uit de Achterhoek komen. Vandaag hef ze niks meer verstand als vrogger, merkt Theo op. Mensen waren vindingrijk, alles werd met de handen gemaakt. Die oude trekkers, die kon je nog repareren met een hamer en nijptang! Hij laat ons een melkzeef zien, gemaakt van eikenhout en paardenhaar, onverwoestbaar. Gaandeweg kwamen Theo en zijn vrouw Truus erachter dat het oude boerenspul (met name bij bezoekers uit het westen) niet zo interessant wordt gevonden. Vooral oude keuken-, en slaapkamerspullen en gebruiksvoorwerpen voor de was trekt veel publiek. Een rondleiding duurt al snel anderhalf uur, koffiedrinken gebeurt in de museumboerderij. Dan krijg je de mensen aan het vertellen, glimlachte Theo. In 1950 bouwden de ouders van Theo een kar loods op De Neeth, voor de trekkers en koetsen. Deze loods werd omgebouwd, in 2016 opende hier de pannenkoekenboerderij die wordt gerund door Patrick. Theo sloot af met de opmerking dat je wel een beetje ‘een tik moet hebben’ voor je zoiets begint! Het is vooral een hobby die voornamelijk uit de eigen portemonnee komt. Samen met dochter Christel runt Theo het 120 koeien tellende melkveebedrijf dat sinds 2017 ook de officiële status van zorgboerderij heeft.

Die Holle Wegen van Barlo, die wilden we natuurlijk wel even in het echt zien! Gelukkig was dat ook onderdeel van het programma, een heuse veldexcursie. Vlak bij De Neeth ligt het Nijhofslaantje (door de Nijhof bewoners ’t Neeths-laantje genoemd),  hier stond het vroeger tot aan Lichtenvoorde vol met eikenbomen bestemd voor de leerindustrie in die plaats. De bast van de eik (eek) bevat namelijk looizuur. Door de hoge essen rondom De Neeth ligt er een schitterende holle weg, uitgesleten door smeltwater en later door de karrensporen. Het hoogteverschil tussen de hoogste es en De Neeth is ongeveer 15 meter! Bij een prachtige bloemenakker hielden we stil, onderdeel van het project ‘Samen voor de Patrijs’. Omdat de Patrijs langzaamaan lijkt te verdwijnen uit het landschap, is sinds 2013, het ‘jaar van de Patrijs’, een speciale werkgroep bezig om het tij te keren en de vogel terug te brengen. Als de Patrijs terugkomt, komen de andere vogels vanzelf, legde de gids ons uit. Met dit project gingen vijf partijen de samenwerking aan: Agrarische Natuurvereniging PAN, Vogelwerkgroep Zuidoost Achterhoek, Wildbeheereenheid Aalten e.o., Vogelbescherming Nederland en de gemeente Aalten. In de afgelopen vijf jaar is het aantal paartjes toegenomen van 3 naar 42! Mooi om te zien dat door samenwerking zoiets moois kan ontstaan. Als kroon op het werk heeft het project ‘Samen voor de patrijs’ de Gouden Mispel gewonnen (natuurbeschermingsprijs). Ieder van de bovengenoemde partijen zaait zijn eigen bloemenmengsel voor eigen doel. Bijvoorbeeld om natuurlijke vijanden te bestrijden zoals bladluizen, of zoals de gemeente Aalten voor het toerisme dat de afgelopen jaren een flinke groei doormaakt. Het project akkerrandenbeheer telt momenteel een kleine 200 deelnemers. Een kilo bloemrijk zaaimengsel (€25) wordt hen samen met de kennis van de vijf partijen beschikbaar gesteld, voor de machines zorgen de deelnemer zelf. De gidsen wezen ons de kruidige en geurige planten aan zoals Boekweit en Kaasjeskruid.

Een stukje verderop kwamen we bij het openluchttheater Markelink van Barlo. Toen het feestgebouw in Barlo te klein bleek voor het toneel, werd (vlak na de Tweede Wereldoorlog) achter boerderij Markerink een openluchttheater gemaakt voor zo’n 1500 toeschouwers. Hier zijn volgens zeggen heel wat relaties ontstaan, verliefde stelletjes verdwenen dan stilletjes achter de dichte coniferen die eromheen stonden! De zandweg liep tussen toneel en de tribune door. Onze gids vertelde nog een leuke anekdote: als de melkboer voorbij kwam, moest er even gestopt worden met het toneelspel. Rekwisieten, toeschouwers en toneelspelers gingen aan de kant zodat de melkboer kon passeren, daarna werd de uitvoering weer hervat. De wandeling ging via een stukje eigen erf (de eigenaar die buiten de krant zat te lezen grapte vrolijk: zovölle visite hebben wi-j niet op gerekend!) terug naar De Neeth. Ondanks de zinderende hitte was het beslist een boeiende wandeling.

Paul Heutinck, ontwerper van de Achterhoekse vlag, sloot de middag af. Dat was niet zomaar, want het ontwerp van deze vlag is terug te vinden in het Achterhoekse landschap. Sterker nog, het zou maar zo eens een luchtfoto van Barlo kunnen zijn! Paul haalde zijn inspiratie daadwerkelijk uit een luchtfoto die hij ooit zag. Een lappendeken met de felgroene kleuren van vers gras, de onregelmatige vormen van percelen en kromme weggetjes. Waren de lijnen in de vlag recht geweest, dan had het ook een polderlandschap kunnen zijn. Paul is er best trots op dat hij als Achterhoeker (geboren en getogen te Lintvelde, Beltrum) als winnaar is verkozen. Inmiddels zijn er vele duizenden exemplaren van de vlag verkocht, ook bij mij ligt hij natuurlijk op de plank.

IMG_9081
Holle weg vanaf De Neeth. 

 

 

Sassafras op Kasteel De Wildenborch

Tijdens het zesde en tevens (helaas!) laatste Achterhoek College bezochten we Kasteel De Wildenborch in Vorden, of beter gezegd landgoed De Wildenborch. Al was het in tijden van weleer wel degelijk een kasteel, men heeft namelijk resten hiervan teruggevonden. Ooit was het kasteel in handen van de (roof) Ridders van Wish (1371). Zij werden erg vaak belegerd, alleen het poortgebouw is overeind gebleven. Het landgoed wordt sinds 2005 bewoond door Jennine de Plassche-Staring en haar echtgenoot Evert-Kees van de Plassche. Dinsdag 21 mei waren wij bij hen te gast.

Landgoed De Wildenborch, zoals dat er nu uitziet, lijkt amper nog op de middeleeuwse vesting zoals wij konden zien op oude tekeningen die het prachtige landhuis sieren. De Wildenborch lag in een verwilderd moerasgebied, wat het overigens een bijna onneembare vesting maakte. Men gaat ervan uit dat het huis oorspronkelijk uit een sterke vierkante woontoren bestond. De huidige toren bevat nog resten van het middeleeuwse poortgebouw. In de loop der eeuwen werd De Wildenborch meerdere keren verbouwd. Na 1650 raakte het kasteel snel in verval, toen het in 1700 werd verkocht was alleen de bewoonbare poorttoren nog over. Nadat het kasteel in verschillende handen was geweest, werd het in 1780 gekocht door V.O.C. kapitein Damiaan Hugo Staring en zijn echtgenote Sophia Wynanda Verhuell de Wildenborch. Het kasteel ging toen weer betere tijden tegemoet, Damiaan bouwde aan beide zijden van de toren een woonvleugel. Na het overlijden van Damiaan (1783) hertrouwde Sophia met W.C. Boers, samen kregen zij een zoon: Antoni Christiaan Winand Staring. Tot zijn overlijden in 1840 heeft Antoni op De Wildenborch gewoond. A.C.W. Staring is vooral als dichter bekend geworden, daarnaast hield hij zich bezig met bebossing, ontwatering en grondverbetering van het landgoed.

In 1907 werd het landgoed verkaveld en in verschillende percelen verkocht. Boeren uit de omgeving die aan het landgoed gehecht waren, kochten veel van die percelen op. In 1931 kocht de oudoom van Jennine Staring De Wildenborch terug. Zijn belangrijkste bijdrage aan het landgoed zijn de talloze prachtige beelden. In 1976 is De Wildenborch ondergebracht in een familiestichting voor het behoud van het landgoed, vererving is op deze wijze geen punt meer. Dat het landgoed nog steeds familiebezit is wordt soms best vreemd gevonden. Vaak worden landgoederen als deze geschonken aan bijvoorbeeld Gelders Landschap & Kastelen. In Nederland waren er ooit meer dan 6000 buitenplaatsen. De kleine 600 die daarvan zijn overgebleven zijn voor de helft in handen van Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer of één van de 12 Landschappen. Vaak in gebruik als musea, hotels of conferentieoorden. Er zijn dus nog zo’n 300 buitenplaatsen in particulier bezit. Meestal hebben families er een stichting zoals ook bij De Wildenborch van gemaakt. Hierdoor hebben het huis en omliggende gronden vaak nog hun oorspronkelijke functie. Het huis leeft, bijzondere verhalen komen uit de eerste hand en niets wordt echt zo goed beheert als door de eigenaar zelf! Het is onvervangbaar cultureel erfgoed, waar we trots op moeten zijn.

Waar het landgoed vroeger zo’n 1000 ha groot was, beslaat het nu nog zo’n 40 ha. Het merendeel hiervan, 30 ha, is parkbos wat vrij toegankelijk is. De 10 ha in Engelse landschapsstijl aangelegde tuinen zijn zo’n drie keer per jaar te bezichtigen op de Open Tuin Dagen. Zelf had ik de tuinen ook al eens eerder bezocht, een echte aanrader! Al was deze rondleiding door de bewoonster zelf natuurlijk extra bijzonder! Jennine wees ons bijzondere bomen als de Anna Paulownaboom, ook wel de Keizersboom genoemd, met zijn schitterende lilakleurige bloesem. Een andere bijzondere boom die ik heb onthouden is de Sassafras. Jennine vertelde dat de Sassafrasolie uit deze boom in de 17e eeuw na tabak, het belangrijkste exportproduct was vanuit Noord-Amerika naar Europa. Het was een belangrijk geneesmiddel en zat in diverse voedingsproducten. Omdat men ontdekte dat het in te hoge doseringen kankerverwekkend is, werd het gebruik ervan in 1960 verboden (tegenwoordig gebruikt men ethanol, 14 keer meer kankerverwekkend is als sassafras..). Alle kinderen, en ook kleinkinderen, kregen bij geboorte een eigen boom op het landgoed. Het behoud en onderhoud van het landgoed vraagt een enorme toewijding! Tuinman Bart van der Schoot is dan ook (samen met een stagiair) fulltime in dienst, net als zijn echtgenote Alma. Zij wonen ook op het landgoed. Jennine en Evert-Kees hebben drie kinderen, en kleinkinderen, die van jongs af allemaal al zijn betrokken bij de toekomst van De Wildenborch. Zo wordt het koetshuis verhuurd en verkoopt het landgoed openhaardhout. De komende jaren worden er plannen gemaakt om meer energie te besparen, bijvoorbeeld door het plaatsen van zonnepanelen. Stichting de Wildenborch werkt tevens nauw samen met Waterschap Rijn & IJssel om te onderzoeken hoe men ervoor kan zorgen om de (lage) waterstand op het landgoed te verbeteren. Landgoed de Wiersse in Vorden heeft hier minder last van omdat het aan de Baakse Beek ligt.

Ik vond het heel bijzonder dat we via de ronde toren aan de voorzijde het huis mochten betreden om een kijkje te nemen in de ontvangsthal en de tuinkamer. Zoals in de meeste landhuizen en kastelen, hangen ook hier prachtige schilderijen van (verre) voorouders en liggen er schitterende handgeknoopte tapijten op de vloer voorzien van het familiewapen. Vanuit de tuinkamer hadden we een prachtig uitzicht over het gazon, de vijver en achterliggende tuinen, hier en daar een statige pauw. Het mooist vind ik zelf toch wel de beuken loofgang (beukenberceau) op het landgoed, een van de langste van Nederland. In Arnhem op landgoed Mariëndaal vind je ook een beukenberceau, beter bekend als de Groene Bedstee. De loofgang op Wildenborch is echter wat hoger, en oogt wellicht daardoor nog imposanter. Op deze manier konden de dames van adel ook op zonnige warme dagen een wandeling door de tuin maken. Het schoonheidsideaal was in die tijden toch echt een zo wit mogelijke huid, een zongebruinde teint was iets voor landarbeiders en sloebers!

Gelukkig zijn er uit het Achterhoek College 2019 hele mooie nieuwe dingen voortgekomen! Zo mag ik onder andere mijn steentje bijdragen aan het project Een Nieuwe Tijd Achterhoek en ga ik met Stichting Achterhoek weer Mooi mee op veldexcursie in Barlo.

IMG_9026

Moedige Verzetsvrouwen van de Achterhoek

De vierde lezing van het Achterhoek College 2019 bracht ons naar het Onderduikmuseum in Aalten. Dat dit bijzondere museum, zonder tekstbordjes en vitrines, juist in Aalten is gevestigd is niet heel verwonderlijk. Aalten heeft veel onderduikers in het dorp opgenomen, maar liefst één op de vijf was gevlucht voor de oorlog. De achtergebleven vrouwen kregen veel voor hun kiezen, de man was vaak of langdurig van huis. De vrouwen werden daardoor de managers van het verzet, ook al was dat vrijwel altijd in de schaduw van de mannen. Hun verhalen en daden bleven eigenlijk altijd onbekend. 2018 is door het platform WOII uitgeroepen tot ‘het Jaar van Verzet’. Met de tentoonstelling ‘De Vrouw als spil van het verzet’, wil het Nationaal Onderduikmuseum het aandeel van de vrouwen in het verzet tijdens WOII belichten, het is van groot belang geweest.

Ik was nog niet eerder in het museum aan de Markt in Aalten geweest, en was aangenaam verrast door het authentieke binnenplaatsje aan de achterzijde waar ook de ingang van het museum is gevestigd. Het grote huis, een rijksmonument overigens, is ingericht zoals het er 1940- 1945 uit moet hebben gezien. De originele onderduikplek en schuilkelder zijn beide intact gebleven en toegankelijk. Ik moet dus beslist nog eens terug om alles te bekijken! In de educatieve kamer vertelde Dineke Stam ons meer over de expositie die zij samenstelde. Door middel van brieven, dagboeken, foto’s en voorwerpen worden deze moedige verzetsvrouwen uit de schaduw gehaald. Het is eigenlijk niet eens een gangbaar woord. In de Dikke van Dale vind wordt alleen de verzetsman genoemd. Dat terwijl Tante Riek uit Winterswijk, Helena Theodora Kuipers- Rietberg, het georganiseerde landelijke netwerk ‘Hulp aan Onderduikers’ (LO) opzette. Als bestuurslid (en medeoprichter) van de Gereformeerde Vrouwenvereniging in Nederland, beschikte zij over een groot netwerk. Veel Achterhoekse vrouwen hebben geholpen met kleine en grote verzetsdaden. Ze brachten bijvoorbeeld geheime boodschappen en pamfletten rond, vervoerden wapens en hielpen met het verplaatsen van de onderduikers naar een nieuw adres als er gevaar dreigde. Tante Riek overleefde de oorlog niet. Eind december 1944 stierf zij in het concentratiekamp Ravensbrück.

Stichting Aletta (Aletta Jacobs, een Joodse feministe die als eerste een universitaire studie succesvol afrondde, waarmee ze de eerste Nederlandse vrouwelijke arts werd) initieerde de reizende tentoonstelling ‘Palet van Verzet’. Deze expositie kijkt vooral naar de overeenkomsten in drijfkracht, relevantie van keuzes en dilemma’s over loyaliteit tussen de verzetsvrouwen van toen en de vrouwen die zich de laatste 75 jaar ook hebben ingezet voor een betere wereld. Dat zijn tenslotte aspecten van alle tijden. Onder hen is ook de Achterhoekse Mia Lelivelt, geboren in 1925 te Lichtenvoorde. Mia woont nog altijd in haar geboortehuis, de oorspronkelijke onderduikruimte is zelfs nog aanwezig. Dineke Stam vroeg ons op een papiertje de naam op te schrijven van een vrouw die je zelf heel moedig vind, die ook in verzet kwam of komt. Dat zijn er zoveel! Wat te denken van Malala Yousafzai, de Pakistaanse kinderrechtenactiviste die in 2014 de Nobelprijs voor de Vrede ontving. Ook niet onvermeld blijven Gerdi Verbeet en Khadija Arib, Nederlandse politica. Zelf denk ik al snel aan Sabine Dardenne, die een ontvoering door Marc Dutroux van 80 dagen overleefde. Ik las haar boek en was diep onder de indruk van de moed van het toen twaalfjarige meisje. Een ander (Engels) boek dat ik las, The Book of Negroes van Lawrence Hill, vertelt het verhaal van veel moedige Afrikaans Amerikaanse vrouwen. In de 18e eeuw werden zij ontvoerd vanuit Afrika, sommigen nog geen tien jaar oud, om in Amerika als slaaf te worden verkocht. In de lezing vertelde Dineke Stam ook over het kolonialisme, Nederland speelde tenslotte een dominante rol in de slavenhandel. Er zijn zo’n 500 koloniale oorlogen geweest, allemaal vormen van verzet. Bovendien hebben de nazi’s er veel van afgekeken. Uitbreiding van macht buiten de eigen grenzen werd als essentieel beschouwd.

Zo kent iedereen kent wel zijn eigen moedige vrouw. Misschien liep je in de jaren ’80 zelf wel mee in één van de massale demonstraties tegen de kruisraketten! Ik ga zeker terug om de tentoonstelling ‘De Vrouw als spil van het verzet’ uitgebreid te bekijken en ook de rest van het Nationaal Onderduikmuseum. Dat is wel het mooie van het Achterhoek College 2019, we komen op plekken waar ik en ook sommige anderen nog niet eerder waren, en zo dicht bij huis! Deze lezing en bijbehorende expositie geven een krachtig beeld van Achterhoekse vrouwen in oorlogstijd.

DSC_3914
Boeiende lezing door Dineke Stam
DSC_3920
Expositie De Vrouw als spil van het verzet, met prachtige portretten door Thea Zweerink.

Klooster Loreto -Lievelde

Huize Loreto is een voormalig klooster van de paters Maristen, die daar tot juli 2011 woonden. De katholieke congregatie van de paters Maristen werd opgericht in 1816 in Lyon door de Fransman Jean-Claude Colin. Huize Loreto werd in 1951 door de paters Maristen gesticht als studiehuis van de congregatie. De naam is ontleend aan de Mariabedevaartplaats Loreto aan de oostkust van Italië.

Zondag 7 april konden leden van de PKN Kerk Lichtenvoorde een kijkje nemen in voormalig klooster Loreto in Lievelde, voor mij een eerste kennismaking met dit prachtige gebouw. In 2015 werd het klooster gekocht door de Koptisch Orthodoxe Kerk Nederland. De meeste leden van de Koptisch Orthodoxe kerk hebben Egyptische roots, ongeveer een tiende deel van de Egyptische bevolking is Koptisch Orthodox Christen. De taal werd verdrongen door het Arabisch, echter voor de liturgie gebruikt men nog wel steeds de Koptische taal. Het Koptisch is van essentieel belang geweest bij het ontcijferen van oude Egyptische teksten. Sint Marcus (evangelist) stichtte in Alexandrië de kerk van Alexandrië, de huidige Koptische Orthodoxe Kerk. We worden warm ontvangen door Suzanne en Marina, iedereen krijgt een handdruk en wordt persoonlijk welkom geheten. Samen vertelden zij ons het verhaal over het ontstaan van de Koptische kerk en de manier waarop zij het geloof beleven.

In de jaren ’60 kwamen de eerste Koptisch Orthodoxe christenen naar Nederland zoals ook de vader van Suzanne. In 1985 stichtte de eerste priester de eerste Koptische Kerk in Nederland, namelijk in Amsterdam. De Kopten zijn erg verbonden met hun kerk, vertelde Marina. Ook de jeugd is erg trouw aan het geloof. Dat heeft er wellicht mee te maken dat kinderen al op zeer jonge leeftijd diaken worden en bij veel taken mogen helpen. Suzanne vertelde dat er in Amsterdam zelfs 3 zondagsmissen zijn, waarvan één speciaal voor jongeren. Naast deze mis is er nog veel meer aanbod voor jongeren, zoals een vrijdagbijeenkomst waarbij er samen wordt gegeten. Ook is er een jongerenkoor, missiewerk voor jongeren, jongerenreizen, sportdagen en er worden zelfs Europese voetbalwedstrijden georganiseerd. Zoals de christenen uit diverse kerken ieder jaar de EO-jongerendag organiseren, organiseert ook de Koptische kerk dit jaarlijks voor hun eigen jeugd.

Aan het hoofd van de Koptische Kerk staat een eigen Egyptische paus, Tawadrous II. De Kopten hanteren een andere jaartelling (Alexandrijnse kalender) als de standaard Christelijke. Keizer Diocletianus trad wreed tegen de christenen op. Zijn eerste regeringsjaar kreeg de bijnaam ‘het jaar der martelaren’ (286 na Christus), dit is het begin van de Koptische jaartelling. De Koptische Orthodoxe kerk is de kerk van het monnikenwezen. De geschiedenis van de koptische kerk zit dan ook vol met namen van vooraanstaande monniken zoals Antonius de Grote. Hij wordt gezien als de vader van het kloosterleven. In de kerk hoorde Antonius een vers uit de bijbel: ‘Indien gij volmaakt wilt zijn, ga heen, verkoop uw bezit en geef het aan de armen, en gij zult een schat in de hemelen hebben, en kom hier, volg Mij’ (Matt. 19: 21). Hij verkocht alles wat hij van zijn zeer rijke ouders had geërfd, gaf dat geld aan de armen en ging in de woestijn wonen. In Egypte vond men vele kloosters en woestijnvaders (de eerste christelijke monniken). De Kopten zijn dan ook heel erg blij nu een klooster in Nederland te bezitten waar inmiddels twee monniken woonachtig zijn. Het klooster dient voornamelijk als opleidingshuis voor het priesterschap, daarnaast worden er bijvoorbeeld ook retraites gehouden.

Marina en Suzanne namen ons mee naar de kerk. Voor sommigen niet geheel onbekend, zelf was ik er nog nooit geweest. Inderdaad, veel overeenkomsten. Wat anders is zijn de struisvogeleieren die tussen de iconen hangen. Deze symboliseren in de oude kerk hoop en opstanding. De overlevering vertelt dat toen Pontius Pilatus aan Maria Magdalena vroeg hoe Jezus uit de dood is verrezen, zij een ei nam en hem vroeg of hij haar kon vertellen hoe een klein kuiken uit een ei kan komen. Suzanne vertelde dat een struisvogel bovendien na het leggen van haar ei, naar het ei blijft staren tot het uitgebroed is. Zo moet iedereen die naar deze kerk komt al zijn gedachten en aandacht vol vertrouwen concentreren op het geloof, zonder alle andere wereldlijke zorgen mee te nemen. Nog een verschil is dat de priester tijdens de dienst meestal met zijn gezicht naar het heiligdom achter het roodfluwelen gordijn gericht staat, en dus grotendeels met zijn rug naar de volgelingen toe. In Griekenland bezocht ik al best veel Orthodoxe kerken. Met name de iconen en schilderingen vind ik daar prachtig!

De monniken in het klooster zijn ongehuwd. De priesters daarentegen moeten zelfs gehuwd zijn, anders kunnen ze helemaal geen priester worden. Vrouwelijke priesters zijn er niet. In Nederland zijn er 10 Koptisch Orthodoxe kerken. In de beginjaren dienden zij vooral de eigen gemeenschap, nu is dat veel opener. Amerika en Australië, waar heel veel Koptisch Orthodoxe kerken te vinden zijn, is daarin al veel verder vertelde Suzanne. In Lievelde zijn er ook diensten het Nederlands, ondanks dat er eigenlijk geen Nederlanders komen. Wel Ethiopiërs en Eritreeërs, ook daar zijn veel mensen Koptisch Orthodox Christen. Het Koptisch geloof is vooral met het Katholieke geloof te vergelijken. De bijbel is hetzelfde (OT/ NT) en zijn er 7 sacramenten. Er wordt gedoopt, er is het avondgebed en ook het vasten is belangrijk (maar liefst 200 dagen per jaar in totaal). Op woensdag en vrijdag wordt er standaard veganistisch gegeten.

De Koptische Orthodoxe kerk kent een flinke opleving de afgelopen jaren. Dat heeft ongetwijfeld te maken met de Arabische lente en de overheersende dictatuur, denkt de vader van Suzanne die ook aanwezig was, want onder druk leert men bidden zegt het spreekwoord. Het klooster in Lievelde kent een groot aantal leden, mensen komen soms van ver (ook vanuit Duitsland) om een aantal uren of zelfs de hele dag in het klooster en de kapel door te brengen. Er zijn dan ook veel praktische voorzieningen zoals een grote keuken voor maaltijden, en een sportveld.

Ik vond het een bijzondere middag. We moeten niet ons niet zozeer focussen op de verschillen van andere religies, veel mooier is om te ontdekken wat ons onderling verbind. Ik denk dat we alleen maar van elkaar kunnen leren, ik ben zelf in ieder geval weer een mooie ervaring rijker!

DSC_3609
Kleine kapel.
DSC_3608
Icoon met struisvogelei.
DSC_3569-2
Prachtig glas-in-loodraam.

Zutphen: De jonkvrouw in de toren

Open Monumentendag in 2017 had als thema ‘Boeren, Burgers en Buitenlui. Dat sprak mij wel aan uiteraard! Van oudsher was dit de slogan waarmee de stadsomroeper de aandacht van het publiek trok. Thonis van Grol was stadstrompetter van Zutphen, en wist ook de aandacht van het publiek te trekken. Die zaterdag bezocht ik de plaats waar hij ooit woonde. Thonis van Grol had de bijnaam ‘Drogenap’. Nu wordt het monument dat ik heb bezocht wellicht al herkenbaarder? Inderdaad! De Drogenapstoren.

Tijdens zijn dagen als stadstrompetter en stadsmuzikant woonde hij in de stadstoren ‘de Saltpoort’. Hij woonde ter hoogte van de trans zodat hij als trompetter alarm kon slaan als de vijand in aantocht was. In de volksmond kreeg de Saltpoort toen de bijnaam Drogenapstoren. Maar hoe kwam Thonis van Grol aan die bijnaam Drogenap? Die kan hij gekregen hebben omdat hij graag een borrel lustte, een nap was namelijk een drinkbeker. Echter noemde men een portemonnee destijds ook een nap, dus kan het ook zo zijn dat hij arm was. Waarschijnlijk was door zijn passie voor de fles, zijn portemonnee dus meestal leeg. Thonis woonde in de toren rond 1555 en had een prominente plaats in de geschiedenis. De Saltpoort is gebouwd in 1444- 1446. Grenzend aan de Berkel had deze poort een verbinding met de Markt. Dat was nuttig omdat er vlakbij de poort koggeschepen met zout aanlegden. Dit kostbare conserveringsmiddel werd verhandeld op de ‘Saltmarkt’ (de huidige zaadmarkt). De originele torenspits was bij de bouw wat mager uitgevallen, en daarom werd er in 1465 een hoge met leien gedekte spits geplaatst. Hij heeft maar kort als stadspoort dienstgedaan. Ten opzichte van de Spittaalspoort werd deze toren te weinig gebruikt, om het salaris van de poortwachter te besparen werd de Saltpoort dichtgemetseld. Hij bleef wel als uitkijktoren dienst doen. De torenspits die in 1465 was geplaatst had een windvaan met de beeltenis van een engel en een trompet. Heel even genoot de toren toen de bijnaam ‘Engelenburg’. In 1555 kwam Thonis van Grol in de toren wonen, en kreeg de toren al snel zijn nieuwe bijnaam, die eeuwenlang zou overleven.

Thonis woonde er als ambtenaar gratis, dat was toen de gewoonte. Maar hij woonde er niet alleen want in de toren werden ook mensen gevangen gezet. De tralies zijn nog altijd voor de ramen aanwezig. In 1887 begon men in Zutphen met de aanleg van een waterleidingnetwerk, en werd de Drogenapstoren ingericht als watertoren. Op het bestaande metselwerk werd een nieuw gedeelte opgetrokken, hierop kwam een ijzeren torenspits met houten betimmering en leibedekking. In de toren kwamen uiteindelijk 3 reservoirs. In 1928 werd de rol als watertoren overgenomen door de huidige watertoren aan de Warnsveldseweg. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de toren gedeeltelijk opgeblazen. De Duitsers hadden er geen enkele weet van dat toen de wapenvoorraad van het verzet werd vernietigd! In de jaren ’60 kreeg de toren een nieuwe spits die in de originele stijl werd gebouwd. De karakteristieke dakkapelletjes werden uit kostenbesparing achterwege gelaten. In 1983 heeft men de toren tot woning omgebouwd en werd deze jarenlang bewoond door de gemeentevoorlichter.

Sinds een aantal jaren wonen Laura en haar dochter in de Drogenapstoren, en die Open Monumentendag zette zij de voordeur van hun bijzondere woonhuis open. De broer van Laura had de functie van poortwachter op zich genomen, liet de vele belangstellenden in kleine groepjes van 20 mensen naar binnen. Via een houten trap kwamen we in de huiskamer van Laura, waar eerst even een formuliertje voor de gemeente moest worden ingevuld. Meteen werd duidelijk wat een bijzonder plekje dit is! Hoe bijzonder moet het zijn om hier zomers in het open raam te zitten en uit te kijken over Zutphen! Laura neemt ons omhoog de toren in, over een smal stenen trappetje met ongelijke treden. Hier was een dichtgemetseld poortje te zien, waardoor je vroeger op de stadsmuur kon stappen. We bereikten het slaapvertrek, waar een smalle steile houten trap verder omhoog voerde naar de zolder van het huis. Laura gaf aan dat ze daar eigenlijk nauwelijks komt. Vanaf hier kijk je nog verder uit over de stad! Je kon nog een verdieping hoger, over een nog steilere smallere houten trap. Dat liet ik graag aan Marc over, natuurlijk wel met de opdracht om foto’s te maken. Wat een leuke en spontane gastvrouw! Zij en dit speciale woonhuis passen perfect bij elkaar. Ik begrijp nu waarom de vorige bezoekers de poortwachter een hand gaven om hem te bedanken voor deze bijzondere rondleiding. Na een vrijwillige bijdrage bedankte ook ik Laura uitgebreid voor haar interessante verhaal en de mogelijkheid om haar woonhuis te mogen bezichtigen. Bijzonder detail: speciaal voor vandaag had Laura de vlag uitgehangen. En geloof me, dat is geen kwestie van minuten! Eerder van kwartieren, bovendien heb je er een flinke dosis lef voor nodig.

IMG_3366
Drogenapstoren Zutphen, Open Monumentendag 2017.
DSC_0620
De Jonkvrouw van de Drogenapstoren -The Lady of the tower in Zutphen.
DSC_0622-2
Op zolder van de Drogenapstoren -At the attic of the tower in Zutphen.
IMG_3357
Via vele rappetjes omhoog om de vlaggenstok te bereiken.