Columns

Komt voor de Bakker.

Maar liefst 156 mensen kwamen ‘Met Dialect op de Koffie’ op zondagmorgen 3 februari bij Erve Kots. Er stonden dan ook twee mooie vertellers op het programma. Joop Lammers uit Breedenbroek nam als eerste plaats op het podium om de prachtige Achterhoekse sage Duvelheurntjes op brandewien aan ons te vertellen, geschreven door Bert Scheuter uit Varsseveld.

Met een prachtige vertel-stem nam Joop ons mee naar het jaar 1660 in Sinderen, waar we kennis maken met Jannes van Nibbelink, een boer uit Varsseveld. Hij werd door de jonker ontboden zich te melden op Kasteel Sinderen. Ondanks het nare gure weer ging Jannes op pad, zich verheugend op het warme vuur in het kasteel en ’t kruikje brandewijn en schinke (ham) dat de jonker ongetwijfeld op tafel zou zetten. “Met de mage zwaor en kop lech löt ‘t zich makkelijker praoten”, zei hij namelijk altijd.

Maar alles liep totaal anders dan Jannes had gedacht. Vreemde en duistere gebeurtenissen volgden elkaar op. Joop vertelde over het vurige vonkende paard en de tuinman met zijn Duitse tongval (de geluidsman in de zaal maakte het compleet met bijpassende geluidseffecten). Verderop in het verhaal werd duidelijk dat de jonkheer eigenlijk de jonkheer helemaal niet was! (of d’r ‘m een vrömde luuze aover de leaver ‘elopen was). Het bleek de duivel in hoogsteigen persoon, hij kwam Jannes halen omdat hij er zelf om gevraagd zou hebben tijdens het volksfeest van Varsseveld. Jannes en zijn buurman bespraken daar wat toch de mooiste dood zou wezen. Verzuipen in het grote brandewijnvat in de stokerij van Kasteel Sinderen, dat leek de beide mannen de mooiste manier om heen te gaan.

Gelukkig had de moeder van Jannes gelijk, ze zei altijd: wat waor is, is waor, maor onzen Jannes hef een helderen kop. En da’s waor!”. Jannes bedacht dan ook een list om te ontsnappen aan de duivel, en slaagde hierin. Ook de jonkheer van Kasteel Sinderen overleefde de duivels-kunsten. Als dank liet hij de kapel herbouwen die in 1660 door de bliksem werd getroffen. In 1662 stond er een nieuwe, dit keer stenen kapel. Helaas is de duivel zelf ook ontsnapt. Men heeft hem daarna nog vaak gezien over de gehele wereld. Ik kende deze legende nog niet, wat een prachtig verhaal! Helemaal met al die prachtige dialect-gezegden en uitdrukkingen, zoals ‘hie had de hande en vuute in ieder geval hups knobbelig ‘ekregen’.

Na de pauze was het woord aan Jan te Brinke uit Winterswijk, bijnaam ‘de turbobakker’ of bakker Dieselbrink, naar de naam van de boerderij waar vader te Brinke werd geboren. Jan vertelde dat hij 50 jaar bakker was geweest in Miste, wat bij mij meteen allerlei belletjes doet rinkelen! Het zal toch niet waar zijn?! Het moet haast wel, want hoeveel bakkers waren er nou begin jaren ’80 in Miste?! Vlak bij het podium stond de tafel voor genodigden, waar even daarvoor bakker Jan ook nog had gezeten. De vrouw die aandachtig zit te luisteren naar de verhalen (van haar vader?) had wel iets bekends.. Nadien heb ik haar aangesproken en gevraagd of de bakkerij zich toevallig bevond vlakbij Obelink? Toen de vrouw dit beaamde wist ik het zeker en durfde ik te zeggen: “Dan ben jij Daniëlle!”. Hoe leuk was dat!

Mijn grootouders hebben jarenlang in Miste gewoond, vlakbij bakker te Brinke! Ik ben heel wat keertjes in het winkeltje geweest en herinner mij deze nog goed. Toen opa en oma 45 jaar getrouwd waren kwam de buurt een boog zetten, waaronder ook de familie te Brinke. Hoe leuk zou opa dat gevonden hebben.. Dat ik nu daadwerkelijk in de Achterhoek woon, met een rooie kater en zelfs af en toe mensen tref van vroeger.

Bakker Jan had een map vol schitterende anekdotes meegebracht waar hij er enkele uit heeft voorgedragen. Verhalen die maar eens weer laten zien hoe mooi de Achterhoekse streek toch is. Sleutel onder de mat, portemonnee in het nachtkastje zodat Jan gewoon zijn bestelling kon afgeven en het benodigde geld zelf kon pakken. Daniëlle vertelde me dat haar vader behalve bakker ook een soort sociaal werker was. Een aantal mensen had bijvoorbeeld nogal moeite met het begrijpen en invullen van formulieren. Dan werd er gewacht tot bakker Jan weer kwam, die kon daar wel bij helpen. Op die manier heeft Jan heel wat documenten onder ogen gekregen, altijd met het diepste respect en vertrouwen naar zijn klanten toe.

Natuurlijk waren er ook klanten die liever niet wilden betalen en een fantastisch repertoire aan smoesjes achter de hand hadden. Altijd als bakker Jan aan de deur kwam, was deze op slot. Soms zag hij vanuit de verte de man lopen, maar eenmaal bij het huis stond hij wederom voor de dichte deur. De buurman verklapte aan Jan dat de man altijd in de boom klom als de bakker eraan kwam?! De bakker gooide toen Lukas 19, vers 4 in de strijd: Zacheüs! haast u, en kom af; want Ik moet heden in uw huis blijven. De man kwam schoorvoetend uit de kastanjeboom (of was het nu een vijgenboom?) naar beneden en voldeed de gehele openstaande rekening.

Het invoeren van de U.V.D. en T.H.T.- data in de jaren ’70 maakte dat één van de klanten alles aan een strenge controle onderwierp, tot aan het toiletpapier aan toe! Sindsdien had Jan een viltstift in de auto om ook deze verpakking keurig netjes van een datum te voorzien, zoals T.H.T 46 december. Dat is nog eens degelijk closetpapier! Er volgen nog een aantal prachtige verhalen. Over opa en oma Dieselbrink en hun opmerkelijke manier van fietsen, over de witte onderbroek van de man van Truida. Die had zulke lange benen, voor één zo’n witte onderbokse moesten er wel 3 schapen worden geschoren! Het verhaal van Maria, Martha en Lazarus zorgde voor veel gelach in de zaal. Het mooiste verhaal vond ik toch wel dat van Oma Rotmans.

Jan kwam er drie keer in de week bezorgen, op de bakfiets. Samen dronken ze dan een kop thee (zo’n grote zompe) met een Javawafel, want die vond Jan het lekkerst. Op een dag kondigde oma Rotmans aan dat ze de keer erop afwezig was. Het enige dat ze nodig had was een roggebrood. Ze zou het slaapkamerraam openlaten voor Jan, dan kon hij dat roggebrood ‘op bedde gooi’n. Zo gezegd zo gedaan, turbobakker Jan smeet het roggebrood door het raam! Tot zijn schrik hoorde hij een luide schreeuw?! Oma Rotmans was ziek geworden.. En tja, 4 pond roggebrood ‘op de kop kriegn’ is geen kleinigheid!

Wat was het weer een leuke ochtend! Hopelijk verschijnen al die mooie en ook ontroerende verhalen en gedichten van Jan te Brinke (want die schrijft hij ook) ooit nog eens in een boek. Ze zijn veel te mooi om te worden vergeten.

DSC_2322
Joop Lammers vertelt Duvelheurntjes op brandewien.

De Lenteklokjes luiden.

Het lijkt wel of Koning winter een flinke schop onder zijn derrière heeft gekregen van de lenteprinses! Het is volop voorjaar, en dat half februari. Ik hou beslist van het (voorjaars) zonnetje, maar stiekem hoop ik toch wel op nog een paar echte koude winterdagen. Voor de aankomende editie van de Antoniusbode schreef ik onderstaand artikel over de term ‘op je paasbest’, over de herkomst van deze uitdrukking en hoe men er invulling aan gaf. Op je paasbest betekende voor mij als klein meisje dat ik een rokje aan moest, zo één met een ruitjespatroon en een grote goudkleurige speld. Daaronder door mijn oma gebreide crèmekleurige kniekousen. Ver-schrik-ke-lijk! Dan was ik toch liever op de boerderij in de Achterhoek, rondbanjeren in een overall met mijn oranje klompjes.

 

Een dagje winkelen in Antoniushove.

De winter is nog niet verstreken, toch daar in de verte loert het voorjaar. Op naar wat vroeger wellicht één van de belangrijkste momenten van het jaar was, de Paasdagen. Dan moest je toch echt ‘op zijn paasbest’ voor de dag komen. De uitdrukking wordt nog veel gebruikt en gehoord, nog steeds vinden mensen het leuk om voor de feestdagen nieuwe kleding te kopen om er piekfijn uit te zien. Maar hoe doe je dat als je woont in een verzorgingshuis?

Je zou toch denken dat het vanuit bijvoorbeeld de Antoniushove eenvoudig is om even naar één van de kledingwinkels in Lichtenvoorde te wandelen en daar een nieuwe outfit aan te schaffen? Voor enkele cliënten is dit inderdaad een optie, voor de meesten echter is dit een bijna onmogelijke opgave. Het ‘uitstapje’ naar de winkel vergt al de nodige voorbereiding. Welk tijdstip van de dag is het meest geschikt voor hem of haar, wie gaat er mee en hoe gaan we ernaar toe? In de meeste winkels is het onmundig warm, wat het aan-, en uittrekken van kledingstukken (wat op die leeftijd niet meer zo gemakkelijk gaat) tot een uitputtende activiteit kan omdopen! Dan maar hopen dat de winkel rolstoeltoegankelijk is en brede looppaden heeft. Dan rest er nog maar één probleem, menig pashokje is namelijk niet bepaald rolstoelvriendelijk..

De uitdrukking ‘op zijn paasbest’ is te herleiden naar een katholiek gebruik van vroeger. Men ging dan in ieder geval één keer per jaar ter communie, meestal met Pasen. Voordien moest er gebiecht worden waarbij de dagelijkse zonden, laat staan de doodzonden, moesten worden opgebiecht zodat deze je vergeven konden worden. Velen gingen uitgebreid in bad en kregen nieuwe kleding. Zo was na de biecht niet alleen het innerlijk, maar ook het uiterlijk weer ‘op zijn paasbest’. Los van het katholieke gebruik waren de paasdagen het moment voor de grote voorjaarsschoonmaak van het huis. De kachel ging uit, ongeacht de weersomstandigheden. De winterkleding werd opgeborgen en maakte plaats voor de luchtige zomerkleding, ook al vroor het dat het kraakte.

Vroeger kreeg men bij de Lichtenvoordse winkeliers nog wel eens een tas kleding mee, om even te passen. Betalen kon na die tijd wel, net als het kopen ‘op de bon’. Natuurlijk heb je tegenwoordig als consument het recht om binnen een bepaalde tijd aangeschafte kleding weer te ruilen, vaak is dat echter een tijdrovende bezigheid voor mantelzorgers. Tijd die ze liever met hun naaste zelf doorbrengen. Wat is dan fijner om gewoon een dagje te winkelen IN de Antoniushove! De rijdende kledingwinkel komt gewoon naar ons toe. In hun eigen vertrouwde omgeving kunnen de cliënten nieuwe kleding uitzoeken en passen. In het Grand Café staat de koffie klaar, met wat lekkers voor de liefhebbers. Zo wordt het een ontspannen en gezellig dagje winkelen en hebben alle cliënten die mogelijkheid om er op hun paasbest uit te zien.

IMG_7162

paasbestPaasbest2

Consumentisme

Toen ik onlangs naar mijn werk liep, stapte ik tijdens mijn wandeling op twee smetteloze postelastieken. Het was een grijze druilerige dag, ik had een beetje haast en nam niet de moeite om ze op te rapen. Bijna onmiddellijk klonk de stem van mijn moeder in mijn achterhoofd: ‘meenemen, je weet nooit wanneer ze nog eens van pas komen!’ Ik voelde me bijna schuldig dat ik ze als ‘rommel’ op de stoep had achtergelaten.

In de jaren ’70 en ’80 was ook in Nederland sprake van economische groei. Er werd weer meer geproduceerd. Al die producten moeten natuurlijk wel geconsumeerd worden. De meeste mensen hadden in het algemeen voldoende geld te besteden, er was ruimte voor luxeproducten en de consumptiemaatschappij was een feit. Zelf ben ik geboren in 1975, dus de komst van de eerste televisie in ons huis lag voor mijn tijd. Wat ik me nog wel heel goed kan herinneren is de aanschaf van een Betamax videorecorder. In Bilthoven was begin jaren ‘80 de eerste videotheek geopend, en in de weekenden mocht ik met mijn moeder mee om een videoband met een kinderfilm erop uit te zoeken. Heel erg spannend!

Wat speelgoed betreft (materialisme) ben ik allesbehalve tekort gekomen. Misschien zelfs wel enigszins verwend.. Als iets een rage was, dan had ik het ook (behalve Barbie, haar vond ik afschuwelijk. Ik was meer van de Playmobil). De Monchichi aapjes en My Little Pony, de eerste walkman en Atari spelcomputer, de jojo en de klik-klak en ook de BMX crossfiets ontbrak niet. Ben ik daar een gelukkiger kind van geworden? Natuurlijk niet. Als ik bij mijn grootouders in de Achterhoek ging logeren, was het enige dat meeging mijn knuffelbeer, meer speelgoed had ik niet nodig op de boerderij. Liever had ik meer warmte, geborgenheid en veiligheid gekregen. Dáár was ik een gelukkiger kind van geworden.

Wat kleding betreft ben ik wel opgevoed met de Zeeuwse zuinige inslag van mijn grootouders. Schoenen moesten goed en degelijk zijn, werden aan het einde van de winter nog eens extra gepoetst en netjes in de originele doos weggezet voor de volgende winterperiode. Toen ik na de basisschool naar het lyceum ging, kreeg ik mijn allereerste gympen. Peperdure Nike Air gympen, ik was de koning(in) te rijk! Daarvoor moest ik namelijk altijd (vanwege een afwijkende stand van mijn voet) altijd van die vreselijke poepkleurbruine Piedro of Bunny schoenen dragen! Op het Bilthovense Lyceum was het enorm belangrijk hoe je eruit zag, en of je wel de juiste merkkleding droeg.. De meeste meisjes in mijn klas droegen kleding van Oilily of Naf Naf. Vooral de overdaad aan bloemetjes van Oilily vond ik verschrikkelijk! Ik droeg liever iets van Cool Cat, dat we kochten in de stad (Utrecht) of een lekkere slobbertrui van het merk Privata (belachelijk duur). Eén van die T-shirts (lange mouwen) van Cool Cat ligt nog steeds in mijn kast. Hij is nu uitermate geschikt voor de landelijke Lelijke Truien-dag, dit jaar op 22 januari.

Die zuinigheid wat kleding betreft is mij dus met de paplepel ingegoten, en zo ook mijn eigen karakter ingeslopen. Als ik schoenen koop, let ik vooral op de duurzaamheid. In het verpleeghuis loop ik heel wat meters tijdens een dienst, dan zijn goede schoenen een must. De winterschoenen gaan na het seizoen nog altijd netjes gepoetst (op de ‘ouderwetse’ manier) onderin de kast, inderdaad bijna altijd in de originele doos. Ik heb een duidelijke scheiding tussen boven-, en onderkleding voor mijn werk en privé, anders is het zonde.. Ik heb allesbehalve een fan van kleding-winkelen in welke stad dan ook, en ben dan ook erg blij met de online mogelijkheid! Meestal wacht ik tot de grote sale begint zoals begin januari, anders vind ik iets al snel te duur. Als ik dan al besluit om tot aankoop over te gaan gaat daar meestal een aantal weken wikken en wegen aan vooraf.

Eén van mijn ooms was in de jaren ’70/ begin jaren ’80 werkzaam als vuilnisman. Toen lagen de vuilniszakken nog op vaste dagen op een hoop bij elkaar op de stoep. Vreemd uitziende zakken en losse dozen werden regelmatig losgetrokken en bekeken alvorens de kraakwagen in te gaan. Ongelooflijk wat mijn oom in de loop der jaren allemaal is tegengekomen! Mensen gooiden zonder schroom de mooiste dingen bij het oud vuil. Apparatuur waar nauwelijks, of zelfs helemaal niets, aan mankeerde. Als kind profiteerde ik daar ook van mee, naast het vele gratis speelgoed had ik bijvoorbeeld ook héél veel Robijn beertjes! Het Robijn waspoeder zat toen nog in grote kartonnen dozen die bij heel vaak bij het gewone huisvuil op straat stonden. Tijdens zo’n spaaractie scheurde mijn oom de zegels van de dozen en binnen een mum van tijd had ik dan vellen vol met zegels. De vele kleding (en schoenen) die toen werden weggegooid, soms met de kaartjes er nog aan, leverde een fantastische foto op. Mijn oom, de vuilnisman, in een peperdure bontjas achter op de vuilniswagen!

Kleding zomaar weggooien doe ik eerlijk gezegd zelden. Het gaat naar een tweedehands winkel, in de zak voor een goed doel of in een verzamelbak. Sowieso ben ik niet zo van het weggooien, ik kan met gepaste trots zeggen dat mijn voedselverspilling minimaal is. Meubels moeten duurzaam zijn, heb inmiddels ‘al’ tien jaar hetzelfde. Als ik al een accessoire in mijn huis zat ben, geef ik het liever weg dan het zomaar in de afvalbak te gooien. Niets mis met bepaalde tweedehands producten, zoals diezelfde accessoires of boeken. Mooi juist, een schilderij met een verhaal!

Inmiddels is iedereen nu meer in de ban van ‘ontspullen’ en Tiny Houses. Ik moet eerlijk zeggen, zo nu en dan ontspullen is zo gek nog niet. Ook ik heb een verzameling dingen en kleding waar ik eigenlijk niets of nauwelijks meer iets mee doe. Slechts herinneringen aan een andere tijd (zoals die lelijke Cool Cat trui). Zolang het bij enkele herinneringen blijft en niemand nog op het idee komt om mij eens op te gaan geven voor het tv-programma ‘Mijn Leven in Puin’ zal het wel door de beugel kunnen!

Ik beloof bij deze dat ik de volgende keer alle postelastieken netjes zal oprapen (heb ze op de terugweg vastgelegd en geadopteerd), al is het alleen maar zodat de stoep weer een beetje schoner is. En wie weet komen ze toch echt nog eens van pas.

img_20190111_133144_794

Ach Moedertje

Ach Moedertje.

Vrijdag 25 januari was journalist, schrijver en mantelzorger Hugo Borst te gast in de Oude Helenakerk in Aalten. Het betrof een lezing en signeersessie op uitnodiging van Werkgroep Dementievriendelijke Gemeente Aalten en stichting Restauratiefonds Oude St. Helenakerk. Aangezien ik zelf in de verpleegzorg werkzaam ben, was ik benieuwd naar de ervaring en beleving van Hugo zelf. In 2018 heb ik de vierdelige documentaireserie ‘In de Leeuwenhoek’ op NPO 2 gekeken, met Hugo Borst en Adelheid Roosen. Dat Rotterdamse verpleeghuis stond een tijd op de zwarte lijst van de Inspectie voor de Gezondheidszorg (inmiddels niet meer).

Bernadet van Lent, trajectbegeleider Helpdesk Dementie, en wethouder Joop Wikkering trapten de avond af. Beiden waren aangenaam verrast door het grote aantal belangstellenden, ruim 600 mensen meldden zich aan voor de lezing! Je zou bijna denken dat er popartiest betrof. Ook Joop Wikkering was mantelzorger, zijn moeder woonde een tijd in het Hoge Veld in Aalten. Eigenlijk heeft iedereen er wel op de één of andere manier mee te maken, iedereen kent wel iemand in de begin-, of eindfase van dementie. In de toekomst zal het aantal patiënten alleen maar toenemen, best belangrijk om jezelf hiervan bewust te zijn. Want hoe zou jij het zelf willen? Wat betekent de ziekte voor de cliënt en zijn omgeving?

In de Oude Helenakerk stond onder de kansel een tafel gereed voor Hugo. Toen men opperde dat hij ook wel op de kansel mocht plaatsnemen, liet hij zich dat geen tweede keer zeggen! Of ze daar halverwege de lezing nog zo blij mee waren valt te bezien, in zijn geestdrift liet Hugo een welbekende krachtterm vallen.. Gelukkig kon Hugo inmiddels wel een potje breken die avond. Hij vertelde als eerste over zijn speciale band met Aalten, hoe zijn ouders gedurende de hongerwinter in Aalten verbleven. Hugo zelf logeerde regelmatig, samen met broer Laurens, op de boerderij van de familie Somsen in Aalten, en ontwikkelde zo dierbare herinneringen aan de Achterhoek. In 2015 verscheen zijn boek ‘Ma’. Hugo verzorgde toen zo’n drie jaar zijn moeder en beschreef de gebeurtenissen in een wekelijkse column in het AD, uiteindelijk dus gepubliceerd als boek. op ontroerende en toch ook humoristische wijze vertelt hij zijn ervaringen. In 2017 verscheen het tweede boek ‘Ach Moedertje’, een openhartig vervolg. Op 17 augustus 2018 overleed Joke Borst op 89-jarige leeftijd.

Vasculaire dementie, en ook alzheimer, komt veelvuldig voor in de familie Borst vertelde Hugo. Hij grapte erachteraan dat zelfs de schoonfamilie er niet onderuit komt, met een knipoog naar schoonzus Jackie die ook in de kerk aanwezig is. Hugo schreef al jaren in de krant over zijn tante Lenie, de zus van zijn moeder die ook leed aan dementie (net als haar vader en in totaal vier van haar vijf zussen). Samen met zijn moeder bezocht Hugo haar zussen en spraken zij openhartig over deze rotziekte. Hij vertelde zijn moeder dat hij ook over haar zou gaan schrijven mocht zij ook te maken krijgen met dementie. Het enige dat zij hem verzocht was te schrijven ‘met genade’ en dat heeft Hugo altijd gedaan. Tijdens de lezing heeft Hugo een gedeelte voorgelezen uit zijn boek, over de laatste paar maanden uit het leven van zijn moeder in verpleeghuis De Hofstee. Ongetwijfeld voor veel van de aanwezigen erg herkenbaar, net als voor mijzelf. Hoe kort een cliënt ook bij ons op de afdeling woont, door het zoeken naar een passende en eigen manier van benaderen en verzorgen ontstaat er altijd een bepaalde band. Bij het overlijden van zijn moeder voelde Hugo vooral opluchting. Verdriet had hij vooral onderweg, niet zozeer aan het eind.

In het tweede gedeelte van de avond is er ruimte om vragen te stellen aan Hugo (behalve over Sparta voegde hij er aan toe, op dat moment voetballend tegen Telstar). Iemand vroeg hoe Hugo het zelf zou willen? De kans dat ook hij met vasculaire dementie te maken krijgt is groot. Die weg wil niemand gaan ook Hugo zelf niet, uiteindelijk gaan de meesten toch die weg.. Het moment bepalen, laat staan vastleggen, waarop je niet meer wilt leven is zo verschrikkelijk lastig. De film ‘Still Alice’ verwoord schitterend dit dilemma. Toen iemand vroeg naar de ‘mooiste herinnering’ uit het hele dementieproces van zijn moeder, gaf Hugo aan dat dementie vooral niet geromantiseerd moet worden. Alle dierbare herinneringen worden je afgenomen, berooid en leeg blijf je achter! Als een zwakke afspiegeling van de krachtige mens die je ooit was, gaan de dagen aan je voorbij. Dat herken ik wel. Er zijn inderdaad mensen die het werken op kleinschalig wonen binnen een gesloten afdeling als iets heel schattigs zien. Ze vergeten dat we ook te maken krijgen met fysieke en verbale dreiging. Dat de grens bij ouderen tussen geriatrie en psychiatrie soms flinterdun is en beide doelgroepen in het verpleeghuis wonen. Wat ik zelf erg belangrijk vind is een stukje humor. Niet alleen in de benadering naar cliënten, ook met collega’s onder elkaar. Om te kunnen doen wat we doen, omdat lachen goed is voor de longfunctie (diepere ademhaling als je lacht). Niet alle mantelzorgers kunnen dat echter waarderen, sommigen vinden het ongepast. Ik heb al eens een klinische les gegeven over dit onderwerp en ben van mening dat het nog te weinig wordt toegepast. Eigenlijk zouden we bij de intake al moeten vragen wat een cliënt grappig en lachwekkend vind, welke cabaretier of tv-programma. Ik zou het een geruststellende gedachte vinden, dat ik nog vaak mag lachen.

Met het manifest ‘Scherp op Ouderzorg’ dat Hugo Borst en onderzoeker Carin Gaemers opstelden hebben zij de Machiavelliprijs (jaarlijkse onderscheiding voor een opmerkelijke prestatie op gebied van publieke communicatie) gewonnen, vanwege de effectieve bijdrage aan de communicatie tussen politiek, overheid en burgers. Het manifest kreeg meer dan 100.000 steunbetuigingen en leidde ertoe dat het kabinet 2,1 miljard euro extra voor verpleeghuiszorg beschikbaar stelde. Het vinden van geschikt personeel is verschrikkelijk lastig. Hugo Borst vraagt zich af hoe het er over 15-20 jaar uit zal zien? Zal de overheid personeel uit het buitenland moeten aantrekken? Zullen wij zelf verzorgd worden door mensen uit andere landen? Hoe dan ook, de aandacht voor de verpleegzorg is er. Hugo en Carin Gaemers zien de thuiszorg als een volgend aandachtspunt, volgens hen valt ook hier nog veel te verbeteren. Natuurlijk legt de bekendheid van Hugo hen geen windeieren, hij bereikt meer dan menig fantastisch burgerinitiatief. Soms is dat ook best pijnlijk vertelde Hugo. Toen Joke Borst overleed, waren de warme woorden en condoleances aan het adres van Hugo overweldigend. Op teletekst stond zelfs ‘Moeder van Hugo Borst overleden’ (“Gelukkig”, had Hugo tegen zijn broer gezegd, “jouw moeder leeft nog!”). Het is voor Hugo Borst in ieder geval een troostrijke gedachte dat de ziekte van zijn ‘Ma’ tot een hoger doel heeft gereikt.

 

Hugo citeerde een prachtig gedicht van Guillaume van der Graft:

Zonder te weten waarheen

Waaien de dagen en slaat de tijd

Zonder te weten waarheen

Worden de mensen uitgeluid

Zonder te weten waarheen

 

img_8869

img_8881

God is a DJ

De Top2000 op Radio 2 bestaat al sinds 1999. Het idee was toen om éénmalig het jaar 2000 in te luiden met de beste 2000 liedjes die ooit zijn gemaakt. Inmiddels is het een immens populair tv-, radio-, en internetprogramma. De Top2000-Kerkdienst bestaat sinds 2013, toen werden de eerste zeven Top 2000 Kerkdiensten gehouden. In 2018 deden er al 128 gemeenten mee! Tja, Faithless zong het al in 1998: God is a DJ.

Zondag 20 januari stond deze bijzondere dienst ook op de agenda van de PKN Kerk Lichtenvoorde. Een enorm koor met een 14 instrumenten tellende live band bracht de popmuziek ten gehore. Dit was mede mogelijk door de krachten te bundelen, deze dienst reisde namelijk van Aalten naar Lichtenvoorde Gemeente Oost Gelre en vervolgens door naar Winterswijk. De Johanneskerk barstte zowat uit zijn voegen, wat een belangstelling! Gelukkig konden zij die niet meer in de kerk pasten de dienst volgen op een scherm in de Johanneshof. Het thema van 2019 was ‘Vertrouwen’, een begrip van alle tijden. Centraal stond het verhaal van Ruth, net als alle verhalen uit de Bijbel eigenlijk ook van alle tijden. Als je de vertaalslag naar jezelf maar weet te vinden.. Ruth reisde naar een ver land, met een vreemde taal en andere gewoonten. De cultuur was vreemd voor haar, net als de mensen om haar heen. Dit is niet alleen een eeuwenoud Bijbelverhaal, het is het hedendaagse levensverhaal van velen. Ds. Hinkamp vertelde vandaag dit verhaal en wist op zijn eigen prachtige manier de vertaalslag naar de Achterhoekse streek te maken.

De gekozen popliedjes leken als vanzelfsprekend bij het verhaal te horen. Het ging over vertrouwen, ‘Have a Little Faith in Me’. Ds. Hinkamp vertelde over de grens-overschrijdende reis van Ruth, gevolgd door het nummer ‘Try’ van één van mijn favoriete zangeressen, Alecia Beth Moore, beter bekend als Pink. Haar teksten vind ik prachtig! Het verhaal gaat verder, de wegen van Orpa en Ruth scheiden zich. Je eigen weg gaan vraagt kracht en respect voor de ander, prachtig verwoord in het lied ‘Don’t Worry About Me’. Ruth had een miljoen reden om niét met Naomi mee te gaan, net als de vele migranten van nu. Een vreemd land, een vreemde taal en zonder familie. In het lied ‘Million Reasons’ van Lady Gaga komen twee zinnen voor die Ds. Hinkamp prachtig vertaalt naar het nu: ‘I’ve got a hundred million reasons to walk away’, er zijn genoeg redenen om de kerk los te laten. ‘But baby, I just need one good reason to stay’, je hebt maar één goede reden nodig om te blijven.

Het tegenovergestelde van vertrouwen is wantrouwen. Wantrouwen in hen die niet van hier zijn, zoals men Ruth wantrouwde. Roddel en achterklap is vaak het gevolg, in al die duizenden jaren heeft de mens dat nooit afgeleerd. Misschien goed om eerst eens in de spiegel te kijken? If you wanna make the world a better place, take a look at yourself and make a change. Geschreven door Michael Jackson, vandaag gezongen door het Top 2000 kerkkoor. Ds. Hinkamp vertelde verder over Ruth en haar ontmoeting met Boaz op zijn akker, eigenlijk een oeroude versie van Boer zoekt Vrouw, opperde de dominee! Zonder speeddate, dat deden ze toen natuurlijk nog niet. Gewoon meteen doorpakken naar de logeernacht en volgens oud Israëlisch gebruik de man een huwelijksaanzoek te doen door aan zijn voeteneind gaan liggen. Werkte prima voor Ruth en Boaz. Tenminste, nadat Boaz zijn schoen aan de man had gegeven die eigenlijk het eerste recht op Ruth had gehad. Want zo werden er vroeger in Israël stukken land verkocht of geruild, door één van beide schoenen aan de ander te geven. Samen kregen zij zoon Obed, de opa van de toekomstige Koning David.

Het laatste gedeelte van het verhaal werd afgewisseld met popliedjes als ‘Geef mij nu je Angst’ (André Hazes), ‘Can’t Stop the Feeling’ (Justin Timberlake), en het swingende nummer R.E.S.P.E.C.T. van Aretha Franklin. Na het gebed en de collecte mocht de bassist van het Top 2000 kerkkoor eindelijk los gaan op het nummer ‘The Pretender’ van de Foo Fighters. Met het lied ‘Open je Ogen’ van BLØF was er dan echt een eind gekomen aan deze fantastische kerkdienst, en mocht er eindelijk geapplaudisseerd worden! Tijdens de koffie in de Johanneshof werd er nog lang vol lof nagepraat over deze Anders Kerk Zijn dienst.

De boodschap over vertrouwen was prachtig verpakt en weer geweldig mooi gebracht door dominee Hinkamp. Natuurlijk in een smetteloos wit Top 2000-kerkdienst shirt.

Artikel Elna

dsc_2082-3
Een immens zangkoor en maar liefst 14 muzikanten verzorgende de Top2000-Kerkdienst.
dsc_2056-2
Ds. Hinkamp vertelde het prachtige verhaal van Ruth.

Zelhem, Slachtvisite.

November staat van oudsher bekend als de slachtmaand, hoewel het weer eigenlijk meer van invloed was als de maand zelf. Mensen ging slachten als het kouder werd want de voorraad vlees was bedoeld voor de winter, om het vlees goed te kunnen drogen, moest het huis bovendien flink warm worden gestookt. Helder weer was ook belangrijk, mist en nevel zorgden voor een te hoge luchtvochtigheid waardoor het vlees zou kunnen bederven. Tijdens mijn jeugd werd er door mijn grootouders allang niet meer aan huis geslacht. Er werd wel eigen vee geslacht en gegeten, het uitslachten en verder verwerken gebeurde elders. Ik ben, net als velen waarschijnlijk, grootgebracht met elke dag een goed stuk vlees op tafel.

Iedereen is weer welkom op de slachtvisite bij Museum Smedekinck, voor mij de eerste keer. Zoals vroeger gebruikelijk was begint het ook hier met een borrel, een glaasje vlierbessenjenever. Alhoewel ik hem zou kunnen gebruiken om mezelf moed in te drinken, sla ik hem toch maar af. Je kon er eigenlijk niet omheen, het gehalveerde varken aan het hankholt op de ladder. Sowieso niet te vermijden voor iedereen die van het toilet gebruik wilde maken, het gigantische beest hing pal naast de wc’s! Ik moet direct denken aan de anekdote van Anjo die zij op Facebook met mij deelde, over het varken dat op de deel aan de ladder hing: “Dan hing dat beest daar, onder een wit laken. En dan moest jij als kind natuurlijk prompt plassen, midden in de nacht en aardedonker. Ik vond het vreselijk eng, de andere dag stonden we natuurlijk vooraan. Of ik er nu wat van zei of niet; niet zeuren, onmiddellijk plassen en je bed weer in!”.

Het vetgemeste varken (92,75kg) werd trots getoond aan alle belangstellenden die komen ‘vetpriezen’. Ik vond vooral de anatomie en uitleg welk stuk vlees waar zit erg interessant. Een vader nam zijn drie jonge kinderen ook mee naar het varken, alle vier luisterden net als ik geboeid naar de uitleg. Mooi om te zien, mooi dat het te zien is bij Smedekinck. Het museum is de enige waar tijdens de slachtvisite niet alleen het varken aan het hankholt op de ladder hangt en je gerelateerde streekproducten kunt kopen, hier wordt juist ook een groot gedeelte van het proces daartussen in gedemonstreerd. Het uitslachten van de andere helft van het varken, en verwerken tot eindproduct gebeurde in de museumschuur door de aanwezige (gepensioneerde) slagers. Tegenwoordig wordt er gewerkt op werkbanken van kunststof omdat dit hygiënischer zou zijn. Tijdens een huisslachting werd er meestal een deur uit zijn hengels getild, sopje erover en klaar was de werkbank. Eén van de slagers vertelde me dat het houten hakblok eigenlijk veel schoner was. Zelf heb ik, toen ik in de horeca werkte, ook nog op een houten werkbank gewerkt. Elke dag moesten we hem grondig boenen met gekookt water en afwasmiddel, elke zaterdag met chloor.

De slagers laten ook hier zien waar welk stuk vlees vandaan komt, langzamerhand herkende ik de karbonades, speklappen en ribbetjes. De volwassen dochter van één van de slagers staat met een nostalgisch gevoel en brede glimlach aan de zijkant haar vader gade te slaan. Ze vertelt me dat ze vroeger in de slagerij altijd achter de streep moest blijven staan, vanwege de scherpe messen. Toen ze wat ouder was mocht ze helpen. Mijn grootouders gebruikten het vrieshuis met klein abattoir in Corle, naast de smederij van te Welle. Ik mocht nooit mee naar binnen tijdens het uitslachten en verwerken, des te interessanter is deze slachtvisite. Even verderop in de museumschuur staan in klederdracht gehulde dames verse worst te maken, worststoppen zoals dat officieel heet. Twee vrouwen gebruiken de handgehaktmolen met vulpijpje, de andere vrouw duwt met haar duim het vlees door een worsthoorntje. Een precies werkje, want luchtbellen zijn niet gewenst. De vrouwen gebruiken hiervoor de darmen van het varken, de dunne darm. Een bezoekster vertelde me dat ze vroeger altijd moest helpen met het schoonmaken van de darmen (desalniettemin vond ze het altijd een ontzettend gezellige tijd). Eerst moest het plukvet er voorzichtig vanaf worden gehaald, op de mestvaalt kneep je vervolgens de darmen leeg. Daarna moest deze ‘krange getrokken’ (binnenste buiten gekeerd) met warm water en met een lepel moest het darmslijm ervan af geschraapt worden. Tot slot nog even opblazen om op gaatjes te controleren, en stoppen maar. Eén varken is goed voor dertig meter darm. Ik denk dat de verse worst wel mijn favoriete stukje vlees was. En gezouten kinnebakspek (varkenswang) als broodbeleg, ik was er dol op! Inmiddels ben ik eigenlijk al jaren een vleesverminderaar.

In de museumschuur werd behalve gezaagd, gehakt, gesneden en gestopt ook gebakken. De dames in klederdracht bereidden bakbloedworst, balkenbrij, kaantjes en smaltappels. De kinderen konden achter in de schuur hun eigen verse sappige hamburger bakken die met heel veel smaak werd opgepeuzeld. Ik vroeg aan twee meisjes of ze het varken aan de ladder toevallig ook al hadden gezien? Moeder moest lachen en zei dat ze dat ná het eten van de hamburger gingen doen, verstandige volgorde waarschijnlijk. WEET WAT JE EET is tegenwoordig van groot belang voor de gemiddelde consument, daarentegen ben ik benieuwd hoeveel volwassenen en kinderen het slachten, uitslachten en verwerken tot eindproduct daadwerkelijk al eens hebben gezien?  Ik zou zeggen: de slachtvisite bij Museum Smedekinck is een prima veldexcursie voor jong en oud!

Als je meer wilt lezen over een traditionele huisslacht, volg de veilige link hieronder

https://www.vers-inspiratie.nl/historie-van-de-huisslacht/de-huisslachting

klomptgoed_601
92 kilo en 750 gram schoon aan de ladder tijdens de Slachtvisite bij Museum Smedekinck

Hummelo, Vive la France!

Het enige stukje Frankrijk dat ik ken is de hoofdstad Parijs. Tijdens een stedentrip van zeven dagen had ik ruimschoots de tijd om de stad een beetje te leren kennen. Andere delen van Frankrijk zijn mij onbekend. Desondanks voelt het in Hummelo ieder jaar weer alsof ik werkelijk de grens van Frankrijk ben gepasseerd! Vive La France Hummelo, een Frans evenement in Nederland of een Nederlands festival in Frankrijk? Gezien de warme zomerse weersomstandigheden bij enkele bezoeken en het complete Franse sfeertje zou je bijna in de war raken..

Bij het binnenrijden van Hummelo wapperen de Franse vlaggen sierlijk in de wind. Verkeersregelaars en parkeerwachters leiden alles weer vlot in goede banen. Voor mijn gevoel neemt de belangstelling ieder jaar weer toe, voor de middag is het vaak al een gezellige drukte. Franse chansons bereiken mijn oren, heerlijke etensgeuren mijn neus. De Dorpsstraat is feestelijk versierd en hier en daar zie ik al mensen sjouwen met hun zojuist bemachtigde brocante spulletjes. Er zijn meestal maar liefst negentig professionele brocanteurs met uiteenlopende specialisaties aanwezig! Ik hou ervan, de oude Louvre deuren, verweerde spiegels en grote zinken teilen. Behalve gebruiksvoorwerpen zijn er ook kramen vol prachtige en romantische dameskleding en allerlei streekproducten. Bij Hotel Cafe Restaurant de Gouden Karper probeer ik weer een plaatsje op het terras onder de eeuwenoude kastanjebomen te scoren. Dat is nog makkelijker gezegd dan gedaan! Logisch, want wie wil hier nou niet van een drankje genieten, heerlijk in de schaduw omringd door Franse vlaggetjes en vazen vol zonnebloemen. Genietend van de verse appeltaart met slagroom hoor ik om me heen veel verschillende talen. Vlaams, Duits, Frans en natuurlijk dialect. Het maakt dat je bijna zou vergeten dat je in Achterhoekse streek bent. Heel veel bezoekers daarentegen weten maar al te goed dat ze in het dorp zijn waar dat beroemde standbeeld is onthuld, er worden dan ook massaal foto’s gemaakt met de mannen van Normaal.

In en rondom de dorpskerk van Hummelo (Neo-gotische zaalkerk uit 1838) is  altijd de kunstfair, het Montmartre van Hummelo. Ook hier worden vrolijke Franse chansons gezongen. Achter de kerk, onder de Lindebomen, is het heerlijk vertoeven op een ander Frans uitziend terrasje. Her en der staan mooie oude Citroën 2CV’s geparkeerd. Mijn vader had vroeger ook zo’n ‘lelijke eend’, een rode. Het roept nog altijd herinneringen op naar vervlogen tijden, ongetwijfeld bij zovelen. Er is echt enorm veel te zien en te bewonderen! Al wandelend kom ik verschillende straatartiesten tegen, van rondlopende goochelaars tot ganzenhoeders. Orgue de barbarie heeft inmiddels een schare vaste fans (ik ben er één van), sommigen zitten dan ook al reikhalzend op haar meezing-uurtje te wachten. Met haar kleine draaiorgel speelt en zingt Xandra Storm bekende Franse chansons. Het was ruim na 16.00 uur voor ik het terrein verliet, vele momenten vastgelegd op camera. Ik heb weer enorm genoten van dit unieke evenement. Hummelo, het was weer magnifique!

 

DSC_1656
Vive la France Markt in Hummelo -French Market in Hummelo.
DSC_1197
Xandra Storm met haar Orque de Barbarie.
DSC_1668
Franse brocante & chansons tijdens Vive la France -Yearly French Market in Hummelo.