Columns

De Zilvervloot.

Dinsdag 6 maart bracht ik mijn eerste bezoek aan Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers in Doetinchem. Een statig gebouw aan de IJsselkade, voor de deur een standbeeld van Aornt Peppelenkamp. Deze middag vond de officiële opening van de expositie ‘Van Boerenleenbank tot Rabobank’ plaats, en daarmee het lanceren van online archieftoegang. Femia Siero, directeur van het Erfgoedcentrum, heette ons welkom. Ze vertelde iets meer over het doel van het Ecal, het beheren van archieven en deze onder de aandacht brengen. Het initiatief voor deze expositie komt van twee voormalige Rabobankmedewerkers (René Backer en Ron Elsinga). Het inventariseren van het archief van de Rabobank om tot deze uitgebreide tentoonstelling te komen nam 6 jaar van hun eigen tijd in beslag. Geheel vrijwillig.

De Rabobank is eigenlijk een ‘nakomertje’ in de bankenwereld, voortgekomen uit een fusie tussen de Duitse neutrale Raiffeisenbank en de overwegend katholieke Boerenleenbank. De Raiffeisenbank is de oudste van de twee coöperaties. De Nederlandse Pater van den Elsen nam het initiatief van Friedrich Wilhelm Raiffeisen over en richtte in 1898 de Boerenleenbank op, wat hem de bijnaam ‘de boerenapostel’ opleverde. Beide mannen hadden hetzelfde doel voor ogen, dat de boeren in moeilijke tijden zichzelf en elkaar konden helpen door opgebouwde (gespaarde) reserves. In 1972 zijn beide banken gefuseerd tot de Rabobank (gevormd door de eerste 2 letters van beiden coöperaties, gevolgd door het woord –bank).

De Boerenleenbank was heel kleinschalig, veelal gewoon bij één van de leden aan huis, bij wijze van spreken aan de keukentafel. Wanneer je even niet kon betalen, was dat meestal niet zo’n groot probleem. Dat kon ook nog wel eens lastig zijn, je eigen dorpsgenoten wisten immers precies hoe je er financieel voorstond.. Gelukkig stond er een fikse boete op het schenden van het beroepsgeheim. In de statuten van de Boerenleenbank stond overigens ook dat een herbergier géén kassier kon worden.. Kassier bij de bank was een baan voor het leven. Zo was bij de Boerenleenbank in Doetinchem de heer Siebelink kassier van 1923 tot 1937, waarna zijn zoon het stokje overnam van 1937 tot 1972. Het was een baan met aanzien. Dat is tegenwoordig wel anders. Zeker na de financiële crisis worden bankmedewerkers regelmatig gestigmatiseerd als baatzuchtig.

De Rabobank was een bijzondere bank en vervulde net als de vroegere Boerenleenbank een belangrijke rol in de Achterhoek en omliggende regio’s. Ron Elsinga begint zijn lezing deze middag met de quote: ‘dichterbij dan je denkt’. De bank had namelijk een grote binding met de lokale samenleving, wat blijkt uit de vele giften aan instellingen en sportverenigingen. Zo schonk de afdeling Gelderland in 1970 bijvoorbeeld ƒ75,- aan de Plattelandsjongeren. De expositie bevat een mooi overzicht van veel meer van dit soort giften. De Rabobank was marktleider in hypotheken, en richtte zich als één van de eerste banken tot jongeren. Zij waren immers de rekeninghouders van de toekomst.

Mijn grootouders en ouders waren ook klant bij de Rabobank. Bij mijn geboorte kregen ze dan ook ‘Het Boek van Ikke’, waar mijn moeder mijn eerste ontwikkelingen in bijhield. Voor mij openden zij ook een spaarrekening en later de populaire, speciaal voor jongeren, Zilvervloot rekening. Als kind kwam ik samen met mijn moeder regelmatig in het bankgebouw. Elke week ging ze ernaartoe, geld van de rekening halen voor boodschappen en benzine en om rekeningen te betalen met een papieren overschrijving. Ik had een oranje Rabobank spaarpot waar ik het meeste van mijn gekregen geld in moest stoppen. Want alles uitgeven was er absoluut niet bij! Geen beter schild dan jouw spaarbankboekje, aldus een slogan van de Rabobank. Het slotje aan de onderzijde was alleen te openen door een bankmedewerker. Natuurlijk heb ik wel eens een poging gedaan om er een bankbiljet uit te peuteren, door de ijzeren tandjes onder de sleuf zonder succes overigens, dan scheurde het briefgeld. Dus dan maar braaf wachten tot de herfstvakantie, dan was de spaarweek! Dan mocht je je spaarpot laten legen, reuze spannend wat er nou precies in zou zitten! Het bedrag werd op jouw eigen spaarrekening bijgeschreven, en je mocht een cadeautje uitzoeken (ik herinner me nog een vlieger en een vangbeker spel). De spaarweken waren een groot succes, jaarlijks zorgde het tijdens de herfstvakantie voor veel nieuw geopende rekeningen. In 1959 bedroeg het totaal ingelegde bedrag 6,4 miljoen gulden, in 1970 was dit gestegen tot 95,8 miljoen!

Ook voor jongeren was de Rabo Top 40. Elke maand kon je, door het trekken van je rekeningnummer, alle singletjes winnen die op dat moment in de Rabo Top 40 stonden. Ik heb die prijs ook een keer gewonnen. De cd was niet lang daarvoor geïntroduceerd, en de eigenaresse van de Ear & Eye muziekwinkel vond het goed dat ik in plaats van 40 losse singletjes voor hetzelfde bedrag (ƒ250,-) cd’s mocht uitzoeken (6 cd’s, want die waren toen minstens ƒ40,- per stuk!).

De Rabobank was de eerste die in de jaren ’80 op grote schaal geldautomaten in heel Nederland lieten plaatsen, daarmee liepen zij lange tijd voorop. Die geldautomaten waren overigens binnen in het bankgebouw, pas later volgde de 24-uurs beschikbare flappentap. Mijn moeder vond die ontwikkeling maar niks, tot het bijna echt niet meer anders kon heeft ze gewoon aan de balie geld opgenomen. Zelf ging ik bijna nooit meer naar de balie, later ben ik ook van bank gewisseld. Tegenwoordig zijn er bijna geen bankgebouwen meer! De statige balie met van de klant afgeschermde medewerkers heeft plaatsgemaakt voor een sfeervolle open ruimte met een minimaal aantal bureaus.

De expositie bevat veel oude foto’s en documenten. Wat mij opvalt is de schitterende oude handschriften! Zelf schrijf ik ook nog graag ‘ouderwets’, met mijn vulpen op papier. De expositie geeft een mooi tijdsbeeld van de Rabobank, over de geschiedenis en rol van de bank in de Achterhoek en omliggende regio. Tevens zijn er mooie voorwerpen te zien, geleend van het Rabo Museum in Utrecht. Zij hebben geen plaats voor allerlei lokale archieven, gelukkig is dit deel van het Rabobank archief meer dan welkom bij het Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers! Ik heb ervan genoten, niet alleen van de expositie maar ook van mijn bezoek aan het Erfgoedcentrum. Tot 31 maart is de tentoonstelling gratis te bezoeken.

Ik ben blij dat ik ‘heb leren sparen’. Dat ik heb geleerd om geduld te hebben als je iets duurs wilt kopen, dat je ervoor moet werken en sparen tot je geld genoeg hebt. Koningin Maxima zet zich als erevoorzitter van het platform ‘Wijzer in Geldzaken’ in voor het belang van financiële educatie. Blijkbaar krijgen niet alle kinderen dit meer mee in de opvoeding? Zo initieerde zij in 2010 de nationale Week van het Geld voor basisschoolkinderen, zij kregen lessen en workshops over het goed leren omgaan met geld. Ik moet eerlijk bekennen dat ik, na het verliezen van veel dierbaren op te jonge leeftijd, wel enigszins anders ben gaan denken. Ik spaar nog steeds maandelijks een vast bedrag en heb absoluut de Zeeuwse zuinigheid van mijn grootouders in mijn genen, maar ik denk dat ik mezelf en vooral Marc nu sneller iets gun? Ik leef meer in het ‘hier en nu’, stel niet alles meer uit. Die buffer achter de hand is fijn, voor het geval ik zo’n bofkont ben die gezond en wel van mijn oude dagen mag genieten.

tekst van tijdelijke aanduiding

 

Van Ontwerp tot Optocht

Een grote wens van mij was om eens een kijkje achter de schermen te nemen bij één van de vele fantastische corsogroepen die Lichtenvoorde rijk is. Want wat gebeurt daar nou allemaal?! Natuurlijk realiseer ik me dat het keihard werken is, bijna een heel jaar lang en dat allemaal op vrijwillige basis. Daarom ga ik ik, ook geheel op vrijwillige basis, een jaar lang op de voet volgen wat er gebeurt vanaf het ontwerp tot aan de optocht. Tot mijn grote blijdschap zet corsogroep Teeuws haar deuren voor mij open en ben ik welkom om alle stappen te fotograferen en met jullie te delen in een serie columns.

In 2019 viert het Bloemencorso Lichtenvoorde haar 90-jarig jubileum! Extra bijzonder dat ik juist dit jaar met dit project aan de slag ga. Tijdens de Zomermarkt in Lichtenvoorde worden alle maquettes gepresenteerd. Tegen die tijd hoop ik een aantal mooie foto’s te kunnen laten zien. Ik heb er ontzettend veel zin in!

DSC_0558
Toccata und Fuge van Teeuws, Winnaar Bloemencorso 2018!

Een Hapje van de Kerk

De 11e van de 11e vond er een bijzondere kerkdienst plaats in de PKN Kerk Lichtenvoorde: een Kerkproeverij. Iedereen is natuurlijk altijd van harte welkom in de kerk, vandaag werd dit nog eens extra benadrukt met de bedoeling om mensen, jong en oud, voor het eerst of opnieuw, te laten proeven aan de kerk. Want hoe gaat dat nu eigenlijk tegenwoordig? Vroeger hield de dominee zijn preek waar je naar luisterde, en dat was het dan. Nu zijn er veel meer vrijwilligers betrokken bij de kerk, er is ruimte om samen vorm te geven aan de dienst en de verdere ontmoeting nadien. Volgens een onderzoek van het CBS dat nog niet zo lang geleden in de kranten werd gepubliceerd, zou het aantal gelovigen in Nederland voor het eerst onder de 50% zijn gedaald (Jan refereerde hier al naar tijdens de dienst). Het CBS gebruikt echter de kerkgang als maatstaf voor het meten van het aantal religieuzen. Daarmee gaan ze voorbij aan het juist groeiende aantal Nederlanders dat zichzelf wel religieus beschouwd, alleen zonder elke week de kerk te bezoeken.

Dus, doe eens gek, kom naar de kerk! Gezien de grotendeels bezette kerkbanken hebben veel mensen hier gehoor aan gegeven. Wellicht mede door de aanwezigheid van het alom geprezen Kleinkoor Second Edition. De dienst vangt aan met het toepasselijke lied: Feest in de kerk! (niemand voelt zich vandaag alleen). Voorganger Hans Hinkamp vertelde hierna iets meer over deze zogeheten Kerkproeverij, gebaseerd op het Engelse ‘Back to church Sunday’. Op deze dag wordt de kerk dus een beetje opgepoetst en in de etalage gezet om te laten zien wat de kerk tegenwoordig zoal te bieden heeft. Mooi om ds. Hinkamp te horen vertellen dat we voor God allemaal gelijk zijn, of het nu heel gewoon is dat je vandaag in de kerkbank zit, of nog een beetje onwennig voelt. Geloven is tenslotte een WERK-woord, geen voltooid begrip.

“Geloof is het bewijs van de dingen die we niet kunnen zien”. Een prachtige filosofische uitspraak waar je uren over zou kunnen discussiëren. In plaats daarvan verscheen op het grote scherm Herman Finkers, met zijn lied ‘Daarboven in de hemel’. Dat kan dus tegenwoordig prima, deze oer-Tukker in een Achterhoekse kerk. Wat onveranderd is gebleven, is dat de kerk graag een lichtend voorbeeld wil zijn, een baken van hoop. Volgens ds. Hinkamp vraagt de huidige harde wereld om een tegengeluid. Mijn eigen leven is, net als dat van zovelen, volgepland met van alles en nog wat. Wisselende diensten draaien in de zorg, freelance schrijven en fotograferen, vrijwilligerswerk, het huishouden en ook nog tijd vrij zien te maken voor elkaar. Hoe mooi is het dan om op zondagmorgen even een moment van bezinning in te lassen, stil te staan bij dat wat er echt toe doet in het leven, waardevolle handvatten aangereikt te krijgen van de voorganger en nadien met elkaar een kop koffie te drinken. Nee, die kerk is helemaal zo gek nog niet.

Wie denkt dat we alleen maar (saaie) psalmen hebben gezongen, heeft het mis (al hadden we ook deze ongetwijfeld volmondig meegezongen met Kleinkoor Second Edition, de akoestiek in de Johanneskerk is schitterend)!. Ook ik heb ze vroeger uit het hoofd moeten leren, elke week een nieuwe, wat ik overigens nooit als vervelend heb ervaren, al luisterde ik het liefst naar de Bijbelverhalen die de meester ons voorlas. Eigenlijk zijn die van alle tijden.. zinnen en verwijzingen vind je overal terug. Zo citeerde ds. Hinkamp een zin uit het Oude Testament “kies het leven” en aansluitend zong het koor ‘Viva la Vida’ (Spaans voor Leve het Leven) een lied van de band Coldplay. Bij aanvang van de dienst kregen we allemaal een zwart notitieboekje cadeau, gevuld met allerhande blaadjes. Voor het noteren van eventuele vragen. Of, mocht je deze kerkdienst stiekem toch best slaapverwekkend vinden, van tekeningetjes te voorzien (beide opties kwamen overigens van ds. Hinkamp).

De 11e van de 11e is best een heel bijzondere dag, dus ook uitermate geschikt voor deze Kerkproeverij. Op elf november 1918, precies honderd jaar geleden, kwam er officieel een eind aan de Eerste Werelsoorlog. In een bos bij het Franse stadje Compiègne, ongeveer tachtig kilometer ten noorden van Parijs, werd die dag de wapenstilstand gesloten. Vanaf 11:00 uur die ochtend, op het moment dat die schitterende taart werd aangesneden, werd er niet meer gevochten. Deze dag wordt ook het (kinder) feest van Sint-Maarten gevierd. Ds. Hinkamp citeert een tekst uit het Lucasevangelie: “Niemand steekt een lamp aan en zet die in de kelder of onder de korenmaat, maar op de standaard, opdat wie binnentreden het licht zien (Lukas 11:33 e.v.). Deze regels werden vaak op 11 november voorgedragen en in de mis besproken dit zou voor de bevolking aanleiding zijn geweest voor een lichtjesfeest. Vandaag wordt ook officieel het carnaval seizoen geopend (om 23.11 uur). Toevalligerwijs was vandaag ook het Gengelen in Vragender, inschrijven kon tot 13.00 uur dus ook dat was prima te combineren met een (hernieuwd) bezoek aan de PKN Kerk Lichtenvoorde.

De dienst werd afgesloten met het gedicht ‘Engelen op hoge hakken’. Wat een toepasselijke woorden! “Wie een engel wil ontmoeten, vind die het meest in eigen kring”. Hier in de Achterhoekse streek, dankzij dat mooie Noaberschap, zijn er heel veel engeltjes te vinden en inderdaad vaak dichterbij dan je denkt. In de Johanneshof was de eer aan Silva Kassab om de door haar gemaakte Bijbel-taart aan te snijden. Achter de schermen was er door de kinderen hard gewerkt aan kleurrijke en smakelijke cupcakes. De oorspronkelijke bedoeling van het Engelse Back to Church Sunday is dat ieder gemeentelid iemand, die om welke reden dan ook, al een (lange) tijd niet meer naar de kerk is geweest uitnodigt om weer eens met hem of haar mee te gaan, weer aan de kerk te proeven. Zeg nou zelf, dat kan eigenlijk iedere zondag..
Dus, doe eens gek, neem iemand mee naar de Johanneskerk!

klomptgoed_7
Kleinkoor Second Edition
klomptgoed_14
De door Silva Kassab gemaakte Bijbel-taart.

Zelhem, Slachtvisite.

November staat van oudsher bekend als de slachtmaand, hoewel het weer eigenlijk meer van invloed was als de maand zelf. Mensen ging slachten als het kouder werd want de voorraad vlees was bedoeld voor de winter, om het vlees goed te kunnen drogen, moest het huis bovendien flink warm worden gestookt. Helder weer was ook belangrijk, mist en nevel zorgden voor een te hoge luchtvochtigheid waardoor het vlees zou kunnen bederven. Tijdens mijn jeugd werd er door mijn grootouders allang niet meer aan huis geslacht. Er werd wel eigen vee geslacht en gegeten, het uitslachten en verder verwerken gebeurde elders. Ik ben, net als velen waarschijnlijk, grootgebracht met elke dag een goed stuk vlees op tafel.

Iedereen is weer welkom op de slachtvisite bij Museum Smedekinck, voor mij de eerste keer. Zoals vroeger gebruikelijk was begint het ook hier met een borrel, een glaasje vlierbessenjenever. Alhoewel ik hem zou kunnen gebruiken om mezelf moed in te drinken, sla ik hem toch maar af. Je kon er eigenlijk niet omheen, het gehalveerde varken aan het hankholt op de ladder. Sowieso niet te vermijden voor iedereen die van het toilet gebruik wilde maken, het gigantische beest hing pal naast de wc’s! Ik moet direct denken aan de anekdote van Anjo die zij op Facebook met mij deelde, over het varken dat op de deel aan de ladder hing: “Dan hing dat beest daar, onder een wit laken. En dan moest jij als kind natuurlijk prompt plassen, midden in de nacht en aardedonker. Ik vond het vreselijk eng, de andere dag stonden we natuurlijk vooraan. Of ik er nu wat van zei of niet; niet zeuren, onmiddellijk plassen en je bed weer in!”.

Het vetgemeste varken (92,75kg) werd trots getoond aan alle belangstellenden die komen ‘vetpriezen’. Ik vond vooral de anatomie en uitleg welk stuk vlees waar zit erg interessant. Een vader nam zijn drie jonge kinderen ook mee naar het varken, alle vier luisterden net als ik geboeid naar de uitleg. Mooi om te zien, mooi dat het te zien is bij Smedekinck. Het museum is de enige waar tijdens de slachtvisite niet alleen het varken aan het hankholt op de ladder hangt en je gerelateerde streekproducten kunt kopen, hier wordt juist ook een groot gedeelte van het proces daartussen in gedemonstreerd. Het uitslachten van de andere helft van het varken, en verwerken tot eindproduct gebeurde in de museumschuur door de aanwezige (gepensioneerde) slagers. Tegenwoordig wordt er gewerkt op werkbanken van kunststof omdat dit hygiënischer zou zijn. Tijdens een huisslachting werd er meestal een deur uit zijn hengels getild, sopje erover en klaar was de werkbank. Eén van de slagers vertelde me dat het houten hakblok eigenlijk veel schoner was. Zelf heb ik, toen ik in de horeca werkte, ook nog op een houten werkbank gewerkt. Elke dag moesten we hem grondig boenen met gekookt water en afwasmiddel, elke zaterdag met chloor.

De slagers laten ook hier zien waar welk stuk vlees vandaan komt, langzamerhand herkende ik de karbonades, speklappen en ribbetjes. De volwassen dochter van één van de slagers staat met een nostalgisch gevoel en brede glimlach aan de zijkant haar vader gade te slaan. Ze vertelt me dat ze vroeger in de slagerij altijd achter de streep moest blijven staan, vanwege de scherpe messen. Toen ze wat ouder was mocht ze helpen. Mijn grootouders gebruikten het vrieshuis met klein abattoir in Corle, naast de smederij van te Welle. Ik mocht nooit mee naar binnen tijdens het uitslachten en verwerken, des te interessanter is deze slachtvisite. Even verderop in de museumschuur staan in klederdracht gehulde dames verse worst te maken, worststoppen zoals dat officieel heet. Twee vrouwen gebruiken de handgehaktmolen met vulpijpje, de andere vrouw duwt met haar duim het vlees door een worsthoorntje. Een precies werkje, want luchtbellen zijn niet gewenst. De vrouwen gebruiken hiervoor de darmen van het varken, de dunne darm. Een bezoekster vertelde me dat ze vroeger altijd moest helpen met het schoonmaken van de darmen (desalniettemin vond ze het altijd een ontzettend gezellige tijd). Eerst moest het plukvet er voorzichtig vanaf worden gehaald, op de mestvaalt kneep je vervolgens de darmen leeg. Daarna moest deze ‘krange getrokken’ (binnenste buiten gekeerd) met warm water en met een lepel moest het darmslijm ervan af geschraapt worden. Tot slot nog even opblazen om op gaatjes te controleren, en stoppen maar. Eén varken is goed voor dertig meter darm. Ik denk dat de verse worst wel mijn favoriete stukje vlees was. En gezouten kinnebakspek (varkenswang) als broodbeleg, ik was er dol op! Inmiddels ben ik eigenlijk al jaren een vleesverminderaar.

In de museumschuur werd behalve gezaagd, gehakt, gesneden en gestopt ook gebakken. De dames in klederdracht bereidden bakbloedworst, balkenbrij, kaantjes en smaltappels. De kinderen konden achter in de schuur hun eigen verse sappige hamburger bakken die met heel veel smaak werd opgepeuzeld. Ik vroeg aan twee meisjes of ze het varken aan de ladder toevallig ook al hadden gezien? Moeder moest lachen en zei dat ze dat ná het eten van de hamburger gingen doen, verstandige volgorde waarschijnlijk. WEET WAT JE EET is tegenwoordig van groot belang voor de gemiddelde consument, daarentegen ben ik benieuwd hoeveel volwassenen en kinderen het slachten, uitslachten en verwerken tot eindproduct daadwerkelijk al eens hebben gezien?  Ik zou zeggen: de slachtvisite bij Museum Smedekinck is een prima veldexcursie voor jong en oud!

 

Als je meer wilt lezen over een traditionele huisslacht, volg de veilige link hieronder

https://www.vers-inspiratie.nl/historie-van-de-huisslacht/de-huisslachting

Aalten, Farm & Country Fair

Na bijna tien jaar woonachtig in Lichtenvoorde werd het wel echt héél hoog tijd voor een bezoek aan de Farm en Country fair Aalten. Vandaag dus mijn officiële vuurdoop. Vanaf station Aalten reed ik mee met de pendeldienst. Een tractor met overkapte aanhanger, dat was direct al een leuk ritje (Voor de mevrouw tegenover mij met chique (dunne) designkleding en strak gekapte coupe iets minder  ;-)). Door het schrijven van mijn vorige column was ik al het één en ander te weten gekomen over de countryfair, georganiseerd door de familie Ruesink. Mijn eerste gang vanmorgen was naar de informatiebalie, even mijn collega Gerdien Ruesink gedag zeggen.

Aan het einde van mijn eerste dag Farm & Country Fair kan ik met recht zeggen dat ik superblij ben om morgen weer terug te gaan! Wat een geweldig leuk festival, ik snap werkelijk niet waarom ik dat al die jaren aan mijn neus voorbij heb laten gaan?! Ik ben dol op dieren, en heb dan ook mijn hart op kunnen halen. Niet alleen om te fotograferen, vooral ook om eens van dichtbij te bekijken en sommigen die dat waarderen te mogen aaien. Jong en oud genoot en werd blij van al die liefkozingen  :-). Kalf Suus is inmiddels pink Suus geworden. Geheel ontspannen lag ze lekker te herkauwen in de grote tent, onverschillig voor alle aandacht, als een ware diva op een bed van stro.

Gerdien tipte mij om even achter in de gele straat te gaan kijken, 24KitchenFood Truck Challenge is neergestreken op de countryfair. Elke aflevering vind plaats op een ander zomers festival, met onder andere Lange Frans. Vandaag kookte hij met Pip Pellens, beter bekend als Wiet in GTST. Er liepen blijkbaar nog twee BN-ers, gevolgd door heel veel nieuwsgierige kinderen. Zij vertelden mij heel enthousiast dat het Jasper en Marius Gottliebwaren (??). U weet wel, van Spangas. In de gele straat was ook het Vintage Festival themaplein en de Sheep Factor Show. Bij de laatste maakte ik kennis met Erik en Joyce Ruesink, vader en dochter. Joyce vertelde mij vol passie over haar zeer bijzondere schapen. De hele Sheep Factor Show is sowieso al iets heel bijzonders, echt uniek in Nederland. Ik heb werkelijk in mijn leven nog nooit zulke mooie schapen gezien, laat staan dat ik wist dat er zoveel verschillende rassen bestonden. Ik weet nu wel de uiterlijke verschillen tussen een schaap en een geit (schrijf ik met lichte trots). De staart van een geit staat overeind en hij heeft een sik, beide in tegenstelling tot een schaap.

Nog steeds in de gele straat, bij het Vintage Festival Themaplein, ontmoet ik per toeval mijn oud-collega Ursula. Ze was aan het helpen in de stand van Hanny Kwekkeboom. Van oorsprong is Hanny Aaltense, 20 jaar geleden emigreerde zij naar Oslo in Noorwegen. Met haar bedrijfje genaamd In Between Wearing richt zij zich op re-design van Scandinavische vintage kleding. Op haar eigen unieke manier pimpt zij ‘oude’ kledingstukken tot fantastische nieuwe creaties. In de gele straat spot ik ook houten klompen! Dat wil zeggen een heuse klomp-fietsbel, ingenieus gemaakt door een (vierde generatie) klompenmaker. Of er een vijfde generatie zou komen was even spannend, de zoons waren weinig klomps  ;-). Gelukkig is er ook een dochter, en deze heeft het klompen maken in het bloed. Met de zesde generatie zit het ook wel goed, aldus opa (generatie vier).

Joke Ruesink is net als een groep andere vrouwen uit de regio lid van tuinclub De Bonte Tuinvlo uit Varsseveld. De stand van deze dames heeft ieder jaar een ander thema, dit jaar is dat ‘de spijkerbroek’. Alle leden zijn verzot op tuinieren, de uitdaging is dit te combineren met het huidige thema. Het resultaat is superleuk! Vooral die met de houten klompen natuurlijk  :-D.

Het weer werkt gelukkig goed mee, de zon breekt steeds vaker en langer door, geholpen door de wind die de regenbuien verjaagd. Voor wie even schuilen wil is er (in de bruine straat) het Zonnehuisje van timmervakvrouw Monie van Paassen. Begin juli stond er een mooi artikel van Monie, over deze zonnehuisjes, in het blad Landleven. Het ontwerp van het zonnehuisje is gebaseerd op de vroegere TBC-huisjes. De opbouw van het Zonnehuisje is als het ontwerp van vroeger, ramen in beide zijgevels om goed te kunnen luchten en een draaischijf met massieve wielen onder het huisje. Ook het ouderwetse hang- en sluitwerk is in het huisje verwerkt zodat oude tijden herleven. Samen met Monie heb ik het huisje naar de zon gedraaid zodat ik er wat foto’s van kon maken. Ondertussen slijpt Monie voor mij een origineel Zonnehuisje Timmermanspotlood.

Mijn eerste dag Farm & Country Fair is voorbij gevlógen! Voor ik naar huis ga, trakteer ik mezelf op een zalige warme stroopwafel van foodtruckStroopwafels XXL uit Enschede. Wat een leuke dag, wat een leuk festival. Ik kijk uit naar morgen, dan is het Nederlands kampioenschap wolspinnen en de kalveropfokwedstrijden voor kinderen. Nieuwe dag, nieuwe verhalen!

Hummelo, Vive la France!

Het enige stukje Frankrijk dat ik ken is de hoofdstad Parijs. Tijdens een stedentrip van zeven dagen had ik ruimschoots de tijd om de stad een beetje te leren kennen. Andere delen van Frankrijk zijn mij onbekend. Desondanks voelde het afgelopen zaterdag in Hummelo alsof ik werkelijk de grens van Frankrijk was gepasseerd! Vive La France Hummelo, een Frans evenement in Nederland of een Nederlands festival in Frankrijk? Gezien de warme zomerse weersomstandigheden en het complete Franse sfeertje zou je bijna in de war raken..

Bij het binnenrijden van Hummelo wapperen de Franse vlaggen sierlijk in de wind. Verkeersregelaars en parkeerwachters leiden alles vlot in goede banen. Voor mijn gevoel is de belangstelling dit jaar wederom toegenomen, het is om 11.30 uur al een gezellige drukte. Franse chansons bereiken mijn oren, heerlijke etensgeuren mijn neus. de Dorpsstraat is feestelijk versierd en hier en daar zie ik al mensen sjouwen met hun zojuist bemachtigde brocante spulletjes. Er zijn maar liefst negentig professionele brocanteurs met uiteenlopende specialisaties aanwezig! Ik hou ervan, de oude Louvre deuren, verweerde spiegels en grote zinken teilen. Behalve gebruiksvoorwerpen zijn er ook kramen vol prachtige en romantische dameskleding en allerlei streekproducten.

Bij Hotel Cafe Restaurant de Gouden Karper scoren we een plaatsje op het terras onder de eeuwenoude kastanjebomen. Dat is nog makkelijker gezegd dan gedaan! Logisch, want wie wil hier nou niet van een drankje genieten, heerlijk in de schaduw omringd door Franse vlaggetjes en vazen vol zonnebloemen. Genietend van de verse appeltaart met slagroom hoor ik om me heen veel verschillende talen. Vlaams, Duits, Frans en natuurlijk dialect. Het maakt dat je bijna zou vergeten dat je in Achterhoekse streek bent. Heel veel bezoekers daarentegen weten maar al te goed dat ze in het dorp zijn waar dat beroemde standbeeld nog niet zo lang geleden is onthuld, er worden dan ook massaal foto’s gemaakt met de mannen van Normaal.

In en rondom de dorpskerk van Hummelo (Neo-gotische zaalkerk uit 1838) is de kunstfair, de Montmartre van Hummelo. Ook hier worden vrolijke Franse chansons gezongen door het duo Pierre et Gerdy. Achter de kerk, onder de Lindebomen, is het heerlijk vertoeven. Voor de kerk dit jaar een (opgeblazen) eerbetoon aan Normaal: Bertus op zien Norton en Tinus op de BSA. Behalve deze twee motoren staan er ook her en der mooie oude Citroën 2CV’s geparkeerd. Mijn vader had vroeger ook zo’n ‘lelijke eend’, een rode. Het roept nog altijd herinneringen op naar vervlogen tijden, net als bij zovelen. Er is echt enorm veel te zien en te bewonderen! Al wandelend kom ik verschillende straatartiesten tegen, De rondlopende goochelaar John Negenkerken en ganzenhoeder Jurgen Baan zorgen voor veel bekijks.

Orgue de barbarie heeft inmiddels een schare vaste fans, sommigen zitten dan ook al reikhalzend op haar meezinguurtje te wachten. Met haar kleine draaiorgel speelt en zingt Xandra Storm bekende Franse chansons. Ik behoor ook tot die schare fans, en geniet dan ook van het optreden. Op dat moment zingt ze toevallig even samen met Yolanda Tangelder, zij zong ook tijdens het openluchtspel ‘Dwarsliggers’ aan de Borkense Baan dat ik eerder dit jaar bezocht. Dit jaar wordt ze ook nog eens vergezeld door Parijse vrienden, zangeres Malene Lamarque en accordeonist Fanchon. Het is ruim na 16.00 uur als ik het terrein verlaat, vele momenten vastgelegd op camera. Ik heb weer enorm genoten van dit unieke evenement. Hummelo, het was weer magnifique!

Beltrum, Boerenland wandeltocht

Een groot deel van de Achterhoek was dit weekend in de ban van Ronde van de Achterhoek, het wielrenspektakel dat in 2018 voor de tweede keer wordt georganiseerd. Eerlijk gezegd heb ik niet zo heel erg veel met de wielersport, al zal het ongetwijfeld een leuke sfeer zijn langs de route.

Dit weekend vond de zesde editie plaats van de Boerenland Wandeltocht in Beltrum. De stichting ‘Vrienden van Het Noasman’ maken elk jaar weer een leuke nieuwe route door het traditionele Achterhoekse landschap. Tijdens het wandelweekend zijn er bovendien een aantal particulieren die hun eigen natuurgebied eenmalig openstellen. In 2015 heb ik ook aan de Boerenland Wandeltocht meegedaan. De bedoeling was toen om 15 kilometer te wandelen, op de helft was ik zo kletsnat geregend dat ik het voor gezien hield!

Vandaag was het gelukkig schitterend wandelweer.
Bij het bezoekerscentrum Het Noasman is het al een gezellige drukte, een komen en gaan van wandelaars. De €3 inschrijfgeld wordt goed besteed, het komt ten goede aan de Stichting Vrienden van Het Noasman. In de voormalige boerderij, verbouwd tot het bezoekers-, en expositiecentrum, worden heel veel activiteiten georganiseerd voor jong en oud. In 2005 stopte Tonnie Nahuis, eigenaar van het landgoed, met het boerenbedrijf dat bestond uit fokvarkens en melkkoeien. De familie wilde de ruim 15 ha. grond graag behouden, om toch actief te blijven in de natuur besloten ze de landbouwgrond om te zetten in natuurgebied.

Het landgoed is heel erg afwisselend. Er is een loofbos, een klein moerasgebied, een vijver en waterpartijen. Sinds 2012 is er een vleermuiskelder met oeverzwaluwwand, prachtig opgaand in de natuur eromheen. Wanneer je de Kerkepaden van Beltrum bewandelt, kom je ook over het landgoed van Het Noasman. Tijdens mijn wandeling zie ik dat ook in hier de droogte keihard heeft toegeslagen.. Dorre droge maisstengels, sloten zonder een druppel water en in de stukjes bos lijkt het door alle dorre bladeren op de grond wel herfst! Hoe dan ook was het weer volop genieten, vooral van de vergezichten met de prachtige wolkenluchten boven de velden.

Ik wandelde weer over prachtige onbekende paadjes, en zelfs dwars door de grote paardenstal van Reesink Horses in Eibergen. Er staan prachtige grote paarden die hier vanaf hun derde jaar worden klaargestoomd voor een sportcarrière. De paarden waren al net zo nieuwsgierig als de wandelaars, ook ik heb even een fluweelzachte warme neus gestreeld. Rond 14.30 uur was ik terug bij Het Noasman. Een lekker bakje schepijs bij Kasper Paul sloot de middag prima af!