Bloemencorso*Flowerparade

Hier lees je alles over het Bloemencorso 2019! Nieuwste columns staan bovenaan, eerst in Nederlands, gevolgd door Engels. 
Here you can read all about the Flowerparade of 2019. New columns appear on top of this page. Dutch language first, followed by English.
Foto’s in portfolio – Photographs in portfolio.

 

Duudelijk as wat!     08-04-2019

De maand maart is definitief afgesloten, de lente nog in gevecht met koning winter. Nog een paar weken, dan gaan de dahliaknollen toch echt de grond in. Daar vertel ik meer over in de volgende column, voor nu blijf ik nog even stilstaan bij de vorderingen in de schuur. Want daar staat het hele bouwproces allesbehalve stil! Ik probeer in ieder geval één keer per week naar de schuur te gaan, welk moment dat is hangt af van mijn dienstrooster in het verpleeghuis. Hoe dan ook, er wordt veel werk verzet, op dit moment met name door de constructiemakers. Behalve bouwen aan de wagen staan er heel soms ook andere activiteiten op de agenda.

Zo organiseerde corsogroep Lansink-Bluemink de laatste zaterdagavond in maart wederom de corsoquiz. Dit jaar zowel de voorronden als de finale op één en dezelfde avond, gespeeld door maar liefst 15 teams. Twaalf van de in totaal 18 corsogroepen en daarnaast nog een groep corsokids, jonge ontwerpers en een groep vanuit de Stichting Bloemencorso Lichtenvoorde.  Bijna 200 vragen passeerden de revue. Al snel werd duidelijk welke groepen zich zorgvuldig hadden voorbereid, onder andere door het lezen van het boek “Een B(l)oeiend Spektakel” over 75 jaar bloemencorso geschiedenis in Lichtenvoorde. Corsogroep Teeuws deed dit jaar voor het eerst mee, voornaamste doelstelling: een gezellige avond samen (geen studie-uren vooraf). Missie geslaagd! Een plaatsje in de top 10? Nee, dat dan weer niet. Het was in ieder geval een gezellige avond, alle teams werden aangemoedigd door eigen achterban. Ook hier werd wel weer duidelijk hoe zeer het Bloemencorso is verweven in de samenleving van Lichtenvoorde. De zaal achter het café was bommetje vol.

Terug naar de corsoschuur. Inmiddels leer ik de vaste groep wat beter kennen, de namen en wie zich waarmee bezig houdt. Wanneer ik helemaal voor-, of achterin de schuur sta, is het erg leuk om alle bedrijvigheid te overzien, her en der groepjes bouwers druk met een stukje corsowagen. In het midden wordt gewerkt aan het chassis, waar aan de hand van op maat gezaagd constructiestaal (kokers en buizen van ijzer) de hoogte van de corsowagen langzamerhand duidelijk wordt. Het constructiestaal laat zich goed bewerken (vervormen) en kan ook goed aan elkaar worden gelast. Het materiaal is relatief goedkoop (wel gevoelig voor roesten). Er liggen dan ook vele meters in de schuur te wachten om onderdeel van de wagen te worden. Daarom heen wordt ondertussen aan andere onderdelen gewerkt, zoals het frame dat de wagen vorm moet gaan geven. Dit basismodel wordt gemaakt van betonijzer, van wat ik vernomen heb wordt er zo’n 5000 meter verwerkt in het frame! Deze taak ligt hoofdzakelijk in handen van de ontwerper Paul Wieggers en de 19-jarige Estelle. Paul weet tenslotte als geen ander hoe hij het model bedacht heeft. De ijzeren staven worden door hem in de juiste vorm gebogen, waarna Estelle ze zorgvuldig aan elkaar last. Paul legde me uit dat het een nauwkeurig klusje is. Wanneer het basismodel namelijk niet klopt (scheef, te lang/kort) ga je dat terugzien in de uiteindelijke vorm. Leuk om een jonge vrouw als Estelle bezig te zien met de technische kant van de corsowagen. Op dit moment is zij de enige vrouw betrokken bij het bouwproces (ik zit nog in de rol van observeren). Even verderop is ook de vader van Estelle druk aan het werk. Mooi dat de passie wordt doorgegeven aan de jongere generatie, en ook erg belangrijk wil dit immateriële erfgoed blijven bestaan.

Achterin de schuur is Martin bezig grote platen foam op maat te zagen, in even lange balkjes om precies te zijn. Op een werkbank liggen de stroken duct tape al klaar (plakzijde naar boven gericht). Dit tape is olie-, en waterbestendig en daarom uitermate geschikt om te gebruiken in de wagenbouw. De balkjes worden vervolgens gelijkmatig over het duct tape verdeeld, opgerold en voilà: Een ronde vorm is geboren! In de hoek ligt al een mooie verzameling van botten en tanden, gemaakt van piepschuim. Aan het eind van de avond leek Martin zelf wel een piepschuim-mannetje! Het werk van Wilfried geeft een stuk minder rommel. Sterker nog, hij maakt van ‘rommel’ zeer bruikbaar bevestigingsmateriaal. Ik had hem al wel zien lopen met emmers vol kroonkurken (flessen dopjes) maar had eigenlijk geen idee waar ze voor dienden. Wilfried liet het me stap voor stap zien. De kroonkurken worden door hem platgeslagen, daarna door een eenvoudig gemaakt stuk gereedschap, voorzien van 2 gaatjes. Als de emmer vol genoeg zit met voorbewerkte kroonkurken, zoekt Wilfried een rustig plekje uit en voorziet ieder dopje van een stukje ijzerdraad. Later in het bouwproces, als het kartonneren begint, dienen de dopjes dus als bevestigingsmateriaal (het ijzerdraadje wordt door het karton gestoken en aan de achterzijde om elkaar gedraaid). Natuurlijk vroeg ik als leek (en stadse?) waarom dopjes en geen tie wraps? Het antwoord kwam met een brede lach, in dialect: zoep’n doet ze toch wal, dus is dit veule goedkoper! Ok, duudelijk as wat.

Mijn respect voor de wagenbouwers groeit met de week! Geheel vrijwillig en met enorm veel toewijding wordt er continu aan de corsowagen gewerkt. Bijna allemaal doen ze dit naast een baan of studie. Ondanks dat mijn eigen agenda ook best vol gepland is, merk ik dat ik ernaar uitkijk om weer naar de schuur toe te gaan. Tot nu toe sta ik elke keer weer versteld van de vorderingen, de creativiteit en de ogenschijnlijke eenvoud waarmee alles met de hand wordt gemaakt! Over twee weken neem ik jullie mee naar buiten, naar het dahliaveld van corsogroep Teeuws.

 

As clear as a bell     08-04-2019

The month March has come to an end. Spring is fighting with King Winter, who will win?! Just a couple of weeks, then the dahlia roots will go in the ground. In the next column, I will tell you all about that. For now I stay in the barn a little longer to tell about the building progress. I’m trying to go over there at least once a week, the moment depends on my working schedule at the nursing home. Anyhow, a lot of work is done over there! During those weeks mostly by the engineers. Besides building the float, every now and then another group activity comes around.

For example, the last Saturday evening in March, another parade group organized the fifth Flowerparade Quiz. This year the qualifying rounds as well as the finale took place on one and the same evening (in the past it took a few separate evenings). Fifteen teams participated, twelve parade groups (out of 18), the young builders group, the young designers group and also a team formed by foundation members. Almost 200 questions had to be answered! Pretty soon it became clear which teams took the best preparations, among other things by reading the book “Een B(l)oeiend Spektakel” (a blooming spectacle), it tells about 75 years of Flowerparade history in the town of Lichtenvoorde. The group I am following, Teeuws, participated for the first time. Main goal? To have a good time! I can say that mission was accomplished, even worth giving up a top ten place. The evening was very successful, all teams were encouraged by their own members. Also here I could see that the Flowerparade is very important for the society of Lichtenvoorde. The space behind the cafe was chock full.

Back to the barn. In the meantime I’m getting to know the steady group a little bit better. Their names, and who is responsible for what. When I am standing in the front or at the far end of the barn, I really enjoy overseeing all activity. Everywhere small groups are busy building their part of the float. Like I told last time, the chassis stands in the middle of it all. Construction steel now gives away the height of the float. This kind of steel is not difficult to treat or form and also easy to weld. Construction steel is relatively cheap, that it’s sensitive for corrosion doesn’t matter building a float. That’s why lots of meters of steel are lying around in the barn! Around the chassis they are working on other parts, like the frame that will give the float it’s shape. This base model is made out of reinforcing steel bars. From what I’ve heard over 5000 meter is used for the frame! This task is mainly achieved by the designer Paul Wieggers and 19 year old Estelle. After all, Paul knows as no other how he intended the final shape. He forms the steel bars in the right shape, after that Estelle welds them carefully together. Paul explained to me this is an accurate job. When the base model is formed wrong (crooked, too long or short) it will show in the final shape. Nice to see a young woman like Estelle working on the technical parts of the float! On this moment, she is the only woman working on the float (I’m still an observer). On the other side of the barn the father of Estelle is also busy building. Great that the passion of building a float is passed on to the younger generation. Besides that also very important, will we keep this immaterial heritage alive.

At the far end of the barn, Martin is busy sawing boards of foam in beams of equal length. On a work-bench nearby he placed a couple of duct tape strips (sticky side up). Duct tape is water-, and oil resistant, so very useful when building a float. The beams are placed in a row on the duct tape, rolled up and voilà: a round shape is created! In the corner waits a nice collection of bones and teeth, made out of styrofoam. At the end of the night Martin looked like a styrofoam man himself! The work Wilfried is doing, is not so messy. He makes very useful mounting material out of what I would consider as junk. I did see him walking around with buckets full of crown caps, but I had no clue w they were meant for. When I asked him about it, he showed me every step from crown cap till clamp. He bangs the caps until they are flat. With a special handmade tool he punches two holes in each cap. When he has filled his bucket with enough pre-treated crown caps, he finds himself a quit spot and puts a piece of iron wire through every cap. Later on in the building process, when they start working with cardboard, those caps are being used as mounting material (the iron wire is stabbed through the carton board and on the backside the two ends are twisted together). Being a layman (and urban woman..) of course I asked the question ‘why crown caps instead of tie wraps for example’? The answer followed with a big smile and in dialect: they will booze up anyway, so this is much cheaper! Ok, that is as clear as a bell.

My respect for those who build, grows every week. All voluntarily and with great devotion they are working nonstop on the float. Almost every one of them has a day job or goes to school. Although my own agenda is also pretty busy, I’m looking forward to visit the barn again. Until now, every time I’m amazed again about the creativity and the progress they made. All this handwork looks like it happens without any effort. In two weeks I will take you outside, to the Dahlia field of group Teeuws.

 

Van Onderen!   25-03-2019

De maandag na de maquette presentatie is de bouw van Zwarte Magie meteen van start gegaan. Corsogroep Teeuws is daarmee voor zover ik weet het eerste team die aan de wagenbouw zijn begonnen. Zij hebben dan ook het voordeel van een permanente bouwlocatie waar alles voor handen is. Daar waar veel andere corsogroepen toch wel meerdere dagen druk zijn met het opbouwen van een grote tent, deze voorzien van alle benodigdheden (verlichting, stroom etc.) kan Teeuws meteen meters maken. Hier is bewust voor gekozen, op deze manier kan men gedurende de zomermaanden een bouwstop inlassen van een week of drie. Het hele proces voor de wagenbouwers, van ontwerp tot optocht, neemt minimaal zes maanden in beslag. Er wordt gebouwd op maandag-, en donderdagavond en zaterdagochtend. Dat komt neer op zo’n 52 avonden en 26 ochtenden.. Best fijn om dan in juli even drie weken met hele andere dingen bezig te zijn, om vervolgens helemaal fris weer aan de slag te gaan.

Zaterdag 23 maart was ik voor het eerst bij de boerderij van de familie Harbers waar dus in de grote naastgelegen schuur aan de corsowagen wordt gewerkt. Mijn vader was jaren lang werkzaam als werktuigbouwkundige op een rioolwaterzuivering, ik heb als kind heel wat tijd in de werkplaats doorgebracht. De geur van smeerolie, gezaagd hout en metaal voelde dan ook meteen vertrouwd, net als het geluid van lasapparaten, slijp-. En boormachines. Wat meteen opviel was het nu nog kale onderstel midden in de schuur, verstevigd met stalen balken en voorzien van een flinke motor. Jos, die er al jaren voor zorgt dat het onderstel weer zo veilig mogelijk de weg op gaat, vertelde de voordelen van een zelf-aangedreven corsowagen. Op die manier is er geen tractor nodig om de corsowagen voort te trekken, wat je vroeger vaak zag. Veel corso-, en ook carnavalswagens worden voortbewogen door menselijke kracht, lopers (duwers) onder de wagen. Niemand vind dat echt een leuke taak tijdens de optocht zelf, dan willen ze toch allemaal het liefst op of rondom de wagen meegenieten van het spektakel waar maandenlang naartoe is gewerkt. Buiten dat is het ook best een zwaar karwei, zeker omdat er regelmatig stil wordt gestaan voor het publiek. Gelukkig is er de laatste jaren veel samenwerking ontstaan. Over en weer gaan groepen elkaar helpen met duwen onder de wagen, zodat bouwers dit tijdens hun eigen optocht niet hoeven te doen. Teeuws daarentegen maakt dus gebruik van een motor die de man-, en vrouwkracht vervangt. Jos legde me uit dat het nog een ander voordeel heeft, namelijk de hoogte van de corsowagen. De constructie van Teeuws kan veel lager worden gehouden omdat er geen mensen onder hoeven te passen.

Jos heeft zelf zo’n 25 jaar de corsowagen bestuurd tijdens de optocht van het Bloemencorso. Het onderstel heeft de lengte van een touringcar, die kunnen per slot van rekening ook overal goed komen en langs manoeuvreren. Doordat hij zelf bestuurder van de wagen was, heeft hij gedurende de jaren goede verbeteringen aan kunnen brengen. Denk bijvoorbeeld aan de uitlaatgassen, die wil je niet urenlang in moeten ademen! Het is fijn om een vast onderstel te hebben, het vergt daarentegen ook ieder jaar weer veel onderhoud. Er wordt natuurlijk nog al eens wat aan gelast, aangepast en bevestigd, wat kan zorgen voor zwakke punten in het metaal. Dit moet terdege worden hersteld zodat het onderstel weer goedkeuring krijgt voor deelname. Dit gebeurt door een speciale veiligheidscommissie, bestaande uit leden van de Bloemencorso-werkgroep Veiligheid en Techniek en constructeurs vanuit verschillende corsogroepen. De toegestane maximale breedte van het onderstel, wat men de spoorbreedte noemt en gemeten wordt vanaf de buitenkant van de banden, is 3.50 meter. De minimale breedte voor de assen is 1.80 meter, bij voorkeur gemaakt van 9-tons assen. De lengte van de corsowagen is niet vastgesteld. Volgens een aantal corsoleden, moest ik Jos toch vooral eens vragen naar de stuurinrichting van corsowagen ‘100 jaar auto’? Het duurde slechts enkele seconden voor een brede grijns op het gezicht van Jos verscheen en hij me het hele verhaal vertelde.

In 1986 was het precies 100 jaar geleden dat de eerste auto de weg op ging. Mooi thema voor het bloemencorso! Zo bouwde Teeuws dus ‘100 Jaar Auto’. De corsowagen werd een prachtige combinatie van een oldtimer en hypermoderne auto. Dat was tevens het eerste jaar dat Teeuws besloot dat de corsowagen zelfrijdend moest worden, zodat alle aandacht naar de met bloemen beplakte automobiel zou gaan. Dit besluit kwam echter pas op het laatste moment, toen de opbouw al bijna klaar was! Het inbouwen van het motorblok (van een Simca 1100) moest dan ook vanaf de onderkant gebeuren. De laatste weken lag Jos dus grotendeels te sleutelen onder de corsowagen. Op de dag vóór het Bloemencorso moest er nog even een stuurinrichting gemaakt worden. Jos maakte een trapas, met een ketting aangedreven naar de stuurstang van de voorwielen wat perfect werkte! Klein aandachtspuntje bij het sturen: moest de corsowagen naar rechts, dan moest Jos linksom sturen en andersom, moest hij linksaf, dan diende het commando andersom te worden gegeven. Toen de wagen op weg ging naar het juryterrein bleken de batterijen van de walkie-talkie leeg! Terwijl er iemand op uit gestuurd werd voor nieuwe batterijen, werd er geïmproviseerd met een stukje hout dat aan een touw over de weg werd gesleept (tegenwoordig verft men witte strepen op het parcours die de duwers en bestuurders onder de wagen een houvast geven). Ondanks de ingewikkelde besturing verliep alles best wel goed. Totdat degene voor de corsowagen, die eerst met zijn rug naar de corsowagen liep, zich had omgedraaid en nu achterwaarts wandelend richting aanwijzingen gaf.. Of het nou aan het geven of aan het opvolgen van de commando’s lag zal nooit helemaal duidelijk worden, hoe dan ook een frontale aanrijding was niet meer te vermijden! Corsowagen ‘100 Jaar Auto’ kwam in botsing met de spiksplinternieuwe (14 dagen daarvoor afgeleverd) auto van één van de kermis bestuursleden. De schade aan de nieuwe auto was enorm, die aan de corsowagen bleef gelukkig beperkt 😉 zodat hij uiteindelijk gewoon mee reed in de optocht.

Wordt vervolgd.

 

What’s Underneath   25-03-2019

The group of Teeuws started to build the float ‘Black Magic’ on the first Monday after the presentation of the scale-model. For as far as I know they are the first parade group who started building. They do have the advantage of course of having a permanent building site on the farm owned by one of the Harbers family. In the barn they have everything they need within reach. Other parade groups are very busy, for at least several days, to set up a tent that will be used as the construction side and make sure there is electricity and lightning. Teeuws doesn’t have to worry about that, they can start building right away. They deliberately made this choice since last year. Handling a schedule like this, gives the group enough space to take a three weeks break during the summertime (July). The whole process, from Design till D-day, will take at least six months. The group is working on Monday-, and Thursday evenings and Saturday mornings. This means the builders spend around 52 evenings and 26 mornings together in the barn! During those three weeks off everybody can clear their head, no thinking about the float, and make a fresh start again.

March 23, on Saturday morning, I set foot in the Harbers barn for the very first time. Like I told in the column ‘What’s in a Name’, this barn was especially designed to build a float inside. My father worked as an mechanical engineer on a wastewater treatment plant, as a child I’ve spend several hours in the workplace. The smell of lubricating oil, saw dust and metal felt familiar right away!  Just like the sound of the welder, grinders and drilling machines. The enormous chassis in the middle of the barn, draw my attention right away. The undercarriage has been strenghtened with steel bars and provided with a powerful engine. Jos will make sure the chassis goes back on the road as safe as possible. He’s been in charge with this for years and years now, so he knows it from inside out. He told me the benefits of an electromotor underneath the float. This way they don’t need a tractor to pull the float, something you saw a lot in the past. A lot of floats in all sorts of parades are moved forward by human power. Underneath the construction people are walking and pushing the float. Nobody really likes that job during the parade itself, after all those hours of building everybody prefers a place up or around the float to enjoy the show. Besides that it’s also a pretty job, considering the float has to stop several times so the audience can have a good look. Therefor it’s great to see that the last few years groups started to work together. They will help one another pushing the float, this way the builders don’t have to do this during their own parade. Teeuws decided to use an engine that replaces the man-, and female power. Jos told me there is another benefit using an engine. The whole construction of the float doesn’t have to be so high, because there is no space needed for humans.

Jos drove the float during the final Flowerparade for 25 years. The chassis has the length of a touringcar, after all they are able to reach all places and skilfully navigate through the streets. Because he was the driver for so long, he was able to make some good improvements. Think about the exhaust for example, you don’t want to inhale them for hours being underneath the float in a small space! It’s pleasant to have a steady chassis, on the other hand it needs a lot of maintenance every year. Every year there will be some small adjustments, things get attached and weld together. This can cause weak spots in the metal, what has to be properly fixed to get approval again for participation in the parade. This inspection is done by a special safety commission, formed by members of the Flowerparade-team Safety and Technique and constructors from different groups. The permitted maximum width of the chassis, measured from the outside of the tires, is 3.50 meters. The minimum width of the axles has to be 1.80 meters, preferably made of 9 ton axles. The length of the float is not registered. A couple of builders told me to ask Jos about the steering-gear of the float ‘100 Years of Automobiles’? It only took a couple of seconds before Jos showed a grin from ear to ear and told me on of the many adventures of the Teeuws group.

In 1986 it was exactly 100 ago that the very first automobile hit the road. That was a perfect theme for the Flowerparade, and Teeuws build the float ‘100 Years of Automobiles’. The float became a beautiful combination of an old-timer and an ultramodern car. This was also the first year that Teeuws decided the float had to be able to drive itself, so all the attention would be drawn to the flower-decorated car. This decision though was made during the end of the building process, when the construction was almost ready!  The installation of the engine (Simca 1100 car) therefore needed to be done from the bottom side. That’s why Jos spend the last few weeks underneath the float. On the last day before the final Flowerparade, the steering-gear still needed to be made. Jos made a crankshaft, operated with a chain to the steering column of the front wheels. It was perfect! Just a very small point of concern: when the float needed to go to the right, Jos had to steer to the left and the other way around, when Jos had to make a left turn the commander in front of the float had to give him opposite instructions. When the float left the barn, on his way to the start location, the batteries of the walkie-talkie seemed empty! One of the builders jumped on his bicycle to get new batteries, in the meanwhile they improvised with a piece of wood that was dragged along the road on a long rope (there was no time waiting, because all floats have to be on time at the start location). Jos could follow the piece of wood in front of him. Nowadays they paint white stripes on the road a few days before the Flowerparade. In spite of the complicated control system, it all worked out pretty good. Until the person walking before the float, holding the rope and giving the right orders, had turned around.. Walking backwards facing the float it got even more confusing! We will never know if it was a matter of not giving or following up the right orders, anyway a frontal crash could no longer be avoided. The float ‘100 Years of Automobiles’ crashed a brand new car (bought only 14 days before) belonging to one of the board members of the Flowerparade fair. The damage on the car was enormous, luckily the float hardly had a scratch 😉 and was able to participate in the parade after all.

To be continued.

 

De Onthulling   11-03-2019

In de tussentijd ben ik drie keer bij Paul thuis geweest en heb ik zijn ontwerp van een platte tekening op papier zien veranderen in een schitterende bewegende maquette op schaal. Sommige onderdelen worden gemaakt van karton, papier en plakband. Ook maakt Paul gebruik van foam, een verbeterde versie van piepschuim. Met een stanleymes of klein zaagje kan hij dit bewerken tot een vrij exacte benadering van wat de uiteindelijke vorm moet worden. Ik vind het geweldig om te zien hoe Paul bijvoorbeeld handen heeft vormgegeven! In vingers van papier mache zitten satéprikkers. Deze zijn gebroken op de plaatsen waar onze vingers scharnieren. Op die manier kan het papier mache gebogen worden en opnieuw beplakt. Zo ontstaat uiteindelijk de vorm van gekromde vingers. Bijna alle delen zet Paul overigens in elkaar met satéprikkers. Als een soort verbinding voor de stevigheid. Zou je alleen lijm gebruiken, dan heb je kans dat de maquette na een aantal jaar (in een vochtige loods/ schuur) uit elkaar valt. Behalve de prikkers gebruikt Paul ook heel veel afplaktape. Hij woont op een prachtige plek aan de rand van het Vragenderveen, het is daardoor heel eenvoudig om ook natuurlijke materialen (zoals stokken, veren en bladeren) in de maquette te verwerken. Wat overigens ook heel gebruikelijk is bij rituelen binnen de Zwarte Magie. Kruiden, delen van planten en botten spelen hierbij een grote rol. Het eerste schaalmodel dat Paul mij liet zien is gemaakt met een echte schedel die Paul vond tijdens een wandeling. Waarschijnlijk van een reiger denkt hij. Met wat veren en dorre bladeren heeft hij er een schitterend schaalmodelletje van gemaakt. De andere schedels maakte hij van karton. Prachtig dat iemand ze zo waarheidsgetrouw kan maken van papier!

Het onderwerp van de wagen sprak mij direct aan. Ik hou daar wel van, van een beetje duister en mysterieus. Ik zal zelf dan ook sneller foto’s maken van (rottende) paddenstoelen in de herfst dan van de eerste lentebloemetjes! Foto’s van mensen vind ik het mooist als de mens op de foto flink doorleeft is, als er vele verhalen achter schuil gaan. Zoals in de foto’s van Joram Krol, die moet je echt eens zelf bekijken. Deze corsowagen heeft dus de naam ‘Zwarte Magie’ gekregen, een veelbesproken onderwerp! Wie is er niet groot geworden met de avonturen van de Italiaanse Zwarte Magica die het vooral voorzien had op het geluksdubbeltje van Dagobert Duck! Voodoo en Winti zijn ongetwijfeld de meest bekende religies binnen de zwarte magie, met het voodoo poppetje van stro en het pentagram als bekendste symbolen. Dat pentagram is overigens één van de oudste symbolen ter wereld, meer dan 4000 jaar voor Christus werd het al gebruikt. Logisch dus dat deze vijfpuntige ster deel uitmaakt van deze corsowagen, hopelijk met de punt naar de hemel gericht en niet naar de mythologische onderwereld..

Paul, de ontwerper, heeft het idee glashelder op zijn netvlies staan. Een hele kunst om dat te vertalen naar een tekening en het dan ook nog eens te verbeelden in een maquette zodat uiteindelijk iedereen begrijpt hoe de corsowagen de schuur moet gaan verlaten! Gaandeweg verandert er nog wel eens wat vertelde Paul mij. Bij elke stap die je doet, moet je de volgende alweer analyseren, met name op gebied van de techniek legde hij uit. Kan dit zo gemaakt worden, is die beweging wel haalbaar en is de corsowagen ‘leesbaar’ voor het publiek? De wagen kan nog zo spectaculair zijn in techniek en kleur, als het geheel onrustig oogt ben je nergens. Tijdens de presentatie van de maquette aan de vaste kern van Teeuws was ik zo benieuwd naar het geheel en de reacties! Ook al had ik van te voren al een kijkje in de keuken van de ontwerper gehad, de verassing was voor mij net zo groot als voor de andere aanwezigen?! Tja, dat heb je natuurlijk met ‘Zwarte Magie’, onvoorspelbaar.. Paul vertelde iets meer over zijn gedachten achter het ontwerp, en zijn uiteindelijke idee. Voor hem is het allerbelangrijkste dat hij 100% achter zijn ontwerp staat, wetende dat het uitvoerbaar is voor de groep. Dat vergt nog iets meer modelleren, herschikken en samenvoegen. Hoe dan ook, het begin staat er en de naam is onthuld. Zwarte Magie doet zijn intrede bij het Bloemencorso en dringt door tot in de donkerste hoekjes van Lichtenvoorde. Als dat maar goed klompt..

Wordt vervolgd.

 

The Revelation   11-03-2019

In the meanwhile I’ve visited Paul three times and saw the development in his design from a sketch on paper into a beautiful detailed scale model with actually working parts. Some parts are made out of cardboard, paper and white painter’s tape. But Paul also uses pieces of foamboard, an  improved version of Styrofoam. With a Stanley knife or a little saw he can shape this into a pretty close approach of what has to become the final shape. I loved to see the way Paul is giving form to human hands! The fingers, made out of paper mache, have wooden cocktail picks inside. These were broken on the exact places where our fingers hinge. In that way the paper mache can be bend and modelled again to shape the form of a curved hand. Paul also uses the cocktail picks to make the scale model stronger. If you would use only (wood) glue he explained, there is a chance that the scale model will fall apart after a few years in an old barn with a lot of moisture. Besides the cocktail picks, painter’s tape is also used a lot. Paul lives on a beautiful location, next to the peatland called ‘Vragenderveen’ (Vragender is the name of a village in The Achterhoek and ‘veen’ is the Dutch word for peat). Because of that it’s really easy for him to also use natural materials for the scale model, like sticks, feathers and leaves. That makes this model of black magic even more trustworthy! Parts of plants, herbs and even bones have an important role during the rituals. The first small part of the scale model that Paul showed me, includes a real skull that Paul found on a hike through the peatland. Probably a grey heron. With some feathers and withered leaves he has turned it into a beautiful little model for the float. The other skulls are made from cardboard, great how identical they are!

I love the theme of this float. Darkness, mystery and the occult are subjects that entice my imagination. You will see me making photographs of toadstools on a dark Autumn day a lot sooner than shooting the first flowers in Spring! I love the photographs of people the most when they’re faces are obviously marked by life, when you know there is a story behind those eyes.. Like the Dutch photographer Joram Krol, you have to check out his work yourself. So this float got the name ‘Black Magic’ a much-discussed subject worldwide. Who doesn’t know the Italian Magica De Spell, always after Scrooge’s first and lucky coin. Voodoo and Winti are probably the best known religions inside the black magic, the straw voodoo doll and the pentagram the most used symbols. The pentagram is one of the oldest symbols in the world, the even used it 4000 years before Christ. No wonder the pentagram is to be found on this float! Hopefully pointing towards heaven and not the mythological underworld..

Paul, the designer, has his design crystal-clear in mind. How impressive to translate that into a sketch at first and later on form it into a scale model so that everybody understands how the float should leave the barn in the end! Paul told me that along the way he sometimes makes some changes. With every step he takes, he has to analyse the next one. Especially when it comes to the engineering, he explained. Can it be made like that, can we realize that moving part and most important of all: can the audience understand the float in a single look? Although you make the float as spectacular as can be in technics and colour, if the audience doesn’t get it right away you’ve lost. During the revelation of the scale model to the solid members of group Teeuws, I was so excited to see the final model and the reactions of the group! Even though I’ve visited Paul three times, the surprise was just as big for me as the others? That’s what happens with Black Magic, unpredictable. Paul explained his thoughts behind this design and his eventual idea to the group. The most important thing to him is that he can stand behind his concept for 100%, and that it’s realizable for the group. It will take Paul a little more modelling, rearranging and combining. Anyway, the theme is revealed. Black Magic makes his entry at the Flowerparade and takes over the darkest corners of Lichtenvoorde..

To be continued.

 

In den Beginne   25-02-2019

Mijn fotovertelsels zijn niet compleet zonder verhaal. Het héle verhaal wel te verstaan. Daarom had ik aangegeven bij de groep dat ik graag meer wilde weten over het ontstaan van de corsogroep Teeuws. ‘Dan moi bi’j den Harbers familie waen’ was het advies, die weten alles. En Harry, want die is er ook sinds de oprichting al bij. Zo belandde ik op een middag bij Elly en Harry thuis, tussen een grote stapel mappen en fotoboeken. Martin Harbers was ook aangeschoven, en na de eerste vraag van mijn kant, kwam de verhalenstroom al snel op gang.

Ik was benieuwd naar de naam Teeuws, was dat een familienaam? Martin vertelde dat het de naam van de boerderij was, of eigenlijk een verbastering daarvan. In de Achterhoek heeft iedereen wel een bijnaam, die van de Harbers familie was dus ‘Teeuws’. De corsogroep werd officieel opgericht door de familie Harbers in 1982, op 2 februari om precies te zijn. Martin en Marcel zaten al jaren bij een corsogroep, er werd thuis dan ook veel over het bloemencorso gesproken. Zo ontstond langzaam het idee om zelf een corsowagen te gaan bouwen. Vader en moeder Harbers vonden het idee om een familiewagen te bouwen prachtig en stopten de eerste ƒ 1000,- in de pot. De kinderen voegden daar per gezin nog ƒ 100,- bij en zo was er genoeg budget voor de eerste eigen corsowagen. Voor het bouwen van een corsowagen had men destijds zo’n ƒ 2000,- nodig. Tegenwoordig is er al snel € 15.000 nodig voor het bouwen van een corsowagen! De familiegroep bestond toen uit zo’n 30 personen. Vanaf het begin werden buren, kennissen, vrienden en vriendinnen uitgenodigd om mee te helpen bouwen. Zo is corsogroep Teeuws langzaamaan steeds groter geworden. De eerste paar wagens werden gebouwd bij de boerderij aan de Japikweg, het ouderlijk huis. Voor de opbouw van de wagen, werd er een tent tegen de boerderij aangezet. Na verloop van tijd werd de schuur (met medewerking van de corsogroep) vergroot en verhoogd. Tijdens de uitbraak van de (laatste) Klassieke Varkenspest in heel Nederland, 1997/1998, was het zeer kritiek of Teeuws wel kon blijven bouwen op de boerderij aan de Japikweg. Met vrees voor meer soortgelijke problemen in de toekomst werd de bouwlocatie daarom in 1999 verplaatst naar  de boerderij van Harbers in Lievelde. Ook hier werd de schuur meerdere malen aangepast om de creaties van Teeuws te kunnen herbergen!

Bij de oprichtingsvergadering in 1982 kreeg iedereen in de familie een eigen taak. Er werd contact opgenomen met de gemeente voor een stuk land om de bloemen op te verbouwen, Marcel en Jan kregen de verantwoordelijkheid over de inkoop van de dahliaknollen en stekken. André, die boer is, zorgde toen voor de bemesting en bewerking van het land. Vincent, die een eigen bouwbedrijf heeft, zorgde onder andere voor de bouwtent. Martin en Harry waren verantwoordelijk voor het ontwerp en aanschaf van het onderstel. Het eerste onderstel werd gekocht in Winterswijk, op de sloop. Een grote partij houten planken werd hen aangeboden, ze moesten alleen nog wel ‘even’ uit de stal gesloopt worden! De eerste corsowagen kreeg de naam ‘Licht en Schaduw’ (zie portfolio). De wagen toonde een fresco van Rafaël: de bevrijding van Sint Petrus (verbeelding van goede en kwade/ lichte en schaduwzijde van de wereld). Het overlijden van moeder Harbers, een week voor de optocht, wierp letterlijk een schaduw over het feest. Iedereen was het er over eens, we gaan door. Zo zou moeder het gewild hebben vertelde Martin. Ze was verknocht aan het corso en trots op de eerste familiewagen. Het bleef wel bij de optocht alleen, er werd dat jaar geen kermis gevierd. Al snel zat ik met een dik plakboek op schoot, te kijken naar schitterende oude foto’s van die allereerste Teeuws wagen die ook nog eens voorop reed! Destijds bestond namelijk de afspraak dat de corsogroep die er als laatste bijkwam, automatisch voorop liep in het bloemencorso. In 1982 kwamen er maar liefst 5 nieuwe corsogroepen bij wat het aantal op 28 grote wagens bracht (tegenwoordig zijn dat er 18). Groep Teeuws wist dit en heeft zo lang mogelijk gewacht met zich op te geven waardoor de wagen Licht en Schaduw het corso mocht openen (hij behaalde de 20e plaats). Elly vertelde dat zij in de beginjaren van Teeuws jarenlang, samen met zus Joke, de catering heeft verzorgd. Grote pannen soep koken en stapels schnitzels bakken, allemaal vanuit huis! Toen de groep groter en groter werd, was dit niet meer te doen. Tegenwoordig komt er gewoon een cateraar. Maar goed ook, want in het laatste weekend zijn er steevast ruim 100 vrijwilligers op de been! 120 schnitzels bakken op mijn vierpits gasstel zie ook ik niet echt zitten..

De eerste drie wagens werden ontworpen door de groep zelf. De vierde wagen, ‘Minitriatlon’, werd ontworpen door Willem Betting. Door Willems drukke werkzaamheden bleef het bij deze ene corsowagen. De volgende twee wagens, ‘100 Jaar Auto’ en ‘Redden wat er te Redden valt’, werden ontworpen door Rob van Elderen. Rob maakte alle tekeningen en schetsen voor de wagen maar bemoeide zich niet met de verdere uitwerking. Langzaamaan ontstond eigenlijk toch wel de behoefte aan een ontwerper die de groep ook tijdens de bouw van advies kon voorzien, bijvoorbeeld over de invulling van kleuren. Zo kwam Teeuws in 1988 terecht bij kunstschilder Paul Wieggers waar ik in mijn vorige column over schreef. In mijn volgende column, over twee weken, kan ik eindelijk onthullen welke wagen hij dit jaar heeft ontworpen voor de groep!

Ter herinnering aan Harry Papen.

Harry was erbij vanaf de eerste dag en ook 17 jaar voorzitter van Teeuws. Hij heeft een groot stuk geschiedenis van de corsogroep opgeschreven. Ik ben de familie Harbers zeer dankbaar dat ik ‘als buitenstaander’ gebruik mag maken van deze mooie verhalen.

Wordt vervolgd.

 

What’s in a Name   25-02-2019

My photographs are not complete without the story. The whole story! Therefor I asked a member of the parade group who could tell me more about the history of Teeuws. Immediately the name of the Harbers family was mentioned, ‘they know everything’ he said. And I should talk to Harry also, a member of the group since it was set up. On an ordinary Friday afternoon I found myself in the home of Elly and Harry between a big pile of files and photobooks! Martin Harbers had also joined us. After the first question from my side, a flood of beautiful stories came loose!

I was curious how the name Teeuws was chosen, was this a family name? Martin told me it was the name of the farm, or at least a bastardisation of that name. In The Achterhoek most families have a nickname, the Harbers family was also known as ‘Teeuws’. The parade group was officially set up by the Harbers family in 1982, on February 2nd. Martin and Marcel where part of a parade group for years, so they talked a lot about the Flowerparade at their elderly home. That’s how the idea came up to build their own float for the Flowerparade. Father and mother Harbers really  liked the idea of a family float and donated the first ƒ1000 Dutch guilders. After all children and their own families (among them Martin and Marcel) donated ƒ100 guilders each, there was enough budget to build their first family float. To build a float back in those days, you needed around ƒ2000 Dutch guilders. Nowadays you will need around €15.000 euros to build a float for the Flowerparade! The family group counted about thirty persons. From the beginning neighbours, acquaintances and friends were invited to help building the float. That way the group of Teeuws became bigger. The first few floats were built at the farm of father and mother Harbers, in the barn. To create enough space and enlarge the barn, a large white tent was placed against the outside wall. After a few years the barn itself was enlarged and elevated. During the breakout of the (last) Classical Swine Fever all over the Netherlands in 1997/ 1998, it was very doubtful if group Teeuws could keep on building their floats at the elderly farm. They feared more likewise problems in the future, and therefor decided to move the building location in 1999 to the farm of another Harbers family member in a nearby village. Also here the barn was adjusted several times to place the floats!

During the foundation of the group in 1982 all family members got their own special task. The municipality was approached for a piece of land, Marcel and Jan were responsible for the purchase of the Dahlia roots and cuttings. André, who is a farmer, was responsible for the fertilization and  maintenance of the land. Vincent, who has his own building company, would take care of the large white tent outside the barn. Martin and Harry had the duty to design the float and buy the chassis. They told me they bought the first one at a junkyard in Winterswijk. Someone offered them a large supply of wooden boards, the only condition was they had to break down the boards themselves! The first float got the name ‘Light and Shadow’ (see portfolio). The design referred to a fresco of archangel Raphael: the Liberation of St. Peter (imagination of good and bad/ light and shadow side of the world). One week before the Flowerparade mother Harbers passed away, literally throwing a shadow over the festivities. Everybody agreed to go on, that is what mother would have wanted us to do told Martin. She loved the Flowerparade and was very proud of the first family float. The only participated in the parade, nobody went to the fair afterwards. One of the old photobooks was placed on my lap and Elly showed me beautiful pictures of that very first float. It was also the first float in the parade! In those days there was an agreement that the parade group who applied as last, would ride at the head of the parade. In 1982 five new parade groups applied to the Flowerparade, what brought the total amount of floats at 28 (nowadays 18). The group Teeuws was one of those five new members, they waited as long as possible with the apply so the float ‘Light and Shadow’ would open the Flowerparade that year (they became 20th). Elly told me that she and her sister took care of the catering for years! Big piles of schnitzels and enormous pans of soup were prepared in their own small kitchen. When group Teeuws became bigger, this was no longer achievable. Nowadays a professional catering business delivers the meals. For the better, because in the last weekend before the parade over 100 volunteers are present! It would make me very nervous, if I had to roast 120 schnitzels on my small stove!

The first three floats were designed by Martin and Harry. The 4th one in 1985, ‘Mini-Triathlon’, was designed by Willem Betting. Because he had a very busy job, he just designed this one. The next two floats, ‘100 Years of Automobiles’ and ‘Whatever it Takes’, came from the hand of Rob van Elderen. He made all the sketches and drawings but didn’t interfere with the development during the building process. During those first six years the need arose in the parade group to have a designer who would also give them advice during the construction. For example about the use of the different Dahlia colours. That’s how the group found the art painter Paul Wieggers who I wrote about in my last column. In the next column, in two weeks from now, I can finally reveal the float Paul has designed for this year!

In memory of Harry Papen.

Harry was chairman of Teeuws for 17 years, and wrote down a large part of the history of this parade group. I am very thankful to Elly, Martin and Harry for their warm welcome, and also very grateful to the Harbers family, considering I’m an ‘outsider’ that I can use those lovely memories.

To be continued.

 

Op Ontdekking bij de Ontwerper   11-02-2019

De naam van dit fotoproject zegt het eigenlijk al: ‘Van ontwerp tot Optocht’. Een jaar lang mag ik op ontdekking achter de schermen van Corsogroep Teeuws. Dat betekende ook een (letterlijk) kijkje in de keuken bij ontwerper Paul Wieggers in Vragender. Best heel bijzonder, want als ‘buitenstaander’ ben ik nu toch één van de eersten die de schetsen en het prille begin van wat de maquette moet worden onder ogen heeft gekregen! Nadat ik natuurlijk plechtig had beloofd met geen woord te spreken of te schrijven over wat ik heb gezien.

Paul komt van oorsprong uit Harreveld, en is professioneel kunstschilder. Zijn eerste ontwerp voor corsogroep Teeuws was in 1988, ‘Het jaar van de Chinese Draak’ behaalde de 7e plaats. Het ontwerpen van wagens was Paul niet ongewoon, carnavalswagens om precies te zijn. De eerste paar jaren, zo vertelde Paul, moest hij zijn berekeningen nog wel eens herzien. Een carnavalswagen beplak je met papier dat vervolgens wordt geschilderd, de afmetingen veranderen niet meer. De corsowagen daarentegen krijgt uiteindelijk een laag dahlia’s, dus alles wat je ontwerpt wordt uiteindelijk groter en dikker door de bloemen. De groep leerde Paul alles over de techniek van het bloemen plakken en het gebruik van de verschillende bloemkleuren. De eerste jaren werd er alleen een tekening gepresenteerd, langzamerhand kwamen er miniaturen en maquettes. Een goede ontwikkeling aldus Paul. De corsogroep ziet meteen wat de bedoeling is, hoe het ongeveer moet worden. Voor zover mogelijk laat Paul ook de bewegende delen al zien tijdens de maquette presentatie. Dan kunnen de bouwers ook meteen aan de slag met het bedenken van de hydrauliek.

Ondertussen is Paul ruim 30 jaar betrokken bij corsogroep Teeuws en heeft hij de groep goed leren kennen. Hij weet wat de groep wil en wat de mogelijkheden zijn. Anderzijds heeft de groep Paul natuurlijk ook goed leren kennen en hebben zij vertrouwen in zijn ideeën. Er wordt van te voren geen opdracht meer uitgezet, Teeuws geeft Paul de vrije hand wat ontwerpen betreft. Toen ik de schetsen van Paul in handen kreeg, begon hij direct enthousiast te vertellen hoe het één en ander bedoelt is. Samen met een eerste miniatuur op de tafel, kon ik me er al wel een beetje een voorstelling van maken. Ik ben nu al onmundig nieuwsgierig naar het eindresultaat! Dat duurt gelukkig nog maar zeven maanden.. Ik was benieuwd hoeveel uren Paul nou bezig is met ontwerpen en het bouwen van de maquette? Dat komt neer op zo’n 200 uur werk, dat is inclusief alle schetsen die hij eigenlijk het hele jaar door maakt. Voor het bouwen van de corsowagen komen daar ongeveer 400 arbeidsuren bij. We maakten er vroeger regelmatig grappen over, vertelde Paul. Toen hadden we de slag nog niet zo te pakken en nam het ontwerpen en bouwen soms rond de 700 uur in beslag, in diezelfde tijd bouw je met dezelfde ploeg een compleet huis! We zeiden dan tegen elkaar, als we nu eerst een 20 jaar voor iedereen een huis bouwen, kunnen we daarna altijd nog aan corsowagens gaan beginnen.

Aan alles is gedacht bij Paul thuis. De maquette komt op een speciaal gemaakt tafeltje, zodat hij weet hoe breed de corsowagen mag worden om goed door alle straten te passen. Boven het tafeltje is een touwtje gespannen dat de maximale hoogte aangeeft. Het tafeltje staat voor een witte muur met goede lichtval, zodat de aandacht alleen naar de maquette gaat en kleuren en vorm goed tot de verbeelding spreken. Zaterdag 9 maart is de maquette presentatie, dan mag iedereen het zien. Ik ben in ieder geval heel benieuwd naar de uiteindelijke maquette en de reacties van de corsogroep!

Wordt vervolgd.

 

Discover the Design   11-02-2019

The name of this photo project says it all: From Design till D-day. This entire year I’m going to discover everything about the famous Flowerparade, starting at the very beginning. This parade group has a regular designer for years, Paul Wieggers, and I was more than welcome to take a look on the very first sketches of the float. It felt pretty special to me! I am one of the first people to see the beginning of the scale modal he is building, not bad for an outsider! Of course I had to promise not to speak or write about the design until the presentation in March.

Paul was born and raised in The Achterhoek, in Harreveld to be precise. He is a professional art painter. His first design for the group Teeuws was in 1988, called The Chinese Dragon. The became 7th with this float. Designing a float was not something new to Paul. In Harreveld he designed a few carnival floats. When he started designing for the Flowerparade, he discovered you cannot maintain the same dimensions. A float for the carnival is made out of paper mache, which will only be painted afterwards. The float for the Flowerparade on the other hand will be finished with a layer of dahlia flowers, so everything you design will become bigger and thicker because of that. Paul learned all about nailing the flowers and the use of their colours from the group. The first few years they worked with the sketches only, later on they started building miniatures and scale models. A very good development, according to Paul. The group will immediately see what I have in mind, how the float is supposed to become. For as far as possible Paul also shows the moving and turning parts in his scale model. The builders, who are responsible for the hydraulic system, can start thinking how to realize that.

Paul is a member of Teeuws more than 30 years now, in that period of time he got to know the group very well. He knows what they want and what their possibilities are. On the other side the group is familiar with Pauls skills and trust him on his ideas. Paul doesn’t receive instructions from the group anymore, he is free in designing a float. When he showed me the sketches for this year, he could tell me very precisely what he has in mind. Together with the miniature on the kitchen table, I had a pretty good imagination myself. I am already very excited! Thankfully I will only have to wait another seven months.. I was curious how long it takes Paul to make the sketches and build the scale model? It takes him about 200 hours! Making sketches is something he does the entire year he explains. Paul will see something in the news, in magazines or on the internet that inspires him. Building the actual float will add another 400 hours of labour. Sometimes in the past we made jokes about that, Paul says with a grin. We weren’t as experienced as we are now, designing and building would take us around 700 hours of work. With the same group we would be able to build an entire house in the same time! We would say to each other: “what if we start building a house for each of us?” We can always start building floats after that..

Paul really thought of everything! He has a special table for the scale modal, also with specific measures. That way he will know the uttermost dimensions for the float to be able to fit through the streets. Above the table he has stretched a piece of rope, showing Paul the maximum height. The table is placed before a white wall close to the window. In that way all the attention will go to the model and you will see its exact shape and colours. The presentation of the scale model to the group is on Saturday the 9th of March. I am so curious to see the end result of this model and how the group will like it! I will tell you all about it on the Monday afterwards.

To be continued.

 

Van Ontwerp tot Optocht   28-01-2019

Een grote wens van mij was om eens een kijkje achter de schermen te nemen bij één van de vele fantastische corsogroepen die Lichtenvoorde rijk is. Want wat gebeurt daar nou allemaal?! Natuurlijk realiseer ik me dat het keihard werken is, bijna een heel jaar lang en dat allemaal op vrijwillige basis. Daarom ga ik ik een jaar lang op de voet volgen wat er gebeurt vanaf het ontwerp tot aan de optocht. Tot mijn grote blijdschap zet Corsogroep Teeuws haar deuren voor mij open en ben ik welkom om alle stappen te fotograferen en met jullie te delen in een serie columns. In 2019 viert het Bloemencorso Lichtenvoorde haar 90-jarig jubileum! Extra bijzonder dat ik juist dit jaar met dit project aan de slag ga. Tijdens de Zomermarkt worden alle maquettes gepresenteerd. Tegen die tijd hoop ik een aantal mooie foto’s te kunnen laten zien. Ik heb er ontzettend veel zin in! Als Gastvrouw van het Landschap Gemeente Oost Gelre ga ik de column ook in de Engelse taal schrijven om ons mooie bloemencorso nog meer onder de aandacht te brengen. Het tijdschrift Naober heeft sch(r)ijfruimte beschikbaar gesteld, zij gaan de blog delen met de lezers.

Wordt vervolgd. 

 

From Design till D-Day   28-01-2019

Since I have moved to The Achterhoek I had the wish to look behind the scenes at one of the groups who participate in the famous Flower Parade of Lichtenvoorde. What is happening there?! Of course I realize it’s a huge job to get the float ready for the final parade. It takes almost the entire year, all voluntarily! That’s why I decided to do this new project. I am so very happy that the Corso group ‘Teeuws’ opens her doors to me, I am more than welcome to write about and photograph all the steps in the progress! In 2019 the Flower Parade of Lichtenvoorde celebrates her 90th birthday, so this whole project is even more special to me. During the summer market all the scale models are presented to the public. By then I hope to show some of my photographs enlarged. As a hostess of the landscape of the municipallity Oost-Gelre, I will write the columns also in English. After all my website has a special part about The Achterhoek in English language. A Dutch national magazine, The Naober, is going to share the columns! I am very excited to get started.

To be continued.