𝑶𝒏𝒕𝒎𝒐𝒆𝒕 𝒅𝒆 𝑨𝒄𝒉𝒕𝒆𝒓𝒉𝒐𝒆𝒌. 𝑬𝒕𝒂𝒑𝒑𝒆 𝑩𝒐𝒓𝒄𝒖𝒍𝒐 – 𝑹𝒖𝒖𝒓𝒍𝒐.

Omdat ik heel graag ieder hoekje van de Achterhoekse streek goed wil leren kennen, heb ik me voorgenomen in 2021 de wandeletappes van Ontmoet de Achterhoek te volgen. Zaterdag 9 januari lip ik de etappe Borculo – Ruurlo. Het beloofde een mooie dag te worden, dus vroeg uit de veren. Om 08.30 uur stapte ik in de trein naar Ruurlo om vandaaruit de bus naar Borculo te nemen. Tussentijds had ik voldoende ruimte om even naar Kasteel Ruurlo te wandelen. Het kasteelpark is altijd vrij toegankelijk en had vandaag een magische wintersfeer door het witte laagje rijp.

Eenmaal in Borculo wilde ik graag iets meer zien dan de plekken die de route aandoet. Flink doorstappen was er niet bij, het dorp was één grote ijsbaan! Op 19 december 2015 werden er door de Ridders van Gelre (Omroep Gelderland) ter ere van het 400-jarig bestaan van Heerlijkheid Borculo vier muurgedichten onthuld, waaronder die van Erika Löwenberg. Haar gedicht is te zien op de muur van de synagoge. De familie van Erika had een winkel aan de Steenstraat, zij gingen de boer op om textiel te verhandelen. De roodharige Erika raakte bevriend met Hennie, dochtertje van bakker Veldink. Erika schreef een gedichtje in het poesiealbum van Hennie dat altijd bewaard is gebleven. Dit gedichtje prijkt nu dus op de muur van de synagoge. Erika werd geboren in Ochtrup op 12 mei 1928. In 1936 vluchtte zij met haar ouders naar Nederland. Op 18 november 1942 werd zij weggevoerd. Zij overleed op 10 september 1943 in kamp Auschwitz. Er is ook nog een ander gedicht met betrekking tot Erika aan de synagoge verbonden, namelijk over kabouter Erika. In 2020 werd door de Stichting Borculo ‘Beleef de Berkelstad’ een kabouterroute gemaakt. De route brengt kinderen langs bijzondere plekken uit het verleden, waar zich de door Joske Elsinghorst (Overal Kansen) ontworpen kabouterdeurtjes bevinden. In het routeboekje staat het gedichtje over kabouter Erika:

Hier bij de synagoge woont kabouter Erica
Hier voelt zij zich vrolijk en fijn
Samen met andere Joodse kabouters Rita en Sallo
en ook Saartje en Hein
In het Joodse geloof en de gebruiken
Voelt Erika zich helemaal thuis
Ze begrijpt niet, dat er ooit mensen waren
Die Joden verjoegen uit hun huis
In die oorlog werd je gestraft
als je anders was dan de rest
Terwijl verschillend zijn zo prachtig is
Als we dat blijven vieren is dat toch het best

Het is prachtig wandelweer. Deze etappe brengt me onder andere langs het Galgenveld, een gebied van ongeveer acht hectare even buiten Borculo. Volgens de verhalen verwijst de naam terug naar de periode rond 1600. De Bisschop van Münster zou een gedeelte ervan hebben gebruikt om de ter dood veroordeelden te verhangen. Rond 1930 begon me met het uitgraven van een waterplas, natuurlijke bronnen zorgden voor schoon water. Op 1 juni 1935 werd het natuurbad feestelijk geopend. De regionale functie was uniek voor die tijd. Op 29 mei 1992 werd ‘Zwembad annex Openluchttheater ’t Galgenveld’ wederom officieel geopend. In mei 2015 werd een replica van de grote houten toegangspoort geplaatst zoals die er stond in 1935.

Museum de Lebbenbrugge is helaas gesloten. Blijft dus op mijn lijstje van nog te bezoeken Achterhoekse musea staan. Het oudste gedeelte (achterhuis) van dit Nedersaksisch boerenhuis is waarschijnlijk rond 1400 gebouwd. Het voorhuis is waarschijnlijk halverwege de 16e eeuw gebouwd, toen de Lebbenbrugge tevens jachthuis van de Heer van Borculo werd. Het museum ligt aan een oude Hessenweg (handelsweg). Het was hier in de 17e eeuw zo druk met zogeheten kiepkearls dat de Staten van Gelderland in 1679 besloot dat de Heer van Borculo tol mocht vragen bij de boerderij. Zo kreeg het dus de functie van tolhuis. Op de voorgevel staan de toltarieven zelfs nog vermeld. Niet veel later konden de reizigers en handelaren er ook wat drinken en zelfs overnachten, het tolhuis werd toen tevens herberg. Tijdens de vredesonderhandelingen in Münster kreeg de boerderij tijdelijk de functie van postkantoor, één van de eerste postkantoren van ons land! Sinds 1934 is het als museum in gebruik.

Het kleine trekpontje brengt me naar de overzijde van de Slinge. Langs de oever wandel ik verder langs wat ook wel de ‘ijsvogelroute’ wordt genoemd. En waarachtig, binnen enkele minuten zie ik het kleine blauwe vogeltje langs het riet fladderen! Op landgoed Beekvliet is het volop genieten van de schitterende natuur. Ik loop langs akkers, weilanden, oude houtwallen en singels. In het bos staan talloze oude zomereiken van bijna 200 jaar oud. Op de heide heerst nog steeds die magische sfeer door het witte laagje rijp.

Bij Schaapskooi Beekvliet houd ik even rust. De achtkantige schaapskooi is behoorlijk uniek, namelijk één van de allerlaatste van dit soort in Nederland. De wandelpaden rondom Ruurlo zijn mij niet onbekend, hier wandelde ik al vele malen eerder. Niettemin is het altijd weer genieten, want wat is de natuur hier mooi! Natuurlijk neem ik weer even een foto van de beroemde handwijzer uit de televisieserie ‘De Zevensprong’ uit 1982. Joost Prinsen was één van de acteurs. Vroeger vond ik dat een serieus enge man.. Terug op station Ruurlo geeft mijn wandelnavigatie aan dat ik ruim 20 kilometer heb afgelegd. Mijn nieuwe wandelschoenen zijn meer dan goedgekeurd.

Als je meer wilt lezen over de familie van Erika:

https://hisvebo.nl/emma-lowenberg/

Op schuren-stap.

2021 wordt voor mij ongetwijfeld een beter jaar als het voorgaande. Na bijna 10 maanden constant klussen in ons nieuwe huis naast ons ‘gewone’ werk (wat allesbehalve gewoon was) komt er weer meer ruimte voor ontspanning. Mede door de enorme verbouwing van ons huis, die we zoveel mogelijk zelf hebben uitgevoerd, heb ik niet lang stil gestaan bij alles wat werd afgelast.

Onze zomervakantie, een reis naar het Griekse schiereiland Pilion en een bezoek aan de Meteora Kloosters op het vaste land, ging vanzelfsprekend niet door. Dus drie weken non-stop doorgewerkt aan ons huis. Tijdens mijn weekje vakantie in november haalde de vermoeidheid mij genadeloos in. Met nog steeds veel kluswerk op de agenda kon ik me maar moeilijk ontspannen. Het jaar 2020 stond voor mij naast het verbouwen in het teken van het project Kern met Pit: het ontwikkelen en realiseren van de Trikker-tegel. Mede door de Covid-19 pandemie was het benaderen van en overleggen met verschillende mensen ineens een stuk lastiger. Mijn batterij haalde de 100% bij lange na niet, ik bungelde dik in het rood. Met pijn in mijn hart heb ik daarom het project Kern met Pit losgelaten, ook al had ik fantastische hulp. Als ik ergens voor ga wil ik dat met volle toewijding kunnen doen en belangrijker nog, ik wil er blij van worden. Beiden waren ver te zoeken…

Mijn baan in het verpleeghuis werd ineens een stuk intensiever. Eind oktober stond de verhuizing naar ons nieuwe huis voor de deur. De badkamerverbouwing in de laatste fase en nee, nog geen keuken. Gelukkig wel een gaskookplaat, koelkast en vriezer in de garage. Een ontzettende lange ‘nog-te-doen-lijst’ bleef mijn dagelijkse doen beheersen. In december was er gelukkig ruimte voor nog een weekje vrij. Zowaar heb ik een paar dagen volledig aan mijzelf durven denken! Banken, Netflixen en niksen. Alhoewel niksen.. dat bouwstof in huis alleen al is deprimerend! Rond Sinterklaas werd gelukkig de nieuwe keuken geïnstalleerd en direct heel dankbaar in gebruik genomen. Terugkijkend op 2020 realiseerde ik me pas hoezeer ik alle uitstapjes gemist heb. Gelukkig had ik wel die superleuke opdracht om mee te werken aan de Achterhoekse Almanak 2021 en kreeg ik een prachtige foto opdracht voor de Achterhoekse Courant, met schuren.

Voor het komende jaar heb ik me voorgenomen meer tijd om te zetten in ‘ontspan-tijd’. Voor mij betekent dat tijd maken om te wandelen, te fotograferen, te lezen en te schrijven. Mezelf eerst maar eens getrakteerd op nieuwe wandelschoenen en een nieuw notitieboek. Eerste hard nodig, tweede nooit genoeg van. Ik kijk er naar uit om mezelf weer op te laden in de natuur en mijn project ‘Achterhoekse schuren’ weer op te pakken. Toen ik de kans kreeg om het Lichtenvoordse Bloemencorso te volgen van ontwerp tot optocht, heb ik de schuren even laten staan. Mijn hart is er echter nog steeds vol van, ik wordt er nog altijd enorm blij van. Dus 2021 ga ik verder op schuren-jacht.

Er moet nog veel gedaan worden in huis. Hopelijk ben ik snel vertrouwd met mijn nieuwe woonomgeving en de nieuwe geluiden in dit oude huis. Dan worden de onrustige nachten en herbelevingen ook vanzelf minder. Was 2020 dan echt zo’n rot jaar? Nee, het was anders. Het heeft ons gebracht waar we nu zijn, in ons eigen eigenhandig verbouwde huis waar we hopen nog minstens 20 jaar samen te mogen zijn. Het huis voelt goed, elke dag omarmt het ons opnieuw en zijn we trots op wat we hebben bereikt. Het heeft ons zo mogelijk nog dichter bij elkaar gebracht. Het heeft mij geleerd beter naar mijn lichaam te luisteren, niet doorgaan tot het duister wordt in mijn hoofd. Op de valreep van 2020 hebben we een nieuwe zomervakantie geboekt naar het Oostenrijkse Karinthië. Op mijn vrije dagen pak ik stukje bij beetje de nog wachtende klussen aan. Op sommige dagen zullen die klussen echter even moeten wachten. Dan ga ik weer gewoon wandelen, fotograferen en schrijven.

Hopelijk draait de Achterhoek snel weer op volle toeren! De horeca, evenementen groot en klein, festivals en activiteiten. Het Bloemencorso, Carnaval, markten en concerten. De schouwburgen, cultuurhuizen, campings en kerken. Georganiseerde wandeltochten en excursies, lezingen en workshops. Zodat onder andere al die fantastische vrijwilligers weer nodig zijn. Zodat diegenen die dat nodig hebben weer gezien worden.

𝓚𝓪𝓶𝓮𝓻 𝓿𝓸𝓵 𝓿𝓮𝓻𝓱𝓪𝓵𝓮𝓷

De slaapkamer is misschien wel het meest belangrijke stukje (t)huis in ons leven. Gemiddeld slapen we zo’n 30 jaar in ons bestaan! De kamer waarin alle emoties de vrije loop kunnen worden gegeven, omdat je je er meestal veilig en geborgen voelt. Hoe mooi als het dan ook nog eens een heel persoonlijke ruimte is, een kamer vol verhalen.

Het nieuwe bed stond al langer op ons wensenlijstje. Gemaakt van oersterk wildeiken, met bijna tot geen gebruik van metalen onderdelen. Het zogeheten ‘schwebebett’ werd op maat gemaakt in Zuid-Duitsland. Het doet zijn naam in ieder geval eer aan, het lijkt daadwerkelijk of het bed zweeft boven het kleed! Wat kleur betreft had ik de vrije hand, ik koos voor donkerblauw. Donkerblauwe wanden afgewisseld met een kleine twee meter bloemenbehang dat doet denken aan een stilleven van Jan Davidsz. de Heem. Een stukje kunst in de slaapkamer, iets waar ik niet zonder zou kunnen in mijn leven. Ik ben verzot op kunst. Kunst vertelt een verhaal, kunst inspireert tot het bedenken en vertellen van eigen verhalen. Op mijn nachtkastje ligt ook altijd een verhaal, gebonden in papier uiteraard (ik ben anti E-reader). Op het moment van schrijven ligt er het boek van de Duits- Libanese schrijver Pierre Jarawan, The Storyteller. In de Engelse taal, zo lees ik ze het liefst.

Aan de wand koos ik voor kunst met een twist. Twee oude schilderijen van Vermeer in een nieuwe tijd. Het meisje met de ballon en Het straatje van Delft. Op het tafeltje eronder staan twee kleine beeldjes die ik ergens in mijn kindertijd heb gekregen van mijn moeder. We kochten ze bij een kleine kunstwinkeltje waar we regelmatig even binnenstapten. Op het ladekastje staat een foto van mijn grootouders, de ouders van mijn moeder. Zij zijn enorm belangrijk voor mij. Van jongs af aan bracht ik iedere vakantie en lang weekend vrij bij hen door op hun Achterhoekse boerderij. Mijn opa leerde mij bijzonder veel over de natuur, de dieren en hout bewerken. Als het regende en het echt geen weer was om naar buiten te gaan, had ik natuurlijk de enorme ‘deale’ als speelterrein. Soms nam mijn opa me ook mee naar het werkschuurtje en liet me een iets maken van reststukken hout. Zo leerde hij me allerlei gereedschap gebruiken om nauwkeurig te meten, zagen, schuren, boren en spijkeren en tot slot alles weer netjes aan kant maken. Van oorsprong komen ze beiden uit Zeeland, op latere leeftijd zijn ze naar hun geboortegrond teruggekeerd. Voor het fotolijstje ligt een grote platte Zeeuwse oester. Deze worden met de hand beschilderd, een Zeeuws Blauw kunstwerkje. 

Op de stoel staat een kussen gemaakt van een oud T-shirt door Atelier Net ff Anders. Een T-shirt waar ik nooit afstand van heb kunnen doen. Ik kocht het in de puberteit in een zomervakantie op de camping in de Betuwe. Mijn vakantievriendje Jeroen had hetzelfde T-shirt, gekocht bij dezelfde Cool Cat in Utrecht. Roze en tuttig was niet mijn ding, ik droeg liever zwart en stoer. Many Colors in Utrecht was een favoriete winkel. Je kon er kleding kopen van vele Hardrock bands waar ik toen voornamelijk naar luisterde. Het shirt lag lange tijd onderop de stapel in de kast. Totdat ik zag dat Atelier ff Anders prachtige dingen maakt van oude kledingstukken. Zo kwam ik op het idee om mijn shirt weer zichtbaar te maken in de vorm van een kussen.

Souvenirs zijn leuk. Een herinnering aan bezochte landen en steden. Zo bezoeken wij ook altijd graag bijzondere kerken. In een aantal van die kerken kochten we een rozenkrans. Zo hangt er één uit de Notre Dame in Parijs en ook eentje uit de Dom in Trier. In Griekenland kocht ik de handgemaakte Kombolói kralen (bidkralen) van lavasteen in één van de officiële Kombolói musea. De Griekse ‘Tamata’ met een oor komt van Kreta. De kleine metalen plaatjes worden in de kerk gehangen om te bidden of te danken voor genezing van bijvoorbeeld een bepaald lichaamsdeel of een babywens. Zo zijn er dus plaatjes met een arm, een hart of een baby. Er zijn ook schildjes met een auto om te bidden voor een veilige reis etc. Marc vond het grappig om deze met een oor te kopen in de hoop dat ik beter zou gaan luisteren (lees gehoorzamen). Maar ja, het plaatje is niet opgehangen in het Griekse kerkje waar we hem kochten, dan gaat zijn werking natuurlijk verloren.

Al met al dus echt een kamer vol verhalen. Vol herinneringen en kleine dierbare spulletjes. Een slaapkamer met niet alleen maar nieuwe spullen, soms moet je dingen een tweede leven gunnen en jezelf richten op duurzaamheid. Wij zijn superblij met het tweedehands ladekastje en perfect bijpassende donkerblauw verduisterende gordijnen! Een slaapkamer die we eigenhandig hebben verbouwd en gemaakt tot deze veilige, gezellige en geborgen plek.  Waar ik me even terug kan trekken met een boek of beker thee. Een slaapkamer die ons na jaren hopelijk nog net zo gelukkig maakt als nu, vol nieuwe verhalen.

Zo begon het verhaal van de kamer vol verhalen, als een onbeschreven blad.

Achterhoekse Almanak 2021.

De afgelopen maanden heb ik alles behalve stilgezeten, al lijkt dat wel zo als ik naar de laatste datum van mijn column kijk! Mijn activiteiten speelden zich, zoals bij zovelen, vooral binnenshuis af.

Het schrijven van de maandelijkse natuurkalender voor de Achterhoekse Almanak 2021 was een ontzettend leuk project waar ik met veel plezier aan heb gewerkt. Mijn opa leerde me al van jongs af aan om de natuur echt te zien, te horen en te ruiken. Ieder seizoen heeft zo zijn eigen verhaal. En die verhalen liggen voor het oprapen, als je er maar oog voor hebt. Ook heb ik beeldmateriaal mogen aanleveren voor de almanak die zo her en der tussen mijn teksten door zijn afgedrukt.

Ik kijk uit naar het jaar 2021. Een nieuw begin waarin hopelijk weer meer mogelijk is. De Achterhoekse streek bruist immers van activiteit. Ook al waren er vele deuren gesloten, onze prachtige natuur is gelukkig altijd toegankelijk.

Vers van de pers.
Tof om aan meegewerkt te hebben.
Wat een mooie activiteit was dit, hopelijk in 2021 weer mogelijk.

𝙑𝙖𝙣 𝙙𝙚 𝙗𝙖𝙖𝙣.

Het Coronavirus is ondertussen ook mijn agenda binnengeslopen. De voorstelling ‘Februari’ van toneelgroep ’t Buurtschap uit Sinderen waar ik morgenavond naartoe zou gaan is definitief afgelast. Ik was erg benieuwd naar de productie over de Februaristaking van 1941 te Amsterdam. De Amsterdamse arbeiders kwamen in opstand tegen de Duitse bezetter en de beginnende Jodenvervolging in Nederland. In aanloop naar de viering van 75 jaar vrijheid leek me dit een bijzonder avondje uit.

De Nederlandse overheid adviseert om alle evenementen met meer dan 100 bezoekers in heel ons land af te blazen. Ook musea, theaters en sportclubs krijgen het advies om de deuren de komende weken te sluiten. Volgende week stond er een avondje in Theater de Storm in mijn agenda, de tweede voorstelling van Hendrik Groen. Afgelast, wellicht wordt de toneelvoorstelling verschoven naar mei of juni. Ik merk dat ik ondanks mijn begrip voor de maatregelen (de agressiviteit van een griepvirus kan veranderen/ toenemen) ondertussen wel een beetje ‘Coronavirusnieuws-moe’ begin te worden.

In de 20e eeuw werd de wereldbevolking al vijf keer eerder getroffen door een pandemie. De Spaanse griep (1918-1920) eiste de meeste slachtoffers, 20 tot 100 miljoen doden. In 1957 trof de Aziatische griep de wereld, elf jaar later in 1968 brak de Hongkong griep uit. Aan het aantal dodelijke slachtoffers is te zien dat de deskundigheid binnen de gezondheidszorg door de jaren heen enorm is gegroeid. De Mexicaanse griep en de uitbraak van het SARS virus herinner ik mij nog goed. In Nederland overleden 60 mensen aan de Mexicaanse griep, terwijl bij een ‘gewone’ Nederlandse seizoensgriep jaarlijks tussen de 250 en de 2000 mensen overlijden!

Ik kan me niet herinneren dat er eerder zulke drastische maatregelen werden genomen? De run op mondkapjes de afgelopen weken was bizar! En dan te bedenken dat het nutteloos is bij bescherming tegen Corona. Voor wie ze toch nog in wil slaan: lang leve Marktplaats. Ik blijf er vrij nuchter onder merk ik. Dankzij mijn werk in het verpleeghuis ben ik sowieso altijd al alert op hygiëne, daar is het heel normaal geworden om de hele dag je handen te wassen en desinfecteren. Al vind ik dat we ook daar soms een beetje doorslaan. Aan de andere kant stap ik zelf ook graag dagelijks onder de douche, gebruik ik bodylotion, deodorant en lekkere geurtjes. Vrij van parabenen, dat dan weer wel.

Gelukkig heb ik mijn handen vanaf volgende week vol aan klussen. Begin april stond er een midweek naar de Ardennen gepland, die heb ik gelukkig kunnen annuleren toen de verhuizing in beeld kwam. Voor bijzondere foto’s zou ik die week eigenlijk naar Rome af moeten reizen! Lege straten en pleinen, geen lange wachtrijen voor de musea. Triest natuurlijk voor iedereen die zijn inkomen genereert uit het toerisme. Als ik daarentegen de beelden zie van ontelbare Syriërs die Idlib ontvluchten in de hoop te overleven, vind ik dat vele malen schrijnender.

Het Coronavirus zal nog lang ons leven en het journaal bepalen vrees ik. De economische en sociale gevolgen van zo’n wereldwijde epidemie zijn desastreus. Een wereld zonder pandemieën? Een mooie fantasie, onmogelijk volgens de evolutietheorie van Charles Darwin.

𝑯𝒆𝒕 𝒊𝒔 𝒘𝒆𝒆𝒓 𝒃𝒂𝒍.

Rebellen en dwarsdenkers, het thema van de 85e Boekenweek in 2020. Het doet me denken aan een boek uit mijn jeugd dat ik meerdere keren las: Doldwazen en Druiloren door Ulf Stark (1984). Bekroond met de zilveren griffel in 1986. Simone, een stil meisje met weinig zelfvertrouwen, verhuisd naar een nieuwe stad. Vanwege haar korte haren en jongensachtige kleding ziet de nieuwe juf haar aan voor ‘Simon’. Simone besluit het zo te laten, gaat voortaan met een prop watten in haar onderbroek naar school en beland in ongemakkelijke en ook hilarische situaties. Het boek past prima bij het thema van deze Boekenweek. Sommige boeken zijn nu eenmaal tijdloos.

Zo lang ik mij kan herinneren waren er boeken en tijdschriften in mijn leven. Iedere avond las mijn moeder mij voor, al voor mijn eerste verjaardag begon ze hiermee. Op mijn kamer stond de lange boekenplank vol kinderboeken. Series als ‘Tup en Joep’ en Oki en Doki’. In 1957 verscheen de titel ‘Oki en Doki bij de Nikkers’, dat in 1971 veranderde in ‘Oki en Doki bij de negers’. In 1982 onderging de titel opnieuw een verandering: ‘Oki en Doki op het eiland’. Een discussie van destijds die ook nu steeds vaker in alle hevigheid lijkt terug te komen. Mijn meeste favoriete serie was toch wel ‘De Kameleon’, spannende avonturen op het Friese platteland. Mijn lievelingsboek kwam uit de pen van Johannes Mario Simmel, “Een Autobus zo groot als de hele wereld’. Wellicht dat ik daarom meteen weg was van het schilderij met de autobus van Evelien Hengeveld. Een dwarsdenker om te bewonderen!

Op school oefenden we klassikaal met lezen. Om beurten moest er worden voorgelezen. Ik wist nooit waar we gebleven waren. De eerste paar keer ging men uit van onoplettendheid. Gelukkig ontdekte de juf al snel dat ik in mijn eigen tempo las, en het boekje al bijna uit had. Vanaf toen kreeg ik moeilijkere boeken aangereikt en mocht ik voorlezen uit ‘eigen werk’. Hoe fantastisch toen we een meester kregen die graag voorlas uit de boeken van Jan Terlouw! Het met een Gouden Griffel bekroonde Koning van Katoren (1971) is al een even tijdloos boek als eerdergenoemde. De zeven opdrachten die Stach moet uitvoeren staan eigenlijk centraal voor allerlei maatschappelijke problemen zoals milieuvervuiling, wapens en strijd tussen religies.

Het thema doet me ook meteen denken aan Maarten ’t Hart. Over een dwarsdenker gesproken! Het Boekenbal van 1991 werd er één om nooit te vergeten omdat Maarten ‘uit de kast kwam’ als Maartje. Na een aantal publieke travestie optredens verdween Maartje voorgoed van het toneel. Hoe dan ook, Maarten had openlijk een groot taboe doorbroken. Het eerste Boekenbal vond plaats in 1947, in het Koninklijk Concertgebouw. Ondertussen is het traditionele openingsbal op de vooravond van de Boekenweek een prestigieus feestje geworden dat veel media-aandacht trekt.

Lezen is nog steeds onlosmakelijk aan mijn leven verbonden. Wat dat betreft ben ik meer de dromerige dwarsdenker die veilig vanuit mijn eigen huis afreist naar andere vreemde werelden. Mijn voorkeur gaat uit naar de wat onbekendere literaire werken zoals het fantastische boek ‘De Duivenhoudsters’ van Alice Hoffman. Het historische verhaal voerde mij mee naar het jaar 70 na Christus, de belegering van Masada. Het vertelt het verhaal van vier vrouwen, vier dwarsdenkers en rebellen. Weer wat geleerd over de geschiedenis, zoals vroeger met de boeken van Thea Beckman.

Schrijven is wellicht nog meer aanwezig dan lezen in mijn leven. Gestaag vordert het manuscript over mijn eigen jeugd. Waarin ik rebelleerde om te vergeten… Waarvan ik nu weet dat ik het nooit zal vergeten. De pen is nu mijn wapen tegen het verleden. Wie weet wordt het ooit nog eens uitgebracht bezorgd het me een toegangskaartje tot dat prominente Boekenbal!

Maartje
Maartje ’t Hart, Boekenbal 1991.

Over oude Hessenwegen.

Vrijdag 21 februari was de eerste bijeenkomst in 2020 van Stichting Achterhoek weer Mooi. Op het programma stond een bezoek aan Hanzestad Doesburg. Zo’n dertig deelnemers, waaronder ikzelf, verzamelden zich bij De Roode Tooren. Het museum, dat sinds eind jaren ’70 is gevestigd in het voormalig politiebureau van Doesburg, heeft naast de permanente tentoonstellingen ook wisselende exposities. De huidige expositie ‘Hessenwegen en Kiepkerels in de Achterhoek’ is voor Stichting Achterhoek weer Mooi (kortweg StAM) met name interessant vanwege de oude hessenwegen/ handelspaden die her en der nog in het Achterhoekse landschap te vinden zijn.

Hessenwegen in Nederland zijn wegen die werden gebruikt van eind 17e eeuw tot begin 19e eeuw door Duitse handelaren. Van oorsprong kwamen zij hoofdzakelijk uit het Duitse Hessen en trokken zij via de Achterhoekse streek naar het westen, veelal naar Amsterdam. Al snel werden handelaren uit andere Duitse regio’s, vanwege hun taal en beroep, ook Hessen genoemd. De IJssel vormde voor de voerlieden (handelaren) een barrière. Alleen bij Zwolle, Deventer, Zutphen, Doesburg of Arnhem konden zij de rivier oversteken. De meest gebruikte route (oudste, gemakkelijkste en veiligste) liep via Zwolle. Toen in 1643 de schipbrug bij Doesburg in gebruik werd genomen, was dat voor veel voerlieden een reden om hun route te verleggen en hier de rivier over te steken. Dat het al snel één van de belangrijkste Hessenroutes in ons land werd, kan worden vastgesteld aan de hand van snel stijgende opbrengsten van tol-, en bruggelden.

Doordat sommige Hessenwegen (zandwegen) veel gebruikt werden, ontstonden er soms diepe sporen op de route. Meestal losten de voerlieden dat op door naast het bestaande spoor een nieuw spoor te gaan maken (er bestonden toen nog geen standaard as-breedten voor de karren). In sommige gebieden hadden de Hessenwegen dan ook een breedte van een paar honderd meter! De Hessenkerels waren in de Achterhoek legendarische figuren. Een aantal gezegden herinneren hier nog aan zoals: hi-j vret as ’n Hesse! In de Achterhoek vind je ook nog vele herbergen die met het Hessenverkeer verbonden waren, zoals Het Wapen van Heeckeren in Hummelo. Niet alle Duitse handelaren trokken door naar Amsterdam. Sommigen trokken rond langs de dorpen en afgelegen boerderijen met een grote korf (kiep) op hun rug om hun koopwaar te verhandelen. Zo kregen deze marskramers al snel de bijnaam ‘kiepkearl’. Deze kiepkearls gebruikten meestal een netwerk van bestaande voetpaden (kerkepaden/ lijkwegen) in plaats van de voor hen moeilijk begaanbare Hessenwegen. Het Doesburgsepad (tussen Hummelo en Drempt) was zo’n handelspad.

Na het bezoek aan de expositie bij het museum kregen we een rondleiding door de Martinikerk in Doesburg. De kerk, gewijd aan Sint Maarten, werd in 1235 gebouwd als Romaanse kerk. De kerk en toren werden in de loop der jaren door vele rampen getroffen. Op verschillende panelen in de Martinikerk wordt deze hele geschiedenis weergegeven. In 2015 werd de kerk opnieuw ingericht voor multifunctioneel gebruik, zo vind je nu achter in de kerk een keuken, toiletten en een winkeltje. Een prima plek dus voor STaM om de laatste stand van zaken betreffende de landschapsmonumenten te bespreken. Van iedere deelnemer wordt namelijk gevraagd een door hem of haar gekozen landschapsmonument in eigen omgeving te gaan onderzoeken en beschrijven.

Eén van de deelnemers, Bernard Berendsen, vertelde vandaag wat meer over zijn modelbeschrijving van een landschapsmonument. Het Brook is een stuk bos in buurtschap het Woold in de gemeente Winterswijk. Het bosperceel is onderdeel van Scholtengoed Het Roerdink. Oude historische kaarten geven een goed beeld van de grens en de landweren. Zo ontdekte Bernard dat op sommige plekken de aarden wal wel twee meter hoog was. Op de Algemene Hoogtekaart Nederland was de oude gracht van Het Roerdink nog te zien. In de brochure ‘Winterswijk: een nieuwe kijk op oude bossen’ vond Bernard informatie over de verschillende boomsoorten in het stukje monumentale bos. Bernard is nu ongeveer halverwege de modelbeschrijving van Het Brook. De volgende stap is in gesprek gaan met verschillende eigenaren.

Tot slot kregen we nog een boeiende presentatie van Davy Kastelein (archeoloog voor de gemeente Zutphen en de regio Achterhoek) over de Gasthuiskerk in Doesburg. De protestantse kerk werd gebouwd in de 14e eeuw, waarschijnlijk als ziekenzaal. Van oorsprong was het kerkje namelijk een gasthuis met kapel. In 1354 werd de eerste priester aangesteld en in 1402 kwam het eerste altaar waardoor het gebouw een specifieke kerkfunctie kreeg. Davy deed met zijn team verschillende opgravingen in en rondom de kerk. Langs de buitenmuur vond men vele skeletten. Nader onderzoek liet zien dat bijvoorbeeld één van hen een soldaat moest zijn geweest (vele verwondingen aan schedel en lichaam). Twee bijzondere skeletvondsten zijn permanent te zien in het museum De Roode Tooren. De meest bijzondere vondst was wel een zilveren penning uit Lund (nu Zweden, toen Denemarken). De munt werd geslagen tussen 1286 en 1319 onder koning Erik Menved, en vrij zeldzaam (er zijn enkele vondsten bekend in Zutphen en Kampen). Het toont de vroege handelscontacten aan van Doesburgse handelaren met Denemarken. Daar hadden we natuurlijk al van alles over gezien bij de expositie.

Het was weer een waardevolle en leerzame middag door Stichting Achterhoek weer Mooi! Ik weet in ieder geval alweer veel meer over die mooie Hanzestad Doesburg. Het museum De Roode Tooren is gratis toegankelijk en de expositie is zeker een bezoekje waard.

roodetooren
Expositie over Hessenwegen en Kiepkearls in museum De Roode Tooren.

Martinikerk
Rondleiding door de Martinikerk te Doesburg.

Design door andere ogen.

Donderdag 30 januari had ik een plekje gereserveerd voor de veelbesproken tentoonstelling in het Design Museum Den Bosch. De tentoonstelling ‘Design van het Derde Rijk’. Het museum exposeert allerhande design en kijkt daarbij verder dan het ontwerp. Welke invloed had en heeft het op ons dagelijks leven? De nazi’s waren meesters in het gebruik van design om hun doel te bereiken en massa’s mensen geloofden daarin. De museumdirecteur sprak de woorden: “Als je volmondig ‘dit nooit weer’ wilt kunnen zeggen, moet je de moeite nemen te onderzoeken hoe de processen van beïnvloeding destijds werkten. Dat is wat deze tentoonstelling doet.” Iets wat mij nog altijd verbaasd, hoe kon Hitler zoveel zieltjes winnen? Daarom wilde ik de tentoonstelling met eigen ogen bekijken.

Thuis had ik me al een beetje ingelezen, de zaalteksten staan namelijk ook op de website. Ieder ticket heeft een vaste starttijd. Zo kan het aantal bezoekers ineens gereguleerd worden en kan de aanwezige bewaking (verassend veel) zich concentreren op het alom geldende fotoverbod. Geen selfies met de nazivlag. Wat me direct opviel bij binnenkomst is de afwezigheid van kleur, grijs en wit zijn overheersend. De tentoonstelling begon met een korte film in een aparte zaal. Het aanwezige publiek was zeer divers. Tieners en pubers, vrouwen met hoofddoek en enkele ouderen die zich moeizaam voortbewogen met rollator (hoogstwaarschijnlijk de naziperiode heel bewust meegemaakt).

In de tentoonstellingsruimten was een passende ingetogen sfeer. Geen muziek of video’s. Ook hier weinig kleur, het weinige wat aan de muren hing spatte er beslist niet vanaf. Ook de bezoekers liepen allemaal heel bescheiden rond, bijna in stilte. Wat mij vooral opviel in de ontwerpen is dat de nazi’s enorm veel gekopieerd hebben van de klassieke vormgeving als machtsvertoon en dit net even anders toepasten als symbool voor het Derde Rijk. Hoe treurig dat de swastika (het hakenkruis) in de Romeinse oudheid en het Hindoeïsme juist symbool stond voor levenskracht en geluk. Het aantal tijdschriften was enorm, voor iedere doelgroep werd er een gemaakt. Mannen en vaders, vrouwen en moeders, jongens en meisjes, soldaten en buitenlandse bezoekers. Het beleid hierachter was dat iedereen op een specifieke manier moest worden aangesproken, zelfs met eigen lettertypen. Een sterk staaltje nieuwe techniek destijds was de ‘volksempfänger’ (radio) waarmee alleen Duitse zenders beluisterd konden worden, met wederom voor iedere doelgroep een programma. Mensen konden door middel van spaarzegels voor hun eigen Kdf-wagen (kraft durch freude, voorloper VW Kever) sparen. Geen van hen zou ooit een auto ontvangen. Kort nadat het Duitse leger in september 1939 Polen binnenviel, schakelde de Volkswagenfabriek over op militaire productie met een flink startkapitaal in de pocket. Niets was aan het toeval overgelaten. Het concept voor de auto werd overigens afgekeken van de joodse ingenieur Josef Ganz. Terwijl Hitler aan Porsche een mythische status toebedeelde, werd Ganz door de nazi’s uit de geschiedenis gewist.

De Duitse bevolking destijds was gefrustreerd en vooral bang voor het opkomende communisme. Daar werd handig op in gespeeld met de zogeheten ‘Blut und Boden-vormgeving’, romantiseren van oude tijden in de negentiende eeuw. Niemand kende eigenlijk het volledige partijprogramma van de NSDAP, het vleugje hoop en de beloftes waren al genoeg. Dat brengt het ineens wel akelig dichtbij. Ik durf te wedden dat dit heel vaak het geval is bij aanhangers van extreem rechtse partijen? Ook nu heerst er regelmatig grote ontevredenheid, de boosheid en verwensingen op social media zijn geen uitzondering meer. Wat dat betreft zou het in onze westerse wereld zo weer kunnen gebeuren…

Zouden de nazi’s ook zo succesvol zijn geweest zonder het zorgvuldig uitgedachte design? Mag je een ontwerp mooi vinden, het ontwerp zelf is immers niet schuldig? Als we aan design denken, denken we aan iets moois. Iets moois is goed, toch? Vormgeving beïnvloed ons denken. Design kan ook gevaarlijk zijn. Het kan verleiden om over te gaan tot het kwaad, soms zonder dat je het in de gaten hebt. Dat is het doel van deze tentoonstelling aldus het Design Museum: het publiek laten zien en begrijpen welke rol vormgeving speelde in het Derde Rijk. Zodat we er hopelijk voor de toekomst van kunnen leren.

Ik vond het een interessante tentoonstelling. Opvallend om te zien hoe ‘oud design’ dat eens mooi werd gevonden eenvoudig door de nazi’s werd gekopieerd. Net even anders vormgegeven werd het door hen hergebruikt. Design dat daarna nooit meer als ‘mooi’ zou worden beschouwd.

Meer over de tentoonstelling:

Design van het Derde Rijk

Project Autobahn, vijf gigantische foto's.
Foto: Design Museum Den Bosch.

Kasteel Slangenburg.

Sinds de veertiende eeuw was het kasteel in handen van een hele reeks kasteelheren uit het geslacht Van Baer (ruim tweeënhalve eeuw). De eerste vermelding hiervan was in het jaar 1354 (Maes Thomas Van Baer). De laatste bewoner uit die familie was generaal Frederik Johan Van Baer. Daarna is de Slangenburg vaak van eigenaar veranderd. Meestal door vererving, maar ook tweemaal door verkoop. De laatste verkoop vond plaats in 1895 toen de Duitse houthandelaar en grootindustrieel Arnold Passmann uit Duisburg (vestingstadje Ruhrort) het kasteel en aangrenzend landgoed kocht van de familie Van der Goltz. Eigenlijk alleen maar vanwege de hoeveelheid hout die er te kappen was. Bij het eerste bezoek aan zijn kasteel was hij echter meteen zo enorm verknocht aan het huis en de omgeving dat het de bestemming van buitenhuis kreeg. Na de oorlog werd Slangenburg als “vijandelijk vermogen” van de Passmann familie ontnomen en verbeurd verklaard. Het kasteel kwam onder beheer van het Nederlands Beheersinstituut voor vijandelijke en foute vermogens. Al snel gaven zij het landgoed in handen gaf van Staatsbosbeheer. Sinds de jaren vijftig is Rijksgebouwendienst verantwoordelijk voor het onderhoud van het kasteel en beheert Staatsbosbeheer het landgoed.

Frederik Johan Van Baer verloor zijn vrouw Dorothea Petronella na een ernstige ziekte toen ze pas anderhalf jaar getrouwd waren. Frederik is nooit hertrouwd en verrijkte de Slangenburg met schilderingen op muren en plafonds die hem constant herinnerden aan zijn geliefde vrouw. Daarbij werden de toepasselijke Romeinse/ Griekse mythologische voorstellingen toch wel iets aangepast: veel schilderingen bevatten elementen die te maken hebben met de liefde van Fredrik voor zijn vrouw of met het alleen achterblijven van hemzelf. Je zou hiermee kunnen zeggen dat kasteel Slangenburg wel iets weg heeft van Paleis Huis ten Bosch in Den Haag. In de Oranjezaal liet Amalia van Solms schilderingen en schilderijen aanbrengen om haar overleden man Frederik Hendrik van Oranje te eren. In kasteel Slangenburg deed Frederik Johan van Baer in deze zelfde eeuw dus iets soortgelijks.

Van Baer was behalve officier en kunstliefhebber ook een uitstekend landbouwkundig econoom. In die tijd lag het kasteel in een eenzame streek omgeven door heidevlaktes en vochtige bossen. Hij kocht van de stad Doetinchem een groot stuk van die heide. Dwars over het terrein legde hij een uitgebreid lanenstelsel aan (in de vorm van een trapezium) dat nog steeds in zijn originele vorm aanwezig is en daardoor uniek in Nederland en Europa. Een groot deel van de heide werd ontgonnen en bebost met eiken, beuken en dennen. In 1679 legde hij ook het park rondom het kasteel aan in de toen geliefde formele parkstijl. Hiervan is weinig bewaard gebleven. Frederik bouwde het kasteel zoals hij die erfde (die toen alleen bestond uit de westelijke toren met aangrenzend bouwwerk) uit tot het huidige kasteel in U-vorm. Toch zijn vooral in het kasteel zelf de sporen van Frederik nog zichtbaar. Zijn liefde voor de natuur en de landbouw zie je terug in de vele schilderijen en prachtige uitgesneden vruchten en akkerproducten in lambriseringen en houten lijsten.

Het kasteel wordt gebruikt als zelfstandig gastenhuis. Het enige dat voor publiek toegankelijk is, is de kapel van het klooster. Tenminste tot begin van dit jaar, want tijdelijk zijn er exclusieve rondleidingen door het kasteel. Dat wilde ik als Gastvrouw van het Landschap Gemeente Oost Gelre uiteraard niet missen! Dat het kasteel tegenwoordig de functie van luxe pension heeft (18 gastenkamers) is niet zomaar. Dat komt omdat het kasteel ooit het thuis was van de benedictijner orde. In 1945, na de confiscatie door de Nederlandse staat stond het klooster leeg, te huur. De monniken wilden zich ook graag vestigen in het oosten van Nederland. Zij konden het kasteel toen huren. Vanuit de Slangenburg hebben zij toen de nog steeds bestaande Sint Willibrordsabdij gebouwd, iets verderop gelegen. De benedictijnen hadden als regel dat een men passanten (pelgrims) een onderdak moest kunnen bieden. Dat is de reden dat er nu nog steeds geslapen kan worden in het kasteel. De rondleiding begint met een stukje historie (en een kop thee) in het koetshuis door de gids. Ik had me thuis alvast een beetje ingelezen. De rondleiding begint in het oudste gedeelte van het kasteel, de toren en drie aangrenzende vertrekken. Het was gelukkig heerlijk behaaglijk in de oude waterburcht. Iedere gids heeft zo zijn eigen favoriete verhaal, de onze kon zeer veel vertellen over de schilderingen op muren en plafonds. Welke mythen en sagen bij welke schildering horen. In de grote zaal bleek hij ook nog eens uitstekend piano te kunnen spelen. Al luisterend en bewonderend wandelden we ruim een uur door het kasteel. Het nieuwe gedeelte is duidelijk veel eenvoudiger als het oude oorspronkelijke deel. Dat maakte de rondleiding niet minder bijzonder! Ik vond het geweldig om nu eens de binnenkant van de kasteelmuren te kunnen bekijken, ik kan het iedereen van harte aanbevelen. Na de rondleiding stond er nog een drankje klaar in het gezellige koetshuis.

Meer foto’s onder Portfolio -Kasteel Slangenburg-

DSC_2645-2

Kern met Pit 2020.

Een idee dat al twee jaar ronddoolt in mijn hoofd, een idee om het straatbeeld van Lichtenvoorde meer kleur te geven. Samen met mediaplatform Trikker diende ik het project in bij Kern met Pit regio Gelderland, en eind 2019 kregen we te horen dat we definitief zijn geselecteerd! Dat betekent natuurlijk wel werk aan de winkel.

Hoe is dat idee voor de Trikker Tegel nou ontstaan? Hoe was onze startbijeenkomst en hoe luidde onze pitch? Hoe nu verder?! Lees er alles over op Trikker:

Kern met Pit 2020 – Trikker Tegel

DSC_2485-2