Bungelen aan de brug.

Na een beetje oefenen in Oostenrijk en Zwitserland, durfde ik de Titan RT hangbrug ook wel te bewandelen. De voetgangersbrug bevind zich midden in het natuurpark de Harz en loopt parellel aan de 106m hoge stuwdam van de Rappbodetalsperre. De 483m lange brug hangt boven het stuwmeer, het vrij hangende gedeelte is 458,5m en daarmee meteen nummer 1 op de wereldranglijst. De voorbereidende bouwwerkzaamheden begonnen in 2016. Op 7 mei 2017 werd de Titan RT hangbrug officieel geopend.

De breedte van de brug is iets meer als anderhalve meter en je mag beide richtingen opwandelen. Na het kopen van een kaartje (€6) was het slechts nog een kwestie van zelf scannen en eenmaal door het draaipoortje stond ik binnen enkele meters op de hangbrug. Er kunnen ongeveer 200 mensen van gemiddeld 80kg tegelijkertijd de brug betreden. Zoveel waren het er vandaag (gelukkig) niet. Desondanks voel je meteen dat de brug meedeint op de wind en de voetgangers. Het was een ochtend met flink nevel, wat het geheel soms een wat mysterieuze ‘Stephen King-achtige’ uitstraling gaf. Vijf jaar voor de opening van de brug werd de dubbele touwglijbaan al in gebruik genomen. Met de lengte van een kleine kilometer is het de langste Megazipline van Europa. De touwen hangen deels over het begin van de hangbrug en voor een groot gedeelte over het stuwmeer. Ik vond de wandeling heen en terug, soms met losse handen om een foto te kunnen maken, al avontuurlijk genoeg. In de zomer zal het hier ongetwijfeld vele malen drukker zijn aangezien je ook nog kunt bungeejumpen, abseilen van de stuwdam of een gigaswing onder de hangbrug door kunt maken.

De stad Wernigerode heeft als bijnaam ‘De Bonte Stad van de Harz’ en kreeg zijn stadsrechten in 1229. In 1847 was er een gigantische stadsbrand die heel veel van de mooie vakwerkhuizen in de as legde. Het stadhuis, volgens kenners één van de mooiste van Europa, werd gebouwd in de dertiende eeuw. Het ligt aan een groot en gezellig marktplein waar ik bij conditorei café Wiecker misschien wel de lekkerste apfelstrüdel met eis en sahne ooit heb gegeten! Wat een leuke gezellige plek voor een theepauze. Er waren twee vakwerkhuizen in Wernigerode die ik graag wilde bezoeken. Het kleinste vakwerkhuis en het scheefste vakwerkhuis. In beide is een museum gevestigd dat voor €1 te bezoeken is. Het kleinste was gesloten, het scheefste gelukkig open. Het kleinste vakwerkhuis deed me denken aan het kleine Amsterdamse grachtenpandje dat werd opgeslokt door het Victoria Hotel en echte bekendheid kreeg door de film ‘Publieke Werken’. De film ‘Stuart Little’  speelt zich ook af in een soortgelijk ingebouwd huisje. Het scheefste vakwerkhuis deed zijn naam absolute eer aan. Het leek wel of ik teveel gedronken had! Die ene euro meer dan waard.

Meer foto’s in Portfolio -Harz-.

DSC_1858

In ’t Harz van Duitsland.

Vorige week bracht ik een aantal dagen door in het dorp Quedlinburg aan de rand van het Nationaal Natuurpark Harz in Duitsland, van oudsher een belangrijk mijngebied. Een schitterend natuurgebied van zo’n 100 km lang. De breedte varieert tussen de 30 en 40 km. De bergen zijn van gemiddelde hoogte, met de Brocken als hoogste punt (1142m). Al in het jaar 968 schreef men over mijnbouw in de Harz. In het gebergte werd eerst voornamelijk zilver gewonnen. Later ook koper, zink en lood. Rond 1800 waren dit de diepste mijnen ter wereld, ruim 500 meter!

Tot en met 1989 was het Harzgebergte in tweeën gekliefd, het IJzeren gordijn liep dwars door de bossen en verdeelde dit schitterende stukje Duitsland in de DDR en BRD. De Brocken die op grondgebied van de DDR lag werd verboden gebied. Vanaf 1991 werd het IJzeren gordijn gesloopt. De grenscontroles werden het jaar daarvoor al gestopt op 1 juli 1990. In de Harz is rond de 100 km van de voormalige grens bewaard gebleven, te bewandelen als de Harzer Grenzweg. In de periode van de tweedeling was dit stuk natuur (ongeveer 500m breed) verboden gebied voor iedereen behalve de grenssoldaten. Zij reden patrouilles over aangebrachte betonplaten, de zogeheten ‘Kolonnenweg’. Omdat er verder niemand kwam die de rust en bodem verstoorde, groeiden er na verloop van tijd unieke planten en leven er nu al even bijzondere dieren.

Van dat onmenselijke IJzeren gordijn zijn alleen in het dorpje Sorge nog een paar meter blijven staan, als onderdeel van het Freiland-Grenzmuseum dat daar is gevestigd. Omdat het dorpje direct aan de grens tussen beide staten was het niet toegankelijk zonder een officiële ontheffing. Pas na de Duitse hereniging in 1993 kon iedereen het dorpje zonder toestemming vooraf bezoeken. Hoe klein het plaatsje ook is, al in 1224 werd er een eerste gieterij geopend. Het kleine museum dat in de herfst van 2009 werd geopend in het voormalig stationsgebouw was al gesloten vanwege de winterstop.

Niet ver daarvandaan vind je dus nog de originele prikkeldraadversperring met een stukje van de hondenpatrouillebaan. Na een poosje gewandeld te hebben over de Kolonnenweg doemde de oude originele wachttoren boven de bomen uit. Ook hier stonden nog enkele stukken overeind van het IJzeren gordijn, op een paar meter afstand van de wachttoren. Verscholen tussen de bomen zag ik de bekende zwart, rood en gele grenspaal staan. Het voelde best gek om zo in alle vrijheid over de 500m brede grensstrook te wandelen naar het hek en de grenspaal. In mijn achterhoofd de slachtoffers die probeerden te vluchten, gedood door een kogel of een landmijn. Bizar om hier te staan, in zo’n schitterend natuurgebied achter een hoog hek met prikkeldraad en de afschrikwekkende wachttoren. Kan ik me nu voorstellen hoe dat geweest moest zijn? Nee, dat denk ik niet. Ik kan tenslotte weglopen wanneer ik dat zelf wil, in iedere gewenste richting. Nog altijd vind ik het onbegrijpelijk hoe het kwam tot het plaatsen van het IJzeren gordijn en de Berlijnse muur zo kort na de Tweede Wereldoorlog. Had men daar dan echt niets van opgestoken? Opnieuw beroofde men onschuldige burgers van hun vrijheid, opnieuw vielen er vele dodelijke slachtoffers.

Over de hele wereld verschijnen er alleen maar meer grensbarrières. Elisabeth Vallet, onderzoeker aan de Universiteit van Quebec in Canada, telde er in 2016 vijfenzestig, verspreid over de hele wereld. En dan te bedenken dat zij de zwaarbewaakte zeestraten niet eens heeft meegeteld.

Meer foto’s in Portfolio – Harz-

DSC_1989

Razzia in Aalten.

30 januari 2019 was het 75 jaar geleden dat er in Aalten een razzia plaatsvond. Op zondag 30 januari 1944 werden de Westerkerk (Hogestraat) en  de Christelijk Gereformeerde kerk (Berkenhovestraat) overvallen. De Duitsers wilden de mannen arresteren (tussen 19-23 jaar) die de tewerkstelling ontdoken. Het is één van de grootste oorlogsdrama’s in de Achterhoek. Achtenveertig mannen werden opgepakt, waarna men hen eerst naar de Koepel in Arnhem bracht en later naar het doorgangskamp Amersfoort. Sommige mannen verbleven hier slechts enkele weken, anderen maanden achtereen. Het grootste gedeelte van de arrestanten werd tewerkgesteld, bij boeren vlak over de Duitse grens of in fabrieken in het Ruhrgebied. Na een poosje doken de meesten van hen opnieuw onder. Niet alle mannen hadden zoveel geluk, een aantal belandde in de concentratiekampen Neuengamme en Ravensbrück.

De Duitsers die de Aaltense kerken niet precies wisten te vinden, vroegen iemand op straat de weg vroegen naar de Oosterkerk. Deze persoon kreeg een angstig voorgevoel en stuurde de Duitse soldaten naar de kleinere Christelijk Gereformeerde kerk. Het aantal arrestanten hier viel ‘gelukkig’ mee, zes mannen werden opgepakt. Dhr. H.J. Papiermole heeft nog één van hen weten te redden. In een uniformjasje van de Luchtbeschermingsdienst hield hij de Duitse overvalwagen staande en bulderde luid: ‘Ausweisse sofort!’ De Duitsers gaven hem het stapeltje persoonsbewijzen en Papiermole pikte er één uit. Hij zei dat de bewuste man voor hem werkte en verbood de Duitsers hem af te voeren. Eenmaal in de achtertuin van dhr. Papiermole gaf hij de jongeman zijn persoonsbewijs terug en gebood hem zich onmiddellijk uit de voeten te maken.

De Westerkerk in Aalten zat die zondagmorgen op de 30e januari 1944 overvol. Dit had onder andere te maken met de voorganger die ochtend, Jan Ridderbos uit Kampen. Ridderbos was behalve predikant ook hoogleraar Oude Testament aan de Theologische Hogeschool in Kampen en werkte mee aan de Christelijke Encyclopedie, een voorname bekendheid binnen de Nederlandse geloofsgemeenschap. Veel Scheveningse evacuees die normaal thuisbleven, waren deze zondag ook mee naar de kerkdienst. Tom Visser die boven op de galerij zat, zag door de ramen dat de Duitsers de kerk omsingelden en waarschuwde de mensen. Er werd extra veel gezongen die ochtend, zoals de langste Psalm 119, zodat een grote groep mannen de kans kregen zich te verstoppen. Via de consistoriekamer en een luik op de galerij klommen zij naar zolder. De Duitsers verstoorden de kerkdienst niet, zij wachtten buiten totdat deze afgelopen was. Bij alle vier de uitgangen werd gepost, de kerkgangers mochten alleen door de hoofdingang vertrekken waar alle persoonsbewijzen werden gecontroleerd. Iedereen die geen papieren bij zich had en niet tot de ‘gezochten’ behoorde kon zichzelf vrijkopen door een boete van twee gulden te betalen. Mannen probeerden zich te verstoppen in de klokkentoren, op de orgelzolder en boven de consistorie. Het plafond bestond hier slechts uit gestuukt gaas, het gewicht van de mannen die naast de balken stapten was te veel en veroorzaakte een gat en scheuren in het plafond dat meteen gezien werd door de Duitsers. Zij haalden iedereen weer naar beneden en arresteerden velen van hen.

In die tijd verbleven er veel Scheveningse evacuees in Aalten, voornamelijk ouderen, vrouwen en kinderen. In december 1942 en januari 1943 werden zij door de Duitsers gedwongen hun huizen te verlaten voor de aanleg van de Atlantikwall. In totaal verbleven er zo’n 500 Scheveningse evacuees bij Aaltense gastgezinnen.  Eén van hen, Barendina Visser werd met haar drie kinderen ondergebracht bij de familie Hoopman in het buurtschap Dale en was ook aanwezig bij de razzia. Gerrit Hoopman, één van de drie zonen van het gastgezin kon aan de razzia ontsnappen dankzij Barendina. De Scheveningse vrouw die altijd haar klederdracht aanhad, gaf Gerrit haar hoofdijzer, schoudermantel en rok. Vermomd als Scheveningse wist hij de kerk te ontvluchten. Simon Visser, destijds 10 jaar oud weet het nog goed, vooral de opvallende witte sportsokken van Gerrit die onder de rok van zijn moeder uitkwamen! Hij vertelt erover in de door Linda Brummelman gemaakte documentaire ‘Door het ijzer gespaard’ die in 2014 tijdens de 70-jarige herdenking werd uitgezonden. Ook Cor Buijs had geluk. Hij zat ondergedoken in Lintelo en ging naar de kerk om illegale verzetskranten van Trouw te verspreiden. Een Scheveningse was bereid deze onder haar mantel en rokken te verbergen om ze zo de kerk uit te smokkelen. Als de Duitsers dit hadden ontdekt, was het leed niet te overzien geweest! De werkelijke naam van Cor Buijs was namelijk typerend Joods: Moshe Boas Berg.

Alle gearresteerde mannen werden naar de consistorie in de Westerkerk gebracht. Ter bemoediging las dominee Gerritsma Psalm 121 voor. Deze psalm heeft vele van de mannen hun leven lang troost geboden. Voordat de mannen werden overgebracht naar Arnhem zagen verschillende mensen kans om de gevangenen nog wat te overhandigen. Spulletjes als een stukje zeep, een klein geschreven briefje of een bijbeltje. Soms ook wat te eten, zoals een plak roggebrood of een paar boterhammen. Vijf van hen hebben de oorlog niet overleefd. De mannen die wel terugkeerden waren voor het leven getekend. Zo ook Gerrit Hendrik Nobel, organist in de Westerkerk tijdens die verschrikkelijke ochtend. Zijn zoon Erik was aanwezig bij de herdenkingsdienst en vertelde dat hij veel heeft meegekregen van de diepe littekens die het bij zijn vader heeft achtergelaten. De kinderen kregen het met de paplepel ingegoten: alles wat Duits is, is slecht! De oorlog was nooit ver weg, die invloed draagt Erik de rest van zijn leven mee. Want ook was de oorlog afgelopen, voor zijn vader hield hij nimmer op.

Het Nationaal Onderduikmuseum begon enkele jaren geleden met het achterhalen van de namen van de destijds gearresteerde mannen. Aan de hand van diverse oproepen hebben zij van 42 mannen gegevens weten te achterhalen. Het onderzoek leverde veel persoonlijke verhalen op, en diverse mensen schonken oude bewaarde dagboeken, notities en andere documentatie aan het museum. Zes september 2019 werd er een expositie geopend waarin er aandacht is voor die voorwerpen en verhalen. Men vind het belangrijk om ook de link naar het heden onder de aandacht te brengen. Vrede is voor ons net zo vanzelfsprekend geworden als snel internet. Maar vrede vraagt om onderhoud, discriminatie is opnieuw in opkomst. Het kwetsen van mensen wordt gedoogd onder de noemer ‘vrijheid van meningsuiting’. Vrijheid is niet vanzelfsprekend. In deze herdenkingsdienst werd stilgestaan bij hen die geen keuze hadden zoals wij. Nog altijd zijn er over de hele wereld velen die geen keuze hebben, die worden onderdrukt en opgejaagd.

Anja Tolkamp klom op de ochtend van de herdenkingsdienst, voor de eerste keer via een steile ladder naar de zolder van de Westerkerk. Haar vader, Jan Tolkamp, was één van de 42 mannen die zich daar hadden verstopt. Hij belandde in een concentratiekamp, waar hij wist te overleven. Anja groeide op in Aalten, zij heeft altijd geweten wat haar vader meemaakte, erover vertellen deed hij echter zelden. Op verzoek van zijn kleindochters schreef hij in 2005 zijn verhalen op papier. In 2009 ontmoette Jan Marijke van Dijk tijdens één van haar exposities (Een diepe voor in de aarde). Jan vroeg Marijke of zij wellicht iets kon met zijn verhaal. Vele intensieve gesprekken volgde, Jan en Marijke ontwikkelden een unieke vriendschap. De memoires van Jan zijn door Marijke verwerkt in het boek ‘Over Leven’. Zijn fragmenten en haar afbeeldingen zijn samengebracht in zes handgedrukte en –gebonden edities, waarvan 4 in bezit van de familie Tolkamp.  Eén exemplaar ligt permanent tentoongesteld in het herdenkingscentrum Nationaal Monument Kamp Amersfoort, en het zesde exemplaar is beschikbaar voor exposities.

In de Oosterkerk bevind zich een prachtig gedenkraam, maar liefst acht meter hoog. Het werd geschonken door de overlevenden ter nagedachtenis aan de hulp die de Aaltense inwoners boden aan kinderen, joden, onderduikers, evacuees en mensen die honger leden. Ontwerper Marius Richters heeft in het glas-in-loodraam verschillende dingen uitgebeeld. Centraal staan een boer en boerin, omgeven door hongerende kinderen en een onderduiker. Aan beide kanten zijn marcherende Duitse soldaten afgebeeld. Links onderin staan vrouwen en kinderen om hulp en voedsel te bedelen, aan de rechterkant keren zij bevoorraad huiswaarts. De metselaar en ploegende boer bovenin staan symbool voor de wederopbouw. In 1946, op 13 juli, werd het raam onthuld.

Van 6 september 2019 t/m 23 februari 2020 kun je de expositie over deze razzia bezichtigen in het Nationaal Onderduikmuseum.
DSC_2281
Gedenkraam in de Oosterkerk -Memorial window in the Oosterkerk of Aalten

Buffelboerderij Arns

Na het bezoeken van een geiten-, schapen-, en koeienboerderij in verband met de Week van de Achterhoekse en Liemerse kazen georganiseerd door Slow Food Achterhoek ging ik zaterdagmiddag een kijkje nemen bij de boerderij van Anita Arns in Zevenaar waar zo’n 300 waterbuffels worden gehouden. Ik kende het dier alleen uit natuurfilms, dat wil zeggen de wilde waterbuffel die voornamelijk in Azië voorkomt. In safaripark de Beekse Bergen vind je de Kaapse Buffel, één van de Big Five en ook één van de gevaarlijkste dieren van Afrika. De huisdierwaterbuffels in Zevenaar zijn zo gefokt dat hun eigenschappen zijn aangepast op een leven in dienst en de nabijheid van mensen.

In 2003 kocht familie Arns de eerste 53 waterbuffels. Hiervoor hadden zij een melkveebedrijf. Inmiddels is de kudde van Waterbuffelboerderij Arns zevenaar gegroeid tot zo’n 300 waterbuffels waarvan er 180 melkgevend zijn, goed voor 1800 liter melk. De waterbuffels worden twee keer per dag gemolken. Net als schapen zijn ook waterbuffels lastiger te melken. Ook zij houden hun melk soms op en moeten de uiers eerst een beetje opgeklopt worden. Op het erf ging ik natuurlijk een kijkje nemen bij de stro-potstal waar een nieuwsgierige waterbuffel mij al stond op te wachten. Wat een imposant dier! De meesten lagen heerlijk rustig in het stro. Bijna allemaal hadden ze ook een laagje stro op hun rug? Het blijkt dat de dieren een erg gevoelige huid hebben die nagenoeg kaal is of bedekt met maar een dun laagje haar. Een laagje modder of stro geeft het dier een beschermend en daardoor rustgevend gevoel. In de stal wordt daarom tweemaal daags (na het melken) van bovenaf vers stro gestrooid. De hoorns van de waterbuffel groeien hun hele leven door. Hoe meer deukjes in de hoorn, hoe ouder ze zijn.

In de buffelshop vertelde Anita Arns mij meer over de producten die zij verkoopt, waaronder natuurlijk de geliefde mozzarella kaas. Er wordt ook feta van buffelmelk verkocht: buffaletta. Behalve kaas verkoopt Anita ook buffelboter, vanille-, en chocoladevla met buffelmelk, yoghurt en natuurlijk verse buffelmelk. Met name de laatste twee producten zijn erg geliefd bij mensen met Turkse roots. Buffelmelk heeft namelijk een heel hoog vetpercentage waardoor het erg lijkt op Turkse yoghurt (8% vet waar koemelk meestal rond de 4% vet bevat). Terwijl ik in het winkeltje rondkeek was het inderdaad een komen en gaan van klanten die een meegebrachte jerrycan met buffelmelk lieten vullen! De zuivel wordt verwerkt in de kaasmakerij van Anita’s zwager die 1 boerderij verder woont. Behalve de zuivelproducten worden er in de boerderijwinkel ook vleesproducten van eigen waterbuffels verkocht. Wat na het slachten niet direct vers wordt verkocht wordt ingevroren. Pas als dat grotendeels is verkocht wordt er weer geslacht. Arns beschikt over een eigen ruimte om het vlees te verwerken. Over de bedrijfsvoering vertelde Anita mij dat zij “niet bio is maar wel ‘logisch’”. De dieren krijgen hier geen standaard medicijnen vanaf hun geboorte. Als ze ziek zijn en daarvoor een kuurtje nodig hebben, dan doet Arns dat net zoals je zelf en ieder ander met zijn huisdieren zou doen. In de boerderijwinkel worden ook streekproducten en verse groenten van collega boeren verkocht en je vind er zelfs een apart winkeltje in de winkel! Namelijk Tante Yo Personal Dogtraining & Dogfood. Hier worden o.a. zelfgemaakte snacks van buffelvlees verkocht en ook buffelbotten. Op deze manier wordt dus echt de hele waterbuffel benut.

Ik vond het een weer een prachtig bezoek! Thuis heb ik werkelijk gesmuld van de vanillevla. Het deed me meteen denken aan de dikke romige vla die mijn oma op de boerderij ook zelf maakte.

DSC_1118
De Buffels in de stro-potstal.
DSC_1199
Jao jao, ook de buffels weten alles van de AVG!
DSC_1160
De buffelkalfjes.

Schapenkaasboerderij.

Dinsdag 8 oktober bezocht ik in het kader van de Week van de Achterhoekse & Liemerse kazen wederom een kaasboerderij. Deze keer melkschapenbedrijf De Kooihoek in het Gelderse Laren. Nog niet zo lang geleden maakte ik een boeiende wandeling door deze prachtige omgeving, georganiseerd door de Agrarische natuurvereniging ’t Onderholt. Ook de schapenboerderij is omgeven door een schitterend stuk natuur! Eigenaren Freek Atema en Ellen Stam stonden ons al op te wachten voor een rondleiding. Slow Food Achterhoek organiseert deze week om te laten zien welke heerlijke kazen er worden gemaakt in de Achterhoek en Liemers. Vandaag dus aandacht voor schapenkaas.

Freek houdt zich sinds de jaren ’70 al bezig met schapen melken en schapenkaas maken. Tot 1988 had hij een boerderij aan de Waal in het Gelderse Brakel. Na een aantal jaren waarin hij te maken kreeg met flinke hoogwaterstanden en overstromingen besloot Freek zijn bedrijf te verplaatsen naar Laren. Op de boerderij zorgen momenteel 75 Friese Melkschapen voor melk. In de jaren ’70 en ’80 was het melkschaap bijna geheel verdwenen in Nederland, daarom is het officieel een ‘zeldzaam huisdier’. Ondertussen zijn er al weer wat meer melkschaapbedrijven, echter nog steeds minimaal vergeleken bij ander melkvee. Freek legde mij uit dat het melken van schapen ook best heel arbeidsintensief is. Het neemt ongeveer twee keer zoveel tijd in beslag als het melken van koeien of geiten en bovendien produceren ze maar de helft van de melk in vergelijking met een geit. Een schaap produceert ongeveer 500 liter melk per jaar, een geit daarentegen dus zo’n 1000 liter. Er wordt op De Kooihoek twee keer per dag gemolken in een melkstal met 12 melkplekken. In totaal kunnen er zo’n 40 schapen tegelijk in de melkstal. Via een gangetje komen ze de stal binnen en ja, dan ontstaat er wel eens file! Alle schapenmelk van De Kooihoek wordt in hun eigen kaasmakerij verwerkt tot rauwmelkse kaas. Zo ontstaat er een zeer smaakvolle schapenkaas met eigen unieke Kooihoek-smaak. Ellen legde uit dat er zelfs nog smaakverschil ontstaat wanneer je schapenkaas maakt van eerst gekoelde of juist ongekoelde schapenmelk! Dan is het nóg romiger. Er wordt voornamelijk biologische harde schapenkaas gemaakt, van jong tot overjarig. Daarnaast maakt Ellen ook feta, kwark en ricotta. Ik ben verzot op fetakaas! Dat heb ik echt pas leren eten in Griekenland, bestrooid met olijfolie en oregano. Vandaag zag ik dus gewoon grote verse blokken in een toepasselijke Grieks-blauwe emmer drijven.

Per week wordt er twee keer kaas gemaakt. Behalve door Ellen en Freek gebeurt dat één van beide keren door een vaste medewerker die wekelijks 5 uur op De Kooihoek helpt. Ongeveer de helft van de schapenkazen wordt verkocht op diverse biologische markten. Zelf staat Freek iedere vrijdag op de biologische markt op het Vredenburg in Utrecht. Dat vond ik wel weer toevallig om te horen aangezien ik in Bilthoven ben geboren en ontelbare keren over de (zaterdag) markt in Utrecht heb gestruind en soms ook werkte (in een kruidenkraam). De overige kaas van De Kooihoek gaat naar biologische kaaswinkels en verschillende groothandels in Nederland en ook België. De oudere schapen die nauwelijks of geen melk meer produceren worden door een kleine lokale slager geslacht. Het vlees wordt verwerkt tot schapenworst en deels teruggekocht door Freek die het dan weer op de markt verkoopt. Ook kan er lamsvlees worden gekocht op De Kooihoek. Op de vraag of er verschil is in het maken van schapenkaas en geitenkaas antwoordde Ellen bevestigend. De rijping van de wrongel gaat sneller omdat er meer vet en eiwitten in schapenmelk zit. Het is volgens haar zoeken naar de juiste balans. Roer je te kort, dan heb je een natte kaas. Bij teveel roeren wordt de schapenkaas juist droog en hard. “Het is een stukje beleving dat je na jaren pas echt goed in de vingers krijgt.”

Tijdens de rondleiding over het bedrijf zagen we in de weide ook een Blauwe Texelaar lopen. Dat viel wel op natuurlijk tussen al die witte wollige lijfjes! We vroegen ons af of de witte Friezen dat niet raar vonden zo’n donkere snoet in hun midden? Ellen schoot meteen in de lach. “Jazeker zei ze. Het leek wel alsof ze door een wolf op hun hielen werden gezeten! De eerste paar uur deden ze niets anders als wegrennen voor de Texelaar. Aangezien een schaap een kuddedier is, bleef de Texelaar juist instinctief achter de Friezen aanrennen!” Het is blijkbaar toch goed gekomen, want alle schapen lagen gemuudelijk bi’j mekare.

De hele manier van werken op de Kooihoek is biologisch. In het weideland worden bijvoorbeeld klavers en cichorei gezaaid. Er wordt geen gif gebruikt waardoor er ook veel andere kruiden groeien. Het graanland (dat voor een deel voorziet in het krachtvoer voor de schapen) voldoet aan de voorwaarden van agrarisch natuurbeheer als kruidenrijk akkerland. Naast dit perceel ligt ook nog eens een twaalf meter brede bloemenstrook. Op het dak van de grote stal liggen zonnepanelen, goed voor een derde van het elektriciteitsverbruik. Op de melkstal liggen zonnecollectoren die voor het warme water zorgen. Aan de achterzijde van de boerderij hadden we een schitterend uitzicht over de houtsingel die Freek in de jaren ’90 eigenhandig heeft aangelegd. Het hout wat hieruit komt wordt weer gebruikt in de houtgestookte cv-ketel die  het woonhuis en de kaasmakerij verwarmd. Best veel werk beaamde Freek maar het snoeiwerk vind hij mooi om te doen. Zo heeft hij ook een heel stuk houtwal zelf gevlochten. Het afvalwater van het woonhuis en de kaasmakerij wordt gezuiverd in een rietveldzuivering? Weer iets nieuws geleerd in mijn leven.

We verlieten de Kooihoek niet zonder een heerlijke kom thee (André had geluk, het was geen badwatersmaakje) met iets lekkers erbij. Vanaf de keukentafel hadden we een geweldig mooi uitzicht op de omliggende natuur. Binnen was er overigens ook genoeg te zien! Heel veel trofeeën en bokalen bovenop de schouw waaronder op een schitterend crèmekleurig Aga fornuis de koffie warm werd gehouden. Ik vind deze week van Slow Food Achterhoek nu al geslaagd! Mooi om op deze manier kennis te maken met een aantal bijzondere bedrijven in de Achterhoekse streek en mij bewust te worden van de prachtige streekproducten die zij maken.

 

DSC_1030
Kaasmakerij.
DSC_1024
Als hobby worden er soms ook huiden gelooid.
DSC_1045
Schitterende houtsingel achter de boerderij.

Geitenkaasboerderij.

Geitenkaasboerderij De Brömmels.

Camping en geitenkaasboerderij De Brömmels is gevestigd in het prachtige Winterswijkse Woold. De week van 6 t/m 13 oktober zet Slow Food Achterhoek alle Achterhoekse en Liemerse kazen in de spotlight. Ik ga diverse locaties bezoeken om foto’s te maken en te schrijven over het bedrijf en hun streekproduct. Zo mocht ik maandag 7 oktober meekijken bij het maken van geitenkaas in de kaasmakerij van De Brömmels. De kaasmakerij is spiksplinternieuw, dus had ik ook nog eens de primeur om hier de eerste reportage foto’s te mogen maken! Nu was ik nog niet eerder op deze boerderij geweest dus voor mij was het sowieso al heel bijzonder.

Bert Kots, de eigenaar van het bedrijf, maakt ondertussen al 41 jaar kaas. Als kind had hij al iets met kaas vertelde hij. Zo fietste hij toen al graag naar de nabij gelegen Harmienehoeve waar het heerlijk geurde naar verse kaas. De eerste geit op De Brömmels was Mieke (1995). Inmiddels worden er 130 geiten gemolken. Van die melk wordt voornamelijk kaas gemaakt. Geitenmelk wordt eigenlijk alleen op bestelling verkocht. In de kaasmakerij stond de grote tank al vol met geitenmelk, 1500 liter om precies te zijn. Twee keer week wordt hier kaas gemaakt van eigen melk en één keer per week door een buurman-boer uit het Duitse Bocholt. Hij is eigenaar van Büffelhof Kragemann en maakt zijn eigen buffelkaas in de kaasmakerij van Bert. Aan de melk wordt vloeibare stremsel toegevoegd en daarna in zijn geheel opgewarmd. De melk gaat vervolgens ‘stremmen’, de vaste stoffen (eiwitten) in de melk klonteren samen. Gestremde melk wordt wrongel genoemd. Terwijl Bert de messen bevestigde die de wrongel gaan breken (snijden) vertelde hij enthousiast verder over zijn bedrijf.

Zijn geiten hebben het goed. De laag stro in de stal moet zo dik zijn dat je er zelf ook lekker op kunt liggen. Als dat zo is heeft de geit het volgens hem ook naar zijn zin. Openheid is voor Bert heel belangrijk. “Ik heb een open bedrijf en een open boekhouding. Iedereen mag komen kijken wat ik doe en welke grondstoffen ik gebruik.” Geiten eten voornamelijk gras maar het zijn geen grazers zoals koeien. De meeste geiten bij De Brömmels vind je dan ook in de grote stal, waar ze zelf het allerliefste zijn. Op wat jongvee na, die kunnen naar hartenlust buiten rennen en gekke bokkensprongen maken. De geiten op stal voert Bert voornamelijk hooi van eigen land en een heel klein beetje brokken. Hij vind dat je streekproducten zoals de kazen van De Brömmels ook moet maken grondstoffen uit de streek. Dus wordt er zo min mogelijk hooi aangekocht. Het afvalwater van de kaas wordt ook weer verspreid over het weiland. Dit bevorderd de vertering van het stro, hierdoor valt het sneller uit elkaar legde Bert me uit. Het restproduct van kaas, de (kaas)wei, zou volgens hem nog veel beter benut kunnen worden. Het is bijvoorbeeld zeer geschikt om aan de varkens te geven.

Het kaasmaken doet Bert niet alleen. Meestal wordt hij geholpen door Iris. Toen zij een jaar of dertien was kwam zij als campinggast op De Brömmels. Op het gevarieerde bedrijf van Bert en Ellen is natuurlijk altijd wat te doen, zodoende begon Iris in 2012 met werken op de boerderij. Toen twee dagen per week en inmiddels werkt ze er fulltime. Er worden meerdere keren per week rondleidingen gegeven aan scholen en bedrijven. Wanneer Bert hier geen tijd voor heeft neemt Iris het over. Inmiddels weet ook zij heel wat over het kaasmaken te vertellen. Tijdens de koffie mochten we ook proeven van de diverse geitenkaasjes die hier worden gemaakt. De zachte geitenkaas met mierikswortel waar we volgens Bert mee moesten beginnen smaakte heerlijk. Daarna proefden we nog wat van de harde geitenkaas. Jong naturel, oud en gekruid. Het smaakte allemaal even lekker. De geitenkwark van de Brömmels wordt ook steeds populairder, met name in de horeca.

Deze ochtend werden er 50 pondjes gemaakt, kleine geitenkaasjes van 500 gram. Nu de kerstdagen in zicht komen worden deze weer meer geproduceerd omdat ze met name populair zijn als relatiegeschenk. Het meest gangbaar op De Brömmels zijn echter toch de 5 kilograms kazen, deze gaan naar de winkeliers. Toen de wrongel naar beneden was gezakt werd er 500 ml weivocht uit de tank gepompt. Zo ontstaat er ruimte om warm water toe te voegen wat nodig is om de juiste temperatuur te krijgen. Terwijl Bert de kaasnetten in de wrongel stopte vertelde hij meer over het pekelen van de kaas nadat ze uit de vormen zijn gehaald. De pondjes kaas hebben genoeg aan zo’n zes uur in het pekelbad. Dan is het zout doorgedrongen tot het binnenste van de kaas. De tonnetjes kaas van 5 kilogram gaan 2 dagen in het pekelbad. Zout is niet onderdeel van de smaak, het dient ook als conserveringsmiddel. Minder of geen zout gebruiken betekent dat er meer chemicaliën moeten worden gebruikt. Mooi om te zien hoe Bert en Iris met hun handen werken. Hoe Bert de kaasnetten vult boven de tank en deze vervolgens doorgeeft aan Iris die ze in de kaasvaten (vormen) doet en onder de pers legt om het laatste restje vocht eruit te persen. Om een mooie ronde vorm te krijgen werden de pondjes kaas al vrij snel gekeerd. Nee, dat was geen kwestie van gewoon even ‘op zijn kop leggen’! Eerst moesten alle kaasnetten weer uit de vorm worden gehaald, waarna het kaasje omgekeerd (deze keer zonder kaasnet) terug in het kaasvat gaat en ook weer opnieuw onder de kaaspers. Tijdens dit keren werden de kazen ook voorzien van hun eigen label met uniek serienummer. “Een track & trace code”, zei Bert lachend toen ik vroeg wat hij nu op de kaas plakte.

Tot slot mocht ik nog een kijkje nemen in de pekelruimte waar ook de koelcel en de kaasopslag zich bevind. Het rook er inderdaad heerlijk! Ik moet bekennen dat ik al heel erg lang niet meer in een kaaswinkel of bij een kaasboerderij ben geweest. Meestal ligt er een pakje uit de supermarkt met gesneden plakken kaas in de koelkast. Na deze ochtend vind ik eigenlijk dat daar nodig verandering in moet komen! Zeker nu ik gezien heb dat er bij De Brömmels Pistschekaas ligt te rijpen op de plank.

DSC_0945
Campinggasten kunnen altijd meekijken bij het kaasmaken.
DSC_0993
Keren van de geitenkaasjes.
DSC_1002
Het ruikt zalig in de kaasopslag!

AKW- dienst ‘met een luchtje’

Zondag 18 augustus was er een toch wel heel bijzondere kerkdienst. Ds. Hinkamp noemde het toepasselijk ‘Anders Karke Waen’, deze hele dienst werd er namelijk gesproken in Achterhoeks dialect. De bedoeling was een buitendienst, met de veute in het gres. De Johanneskerk had al laten weten dat we bij een soeze regen in elk geval droog zouden zitten. En droog was het in de koeienstal! Hoe dan ook, de kerkdienst was ‘Krange’! Want normaal zitten we binnen in de kerk, vandaag toch een soort van buiten.

Een zondagsdienst op de daele was eigenlijk helemaal zo gek nog niet. Het verhaal van Jezus begon tenslotte ook in een stal in plaats van in de kerk. De setting past ook uitstekend bij de woorden van Psalm 84: “Uw woning is mij zo lief, Heer”, in de Beschutting van Uw huis, zijn zelfs mus en zwaluw thuis”. Wie weet hebben die zwaluwen in de stal wel net zo aandachtig naar het gedicht van dominee Hinkamp geluisterd als de 150 belangstellenden. Ook dat gedicht ‘Holle Vaten’ werd natuurlijk voorgedragen in dialect. Sloa-j op een vat evuld met water, heur i-j niet meer dan wat getik. Nae een hol vat, dát göf gebater! Niks van binnen, at ’t maor wat liek. Zo gaat het langzamerhand in onze wereld, de mond vol van niks zeggen. De waarheid van het eigen gelijk. Jezus had niets met al dat gebater. De bron van levend water, zo omschreef Hij zichzelf. Het ging Hem juist om heel wat meer dan wat het lijkt. Ook hier is het woord ‘Krange’ weer van toepassing, wat aan de binnenkant zit mag je aan de buitenkant laten zien! En dat doet de Johanneskerk eigenlijk best heel goed, de deuren van de kerk wagenwijd open voor iedereen. Of zoals Jezus zijn leerlingen adviseerde ‘um der op uut te gaon de wiede welt an in”, met een kerkdienst in Egmond aan zee of in Zieuwent bij Boerencamping Woltas.

Behalve binnenstebuiten kent ‘krange’ nog een andere betekenis. Toen dominee Hinkamp het antwoord vroeg aan de toehoorders, kwam dit al snel. Zo zie je maar, interactief is niet alleen iets van internet, het kan ook gewoon in de koeienstal! Bij die tweede betekenis van het woord ‘krange’, dwars of tegendraads, werd verwezen (en geciteerd in dialect) naar het Bijbelverhaal Mattheüs 20:1 -16: De arbeiders in de wijngaard. Krange waen hef vake te maken met iets dat ow neet lekker zit, aldus de dominee. Dat begint meestal met onbegrip of ontevredenheid. In het Bijbelverhaal betaald de landeigenaar alle arbeiders aan het einde van de dag één zilverstuk als beloning. Iedereen krijgt hetzelfde loon, zij die in alle vroegte zijn begonnen en ook zij die zich aan het eind van de middag naar de wijngaard begaven. Dát is toch krange, dat die arbeiders die den helen dag hebt lopen pokkel’n krek ’t zelfde kriegt as leu dee- t maor een uurken heb e-arbeid?! Het Bijbelverhaal spiegelt ons het verschil tussen de wereld van God en die van de mens nog eens glashelder voor. Wij verwachten loon naar werken, en ook ná werken. Ik een beetje meer als jij, vinden de meeste mensen heel gewoon. God rekent echter anders, de één is niks meer of minder dan de ander. Iedereen is welkom, de eerste net zo goed als de laatste. Metdoon is waor God wille an hef, zo eindigde dominee Hinkamp dit mooie symbolische verhaal. De muzikanten van NooTzaak zongen hierna een ook wel heel erg toepasselijk lied: Aardeg doon tegen leu dee neet aardeg doot.

Behalve de muzikale omlijsting door NooTzaak uit Aalten, was ook organist Johan Meerdink aanwezig met zijn keyboard. De samenzang op melodie ‘Een rijk schat van wijsheid’ moest even opnieuw worden ingezet… Blijkbaar heeft Johan zo zijn favoriete knop op het keyboard. Als hij deze indrukt, geet hi-j helemaole lös! Zo verklaarde dominee Hinkamp. Vrolijkheid alom natuurlijk, net als bij de woorden van de ‘köttelpeerkes-blues’ door NooTzaak. De klanken van de mondharmonica klonken prachtig in de grote open stal! Daar hebben de twee koeien die zich een heerlijk plekje binnen zochten vast ook van genoten. Na de dienst was er zoals altijd een kopje koffie of thee, en voor de kinderen limonade. Het was al met al een onmundig mooie hagepreek. Ik zou zeggen Go(e)d gaon!

DSC_8141