Streekverbetering

Het derde college van het Achterhoek College 2019 had als thema: de moderne Achterhoek en architectuur. Het eerste deel: “De moderne Achterhoek – de maakbare samenleving in een achtergesteld stukje Nederland” werd gegeven door Joanne te Winkel uit Winterswijk. Zij studeerde geschiedenis aan de universiteit en maakt deel uit van het projectteam ‘Een Nieuwe Tijd! Wederopbouw in de Achterhoek’. Dit programma is samengesteld door 11 gemeenten in de Achterhoek met als doel het bijzondere erfgoed uit de wederopbouwperiode dat de Achterhoek bezit, groots onder de aandacht te brengen. Dit zal gebeuren in het jaar 2020, aansluitend op 75 Jaar Vrede en Vrijheid in de Achterhoek. Eigenlijk is er maar weinig belangstelling voor de wederopbouw architectuur. Met dit project hoopt men een herwaardering teweeg te brengen met het erfgoed als inspiratie.

Sicco Mansholt was twaalf jaar (1945-1958) minister van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening. Hij voorzag al vroeg dat de Nederlandse landbouw gereorganiseerd moest worden. Hij wilde bedrijven die kleiner waren dan vijf hectare samenvoegen waarmee hij een gevoelige snaar raakte, aangezien zeventig procent van de boeren vlak na de oorlog een bedrijf van vijf hectare of kleiner had. Ondanks dat de boeren zich vrij snel hersteld hadden van de oorlog (in 1950 zat men alweer op hetzelfde productieniveau als voor de oorlog) bleef Nederland achter bij andere landen. Mansholt wilde dat de boeren in achtergebleven gebieden zoals Winterswijk, hetzelfde welvaarts-, en welzijnspeil zouden bereiken als de arbeiders in de industrie. Tussen 1962 en 1968 stond Winterswijk in het teken van het Streekverbeteringsprogramma , dit zou hieraan gaan bijdragen. Een groot deel van de voorlichting werd uitgevoerd door lokale boerenstandsorganisaties, deze moesten de eigen achterban helpen bij de mentaliteitsverandering (zij hadden tenslotte het vertrouwen van de boeren al). Er werd zelfs een speciaal maandblad uitgegeven om informatie over het programma in Winterswijk te verspreiden, ’t Olde Wenters’.

Men wilde de boeren moderniseren door middel van voorlichting. Zo was er bijvoorbeeld veel aandacht voor het huishouden, dat moest moderner en makkelijker. Zo hield je namelijk tijd over! Tijd over om de man te helpen. De Nederlandse Bond Voor Plattelandsvrouwen ging het land door met een reizende woon-tentoonstelling. In twee jaar tijd moest het hele platteland op de hoogte worden gebracht van moderne huishouding. Het had met name betrekking op de moderne woninginrichting, huishoudelijke apparatuur en voeding. Landbouwkundige voorlichting  (ruilverkaveling, mechanisatie, bankleningen) zou de boer helpen zijn bedrijfsstijl te optimaliseren. Agrarisch-sociale voorlichting (bedrijfsopvolging, vrijetijdsbesteding) moest een boer en zijn gezin helpen met een betere positie in de samenleving. De traditionele samenleving in het oosten van Nederland moest ook op de schop. Drie generaties die onder één dak wonen, werd gezien als afwijkend en niet iets voor ‘de moderne tijd’. Voorlichting over samenwonen was dus ook onderdeel van het Streekverbeteringsprogramma. De juiste mentaliteit om veranderingen in het bedrijf aan te brengen werd minstens zo belangrijk gevonden, anders zouden zij de voorgestelde veranderingen helemaal niet toe kunnen passen! Boeren moesten geholpen worden om zich te ontworstelen aan het traditionele cultuurpatroon want deze droegen allesbehalve bij aan vooruitgang.

Het streekverbeteringsprogramma leek aan het einde van de jaren 1960 steeds meer achterhaald, in 1970 kwam er dan ook landelijk een einde aan het programma. De infrastructuur was verbeterd, er waren meer onderwijsmogelijkheden, de industrialisatie was niet meer weg te denken en met de komst van de auto en televisie  was het blikveld van de boer vergroot. De voorlichting richtte zich nu vooral nog op geldzaken. Met enige teleurstelling werd er teruggekeken op de resultaten van het Streekverbeteringsprogramma in Winterswijk. De polder had bewezen dat de samenleving maakbaar was en ook de kleine boeren in het oosten moesten gemaakt worden tot moderne agrarische ondernemers. Nieuw land kon de overheid helemaal naar smaak inrichten, maar oud land veranderen bleek moeilijker. Het is gebleken dat je een idee niet zomaar even landelijk kunt uitrollen. In Winterswijk was dan ook niet heel veel veranderd na afloop van het streekverbeteringsprogramma. De Achterhoek hield vast aan de traditionele gewoonten, en hoe mooi is dat eigenlijk! Deze streek heeft duidelijk een sterke eigen identiteit.

Een deel van mijn eigen familie woont in de Noordoostpolder, gemaakt op de tekentafel. De hele opzet kent een duidelijke hiërarchie. Het wegen-, en watersysteem loopt van groot naar klein, de ordening van de agrarische bedrijven aan de hand van de grootte. De grote polderbedrijven liggen hierbij centraal, de kleinere aan de randen. De opzet van de tien dorpskernen was al even nauwkeurig uitgetekend. De bijna ronde vorm van de polder, maakte het logisch om in het geografische midden het streekcentrum te projecteren met voorzieningen als een ziekenhuis, schouwburg en scholen voor voortgezet onderwijs. Dit voorzieningencentrum werd de Noordoostpolder-stad Emmeloord. De fietsafstand tussen alle kernen mocht hooguit 10 kilometer bepalen. Want iedereen moest kunnen fietsen: de arbeider naar zijn werk, de kinderen naar school en de vrouw naar de winkel. Negen dorpen waren door een ringweg met elkaar verbonden (Rutten lag aan een uitloper van de kring), Emmeloord ligt in het midden op het kruispunt van de vier hoofdwegen die de polderstad dus met vier polderdorpen verbind. Deze hele theorie werd overigens razendsnel achterhaald, ook hier ging men mechaniseren en autorijden.

Het tweede deel van dit college: “Sober en solide –  Architectuur van de wederopbouw in de Achterhoek”, werd gegeven door Roger Crols. De architectuurhistoricus vertelde over de vormgeving van de moderne Achterhoek, de onbekende ruwe diamanten van de wederopbouw in onze eigen regio. Wederopbouw is meer dan alleen het herstellen van oorlogsschade. Het heeft ook te maken met modernisering, nieuwe uitbreidingswijken om de woningnood het hoofd te bieden en de ruilverkaveling in landelijk gebied. Met name Beltrum was in de Achterhoek een wederopbouwgebied van nationaal belang. Men hield hier namelijk rekening met het historisch landschap en waterwegen. Joanne vertelde ons al dat ook de Achterhoek zulke uitbreidingswijken kent, bijvoorbeeld in Zelhem aan de Abraham Kuyperstraat. Mensen van het platteland, vanuit de agrarische sector, gingen werken in de groeiende industrie. Zelhem koos voor een landelijke woonstijl, zo was de ingang bijvoorbeeld aan de achterzijde. Er was ruimte voor een moestuin, en daarnaast nog voldoende voor het houden van kippen en een varken. De keukens waren groot, zoals de woonkeukens in de boerderijen. Een kelder vond men vaak onprettig, een waterleiding veelal overbodig. De huizen aan de Prinses Beatrixstraat in Zelhem waren al wat moderner.

Zelf ben ik geboren in Bilthoven, in een portiekflat. Drie woonlagen, het aanzicht van een enorme legbatterij is mij bespaard gebleven. Buiten dat had ik gelukkig mijn grootouders in de Achterhoek wonen, waar ik dan ook iedere vakantie en lang weekend doorbracht. Ook deze portiekflats zijn uit de wederopbouwperiode. Bilthoven zelf ligt tegen de Utrechtse heuvelrug aan, ik had de natuur gelukkig om de hoek (Biltse Duinen). Veel omringende plaatsen zijn begin jaren ’70 systematisch uit de grond gestampt om Utrecht te ontzien, ik zou er voor geen geld willen wonen! Nieuwegein, Houten, en Maarssenbroek spant denk ik nog wel de kroon: 8500 woningen in 14 wijken in alfabetische volgorde langs de vier zijwegen van de hoofdweg. De meeste wijken ook nog eindigend op -kamp.. Ik ben heel dankbaar dat mijn grootouders mij de liefde voor de Achterhoek met de paplepel hebben ingegoten! Hier ben ik thuis.

Ik had er nog nooit van gehoord: de Melkflessen-test uit de jaren ‘50? De inrichting van het moderne huis klopte pas wanneer je in elke ruimte een glazen melkfles zou kunnen plaatsen, zonder dat deze uit de toon zou vallen. De wederopbouwperiode was eigenlijk best heel bijzonder, en kent ook heel wat overeenkomsten met de huidige tijd. Het project waar Joanne aan werkt, ‘Een Nieuwe Tijd’, slaat dan ook niet voor niets een brug naar het heden zoals verduurzaming van de niet zo energiezuinige gebouwen uit die wederopbouwperiode.

De Achterhoek gaat laten zien hoe dat kan: samen anpakken! Want een nieuwe tijd maak je samen. Dat levert ongetwijfeld mooie nieuwe Fotovertelsels op. Ik zeg Klomptgoed!

DSC_3636-2
Joanne te Winkel geeft college.

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s