De Ploegende Boer

Zaterdag 6 april 2019 hielden de Koetsiers Aalten- Dinxperlo hun jaarlijkse ploegwedstrijd. Ze hadden geen mooiere lentedag kunnen uitzoeken! Er zijn dan ook flink wat belangstellenden op afgekomen, inclusief mijzelf, gewapend met mijn fotocamera. Het ploegen met paarden is een zo goed als verdwenen bezigheid. Vroeger trokken boeren(knechten) en hun paarden uur na uur over de stille akkers. Het was rustgevend werk, er zat geen enkele haast achter. Dat is tegenwoordig niet meer denkbaar, tijd kost geld. Er moet zoveel mogelijk rendement worden behaald om het hoofd boven water te kunnen houden. Dat is op het Griekse eiland Karpathos wel anders! Ik ben negen maal geweest en ook afgereisd naar het geïsoleerde, zeer afgelegen dorpje Avlona. Het leek wel alsof ik naar een oude documentaire keek, oude vrouwen en mannen in de traditionele klederdracht druk in de weer. Het land werd bewerkt met oude houten gereedschappen, voortgetrokken door ezels. De geur van vers brood steeg op uit zelfgebouwde ovens, gestookt op takken die ook per ezel werden aangeleverd. Hier is in de verste verte geen grote grommende tractor te bekennen..

Het boerenbedrijf heeft rond 1950 een enorme ontwikkeling doorgemaakt, in een razend tempo veranderde er van alles. Om op grotere schaal te gaan werken, werden er allerlei machines aangeschaft. Denk aan melkmachines, mechanisatie van mestverwerking en de belangrijkste ontwikkeling van allemaal: de komst van de tractor. Het ploegen met paarden was toen eigenlijk niet meer nodig en verdween stilletjes uit beeld. De kennis werd niet meer als vanzelfsprekend van vader op zoon doorgegeven. Gelukkig zijn er een aantal verenigingen die met veel passie en plezier het nostalgische ploegen demonstreren. Eén van de ploegers vertelde mij dat zijn houten ploeg al 150 jaar oud is, waarvan 80 jaar lang ongebruikt opgeborgen in de schuur. Op zijn 20e had hij zelf nog met de ploeg gewerkt. De grotendeels verroeste ploeg heeft hij met veel passie opgeknapt om op dit soort dagen het oude ambachtelijk werk te demonsteren. Ik heb mijn opa op de boerderij nooit zien ploegen met een paard, die stond alleen nu en dan voor de kar om een gezellig ritje mee te maken.

In de Achterhoek waren de boerenbedrijven halverwege de vorige eeuw over het algemeen kleinschalig en grotendeels zelfvoorzienend. Elke boer had wel ergens een stukje land waar voer voor het vee werd verbouwd, bewerkte dat dan meestal met een ploeg, een eg en een cultivator. In het najaar zaaide men bijvoorbeeld winterrogge, in het voorjaar haver, gerst, aardappelen en suikerbieten. Ploegen was dus nodig, afhankelijk van de grootte van het boerenbedrijf en de grondsoort met één of twee paarden. Op zandgrond liep een paard meestal alleen voor een zogeheten stofploegje of kleine rondgaande ploeg. Had een boer twee of meer paarden in zijn bezit, wat bovendien wel nodig was op zware kleigrond, dan gebruikte men meestal een wentelploeg. Voor het ploegwerk was het belangrijk sterke en rustige paarden te hebben, die in staat waren om een hele dag hard werken vol te houden. Behalve bij heel slecht weer dan, vertelt een toeschouwer mij, dan mocht het paard terug naar stal en kon de knecht nog wel even knollen rapen op een ander stuk land..

Goed ploegwerk hangt grotendeels af van gelijkmatigheid, het paard moet bereid zijn in hetzelfde tempo de hele dag de ploeg voort te trekken. Het type paard dat toen dit werk verrichte had meestal wat meer volume dan de huidige (sport) paarden. Het regelmatig lopen voor een ploeg zorgde voor een betere conditie (ook bij de boer zelf), meer kracht en een gelijkmatige tred. Tegenwoordig is bij de meeste paarden een wedstrijdmentaliteit aangefokt, waardoor zij niet meer de rust en gelijkmatigheid kunnen opbrengen die voor het ploegen zo belangrijk was. Volgens één van de vier deelnemers is het een kunst om de eerste voor (strook omgeploegde grond) recht te trekken, die dan vervolgens door één van de wielen van de ploeg langs die laatst getrokken voor te laten lopen, ook recht te houden. Loopt men met twee paarden, dan is het belangrijk dat het ene paard precies in de bouwvoor loopt, het andere paard er precies naast, de ploeg op de juiste hoogte af te stellen en de grondrug ook nog op de juiste manier te laten vallen. Met een paardenploeg kun je maar één voor tegelijk maken, waar een tractor er meestal vier tegelijk maakt. Ook dan is gelijkmatigheid belangrijk.

De diepgang van de ploeg is afhankelijk van het gewas. Voor aardappelen moest er bijvoorbeeld dieper geploegd worden dan voor tarwe, gemiddeld ploegde men rond de 20- 25cm diepte. Nu het ploegen met paarden zo zeldzaam is geworden, is het ook een stuk lastiger om kapotte onderdelen te vervangen, met name de draaiende delen zoals een wiel. Daarvoor is een smid nodig die deze onderdelen zelf kan maken. Ook voor het scherp maken van de scharen heb je de smid nodig, als je het namelijk zelf doet met een slijptol dan worden je scharen steeds kleiner! Afhankelijk van de grondsoort is het na ongeveer 10 ha ploegen nodig om je scharen weer te scherpen (in droge harde grond worden ze sneller bot). 1 hectare is overigens een oppervlakte van 100 meter bij 100 meter. In Corle zat vroeger ook een smederij, met opa ben ik daar meerdere malen geweest. De schuur staat er nog altijd, de gele klompen sierlijk achter de kleine raampjes.

Aan verschillende boeren heb ik dezelfde vraag gesteld, namelijk of het ploegen met paarden beter is voor de grond dan machinaal ploegen. Volgens de meesten is het machinaal ploegen al flink verbeterd. Tractoren hebben tegenwoordig veel bredere banden waardoor ze minder vaak heen en weer hoeven te rijden, en men gebruikt na het ploegen een cultivator en/ of diepwoeler om de ontstane ploegzool (een ondoordringbare laag die ontstaat door het regelmatig ploegen op vaste diepte) te doorbreken. Zo wordt de waterdoorlatendheid en structuur van de grond weer verbeterd. Ploegzolen kunnen dus ontstaan door het berijden van de grond met zware (oogst) machines. Een ploegzool ontstaat uit hele compacte grond, vaak zo hard als steen waar plantenwortels, regenwormen en pissebedden niet doorheen komen. Door een tekort aan wroetende regenwormen zijn er onvoldoende luchtkanalen waardoor de bodem dus verslijt en uitgeput raakt. De bovenste 20cm grond (bovenlaag) droogt uit, er komt minder stikstof in de bodem. Zuurstof en regenwater worden namelijk de grond ingeleid door drainagekanalen, die ontstaan door de plantenwortels en gangen van regenwormen die hun hele leventje verticaal door de grond bewegen. Voor een optimale en gezonde bodemstructuur moet de grond soms jaren met rust worden gelaten. Op dit moment heeft slechts 5% van de Nederlandse boeren ervoor gekozen om het ploegen achterwege te laten, uit angst om de eerste jaren minder inkomsten te genereren. Omschakelen van ploegen naar niet-ploegen is bovendien best lastig, het is een andere manier van telen. De boer krijgt te maken met andere onkruiden, ziekten en plagen (muizen-, en slakkenschade) die moeilijker te bestrijden zijn dan met mechanische methoden. Boeren worden zich gelukkig wel steeds bewuster van het feit dat verdichting van de grond moet worden weggenomen willen we op de langere termijn een gezonde bodemstructuur waarborgen.

 

DSC_3523-2
Ploegwedstrijd, Ploughing competition. 06-04-2019

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s