Lichtenvoorde, Bonifatiusziekenhuis

De negentiende eeuw was er één van armoede, ziekten en epidemieën. Op het platteland waren zieken meestal aangewezen op huismiddeltjes (gebaseerd op wijsheden uit de Almanak), kwakzalvers en kruidendokters. Ze waren bovendien afhankelijk van barmhartigheid. Johan Rudolph Thorbecke voerde in 1865 het Artsexamen in, er zou voortaan nog maar één soort geneesheer zijn: de universitair geschoolde arts. Op 4 december 1872 werd de Wet tot voorziening tegen besmettelijke ziekten ingevoerd, het verplichtte alle gemeenten in geval van een besmettelijke ziekte een lokaal aan te wijzen waar patiënten in quarantaine konden worden geplaatst om epidemieën te voorkomen.  In Lichtenvoorde was de ziekenzorg in handen van een aantal (niet speciaal opgeleide) Katholieke vrouwen van de St. Elisabeth vereniging, zij verzorgden de zieken thuis.

In 1919 werd vanwege de behoefte aan meer deskundige verpleging het comité ‘Ziekenverpleging’ opgericht (met o.a. dokter Besslink en kapelaan Vitus Hentzen). Zij besloten dat er religieuze, tot een congregatie behorende, zusters moesten komen. Financieel werd dit mogelijk door een inzameling onder de bewoners datzelfde jaar ter ere van het zilveren priesterjubileum van pastoor Tiburtius de Graaf. Het bijeengebrachte bedrag, ƒl. 12.000, diende als startkapitaal voor de Stichting St. Bonifatius-ziekenhuis die in 1920 werd opgericht. Aan de Broekboomstraat in Lichtenvoorde werd in het herenhuis van de dames Groen (latere fratershuis St. Eloy) een aantal kamers ingericht voor opvang en verpleging van zo’n acht patiënten. De professionele verpleegzorg was in handen van drie zusters, ter beschikking gesteld door de congregatie van de Franciscanessen (moederhuis St. Mauritz) in Münster. Naast het verplegen van de opgenomen zieken waren Zr Gerina (overste), Zr Luzella en Zr Canisia vooral ook druk met de wijkverpleging (en laatste zorg voor overledenen) in de hele gemeente Lichtenvoorde. In 1925 kregen zij, bij hoge uitzondering en door bemiddeling van pastoor Dominicus van den Berk , toestemming hiervoor de fiets te gebruiken. Dat betekende overigens niet dat de werkdag korter werd, er konden zo meer zieken worden verpleegd..

Aan het eind van de jaren ’20 werd de behoefte aan betere verpleegruimten met meer mogelijkheden groter. Door een gebrek aan geld kon het bestuur echter niet veel beginnen. In 1930 schonk de familie Jaartsveld haar tuin aan de Dijkstraat aan de stichting. Met dit onderpand, het spaargeld van de zusters, leningen van particulieren en een voordelige lening van de Boerenleenbank kon op 11 juli 1932 de eerste steen worden gelegd door aannemer Post uit Lichtenvoorde. Op zaterdag één en zondag 2 april 1933 konden inwoners van Lichtenvoorde het nieuwe ziekenhuis voorzien van 40 bedden, een kapel en huisvesting voor de (inmiddels 8) zusters komen bezichtigen. De week erna, op 5 april 1933, werd het gebouw in gebruik werd genomen, de feestelijke opening vond plaats op 25 april 1933. Het spaarzame leven en werken van de zusters heeft er zeker aan bijgedragen dat de stichting de crisisjaren goed heeft doorstaan. Vaste huisknecht (1933- 1982) was Bernard Reuvekamp, beter bekend als Bernard van de dokter, daarvoor was hij namelijk koetsier van Dr. Besselink.

Het ziekenhuis bleek al snel te klein, het bestuur kocht daarom (met oog op de toekomst) in 1938 en 1940 een paar aangrenzende percelen waarop een groententuin en boomgaard werden aangelegd. In 1942 schonk de familie Poelhuis hun stuk aangrenzende grond, vanwege de Tweede Wereldoorlog liet eventuele uitbreiding echter op zich wachten. Tijdens die oorlogsjaren konden de Duitse zusters hun positie in het ziekenhuis behouden. Ze hebben zelfs veel onderduikers van een veilige schuilplaats kunnen voorzien omdat de Duitse soldaten dit blijkbaar niet verwachtten van de eveneens Duitse Rooms-katholieke verpleegsters. Na de oorlog begon men met de uitbreiding van het Bonifatiusziekenhuis, zoals spreekkamers, een laboratorium (onder leiding van Zr Vedesta) en röntgenkamer (onder leiding van Zr Navalina). De financiering slaagde door geld te lenen van de inwoners van Lichtenvoorde, waartoe de pastoor iedereen vanaf de preekstoel opriep.

Na 1950 werd de wijkverpleging, nog altijd in handen van de zusters, overgenomen door eigen leken-krachten van het Wit-Gele Kruis (het Groene Kruis was neutraal, het Wit- Gele Kruis katholiek> wit en geel verwijzen naar de pauselijke kleuren). Het bestuur wilde zo weinig mogelijk gebruik maken van die veel duurdere lekenverpleegsters. De zusters werkten tenslotte bijna de klok rond tegen een zeer lage vergoeding naast kost & inwoning. Daarom groeide hun aantal door naar 12. In 1959 werd er een grote, voor die tijd unieke, kinderafdeling bijgebouwd en een nieuwe wasserij. Twee maanden na de opening waren alle 40 kinderbedjes al bezet! In 1962 kreeg het St. Bonifatiusziekenhuis een eigen ambulance (de collecte voor deze wagen bracht ƒl 30.000,- op), de chauffeur Jan Nijhuis heeft de ziekenwagen bestuurd tot april 1984. In 1963 werd alweer het volgende uitbreidingsplan ingediend bij het ministerie van Volksgezondheid, bijna tegelijkertijd met een zelfde soort verzoek van ziekenhuis Winterswijk en Groenlo wat een aanleiding was tot de eerste gesprekken over een mogelijke fusie tot één groot streekziekenhuis. Met name tussen Groenlo en Lichtenvoorde zorgde dit voor veel tumult, de onderhandelingen tussen de vier Oost- Achterhoekse ziekenhuizen (Groenlo, Lichtenvoorde en 2 te Winterswijk) duurden uiteindelijk 20 jaar. Ondanks die onderhandelingen kreeg Lichtenvoorde in 1966 toestemming voor een flinke uitbreiding (vleugel met parkeerplaats aan Dr. Besselinkstraat) waardoor het aantal bedden op 115 kwam. In 1968 kwam er een flinke afdeling fysiotherapie (ingang Molendijk) en een mortuarium met sectiekamer. Er werkten toen rond de 75 mensen.

In de jaren ’70 was de congregatie van de Franciscanessen van Münster niet meer in staat om de ouder wordende zusters van het St. Bonifatiusziekenhuis te vervangen voor jongere aanwas. Op 29 januari 1978 werd in een officiële viering op indrukwekkende wijze afscheid genomen van de toen nog  tien (acht ouder dan 65 jaar) aanwezige zusters die gedurende 57 jaar van onschatbare waarde waren geweest voor de Lichtenvoordse gemeenschap. In 1984 werd het St. Bonifatiusziekenhuis opgeheven, het streekziekenhuis in Winterswijk was toen klaar. De gebouwen bleven in gebruik als diagnostisch centrum, school voor gezondheidszorgopleidingen in de Achterhoek en praktijkruimten voor fysiotherapie. Het oudste gedeelte, aan de Dijkstraat, werd omgebouwd tot tien appartementen voor particuliere bewoning. Het overige deel werd afgebroken om plaats te maken voor de Nieuwmarkt, winkelcentrum en appartementen.

Met dank aan de Vereniging voor Oudheidkunde Lichtenvoorde die mij het boek ‘Geschiedenis van de Oost-Achterhoekse Ziekenhuizen’ in bruikleen gaf.

klomptgoed_259
Het Herenhuis, destijds van de dames groen (later het Fratershuis St. Eloy) aan de Broekboomstraat, Lichtenvoorde.
klomptgoed_268
Achterzijde van het oude ziekenhuis (voorzijde Dijkstraat).
IMG_8008
Street art op de oude muur van het ziekenhuis aan De Leest, Lichtenvoorde.

 

BZL1

BZL2

BZL3

BZL4

BZL5

BZL6

BZL7

BZL8

BZL9

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s