Op excursie in de Achterhoek.

Dorsen volgens โ€™t Olde Gebroek.

Zaterdag 2 oktober werd er op het landje van Henk Fukkink rogge gedorst met een authentieke dorstkast. Ik was al eerder uitgenodigd om eens te komen kijken bij het ouderwetse ploegen en deze keer mocht ik aanwezig zijn bij het dorsen. Ik genoot er altijd van als ik samen met mijn opa mee mocht naar zijn landje in het Korenburgerveen. Hij maaide het gras met een zeis en het hooi werd gedroogd op houten ruiters.

Stichting โ€™t Olde Gebroek organiseert activiteiten waarin oude gebruiken en gewoonten centraal staan. โ€™t Olde Gebroek hecht veel waarde aan het in stand houden en onder de aandacht brengen van deze gebruiken zodat deze voor het nageslacht bewaard blijven. Bovendien laat het ook iets zien van de identiteit van inwoners uit Buurtschap Dale. Het buurtschap ligt onderaan de westelijke helling van het Oost-Nederlands plateau wat de naam verklaard, Dale betekent namelijk laagte.

De dag begon bij Fukkinks timpken met koffie en krentewegge. Toen ik aankwam, draaide de dorskast van Bennie Somsen al op volle toeren. De uitdrukking โ€˜het kaf van het koren scheidenโ€™ kennen de meesten wel. De uitdrukking verwijst naar de landbouw. Kaf is het oneetbare vliesje om graankorrels, niet erg waardevol. In de dorskast wordt het kaf van het koren gescheiden. De schone roggekorrels werden in jute zakken opgevangen. Jan Breukelaar die ook aanwezig was om opnamen te maken voor zijn radioprogramma โ€˜Effen tied veur โ€™n praรถtjenโ€™ kreeg wat van de schone roggekorrels in zijn handen, met uitleg van de heren van โ€™t Olde Gebroek.

Mooi om te zien hoe er met veel plezier wordt gewerkt en gedemonstreerd. Het zou inderdaad onmeundig jammer zijn als dit olde gebroek verloren zou gaan. En niet te vergeten de vele verhalen die de mannen en vrouwen te vertellen hebben! Jan Breukelaar ving een prachtig verhaal, verteld door Monty Gussinklo. Het had te maken met een Russische tabaksdoos en een opgerolde roggeaar van bijna tweeรซneenhalve meter lang! Het verhaal is te beluisteren in de komende uitzending van Effen tied veur โ€™n praรถtjen op Aladna FM. RTV Slingeland nam wat interviews af en Jan Oberink maakte prachtige sfeerbeelden die te zien zijn op YouTube.

Voor de lunch ging den hele trop weer naar Fukkinks timpken waar de vrouwen al druk bezig waren met spekpannenkoeken bakken. Voor de liefhebbers met zwartbrood. Er werd gespeeld op de accordeons, er werd gezongen, er was te zien hoe bijenkorven worden gevlochten van het Sint Jans roggestro en er werd geluisterd naar een vermakelijk gedicht. In het boekje van Jan Walgemoet, Vogel Limmericks, schrijft hij ook een ode aan Aalten.

Vogellimmerick.

In Aalten zat โ€™n bonte spechte
tegen de watertaorn te hechten
โ€œIk geve et op,
Dit kost mien de kop,
Zoโ€™n stenen stam is niet te slechten!โ€

Landgoed Eppink Aalten.

Het eerste weekend van oktober stond Aalten in het teken van de natuur. IVN Oost Achterhoek organiseerde samen met Gemeente Aalten en Achterhoek toerisme het Beleefweekend. Door de IVN getrainde gastvrouwen en gastheren van het Landschap Aalten hadden een aantal prachtige beleef-activiteiten georganiseerd. Zelf ben ik gastvrouw van het landschap Gemeente Oost Gelre, dus was ik zeer benieuwd. Ik nam deze morgen deel aan een cultuur en beleefwandeling door de natuurtuin van Landgoed Eppink.

Jan en Joke Mateman had ik al eerder ontmoet tijdens de nostalgische ploegwedstrijden. Ik was nog niet eerder bij hen op het landgoed geweest. Toen ik aan kwam fietsen was Jan net de paarden aan het voeren. Na een hartelijk welkom en even wachten op de andere deelnemers nam hij ons mee op een wandeling door de prachtige natuurtuin. Het echtpaar probeert zoveel mogelijk zelfvoorzienend te leven, zich te voeden met dat wat de moestuin, de fruitbomen en de eetbare planten hen bieden. De moestuin ligt verscholen tussen de bloemen. Aldaar kregen we uitleg over de verschillende gewassen en was er alle ruimte voor vragen. Jan legde ons uit dat de grootste uitdaging is om het hele jaar door en gepaste hoeveelheid groenten uit de tuin te halen. Niet alles tegelijk zaaien, zodat je iedere maand wat te oogsten hebt.

In het voorjaar en de zomer is de tuin รฉรฉn grote snoeptuin vertelde Jan lachend. Er staan dan ook vele soorten fruitbomen, zelfs perziken groeien hier op het landgoed. De notenbomen, hazelnoot en walnoot, zijn eigendom van de eekhoorns. Het echtpaar krijgt simpelweg nauwelijks de kans om wat noten te sprokkelen of te plukken. Ze lachten er hartelijk om en vertelden eigenlijk wel te genieten van de bedrijvigheid en behendigheid van de eekhoorns om zoveel mogelijk noten te verzamelen en verbergen.

Scholte Eppink is een eeuwenoude boerderij, de eerste vermelding stamt al van 1310. In de 15e en 16e eeuw hoorde de boerderij bij het Klooster Schaer in Bredevoort. In 1748 werd er al melding gemaakt van reusachtige eiken. Rondom de boerderij staan nu nog steeds gigantische eiken. Tot de 19e eeuw heeft de familie Eppink er gewoond. Jan vertelde dat de eikenbomen, en ook de beuken, het erg moeilijk hebben met de droogte. Hun wortels zitten namelijk diep in de grond. Joke is in het bosperceel bezig om oude uitstervende bosplanten uit te zetten en te zien of deze willen groeien op het landgoed. In het bosperceel komen regelmatig reeรซn om hun dorst te lessen. Regelmatig komen er ook kinderen op het landgoed voor lessen vanuit Staring Educatie.

De boerderij bestaat uit een laat 19de-eeuwse hallehuisboerderij, een links daarvan gelegen vrijstaand werkmanshuis, en enkele naoorlogse landbouwschuren. In het werkmanshuis was plaats voor de knecht, zijn vrouw en รฉรฉn kind. Joke heeft er een fantastisch klein museum ingericht! Er kan tevens thee worden gedronken van kruiden uit eigen tuin. Zo is een kop brandnetelthee op de nuchtere maag enorm gezond weet Joke ons te vertellen. Een beetje duizendblad erbij maakt de smaak nog lekkerder. Er groeien in het voorjaar ook vele stinzenplanten zoals daslook. Het tapijt van witte bloemen geeft het bosperceeltje dan een magisch en sprookjesachtig uiterlijk. Ook daslook kun je eten, als pesto of als kruid door kaas. Een bijzondere plant die ook hier op het erf groeit is de Stinkende gouwe. Als je last hebt van wratjes, en deze iedere dag met wat sap van deze plant inwrijft, verdwijnt hij vanzelf.

Tot slot dronken we op de authentieke daele bij het haardvuur nog een heerlijke kop thee en mochten we proeven van de eigengemaakte compotes van kweepeer en appel met vlierbessen. De verse appeltaart van Joke met (gekregen) noten erdoor was een ware traktatie.

Razzia in Aalten.

30 januari 2019 was het 75 jaar geleden dat er in Aalten een razzia plaatsvond. Op zondag 30 januari 1944 werden de Westerkerk (Hogestraat) en  de Christelijk Gereformeerde kerk (Berkenhovestraat) overvallen. De Duitsers wilden de mannen arresteren (tussen 19-23 jaar) die de tewerkstelling ontdoken. Het is รฉรฉn van de grootste oorlogsdramaโ€™s in de Achterhoek. Achtenveertig mannen werden opgepakt, waarna men hen eerst naar de Koepel in Arnhem bracht en later naar het doorgangskamp Amersfoort. Sommige mannen verbleven hier slechts enkele weken, anderen maanden achtereen. Het grootste gedeelte van de arrestanten werd tewerkgesteld, bij boeren vlak over de Duitse grens of in fabrieken in het Ruhrgebied. Na een poosje doken de meesten van hen opnieuw onder. Niet alle mannen hadden zoveel geluk, een aantal belandde in de concentratiekampen Neuengamme en Ravensbrรผck.

De Duitsers die de Aaltense kerken niet precies wisten te vinden, vroegen iemand op straat de weg vroegen naar de Oosterkerk. Deze persoon kreeg een angstig voorgevoel en stuurde de Duitse soldaten naar de kleinere Christelijk Gereformeerde kerk. Het aantal arrestanten hier viel โ€˜gelukkigโ€™ mee, zes mannen werden opgepakt. Dhr. H.J. Papiermole heeft nog รฉรฉn van hen weten te redden. In een uniformjasje van de Luchtbeschermingsdienst hield hij de Duitse overvalwagen staande en bulderde luid: โ€˜Ausweisse sofort!โ€™ De Duitsers gaven hem het stapeltje persoonsbewijzen en Papiermole pikte er รฉรฉn uit. Hij zei dat de bewuste man voor hem werkte en verbood de Duitsers hem af te voeren. Eenmaal in de achtertuin van dhr. Papiermole gaf hij de jongeman zijn persoonsbewijs terug en gebood hem zich onmiddellijk uit de voeten te maken.

De Westerkerk in Aalten zat die zondagmorgen op de 30e januari 1944 overvol. Dit had onder andere te maken met de voorganger die ochtend, Jan Ridderbos uit Kampen. Ridderbos was behalve predikant ook hoogleraar Oude Testament aan de Theologische Hogeschool in Kampen en werkte mee aan de Christelijke Encyclopedie, een voorname bekendheid binnen de Nederlandse geloofsgemeenschap. Veel Scheveningse evacuees die normaal thuisbleven, waren deze zondag ook mee naar de kerkdienst. Tom Visser die boven op de galerij zat, zag door de ramen dat de Duitsers de kerk omsingelden en waarschuwde de mensen. Er werd extra veel gezongen die ochtend, zoals de langste Psalm 119, zodat een grote groep mannen de kans kregen zich te verstoppen. Via de consistoriekamer en een luik op de galerij klommen zij naar zolder. De Duitsers verstoorden de kerkdienst niet, zij wachtten buiten totdat deze afgelopen was. Bij alle vier de uitgangen werd gepost, de kerkgangers mochten alleen door de hoofdingang vertrekken waar alle persoonsbewijzen werden gecontroleerd. Iedereen die geen papieren bij zich had en niet tot de โ€˜gezochtenโ€™ behoorde kon zichzelf vrijkopen door een boete van twee gulden te betalen. Mannen probeerden zich te verstoppen in de klokkentoren, op de orgelzolder en boven de consistorie. Het plafond bestond hier slechts uit gestuukt gaas, het gewicht van de mannen die naast de balken stapten was te veel en veroorzaakte een gat en scheuren in het plafond dat meteen gezien werd door de Duitsers. Zij haalden iedereen weer naar beneden en arresteerden velen van hen.

In die tijd verbleven er veel Scheveningse evacuees in Aalten, voornamelijk ouderen, vrouwen en kinderen. In december 1942 en januari 1943 werden zij door de Duitsers gedwongen hun huizen te verlaten voor de aanleg van de Atlantikwall. In totaal verbleven er zoโ€™n 500 Scheveningse evacuees bij Aaltense gastgezinnen.  Eรฉn van hen, Barendina Visser werd met haar drie kinderen ondergebracht bij de familie Hoopman in het buurtschap Dale en was ook aanwezig bij de razzia. Gerrit Hoopman, รฉรฉn van de drie zonen van het gastgezin kon aan de razzia ontsnappen dankzij Barendina. De Scheveningse vrouw die altijd haar klederdracht aanhad, gaf Gerrit haar hoofdijzer, schoudermantel en rok. Vermomd als Scheveningse wist hij de kerk te ontvluchten. Simon Visser, destijds 10 jaar oud weet het nog goed, vooral de opvallende witte sportsokken van Gerrit die onder de rok van zijn moeder uitkwamen! Hij vertelt erover in de door Linda Brummelman gemaakte documentaire โ€˜Door het ijzer gespaardโ€™ die in 2014 tijdens de 70-jarige herdenking werd uitgezonden. Ook Cor Buijs had geluk. Hij zat ondergedoken in Lintelo en ging naar de kerk om illegale verzetskranten van Trouw te verspreiden. Een Scheveningse was bereid deze onder haar mantel en rokken te verbergen om ze zo de kerk uit te smokkelen. Als de Duitsers dit hadden ontdekt, was het leed niet te overzien geweest! De werkelijke naam van Cor Buijs was namelijk typerend Joods: Moshe Boas Berg.

Alle gearresteerde mannen werden naar de consistorie in de Westerkerk gebracht. Ter bemoediging las dominee Gerritsma Psalm 121 voor. Deze psalm heeft vele van de mannen hun leven lang troost geboden. Voordat de mannen werden overgebracht naar Arnhem zagen verschillende mensen kans om de gevangenen nog wat te overhandigen. Spulletjes als een stukje zeep, een klein geschreven briefje of een bijbeltje. Soms ook wat te eten, zoals een plak roggebrood of een paar boterhammen. Vijf van hen hebben de oorlog niet overleefd. De mannen die wel terugkeerden waren voor het leven getekend. Zo ook Gerrit Hendrik Nobel, organist in de Westerkerk tijdens die verschrikkelijke ochtend. Zijn zoon Erik was aanwezig bij de herdenkingsdienst en vertelde dat hij veel heeft meegekregen van de diepe littekens die het bij zijn vader heeft achtergelaten. De kinderen kregen het met de paplepel ingegoten: alles wat Duits is, is slecht! De oorlog was nooit ver weg, die invloed draagt Erik de rest van zijn leven mee. Want ook was de oorlog afgelopen, voor zijn vader hield hij nimmer op.

Het Nationaal Onderduikmuseum begon enkele jaren geleden met het achterhalen van de namen van de destijds gearresteerde mannen. Aan de hand van diverse oproepen hebben zij van 42 mannen gegevens weten te achterhalen. Het onderzoek leverde veel persoonlijke verhalen op, en diverse mensen schonken oude bewaarde dagboeken, notities en andere documentatie aan het museum. Zes september 2019 werd er een expositie geopend waarin er aandacht is voor die voorwerpen en verhalen. Men vind het belangrijk om ook de link naar het heden onder de aandacht te brengen. Vrede is voor ons net zo vanzelfsprekend geworden als snel internet. Maar vrede vraagt om onderhoud, discriminatie is opnieuw in opkomst. Het kwetsen van mensen wordt gedoogd onder de noemer โ€˜vrijheid van meningsuitingโ€™. Vrijheid is niet vanzelfsprekend. In deze herdenkingsdienst werd stilgestaan bij hen die geen keuze hadden zoals wij. Nog altijd zijn er over de hele wereld velen die geen keuze hebben, die worden onderdrukt en opgejaagd.

Anja Tolkamp klom op de ochtend van de herdenkingsdienst, voor de eerste keer via een steile ladder naar de zolder van de Westerkerk. Haar vader, Jan Tolkamp, was รฉรฉn van de 42 mannen die zich daar hadden verstopt. Hij belandde in een concentratiekamp, waar hij wist te overleven. Anja groeide op in Aalten, zij heeft altijd geweten wat haar vader meemaakte, erover vertellen deed hij echter zelden. Op verzoek van zijn kleindochters schreef hij in 2005 zijn verhalen op papier. In 2009 ontmoette Jan Marijke van Dijk tijdens รฉรฉn van haar exposities (Een diepe voor in de aarde). Jan vroeg Marijke of zij wellicht iets kon met zijn verhaal. Vele intensieve gesprekken volgde, Jan en Marijke ontwikkelden een unieke vriendschap. De memoires van Jan zijn door Marijke verwerkt in het boek โ€˜Over Levenโ€™. Zijn fragmenten en haar afbeeldingen zijn samengebracht in zes handgedrukte en โ€“gebonden edities, waarvan 4 in bezit van de familie Tolkamp.  Eรฉn exemplaar ligt permanent tentoongesteld in het herdenkingscentrum Nationaal Monument Kamp Amersfoort, en het zesde exemplaar is beschikbaar voor exposities.

In de Oosterkerk bevind zich een prachtig gedenkraam, maar liefst acht meter hoog. Het werd geschonken door de overlevenden ter nagedachtenis aan de hulp die de Aaltense inwoners boden aan kinderen, joden, onderduikers, evacuees en mensen die honger leden. Ontwerper Marius Richters heeft in het glas-in-loodraam verschillende dingen uitgebeeld. Centraal staan een boer en boerin, omgeven door hongerende kinderen en een onderduiker. Aan beide kanten zijn marcherende Duitse soldaten afgebeeld. Links onderin staan vrouwen en kinderen om hulp en voedsel te bedelen, aan de rechterkant keren zij bevoorraad huiswaarts. De metselaar en ploegende boer bovenin staan symbool voor de wederopbouw. In 1946, op 13 juli, werd het raam onthuld.

Vlasrokkendag.

Het verbouwen van vlas gebeurt al eeuwenlang in Nederland, het liefst op kleigrond. Van de 17e tot en met de 19e eeuw was er een levendige en belangrijke vlasindustrie in Zieuwent. Het dorp stond tot i de verre omstreken bekend om de goede kwaliteit van het vlas, โ€œalleruitmuntendst vlasโ€ zelfs volgens een boek uit 1840. Enkele boerderijnamen herinneren nog aan deze periode (Waevas, Pelleweaver, Vlasheuvel). Een van de Achterhoekse vlasspinners vertelde me dat er tegenwoordig eigenlijk alleen nog in Zeeuws-Vlaanderen vlas wordt verbouwd.

Zaterdag 11 januari 2020 vond de allereerste Achterhoekse Vlasrokkendag dan ook plaats in Zieuwent. De Oudheidkundige Verenigig Zuwent had de Achterhoekse Vlasspinners die dag uitgenodigd om in het Buurt-, en Clubhuis โ€™t Kevelder hun kennis en kunde op het gebied van vlas verbouwen, bewerken, spinnen en linnen weven te demonstreren aan belangstellenden. De spinners hadden verschillende soorten spinnewielen meegebracht, zo ook het Achterhoekse wiel. Zij hadden tevens hun linnencollectie meegenomen. Ook de Oudheidkundige Vereniging toonde linnen textiel uit hun eigen collectie zoals doekrollen en ondergoed, alles afkomstig uit Zieuwent.

In onze huidige maatschappij is er een groeiende belangstelling naar duurzame, eerlijke, biologische en klimaatneutrale kleding. Zo is er dus volgens de Achterhoekse vlasspinners ook een groeiende interesse in het werken met vlas en linnen. De katoenteelt behoort tot รฉรฉn van de meest water-verslindende gewassen (รฉรฉn kilo katoen kost ongeveer 8000 ltr water, waarvan 72% regenwater). De vlasteelt daarentegen verbruikt nog niet de helft van die hoeveelheid water en heeft ook veel minder bestrijdingsmiddelen nodig. Helaas is de kennis en kunde op dit gebied volgens de Achterhoekse vlasspinners nogal verspreid en ook moeilijk te achterhalen. Vandaar deze Vlasrokkendag in โ€™t Kevelder in samenwerking met de Oudheidkundige Vereniging Zuwent. Niet alleen een mooie manier om een prachtig stukje authentieke nijverheid te demonstreren, zeker ook om meer kennis naar boven te halen en deze veilig te stellen voor de toekomst. Missie geslaagd! Het was een druk bezochte eerste editie met belangstelling van verschillende regionale omroepen en dagbladen.

Vlas, wat is dat nou eigenlijk? Een stengelvezelplant vertelt รฉรฉn van de spinners mij, net als Hennep. Het gaat uiteindelijk om de vezelbundels. Deze zitten met pectine vast op de houtachtige binnenkant. Textielvlas wordt gezaaid rond de 100e dag in het nieuwe jaar (begin april), zoโ€™n 2400 zaadjes per mยฒ. Na ongeveer 100 dagen vind de oogst plaats, als de onderste blaadjes geel worden. De plant wordt met wortel en al uit de grond getrokken, en na รฉรฉn ร  twee dagen drogen in bossen gebonden om na te rijpen en te bleken. Het vlas bloeit met witte of blauwe bloemen. Blauw bloeiend vlas heeft fijnere vezels en is daardoor zwakker van wit bloeiend vlas.

De eerste belangrijke bewerking noemt men โ€˜repelenโ€™, het oplossen van de pectine. De vlasstengels worden door een grove kam gehaald die de zaadbollen van de stengels trekt. Soms gebruikt men ook een zware houten hamer om de zaadbollen mee kapot te slaan. De tweede belangrijke bewerking is het โ€˜rotenโ€™ van de stengels. De meest eenvoudige en goedkoopste manier is โ€˜dauwrotenโ€™. De vlasstengels werden dan enkele weken op het land uitgespreid. Onder invloed van dauw, regen en zon ontstaan er schimmels die de pectine oplossen en het vlas een mooie grijze kleur geven. Geel vlas ontstaat door te roten in stromend water. Na het roten moet het vlas weer drogen.

Voor de beste vezelkwaliteit werd het gerote en gedroogde vlas een paar maanden bewaard voor men het verder ging bewerken. Die bewerkingen bestonden bijvoorbeeld uit het โ€˜brakenโ€™ van de stengels (breken met een handbraak), het zwingelen van het vlas (de vlasbundel werd langs een plank gehangen en met een houten spaan werden de restjes stro eruit geslagen) en tot slot het hekelen (het uitkammen van de vezelbundels op steeds fijnere kammen).

Wat is nou die vlasrok?! Het is een bos vlasvezels die met een lang lint om een stok worden gebonden zodat ze niet in de war raken. Soms werden de vlasvezels ook aan een riem om het middel bevestigd. Aan de meeste spinnewielen hing een kopje met een mix van water en lijnzaad. Dit gebruiken de spinners om hun vingers nat te maken tijdens het spinnen, zo krijg je een gladde en sterke draad. Ik had wel eens ergens gelezen dat vlas tegen de klok in wordt gesponnen? De vlasvezels hebben een natuurlijk draaiing naar links, dus deze richting adviseert men bij het spinnen van vlas. Eรฉn van de spinners vertelde me echter wat oude hemden te hebben onderzocht en deze bleken โ€˜gewoonโ€™ rechtsom gesponnen.

Ik vond het een leerzame middag! Wat mij betreft voor herhaling vatbaar.

Kasteel Slangenburg.

Sinds de veertiende eeuw was het kasteel in handen van een hele reeks kasteelheren uit het geslacht Van Baer (ruim tweeรซnhalve eeuw). De eerste vermelding hiervan was in het jaar 1354 (Maes Thomas Van Baer). De laatste bewoner uit die familie was generaal Frederik Johan Van Baer. Daarna is de Slangenburg vaak van eigenaar veranderd. Meestal door vererving, maar ook tweemaal door verkoop. De laatste verkoop vond plaats in 1895 toen de Duitse houthandelaar en grootindustrieel Arnold Passmann uit Duisburg (vestingstadje Ruhrort) het kasteel en aangrenzend landgoed kocht van de familie Van der Goltz. Eigenlijk alleen maar vanwege de hoeveelheid hout die er te kappen was. Bij het eerste bezoek aan zijn kasteel was hij echter meteen zo enorm verknocht aan het huis en de omgeving dat het de bestemming van buitenhuis kreeg. Na de oorlog werd Slangenburg als “vijandelijk vermogen” van de Passmann familie ontnomen en verbeurd verklaard. Het kasteel kwam onder beheer van het Nederlands Beheersinstituut voor vijandelijke en foute vermogens. Al snel gaven zij het landgoed in handen gaf van Staatsbosbeheer. Sinds de jaren vijftig is Rijksgebouwendienst verantwoordelijk voor het onderhoud van het kasteel en beheert Staatsbosbeheer het landgoed.

Frederik Johan Van Baer verloor zijn vrouw Dorothea Petronella na een ernstige ziekte toen ze pas anderhalf jaar getrouwd waren. Frederik is nooit hertrouwd en verrijkte de Slangenburg met schilderingen op muren en plafonds die hem constant herinnerden aan zijn geliefde vrouw. Daarbij werden de toepasselijke Romeinse/ Griekse mythologische voorstellingen toch wel iets aangepast: veel schilderingen bevatten elementen die te maken hebben met de liefde van Fredrik voor zijn vrouw of met het alleen achterblijven van hemzelf. Je zou hiermee kunnen zeggen dat kasteel Slangenburg wel iets weg heeft van Paleis Huis ten Bosch in Den Haag. In de Oranjezaal liet Amalia van Solms schilderingen en schilderijen aanbrengen om haar overleden man Frederik Hendrik van Oranje te eren. In kasteel Slangenburg deed Frederik Johan van Baer in deze zelfde eeuw dus iets soortgelijks.

Van Baer was behalve officier en kunstliefhebber ook een uitstekend landbouwkundig econoom. In die tijd lag het kasteel in een eenzame streek omgeven door heidevlaktes en vochtige bossen. Hij kocht van de stad Doetinchem een groot stuk van die heide. Dwars over het terrein legde hij een uitgebreid lanenstelsel aan (in de vorm van een trapezium) dat nog steeds in zijn originele vorm aanwezig is en daardoor uniek in Nederland en Europa. Een groot deel van de heide werd ontgonnen en bebost met eiken, beuken en dennen. In 1679 legde hij ook het park rondom het kasteel aan in de toen geliefde formele parkstijl. Hiervan is weinig bewaard gebleven. Frederik bouwde het kasteel zoals hij die erfde (die toen alleen bestond uit de westelijke toren met aangrenzend bouwwerk) uit tot het huidige kasteel in U-vorm. Toch zijn vooral in het kasteel zelf de sporen van Frederik nog zichtbaar. Zijn liefde voor de natuur en de landbouw zie je terug in de vele schilderijen en prachtige uitgesneden vruchten en akkerproducten in lambriseringen en houten lijsten.

Het kasteel wordt gebruikt als zelfstandig gastenhuis. Het enige dat voor publiek toegankelijk is, is de kapel van het klooster. Tenminste tot begin van dit jaar, want tijdelijk zijn er exclusieve rondleidingen door het kasteel. Dat wilde ik als Gastvrouw van het Landschap Gemeente Oost Gelre uiteraard niet missen! Dat het kasteel tegenwoordig de functie van luxe pension heeft (18 gastenkamers) is niet zomaar. Dat komt omdat het kasteel ooit het thuis was van de benedictijner orde. In 1945, na de confiscatie door de Nederlandse staat stond het klooster leeg, te huur. De monniken wilden zich ook graag vestigen in het oosten van Nederland. Zij konden het kasteel toen huren. Vanuit de Slangenburg hebben zij toen de nog steeds bestaande Sint Willibrordsabdij gebouwd, iets verderop gelegen. De benedictijnen hadden als regel dat een men passanten (pelgrims) een onderdak moest kunnen bieden. Dat is de reden dat er nu nog steeds geslapen kan worden in het kasteel. De rondleiding begint met een stukje historie (en een kop thee) in het koetshuis door de gids. Ik had me thuis alvast een beetje ingelezen. De rondleiding begint in het oudste gedeelte van het kasteel, de toren en drie aangrenzende vertrekken. Het was gelukkig heerlijk behaaglijk in de oude waterburcht. Iedere gids heeft zo zijn eigen favoriete verhaal, de onze kon zeer veel vertellen over de schilderingen op muren en plafonds. Welke mythen en sagen bij welke schildering horen. In de grote zaal bleek hij ook nog eens uitstekend piano te kunnen spelen. Al luisterend en bewonderend wandelden we ruim een uur door het kasteel. Het nieuwe gedeelte is duidelijk veel eenvoudiger als het oude oorspronkelijke deel. Dat maakte de rondleiding niet minder bijzonder! Ik vond het geweldig om nu eens de binnenkant van de kasteelmuren te kunnen bekijken, ik kan het iedereen van harte aanbevelen. Na de rondleiding stond er nog een drankje klaar in het gezellige koetshuis.