Geschiedenis Achterhoek.

๐‘ฏ๐’–๐’Š๐’”-๐’”๐’๐’‚๐’„๐’‰๐’•.

Ieder jaar organiseert Museum Smedekinck in november een echte olderwetse slachtvisite met pruveri-je. Toen ik de oude krantenarchieven er eens op nalas, kwam ik een mooi artikel tegen van 7 december 1934. Redacteur Aarsma van de Graafschap-Bode kreeg de tip om in Aalten bij โ€˜olde Doortjenโ€™ in de Lankhofstraote langs te gaan, bij het huis van metselaar Prins: โ€œAโ€™j noe โ€˜s โ€™n mooi stuksken veur oe Graafschap-Bode wilt hebben, dan moโ€™j daor โ€˜es hen gaon. Daor ku’j olde Doortjen an โ€™t worstmaken vinden. Dat hรจ ‘k vandage toevallig ‘e heurd en dat zal wel kloppen.โ€

Toen de redacteur en fotograaf aankwamen bij het huis, was men in de woonkeuken inderdaad bezig met de huisslacht. De keukentafel lag vol met delen van een pas geslacht varken. Olde Doortjen, 83 jaar, zat bij het venster worsten te maken. Omgeven door een emaille teil met stukjes worstvlees, een tafeltje met pasgemaakte metworsten en een emaille pannetje met water waarin de schoongemaakte worstdarmen dreven. De verslaggever beschreef zijn verbazing over de werkelijke leeftijd van Doortje. Ze kwam op hem blijkbaar over als een goede zestiger: een helder, fris, blozend en nog totaal ongerimpeld gelaat. Levendige ogen, bezige handen en een helderheid van geest. Kennelijk was het van zijn gezicht af te lezen, want Doortje merkte op: โ€œJao jao, wi’j ’t neet geleuven, dan gaot maor nao ’t Gemeentehuus, dan zu’j โ€™t heuren.โ€

De van oorsprong Aaltense Dora Kalf (geboren 8 maart 1852), kortweg Doortje, vertelde dat zij vanaf haar achttiende jaar al worst maakte. Ze liet vervolgens haar duim zien die bijna haaks achterover stond van het vele drukken in het worsthoorntje. Haar jeugd in de Achterhoekse streek was allesbehalve makkelijk geweest. Haar vader was huisslachter en vanaf heel jonge leeftijd moest Doortje ook helpen bij de boeren. Het was keihard werken voor erg weinig geld. Als meisje van achttien jaar ging ze werken als dienstbode bij de onderburgemeester in het Duitse Brรผnen. In de herfst werd daar veel geslacht waarbij Doortje moest helpen en zo leerde om metworsten te maken. โ€œTeugeswoordig slacht ze neet zo vรถlle mear, lange neet. Vrogger he’k ’t welle had, da โ€˜k ’s morgens om zes uur begon en eerst om twaalf uur ’s nachts in huus kwam.โ€

Doortje vertelde dat ze twee keer was getrouwd, beide keren als weduwe achterblijvend (eerste huwelijk in 1879 met Gerrit Jan Prange die in 1916 overleed. Tweede huwelijk in 1921 met Lambertus Fles die een kleine 9 mnd later overleed). Kinderen had ze nooit gekregen, die wazzen mien veuls te duur af, grapte ze tegen redacteur Aarsma. Haar dagloon was namelijk een schamele 15 centen. โ€œDoar mos ie den heelen dag veur worstmaken. De etens-kost natuurlijk toe en een wรถsken met nao huus. ’t Geet teugeswoordig al ’n betken anders as in die dagen, maor toch hebt wie daorumme nog wel ’s veul schik ‘ehad doe des tieds. Met vetpriezen ko’j nog wel ‘es schik maken. Daor wier dan soms ok nog wel ‘es oardig good bi’j e’ pruufd. Dan ha’j bi’j ’t worstmakรฉn ’t glesken zoo neven oe staon. Dat hรจ je vandage neet meer. Het slachtgleske, waar Doortje naar verwees, was in de Achterhoek meestal gevuld met โ€˜klungel-รถleโ€™. Onder deze benaming stond de jenever met stroop bekend, ook wel Jan Doedel genoemd bij oogstfeesten. De slacht is eigenlijk het jaarlijkse oogstfeest van de vleeshouwerij te noemen.

Huisvader Prins, de metselaar, vertelde het volgende: โ€žEen metselaar, in den winter is al een heel ongelukkig wormken, m’nheer. Maor-veur dit spul mo’j intieds veurzorg hebben en oe maatregelen treffen, dan’ hรจ’j wat veur den kwajen dag. A’j ook neet oew eigen รซarpels verbouwt en intieds oew eigen een varkentje mest, dan felt ’t oe nog niks met in de wintermaonden, a’j ’n vrouw en zes blagen den kost mot gรจvenโ€ฆ dat geleuf maor!

Tijdens het interview in 1934, maakte Doortje voor de tweede keer een periode van malaise en crisis door. Volgens haar stelde deze jaren echter niets voor bij de moeilijke tijden in de negentiende eeuw. Bij de familie Prins hielp ze ondertussen al 12 jaar met de huisslacht. โ€žZe slacht bi’j ons noe al 12 jaor, maor ie kunt nog neet zeen, dat ze ook maor ’n spier veranderd is,” aldus Prins. Ze maakte voor een vrouw van haar leeftijd nog abnormaal lange dagen, doch vermoeidheid scheen ze niet te kennen. Dat bleek uit haar antwoord, toen de fotograaf de opmerking maakte, dat het die avond nog wel eens laat kon worden als die teil nog leeg moest? Da’s niks slim, zei Doortje. โ€žDaor kan ‘k niks an doon, dan mot ’t maor laat worren. Morgen mo’k nog twee varkens en nog meer ook deze wรจke. Maor daor maak ‘k mien niet naar oaver. Senuwachtig bun ‘k neet.” Aldus een vrouw van bijna 83 jaar, die menig veel jongeren in die (en deze) tijd โ€˜van zuchten en klagenโ€™ ten voorbeeld kan worden gesteld. Dora Kalf overleed op 29 juni 1937 in Aalten.

๐‘ฐ๐’ ๐’…๐’† ๐’—๐’๐’†๐’•๐’”๐’‘๐’๐’“๐’†๐’ ๐’—๐’‚๐’ ๐‘ฏ๐’‚๐’“๐’•๐’๐’ˆ ๐‘ด๐’†๐’Š๐’‹๐’๐’†๐’“.

Zondagochtend 24 oktober trad ik al wandelend in de voetsporen van Hartog Meijler. Onder leiding van Astrid Dekkers liepen we vanaf Gastgalerij Ankommen richting de plaats waar Hartog samen met 22 andere mensen in augustus 1942 besloot onder te duiken om aan de toenemende razziaโ€™s in Winterswijk te ontsnappen.

Astrid Dekkers is historicus. Nadat zij het kleine monumentje aan de Korenburgerveenweg ontdekte en wat flarden van deze geschiedenis had gehoord, wilde zij graag het complete verhaal achterhalen. In de loop der jaren heeft ze allerlei archieven doorzocht, nabestaanden gesproken en zo bijzonder materiaal in handen gekregen. In november 2017 was ik aanwezig bij haar lezing in de synagoge van Winterswijk. Precies 75 jaar na de arrestatie van de Joodse onderduikers. Het is een intrigerend verhaal, een triest stukje geschiedenis. Zeker omdat bij de arrestatie alleen Nederlandse politie en marechaussee betrokken was. Pas nadat de onderduikers gevangen waren gezet in het Winterswijkse Feestgebouw, werd de Duitse Sicherheitsdienst ingelicht.

Bij een eerdere arrestatie van Hartog op 5 augustus 1941, omdat hij zich in cafรฉ Stad Mรผnster bevond waar de tweede verjaardag van prinses Irene werd gevierd, had gemeenteveldwachter Bombergen hem nog goed geholpen. Hij gaf suggestieve antwoorden die Hartog al snel duidelijk maakte wat hij wel en niet moest zeggen. Hij raadde Hartog daarnaast aan om even een paar weekjes โ€˜op vakantieโ€™ te gaan tot de kwestie was overgewaaid. Na twee weken logeren in Den Haag, keerde Hartog weer terug. In september 1941 vernam de Joodse gemeenschap van Winterswijk dat er grootschalige razziaโ€™s plaatsvonden in Enschede. Vanaf dat moment slaapt Hartog bij een vriend, fotograaf Harmsen, aan de Satinksplas. Een maand later, in oktober, bleek dat een zeer goed besluit. In de vroege ochtend, rond half zeven, had slagerij Wassink naar het ouderlijk huis van Hartog gebeld om te waarschuwen voor de razziaโ€™s die gaand waren in Winterswijk. De broer van Hartog vluchtte naar het kruidenierswinkeltje aan de overkant en vader kon zich verstoppen achter het huis waar een grote kolenkist stond. Zo ontkwamen de mannen Meijler aan een arrestatie. Hartog is op de fiets gesprongen en naar zijn zus gegaan in Amsterdam. In december 1941, zo rond de kerstdagen, keerde hij huiswaarts naar Winterswijk. Slapen deed hij, net als zijn broer, in de Goudvinkenstraat bij schilder Frits ten Haken. Gezien de ruimte daar zeer beperkt was vond Hartog en nieuw adres aan de Tuinstraat. Overdag werkte Hartog bij boer Oonk, want als je nuttig werk verrichte zoals landarbeid, was de kans om afgevoerd te worden kleiner.

Eind mei 1942 werd Hartog Meijler opgehaald door de politie. Er waren โ€™s nachts in Winterswijk pamfletten verspreid. Hartog werd verhoord door Feberwee en NSB burgemeester Bos. Het werd pijnlijk duidelijk dat de Joodse gemeenschap overal de schuld van kreeg, ook al wisten ze absoluut van niets zoals Hartog in dit geval. In juni kreeg Hartog een oproep om zich te laten keuren voor de Arbeidseinsatz. Hartog probeerde zich te laten afkeuren met een smoes over lichamelijk ongemak waarop de dokter aangaf dat dit nutteloos was omdat hij niemand af mocht keuren. Hartog realiseerde zich toen dat het tijd was om van de radar te verdwijnen en ging er opnieuw met de fiets vandoor. Richting Den Haag, waar hij al eerder logeerde. Nabij Apeldoorn stuitte hij echter ineens op een controle. Omdat de beide mannen, een Nederlandse politieagent en een Duitse militair, hem al gezien hadden uit de verte, was omdraaien en ervandoor gaan een slechte keuze. Vol angst fietste Hartog door. Hij was in alle opzichten in overtreding! Hij mocht niet fietsen, niet op straat zijn en hij had zijn gele Jodenster van zijn jas gehaald. De gele vlek nog zichtbaar. De politieman vroeg om zijn persoonsbewijs. Gelukkig stond er inmiddels โ€˜landarbeiderโ€™ in plaats van dansleraar, echter nog wel met de letter J van Jood. De politieagent wilde de handen van Hartog zien, inmiddels ruw van het werken op het land. Zonder het persoonsbewijs om te draaien, gaf de man Hartog het bevel om door te rijden. Na een aantal weken in Den Haag werd het de kostvrouw toch te gevaarlijk om Hartog onderdak te bieden en gebood hem te vertrekken.

Familie in Winterswijk gaf aan dat Hartog terug kon komen omdat er zicht was op een onderduikplek. De broer van Hartog (Salli) en diens vriend David Meijer hadden contact gehad met Uwland, de opzichter van het Korenburgerveen. Hij had toegezegd dat wanneer zij een onderkomen zouden bouwen in het veen, hij daar niet zou komen en zich van de domme zou houden. En zo gebeurde het dat uiteindelijk 23 mensen onderdoken in het Korenburgerveen. De wandeling met Astrid was, ondanks dat ik het verhaal al kende, zeer interessant.

Al wandelend kwamen er veel ethische dilemmaโ€™s naar voren. Wat is jouw eigen verantwoordelijkheid als mens? Welke keuzes zouden wij gemaakt hebben? Hadden de mensen destijds wel een keuze? Had de Winterswijkse politie en marechaussee andere keuzes kunnen maken? Bij het kleine monument maakten we een laatste stop. Astrid las de namen voor van de 23 onderduikers gevolgd door een moment van stilte. Ik zie de foto voor me van de kleine Mathilde en Robert Schwartz die Astrid ons liet zien. Hun leven eindigde in Auschwitz op acht,- en vierjarige leeftijd.

Mathilde & Robert Schwarz.
Foto Mirjam Schwarz.

๐‘ถ๐’๐’…๐’†๐’“๐’…๐’–๐’Š๐’Œ๐’†๐’“๐’” ๐‘ฒ๐’๐’“๐’†๐’๐’ƒ๐’–๐’“๐’ˆ๐’†๐’“๐’—๐’†๐’†๐’.

November 2017 bezocht ik voor het eerst de synagoge in Winterswijk. Deze werd in 1889 geopend, het was het begin van de Joodse gemeenschap in Winterswijk. In 1905 werd er
een woonhuis bij gebouwd voor de priester, in 1911 volgt het schooltje. Dat geeft aan hoe groot de gemeenschap was, gezien er voldoende geld was om een onderwijzer aan te
stellen. Voor aanvang van de Tweede Wereldoorlog telde Winterswijk ongeveer 400 Joodse inwoners.

Die zondagmiddag werd er stilgestaan bij het verraad van 23 Joodse onderduikers uit Winterswijk. Astrid Dekkers deed verder onderzoek naar deze gebeurtenis, zij was te gast in de synagoge om het verhaal met ons te delen. In haar woonplaats Den Haag kwam Astrid in contact met een joodse man uit Winterswijk. Toen zij zelf in Winterswijk op vakantie was, ontdekte zij het herdenkingsmonument voor de Joodse onderduikers aan de Korenburgerveenweg. Als kunstenares en historica wilde zij graag het verhaal weten dat bij dit gedenkteken hoort. Astrid las het boek van Henk Vis en Mirjam Schwarz, โ€˜We Hebben Ze Allemaal Gekendโ€™. Ze kreeg veel informatie van oud buurtbewoner Jan ten Dolle en ze sprak meer buurtbewoners en betrokkenen. In Den Haag las ze dossiers uit het archief voor Bijzondere Rechtspleging. Dit grote archief van maar liefst vier strekkende kilometers bevat dossiers van iedereen die na de Tweede Wereldoorlog beschuldigd werd van samenwerking met de Duitse bezetter, het in dienst treden bij de vijandelijke krijgsmacht, verraad of NSB-lidmaatschap, wat het uiteindelijke vonnis ook was.

De Joodse inwoners van Winterswijk waren goed op de hoogte van de gruwelijke gebeurtenissen in Duitsland. Er waren namelijk gemengde huwelijken met Duitse Joden en vanuit Duitsland vluchtten ook velen van hen de grens over naar Winterswijk. Op 8 oktober 1941 vond de eerste razzia in Winterswijk plaats. Men had een lijst met 33 joden (waaronder een aantal van de onderduikers), allen werden gewaarschuwd waardoor de Winterswijkse politie geen enkele arrestatie uitvoerde. De volgende dag arresteerde de Sicherheitsdienst alsnog 6 joodse burgers. Vanaf 29 april 1942 moesten ook de joden in Winterswijk de gele Jodenster goed zichtbaar dragen. In juli 1942 werden er 100 rijwielen in beslag genomen, enkele weken later begon de inventarisatie hoeveel joden er tewerkgesteld waren bij landbouwers in de gemeente. De druk nam toe, wanneer de
joden de verduisteringsvoorschriften negeerden werden zij direct gearresteerd.

Een groep van 23 joden besloot toen om in het Korenburgerveen onder te duiken. Dit was allesbehalve een eenvoudige klus! Helpers moesten betaald worden, een dubbelwandige directiekeet en groot kippenhok moesten ongezien worden gedemonteerd, vervoerd en weer opgebouwd, en worden voorzien van de hoogstnodige huisraad. Dat laatste gebeurde โ€™s nachts, het paard kreeg jute zakken om zijn voeten en het tuig van de kar om het geluid te dempen.

Op 26 augustus 1942 vertrokken de eerste onderduikers naar het veen. De jongste een meisje van zes maanden, de oudste was haar 62 jaar oude oma. De onderduikers waren afhankelijk van de hulp van omwonenden en kregen dit vooral van de families Vreeman, Elburg en Grevink. Hun boerderijen lagen op zoโ€™n 500m van de schuilplaats. Zij brachten melk en vlees in melkbussen en water werd in kruiwagens vervoerd. Bakker te Bokkel uit het dorp zorgde voor het brood. Op een klein fornuis kon er gekookt worden, uit angst dat de rook hen zou verraden gebeurde dit zo min mogelijk. Veel mensen wisten van de onderduikers, er waren teveel betrokkenen. De buurtbewoners maakten zich zorgen over de strenge winters, zouden de onderduikers dat wel overleven? In februari 1942 was het namelijk -20 graden! Die vraag is uiteindelijk nooit beantwoord. Veel keus hadden de onderduikers niet, het waren voornamelijk gehele gezinnen voor wie een onderduikplaats erg moeilijk te vinden was.
Men dacht dat de bevrijding snel komen zou, voor een korte periode leek het Korenburgerveen ideaal. De Duitsers durfden dit natuurreservaat niet zomaar te betreden, bovendien was het gebied niet vrij toegankelijk. Veel boeren kenden NSB burgemeester als veearts, zijn voormalig beroep. Ze dachten dan ook dat wanneer de onderduikers ontdekt zouden worden, hij wel een oogje toe zou knijpen.

In de ochtenduren van 27 november 1942 was de opzichter van het Korenburgerveen, dhr. Uwland (destijds woonachtig in de boerderij Den Oppas), samen met twee opzichters van de โ€˜Vereniging tot Behoud van Natuurmonumentenโ€™ het veen ingetrokken. Men wilde de houtstand bekijken omdat er hout aan de Duitsers geleverd moest worden. Aan de zuidwestzijde van het Korenburgerveen ontdekten zij een pad dat erg veel belopen was. Uwland, normaal gesproken zeer nauwkeurig in zijn rapporten over het veen aan de opzichters, beweerde dit pad nooit eerder te hebben gezien. Op dat moment hoorde men lawaai en gingen de opzichters op onderzoek. Ze ontdekten toen de schamele houten barakken waar de Joodse mensen zich verborgen hielden. Ze schrokken van de grootte van deze groep en gaven de onderduikers de opdracht onmiddellijk te vertrekken, zij smeekten om hen niet te verraden, zij beloofden vervolgens niet direct in actie te komen. Toen Uwland de twee mannen van Natuurmonumenten terug naar de trein bracht, hebben ze hem het vuur aan de schenen gelegd, hij moest er maar voor zorgen dat die Joden de volgende ochtend echt weg waren. Uwland wist zich geen raad met de situatie, besloot raad te vragen bij dokter Jagerink. Deze had vanwege een spoedgeval geen tijd voor hem, waarop een zenuwachtige Uwland zich tot wachtmeester Aalders van de marechaussee wendde. Zo bereikte het verhaal uiteindelijk opperwachter Slotboom, Winterswijkse politie-inspecteur Feberwee en NSB burgermeester Bos. Nog diezelfde avond werden de onderduikers gearresteerd.

De onderduikers hadden intussen overlegd met boer Vreeman, wie het advies gaf even af te wachten gezien de belofte dat ze niet direct in actie zouden komen. Hartog Meijler wist bij de arrestatie te ontsnappen, hij vluchtte het veen in. De 22 overige gevangenen werden in een veewagen naar het feestgebouw in Winterswijk gebracht (huidige schouwburg) waar ook de zussen van Hartog: Lenie en Emmy Meijler, wisten te ontkomen. Voor deze drie jongeren was dit gemakkelijker omdat zij alleen waren, zonder kinderen. De volgende dag om 05.30 uur bracht de Sicherheitsdienst de overige arrestanten naar het NS station voor transport naar Westerbork, tijdens het inladen van de koffers wist de 29-jarige Paul Romann ook te ontsnappen (hij werd echter al snel opnieuw gearresteerd). Een week later al werd de groep vanuit Westerbork naar Auschwitz getransporteerd, waar de meesten van hen op 11 december 1942 omkwamen in de gaskamers.

Van de groep van 23 onderduikers overleefden uiteindelijk alleen Hartog, Lenie en Emmy Meijler. Zij waren door meester Stroes (Wilhelminaschool) naar een onderduikadres in Vlaardingen gebracht. In totaal werden er 326 Joodse bewoners van Winterswijk vermoord. Natuurlijk maakten de helpers zich ook zeer grote zorgen. Op 30 november en 1 december 1942 werden boer Elburg en Vreeman gearresteerd. Er was namelijk een melkbus in het veen gevonden. De verhoren en verslagen werden dusdanig afgezwakt dat de Sicherheitsdienst het hierbij heeft gelaten. Op 6 december kwamen beide mannen vrij. Het wrange van deze geschiedenis is misschien wel dat er geen nazi aan te pas is gekomen.. Dorpsbewoners die elkaar goed kenden voerden de arrestaties uit. Van Feberwee was bekend dat hij erg actief was, er zijn veel getuigenissen tegen hem.

Na de oorlog werden opperwachter Slotboom, wachtmeester Aalders en Uwland in staat van beschuldiging gesteld. In de dossiers uit het archief voor Bijzondere Rechtspleging heeft Astrid kunnen vinden dat alleen Slotboom uiteindelijk is veroordeeld (voor meerdere zaken). Uwland pleegde op 84-jarige leeftijd zelfmoord.

Na de lezing werden de namen van de verraden en vermoorde Joodse onderduikers opgelezen en was er een minuut stilte. Hoe triest om te beseffen dat er helemaal niets is veranderd, 24 november 2017: ruim 300 doden bij een aanslag op een moskee in Egypte. Gehaat en vermoord om wie je bent.

โ€˜Moge deze boom (een Beuk) ons hieraan blijven herinneren en ons hoeden voor
rassenwaanโ€™.
%d bloggers liken dit: